Azië

Artikelindex

Zaterdag 17 aprilNaar Dafengding (Panda) Reserve - Meigu

We ontbijten op straat en als we aan komen lopen, zien we alle hoofden onze richting op draaien. De mensen waar we gaan eten, voelen zich zeer vereerd. Ze zijn wel buitenlanders gewend, want wij krijgen de noedelsoep voor onze neus en ze komen apart aanzetten met een teiltje pepersaus. We zien verschillende Yi-vrouwen mooie zwarte geborduurde kapjes dragen. Sommige met zilverwerk op de achterkant.
Het Dafengding Reserve is helaas gesloten. Er zijn daar momenteel geen panda's, zeggen ze en onze auto zou daar niet naar toe kunnen. Tina belt om informatie en belt daarna het Reserve, waar ze geen gehoor krijgt. Jammer, we hadden graag wat panda's in het wild gezien (of een nevelpanter). We hadden ons daarop verheugd.
De weg is het eerste half uur naar Meigu goed, daarna begint de ellende. De weg wordt slecht, erg slecht. We stuiten op een dichte slagboom, waar al een auto, een bus en een paar vrachtauto's staan. We stappen uit en de Chinezen beginnen met elkaar te praten. Als wij vragen wat er aan de hand is, moeten ze dat even navragen. Daar hebben ze het nog niet over gehad, terwijl wij dat juist als eerste willen weten. Het blijkt dat ze boven aan de berg bezig zijn en bang zijn voor vallend puin. Het duurt niet lang en we kunnen weer verder. Onze chauffeur heeft met die van de andere personenwagen afgesproken om samen op te gaan rijden, omdat de weg zo slecht is. Soms zitten we midden in een bamboebos, dan rijden we door een dorpje. De kippen, zwarte en witte varkens met hun biggetjes (de zwarte zijn lekkerder, zeggen ze), de ganzen, de paarden, alles loopt los op het midden van de weg. We zien hele mooie mensen met prachtige kappen en mooie jakjes. Veel kinderen dragen mutsjes met veren, kwasten, pompoenen, belletjes. De kappen zijn zwart (we vragen ons af hoe die op hun hoofd blijven zitten) met borduur- en/of zilverwerk. Hun lange zwarte vlechten (al dan niet nep) zijn daarin verwerkt. Veel vrouwen dragen zwierige rokken in zwart, geel, rood en groen. Dat zijn de kleuren van de Yi. Soms staan er veel bomen in bloei. We rijden langs de rivier en het is niet zo warm. We vragen regelmatig of we nog goed zitten, want de GPS wijst ons telkens terug en kent deze weg niet eens. Iedereen stuurt ons echter vooruit en als we vragen hoe ver het is, is het antwoord altijd 100 kilometer. Het is het equivalent van 'heel ver'. De weg wordt steeds slechter en we komen haast niet meer vooruit. Op het hoogste punt van de bergen, 2600 meter, verandert het weer. Het wordt helder, zonnig en warm.
Om 15:00 uur bereiken we eindelijk het asfalt en er rijden amper auto's. Dat is erg uitkijken want alles en iedereen loopt zo de weg op. Ook de mensen. Blote jongetjes, die net gezwommen hebben, liggen op het asfalt om warm te worden. Ziet er niet uit.
Muts in MeiguIn Meigu, dat op 2000 meter hoogte ligt, wandelen we het centrum door. Het is niet groot, maar wel gezellig druk. Veel vrouwen en sommige mannen dragen klederdracht. Vrouwen lange rokken, kleurige jakjes en vreemde zwarte hoeden, meer grote mutsen eigenlijk, al dan niet geborduurd en grote oorbellen. Het zijn heel andere hoeden dan de kapjes die we onderweg zagen. Mannen dragen gekleurde jakjes en vaak een jas met franjes. Overal worden we aangekeken, nagestaard, nagewezen en uitgelachen.
Bij een entree van een gebouw staat een grote groep in mooie klederdracht: mannen, vrouwen en kinderen. Klederdracht in MeiguNetjes geklede mensen gaan naar binnen (om iets te vieren, maar we weten niet wat). Van de mannen krijgen ze een klein glaasje rijstwijn, de vrouwen dragen dienbladen met sigaretten en nootjes waar ze uit mogen kiezen. Wij krijgen daar ook van, maar gaan niet naar binnen.
Een biertje kost hier 3 yuan en die drinken we op onze kamer op. 's Avonds gaan we met Tina en de chauffeur uit eten. Allerlei verschillende gerechten met o.a. varkenskluifjes met een dikke laag spek die heerlijk smaken. We zijn maar 15 yuan p.p. kwijt.
We lezen op internet van de problemen om de Europese vliegvelden in verband met de uitbarsting van een vulkaan op IJsland. Wilma zou vandaag naar Mexico gaan en Herman maandag naar Madrid. Die kunnen het wel vergeten. En hoe zit het met de groep? Zijn die in Kanton, Beijing of ergens anders gestrand? Later blijkt, dat Wilma ’s woensdags vertrekt, Herman niet naar Madrid gaat en de groep tot donderdag in Kanton zal blijven.

