Azië

India: Arunachal Pradesh - Assam - Nagaland

17 maart t/m 7 april 2011

Deze vergeten uithoek in INDIA is jarenlang gesloten geweest voor buitenlanders. De vele stammen die hier wonen hebben allemaal nog hun eigen cultuur weten behouden en leven nog steeds volgens hun eigen tradities en gebruiken. Het gebied wordt ook wel de ‘Seven Sisters’ genoemd, naar de zeven deelstaten waaruit de regio bestaat.
In ASSAM, ARUNACHAL PRADESH en NAGALAND leven zo’n vijfhonderd verschillende stammen en substammen. Er worden tweeënveertig verschillende talen gesproken, waarvan zes geschreven talen. De meeste talen behoren tot de Tibetaanse taalgroep.
In de heuvels van Arunachal Pradesh wonen stammen als de Nyishi, de Apatani, de Hill Miri, de Tagin, de Idu, de Adi. Ooit zijn hun voorouders naar dit gebied gemigreerd vanuit omringende landen als China, Tibet en Birma, maar ook vanuit verder weg gelegen landen als Thailand, Laos, Cambodja en Mongolië.
De deelstaat Nagaland staat vooral bekend om de ‘koppensnellers’. De Naga stammen, zoals de Konyak, waren beruchte koppensnellers. Officieel is dit verboden in 1935, met het laatste optreden in 1963. Nog steeds zijn de rituelen die hiermee gepaard gingen zichtbaar in de kleding, de festivals en de dorpen. De Naga bestaan ook weer uit zo’n vijftien verschillende substammen waaronder de Ao, de Konyak, de Chang en nog vele anderen.

Apatani

Afdrukken

Donderdag 17 maartNaar Delhi

Met Dimsum gaan we naar Noordoost-India. Samen met Wim vd H. gaan we naar Assam, Arunachal Pradesh en Nagaland, provincies waar men nog vrij traditioneel leeft. We hebben een groepje van zeven mensen en twee daarvan kennen we al: Petra en Rob die we vorig jaar in China hebben ontmoet. Blijven José en Frida over. We kennen alle namen al voordat we de mensen hebben ontmoet.
We treffen Wim op NS-centraal en gaan met de trein, op tijd, naar Schiphol. We zijn thuis al ingecheckt en de bagage afgeven gaat vrij snel. We gaan koffie drinken om het wachten te veraangenamen. Het vliegtuig, een 'brand new plane', heeft ondanks de nieuwigheid een technisch probleempje en we vertrekken drie kwartier te laat. Na een rustige vlucht komen we wel op tijd aan in Delhi. Om 23:30 uur landen we. Het is er 24°; dat valt mee. Maar wat veel meer mee valt, is dat de verbouwing van het vliegveld klaar is. Wat een verschil met drie jaar geleden. De douane gaat zelfs snel en bagage gaat ook allemaal goed. We pinnen geld (100 RS = € 1,60) en we worden met een busje naar een hotel in Karol Bagh gebracht. We krijgen een fles water. Het is erg druk op de wegen ondanks het late uur. Vrachtwagens mogen alleen 's nachts de stad in waardoor ze files veroorzaken. Het ziet er een stuk armoediger uit dan we in gedachten hadden. Veel troep op straat en veel slapende mensen.
Ons tweepersoonsbed heeft een eenpersoonslaken en -deken. Het eenpersoonsbed dat er ook nog staat, heeft helemaal geen laken. We leggen het laken overdwars en de deken op de grond. Hoewel het bed verder prima is, we slapen me matig. We moeten wennen aan de warmte, het tijdsverschil en de geluiden.

Vrijdag 18 maartNaar Nameri N.P. (Assam)

