Oceanië

Artikelindex

Donderdag 16 januariNaar Bycroft

We rijden langs de kust naar het zuiden en komen door het Waipoua-bos. In het bos staan Kauri-bomen die alleen in Nieuw-Zeeland voorkomen. Ze kunnen tientallen meters hoog worden en zijn pas na 800 jaar volgroeid. Ze hebben grote dikke kale stammen met een dik bladerdek bovenin. Als je er eenmaal eentje hebt gezien, herken je ze overal. Door grootschalige houtkap is het grootste gedeelte verdwenen. De grootste levende kauri-boom heet Tane Mahuta, is 51,5 meter hoog en heeft een enorme omtrek. Deze wordt geschat tussen de 1250 en 2500 jaar oud te zijn. In de top zien we veel gekleurde parkietjes.
We maken een wandeling bij Trouson Kauri-park waar heel veel van die grote bomen staan. Het park staat bekend om de kiwi's die er leven, maar we zien er geen. Ze worden slechts zelden waargenomen.
Nieuw-Zeeland wordt door de Maori Aotearoa genoemd. Veel plaatsnamen hebben de oude Maori-namen. Lastige namen die niet uit te spreken zijn, laat staan om te onthouden. Wat denk je van Maungaturoto, Waiotemarama, Waipapakauri, Kaiaua. Het toppunt is vermeld in het Guinness Book of Records: Tetaumatawhakatangihangakoauaotamateaurehaeaturipukapihimaungahoronukupokaiwhenuaakitanatahu (vaak afgekort tot Taumata).
Het landschap is heuvelachtig en erg groen, allemaal dicht bos, bloemen in allerlei kleuren langs de kant. Regelmatig zien we ijsvogels en soms een roofvogel hoog in de lucht.
Kauri, Nieuw-ZeelandNa Dargaville wordt het land vlakker en zijn er meer landbouwakkers. Bij Tauhoa is een mooi uitzichtpunt waar we een stuk van de zee kunnen zien. Tot nu toe reden we op kleinere wegen, maar voor het laatste stuk naar Bycroft nemen we de snelweg die dwars door Auckland heen loopt. Deze is minder bochtig, een stuk korter, je mag er harder rijden en dus gaat het allemaal wat sneller.
Het B&B is wat lastig om te vinden, doordat het ver uit het genoemde dorp ligt. Maar met de GPS lukt het toch aardig. Er zijn slechts twee kamers, beide met uitzicht op weilanden met paarden, alpaca's en konijnen. Eén dood konijn waar een roofvogel op af komt. We hebben een zitje buiten en dat ligt uit de (frisse en harde) wind. Daardoor zitten we er een poosje heel aangenaam. We eten de hapjes die we gekocht hebben in Amehula, o nee, Pakakura heet het. Al die namen lijken ook zoveel op elkaar. In de winkel kun je 'losse' enorm grote groenlipmosselen kopen, die automatisch met water worden besprenkeld om ze nat te houden. Ze kosten slechts € 2 de kilo.
We spreken een paar mensen die eerst het zuidereiland hebben bezocht. Zij hebben heel veel regen gehad.