Zondag 18 aprilNaar Zhaojue - Butu

We ontbijten in een klein restaurantje, terwijl we naar de mensen op straat kijken. Veel mensen dragen vreemde jassen zonder mouwen. Het is een soort deken, aan de bovenkant loopt een bandje langs de hals, zodat die daar samengebonden wordt. De jas blijft zo om de schouders liggen als een soort cape. Van voren kunnen ze hem dicht houden met de handen. Veel hebben er franjes aan hangen.
Tina vraagt zich af hoe wij aan eten komen terwijl we geen enkel woord Chinees spreken. We leggen het uit (wijzen op ingrediënten, wijzen bij andere mensen, lopen de keuken in) en ze begrijpt het wel, want zij zal zich in dit gebied ook zo moeten redden, want de meesten spreken geen Mandarijn.
We gaan op weg naar Zhaojue. We rijden langs de rivier en zien veel bebouwing. RijstveldenSoms wat hele groene rijstvelden, die later uitgezet zullen worden in de andere. We zien veel lopende mensen die op weg blijken te zijn naar een markt, die een beetje armoedig er uit ziet. Wel mooie mensen, vooral de oude en de kleintjes. Regelmatig wordt Martijn aangesproken over zijn lengte. Ze kijken hun ogen uit. 500 meter verderop is nog een markt, wat groter en met meer gebruiksartikelen en eenden- en ganzenkuikens in allerlei soorten en maten.
In Zhaojue is een markt die er beter uit ziet. Veel aardappelen en groente. Het fruit is hier duur, omdat dat hier niet groeit. Een enkel kind durf 'hallo' te zeggen, en lacht zich samen met vriendjes en vriendinnetjes te barsten als wij 'nihao' terug zeggen. Er zitten vrouwen met dubbele strengen vlechten op het hoofd waar een mooi kapje op staat. Ziet er weer anders uit. Tot nu toe zijn er in elke plaats andere hoofddeksels te zien. De vrouwen zitten achter de kraampjes, doen de boodschappen en passen op de kinderen. De mannen zitten te kaarten, te roken en te drinken. Veel mensen zitten op stoeprandjes of gewoon op straat. De stoep zelf is minder populair. Verschillende beginnen een babbeltje en wij praten in het Nederlands terug.
De weg naar Butuo is vrij goed, maar het blijft opletten op plotselinge gaten in de weg, vreemde manoeuvres van voertuigen of overstekende dieren en mensen. We zitten rond de 2000-2300 meter.
Het landschap is niet spectaculair, je moet het hier echt van de mensen hebben.
We stoppen bij een huisje waar een 78-jarige mevrouw woont samen met een varken, wat kippen en een aardige voorraad rijst e.d. Ze heeft één ruimte waar alles in gebeurt; de slaapkamer wordt als rommelhok gebruikt. Een buurman moet voor Tina vertalen, want ze verstaan elkaar niet. Voor onze gids is het de eerste keer dat ze zo'n huis binnen komt. Ze is wel vaker in deze streek geweest, maar meestal alleen in Xichang, de hoofdstad van de regio. We geven de mevrouw 20 yuan, waar ze heel erg blij mee is.
Langs de kant van de weg zit iedereen op de grond in groepjes bij elkaar. Soms wordt er gekletst, maar er wordt ook gewerkt. Zoals met de handweefgetouwen. De een zit te spinnen, de ander te weven. Kinderen passen op elkaar.
In Butuo willen we de stad in gaan, maar het begint te regenen. Dus wachten we maar. Na een uurtje klaart het op en gaan we slenteren. De mensen dragen hier Mao-hoeden en een zak. Zo noemen wij het. Man in ButuoHet is een rechte wollen jas of doek, met openingen bij de schouders, maar die zijn te klein voor armen. Misschien voor een juk? Het ziet er erg stijf uit en zijn zo lang, dat als ze op hun hurken zitten, de zak precies tot op de grond reikt. De jassen leken ons soepeler; de zakken blijven rechtop staan als je ze uittrekt. Wij noemen de mensen bij die namen: een zak, een (franje)jas, een vlecht, een muts, een oorbel. Overal om ons heen zijn alle ogen op ons gericht. Alle hoofden draaien onze kant op, men stoot elkaar aan, men wijst, men lacht, men kijkt hun ogen uit.
Tina, onze gids, zei dat hier geen restaurants zijn waar je kunt gaan eten en dat we maar instant noedels op de kamer moeten maken. Maar dat willen we niet en overal in China hebben we goed gegeten en we zijn nog nooit ergens ziek van geworden. Dus dat moet hier ook lukken. We zoeken een restaurantje waar het er schoon uitziet en nemen ons woordenboekje en verschillende menulijsten mee. Oeps, we hebben er niet aan gedacht, dat men hier zelfs het Mandarijn niet kan lezen. Daarom wijzen we op een bezette tafel de paksoi aan, doen een kip na (tok tok tok) en lopen vervolgens gedecideerd door naar de keuken. En jawel, daar haalt men een kip uit de koelkast; we begrijpen elkaar wel! Een kok is een omelet aan het bakken en die willen we ook. We gaan aan een tafeltje zitten en wijzen vervolgens op servetjes en bier waar we kleine borrelglaasjes bij krijgen. Alles komt goed. De kippenschotel is werkelijk overheerlijk. Het is niet 'goedkoop' (88 yuan met z'n tweeën inclusief bier), maar we kunnen het Tina van harte aanbevelen.

