Oceanië

Artikelindex

Dinsdag 24 decemberNaar Halls Gap – Grampians N.P.

We gaan eerst boodschappen doen bij de plaatselijke supermarkt. Morgen is het eerste kerstdag en ondertussen hebben we begrepen, dat er dan heel veel dicht is. We halen brood, beleg en een sapje voor een paar dagen. Ook een nieuw noodpakket koekjes, voor het geval dát. Dat hebben we eigenlijk altijd wel bij ons en blijkt soms heel handig te zijn.
We stappen in de auto en rijden naar Halls Gap waar The Grampians National Park ligt. Het is bewolkt, maar hoe verder we naar het noorden rijden, weg van de zee, hoe minder wolken en hoe meer zon er is. We rijden over een mooie weg langs weilanden waar grote groepen schapen en koeien staan. Men is druk aan het hooien. Soms rijden we langs hele velden vol met blauwe bloemen. Het is duidelijk voorjaar.
Bij de Grampians zelf is het helemaal blauw en een graad of 17, terwijl het veel warmer aanvoelt, doordat er geen wind staat. Lekker.
Bij het informatiecentrum in Halls Gap stappen we uit en we kunnen elkaar niet meer verstaan door het geluid van de vele krekels of cicaden. Wat een herrie. We halen een wandelkaart en drinken buiten koffie, voordat we naar ons motel rijden. We hebben een kamer met uitzicht op de bergen gevraagd en krijgen die ook. We vragen naar restaurants voor morgen en met de informatie die we krijgen, besluiten we om bij de supermarkt inkopen te gaan doen, want morgen zal alles dicht zijn. Vanavond moet het wel lukken om te gaan eten. We zullen zien.
We eten wat en rijden daarna naar de MacKenzie Watervallen. We lopen daar alle paden en kijken bij alle uitzichtpunten. Een mooie waterval. Op de kortste en makkelijkste stukken lopen gezinnen met kinderen, die rond rennen en schreeuwen. Als je dieren en vogels wilt zien, moet je dat dus niet doen. We nemen de langere route en zien daar een wallabie in de bosjes rondscharrelen. Ook hier geeft een stel zeer luidruchtig commentaar. Rode-boom, AustraliëDat begrijp je toch niet. Wil je nou wat zien of niet.
Hoe dan ook, we wandelen lekker en genieten van het uitzicht. We lopen alle trappen naar beneden naar de onderkant van de waterval. Mooi.
Op de terugweg nemen we een kijkje bij The Balconies, een uitzicht op de rotsen in de verte, bossen en een meer op de voorgrond. We wandelen een kilometer naar een ander punt. De mensen die je tegen komt: een vrouw van een jaar of vijftig met T-shirt hoog opgerold tot net onder de borsten, zodat je haar witte buik ziet. Als ze nou een mooi figuur zou hebben, maar met die vetrollen ziet het er niet uit. Drie, waarschijnlijk Australische, jongens met flessen bier en zeer luidruchtig. Je vraagt je af wat ze hier doen.
Bij het motel ligt ons zitje mooi in de schaduw en nemen we een biertje. We zien een paar zwartwitte koeien in de verte lopen die snel nieuwsgierig dichterbij komen. Even later volgen een paar witte kaketoes die op ons terras, twee meter van ons vandaan een paar stukjes chips van vorige bewoners vinden. Dan volgen eksters met jongen en even later zijn de eenden aan de beurt. Wij wachten op de kangoeroes, wallabies en papegaaien die hier in Halls Gap niet te missen zouden zijn. Er vliegt een groep van een stuk of honderd witte kaketoes over. Prachtig.
We wandelen naar een open Indiaans restaurant, een eindje verderop. We zien drie grote kangoeroes in een weiland scharrelen. Als ze ons zien, gaan ze netjes rechtop staan. Mooi gezicht. Voordat we bij de Indiaan zijn, zien we een ander open restaurant, Darcy's, waar redelijk wat mensen zitten. We gaan daar steengrillen. Lekker. Flesje wijn er bij. We stinken helemaal naar de rook.
Op de terugweg zit een kangoeroe bij een boom te eten. Hij trekt zich niets van ons en ons flitslicht aan.
Op ons terras nemen we een glaasje wijn en we horen hop, hop, hop en ja hoor, op twee meter afstand springt een kangoeroe voorbij. Leuk.
Het is onbewolkt, geen maan en een schitterend sterrenhemel.