Vrijdag 17 januariNaar Coromandel

Mount Paku bij Tairua, Nieuw-ZeelandHet doel van vandaag is het Coromandel-schiereiland, dat ten oosten van Auckland ligt. De dag begint met regen, maar volgens de mevrouw van het B&B zal het snel opklaren en wordt het een mooie zonnige dag. Ze krijgt gelijk.
We zoeken in de Lonely Planet naar een paar mooie plekjes onderweg en komen terecht bij Mount Paku aan de oostkust van het schiereiland. Een losse heuvel aan de kust die we voor het grootste deel met de auto op kunnen rijden. Het laatste stuk lopen we voor een uitzicht van 360 graden. Schitterend blauw water waar je mooi kunt zien, waar het ondiep is. En dat is een heel groot stuk. De boten die er zijn, liggen allemaal in de diepe vaargeul, een eind van de kant af.
Bij de Hot Water Beach is het echt lachen. Op een klein deel van het strand drommen mensen samen, heel veel met een (gehuurde) schop. Ze graven kuilen (het zijn net Duitsers) en gaan daar in liggen. Het schijnt dat er warm water uit de grond komt. We voelen even aan het water in zo'n kuil, maar het water is niet warm. Misschien moet je echt diep graven. Het ziet er niet uit. Het hele strand bijna verlaten en al die mensen op een drommetje.
Bij de Cathedral Cave is zo weinig parkeerplaats, dat buiten Hemei een weiland is ingericht als parkeerplaats. Een bus pendelt je voor NZD 3 heen en weer. Dan moeten we een half uur lopen, omhoog en omlaag en dan weer omhoog en weer omlaag, om op het strand te komen. In het Maori heet deze plaats Te Whanganui-A-Hei, maar dat kan niemand onthouden. Bij het strand is een witte rots zo uitgesleten, dat er een enorme doorgang is ontstaan. Daardoor zie je de blauwgroene zee. En als je iets verder doorloopt, zie je een eenzame grote rots staan, bekend als Te Hoho. Zeker het uurtje lopen waard. Maar je moet wel zon hebben. Als het grauw en grijs is of als het regent, is er niet veel aan.
Cathedrale cave in Hoho, Nieuw-ZeelandHet laatste stuk naar Coromandel-dorp nemen we de kortste weg. Een witte weg op de kaart, maar die hebben we wel eerder gehad en bleken telkens goede asfaltwegen. Deze begint ook goed, maar later wordt het een gravelweg. Goed te bereiden trouwens en we steken zo vijfentwintig kilometer af. Het is er niet druk, maar de auto's die er rijden, scheuren er aardig op los. Niet zo handig, want de weg is niet breed en we moeten een paar keer goed in de remmen.
In Coromandel zitten we midden in het dorp in een mooi appartement met aparte slaapkamer. We dwalen door de hoofdstraat (een groot woord) en gaan op zoek naar eten en drinken. We proberen verschillende cafés uit die allemaal heel veel bieren op de tab hebben. Bij het eten drinken we een fles wijn. Door de vrij harde wind is het te fris om buiten te zitten. Zelfs in de zon is het niet lekker.

Zaterdag 18 januariCoromandel

We willen als ontbijt wel eens wat anders dan van dat slappe witte brood (gelukkig hebben ze overal een toaster), salami en plakjes kaas. De supermarkt zit naast het appartement en we komen terug met, jawel, slap brood, salami en kaas. Iets anders hebben ze niet.
Via Colville, Wakawau en Kennedy Bay maken een tochtje door het noord van het schiereiland. Het is weer zonnig en we zien veel vergezichten. Zoals bijna elke dag roepen we wel een paar keer 'prachtig' en 'oh wat mooi'. Ja, Nieuw-Zeeland is een prachtig land.
Bij Corromandel maken we een wandeling van anderhalf uur met, alweer, prachtige uitkijken. Als we terugkomen, staat de hele hoofdstraat vol met geparkeerde motoren. En er komen er steeds meer aan. We schatten dat het er een stuk of honderdvijftig zijn. En dat voor zo'n klein dorp. Een man loopt rond met pionnen om, zodra een auto wegrijdt, de plaats te reserveren voor al die motoren. Er zitten heel wat mooie Harley's tussen.
Vandaag weinig wind, maar we gaan toch binnen zitten. De rekening noemen ze hier de cheque.
Er zijn hier in Nieuw-Zeeland wel wat dingen die ons opvallen. Men spreekt vrij fatsoenlijk en verstaanbaar Engels, niet zo knauwerig als de Australiërs. De plaatsnamen en dorpen doen minder Brits aan. Bij de lunch wordt ook hier uitgebreid gegeten en we zien ook hier dikke mensen. Die lunches helpen daar ook niet bij.
Long blacks (zwarte koffie) krijg je vaak met een kannetje heet water, zodat je die naar believen wat minder sterk kunt maken.

