Azië

Artikelindex

Dinsdag 5 aprilAoleang Monyu-festival, naar Dibrugarh (Assam)

Aoleang Monyu-festival, NagalandOp een groot terrein vindt het Aoleang Monyu-festival plaats. Het ligt een stuk lager dan het omringende terrein waardoor de toeschouwers van boven af een goed zicht op het gebeuren hebben. Er lopen twee wegen en meerdere paden van boven naar het terrein.
In het midden van het veld staat een traditionele hut waar stoelen voor de vips zijn neergezet. Daarvoor staat een hoge Babo paal, een grote logtrommel en zijn twee grote cirkels getekend, een voor de mannen en een voor de vrouwen. Dat staat er op een bordje bij. Aan de zijkant zijn stenen tribunes en daarvoor zijn dertien vakken gemaakt die voor de verschillende dorpen zijn bestemd. Ieder dorp (en zijn omgeving) een eigen vak. (Mon, Chi, Leangha, Totok, Longkei, Sheanghah, Tangnyu, Chen, Tobu, Aboi, Hongphoi, Wakching en Longwa.)
Na het ontbijt laden we de auto´s alvast in en we gaan naar het festivalterrein. Om 8:00 uur zijn we er al, maar er is nog geen enkele activiteit te bespeuren. We zijn amper tien meter op weg om een ommetje te maken als we de eerste vrachtauto´s aan zien komen rijden. Vrachtwagens met open laadbakken helemaal vol met luidkeels zingende mannen en vrouwen in vol ornaat. Aoleang Monyu-festival, NagalandEen geweldig gezicht. De vrouwen staan vooraan, allemaal met dezelfde kleding aan, maar wel met verschillende sierraden. Heel veel kettingen, armbanden in allerlei soorten en maten, oorbellen. Ze dragen allemaal een lange staart die aan hun eigen haar bevestigd is. Of het echt of namaak haar is, kunnen we niet achterhalen. De koningin van zo´n stam is herkenbaar aan veren op haar hoofd. De mannen dragen hoeden met haren, varkenstanden en een grote neushoornvogelveer. Ook veel kettingen, vaak met hoofdjes, oorbellen, armbanden, beenversierselen, ceremoniële speren en hakmessen, ook versierd. Anderen dragen geweren, pistolen, zwaarden en allemaal mandjes laag op de rug die allemaal anders versierd zijn. Het is droog en bewolkt weer. Beter kan het niet zijn. Zo´n zingende groep stapt uit. De vrouwen komen op slippers, maar die worden later uitgetrokken en ze gaan op blote voeten verder. De mannen houden de schoenen aan. Ze zijn erg trots en laten zich gewillig fotograferen. Zelf maken ze ook foto´s. Van elkaar en van ons.
Snel achter elkaar komen van alle kanten groepen al zingend aan. De een per vrachtwagen, de ander met de bus en veel lopend (die hebben verderop geparkeerd). Overal waar je kijkt, zie je groepen fel gekleurde mensen aan komen zetten. Het is een fantastisch gezicht.
Als zo´n groep is gearriveerd, begeven de mannen zich naar de logtrommel en bewerken die met grote houten stokken intussen luid zingend. Prachtig. De vrouwen dansen in de vrouwencirkel hun dans onder aanvoering van een oude man. Ook zij zingen.
Tegen half elf wordt vanaf de hut een hele lange rij gevormd door alle groepen die aan weerszijde van een denkbeeldige weg staan. De plaatselijke minister met zijn gevolg komt er aan en wordt naar de hut begeleid onder het lossen van diverse schoten. Alle groepen lopen naar hun eigen vak en horen daar de toespraken aan die een beetje te lang duren. Men wordt verveeld en gaat er bij zitten. De plaatselijke bevolking zit op de tribunes en heuvelopwaarts rondom het terrein. Op het eind worden alle toeristen ( een stuk of twintig) naar voren geroepen. De mannen krijgen een sjerp en de vrouwen een kralenketting. Ook worden we uitgenodigd om te blijven eten. Wat een Vipbehandeling.
Aoleang Monyu-festival, NagalandNa de toespraken begint het dansen. Elk dorp vormt twee dansende en zingende kringen; een met vrouwen en een met mannen. De mannen schieten met de geweren in het midden van zo´n cirkel op de grond. Dat geeft enorme knallen en een hoop rook. Het is een lawaai van jewelste: de zingende mannen en vrouwen, de slagen op de logtrommel, de knallende geweren. We weten niet waar we moeten kijken. Er is zoveel te zien. Telkens komen er nieuwe groepen met andere kledij en sierraden. Sommige oude mannen dragen een lendendoekje en hebben blote billen. Een enkeling heeft naast het getatoeëerde hoofd ook een getatoeëerde borst en grote klossen in de oren. Overal zien we dansende mensen en rijen wuivende neushoornveren.
Op de vrachtwagens staan grote vaten rijstwijn, waar regelmatig een slok wordt gehaald.
Flesjes water worden uitgedeeld en pakjes rijst in bananenbladeren. Aoleang Monyu-festival, NagalandOok aan ons.
Wat een spektakel. We genieten.
We verzamelen oom 12:00 uur om naar Dibrugarh te rijden, 135 km. Tegen die tijd is het festival ook afgelopen en iedereen verdwijnt alle richtingen op.
Bij de lunch nemen we afscheid van Aso en zien we Koj weer terug. We rijden het eerste stuk dezelfde weg terug en bij een plaspauze zitten er alweer bloedzuigers op sommige schoenen.
Eenmaal de bergen uit, Nagaland uit en Assam in, zien we weer de theeplantages met de theepluksters. We toeteren de koeien, geiten, honden, varkens, eenden, ganzen en mensen van de weg. We nemen een binnendoor weg die erg smal is. Soms goed, soms slecht. We drinken thee, thee en nog een thee. Om 18:00 uur komen we in Dibrugarh aan, drie uur vroeger dan als we de grote weg zouden hebben genomen.
We borrelen in de bar met bier en nootjes.