Maandag 19 aprilNaar Xichang

Tegen achten zien we honderden kinderen in de straat van ons hotel ontbijten. Allemaal kopen ze iets, sommige een broodje al dan niet met room, cake, bakjes noedels, grote koeken, enz. Er staan veel afvalbakken, maar de meeste gooien hun troep op de grond. Als een politieagent hiervan wat zegt tegen een jongetje, raapt hij het op en gooit het weer op de grond als de agent zich omdraait. Om 8:00 uur zijn ze verdwenen als de school begint.
We gaan vandaag naar Xichang en hebben pas vijfhonderd meter gereden als we al bijna drie aanrijdingen hebben gehad: met een vrachtwagen, een hond en twee kinderen.
Onderweg stoppen we bij een markt. Aan de straat wordt het vee verhandeld en we horen krijsende biggetjes. Die blijken ook in de uit zichzelf bewegende zakken te zitten. Even verderop is de rest van de markt. Een mooi markt die pas net op gang komt. De mensen dragen kleurige jaks en veel sieraden. Prachtige jakjes hebben ze te koop voor 500 yuan. Een hele mooie markt. We zitten op 2750 meter en het is mooi weer. De zon schijnt en het is een graad of 22. We rijden door over een 3180 meter hoge pas. Mooie uitzichten over bergen vol met paarse bloemen, groene weiden en wat dorpjes in de verte.
Dicht bij Xichang gaan we in een visdorp aan het meer eten. Het hele dorp is een soort kermis met allemaal eetkraampjes. Vanaf Xichang kun je hier met een bootje naar toe. Een populaire locatie voor de Chinezen. We eten o.a. hele kleine garnaaltjes en kleine visjes die je beide met huid en haar op eet. Ze vragen of wij levende zeevruchten willen eten, maar dat doen we maar niet.
Het hotel in Xichang ligt helemaal buiten de stad aan het meer. Het is ondertussen 26-27 graden in de schaduw geworden. Heerlijk.
De chauffeur en Tina brengen ons naar het Torch Square, een must voor iedere Chinese toerist. Het culturele kunst- en filmcentrum is het meest moderne gebouw in de wijde omtrek. Er staan 56 pilaren voor elke etnische minderheidsgroep in China en negen tijgers als symbool voor sterkte en kracht.
Het Yi-Minerity Slave Museum ligt hoger op de berg en is om onduidelijke redenen gesloten. Iets verder de berg op ligt het Guangfu-klooster. Alleen Martijn gaat naar binnen (3 yuan), want Lia heef een shirt zonder mouwen aan en Tina zit net in haar periode. Martijn vindt het geweldig en wil a.s. donderdag terugkomen als we weer in Xichang zitten. Prachtig uitzicht over de stad en het meer. De auto rijdt terug en wij lopen via de trappen naar beneden en wandelen de buurt door. We zien zowaar allerlei terrasjes met uitzicht op het meer. Het blijken restaurantjes te zijn en willen daar een biertje drinken. We kiezen er een waar een gezin zich zit voor te bereiden op de avonddrukte. Geen woord Chinees en ook het woord 'bijou' wordt hier anders uitgesproken. We zitten daar heerlijk te zitten en kijken naar de lampionnetjes en vogelkooitjes. Het is zo Chinees.
We gaan eten in de 'snackstraat' zoals wij het straatje noemen. Aan de ene kant staan winkeltjes en aan de andere kant allemaal barbecues, tafels en stoeltjes. We kiezen een paar vissen uit die op stokjes op de bbq worden gelegd. Ondertussen halen we aan de overkant koud bier. Het doet ons erg aan Bangkok denken... Ze verkopen grote schelpen, een soort oesters, maar dan vijf keer zo groot. Windvlagen doen de mensen aan de overkappingen gaan hangen. Sommige ruimen die al op, maar die van ons wacht tot we weg zijn. Een vis kost 6 yuan per stuk en het bier 4 yuan. Arm word je hier niet van. We worden steeds meer bedreven in het slurpen, smakken, spugen op tafel van botjes, graatjes en alles wat je niet lekker vindt. Servetjes gooi je op de grond.
Op een plein worden druk oefeningen gedaan en wij gaan op een randje zitten kijken. We krijgen, uiteraard, een uitnodiging om mee te doen, maar dat doen we niet. Een paar kleine kinderen, die net kunnen lopen, proberen de ouderen na doen en zijn zo vreselijk grappig. De temperatuur is zo lekker, dat we in T-shirt rond kunnen lopen.
We slapen net als een groot vuurwerk losbarst en alle autoalarmen spontaan afgaan.

