Oceanië

Artikelindex

Australië: Red Centre - Sydney naar Melbourne - Tasmanië

2 december 2013 t/m 11 januari 2014

AUSTRALIE is een enorm land, eigenlijk een continent met de omvang van Europa, dat grotendeels vlak is. Het kent verschillende klimaten, maar is toch vooral heet en droog. De planten- en dierenwereld is er uniek, alles wat je ziet bewegen en bloeien is onbekend en wordt goed beschermd in vele nationale parken. Het land is dunbevolkt, maar van alle gemakken voor de reiziger voorzien.
Australië behoort tot het Britse Gemenebest.

Uluru, Australië

RouteAustralieMidZuidTasm

Zondag 1 decemberNaar Alice Springs

Hiervoor hebben we een unieke bootreis naar Indonesië, waar we Papoea en de Molukken hebben bezocht. Omdat we twee weken te kort vinden voor zo’n lange vliegreis reizen we door naar Down Under. Eerst naar Australië: Red Centre, over land van Sydney naar Melbourne en vervolgens door naar Tasmanië. En omdat we toch in de ‘buurt’ zitten, ook meteen maar naar Nieuw-Zeeland.
In totaal zijn we drie maanden onderweg.Vanaf Bali vliegen we naar Australië. Bij de instapbalie in Denpasar hangen en zitten een hoop jonge Australiërs op de grond. Allemaal backpackers die na een vakantie op Bali terug gaan naar huis. We zitten zo'n beetje als eerste in het vliegtuig, bij de nooduitgang voor de nodige beenruimte, en zien iedereen binnen komen lopen. Wat een zooitje ongeregeld. Het lijkt wel een vlucht naar Torremolinos, maar dan tien keer erger. Hele korte broekjes ook bij mannen en oudere vrouwen, blote hemdjes, rare jurken. En dat allemaal flodderend en zeer slecht passend. Het ziet er niet uit. Eenmaal in het land valt het wel mee. Het zijn vooral jongeren die er zo slonzig bij lopen. Er zijn best veel vrij dikke volwassenen en die dragen ook slobberkleding.
Om 22:35 uur vliegen we naar Sydney…

Maandag 2 decemberNaar Alice Springs

…waar we om 07:00 uur landen en we zetten de klok drie uur vooruit en hebben nu tien uur tijdsverschil met Nederland.
Voor de douane staat een lange rij, maar deze schiet sneller op dan we hadden gedacht. Na een uur pikken we onze bagage op en gaan op weg naar het nationale deel van de luchthaven voor de vlucht naar Alice Springs. We kunnen met een trein die elk kwartier vertrekt, AUD 5 kost en waar je met je bagage moet sjouwen. We zien een bordje met shuttlebus voor Qantas-passagiers en volgen dat. Bij een balie kunnen we inchecken, de bagage afgeven en vervolgens gratis met een bus naar het andere deel.
1 AUD is € 0,62.
De vlucht gaat voorspoedig en na aankomst zetten we onze klokjes weer anderhalf uur terug, acht-en-een-half uur tijdsverschil met Nederland. We zitten nu in een tijd die een half uur later is dan toen we in Ambon aan de vier vluchten begonnen. Ook grappig, maar niet heus: geen enkele van die vier vluchten vloog op tijd. We hadden vertragingen van twintig minuten tot ruim drie kwartier. Gelukkig hebben we alle aansluitingen gehaald en is ook de bagage aangekomen.
We reizen met de shuttlebus naar Alice Springs. In het busje zit een man of vijftien en wij zijn de laatste die uitstappen. Dat vinden we niet erg, want zo zien we meteen wat van de plaats. Bij ons hotel Chifley aangekomen, denken we, dat we een goede keus hebben gemaakt. Het heeft mooie ruime kamers met grote badkamer, airco en het ligt vijf minuten lopen van het centrum. We stappen de bus uit en het begint te regenen. Jawel, dat doet het hier ook. De temperatuur daalt een paar graden. Wel lekker, want het is hier knap warm. We leggen de spullen op de kamer en gaan bij het zwembad zitten. Daar staan tafels en stoelen onder een grote overkapping en zitten we dus droog. Het begint te storten. Om de tijd te doden tot het droog wordt en we het stadje kunnen verkennen, drinken we maar een biertje. Die zijn niet goedkoop: AUD 6 = € 4,50 voor 30 cl. Een normale prijs hier, zullen we later in het stadje zien.
Tegen vijven gaan we wandelen en zien een stil, leeg centrum. Er zijn wat winkels, wat restaurants, wat cafés, maar amper mensen. Ook zijn veel panden gesloten. Er zijn wel een paar zeer goed gesorteerde supermarkten waar vooral mensen met kampeerauto's hun inkopen doen.
We gaan op zoek naar een restaurant en zien eigenlijk alleen Italianen, Chinezen en Thaien en komen uit bij Red Ochre Grill. We bestellen een tapasmenu voor AUD 49 voor twee personen inclusief een fles wijn. Het is meer dan genoeg, erg lekker. Zowel het eten als de wijn.
Tegen 21:00 uur gaan we naar bed, want we hebben een nachtje in te halen.

Dinsdag 3 decemberAlice Springs

We slapen het klokje rond en gaan vervolgens bij het zwembad zitten. In de schaduw en onder een fan. Om 10:00 uur is het al 31° en de temperatuur loopt alleen maar op. Om 11:15 uur meten we 37°. 's Middags halen we de 40° net niet. We zitten lekker te internetten (gratis wifi) en we sturen de route van de Molukken naar de medereizigers. Verder werken we ons verhaal bij en bekijken we de route die we morgen zullen gaan rijden.
Een heerlijke rustige dag.
Aan het eind van de middag lopen we het centrum in en zien vier roze kaketoes in het gras scharrelen. De mannetjes proberen met hun opgezette veren de aandacht van de vrouwtjes te trekken, maar die eten alleen maar rustig door. Ze zijn ‘very common’.
Bij een café drinken we wat en het is er zowaar druk. Vooral het rokersdeel. We zien het menu en ze hebben dagaanbiedingen. Vandaag zijn alle schnitzels inclusief salade en friet slechts AUD 12 p.p. Ze smaken prima.

Woensdag 4 decemberNaar Glen Helen, West MacDonnell N.P.

Standley Chasm, AustraliëHet regent en het is slechts 22°. Iedereen had ons gewaarschuwd voor hoge temperaturen, maar er is blijkbaar een dipje.
We vullen alle lege flessen die we hebben met water uit de kraan, dat je hier overal prima kunt drinken. En het smaakt ook nog goed.
Hertz autoverhuur zit hier op het terrein; dat is lekker makkelijk. We hebben een vierwielaangedreven auto besteld en we krijgen een grote witte turbo-Toyota. Een hele grote bak voor ons tweeën. Het is even wennen met rijden: het is een automaat en we moeten natuurlijk links rijden. Bij het informatiecentrum willen we een permit halen voor de Mereenie-loop voor morgen, maar men vertelt, dat de trail is afgesloten vanwege het vele water dat gevallen is. We wachten gewoon af en vragen het vanavond in het Glen Helen hotel wel waar we nu naar toe rijden. Dat ligt in de West MacDonnell Ranges. Dit een is nationaal park met talloze kloven. We maken dan ook regelmatig stops om die plaatsen te bekijken. Het is overal heel erg rustig. Zowel op de weg als bij de bezienswaardigheden.

Bij Simpson's Gap maken we een korte wandeling. Ochre Pits, AustraliëGelukkig is het gestopt met regenen. Standley Chasm is beroemd vanwege zijn helrode rotsen met smalle doorgangen. Hele mooie kleuren en in een plas water zien we een kleine kikker. Hier moeten we AUD 10 toegang betalen; de overige plaatsen zijn gratis. Martijn krijgt AUD 2 korting omdat hij senior is. Jawel, hier is men met zestig al oud.
We rijden verder over de lege weg. Regelmatig zien we een bord langs de kant met floodways, plaatsen waar met regen water kan staan. Soms staan er wat plassen, maar als je de meterstokken langs de kant van de weg ziet, stelt dat niets voor. Die stokken wijzen 2.00 meter aan. Zoveel heeft het dus niet geregend. Er staan veel struikjes langs de kant, veel zijn zwart van verbranding. De bodem is rood en met groene plantjes bedekt. We zien een paar vogels en hoog in de lucht wat roofvogels.
We rijden door naar Ellery Creek Big Hole met uiteraard een waterplas waar je kunt en mag zwemmen, naar Serpetine Gorge met nauwe doorgangen en ook een waterplas. De volgende stopplaats is Ochre Pits, een droge rivierbedding met zeer kleurrijke lagen rots in allerlei tinten die de Aboriginals gebruiken als kleurstof. Je mag er niets van meenemen. Bij Ormiston Gorge zitten prachtige vogels, een soort papegaaien, lekker op de grond te eten. Ook hier weer een waterplas. Mooie rode rotsen, groen riet op de voorgrond en we horen alleen het geluid van de wind en de vogels. Maar die zien we niet. Wel heel veel erg vervelende vliegjes die overal op gaan zitten en erg irritant zijn. Gelukkig steken ze niet.

Dichtbij ligt Glen Helen Resort, een soort barakkenkamp, waar een aantal vrachtwagens rommelig staat geparkeerd. Het blijkt een typisch outback resort te zijn. Er zitten zeven mannen, van de vrachtwagens waarschijnlijk, en drie ervan zijn onmetelijk dik; maar dan ook echt dik. Ormiston Gorge, AustraliëZo zie je ze in Nederland niet. Ze drinken bier. Verder is er niemand. We krijgen een kamer met uitzicht op de rode rotswand en de rivier die ervoor langs loopt. Jammer dat het regent. Het had zo mooi kunnen zijn. Gelukkig is het ook snel weer droog.
De man achter de receptie praat Vlaams. Grappig. We gaan in het café zitten en drinken wat flesjes bier. Ze hebben daar altijd heel veel keus in. Ze hebben ook Heineken wat we natuurlijk niet nemen. Wij gaan altijd voor het plaatselijke bier. We eten in het bijbehorende restaurant. We zullen wel moeten, want in de verre omtrek is helemaal niets. We eten prima met o.a. kangoeroevlees. dat we een keer geprobeerd moeten hebben. Het smaakt goed.
Vandaag is het niet warmer geworden dan 28°. Een koele dag voor hier in deze periode. Wij vinden het wel fijn.


Donderdag 5 decemberNaar Kings Canyon, Watarrka N.P.

We vertrekken om 8:15 uur. We moeten helemaal terug naar Alice Springs, want de Mereenie Loop Trail is nog steeds gesloten. We moeten naar Kings Canyon en hadden een heel stuk af kunnen steken, omdat we 4WD hebben, maar helaas, niets aan te doen.
Het is slechts 20° buiten, wat voor hier koud is.Rood, Australië In Alice Springs kopen we brood en beleg en tanken we de auto vol. Zoveel pompstations zijn hier niet de omgeving. Soms zien we borden, dat de volgende pomp over 184 kilometer is.
We rijden over de Stuart Highway naar het zuiden. Hier rijden soms hele lange vrachtwagens met twee aanhangers er achter. En als snel zien we onze eerste kangoeroe: dood met een grote roofvogel er bij die heerlijk zit te eten. We kunnen een stuk afslaan door de Ernest Giles Road te nemen, een onverharde weg waar je alleen met 4WD over mag. Deze is wel open. Een prachtige rode weg van 100 kilometer lang. En dat rood is echt dieprood. Als we uitstappen, genieten we van alle kleuren: het rode zand, de witte auto, de groene pollen, de zwarte boompjes, de witte en gele bloemen en de blauwe lucht. We zien een bord waar op staat dat we op Aboriginalland zitten en dat we niet van de weg af mogen.

Bij een picknickplaats is een waterkraan die een beetje lekt. Een hoop mooi gekleurde zebravinken zit daar lekker te drinken samen met een diamantduif.
We zitten in het Kings Canyon Resort, een soort containers naast elkaar staan, die ingericht zijn als kamers. Ze zijn best groot en zien er wel aardig uit. De airco en de koelkast maken alleen veel herrie en zetten we 's nachts uit. We verkennen de buurt en ook hier is helemaal niets in de omgeving. Het is een leeg land.
Wel een restaurant en een bar waar we een jug bestellen. Daar zijn we goedkoper mee uit als losse biertjes. We eten in het restaurant. Je moet bestellen en betalen aan de bar en dan krijg je een standaard met een nummer mee. Als het eten klaar is, wordt het gebracht. De drank moet je zelf in de bar gaan halen. Heel apart, maar het werkt goed. Het is er vrij druk; er zijn een paar grote groepen. We eten Bushman-pizza en barramundi, wat een lekkere vis blijkt te zijn.

Vrijdag 6 decemberNaar Yulara, Uluru – Kata Tjuta N.P.

Om 7:00 uur staan we op en eten ons meegebrachte ontbijt.
We gaan naar Kings Canyon in het Watarrka National Park waar we de Rim Walk gaan lopen. Het is nu nog niet zo warm en dat blijft het eigenlijk ook door de best stevige wind die er staat. Die heeft bovendien als voordeel, dat de vliegjes wegblijven. Er is tijdens de hele wandeling geen schaduw en we nemen veel water mee om te drinken en wat chocolade om te eten.
We wandelen drie uur. Eerst een stevige klim van zo'n twintig minuten omhoog. Prachtige rode rotsen, vreemde formaties, soms plasjes water met kikkervisjes, hagedissen, heel aparte torren, kleine fel gekleurde vlinders, wat vogeltjes. Een hele mooie tocht. Halverwege lopen we een stuk naar beneden naar de Garden of Eden, een plas water waar de rode rotsen schitterend in weerspiegelen. Het laatste stuk gaat langzaam naar beneden. Een heel prettige wandeling die goed staat aangegeven.
Kings Canyon Garden Of Eden, AustraliëHet is ondertussen 29°. Weer een relatief koele dag. Normaal kan het nu makkelijk 40° worden.
We klimmen in de auto, we blijven hem erg groot vinden, en rijden naar Yulara, dicht bij Uluru, Ayers Rock. Onderweg zien we onze tweede kangoeroe. Ook dood.
Het landschap is de hele weg zo'n beetje hetzelfde: erg rood zand met zwarte boompjes, groene pollen, soms gele bloembedden, wat heuveltjes met lage boompjes.
Mount Conner ligt helemaal verlaten in het landschap. Het is een tafelberg en erg belangrijk voor de Aboriginals, die hem Atila noemen.
We rijden Yulara binnen, dat een groot resort blijkt te zijn. Verschillende soorten hotels, campings, een winkelcentrum, politie en brandweer. Wij zitten in Outback Pioneer Hotel, het enige fatsoenlijke hotel, dat een beetje betaalbaar is. We krijgen een ruime kamer. We gaan met de auto naar de supermarkt voor brood voor het ontbijt van morgenvroeg (een ontbijt in het restaurant kost AUD 25) en gaan dan relaxen. We zetten de airco aan en drinken een sapje. We werken het verhaal bij en zetten de roaming van de wifi aan. Dat kost ons via de telefoonlijn (Vodafone) € 2 per 24 uur. Als we dat hier willen doen, moeten we € 10 per uur betalen. Die keus is niet zo moeilijk.
Er ligt een folder op onze kamer met de mededeling, dat er door de regen van de afgelopen dagen nogal veel vogels en insecten zitten. Dat hadden we al gemerkt. Er zitten ook spitskuifduiven.
Om 18:00 uur vertrekken we naar de Sunset Viewing Area om naar de Uluru oftewel Ayers Rock te kijken. Door de zonsondergang krijgt deze een prachtige kleur. Uluru zoals de Aboriginals hun heilige plaats noemen, is hét symbool van de Australische Outback. Het is de grootste monoliet ter wereld en is 3,6 kilometer lang en 348 meter hoog. Het is geen mooie gepolijste rots, maar erg pokdalig met veel kloven, gaten en grotten. Het is toch wel een erg vreemde pukkel in het verder zo lege landschap.
Kata Tjuta, AustraliëVijftig kilometer verderop ligt Kata Tjuta (De Olga's) en een stukje terug zagen we Mount Conner. Verder is het vlak. Er groeit wat laag groen gewas en wat kleine boompjes. Geen bebouwing zo ver je kunt kijken. We zijn vrij vroeg en er is plaats genoeg. Er is een aparte plaats voor bussen en eentje voor auto's. Zij aan zij staan we geparkeerd, maar er zijn meerdere vakken die zo liggen, dat het lijkt alsof je daar maar met een paar auto’s staat. Langzaam zien we de Uluru verschillende kleuren rood worden. Een fascinerend gezicht.
Op de terugweg naar het resort zien we in de verte Kata Tjuta liggen, wat 'veel hoofden' betekent. De lucht kleurt daar een beetje, maar niet veel.
Terug op het resort gaan we naar het BBQ-restaurant. Je kiest daar je vlees, betaalt en grilt vervolgens je eigen vlees op grote barbecues. Je krijgt er brood bij en je mag van de saladebar gebruik maken. Erg leuk. Een groep Japanners weet zich hier geen raad mee. Een stel kijkt hoe wij het doen en vragen hoe lang het vlees op de BBQ moet. Deze mensen zijn zeer ondernemend voor Japanners. Meestal doen zij alles in de groep en schieten ze het eerste het beste Japanse restaurant binnen. Maar dat hebben ze hier niet. De reisleider vertelt hen wat ze moeten doen en ze krijgen een papiertje met de vertaling van de verschillende vleessoorten daarop. Ze gaan allemaal aan de gang en het blijkt ze wel te bevallen. Sommige vragen bij de bar om stokjes. Lastig om daar een biefstuk mee te snijden.
Het is er gezellig druk en wij blijven een poosje zitten.