Zondag 19 januariNaar Rotorua

Alweer een zonnige dag. We rijden een stuk naar het zuiden, naar Rotorua in de provincie Bay Of Plenty.
Om 10:30 (!) uur krijgen we alcoholcontrole. Het zal wel nodig zijn, denken we dan.
Het eerste stuk rijden we langs zee over een erg bochtige weg. Altijd mooi. Langs de kant staat een rijtje lage huisjes van één laag. En die noemen ze hier flats. Heel wat logischer dan onze flats.
In Matamata is een filmset waar The Lord Of The Rings en The Hobbit zijn opgenomen. Om daar een kijkje te nemen, moet je € 200 p.p. neertellen. We geloven het wel.
Rotorua is het vulkanische hart van Nieuw-Zeeland. We ruiken overal, soms meer, soms minder, de hier altijd aanwezige zwavelgeur.
In Rotorua zitten we aan het meer langs een groot grasveld. Daar staan allerlei kraampjes en speeltoestellen voor de kinderen. Het is een soort braderie. Voordat we daar gaan kijken, zetten we de wijn in de koelkast: first things first! Daarna lopen we een rondje en aan het uiteinde staan een heleboel oude auto's. De oudste uit 1905 en heel veel komen er uit Engeland. Een geweldige grijze jaguar heeft mijn voorkeur. De knalrode mini uit 1980 (vrij nieuw dus) is erg grappig. Hij heeft een klein open aanhangwagentje waar een bankje in zit, waar twee mensen in de buitenlucht kunnen zitten.
We lopen het centrum in en zien overal terrasjes. Er wordt muziek gespeeld en het ziet er gezellig uit. Er zijn tal van eet- en drinkgelegenheden.
Modderpotje, Nieuw-ZeelandWe maken een kleine wandeling naar de rand van de plaats waar wat modderpotjes liggen. Ze zijn niet groot en grijs. Het borrelt een beetje. Niet heel bijzonder.
Er liggen meerdere geisers en grotere gebieden met modderpotjes in de omgeving. Je moet overal flink betalen. Voor iedere geiser apart. Ongeveer € 25 per keer. Sommige kun je alleen boeken in combinatie met een cultureel praatje en dan ben je al snel € 75 kwijt. Het moet niet gekker worden. Het wordt hier enorm commercieel uitgebuit. Je kunt het ook overdrijven.
We eten 's avonds bij Pig & Whistle, dat in het oude politiebureau is gehuisvest. In een grote tent kun je buiten zitten. Het is er gezellig en we blijven hangen voor het eten. De porties zijn hier zo groot, dat we heel wat mensen foto's daarvan zien maken.

Maandag 20 januariRotorua

Het regent. We hoeven nu niet naar het groene en het blauwe meer, want die zien er met dit weer allebei grijs uit. We proberen even een stukje met de auto te toeren, maar alles ziet er troosteloos uit. Dit heeft geen enkele zin. We gaan terug, doen boodschappen in een supermarkt en wachten tot het droog wordt. Gelukkig is het een enorme supermarkt met ruime sortering knapperig brood, lekkere hele dikke plakken verse ham, yoghurt, appeltjes. Hmmm.
's Middags klaart het even op en we wandelen nogmaals naar de modderpotjes. Het ruikt er lekker en ze pruttelen goed. Overal zien we rook uit de grond komen en zien we toch wat vogels. Dus moet er vis in het water zitten. Een mooi gebied. Als we bijna terug zijn in het centrum, begint het weer te regenen. We gaan maar meteen naar het café, dezelfde als gisteren. We hebben nieuwe bonnetjes gehaald uit reclameboekjes, waarmee we een glas bier gratis krijgen. Gisteren kregen we daar een kleintje voor. Vandaag staat er een ander achter de tap en geeft ons een grote. Scheelt ons toch ZND 18. In het begin is het rustig, maar tegen etenstijd, 18:00 uur, loopt het vol. Iedereen die spareribs bestelt, bekijkt ongelovig z'n bord en begint te lachen. Het is meer dan van twee grote ribstukken bij ons.