Dinsdag 20 aprilNaar Luoji Shan - Puge

Als we om 8:00 uur gaan ontbijten is het zonnig, blauw en warm.
Vandaag gaan we naar Luoji Shan, een bijna 4400 meter hoge berg.
Onderweg zien we een hoop mensen lopen en jawel, even verderop is een markt. De mensen dragen veel traditionele kleding: mooie jakjes, sommige hebben tulbanden op het hoofd, grote, lange oorbellen, maar geen bijzondere hoofddeksels. Een mevrouw zit in trance op een trom te slaan en voorspelt de toekomst.
Boven bij de Luoji Shan zijn warmwaterbronnen, watervallen en gletsjermeren. Het is een populaire plek voor lokaal toerisme en wij hebben gelezen, dat maart-april de beste tijd is om deze te bezoeken om te wandelen. Ondanks dat is de kabelbaan gesloten. We kunnen een uur of vier omhoog lopen, maar daar hebben we geen zin is en het is daar trouwens te laat voor. We krijgen het advies om naar een andere waterval te gaan. Het plaatje dat ze laten zien, is mooi, maar de mensen die we de weg vragen, vinden er niets aan. We lopen drie kilometer tot een bron met warm water. Niet heel heet, maar lekker genoeg om in te poedelen. Bij de waterval zijn echte Chinese steigers geplaatst. Heel lelijk, die het zicht op de waterval grotendeels wegneemt. Even verderop is een zwembad gemaakt, waar twee mensen in zitten. Het is niet veel, maar we lopen lekker en de omgeving is mooi. We zien een aap, die midden op het pad gaat zitten. Een mooi gekleurd kevertje ontdekken we tussen de bloemen.
LandschapDe weg naar Puge is mooi door de bergen met mooie vergezichten. We zijn daar vroeg omdat Luoji Shan gesloten is en we zitten in het enige hotel van de plaats. De kamer is prima, maar als we het dorp willen gaan verkennen, blijkt die niet op slot te kunnen. We krijgen een andere kamer. Het dorp is niet meer dan een grote lange straat met 'moderne' winkels. Ergens achteraf ontdekken we een markt met kleding van de minderheden en we zien zowaar twee vrouwen met kappen op lopen. Niet zo groot als we destijds in Lijang hebben gezien, maar groter dan degenen die we tot nu toe deze reis hebben ontdekt.
Het bier dat we kopen is van een onbekend merk, er staan alleen Chinese tekens op, en het is zo koud, dat het ijs in het bier in de fles slaat als we die openen.
's Avonds gaan we hotpotten in een restaurant dat we ´s middags ontdekt hebben. We begrijpen helemaal niets van het personeel en zij niet van ons. Ze kunnen geen Mandarijn lezen. We hebben allemaal de grootste lol. Ze hebben een kaart, waar ze iets van 88 yuan aanwijzen. Dat doen we! Ze komen met pepertjes aanlopen en wij willen daar een beetje van. We gaan naar een klein kamertje en wachten af. Er worden verschillende schaaltjes neergezet en even later volgt de hotpot. Het is een grote pot helemaal vol met verschillende stukken vlees (we willen niet weten wélke), paddenstoelen, groente en weet ik veel wat nog meer. Het is een echte 'hot'pot en wij denken er te laat aan om de vele pepertjes er uit te scheppen. Hij wordt dus steeds heter en wij gaan steeds meer zweten. We genieten. De rekening schrijven ze niet in getallen, maar voluit en dat kunnen we niet lezen. Zij hebben moeite met getallen, maar we komen er, zoals altijd, uit.
Het is erg druk op straat. Iedereen is aan het flaneren en overal horen we 'luowai'.