Zaterdag 7 decemberUluru – Kata Tjuta N.P.

Walpa Gorge, AustraliëDe zonsopkomst om 5:30 uur geloven we wel en om 7:30 uur vertrekken we pas richting Uluru. We maken de volledig vlakke wandeling rondom de rots. We zien de vele gaten en kloven. In deze periode mag je de rots niet beklimmen vanwege de warmte, maar dat zijn we ook helemaal niet van plan. Voor de Aboriginals is het een heilige plaats en zij lopen ook niet op de rots en dus doen wij dat ook niet. Er zijn ook plaatsen die je niet mag fotograferen. Een beetje saaie wandeling en behalve de rots zien we niet zoveel. Een paar kleine vogels, een hagedis en wat vlinders. Ook bij de permanente waterplaats is verder niets te zien.
We lopen drie uur in de zon en zijn blij als we terug bij de auto komen.
Bij de supermarkt doen we wat boodschappen en daarna is het tijd voor siësta.
Aan het eind van de middag gaan we naar Kata Tjuta. De Valley of the Winds is gesloten vanwege de hoge temperatuur. Zodra die boven de 36° komt, gaat hij dicht. De Walpa Gorge wandeling zou het mooiste zijn in de namiddagzon. Helaas is er geen zon. Bij het uitzichtpunt van de zonsopkomst kijken we naar de prachtige partij rotsen. Af en toe krijgen we een glimp van de zon te zien. Ook zonder zon zijn ze heel mooi. We maken de wandeling, die erg makkelijk is en niet bijzonder. De rotsen zelf zijn van heel ander materiaal dan de Uluru. Dat is één grote rotspartij. Hier bestaan de rotsen uit heel veel kleinere stenen. De wanden lopen bijna kaarsrecht omhoog en zijn overweldigend. Wij voelen ons hier heel klein.

We rijden door naar het uitzichtpunt van de zonsondergang. Daar is net een buslading toeristen gearriveerd, ieder met een eigen klapstoeltje. Er wordt een tafel neergezet, bedekt met een spierwit tafelkleed, echte glazen, mousserende wijn en hapjes. Even denken we er om om aan te schuiven. Niemand heeft eigenlijk belangstelling voor de rotsen. Nou kleuren ze niet echt rood door gebrek aan de zon, maar als die wel even doorbreekt, staan wij foto's en video te maken en zien zij het niet eens.
Bij het resort gaan we weer voor de BBQ. Dit keer nemen we een buffelburger en krokodil-sateetjes. Je moet tenslotte alles een keer proberen. Ook dit smaakt prima. Maar ja, wat lusten wij niet.
Bij het bestellen van bier moeten we de sleutel van de kamer laten zien voordat we wat mogen kopen. Het is blijkbaar alleen mensen van dit resort bestemd. Vreemd toch? Wij zouden denken: handel is handel.

Zondag 8 decemberNaar Alice Springs

Het plan was om naar Kata Tjuta te rijden om de rotsen in de zon te zien liggen. Maar omdat het bewolkt is, doen we dat niet. Vandaag zullen we ze niet meer gekleurd zien dan gisteren.
We vertrekken tegen half negen naar Alice Springs. We tanken eerst een beetje diesel. Niet te veel, want de prijzen zijn hier een kwart hoger dan in Alice, maar we moeten natuurlijk wel genoeg hebben om daar te komen. Het is ongeveer 450 kilometer. We willen geld pinnen, maar daar moet je hier overal voor betalen; dat varieert van AUD 3 tot AUD 5. Zonde van het geld. We komen hier met wat we hebben wel tot Sydney Airport en pinnen daar wel gratis. Echte Nederlanders, niet waar.
Het is, zoals hier overal, erg rustig op de weg. Af en toe zien we een tegenligger. En zowaar een fietser. Omdat die op de weg moet fietsen, draagt hij zowel voor als achter duidelijk flikkerende lampjes.
We zien dezelfde dode kangoeroe weer liggen. We hebben nog geen levende gezien.
Overal staan borden langs de kant van de weg: overstekende kangoeroes, paarden, koeien, kamelen. We zien precies één koe.
De zon komt steeds vaker door en het wordt steeds warmer. We zullen vandaag de 41° bereiken. Deze temperatuur hadden we eigenlijk elke dag hier verwacht in deze periode, maar we hadden wat koele dagen (onder de dertig). Daar hoor je ons niet over klagen. Bij elke stop houden we veel last van de klote vliegjes. We zullen ze straks missen als kiespijn.
Het landschap blijft redelijk hetzelfde. Wel mooi, maar al die kilometers achter elkaar wordt wel wat saai.
Australische Havik, AustraliëIn Alice Springs doen we boodschappen voor het avondeten. We zitten vandaag in een B&B buiten de stad, richting vliegveld, en verwachten daar niet te kunnen eten. Omdat het zondag is, kunnen we geen alcohol kopen. Snapt iemand dat? Zou men hierdoor minder drinken? Alle winkels zijn open behalve de drankwinkels. Dat zijn dus aparte winkels waar je alcohol koopt. In de supermarkt hebben ze dat niet.
In Pathdorf B&B worden we door Uwe verwelkomd. We zijn vandaag de enige gasten. We krijgen een mooi appartementje en hij leidt ons rond over zijn terrein. Een vrij uitgestrekt gebied, helemaal door hem zelf aangelegd met paden en allerlei planten. Er zitten heel wat vogels en vlinders. We hebben goed gegokt wat eten betreft en zetten alles in de koelkast. Daarna rijden we naar het vliegveld waar we de auto in moeten leveren. Dat gaat ons wel een beetje van het hart, want het is en blijft een hele mooie auto. Bij de Hertz-balie is geen personeel aanwezig en we dumpen de sleutels in een box en dat is het. Hoe makkelijk kan het zijn!
We bellen, volgens afspraak, Uwe die ons op komt pikken. Het vliegveld is op dit moment totaal verlaten en een taxi is nu niet te krijgen. Die staan er alleen als er een vliegtuig aankomt en dat gebeurt niet zo vaak op een dag.
Terug op de kamer kopen we van Uwe een sixpack bier. Omdat we die ijskoud aangeleverd krijgen, nemen we er meteen maar een. De rest gaat in de koelkast.
Het blijft heel lang warm, zodat we niet zoveel vogels in de tuin zien. Later als het wat afkoelt, komen er meer. We zien Inka-kaketoes overvliegen. Die zie je altijd in paartjes die hun leven lang bij elkaar blijven. Deze zijn wit met wat roze. Ook zien we kleine zwarte vogeltjes die omhoog vliegen en dan neerdwarrelen als papiertjes. In de ondergaande zon kleuren hun onderkanten fel rood op. Verder zien we Australische ringnekparkieten, spitskuifduiven, een Australische havik, grijstuitrollers en witpluimhoningeters.
's Nachts koelt het behoorlijk af. Lekker.


Maandag 9 decemberNaar Sydney

De Inka-kaketoes komen nogmaals overvliegen.
We krijgen een uitgebreid ontbijt geserveerd op een terras boven met uitzicht op het zwembad en de tuin. Daarna pakken we in en Uwe brengt ons naar het vliegveld voor de vlucht naar Sydney.
We zitten onze horloges anderhalf uur vooruit en hebben nu tien uur tijdsverschil met Nederland. Tot Nieuw-Zeeland houden we deze tijd.
We nemen de trein naar Central Station. Niet goedkoop: AUD 15,90 p.p. voor een afstand van nog geen tien minuten. Daarna is het een klein stukje lopen naar Meriton Service Apartments in Campbell Street. We krijgen een groot appartement op de 25ste etage. Een lange wand is helemaal van glas zodat we mooi zicht hebben op de hoge gebouwen om ons heen. Het appartement is daardoor ook erg licht. Verder een groot bed, een volledige keuken met vaatwasser, wasmachine en droger, eethoek, zitbank. Lekker om hier een paar dagen te zitten.
We zetten meteen een was op, want dat is hard nodig. Alles is zout van de bootreis in Indonesië. De wasmachine is zo'n ouderwetse schudmachine. Grappig. Het hele wasprogramma duurt maar een half uur, maar het zout en zweet zijn er dan wel uit.
We gaan op onderzoek uit en ontdekken, dat we midden in de Aziatische wijk zitten met heel veel restaurants en barretjes. Noem een Aziatisch land en er zitten tal van tentjes. Heerlijk. We lopen een Zuid-Koreaan binnen en eten o.a. bibimbab met metalen stokjes. Achter ons zitten mensen hun vlees met een schaar door te knippen, zoals het goede Koreanen betaamd.
Bij Maloney's nemen we een afzakkertje. We kopen een jug bier van 1,14 liter voor AUD 8. Het is hier duidelijk een stuk goedkoper dan in de Red Centre. Zowel het eten als het drinken. Het blijkt later, dat dit wel erg goedkoop is. Later op de avond worden de glazen vervangen door plastic exemplaren en iedereen moet z’n bier overgieten. Raar toch?
Wat hier erg duur is zijn buitenlandse kazen (Gouda uit Nieuw-Zeeland, blue stilton, gorgonzola en dat soort kazen kosten ongeveer € 75-€ 100 de kilo).
Maloney's is een grote tent met veel bezoekers. Het blijkt ook de goedkoopste te zijn die wij zullen zien hier in Sydney. Wat wel raar is, dat om 22:00 uur de glazen worden vervangen door plastic glazen.
We hebben mooi uitzicht op een groot kruispunt met veel overstekende mensen. Hier zijn minder dikke mensen dan in Alice, maar degene die dik zijn, zijn meteen heel erg dik. Afschuwelijk dik. We noemen ze afwisselend schommels, plumpuddingen of eenden (vanwege hun manier van lopen). Ook veel mensen met tatoeages en veel fout geklede mensen. Het is zo erg, dat het Martijn opvalt. En dan is het erg!

Dinsdag 10 decemberSydney

Sydney, AustraliëHet is zonnig en een aangename temperatuur. Niet zo heet als in het midden van het land. En de vliegjes zijn verdwenen. Wat een verademing. We missen ze als kiespijn.
We wandelen door Hide Park richting haven. Alles doet zeer Brits aan. Vooral oude gebouwen en kathedralen doen ons aan Groot-Brittannië denken. Niet vreemd natuurlijk; Australië hoort bij Het Britse Gemenebest. Woolloomooloo is een wijk in opkomst met, waarschijnlijk, hele dure appartementen en grote boten die daar in de haven liggen. Pal naast de zee ligt een groot zwembad waar wij van boven op kijken. Ziet er mooi uit.
Even verderop zien we de Opera liggen, het zo kenmerkende beeld van de stad. Het ligt vlak bij de Harbour Bridge en vanuit het parkje kijken we er mooi op. We lopen er dichter naar toe en vinden het een erg indrukwekkend gebouw. De weerspiegeling in de ramen is wat minder dan verwacht, maar dat deert niet.
Er zijn veel toeristen in de stad en het is er gezellig druk. Veel grote warenhuizen met hele verdiepingen met alleen eettentjes van allerhande soort die heel druk bezocht worden.
Wat ons ook opvalt zijn de, in verhouding, lage oude gebouwen, helemaal ingeklemd en omgeven door wolkenkrabbers.
Bij verkeerslichten moet je op een knop drukken om het licht op groen te laten springen. Het is daar altijd druk met mensen, maar niemand drukt op die knop, zodat het soms niet groen wordt. En dan vinden ze dat raar. Er wordt, net als in Nederland, veel door rood gelopen. Het verkeer rijdt erg gedisciplineerd. De weinige fietsers die er zijn, rijden voornamelijk op de stoep.
Overal zie je kerstversiering. Grote Kerstmannen, versierde lantaarns, mensen met schuimrubberen hertengeweien op hun hoofd (lopen die even voor gek), rare kerstbomen, kerststallen en in de restaurants overal aanbiedingen voor diners.
's Avonds eten we peking-eend bij een Chinees in Chinatown.

Woensdag 11 decemberSydney

Eerst gaan we naar de vismarkt, na Tokio de grootste ter wereld. We denken aan de vismarkt in Busan in Zuid-Korea en zien de grote bakken met levende vis al voor ons. Maar nee, alleen een paar grote viswinkels met dezelfde vis als bij ons thuis op de markt. Alleen wat meer, wat groter, wat gekleurder en veel duurder. Niks bijzonders. Alles is al verwerkt en gefileerd. Daarnaast zijn er wat restaurantjes waar je die vis kunt eten. En dat op alles op een klein oppervlak. Geen aanrader.
Daarna gaan we naar het Stoommuseum, wat wel heel leuk is. Veel te zien, vooral Britse dingen natuurlijk, zoals een hele afdeling gewijd aan de Beatles. Een heel interactief gedeelte waar je kunt spelen met licht en effecten. Ook een afdeling met uitvindingen van een Australiër die bijna allemaal erg grappig zijn, maar totaal nutteloos.
Opera, AustraliëWe lopen naar Darling Harbour waar talloze Kerstmannen in de haven liggen met de tekst ‘ho ho ho’ in grote letters voor hen. Wat een lol. Bij het Hard Rock Café kunnen we het niet nalaten om een shirtje te kopen.
Het weer is vandaag zonnig, helemaal onbewolkt. Een graad of 28. Lekker dus. We lopen de Harbour Bridge op om een goed zicht te krijgen op het Operagebouw. We moeten een stuk doorlopen, want aan de kade ligt een werkelijk enorm cruiseschip een beetje in de weg. Als we het gebouw vol in beeld hebben, staat de zon precies goed en zien we de Opera van zijn mooiste kant. Er zijn mensen die de overspanning van de brug oplopen, helemaal vastgesnoerd om er niet af te vallen. Wij geloven dat wel.
Het is vandaag een mooie datum. Wij kunnen zeggen, dat we op 11-12-13 om 14:15 uur sushi's zaten te eten op de Hay-markt.
We zijn de hele dag op sjouw en belanden aan het eind van de middag weer bij Maloney's. We bemachtigen een plaatsje in de leunstoelen. Vorige keer zaten we dichter bij de ingang op hoge krukken om een hoge ronde tafel heen. Ook leuk, maar deze stoelen zitten net wat lekkerder. Zeker als je de hele dag gelopen hebt. Er zijn er niet veel, dus als er eentje vrij komt, moet je snel zijn.
Mensen die alleen zijn, gaan al een nieuw drankje bestellen (zelfbediening) als hun glas nog half vol is. Is een glas namelijk leeg, dan geldt zo'n plaats als vrij en zouden er andere mensen kunnen gaan zitten. Staat er een gedeeltelijk gevuld glas, dan is zo'n plaats bezet en gaat niemand anders er zitten. Dus als je je plaatsje wilt behouden, moet je het zo doen. Bij de cafés is kraanwater altijd gratis. Op de bar staat een groot tappunt met glazen er naast.
We eten hier ook maar meteen, echt Australisch: fish and chips en schnitzel met patat. Kost slecht € 7 p.p. en smaakt prima en is meer dan genoeg.
Als we terug lopen naar het appartement, lopen we door de busstraat. Zo ver je kunt kijken, zowel voor- als achteruit staan bussen in een lange file. Bij de halte staan de mensen in een keurige (Engelse) rij te wachten.

