Europa

Artikelindex

Dinsdag 28 meiKythnos

Weer een luierdagje. Na het ontbijt doen we wat inkopen en vervolgens gaan we naar de oude stad Kythnos. Die ligt boven op een heuvel, ongeveer honderdveertig meter hoog. De weg daar naar toe is een smal ezelpaadje dat zelden gebruikt wordt. Dat maken we tenminste op aan de vele spinnenwebben die dwars over het pad lopen. Je ziet ze erg slecht en soms zit je er bijna met je gezicht middenin voor je er erg in hebt. We nemen daarom allebei een stok die we voor ons uit over de weg maaien. Onze benen worden goed beschadigd door de vele doornige struikjes op het pad. We vinden oreganostruikjes die we overal ruiken. Grappig.
Boven op de heuvel zijn de overblijfselen van de oude stad niet veel bijzonders. Het uitzicht daarentegen over Mericha en andere baaien is echter adembenemend. Werkelijk schitterend. We proberen een foto met de zelfontspanner te maken, maar die lukt pas na drie keer. 't Zal mij benieuwen.
Op de terugweg komen we bij ons strand en we zijn er de rest van de middag gaan lezen, zonnen, eten. Het weer is vandaag niet buitengewoon, enigszins bewolkt. Als de zon helemaal weggaat, vinden we het al met al te fris en wandelen we terug naar het hotel.
Na een biertje gaan we op de kaai kijken waar een passagiersboot aankomt. De hele dag ligt er een grote vrachtboot, die even aan de kant is gegaan. Een aantal vrachtauto's rijdt af en aan om de lading te lossen. Het duurt allemaal wel erg lang op die manier. Met de passagiersboot komen ook allerlei verse spullen voor de winkels en restaurants binnen.
's Avonds gaan we bij weer een ander restaurant eten. We hebben ze nou allemaal gehad. Ook daar zitten weer veel Grieken. Ondanks de harde wind die er staat, kunnen we buiten zitten. We zitten net uit de wind. Lekker gegeten: lamskoteletten, spaghetti, tzaziki, Griekse salade, wijn.
's Nachts gaat het echt stormen en moeten we onze luiken dicht maken. Bij de volgende windvlaag vliegen de stoelen over het balkon. Dus ramen open, luiken open, stoelen naar binnen, luiken dicht, ramen dicht. De luifel hadden we reeds opgehaald want die klapperde in de wind. 's Nachts is er een korte hevige regenbui met een donderslag.

Woensdag 29 meiKythnos

Het is bewolkt en frisjes. Onder de luifel ontbijten we toch nog buiten. Zoals elke dag zitten nu reeds autochtone mannetjes in de kroeg. We denken dat zij er op uit worden gestuurd om brood te kopen, want dat hebben ze allemaal bij zich en dat ze dan van de gelegenheid gebruik maken om de kroeg in de gaan en de andere oudjes even te spreken.
We pakken onze dagrugzak in en vertrekken met dezelfde taxi als de vorige keer naar Kanala, aan de zuidoostkust. Het enige dat er leuk uitziet, is een kerkje met een blauw dak dat op een landtong staat. De rest van het dorp is enigszins verwaarloosd.
Kerk in Dryopís, CycladenWe beginnen aan de klim voor de terugtocht, waarvoor we een 'bergrug' van driehonderd meter over moeten. Het is een prima dag om te lopen; geen zon, maar wel een aangename temperatuur. Goed voor korte broek en T-shirt. Vlak voor Dryopís (Sylakkas) staat een molen met een prachtig wit kerkje met rode daken. We wachten of de zon gaat schijnen, maar dat gebeurt niet echt. Even verderop hebben we mooi uitzicht op het dorp zelf. Een paar blauwe daken van kerken knallen eruit. Het is ongelofelijk hoeveel kerken er in al die dorpen zijn.
In het dorp gaan we op zoek naar een bakker, maar die kunnen we niet vinden, terwijl we wel mensen met brood zien lopen. Bij een kruidenier kopen we dan maar van een heel oude man toost en een blikje vis. Na het dorp verkend te hebben, lopen we terug naar Mericha en onderweg eten we alles in de berm op.
Helaas begint het te regenen en we schuilen bij een huis dat afgesloten is met een hek. We klimmen daar over heen en kunnen onder het afdak staan. Het duurt niet lang en na tien minuten wandelen we verder. We zijn amper op onze kamer in Mericha of het begint echt te hozen. Hebben we nog mazzel gehad. Totaal hebben we ongeveer vier uur gelopen (vijftien kilometer).
Op het terras beneden probeert Lia een frapé, zo'n glas met bruin spul. 't Is net wat ze gedacht heeft: koude koffie met opgeklopt schuim en ijsklontjes. Niet zo lekker. Het bier erna smaakt beter.
's Avonds na het eten (bij het Griekse restaurant van de derde dag) drinken we op het terras bij ons pension wat: Lia een dubbel ouzo en Martijn een driedubbele metaxa. We krijgen er pistachenootjes bij. Samen kosten deze twee drankjes minder dan een biertje.