Woensdag 25 decemberHalls Gap – Grampians N.P.

Eerste kerstdag. De kaketoes zijn ook al op en ze maken zo'n herrie, dat we er wakker van worden. Het lijken wel tien kakelende kippenkooien bij elkaar.
Vandaag maken we de Wonderland Loop naar de Pinnacle. We vullen onze flessen met water uit de kraan, maar dat is hier niet zo lekker. Bijna overal is het prima te drinken, maar hier zit te veel chloor in het water. We doen er zo'n tien procent jus d'orange bij en dan proef je die chloor niet meer.
Het is ongeveer tien kilometer lopen, maar wel vierhonderd meter omhoog. Het eerste deel is vrij vlak en tot de Splitters Falls gaat het prima. Dan lopen we de canyon door, heel mooi, maar dan beginnen de trappen. Er komt maar geen eind aan. We zijn beide verkouden, lopen te snotteren en daardoor hebben we niet zo heel veel adem. Maar we komen er, uiteraard. We moeten door de Silent Street, een smalle canyon, waar je als dikke Australiër problemen mee zou kunnen krijgen. De Pinnacle is een stukje rots die boven alles uit steekt. De wand gaat steil naar beneden. Er staat wel een hek om, anders waren we er niet op gegaan. Dan volgt het pad terug naar Halls Gap, naar beneden. Ook hier heel veel trappen, maar naar beneden loopt dat toch anders! Pinnacle, AustraliëIn anderhalf uur zijn we terug. We zijn bijna beneden als we een Indiase familie tegenkomen, die omhoog gaat. Ze willen naar de top, maar wij sturen ze terug. Ze hebben geen idee, dat zij daarvoor, inclusief de terugweg, nog een kleine vijf uur zouden moeten lopen. Bovendien lopen ze op teenslippers en zit er maar weinig water in hun flessen.
We hebben verschillende kookaburra's, rode papegaaien, veel vlinders, een duif met vreemde gele vlekken, hagedissen en een aantal ons onbekende vogels gezien. En o ja, van de kookaburra's hebben we hun vreemde lachen gehoord en van de krekels werden we horendol. Ze maakten zo veel herrie, dat we naar elkaar moesten schreeuwen om verstaanbaar te zijn.
Terug in het dorp is alles gesloten behalve de benzinepomp. We kopen daar een paar classic magnums en een tweeliterfles koude citroenlimonade.
Tijd voor siësta.
Later eten we ons kerstdiner, dat we gisteren in de supermarkt bij elkaar hebben gescharreld. In het dorp zijn alle restaurants gesloten. We eten lekkere Italiaanse sneetjes brood die we even roosteren, gerookte zalmforel, tonijndip, paté met port en een stuk overheerlijke blauwe kaas.
We zitten buiten op ons terras voor het grote veld waar een paar zwartbonte koeien grazen. Na zevenen komen de kangoeroes. Eerst eentje. Die staat even langs het hoge gewas, kijkt om zich heen en springt er dan in. Ze komen één voor één en ze hebben allemaal dezelfde manier om het gras in te gaan. Ze gaan daar grazen en het gras is zo hoog, dat je ze niet ziet. Maar telkens komen ze even omhoog om te kijken of de kust nog veilig is. Als er een onverwacht geluid is, verschijnen alle kopjes tegelijkertijd boven het maaiveld. Prachtig. Hier kunnen we lang naar kijken. Er zitten er een stuk of vijf en in de verte zien we er een heleboel grazen. Het wemelt er van. Als laatste, als toegift, verschijnt vlak voor ons een moeder met een jong in haar buidel. Ze hopt net zo makkelijk het veld in als de rest.