Woensdag 6 aprilNaar Delhi

De koffie en thee bij het ontbijt gaat weer helemaal verkeerd. Thee in plaats van koffie, melkthee in plaats van zwarte koffie, slappe koffie, geen lepeltjes, geen suiker.
We lopen wat rond om de tijd te doden en checken alvast in.
De binnenlandse vlucht naar Delhi vertrekt om 14:35 uur via Calcutta naar Delhi. Er is een heel uitgebreide controle en het instappen is een chaos. Er hangen verkeerde vluchtnummers boven de vertrekuitgangen. Het Engels dat omgeroepen wordt, is zo slecht dat wij niet doorhebben wat onze vlucht is. Het komt allemaal toch goed. Na de tussenlanding staat het vliegtuig op het punt van vertrekken, de deur is al dicht, als een passagier besluit om alsnog in Calcutta te blijven en hij stapt uit. Daardoor moet ook zijn bagage er uit en alle handbagage wordt aangewezen waarop de eigenaar zich moet melden. Zo weten ze zeker, dat die man niets achtergelaten heeft.
In Delhi maken we onze roepies op aan eten en wat te drinken. Er is een groot plein met tafels en stoeltjes met daar omheen allerlei verschillende eetstalletjes. Als je met een groepje bent, kan iedereen bij verschillende tentjes wat halen. Wel erg handig.
De allerlaatste roepies willen we opmaken aan een fles whiskey, maar ze accepteren geen roepies. We zijn toch in India, of niet soms? Erg vreemd.

Donderdag 7 aprilNaar huis

De vlucht naar Amsterdam zit helemaal vol. We vertrekken een uur te laat (tegen tweeën), omdat een computer is uitgevallen en nu allerlei dingen met de hand moeten worden geteld.
We komen slechts een kwartiertje later aan dan gepland. We taxiën een kwartier en halen onze koffers die al klaar liggen bij de lopende band. Er zijn maar weinig passagiers die hier uitstappen, de meesten vliegen verder. Binnen drie kwartier na lading, zitten we al in de trein naar huis.

Dit was een DimSum reis.