Donderdag 30 meiNaar Sifnos

Vandaag vertrekken we naar Sifnos. Eerst zou het om 14:00 uur zijn; later blijkt de boot om 17:00 uur te varen. Het wordt een leesdagje. Het weer is nog niet best: veel bewolking, gelukkig geen regen, veel wind, weinig zon.
Op het terras lezen we zo'n beetje de hele dag. Tussen de middag kopen we een half brood, ham, een blikje sardientjes en fanta. Aan het water eten we dat op. Door de harde wind gaat dat echter niet zo makkelijk en de vis valt een keer op de grond in het zand.
De kaartjes voor de boot krijgen we om 17:00 uur, net voor het vertrek van de boot. Ze maken zich daar niet zo druk om; wij ook niet trouwens.

SIFNOS
Sifnos ligt ten zuiden van Sérifos en ten noorden van Milos. Het eiland is 80 km² groot, negentien kilometer lang en de grootste breedte is acht kilometer. Er wonen 2.100 mensen.
Het is al vanaf de oudheid een welvarend eiland vanwege zijn goud- en zilvermijnen. De bewoners geloven nog steeds in de nimfen die zich bij de bronnen zouden ophouden. Opvallend zijn de vele witte duiventorens die er uit zien als kleine kasteeltjes.
Sifnos staat bekend om zijn traditionele pottenbakkerijen en weverijen.

De boot komt om 17:15 uur en door de stevige wind die er staat, heeft hij wat problemen om goed aan te leggen. 't Is dezelfde boot als de vorige keer: de Anémos die van Athene naar Milos vaart. Boven op het dek moet je aan de goede kant gaan zitten: uit de wind, want anders word je haast weggeblazen. Er zijn wederom haast amper passagiers. Boven zee is de lucht telkens helder. Boven de eilanden zien we overal bewolking. 't Zal beter worden, zeggen de Grieken. We zien wel.
We maken een tussenstop bij het eiland Sérifos, waar nog meer problemen zijn met aanleggen. Het is een mooi gezicht hoe iedereen zich haast om alle spullen van boord af te krijgen. Op die kleine eilanden is geen vliegveld; dus alles moet met de boot aangeleverd worden. Je hebt er geen flauw idee van wat er allemaal binnenkomt.
Jammer dat het bewolkt is, want Sérifos-dorp ligt op een schitterende manier tegen een heuveltop. Een prachtig gezicht al die witte huisjes die tegen de berg geplakt lijken.Mannen, CycladenOm 20:00 uur komen we op Sifnos aan. We worden opgehaald met een busje en naar ons hotel Kamari in Kamares-dorp gebracht. Een grote, ruime kamer met balkon aan de achterkant van het hotel. We lopen meteen het dorp in om even rond te kijken en te gaan eten. Het ziet er veel toeristischer uit als Kythnos, met veel meer restaurantjes, souvenirstalletjes e.d. Maar volgens de boekjes is, ondank het toerisme, het natuurlijke karakter en de charme bewaard gebleven. 't Zal ons benieuwen!
In een tentje dat er niet zo toeristisch en er dus Grieks uitziet, gaan we eten. Er ligt zowaar een menukaart op tafel. We hebben best trek en nemen daarom drie voorgerechten: tzaziki, Griekse salade en tamaro. Daarna souflaki en keftédes. Met een biertje erbij. Een kleine 5.000 drachmen kost het (ƒ 35). Vroeg naar bed.