Woensdag 21 aprilNaar Huili Old Town

We ontbijten met gestoomde noedels en wontonsoep.
Om 10:00 uur is er in het hele land een minuut stilte om de slachtoffers van de aardbeving te herdenken. Ook is er een grote inzamelingsactie geweest.
We rijden over een asfaltweg naar Huili, een weg dwars door de bergen en die alleen maar kronkelt. Daarnaast is de weg erg hobbelig en slingeren we heen en weer om de vele gaten te ontwijken. Een mooie weg met vaak prachtig uitzicht. Overal is men bezig om huizen te stukadoren, te witten en dakpannen te vernieuwen. Men heeft het rustig met de landbouw: de groente staat te groeien en voor de rijst is het te vroeg. Nog steeds warm vandaag.
We komen bij een tolpoort waarvan de rechter slagboom niet meer open wil en iedereen dus door de linker moet. Gelukkig is het er niet zo druk.
Huili heeft een stukje oude stad, dat dicht bij ons hotel ligt. Ons kamernummer is 508 en ligt op de derde verdieping. De begane grond noemen ze de eerste verdieping en een vierde is er bijna nooit. Dat is n.l. het ongeluksgetal, zoals bij ons dertien. Acht is het geluksgetal, waar je wel voor moet betalen als je bijvoorbeeld een telefoonnummer of autonummerbord met achten wilt. De letter ‘t’ is ook niet gunstig.
Oude klokkentorens, erg oude huizen, maar daarin wel heel moderne winkels. We kopen er een horlogebandje voor slechts 4 yuan. Samen met dat batterijtje voor 10 yuan, totaal € 1,40, kan het horloge weer jaren mee. In Huili wonen veel Han-Chinezen, omdat hier ijzererts wordt gewonnen. Men dropt op zo’n plaats een hoop Han-Chinezen en bouwt er vervolgens een stad. We lopen naar de tempel van het Witte Paard, een vrij nieuwe tempel, die gesloten lijkt, maar even later toch geopend wordt. We kijken er even rond en doen een donatie.
Samen met Tina gaan we ergens eten en ze bestelt opnieuw heel andere gerechten dan we tot nu toe gegeten hebben. Wel met bekende ingrediënten, maar telkens anders klaar gemaakt. Ook hier horen we overal 'luowai'. De hele week zien we geen andere westerlingen.