Donderdag 12 decemberSydney

Koreaan, Australië's Morgens bewolkt met een spatje regen, maar wel warm. 's Middags gewoon weer zon.
Een dierendagje vandaag. We zijn de straat nog niet uit of we zien een kaketoe die krijsend op een gebouw zit. We lopen naar Sealife en Wildlife om de dieren van Australië te zien. Vooral de roggen, de grootste zo'n twee meter breed en lang, maken indruk. Bij Wildlife zien we de eerste levende kangoeroes. We zien weinig verschil met wallabies, die wat minder lange achterpoten hebben. Een enorme zwarte zwabber blijkt een grote kasuaris te zijn, die vooral in het noorden voorkomt. Een geweldig beest. De koala's zien er het meest aaibaar uit. Leuk om te zien. Nou moeten we ze in het echt te zien krijgen.
We sluiten Sydney af met een BBQ bij de Koreaan. We kiezen een grote schotel met verschillende soorten vlees en krijgen er een tang en een schaar bij. Die laatste om de grote lappen door te knippen en dat werkt erg goed; beter dan een mes en het is bovendien wel grappig.
Als je in Australië om de rekening vraagt, doe je dat door met beide wijsvingers een vierkantje in de lucht te tekenen.
Aan de overkant van het hotel ligt een theater waar vanavond de première is van de Lion King. De stoep ligt vol met een grote rode loper en de straat is afgezet. Voor het theater staan een heleboel taxi's, rijen dik, beschilderd met tekeningen van de Lion King te wachten op de vips die straks naar buiten zullen komen. Wij blijven niet kijken, zoals anderen wel doen, want wij zullen helemaal niemand herkennen.


Vrijdag 13 decemberNaar Katoomba – Blue Mountains

We lopen naar het Mercure Hotel waar we via SunnyCars een auto hebben gehuurd. Een kleine rode Hyundai met automaat staat voor ons klaar. Over veertien dagen hopen we hiermee Melbourne te bereiken.
We rijden eerst de stad uit. Veel eenrichtingswegen, maar we vinden vrij makkelijk de goede weg. De wegen in Sydney zijn druk en daar buiten valt het mee. Niet zo rustig als in de Red Centre, maar zeker geen files. We gaan naar Katoomba in de Blue Mountains. In november zijn in dit gebied veel grote branden geweest, maar dat is een stukje noordelijker dan waar wij naartoe gaan. Hier is niets van die ramp te zien.
Het is ongeveer honderd kilometer rijden. Vlak voor Katoomba stoppen we in Leura. Het is een klein plaatsje met een klein stukje weg als centrum, dat er erg gezellig uit ziet. Bij de supermarkt is een grote parkeerplaats waar heel wat auto's rondjes rijden om te kunnen parkeren. Het is er vol. Wij rijden vijftig meter door en daar is plaats genoeg... We drinken koffie en eten een tosti.
Over de Cliff Road rijden we door naar Katoomba. Dit is een mooie weg die uitkijkt over de uitgestrekte Jamison-vallei. Prachtige uitzichten en op verschillende punten zijn lookouts gemaakt, zodat je daar kunt stoppen om rustig te kijken. Bij Echo-point zijn alle (betaalde) parkeerplaatsen bezet en wij rijden door naar Lurline House waar we voor twee nachten logies en ontbijt hebben geboekt. Dat ligt zo'n beetje in het midden tussen Echo-point waar de wandelingen beginnen en het centrum van het dorp.
Bij het hotel worden we warm welkom geheten en krijgen we een kaart van het gebied waarop allerlei wandelingen en uitzichtpunten staan. Handig. We zitten hier op 1000 meter hoogte en de vallei heeft een bijna loodrechte wand van een paar honderd meter. Beneden zie je overal bossen zover als je kunt kijken. Af en toe zien we wat witte flitsen van kaketoes die overvliegen.
Het hotel, Lurline House (http://www.lurlinehouse.com.au/), heeft slechts zeven kamers en zit helemaal vol. We krijgen een ruime kamer met hemelbed, een badkamer met bubbelbad en een kleedkamer. In de boom voor ons raam zit een grote witte kaketoe.
We wandelen naar het treintje en de kabelbaan. Die laatste heeft een glazen bodem en je kunt een klein tochtje maken over de canyon met uitzicht op de waterval. De trein is met z'n helling van 52% het steilste treintje ter wereld en brengt je naar het dal van de vallei en eventueel terug.
Wij blijven nu aan de bovenkant en wandelen over een smal pad terug richting Echo-point. Een makkelijke wandeling en een lekkere temperatuur (zonnig en vrij warm). We zien meer witte kaketoes en ook een zwarte geelstaart. We hebben mooi zicht op de vallei en de Three Sisters, drie rotsformaties die mooi in de zon liggen en die de iconen van dit gebied zijn.
Sisters, AustraliëHet centrum van Katoomba is zowat uitgestorven. Als we tegen zessen door de hoofdstraat lopen, zien we gesloten winkels, lege panden en gesloten restaurants. Weinig mensen op straat. Alleen helemaal op het eind zien we de Old City Bank waar buiten in de tuin heel wat mensen staan en zitten te drinken. Wij gaan binnen zitten, waar het ook vrij druk wordt. Je kunt hier ook een hapje eten en boven is een brasserie. Het ziet er gezellig uit en ze hebben bier van de tap. Niet goedkoop: AUD 6,20 voor een glas, maar het is niet anders. Het kost bijna overal zo'n beetje deze prijs; alleen de jugs in Sydney waren een stuk goedkoper, maar die hebben ze hier niet.
Er zitten heel veel, heel erg dikke mensen. Bij ons heb je ook wel dikke mensen, maar niet van deze omvang. Ze zijn echt tonnetje rond. En het is er niet één. Ze zitten te zuipen en constant te snacken. Niet gek dus dat ze zo dik zijn. Af en toe loopt een dikkerd de richting van die andere dikkerds op en dan zeggen wij, dat die er wel bij passen. En dan blijken ze inderdaad elkaar goed te kennen.
Er zijn hier veel minder Aziaten, dan in Sydney waar er wel heel veel zijn. Negers zie je daar weinig; Aziaten des te meer.
We eten bij Savoy, een soort eetcafé en nemen daar een fles wijn bij die even duur is als twee biertjes. Lekkere wijn trouwens.
Terug in het hotel halen we bij de bar koud water en ijsklontjes uit de grote Amerikaanse koelkast. Lekker.

Zaterdag 14 decemberKatoomba – Blue Mountains

We krijgen een heel erg uitgebreid ontbijt. Er is een buffet met van alles en nog wat en we kunnen kiezen uit allerlei warme gerechten die à la minute worden klaargemaakt. We worden verwend.
In de bomen in de tuin zitten verschillende witte kaketoes en ook rode pennantrosella's.
We trekken de wandelschoenen aan en vertrekken voor een wandeling door de vallei. Bij Echo-point nemen we de grote trap; een trap van bijna duizend treden die steil naar beneden loopt. Overal staat een hekje langs, omdat de afgrond heel dichtbij en erg steil is. In een half uurtje dalen we tweehonderd meter af. Beneden wandelen we naar het eindpunt van de trein, een kleine twee kilometer verderop. Het is bewolkt vandaag en daardoor heerlijk wandelweer. De temperatuur scheelt al gauw een graad of tien met gisteren. Het is een smal, goed begaanbaar pad tussen eucalyptusbomen en steile rotsformaties. Het is er erg rustig. Af en toe komen we iemand tegen. We horen overal vreemde vogelgeluiden en blijven vaak staan om die te kunnen zien. Dat valt niet mee tussen de vele bomen, maar we zien een zwart geelstaart kaketoe, twee rode pennantrosella's en wat kleine, soms gekleurde, maar meestal saaie donkere, vogeltjes.
Rosella, AustraliëWe bereiken de trein waar het een stuk drukker is. Veel mensen komen hiermee naar beneden, maken een kleine wandeling en gaan met de trein of met de kabelbaan omhoog. Wij besluiten te gaan lopen. Maar net op dat moment begint het te regenen. We wachten even onder een afdakje, maar gaan dan toch lopen. Deze trap is lang niet zo steil als die andere en loopt veel makkelijker. Onderweg schuilen we soms onder overhangende rotsen als het even te hard regent. Zonder die stops zouden we in een kleine drie kwartier boven zijn. Het laatste stuk steken we de paraplu's op, want het regent een stuk harder en het laatste stukje begint het zowaar te hagelen. Grote knikkers komen naar beneden. Nou ja groot, een halve centimeter in de doorsnee, maar de grond wordt toch aardig wit.
Het nadeel van de regen is, is dat er bijna geen uitzicht meer is op de vallei. Er hangt wat laaghangende bewolking en we zien weinig meer. Bovenaan drinken we koffie en trekken een extra shirtje aan tegen de kou.
In de boom bij het hotel zitten wel tien witte kaketoes, een stuk of zes rode pennantrosella's en een paar groene (jonkies) en drie soorten duiven, waaronder de gewone grijze, spitskuifduiven en een zwartwitte.
Het is 16° als we tegen zessen naar 'het centrum' lopen. Bij de Old City Bank is het ook mogelijk om een klein proefglaasje van bier te krijgen. En wat heel grappig is: het 'bier van de maand', Doss Blocks, krijgt men in een bruin papieren zakje waar op de buitenkant het merkteken van dat bier staat.
Het wordt hier goed acht uur pas donker.

Zondag 15 decemberNaar Huskisson – Jervis Bay

Martijn bestelt een typisch Australisch ontbijt en krijgt gebakken eieren, gebakken tomaat, champignons, worstjes en witte bonen in tomatensaus. Lia gaat voor pannenkoeken met spek. We eten hier zoveel bij het ontbijt, dat we de lunch overslaan. Anders worden we net zo dik als de mensen hier!
We gaan vandaag naar Vincentia aan de Jervis Bay aan de oostkust. Eerst rijden we langs wat uitzichtpunten in de buurt van Katoomba, maar daar is het mistig en er is helemaal niets te zien. Het is slechts 14° als we vertrekken. Dat wordt snel een graad of 18, maar het blijft frisjes.
Kaketoe Zwart, AustraliëWe rijden dwars door het land. Niet over snelwegen, want daar is niets te zien. Nu komen we in verschillende leuke plaatsjes waar het soms wel lastig is om de weg te vinden, want aan wegwijzers doen ze hier niet veel. Zo rijden we bijvoorbeeld zo een ziekenhuisterrein op zonder dat we dat in de gaten hebben.
Soms schijnt de zon en dan is het ineens bijna 30°. Als we een paar kilometer later in de mist en de regen rijden, zakt de temperatuur in zeer korte tijd een graad of tien. Het doet ons denken aan het liedje van Crowded House: “Four Seasons in One Day”.
In Wollongong drinken we koffie aan zee. Het is even droog, maar wel frisjes en zwaar bewolkt. Geen mooi gekleurde zee te zien. Het blijft droog en we vinden hotel Dolphin Shores makkelijk. Vincentia is dan ook geen grote plaats. We worden verwelkomd met een lang praatje over de prachtigste stranden in de buurt, die zelfs de witste van de wereld zouden zijn volgens het Guinness Book of Records. Maar als wij over het strand richting Huskisson lopen zijn, is het nog steeds bewolkt en ziet het strand en de zee er uit als zoveel andere stranden. Niets bijzonders. De beloofde dolfijnen (als je vier keer naar het strand loopt, zie je twee keer dolfijnen) zien we ook niet tijdens het uur aan het strand. Huskisson blijkt verder weg dan gedacht en we draaien om. Onderweg zien we een paar zwarte geelstaart kaketoes, vele zeer bont gekleurde parkieten, regenbooglori’s, en een zwart vogeltje met drie felblauwe plekken op zijn kop, een ornaatelfje.
We kijken uit naar de duizenden kangoeroes en wallabies die hier zouden zitten en die overal rond zouden lopen. Het zal wel, maar wij zien ze niet. Tot nu toe pas drie kangoeroes gezien: in de Red Centre twee dode langs de kant van de weg en een dode op ons bord.
Vincentia is uitgestorven. Er is een winkelcentrum met wat gesloten restaurants, een grote supermarkt die wel open is en ook de drankwinkel is open. Daar halen we een sixpack bier, dat we op het zitje voor onze kamer in het hotel op drinken. We gaan naar het enige open restaurant, een Chinees, en zijn daar de enige eters. Prima eten, maar gezellig is anders. Niet verbazend, dat we vroeg op bed liggen.


Maandag 16 decemberNaar Tilba Tilba

Het is nog steeds bewolkt en dus vertrekken we meteen verder naar het zuiden naar Tilba Tilba zonder eerst naar een strand te gaan. Zonder zon is daar niets bijzonders aan.
Eerst rijden we naar Huskisson om te kijken wat we gisteren hebben gemist. Het is een wat levendiger plaatsje, maar ook klein. In het gras bij de zee zitten een paar steltlopers en meerdere roze kaketoes, die 'very common' zijn volgens het boek.
We rijden naar het zuiden en stoppen onderweg als we wat leuks zien. Het land is bedekt met erg groene heuvels en soms wat loofbossen. De asfaltweg is prima en het is er vrij rustig. Soms komen we door plaatsen met leuke namen als Lilli Pilli, Ullabulla, Bessiebelle en Rimbimbie.
We willen koffie gaan drinken in Batesman Bay, maar daar is overal betaald parkeren en aangezien wij zuinige Hollanders zijn, rijden we door. Een paar mannen staan het verkeer te regelen, maar het lijkt of ze geen besef hebben waar ze mee bezig zijn. Als ze er mee op houden, kunnen we eindelijk doorrijden, maar rijden we de andere kant op als iedereen. Daardoor komen we onverwacht op de kustweg terecht. En die is wel heel mooi. Erg jammer, dat de zon nog steeds niet schijnt, want anders zou het water, volgens allerlei folders, heel erg mooi moeten kleuren.
Volgens een berichtje uit een folder in Nederland zou Mogo een leuk en gezellig oud mijnwerkersplaatsje zijn. We parkeren de auto en binnen vijf minuten zitten we er weer in. Niets gezien van een oude mijn of iets dergelijks; alleen maar commerciële winkels zij aan zij. Het lijken wel Chinezen. Die kunnen ook van niets een grote poppenkast maken.
We rijden door naar Narooma en vragen bij het informatiecentrum naar de eetgelegenheden in Tilba Tilba. Wij hebben daar een B&B en zullen dus ergens anders moeten eten. Er is daar helemaal niets, zegt die mevrouw en we gaan boodschappen doen. We kopen brood, gerookte zalm, fruit en bier. En rijden dan het laatste stukje.
Tilba, AustraliëTwo Stories B&B blijkt niet in Tilba Tilba te zitten, maar in Central Tilba. Een heel klein plaatsje. Als we dat binnen rijden, ziet het er wel erg leuk uit. Meteen op de hoek staat de accommodatie en we zijn snel ingecheckt. Er zijn maar drie kamers en wij zijn de enige gasten. Erg gedateerd ingericht met in de slaapkamer allemaal roze bloemen en kantjes en frutsels. Echt Engels. Naast onze slaapkamer hebben we daardoor het alleengebruik van een huiskamer en keuken. We zitten de boodschappen en drank in de koelkast en lopen het dorp (die ene straat) in. Het lijkt wel of we vijftig jaar terug in de tijd terecht gekomen zijn. Bij het B&B hoort een kleine winkel, een oud tankstation (dat er antiek uitziet, maar zowaar blijkt te werken als we goed kijken) en een postkantoor. Dat laatste heeft aan de buitenkant allemaal kleine postbusjes voor de bewoners. Er naast hangt een ouderwetse rode brievenbus en voor het gebouw staat een oude telefooncel, die het ook nog doet. Aan de overkant van de straat zijn de openbare wc's. De andere huizen en winkeltjes zijn allemaal van hout en in verschillende kleuren geschilderd. Het geheel ziet er heel idyllisch en erg Brits uit. Wat kleine winkels met, natuurlijk, theepotten en tearooms zijn er, maar ook een kaasfabriek. We kunnen het niet laten om daar wat van te kopen voor bij de borrel van zo meteen.
Daarna relaxen we in de huiskamer en bekijken alvast de route voor morgen.