Vrijdag 31 meiSifnos

Er zaten vannacht geen muggen. Hoera! Waarschijnlijk komt dat door de harde wind.
Het zal een mooie dag worden. In het begin wat wolken, daarna voornamelijk blauw en zon. Gelukkig staat er de meeste tijd wel wat wind, want als het echt windstil is (soms in de luwte), dan is het meteen heet.
Na het ontbijt (met een plakje tweekleuren cake) nemen we de bus naar Apollónia, de hoofdstad van Sifnos. Die ligt slechts vijfenhalve kilometer ten oosten van Kamares. Kosten 175 drachmen p.p. (ƒ 1,25). Je betaalt pas als je de bus verlaat. We kijken in het witte dorp wat rond en beginnen dan aan de trap die Apollónia met Katavati verbindt. Overal witte huizen, kleine straatjes, bloembakken, kerken met en zonder blauwe daken. We kunnen er maar niet genoeg van krijgen. Er staat een molen met een rood dak. We lopen terug naar Apollónia, waar we een ijsje eten en wat broodjes en cola kopen voor de lunch.
Volgens een boekje zou daar ergens een mooie wandeling beginnen, maar we kunnen dat punt maar niet vinden. Op een gegeven moment komen we in Artemóna uit, dat ook via traptreden te bereiken is. Omdat we er dan toch zijn, kijken we er wat rond. Van daar uit zien we echter het beginpunt van de wandeling (een brug) en dus is het niet voor niets geweest.Kerk op Sifnos, CycladenWe lopen over een smal pad dwars door olijf- en vijgenboomgaarden, opgestapelde muurtjes en duiventillen. Dat zijn kleine witte kasteeltjes die eruit zien als huizen, zo groot. We komen in Kato Petali en gaan dan op zoek naar de weg naar Kastro. We nemen zomaar een paadje in de hoop ergens in de buurt daarvan uit te komen. Onderweg vragen we het een keer aan een boer op een ezel. De paadjes worden steeds smaller en staan vol met prikplanten. Op de top zien we eindelijk het oude dorp op een uitstekende rots liggen. De moeilijkheid alleen is om naar beneden te komen. Het pad is nl. helemaal opgehouden. We moeten dwars door de struiken lopen en komen uiteindelijk op een niet meer gebruikt pad. We stuiten op een afgesloten trap waar we overheen klimmen, waardoor we bij mensen op het erf komen, maar een andere mogelijkheid zien we niet. Gelukkig staat het huis leeg. Om in de rivierbedding te komen (het verdere pad), moeten we over het afgesloten tuinhek heen klauteren.
Eenmaal bij Kastro aangekomen, beginnen de trappen (alweer) naar boven. Kastro was tot 1836 de hoofdstad van het eiland. Het is een vestingplaatsje met de ruïne van een Venetiaanse burcht. Dus weer veel smalle, witte trapstraatjes. Ze hebben balkons en onderdoorgangen die ons aan de Jemenitische architectuur doen denken. Ook daar is alles dicht tussen 14:00 uur en 17:00 uur.
Via een paadje (dit zou wel eens een pad kunnen zijn, laten we dat maar nemen) kunnen we een stuk van de asfaltweg afsnijden. Het is dus geen pad maar een rivierbedding die boven doodloopt. Met een hoop geklauter en bloed op onze benen van de planten, bereiken we de weg. Via een betere trap kunnen we nog een stuk afslaan. Overal kom je onderweg kerken tegen, zomaar in de middle of nowhere. Ook nu weer.
We zijn net op tijd in Apollónia om de bus naar Kamares terug te nemen. We vinden één open supermarkt (siëstatijd) waar we wat bier kopen, dat we op ons balkon opdrinken.
's Avonds in een echte Griekse kantine (zoals Martijn zich die voorstelde) kijken we in de potten en pannen en eten lekker. De witte huiswijn is er echt goedkoop: ƒ 3,50 per 0,5 liter. Eenmaal terug in het hotel worden we opgebeld door Stavros namens Wandering Islands. We zouden maandag naar Naxos varen, maar dan blijkt er geen boot te gaan. Hij doet wat voorstellen en wij besluiten er een nachtje over te slapen.