Na slechts vijf uurtjes moeten we alweer op. Het ergste is dat het voor ons gevoel pas 2:30 uur is. Het duurt dan ook wel even voordat we goed wakker zijn.
We worden naar het nationale vliegveld gebracht voor de vlucht naar Guwahati in Assam, die om 10:20 uur zal vertrekken. Het water mogen we meenemen als we er in het bijzijn van de beveiliging wat van drinken.
De vlucht gaat op tijd en als we aankomen is het nog droog. Een uurtje later gaat het regenen.
Er staan twee jeeps op ons te wachten die niet erg ruim zijn als je met z’n drieën achterin moet. Schouders tegen elkaar, knieën tegen de voorbank. Anders gaan zitten of de benen even strekken is er niet bij.
Het eerste stuk van de weg is druk met veel verkeer. De weg is dan nog goed. We gaan om 13:30 uur rijden en lunchen onderweg met thali en kip. Lekker.
De weg wordt steeds slechter en natter. Het is wennen aan het verkeer: veel toeteren, iedereen rijdt midden op de weg, halen in als het eigenlijk niet kan (halen we het wel of net niet), veel dieren op de weg, overstekende voetgangers die zonder opkijken de weg oplopen. Als het donker wordt, is het nog erger. Voetgangers zie je helemaal niet en tegenliggers hebben vaak groot licht aan staan. We hobbelen veel door de grote gaten in de weg.
Pas om 21:00 uur, 225 km verder, komen we in Nameri N.P. aan. Eindelijk zijn we er dan. We blijken alleen niet in het beloofde tented-camp te zitten, dat midden in de natuur staat. We krijgen grote ronde bungalows zonder warme douche en zonder bier. Dat laatste is snel opgelost doordat de chauffeurs, Rajeep en Raman, een doos Kingfisher gaan halen.
Om 23:30 uur gaan we naar bed.

Zaterdag 19 maartNameri N.P.

We hebben als een blok geslapen en worden wakker van de wekker om 7:30 uur. En van de regen. Het is niet normaal dat het deze tijd van het jaar regent. Maar wat doe je er aan.
We krijgen lokaal ontbijt met scherpe, hete, gele soep, fullies (broodjes) en gekookte eieren. Slappe koffie. We vragen er het potje Nescafé bij om het op sterkte te brengen.
Als we naar het Nameri Nationaal Park rijden, regent het nog steeds. We worden bij de bungalows opgehaald door het personeel met grote paraplu’s. Het eerste stuk door het dorp is één grote modderweg. Veel sporen, veel geulen, veel water. Kraampjes en winkeltjes langs de weg. Mensen lopen op blote voeten, slippers in de hand.
Een paar honderd meter ligt er een goede asfaltweg waar een bordje ‘modelweg’ bij staat. Het grootste deel van de weg van het uur rijden naar het park is slecht tot erg slecht. Veel hobbelen. Een enkele auto zit vast in de modder. We varen de rivier over in een houten bootje naar het park dat op de andere oever ligt. Het is laag water en het regent nog steeds. Twee mensen zitten op een olifant. Toch een heel ander gezicht dan een ezel of een paard.
We gaan wandelen. Sommige delen van het pad staan onder water en we proberen zoveel mogelijk langs de rand op de kantjes te lopen. Door de regen zien we niet veel. Er zouden veel vogels (o.a. vier soorten neushoornvogels) en vlinders moeten zitten, maar die laten zich in de regen niet zien. We hebben allemaal een paraplu en blijven zo redelijk droog. BloedzuigerTot onze verrassing zien we een wilde olifant. In de shit van de olifanten zitten de noten van de olifantenappels. Die noten worden weer door andere parkbewoners opgegeten. Later is het even droog en zien we wat hoppen, een klein rood vogeltje, zwaluwen en een specht. En bloedzuigers! Hopen bloedzuigers. Als we stil staan, zien we ze op ons af komen kruipen. We halen er verschillende van onze schoenen af. We stoppen de pijpen van de broek in de sokken en smeren die in met deet. Het gaat weer regenen. Mooie natuur, grote groene bomen en veel planten.
ThaliWe eten bij het Eco-kamp een heerlijk buffetje. Typisch Indiaas: (hele bergen) rijst, chapati’s, papadums, kip, groente, aubergine, paneer en dal. We krijgen er water bij. Het regent nu harder. Om 16:00 uur zijn we terug bij het hotel en controleren we onze voeten en benen op bloedzuigers. De schade valt mee: Martijn heeft er drie, waarvan er één een grote bloedende plek heeft achter gelaten. Lia heeft twee kleine beetjes, die pas gaan bloeden als ze haar sokken uittrekt. Snel een klein stukje wc-papier er op en het bloeden stopt.
Uit de roestige geiser komt warm water. Er is geen douche, maar een soort mandibak. Is prima.
Onze gids, Koj [Kosj], heeft weer voor bier gezorgd die 110 RS kost. Als borrelhapje krijgen we frietjes en gefrituurde kaashapjes. Daarna eten. Om 21:00 uur gaan we naar bed. Het regent nog steeds.