Dinsdag 17 decemberNaar Lakes Entrance

Het is zonnig en 23°. Lekker. We rijden naar Tilba Tilba om te zien wat dat dan is. Drie huizen en een winkel. We moeten er om lachen.
We nemen de route langs de kust naar Lakes Entrance, richting Melbourne. Een mooie route en we maken regelmatig een stop om een kleine wandeling te maken en naar vogels te kijken. De weg is erg bochtig en prima om te rijden. Het is heel rustig op de weg. Soms zien we een huis, soms zelfs een dorpje en zowaar een enkel stadje. Nou ja, stadje. Bij ons zou het een dorp heten. De omgeving is erg groen en we zien veel koeien en schapen.
Onze volgende kangoeroe is ook dood en ligt langs de kant van de weg. Misschien is het een wallabie, want hij is niet zo groot. Het verschil is moeilijk te zien.
En dan, eindelijk, vlak voor Eden, zien we de eerste levende kangoeroes in de vrije natuur. Een grote groep licht gekleurde kangoeroes ligt lui midden op een grasveld te liggen. En even verderop steekt een kleine donkere wallabie de weg over.
Voor het eerst in zijn leven krijgt Martijn een alcoholcontrole. En dat om twee uur 's middags. We vragen ons af of ze daar veel zondaars zullen pakken.
Er is verder onderweg niet zo heel veel te zien, maar het merengebied bij Lakes Entrance is mooi. We zitten daar in een goot appartement midden in het dorp. We hebben ook hier een wasmachine en droger en maken daar dankbaar gebruik van. Het dorp is groter dan we verwacht hadden. Maar wat we niet verwacht hadden, is dat er geen café is en het restaurant dat open is, is wel heel duur. Bij de BWS (beer-wine-spirit) kopen we wat te drinken voor ons terrasje. Straks zien we wel voor het eten.
We kijken uit op het bijbehorende zwembad(je) en bomen vol met felgekleurde parkieten. De zon schijnt wel, maar het is niet zo warm meer. Eigenlijk wel fijn. We zitten hier prima, maar na vijven koelt het in de schaduw snel af.
Buiten voor het appartement is een zitje en we drinken daar wat. Tegen half acht vliegen daar de kaketoes rond in groepen van een stuk of twintig. De parkieten horen we schreeuwen. Zodra het donker wordt, vallen ze stil.
Bij gebrek aan een alternatief halen we voor het diner een portie fish and chips. Het is een grote portie en smaakt prima.

Woensdag 18 decemberNaar Walhalla

Eerst bezoeken we naar de supermarkt waar we lekkere broodjes en salami voor ons ontbijt halen.
We rijden vervolgens over de A1 naar Paynesville waar we voor AUD 10 de ferry naar Raymond Island nemen. Volgens verschillende bronnen moeten hier koala's zitten. We rijden een poosje rond en het is veel meer bewoond, dan we gedacht hadden. Het is eigenlijk een heel dorp. We letten vooral op de eucalyptusbomen, waar ze voornamelijk in moeten zitten. We zien verschillende kookaburra's, een ijsvogel van wel 50 centimeter groot, een vreemde grote gedrongen blauwtongskink, een soort hagedis zonder staart en met een grote knalblauwe tong, maar geen koala's. Kooka, AustraliëWe proberen een extra een rondje en zien een roze kaketoe waar we voor stoppen om een foto te maken. En in de boom er naast zien we een koala. In de kruising van een paar takken hangt die lekker te hangen. Leuk! Twee tuinen verder zien we er nog een paar. Zodra we stoppen en uitstappen, doen ze hun ogen open. Verder zijn het vrij luie beesten. Niet zo langzaam als luiaarden, maar veel scheelt het niet. We hoeven dan ook niet bang te zijn, dat ze plotseling verdwenen zullen zijn. Een kleintje boven in de boom begint te piepen en moeders klimt naar boven om die op te halen. Samen gaan ze terug naar haar plaatsje in de boom. Mooi plaatje zo, moeder en kind.
Het is ondertussen lekker warm geworden, een graad of zevenentwintig. Gelukkig is de zon terug en is er geen bewolking.
We rijden door naar Walhalla, een oud mijnwerkersplaatsje. Vroeger woonden er ooit 5.000 mensen; nu maar een handjevol. Het is een mooie, erg groene weg hier naartoe, vrij smal en bijna geen verkeer. Wel krijgen we een lekke band. We zetten de auto in de berm, want zo breed is het hier niet. Het verwisselen gaat snel en we kunnen weer verder. Walhalla is maar klein en we vinden het Wild Cherry B&B makkelijk. Bij aankomst is er niemand en zoals via een eerdere mail toegezegd, ligt de sleutel onder de mat en kunnen we naar binnen. Er staan hier welgeteld twee huisjes met een veranda. Voor het centrale deel hebben we prachtig uitzicht over de vallei. We zitten op ongeveer vierhonderd meter hoogte. Het is er stil; heel stil. Je hoort alleen de wind en de vogels. Vooral de lachende kookaburra's klinken ons heel vreemd in de oren. Kaketoe, AustraliëVeel witte kaketoes zien we overvliegen; soms wel groepen van tien, vijftien.
We lopen het dorpje door en vinden zowaar een kroeg. Deze plaats is veel en veel kleiner dan Lakes Entrance, maar er is wel een kroeg, met tapbier! Wat wil een mens nog meer. Het dorp telt maar zeventien (!) vaste bewoners, waarvan er drie kort geleden zijn komen wonen.
We hebben een diner besteld bij het appartement. Ze hebben voor dit soort gelegenheden een speciale kamer laten maken, terwijl er maar maximaal vier mensen zullen eten. Vandaag zijn we met z'n tweeën. Ze maken er wel werk van. De tafel is prachtig gedekt met heel mooi zilveren bestek en mooi glazen. We drinken een fles wijn. Een fles is even duur als drie glazen. We kunnen beiden kiezen uit drie voor-, drie hoofd- en vier nagerechten. Dat moeten ze dus allemaal twee keer in voorraad hebben.
Vooraf krijgen we een amuse en tussen de gerechten door ook een klein hapje. Brood zit in een stevige katoenen zak met hete stenen. Op tafel staan vier soorten zout (witte Maldon zeezout, lichtbruin Vintage Merlot zout, paars gerookt zout, geel citrus zout) en de boter komt van een plaatselijke boerderij. Het geheel is zeer verzorgd en vreselijk lekker. Bij het nagerecht van kazen neemt Lia een soort Australische port die in een heel apart glas met tuitje wordt geserveerd. Klasse!

Donderdag 19 decemberWalhalla – Baw Baw N.P.

Walhalla, AustraliëWe slapen elke dag een uur of negen à tien. Belachelijke gewoon. Thuis redden we dat van z'n leven niet.
Voor en tijdens het ontbijt zien we verschillende vogels die afkomen op gestrooide nootjes. Veel witte kaketoes, pennantrosella’s en ook een koningsparkiet, knalrood met donkere vleugels met groen vleug. Prachtig.
We rijden naar de autoparkeerplaats van Mount Erica. De laatste vijf kilometer gaat over een onverharde, prachtige weg. Onderweg zien we verschillende rode flitsen van de pennantrosella. Er staat zowaar een andere auto geparkeerd. We wandelen nu op ongeveer 1080 meter en lopen, een beetje ongemerkt, ruim honderd meter omhoog over een goed pad. Langs de kant staan felgroene metershoge varens en daar achter grijze eucalyptusbomen, zover je kunt kijken. Een mooi plaatje. Door de hoge bomen lopen we grotendeels in de schaduw. Wel lekker, want de temperatuur zal vandaag oplopen tot 34°. We komen aan bij Mushroom Point, zo genoemd naar de vele metershoge rotsen die vaag doen denken aan de vorm van een champignon. Het pad gaat een stuk steiler omhoog naar Mount Erica en lopen dat 100 meter hoger op. Dan vinden we het genoeg en draaien om. We moeten dezelfde weg terug, dus we kunnen stoppen als we willen. We zien veel witte bloemen, een paar kleine vogels en drie mensen.
Mount Erica, AustraliëTotaal wandelen we tweeënhalf uur. In deze warmte is dat genoeg en we hebben het idee, dat we een beetje van het diner van gisteren eraf gelopen hebben. Het is wel grappig: langs de kant van de weg staan allerlei waarschuwingen voor gladde wegen en sneeuwkettingen, terwijl het buiten 34° is. In de winter (juni, juli, augustus) is het hier een skigebied. In alle kamers waar wij slapen, staan dan ook kachels en liggen er elektrische dekens op bed.
We rijden een stukje door naar de dam, maar daar is niet zoveel te zien. We gaan siësta houden.
Tegen vijven, als het wat afgekoeld is, wandelen we het noordelijke stuk van het dorp door. Oude houten, opgeknapte huisjes staan er. Er staan zoveel huizen, dat we niet kunnen voorstellen, dat hier maar zeventien mensen wonen. In de bosjes zien we twee liervogels met hun grote veren. We zien ze niet zo goed, want ze zitten een beetje in het donker.
In het café treffen we de halve bevolking aan. We beginnen ze onderhand te kennen: we weten wat ze drinken en in welke auto ze rijden. Iedereen stapt met drank op in de auto. We eten daar een hapje en drinken een fles wijn. Wij krijgen die in een koeler. Andere bestellen later ook een fles, maar die krijgen geen koeler. Misschien hebben ze er maar een.
‘Seven-up’ gaat naar huis en z'n hond springt in de auto.


Vrijdag 20 decemberNaar Geelong

's Morgens worden we wakker van de witte kaketoes. We kennen ondertussen hun gekras. Kookaburra's lachen heel hard, zwarte kaketoes kakelen en rode crimsons piepen drie keer.
We zitten op ons terras midden in de natuur en kijken naar de vogels. Het is er verder stil. We horen alleen de bomen, als het waait, en de vogels. Bij de accommodatie hoort een eenzame witte kip. Vroeger liepen er een stuk of tien, maar de anderen zijn opgegeten door vossen. Deze ene heeft het overleefd. Hij slaapt iedere nacht op dezelfde tak naast het gebouw.
Na het ontbijt (weer perfect) gaan we op weg naar Geelong, dat vanaf hier aan de andere kant van Melbourne ligt. We rijden er over kleine wegen naar toe. Die zijn veel mooier dan de snelwegen en zien we nog wat onderweg.
We moeten dwars door Melbourne, een stuk snelweg, maar ook gewone straten. Er is geen hele ringweg omheen. Met behulp van kaarten en de GPS rijden we er zo door heen zonder verkeerd te rijden.
In Geelong hebben we een appartement midden in de stad. Het is een vrij grote stad met meer dan 200.000 inwoners. Een heel verschil met gisteren. We vragen de weg naar een bandenzaak om de lekke band te laten plakken. Morgen kunnen we hem ophalen.
We lopen de vijfhonderd meter naar de zee en vinden makkelijk restaurant Le Parisien. Van Jason, die vroeger chef-kok van Le Parisien was, hebben we vanochtend in Walhalla een kerstmiswens meegekregen voor een vriend die we daar afgeven. Die man vindt het prachtig.
Zo tegen vijven is het een graad of vijftien koeler dan rond het middaguur. Aan zulke verschillen moeten we echt wennen. Dat blijft vreemd voor ons.
Hoewel het een grote stad is, zijn er verrassend weinig restaurants. Veel take-away's, maar dat willen we niet. Uiteindelijk belanden we bij een Mexicaan waar het vrij druk en gezellig is. Op elke tafel staat een vlag en als je iets van de bediening wilt, moet je de vlag hijsen. Grappig. Lekker eten en de corona met citroen smaakt ook goed.
We kopen een pak met vier liter plaatselijke wijn voor AUD 14 voor de komende dagen. Hij smaakt prima.

Zaterdag 21 decemberNaar Apollo Bay

Kangoeroe, AustraliëWe hebben niet goed geslapen door het slechte bed en de herrie 's nachts buiten. Eerst hadden de buren schreeuwende ruzie en later was er een hoop doordringend gebrom van één of ander instrument.
We halen de autoband op, die echter zo kapot is, dat er een nieuwe moet komen. Voor AUD 85 kopen we die en ze kijken meteen even de andere banden na. We moeten later maar eens gaan vragen of we dat terug kunnen krijgen.
We rijden eerst een stukje terug naar Serendip Sanctuary. We dachten, dat dit een groot natuurgebied was waar allerlei dieren en vogels zitten, maar het is meer een dierentuin. Valt een beetje tegen. Er zijn heel wat groepen mensen die hier een hele dag uit van maken en sjouwen met kleden, grote koelboxen en hele dozen bier. Geen wonder eigenlijk, die drankcontrole gisteren midden op de dag.
We rijden over de Great Ocean Road die begint bij Torquay. Dit moet een prachtige weg zijn langs de kust. Dat is het waarschijnlijk ook als de zon schijnt. Maar vandaag is het bewolkt en later regent het. Gisteren was er in Geelong een warmterecord met 41°, vandaag wordt het niet warmer dan 17. Het is een goede asfaltweg en heel bochtig en door de regen is er niet veel te zien bij de uitzichtpunten. Jammer. Bij de golfclub in Anglesea zou een grote groep kangoeroes leven. We rijden een poosje rond en zien ze inderdaad op de greens rondhobbelen. Wel ver weg, maar toch.
Bij Split Point Lighthouse wandelen we een stukje naar de vuurtoren en het is zowaar even droog. Een mooi gebied met rotsen en zee. We drinken koffie en eten een quiche.
Het is vrij druk op de weg en onderweg zien we veel volle campings, die tot gisteren allemaal bijna helemaal leeg waren. Vandaag is de grote vakantie begonnen, die tot eind januari duurt, en dat is te merken.
In Apollo Bay hebben we een mooie kamer met balkon en uitzicht op zee waar we grote golven zien. Tegen vijven gaan we op zoek naar een café, maar dat blijft moeilijk. Eindelijk vinden we een soort sportbar bij een hotel. Gezellig, redelijk druk en tapbier. Overal hangen tv's waar allerlei sporten worden uitgezonden. Aan de andere kant van de bar is een wedkantoor waar druk gebruik van wordt gemaakt. Heel wat mensen lopen met gokbriefjes rond. We eten hier in het restaurantdeel, waar het erg druk is. We krijgen het laatste tafeltje. Men eet hier vroeg. Wij zijn er tegen half acht en dan zijn de meeste mensen al bijna klaar. Een half uur later is het grotendeels leeg.
We hebben al een paar keer meegemaakt, dat we wat moesten betalen en we een hand klein geld te voorschijn haalden om het bedrag te passen. Dat was dan echter net te weinig, maar ze vonden het dan wel goed. Grappig.

Zondag 22 decemberApollo Bay

We doen eerst boodschappen voor het ontbijt. Het is droog en de zon schijnt vrij veel vandaag. Dit in tegenstelling tot het weerbericht, dat de hele dag regen had voorspeld. Wij zijn er blij mee.
We rijden een stukje over de kustweg en maken een kleine wandeling bij Maitst Rest, het laatste stukje overgebleven regenwoud. Er is een goed pad aangelegd en over de meest drassige stukken liggen planken. Het is erg groen. Veel hele grote bomen en varens. En de vliegen zijn terug. Dat is wel vervelend. Nu staan er een paar auto's geparkeerd, als we er 's middags langs rijden, is het afgeladen druk.
Koala, AustraliëNaar Cape Otway is een smalle asfaltweg en net op een plaats waar wat uitwijkmogelijkheden zijn, staat een aantal mensen te kijken en te fotograferen. Er zitten koala's in de bomen! Leuk. Als je goed kijkt, zie je er steeds meer. Er stoppen ook steeds meer auto's. Iedereen lijkt op weg naar de vuurtoren, maar iedereen wil ook koala's zien. Een klein eindje verderop zitten er een paar heel dicht bij de weg en laag in de bomen. Je zou ze kunnen aanraken. De beestjes trekken zich niets van ons aan en zitten lekker te eten. Het zijn luie beesten. Een probleem hier is wel dat heel veel bomen dood gaan en men heeft geen idee waarom. Hierdoor komt er steeds minder eten voor de koala's en men vraagt zich af hoe dit verder gaat.
Wij willen geen AUD 18,50 p.p. toegang betalen voor de vuurtoren en wandelen een stuk van de Great Ocean Walk. Het wordt steeds zonniger en warmer.
Als we terug bij de auto komt, rijdt men rondjes om een parkeerplaatsje te vinden. Wij rijden naar Pt. Franklin waar maar één andere auto staat. Hier wandelen we naar Parker Hill waar we een mooi uitzicht hebben. Het laatste stukje naar de inham beneden duurt volgens het bord vijf minuten. Dat is ook zo. Omhoog duurt een stuk langer, want het zijn alleen maar trappen. Je kunt er niet op een andere manier komen. Er zitten toch wat mensen met vliegers en koelboxen. Mooi.
We drinken wat bij dezelfde bar als gisteren, maar er zitten nu allerlei dronken jonge mensen, die zo luidruchtig en vervelend worden, dat we ons bier laten staan en weg gaan.
Bij de Tapasbar gaat het ook al niet helemaal naar wens. De eerste ronde gaat helemaal goed en smaakt prima. Daarna willen we nog wat bestellen, maar dat lukt niet. Het is er wel vrij druk, maar dat mag toch geen excuus zijn. We laten het maar zitten en gaan betalen aan de bar, zoals je hier overal doet.
'Thuis' drinken we een wijntje en zien we een vrij aardige zonsondergang. Voor hier zal het wel mooi zijn, maar wij hebben die bloedrode zonsondergangen in Indonesië nog in ons hoofd.

Maandag 23 decemberNaar Port Fairy

Apostelen, AustraliëVandaag gaan we naar Port Fairy, dat verder naar het westen aan de kust ligt. Om een uur of elf krijgen we het diepterecord qua temperatuur deze reis (tot nu toe): 9° en het regent. Hier zitten we niet op te wachten, maar wat doe je eraan.
Gelukkig verandert het weer hier snel, en als we bij de Gibson Steps aankomen, is het een graad of tien warmer en schijnt zelfs de zon zo nu en dan. We lopen de hele trap naar beneden tot we op het strand staan en we mooi uitzicht hebben op rotsformaties in zee. Een klein stukje verderop is het Twaalf-Apostelen-uitkijkpunt. Prachtig gezicht. Het zijn alleen geen twaalf apostelen, maar een stuk of zeven grote rotsen die uit het water oprijzen. Aan de onderkant bij het water slijten de rotsen steeds verder af tot ze, ooit, in zee zullen storten. Ook bij het volgende uitkijkpunt bij Loch Ard Gorge zien we die rotsen liggen. In de bosjes zit een polsdikke blauwtongskink. Weer zo'n vreemde hagedis zonder staart.
Port Campbell is voor hier de grootste plaats in de omgeving en we proberen brood te kopen. Proberen dus, want dat lukt niet. Overal kun je uitgebreid lunchen, maar dat willen we niet. Anders groeien we helemaal dicht, net zoals veel Australiërs. We spreken ons noodpakket koeken aan.
Bij Bay of Islands zijn de rotsen veel meer rood gekleurd; tot nu toe waren ze geler.
Baai, AustraliëWe rijden door naar Tower Hill waar een krater is waar koala's, emoes en kangoeroes zitten. We zetten de auto neer, drinken koffie bij het informatiecentrum en gaan wandelen. Een prachtig pad, heerlijk rustig, en al snel zien we de eerste emoes. Er zullen er heel wat volgen. We lopen het pad langs de bovenkant van de krater en kijken mooi uit op het kratermeer. Een deel daarvan is bedenkt met heldergroen kroos waar een stuk of tien eenden in zitten. We zien een grote mierenegel de weg oversteken en lopen daar snel naar toe. Hij zit rustig in het rond te snuffelen en we zien hem een hele tijd voordat hij in de bosjes verdwijnt. Mooi!
Verder zien we veel vogels, waaronder blauwe ornaatelfjes en natuurlijk witte kaketoes, die veel voorkomen.
Af en toe hebben we een beetje regen, we schuilen dan onder de bomen, en even later is de lucht helemaal blauw. Tien minuten later kan het dan weer totaal betrokken zijn. Vreemd.
We lopen een stukje langs het water en we horen heel veel kikkergekwaak. De kikkers zelf zien we niet en het water ook amper. Dat is voor een groot deel vol gegroeid.
Krater, AustraliëWe rijden het laatste stukje naar Port Fairy en we zijn de krater nog niet uit of we zien een kangoeroe grazen in een weiland. Hij ziet ons, maakt zicht groot (twee meter) en gaat rechtop zitten om ons goed te bekijken. Leuk.
We zitten in Motel Central, inderdaad, midden in het dorp. We zijn laat voor ons doen, het is al zes uur, en we gaan meteen het dorp verkennen. We zitten in de winkelstraat waar een paar restaurantjes zijn. Ook in de grote zijstraat zitten er verschillende. We kijken overal rond en de laatste lijkt ons het leukste. Het is The Stump-Caledonian Inn. Een gezellige kroeg waar de plaatselijke bevolking zit te drinken. De een wat meer aangeschoten dan de ander, maar niemand is vervelend, alleen maar leuk en iedereen heeft de grootste lol. Het valt ons wel op, dat alle lokalen altijd kleine glazen bier drinken. Wij gaan altijd voor de schooners van ongeveer 0,3(3) liter.
Aan de ene kant is de kroeg, aan de andere kant het restaurant. Wij drinken eerst een biertje in de kroeg. Dan nog eentje en blijven meteen maar eten. We halen de menukaart en kiezen voor een visschotel en rundvlees in een potje. We blijven in het kroegdeel zitten, hier eten meer mensen, en we zitten te genieten. Het bestek moeten we in het restaurantdeel halen en daar staat ook brood, salade en een paar warme gerechten die je mag nemen. Maar de porties eten zijn zo groot, dat we dat niet doen. We zien daar twee mannen zitten met allebei zo'n enorme lap vlees op hun bord, dat we denken, dat zij de Stump Rump van 900 (!) gram hebben besteld. Dit café is een echte aanrader!


Dinsdag 24 decemberNaar Halls Gap – Grampians N.P.

We gaan eerst boodschappen doen bij de plaatselijke supermarkt. Morgen is het eerste kerstdag en ondertussen hebben we begrepen, dat er dan heel veel dicht is. We halen brood, beleg en een sapje voor een paar dagen. Ook een nieuw noodpakket koekjes, voor het geval dát. Dat hebben we eigenlijk altijd wel bij ons en blijkt soms heel handig te zijn.
We stappen in de auto en rijden naar Halls Gap waar The Grampians National Park ligt. Het is bewolkt, maar hoe verder we naar het noorden rijden, weg van de zee, hoe minder wolken en hoe meer zon er is. We rijden over een mooie weg langs weilanden waar grote groepen schapen en koeien staan. Men is druk aan het hooien. Soms rijden we langs hele velden vol met blauwe bloemen. Het is duidelijk voorjaar.
Bij de Grampians zelf is het helemaal blauw en een graad of 17, terwijl het veel warmer aanvoelt, doordat er geen wind staat. Lekker.
Bij het informatiecentrum in Halls Gap stappen we uit en we kunnen elkaar niet meer verstaan door het geluid van de vele krekels of cicaden. Wat een herrie. We halen een wandelkaart en drinken buiten koffie, voordat we naar ons motel rijden. We hebben een kamer met uitzicht op de bergen gevraagd en krijgen die ook. We vragen naar restaurants voor morgen en met de informatie die we krijgen, besluiten we om bij de supermarkt inkopen te gaan doen, want morgen zal alles dicht zijn. Vanavond moet het wel lukken om te gaan eten. We zullen zien.
We eten wat en rijden daarna naar de MacKenzie Watervallen. We lopen daar alle paden en kijken bij alle uitzichtpunten. Een mooie waterval. Op de kortste en makkelijkste stukken lopen gezinnen met kinderen, die rond rennen en schreeuwen. Als je dieren en vogels wilt zien, moet je dat dus niet doen. We nemen de langere route en zien daar een wallabie in de bosjes rondscharrelen. Ook hier geeft een stel zeer luidruchtig commentaar. Rode-boom, AustraliëDat begrijp je toch niet. Wil je nou wat zien of niet.
Hoe dan ook, we wandelen lekker en genieten van het uitzicht. We lopen alle trappen naar beneden naar de onderkant van de waterval. Mooi.
Op de terugweg nemen we een kijkje bij The Balconies, een uitzicht op de rotsen in de verte, bossen en een meer op de voorgrond. We wandelen een kilometer naar een ander punt. De mensen die je tegen komt: een vrouw van een jaar of vijftig met T-shirt hoog opgerold tot net onder de borsten, zodat je haar witte buik ziet. Als ze nou een mooi figuur zou hebben, maar met die vetrollen ziet het er niet uit. Drie, waarschijnlijk Australische, jongens met flessen bier en zeer luidruchtig. Je vraagt je af wat ze hier doen.
Bij het motel ligt ons zitje mooi in de schaduw en nemen we een biertje. We zien een paar zwartwitte koeien in de verte lopen die snel nieuwsgierig dichterbij komen. Even later volgen een paar witte kaketoes die op ons terras, twee meter van ons vandaan een paar stukjes chips van vorige bewoners vinden. Dan volgen eksters met jongen en even later zijn de eenden aan de beurt. Wij wachten op de kangoeroes, wallabies en papegaaien die hier in Halls Gap niet te missen zouden zijn. Er vliegt een groep van een stuk of honderd witte kaketoes over. Prachtig.
We wandelen naar een open Indiaans restaurant, een eindje verderop. We zien drie grote kangoeroes in een weiland scharrelen. Als ze ons zien, gaan ze netjes rechtop staan. Mooi gezicht. Voordat we bij de Indiaan zijn, zien we een ander open restaurant, Darcy's, waar redelijk wat mensen zitten. We gaan daar steengrillen. Lekker. Flesje wijn er bij. We stinken helemaal naar de rook.
Op de terugweg zit een kangoeroe bij een boom te eten. Hij trekt zich niets van ons en ons flitslicht aan.
Op ons terras nemen we een glaasje wijn en we horen hop, hop, hop en ja hoor, op twee meter afstand springt een kangoeroe voorbij. Leuk.
Het is onbewolkt, geen maan en een schitterend sterrenhemel.

Woensdag 25 decemberHalls Gap – Grampians N.P.

Eerste kerstdag. De kaketoes zijn ook al op en ze maken zo'n herrie, dat we er wakker van worden. Het lijken wel tien kakelende kippenkooien bij elkaar.
Vandaag maken we de Wonderland Loop naar de Pinnacle. We vullen onze flessen met water uit de kraan, maar dat is hier niet zo lekker. Bijna overal is het prima te drinken, maar hier zit te veel chloor in het water. We doen er zo'n tien procent jus d'orange bij en dan proef je die chloor niet meer.
Het is ongeveer tien kilometer lopen, maar wel vierhonderd meter omhoog. Het eerste deel is vrij vlak en tot de Splitters Falls gaat het prima. Dan lopen we de canyon door, heel mooi, maar dan beginnen de trappen. Er komt maar geen eind aan. We zijn beide verkouden, lopen te snotteren en daardoor hebben we niet zo heel veel adem. Maar we komen er, uiteraard. We moeten door de Silent Street, een smalle canyon, waar je als dikke Australiër problemen mee zou kunnen krijgen. De Pinnacle is een stukje rots die boven alles uit steekt. De wand gaat steil naar beneden. Er staat wel een hek om, anders waren we er niet op gegaan. Dan volgt het pad terug naar Halls Gap, naar beneden. Ook hier heel veel trappen, maar naar beneden loopt dat toch anders! Pinnacle, AustraliëIn anderhalf uur zijn we terug. We zijn bijna beneden als we een Indiase familie tegenkomen, die omhoog gaat. Ze willen naar de top, maar wij sturen ze terug. Ze hebben geen idee, dat zij daarvoor, inclusief de terugweg, nog een kleine vijf uur zouden moeten lopen. Bovendien lopen ze op teenslippers en zit er maar weinig water in hun flessen.
We hebben verschillende kookaburra's, rode papegaaien, veel vlinders, een duif met vreemde gele vlekken, hagedissen en een aantal ons onbekende vogels gezien. En o ja, van de kookaburra's hebben we hun vreemde lachen gehoord en van de krekels werden we horendol. Ze maakten zo veel herrie, dat we naar elkaar moesten schreeuwen om verstaanbaar te zijn.
Terug in het dorp is alles gesloten behalve de benzinepomp. We kopen daar een paar classic magnums en een tweeliterfles koude citroenlimonade.
Tijd voor siësta.
Later eten we ons kerstdiner, dat we gisteren in de supermarkt bij elkaar hebben gescharreld. In het dorp zijn alle restaurants gesloten. We eten lekkere Italiaanse sneetjes brood die we even roosteren, gerookte zalmforel, tonijndip, paté met port en een stuk overheerlijke blauwe kaas.
We zitten buiten op ons terras voor het grote veld waar een paar zwartbonte koeien grazen. Na zevenen komen de kangoeroes. Eerst eentje. Die staat even langs het hoge gewas, kijkt om zich heen en springt er dan in. Ze komen één voor één en ze hebben allemaal dezelfde manier om het gras in te gaan. Ze gaan daar grazen en het gras is zo hoog, dat je ze niet ziet. Maar telkens komen ze even omhoog om te kijken of de kust nog veilig is. Als er een onverwacht geluid is, verschijnen alle kopjes tegelijkertijd boven het maaiveld. Prachtig. Hier kunnen we lang naar kijken. Er zitten er een stuk of vijf en in de verte zien we er een heleboel grazen. Het wemelt er van. Als laatste, als toegift, verschijnt vlak voor ons een moeder met een jong in haar buidel. Ze hopt net zo makkelijk het veld in als de rest.


Donderdag 26 decemberNaar Melbourne

Tijdens het ontbijt zien we een stuk of acht kangoeroes hoppen in het veld.
Hierna vertrekken we naar Melbourne. We nemen de snelste weg, want onderweg is niet veel te zien. Het is ongeveer 250 kilometer rijden. Onderweg drinken we koffie en we bestellen zoals altijd 'two long blacks, one with one sugar and one black'. Meestal kost een bakkie ongeveer € 2,50 tot 3,50, afhankelijk van de grootte van de kop die je bestelt.
We nemen het mooie weer met ons mee. Wij komen van de zon en voor ons ligt een regenfront, dat we langzaam inhalen. Als we Melbourne binnen rijden, regent het even, daarna wordt het zonnig en droog. De weersverwachting voor de komende dagen is absurd: vandaag 28°, morgen 21°, zaterdag 34°, zondag 20°, maandag 24°. Wel altijd droog, maar hoe wisselvallig wil je het hebben.
In Melbourne nemen we per ongeluk een verkeerde afslag en doordat we snel moeten kijken waar we nou zitten en hoe we moeten rijden, vergeten we te tanken. We vertellen, dat we een nieuwe band hebben moeten kopen en ze vergeten de benzine.
We lopen de kilometer naar het appartement, dat midden in het centrum dichtbij China Town zit.
We zitten vrij hoog, op de 17de verdieping en hebben aardig uitzicht. Zit je lager, dan kijk je tegen een donkere blinde muur aan. We maken een oriënterend rondje door de buurt en zien tal van restaurantjes. Maar vooral ook heel veel (gewone) winkels waar het stikt van de mensen. Daar zijn we snel weg en we gaan een biertje drinken bij het James Squire Brewhouse waar Martijn een four-wives-beer besteld. Weer eens wat anders.
Daarna dwalen we wat rond en komen bij een tap, een wedkantoor dat tevens bar is, uit. Ook hier wordt volop gegokt en men haalt steeds briefjes uit een automaat. Veel wordt er niet gewonnen en het is een zenuwslopende bezigheid, vinden wij. Begin er niet aan! Het schijnt een groot probleem te zijn. Veel mensen vergokken hun salaris.
We eten tegenover het hotel bij een Japanner waar het personeel heel erg efficiënt is. Het eten is goedkoop en het smaakt, zoals bijna altijd, prima. Als we buiten komen, is het behoorlijk afgekoeld.
In het appartement hebben we gratis wifi en we zetten de top 2000 van radio 2 aan. Het is voor het eerst, dat we niet thuis zijn sinds de top 2000 wordt gedraaid en we horen nu alle liedjes die de meeste mensen in Nederland zullen missen. Door het tijdsverschil horen wij de nummers die daar 's nachts worden gedraaid.

Vrijdag 27 decemberMelbourne

Melbourne, AustraliëWe gaan al vroeg op pad. We nemen de gratis tram naar de haven waar we even rond kijken. Niet lang, want er is helemaal niets te beleven. Het trammetjes was ook al zo rustig. We zijn waarschijnlijk te vroeg. Bij het buskantoor met bussen naar het vliegveld kijken we naar vertrektijden en vragen naar de service om mensen bij het hotel op te pikken. Die is er niet, zeggen ze, terwijl we daar wel over gelezen hebben. We denken, dat deze is opgeheven, maar zodra we buiten komen, zien we een busje rijden... met op de zijkant in grote letters 'free hotel service'. Wie is hier nou gek? We vragen het later in het hotel en, ja hoor, ‘dat kunnen we voor jullie regelen’ en ze bestellen die meteen voor ons via internet.
We zien veel voetgangers gekleed in het geelgroen die op weg zijn naar de cricket Boxing Day Test, een van de belangrijkste sportevenementen in het land.
De Victoria-markt is erg groot met heel veel fruit, vis, enorme, maar dan ook enorme lappen vlees, kleding en souvenirs. Leuk om te zien. En wat ze ook verkopen: drop. Echte onvervalste zoute drop. Grote dikke strengen die we niet kunnen laten liggen. We nemen het trammetje terug, dat nu tjokvol is en nemen de rest van de dag vrij.
Het weerbericht van gisteren klopt: eerst bewolkt en wat frisjes (15°), daarna zon en warmer.
Leuk die top 2000!
In het café op de hoek waar wij een biertje drinken, zitten supporters van de voetbalclub Melbourne Hearts. Veel dragen een shirt of een shawl. Er is zelfs een oudere mevrouw met een prachtig plastic bolhoedje in hun kleuren. Zo schattig.
We zitten, zoals altijd, alle mensen te bekijken en blijven ons verbazen over de grote hoeveelheid enorme dikke mensen en de vele tatoeages. We kunnen er maar niet aan wennen. Het is echt afzichtelijk.
Flinders, AustraliëWe hotpotten bij een Chinees. Onbeperkt eten voor AUD 27 p.p. Er is geen alcohol te koop, maar desgewenst mag je dat zelf meenemen en dan wordt er AUD 2 kurkgeld berekend. Het is het zogenaamde BYO (bring your own)-systeem.
Het is er gezellig en het eten smaakt prima, maar blijkt later niet goed. 's Nachts hebben we allebei last van diarree. Dat is nou weer jammer.

Zaterdag 28 decemberMelbourne

We dwalen door de straten in het centrum en zien de vele cricketsupporters richting stadion lopen. Zowel de geelgroene Australiërs als de roodwitte Engelsen zijn goed vertegenwoordigd. Iedereen loopt rustig met volle tassen eten en drinken, geen gezang, geen beledigingen over en weer.
We drinken koffie bij BlueTrain aan het water en lopen de hele kleine straatjes door. Die zitten vol met eet- en drinkzaakjes en overal staan terrasjes. Het is er beredruk. In een snoepwinkel verkopen ze zowaar wel tien verschillende soorten drop. Dat zie je niet vaak in het buitenland.
Met het gratis trammetje gaan we nogmaals naar het Waterfront. Daar is het nu wel wat drukker, maar het is een ongezellig winkelcentrum. We eten een broodje en gaan dan terug naar het hotel. De gratis tram is wel handig, want voor het gewone vervoer moet je, net als bij ons, een kaart kopen. Voor die drie dagen is dat de moeite niet.
Op het Federationplein wordt op een groot scherm het cricket vertoond. Er staat een verrijdbare kar waar strandstoelen en tafeltjes in staan die je mag gebruiken. Grappig.
Het is inderdaad warm vandaag. Ruim dertig graden en de temperatuur stijgt ieder uur. Maar om een uur of vier draait de wind, we zien een vlag de andere kant opwapperen, en keldert die ineens binnen twintig minuten maar liefst veertien graden! Het is blijkbaar wel uitzonderlijk, want 's avonds op het nieuws vertellen ze dat ook.
's Middags rustig aan. Lekker niks doen, beetje lezen, top2000 a gogo. Fijn een paar dagen wat rustiger aan.
We gaan naar het Charles Dickens café annex restaurant. Het zit ondergronds en valt niet op. Toch zit het redelijk vol en later vrij vol. Zoals overal hangen er verschillende televisies aan de muur met verschillende sportprogramma's. In een restaurant gaat het als volgt: óf je bestelt aan je tafeltje en rekent later aan de bar af óf je bestelt en betaalt vooraf aan de bar en krijgt dan een standaard met een nummer mee en wordt het eten gebracht.

Zondag 29 decemberMelbourne

Federation, AustraliëWe zijn op de helft van onze vakantie. Nog maar zes weken...
We dwalen vandaag wat langs de rivier. In Melbourne is niet zo heel veel te zien. Er zijn geen markante plekken, maar wel een paar mooie oude gebouwen, zoals het Flinders Treinstation, het Parlementsgebouw, het Forum en een aantal typische Engelse gebouwen en kerken die erg afsteken tegen de hoge nieuwbouw. Net zoals in Sydney.
Er zijn overal terrasjes, maar die worden pas tegen elven wat voller. Het leven komt hier langzaam op gang. We lopen langs de Rod Laver Arena, waar volgende maand de Australien Open (tennis) wordt gespeeld. Aan de overkant van de weg ligt het MCG (Melbourne Cricket Ground) waar de Ashes worden gespeeld. Vandaag is de vierde en laatste dag hier, daarna verkast men naar Sydney. Op het Federationplein volgen we de wedstrijd op het grote scherm. We zijn niet de enigen. Iedereen zit gewoon op de grond (geen stoelen vandaag) en volgt de wedstrijd. Als Australië deze wedstrijd wint en met 4-0 voorkomt, klinkt er een beschaafd applausje. Geen gejoel, gezang of geroep.
We eten een paar dumplings als lunch. Weer eens wat anders.
Het is vandaag een heel stuk koeler als gisteren, maar als 's middags de zon gaat schijnen, is het uit de wind heerlijk.
Af en toe zien we wat typische Nederlandse woorden: pier, ladder. Grappig.
Beneden in het hotel staan een paar computers en een printer voor algemeen gebruik. We willen inchecken voor de vlucht van morgen en hebben daarvoor een printer nodig. Dat gaat supersnel. Erg handig zo.


Maandag 30 decemberNaar Launceston (Tasmanië)

We pakken alles in en lopen de straat op om geld te pinnen. Dat kan overal, maar een brood kopen geeft meer problemen. We zien geen enkele bakker. Wel allerlei zaakjes met belegde broodjes en daar halen we tenslotte maar wat.
De bestelde bus pikt ons op en brengt ons gratis naar het centrale vertrekpunt van de bussen naar het vliegveld. We kopen een kaartje voor AUD 17 p.p. en binnen twintig minuten worden we op het domestic vliegveld afgezet voor de vlucht naar Launceston op Tasmanië. Erg handig, dat we gisteren hebben ingecheckt, want voor die balie staat een enorme rij mensen te wachten. We kunnen meteen door naar de bagage drop-off en daar staat ook een enorme rij. We sluiten aan en het gaat verrassend snel. Binnen een kwartier zijn we klaar en ook door de handbagagecontrole. Bij binnenlandse vluchten mag je gewoon vloeistoffen meenemen. We drinken een kopje koffie en dan is het al tijd om in te stappen. Na een voorspoedige vlucht landen we na een uur op Tasmanië.
Bij Europcar halen we een blauwe Nissan op en rijden daarmee naar de stad. Het is even wennen, want tot nu toe hadden we automaten, nu een schakelauto. Met links schakelen gaat eigenlijk vanzelf.
De parkeerplaats bij Hi George B&B (http://www.higeorge.com.au/) is wat lastig te vinden, maar, natuurlijk, komen we er. Het is een kleine, knusse B&B met slechts zes kamers net buiten het centrum. George verontschuldigt zich voor de kleine kamer, maar vindt drie dingen belangrijk: een goed bed, een rustige ligging en een prima ontbijt. We zijn het met hem eens.
We krijgen een stadsplattegrond en lopen het dorp is. Het is wel de tweede stad van Tasmanië, maar meer dan een dorp is het niet. Wat wel een grote trekpleister is: de James Boag Brouwerij. Lekker bier is dat. We lopen er heen en bestellen een rondleiding voor 10 januari als we hier terug komen. Dat is onze laatste avond in Tasmanië en trouwens in heel Australië en dat lijkt ons een leuke afsluiting.
We wandelen naar de kloof, net buiten de plaats. Een mooie wandeling. Heen gaan we over een goed pad langs de rivier, terug via de overkant waar het pad wat meer op en neer gaat. Wat bezienswaardigheden betreft, zijn de Australiërs net Chinezen: ze maken overal een kermis van. Ook hier. Midden in de natuur, langs de rivier, ligt een groot resort met zwembad. Het valt helemaal uit de toon.
We gaan naar de pub. Grappig is, dat die hier overal ‘hotel’ heten. Een café is meer een lunchroom. Ook hier drinkt iedereen kleine biertjes. Wij nemen altijd een (grotere) pint. Die glazen komen uit de koelkast, de kleintjes staan gewoon naast de tap. Overal hebben ze veel bieren op de tap. Vaak wel een stuk of zes, zeven. Ze hebben hier ook een grote koelkast met allerhande flessen bier, maar ook flessen met whiskey met limonade of brandy met cola. Een soort breezers volgens ons.
Aan de bar zitten een paar mensen met stapeltjes geld voor zich. De barman vult uit zichzelf hun glazen bij en pakt dan wat geld. Duidelijk zichtbaar legt hij het wisselgeld terug. Grappig.
Deze pub ligt niet ver van het B&B af en is ons aangeraden door George. Volgens hem moet je hier ook goed kunnen eten en dat doen we dan ook maar. Het restaurantdeel is vrij druk en het eten smaakt prima.

Dinsdag 31 decemberNaar Cradle Mountain

Tasmanië Papavers, AustraliëHet bed is prima en de rustige ligging ook. Met zes andere gasten zitten we gezellig om de grote tafel in het ontbijtdeel en het ontbijt is prima. Gezellig zo. George belooft ons bij terugkomst een grotere kamer. Het maakt ons niet echt uit.
We rijden vandaag naar Cradle Mountain, maar doen eerst boodschappen bij Coles, een grote supermarkt. We doen inkopen voor het ontbijt, lunch, hapjes en snacks. We zetten alles in de auto en gaan lopend op zoek naar de flessenwinkel (bottleshop), een aparte winkel voor de alcohol. Zoals altijd zit die vlak langs de grote supers en we slaan bier en wijn in.
We rijden niet over de snelweg, maar over de oude weg die er langs loopt. Zo komen we door dorpjes en kunnen we stoppen wanneer we willen. Het is een goede asfaltweg, wel smal en bochtig, maar prima te rijden. We zien hele velden met roze papavers, gele bermen en bergen op de achtergrond. Lieflijke valleien met kleine dorpjes, schapen en runderen. Het is niet zo verlaten als in Zuid-Australië; er staan meer huizen en boerderijen.
Het is zonnig vandaag en een graad of twintig. Lekker.
Een kilometer voor Cradle Mountain steekt een wombat de weg over. Wat een vreemd beest is dat. Het lijkt op een grote baal wol, zo'n zestig, zeventig centimeter lang en vrij dik met een kale kop. Ze zijn niet erg snel en scharrelen een beetje rond. Leuk.
Tasmanië Cradle, AustraliëWe zijn nogal vroeg, een uur voor de inchecktijd, en bezoeken eerst het Visitor's Centre. Hier kopen we een parkpas voor AUD 60 die acht weken geldig is in alle parken in Tasmanië voor een auto incl. acht personen. Een dagpas voor één park kost AUD 24 voor een auto, dus dat is niet zo moeilijk.
We zitten in Cradle Mountain Wilderness Village en krijgen een bungalow met terras. In de badkamer ontdekken we, jawel, een bloedzuiger en zetten die buiten. Het is de enige die we deze vakantie zullen zien.
We gaan wandelen. Onze accommodatie ligt dicht bij het vertrekpunt van de parkbussen. De parkpas is inclusief zo'n bus die je verder het park in brengt. We laten ons afzetten bij Dove Lake en lopen hier het circuit van ruim zes kilometer, een wandeling van ongeveer twee uur. Het is helder weer en we hebben prachtig uitzicht op de Cradle Mountain en Bran Bluff die mooi aan het water liggen. De zon schijnt er heel mooi op. De toppen van de bergen zijn heel grillig en doen ons enigszins denken aan Zuid-Amerika.
Het is een mooie wandeling over aangelegde vlonders. Hele mooie natuur met veel bloemen in allerlei kleuren. Het is hier voorjaar, begin van de zomer, en dan bloeit alles. Vooral de rode waratahs zijn mooi. Tussen Ronnie Creek en Snake Hill is nog meer kleur te zien. De bodembedekkers hebben een vreemde oranjebruine kleur die in de zon heel mooi oplicht. Het gras varieert tussen allerlei tinten groen en geel. Samen met het blauwe water van de vele plassen en stroompjes en de bloeiende bloemen ziet het er fantastisch uit.
We gaan terug met de bus en lopen het laatste stukje naar ons huisje. We moeten een klein stukje omhoog. Dat we wandelen is mooi meegenomen, want zo zien we een dikke wombat langs de kant van de weg. Met de auto zou je er zo langs gereden zijn. We blijven kijken, totdat hij (of zij) in de bosjes verdwijnt.
Tasmanië Wombat, AustraliëWe zitten binnen te lezen en werpen voortdurend blikken naar buiten om te zien of dieren zich laten zien.
Tegen achten zitten er twee wallabies voor het terras. Ze zitten lekker te eten en storen zich niet aan ons.
We eten in het restaurant van de accommodatie, waar we vooraf moesten bespreken. Heerlijke lamsbout, lang niet gare boontjes, pompoen, tomatenprutje, groot stuk rumpsteak en aardappeltjes in de schil. De witte wijn smaakt er lekker bij.
Daarna doden we de tijd tot de jaarwisseling met wijn. We dachten witte wijn gekocht te hebben, maar het is rode. Ook goed. We kijken naar een tv-programma, dat vanuit Sydney uitgezonden wordt en waar om middernacht het grote vuurwerk zal plaatsvinden. Twee van de drie presentatoren zijn al net zo sjofel gekleed als veel van de Australiërs. Ze dragen wel een pak, maar met het boordenknoopje los en de stropdas op halfzeven. Doe dan geen pak en strop aan. Er is een terugblik en een vooruitblik. Grappig wat ze het over het WK-voetbal zeggen: we krijgen het zwaar, want we moeten tegen Holland én tegen The Netherlands én tegen de Dutchies spelen.
Om middernacht brengen wij een toost uit op het nieuwe jaar. Buiten is het helemaal stil en alles is donker. Het enige wat we zien, is een fantastische sterrenhemel.

Woensdag 1 januariCradle Mountain

Tasmanië Grond, AustraliëGisteren wandelden we in de zomer, vandaag lijkt het herfst. Het regent behoorlijk en het is koud, een graad of tien. We doen niet veel en rommelen wat rond. Nu is het wel lekker, dat je een groot appartement hebt. Een kleine wallabie laat zich zien en schuilt een hele poos onder ons huisje, dat op palen staat.
Net na de middag wordt het droog en gaan we op pad. Eerst naar de Devils at Cradle, waar de Tasmaanse duivel geïsoleerd wordt en zo niet de ziekte oplopen, waar duivels momenteel aan dood gaan. In het wild zijn ze bijna niet meer te zien. Het is een groot probleem, want men heeft geen oplossing voor die ziekte. We zien ook een paar verschillende kleuren quolls, gevlekte buidelmarters. Leuk. In de berm zit een licht gekleurde boswallabie. Die gisteren bij ons huisje zaten, waren donkere Bennett-wallabies.
Daarna laten we ons met het busje afzetten bij Ronny's Creek en wandelen door het mooie landschap naar het Interpretation Centre. Er staat een gure wind en soms regent het een beetje. We waaien lekker uit. Veel kleuren zien we om ons heen, vreemde gevormde bomen en rare planten. Een mierenegel zien we scharrelen en even later een donkere wallabie en een wombat.
Tegen vijven zijn we terug en nemen een biertje. Gelukkig hebben we de verwarming aan laten staan en is het lekker warm.
Een uur voordat het donker wordt, komen er buiten beesten te voorschijn: een wallabie met jong. De kleine past niet meer in de buidel, maar blijft wel bij moeders in de buurt. Schattig zoals die kleine achter de grote aanhobbelt. Ook zien we een paar padden hun donkere holletje verlaten.


Donderdag 2 januariNaar Strahan

Tasmanië Brug, AustraliëHet heeft de hele nacht gestormd en het is maar 7°. Het moet niet gekker worden.
Bij het Interpretation Centre lopen we het kleine stukje naar de waterval. Niet spectaculair, maar de wallabies in het bos blijven mooi. Ze vallen helemaal weg tegen de achtergrond. Pas als de dieren bewegen, zien we ze.
We rijden vandaag naar Graham. Voor het eerst doet onze nieuw aangeschafte splitter dienst. Tot nu toe hadden we auto's met zowel een sigarenaansteker voor de GPS als een usb-aansluiting voor de smartphone. Deze auto heeft alleen een sigarenaansteker, maar in de splitter past ook een usb-kabel. Kunnen we lekker naar onze eigen muziek luisteren.
In Tullah drinken we koffie. Tussen de buien door rijden we naar de kust. We zijn blij, dat overal de kerstspullen opgeruimd worden. Overal wordt hier vrij overdreven aandacht aanbesteed en je ziet de gekste versieringen, maar nu is dat gelukkig afgelopen. Aan de jaarwisseling wordt amper aandacht geschonken.
We nemen de afslag naar Williamsford om de Montezuma Falls te zien, de hoogste watervallen van Tasmanië. Na zes kilometer, waarvan het laatste stuk over een onverharde weg, blijkt, dat we nog drie uur moeten lopen. Wel heen en, dezelfde weg, terug. We wandelen over een vrij vlak pad tussen metershoge groene varens door. Overal waar je kijkt, is het groen. Alle mogelijke tinten groen. Nou valt hier ongeveer drie meter regen per jaar, dus dat is dan niet gek. Nu is het het merendeel droog en soms zien we zelfs een zonnetje. Als dat zo is, zien we het hele regenwoud dampen. Mooi. Het pad is modderig en lang niet altijd kunnen we om de plassen heen lopen. Dan maar er dwars door. De schoenen kunnen er tegen. De waterval is 104 meter hoog en dichtbij worden we nat van het water. Er ligt een hele smalle, wiebelige brug (een swingbrug) over een ravijn waar vandaan je waterval mooi kunt zien. Er mogen maar twee mensen tegelijkertijd op de brug.
In die drie uur zien we een kleine bruine muis, drie grote zwartgele kaketoes en een klein vogeltje met paarse rug en roze buik. Later lezen we, dat dit een pink robin, zwartroze vliegenvanger, is en slechts zelden gezien wordt. Grappig.
We gooien de modderige schoenen achter in de auto en rijden door naar Strahan aan de westkust. Voor de verandering eens een grote plaats: 700 inwoners maar liefst. We logeren in Ormiston House (http://ormistonhouse.org.au/), een klein hotel met een paar kamers en worden verwelkomd met een paar versgebakken bosbessenmuffins. We hebben een rood hemelbed en in de badkamer staat een bad op pootjes.
Tasmanië Strahan, AustraliëVan de mevrouw van het hotel krijgen we een plattegrond met bezienswaardigheden en alle restaurants. Dat zijn er toch wel een stuk of vijf, zes. Bij een hoog gelegen hotel drinken we een biertje. Zijn we net gewend aan de Tasmaanse maten, hier is het toch weer anders. In Zuid-Australië heeft men in de verschillende provincies verschillende maten schooners. Hier zijn het pinten van 425 ml. Maar die hebben ze hier in het hotel niet. Wel glazen van acht of tien ounces. Geen idee hoeveel we nu krijgen. We kennen die Engelse maten niet.
Bij Hamer's willen we gaan eten, maar het is voor ons te vroeg, hoewel men hier vroeg eet. Uiterlijk zeven uur moet je hier binnen zijn anders is het vol. Wij gaan aan de bar zitten met een pintje (hier wel) en kijken naar iedereen die binnenkomt. Als het echt druk begint te worden, gaan wij ook voor een tafeltje en krijgen de laatste grote. We eten pasta met vis en bolognaise saus.

Vrijdag 3 januariStrahan

Over een onverharde weg rijden we naar Hells Gate. Hier is de doorgang van het grote meer naar zee. Een smalle doorgang, vuurtorens en bakens moeten de weg wijzen. Het ziet er allemaal erg ondiep uit. Tijdens het rijden moet je altijd goed opletten, want ook nu hobbelt zo'n grote zwarte wallabie zo de weg over. Helemaal op het eind is een enorme camping. Denk je dat je in de middle of nowhere zit, kom je op zo´n drukke plek. Je kunt hier zwemmen, wandelen, bootje varen en quad rijden. Dat is het wel zo'n beetje.
We wandelen een stuk langs de zee en de duinen. Een paar vierwielaangedreven auto's rijden op het strand. Het is droog, een graad of vijftien en heerlijk wandelweer.
Henty Dunes is onze volgende bestemming. Een groot duinengebied vlak langs de kust, iets meer naar het noorden. We parkeren de auto, nemen de GPS mee om de weg terug te kunnen vinden en beklimmen het eerste duin. Op handen en voeten gaan we langzaam omhoog. We doen twee stappen en zakken er vaak eentje, maar soms ook drie naar beneden. Boven is het prachtig. Aan de ene kant de zee, aan de andere kant de bergen en daar tussen die enorme zandduinen en een mooie wolkenlucht. Er zijn heel wat kinderen met een sleetje die de duinen afglijden. Dat gaat niet zo soepel. IJs glijdt veel beter!
Tasmanië Henty Dunes, AustraliëBij Families Park maken we een kleine wandeling naar Hogarth Falls.
Daarna siësta.
Bij Hamer's hebben ze ook een pub en daar gaan we aan de Boag's. Naast ons zit een stel uit Melbourne, dat zich afvraagt wat ze hier de hele week moeten doen. We raken gezellig aan de praat en zij willen van alles over Nederland weten en wij over hier. Ons was de strijd tussen Sydney en Melbourne op de tv al opgevallen (alles is gericht op Sydney) en zij klagen daar ook over. Bovendien vertellen ze, dat het dit jaar een hele slechte zomer is. Normaal is het in Melbourne in de tijd elke dag dertig graden (en over een week zal het hier ruim veertig zijn, maar dan zijn wij gelukkig weg’.
Op de bar worden schaaltjes met warme hapjes gezet. Voor de zekerheid vragen we maar even of iemand die besteld heeft, maar nee, ze zijn voor iedereen. Lekker.
We eten weer bij het restaurantdeel. Zoals op wel meer plaatsen hier, moet je je drank zelf aan de bar gaan halen. Iedereen loopt met wijn- en waterflessen, glazen en pullen bier. Grappig. Wat ons opvalt, is dat als je je steak well-done wilt hebben, je veertig (!) minuten moet wachten. Hoe kan dat nou? Houden ze hier van schoenzolen of zo?
Als we weg willen gaan, vraag een meisje van een jaar of tien in het Engels of we uit Nederland komen. Ze herkent onze taal, want haar moeder is een Nederlandse, maar zelf spreekt ze het niet. We kletsen even gezellig met hen en met de oma die voor een vakantie over is uit Nederland.

Zaterdag 4 januariNaar Lake St. Clair N.P.

Het ontbijt is inbegrepen. Het is niet echt bijzonder: toast, jam, cornflakes, koffie, thee en klein glaasje sap. Tot nu toe hebben we een top drie voor ontbijten. Op de gedeelde eerste plaats: Lurline House in Katoomba en Wild Cherry in Walhalla, op de derde plaats: Hi George in Launceston. De rest komt niet voor een plaats in aanmerking (vaak hebben we ook geen ontbijt). Misschien moeten we Gatehouse on Ryre in Geelong vermelden, die staat met stip op de laatste plaats.
Een croissantje als extra bij ontbijt is nooit weg. We nemen afscheid en krijgen twee muffins in een zakje mee. Ook een kaart en een routebeschrijving met bezienswaardigheden voor onderweg. Erg attent.
Elke dag is een avontuur. Wat gaan we zien vandaag, waar komen we vanavond terecht en wat is daar te beleven.
Het weer begint goed. Een zonnetje, maar dat is snel verdwenen en vandaag zullen we heel wat regen krijgen. De temperatuur is ook niet om over naar huis te schrijven. Op het dieptepunt zitten we op 4°. We vragen ons af of we zo meteen sneeuw krijgen, want we gaan wel de bergen in... Maar dat zal niet gebeuren. Toch is het momenteel een graad of tien te koud voor de tijd van het jaar. Dat is niet zo erg, maar door de regen zie je (te) weinig van het landschap. Jammer.
In Queenstown stoppen we bij het treinstation waar de oude stoomtrein, de West Coast Wilderness Railway, staat die naar Strahan rijdt. Vanaf 6 januari gaat deze (weer) rijden. Even verderop is een mooi uitkijkpunt over de hele kopermijnbouwstreek waar Queenstown bekend om is. De stenen van de rotsen hebben de mooiste kleuren geel, oranje en rood. Prachtig.
De weg naar Derwent Bridge is erg bochtig en erg groen. We stoppen regelmatig in de berm om achter ons zittende automobilisten voorbij te laten gaan. Er zijn speciale stroken voor aangelegd. Vlak voor het hotel zit Lake St. Clair National Park en we nemen de afslag naar het Visitor's Centre. We nemen twee lifters, wandelaars, mee die al goed nat geregend zijn. Ze zijn er blij mee. We kijken er even rond, drinken koffie en gaan dan weer weg. We hebben geen zin om in de regen te gaan wandelen. Er zijn vrij veel wandelaars die de tachtig kilometer lange tocht in een paar dagen lopen naar het noorden van het park, naar Cradle Mountain. Er zitten veel mensen te eten en wat te drinken. Het is frisjes, zoals gezegd, en toch zien we heel wat mensen in korte broek en met blote voeten in slippers. Zijn die dan nergens op voorbereid?
We zijn te vroeg om in te checken voor de Derwent Bridge Chalets, de deur is gesloten, en rijden een stukje door naar The Wall. Dat is een groot houtsculptuur waar allerlei levensgrote mensen en dieren in hout zijn uitgesneden en gekerfd. Heel levensecht en prachtig om te zien.
We zitten dus in een huisje bij Derwent Bridge. Het is een beetje klein, maar heeft een goed uitgeruste keuken, maar geen wifi in het hele hotel, zoals beloofd. We moeten maar bij de receptie (2 m², als die al open is) gaan zitten of op de parkeerplaats (lekker in de regen, en daar werkt het trouwens ook niet), zegt die mevrouw. We zetten de roaming wel aan. Later komt de eigenaar zich daarover verontschuldigen. Hij is er mee bezig en ze doen hun best, denken we maar.
De was draaien is niet goedkoop: 10 AUD. We kijken over een paar dagen wel in Hobart.
Het blijft regenen. Tasmanië is een erg mooi eiland om te wandelen. Als het regent, is er eigenlijk niets te doen.
In het appartement hangt een brandblusser, een branddeken en een hele grote zaklamp voor noodgevallen. Het is nog licht als we iemand met zo´n lamp buiten zien lopen.


Zondag 5 januariNaar Bruny Island

Het miezert en we gaan gelijk op weg naar Bruny Island. We hebben geen zin om te wandelen in de regen en het slechte zicht. Het weer klaart gelukkig en snel op en het wordt vandaag maximaal 22°. Dat is zo'n beetje de normale temperatuur en heel wat anders dan die 4° van gisteren.
Bij Mount Field N.P. gaan we wandelen naar de Russell- en de Horseshoe Falls. We zien wel heel veel watervallen deze vakantie. Het is heerlijk weer om te lopen. Naast de vele mensen die op hetzelfde idee zijn gekomen als wij, zien we wat groene parkieten en een paddenstoel van wel dertig centimeter groot, hoog boven in een boom.
Om op Bruny Island te komen, moeten we dwars door Hobart rijden, de grootste stad van het eiland. Dat kost weinig moeite en de weg naar de veerpont om op het eiland te komen staat overal goed aangegeven. Vanwege de grote vakantie is het druk en er wordt meer gevaren dan anders. We hoeven daarom maar een kwartiertje te wachten en de oversteekt duurt slechts een minuut of tien.
Als we het eiland op rijden, begint het te regenen en als we bij het appartement in Alonnah aankomen, giet het. We zien niets van het mooie uitzicht en wandelen zit er helemaal niet in. We gaan boodschappen doen en zetten daarna de verwarming hoog. Als het opklaart, zien we waar we zitten. We kijken uit op het water en zien het vasteland aan de overkant liggen.
Er is helemaal niets te beleven. We kijken naar tennis op de tv, lezen wat en gaan vroeg naar bed.

Maandag 6 januariNaar Hobart

Tasmanië Bruny, AustraliëWe hebben een cruise geboekt van drie uur. In Adventure Bay parkeren we de auto en verbazen ons over het grote aantal mensen. Er is vooraf duidelijk gemaakt, dat je je goed in moet pakken, veel warme kleren aan, muts, sjaal en handschoenen mee en toch lopen er mensen in een korte broek en blote voeten in slippers. Nou ja, hun probleem. De meesten hebben het wel begrepen. Er varen vier boten en wij kiezen een plaatsje op de achterste rij. Gelukkig is de boot overdekt, want het regent een beetje. Iedereen krijgt een grote rode, water- en winddichte poncho. Het weer klaart snel op en wordt een stuk beter dan voorspeld. Tussen 12:00 en 14:00 uur zou het volgens de verwachting gaan regenen en de cruise duurt van 11:00 tot 14:00 uur. Het eerste kwartier regent het iets, daarna wordt het droog en soms zelfs zonnig. Het eerste stuk vaart de boot vrij rustig. We stoppen bij verschillende grotten en mooi gekleurde rotsen. We zien een paar dolfijnen, zwartwitte albatrossen, een oestervanger (een zwarte vogel met rode snavel, rode poten en rode ogen). We varen op hoge snelheid tussen een paar grote rotspartijen door. Geinig. We zien een paar albatrossen vliegen (die vliegen altijd, ze komen alleen aan land om een kleine ter wereld te brengen) en natuurlijk heel veel meeuwen. Australische zeeleeuwen zijn een stuk groter dan de Nieuw-Zeelandse, die hier allebei voorkomen. Ze leven op verschillende rotsen en zitten elkaar niet in de weg. Er zitten er heel wat. We zien ze van dichtbij en ruiken ze erg goed. In het water kunnen ze heel wat kunstjes. Een leuke trip.
We rijden meteen door naar de ferry voor de tocht over het water en daarna door naar Hobart. De veerpont reist vandaag op schema, wat inhoudt dat we drie kwartier moeten wachten. Geen probleem. We gebruiken onze lunch en kijken om ons heen. Het is een klein uur rijden en we vinden de weg naar The Lodge On Elizabeth makkelijk. We parkeren op straat en krijgen daarvoor een vergunning die we in de auto leggen, zodat we niet hoeven te betalen.
Een leuke B&B wat verder van het centrum vandaan. In de buurt zijn echter een heleboel restaurants en cafés. Gezellig. We drinken vandaag Winston en achter de bar ontdekken we een fles whiskey met de naam Overeem, overeenkomstig de achternaam van een vriendin. In het café zitten mensen alleen aan een tafel en als ze naar de wc gaan of aan de bar wat bestellen, laten ze portefeuilles, smartphones en boeken zo op tafel liggen. Blijkbaar kan dat hier nog. De barkeepers dragen allemaal eenzelfde soort petten en telkens als we op straat een pet zien, roepen we: Hé, die is van het café.
We eten bij Fish-349, uiteraard een visrestaurant. Een van de betere restaurants waar we in Australië gegeten hebben. In de huiskamer van de lodge drinken we (Martijn) koffie en (Lia) port die daar op tafel staat en waar je je aan mag bezondigen. Daar maken we graag gebruik van.

Dinsdag 7 januariHobart

Tasmanië Hobart, AustraliëDe hele dag slenteren we door Hobart. We komen door het enige stukje wandelgebied, Hunters Street, Macquarie Street, de haven en zien vrij veel oude Engelse huizen en kerken. O dear, it's so British! We passeren de Lark-destilleerderij, waar 's middags proeverijen gehouden worden. We melden ons aan en komen hier dus vanmiddag terug. Een enorm cruiseschip (we hebben deze ook in Sydney gezien) ligt in de haven en overal zien we drentelende mensen door de stad. Er rijden speciale bussen rond die die mensen op pikken en terug brengen naar de boot. Ze dragen plastic hoesjes aan een bandje om hun nek. Dat ze die niet af doen... Ze lijken heel erg op de mensen die een all-inclusive vakantie in het Zuid-Europa hebben geboekt. Die dragen vaak van die plastic armbandjes.
We wandelen door Battery-Point, de oude wijk. We zien veel oude, hele kleine huisjes en er is een snoepwinkel met heel veel soorten echte Hollandse drop. Als wij ‘dubbelzoute’ bestellen, in het Nederlands, weten ze precies wat ze bedoelen.
De dag begon bewolkt, maar er komt steeds meer zon. In die zon is het heerlijk warm, maar in de schaduw met een beetje wind is het meteen fris. We drinken ergens koffie en eten ergens anders een broodje. Daarna zitten we in het park in de zon en wachten tot de rondleiding in de Lark-proeverij begint. Ze produceren daar allen single cask whiskey, wat betekent, dat ze alleen whiskey produceren uit één vat van 100 liter. Wat inhoudt, dat er alleen hele kleine series gestookt worden, die telkens anders smaken.
We lopen terug naar de lodge en doen de was. Er staan wasmachines die met 4xAUD1 zijn te gebruiken. Het zijn hele grote wasmachines waar onze was in één keer helemaal in kan. De droger is niet nodig, want buiten in de zon en de vrij harde wind droogt het sneller.
In de Republic Bar drinken we een pint Cascade-bier, dat hier in Hobart wordt gebrouwen. Het heet hier zowaar geen hotel, maar bar. Zoals zoveel gelegenheden hier hebben ze veel bieren op de tap. Maar liefst tien keuzes hebben we. Na de Cascade gaan we over op de Boag's. Vinden we toch wat lekkerder. We eten er ook. Een beefsandwich en een lamsschotel met Griekse salade en tzatziki. Een leuke tent.
Na afloop een koffie en port in de huiskamer. Kortom: we vermaken ons prima.


Woensdag 8 januariNaar Freycinet N.P.

We besluiten om niet naar Port Arthur te gaan. Afgezien van de oude gevangenis voegt dat volgens ons niet veel toe. We rijden naar Freycinet N.P. We zijn te vroeg om in te checken en gaan eerst bij het Visitor's Centre langs. Daar krijgen we een mooi (wandel)kaartje en advies voor vanmiddag. We rijden naar Carp Bay waar een kleine parkeerplaats is. We kunnen er net bij. Een kleine wandeling geeft uitzicht op een woelige zee, de kustlijn met erg rode rotsen, een vuurtoren en een aantal zwarte hagedissen.
De parkeerplaats bij Sleepy Bay is nog kleiner, maar ook hier kunnen we parkeren. We wandelen naar beneden naar het strand. Ook hier mooie kleuren, allerlei tinten roze, rood, geel. Jammer, dat de zon niet schijnt, maar we zijn al blij, dat het droog is.
Bij Freycinet Lodge krijgen we een huisje met terras, dat er mooi uitziet, maar zonder uitzicht. We verkennen de omgeving en lopen naar het strand. De zon begint te schijnen en het waait niet, wat het hier nogal vaak schijnt te doen. We wandelen het kleine stukje naar Honeymoon Bay en gaan daar op de rotsen zitten. Een prachtig gezicht: een mooi kustlijn, wat eilandjes en vooral de vele kleuren blauw en groen van het water zijn prachtig. Tasmanië Zon, AustraliëIn de zon is het meteen warm, maar bij het minste of geringste zuchtje wind, krijgen we het koud. Er varen wat bootjes rond met waterskiërs, maar de meeste staan niet op de ski´s. De mensen zitten op hun knieën op een plank en sommige zelfs op een soort stoeltje. Een paar mensen wagen een poging om te gaan zwemmen, maar verder dan een poging komen ze niet. Verschillende mensen zijn aan het kanoën. We blijven een hele tijd lekker zitten. We zien donkere wolken in de verte aankomen, maar heel langzaam verdwijnen die en de zon krijgt de overhand.
Daarna zitten we een poos buiten bij het restaurant, totdat we vinden, dat we genoeg zon hebben gehad voor vandaag. We gaan binnen zitten in het fijne bankstel met uitzicht op de baai. De zon glinstert erg sterk op het water en die ene surfer met zijn fel gekleurd zeil knalt er prachtig uit.
Veel mensen zitten buiten tot de zon ondergaat. Dan is het ook meteen erg fris.
De mensen hier eten ook vroeg, net als in de rest van Australië. Zes uur, half zeven is heel gewoon. Als wij meestal half acht, acht uur aankomen, loopt het vaak al leeg.
Een mooie zonsondergang. Wel jammer, dat de lucht later niet kleurt.

Donderdag 9 januariFreycinet N.P.

Vandaag gaan we wandelen in Freycinet N.P. Daar willen we uiteraard mooi weer voor hebben. En daar treffen we het mee. Geen regen, geen wolken, geen wind, een temperatuur van een kleine 20°. Beter kun je het niet hebben.
We lopen de twee kilometer naar het beginpunt van de wandeling naar de Wineglass Bay. We zijn niet de enigen. De meesten mensen lopen de anderhalve kilometer tweehonderd meter omhoog om bij het uitzichtpunt te komen en gaan dan terug. We dalen af naar de andere kant naar de baai zelf en lopen dan via de Isthamus Track naar Hazards Beach en dan over de Hazards Beach Track terug. Ongeveer zestien kilometer.
Tasmanië Hazards Beach, AustraliëHet eerste stuk naar het uitzichtpunt duurt een half uurtje over een pad, dat steeds omhoog loopt en soms met treden. Het grootste deel lopen we in de schaduw van de bomen. Een paar brutale vogeltjes zijn niet bang voor ons en willen zowat op je schouder gaan zitten. Een mooie blauw ornaatelfje zit prachtig in de zon. Verder een zwartgele, eentje met een rode borst en wat groene parkieten.
Het uitzicht op de Wineglass Bay is fantastisch. Een grote baai met hagelwit zand, groenblauwe zee, blauwe lucht en de bergen op de achtergrond. Prachtig.
We lopen naar beneden naar het strand waar een koud windje staat, dat vanaf zee komt waaien. Het zand is wit en zacht, het water vele kleuren groen en blauw, wat bruine algen, roze granieten rotsen die soms geel en rood zijn van de algen. Mooier kun je het niet krijgen.
Zodra we het strand verlaten, is de wind niet meer voelbaar. De doorsteek naar de Hazards Baai is vrij vlak en loopt makkelijk. Bij de Hazards Baai komt de wind van achter de duinen en die voel je niet op het strand. Prachtig kabbelend water, eiland in de verte, bootje in het water. We genieten.
Het stuk terug naar het resort loopt door de bossen. Steeds een stukje omhoog, dan weer omlaag. Het gaat wel meer waaien; we zien de schuimkoppen op het water, maar wij merken daar niet zo veel van. We zijn al voorbij de parkeerplaats voor de auto's als we een (onze laatste) wallabie in de struiken zien zitten. Hij schrikt van ons en hopt razendsnel weg.

Vrijdag 10 januariNaar Launceston

Alweer de laatste dag op Tasmanië, en tevens in Australië, en we rijden terug naar Launceston, waar we nog een nachtje overnachten voordat we verder gaan naar Nieuw-Zeeland.
We kiezen de weg langs de kust naar het noorden. Die is wel wat langer, maar lijkt ons mooier.
De weg wordt helemaal afgezet als er een enorme kudde schapen moet oversteken. Als moderne hond wordt een quad gebruikt. Leuk om te zien.
De kust blijft indrukwekkend. Mooie zee met grote golven. We komen door een paar kleine dorpjes en rijden dan het binnenland in. De weg gaat soms omhoog tot een meter of zeshonderd en daalt dan weer. Het gaat op en neer. We zien weides met schapen, met koeien, met gele bloemen, met paarse en roze papavers, met grote rollen hooi, met groene weiden. Af en toe staat op een kruispunt met een kleinere weg een hele rij brievenbussen in de meest uitlopende groottes en kleuren. Makkelijk voor de postbode die op een brommer met knalgeel hes en knalgele tassen rondscheurt.
We rijden op een snelweg, maar dat is geen snelweg zoals bij ons. Het zijn tweebaanswegen die niet erg breed zijn. Bij het passeren moet er regelmatig iemand de berm in. Zeker als er van die hele grote, zwaarbeladen vrachtwagens aankomen. De rijden omhoog vrij langzaam, maar op de rechte weg geven ze gas en kunnen wij ze niet bijhouden.
Het is een hele mooie rit. Alleen jammer, dat er wel heel veel dode dieren op de weg liggen. We zien ook wat levenden: een viertal loom vliegende grote zwartgele kaketoes en een kleine egel die in de berm rondscharrelt.
We logeren weer bij Hi George en krijgen een grotere kamer dan vorige keer. Het is ondertussen wolkeloos en lekker warm geworden met een graad of 25. Heerlijk.
Tasmanië Bier, AustraliëBij Boag's brouwerij krijgen we een rondleiding en natuurlijk is het proeven na afloop het belangrijkste. De rondleider houdt een leuk praatje en is goed voorbereidt. Zo weet hij, dat wij uit Nederland komen. We krijgen drie bieren en drie bijbehorende kazen te proeven. Allemaal erg lekker.
We eten in dezelfde pub als vorige keer. We eten vaak in pubs. Het is daar vaak gezelliger, goedkoper en altijd lekker. Bij de ingang moet je altijd wachten, totdat iemand van de bediening aan een tafeltje zet. Het valt ons op, dat men hier in Australië het bestek links dekt in plaats van rechts. Net als het autorijden dus.

Zaterdag 11 januariNaar Auckland (Nieuw-Zeeland)

Na het ontbijt vertrekken we naar het vliegveld voor de vlucht naar Melbourne en dan verder naar Auckland in Nieuw-Zeeland. We gooien de autosleutels in een box, want de balie is leeg. Inchecken gaat snel, maar we kunnen niet doorlabelen. In Melbourne moeten we de bagage ophalen en inchecken.
We hebben 2:15 uur de tijd om over te stappen, maar dat wordt aanzienlijk korter door machineproblemen van het vliegtuig. Het wordt uiteindelijk slechts vijf kwartier. In die tijd moeten we de bagage ophalen, naar het internationale deel van het vliegveld lopen, inchecken, door de douane. Bij een internationale vlucht moet je uiterlijk een uur voor vertrek inchecken. Als we uitstappen melden we meteen maar bij de Jetstar-balie dat we dat niet gaan redden. Ze bellen dat door en we lopen naar de bagageband waar we lang op onze rugzakken wachten. Voordat we bij de incheckbalie zijn is het drie kwartier voor vertrek. We zijn de laatsten. Met een speciale pas gaan we snel door de handbagagecontrole en de douane en lopen richting vliegtuig. Onderweg worden we al tegemoet gekomen door een mevrouw die de laatste zeven passagiers zoekt. Na ons komen er dus nog vijf. We zitten net in het vliegtuig als die anderen er ook aankomen en we vertrekken meteen. Tien minuten te vroeg.
Het is drieënhalf uur vliegen en maken onze laatste Australische dollars op aan eten en drinken. We waren dat van plan op het vliegveld, maar daar hadden we dus geen tijd. De allerlaatste 1,75$ gooien we in een speciale enveloppe.De door ons afgelegde afstanden in deze drie maanden staan aan het einde van het verslag van Nieuw-Zeeland.

De reis hebben we zelf via Internet geregeld.