Donderdag 22 aprilNaar Xichang

Het ontbijt is inclusief en we hebben daar een bonnetje voor gekregen. We gaan naar de achterkant van het hotel, dat grenst aan de straat. Het lijkt of ze het ontbijt hebben uitbesteed. Er staat een soortement buffet en men vraagt ons van alles. Wij geven overal antwoord op, maar weten niet waarop. Men wijst ons wat we kunnen pakken en goed te combineren is. Er wordt een apart kamertje voor ons geopend en twee Chinezen durven zowaar bij ons te komen zitten. De rijstepap wordt ons nagebracht. Want die eet iedereen. Alleen wij niet. Nou ja, Martijn wel wat, maar Lia niet.
We zijn nu op de terugreis: vandaag naar Xichang, morgen vliegen we naar Chengdu en overmorgen naar huis. Volgens internet vliegt men in bijna heel West-Europa weer en 'onze' vlucht’, die iedere dag naar Chengdu gaat, is vandaag vertrokken. We lezen dat de KLM ook op schema vliegt. We hebben dus goede hoop, dat we zaterdag gewoon volgens schema kunnen vliegen. De groep zit nog steeds in Kanton en weet dat er vanaf vandaag gevlogen wordt. Maar ze hebben geen idee wanneer zij mee kunnen. Misschien zijn wij wel eerder thuis dan zij. Niet te hopen voor hen.
In Xichang gaan we terug naar het Guangfu-klooster. Nu met een jas, want het regent af en toe. We zijn het hotel nog niet uit, of er stopt een bus langs de kant waar een 'kap' uitkomt. Bij een entree van een gebouw staat een grote groep in mooie klederdracht: mannen, vrouwen en kinderen. KapEen prachtige kap zelfs met grote, felgekleurde klossen aan de voorkant. We lopen alle trappen omhoog en komen bij het klooster. Van de week scheen de zon, wat toen prachtige kleuren gaf. Ook zonder zon is het de moeite waard. Het is een groot complex en we lopen het helemaal rond. We hebben wat leesbrillen meegenomen, die we afgeven in de bibliotheek.
Het begint opnieuw iets te regenen en buiten het klooster steken we de paraplu's op. Als we op de hotelkamer zitten, gaat het gestaag regenen en houdt het niet meer op.
We eten samen met de chauffeur en de gids als afscheid met gerechten die we nog niet gehad hebben. Er zit een gerecht bij met hele kleine zielige vogeltjes. We worden er wat triest van.

Vrijdag 23 aprilNaar Chengdu

De vliegtijden van de binnenlandse vluchten zijn niet te vertrouwen. Eerst werd onze vlucht van Chengdu naar Guiyang verplaatst van ´s morgens naar ´s middags. De vlucht van Guilin naar Chengdu vertrok anderhalf uur later dan was opgegeven en nu is de vlucht van vandaag naar Chengdu geannuleerd en vertrekken we om 14:00 uur in plaats van om 9:15 uur. Gisterenmorgen heeft Tina gebeld en toen werd verteld, dat de vlucht op tijd zou gaan en ´s middags blijkt deze ineens geannuleerd. Zo kun je toch geen plannen maken? Stel dat je een aansluitende vlucht geboekt hebt; het Pandareservaat kunnen we ook wel vergeten. Omdat het Dafengding Reservaat gesloten was, wilden we alsnog hier naar toe en hadden dat Tina al laten boeken.
Als we gaan ontbijten, zien we wat sneeuw op de bergen liggen, dat er gisteren niet lag.
De rest van de ochtend zitten we op de hotelkamer kamer wat te lezen en te internetten. Er is hier verder niet veel te beleven.
Totaal hebben we 1350 kilometer gereden in Zuid-Sichuan.
Als we inchecken zien we iedereen, maar dan ook iedereen (behalve wij dan), met een of meerdere manden met fruit lopen en grote dozen thee. Die producten zijn in het zuiden veel goedkoper dan in de buurt van Chengdu. Wij krijgen van Tina een pakje, waarvan je de blaadjes, nadat er thee van gezet is, kunt eten. Ze zijn van de weetplant. Als we een uur later landen in Chengdu verschijnen er op de bagageband veel meer dozen fruit. Kersen die er uitzien als morellen en gele vruchten die op abrikozen lijken, maar sappiger zijn en anders smaken, zijn populair.
We worden opgewacht door een chauffeur en een medewerker van het plaatselijke reisbureau die van ons wil horen hoe we deze week gevonden hebben.
Verrassing: de straat van het hotel is uitgepakt! Alle groene gaas is verdwenen en nu kunnen we zien hoe het er echt uitziet en wat er achter het gaas zit. Het hotel zit er meteen een stuk gezelliger uit met tafels en stoelen op de binnenplaats. Bovendien krijgen we een grote luxe kamer. Er zit een grote groep Amerikanen en we denken dat die in de standaardkamers zitten. We hebben twee slaapkamers, een kleedkamer waar een computer met internetaansluiting staat en een grote badkamer met een tweepersoonsbubbelbad.
We vertrekken meteen naar de Tibetaanse wijk om te eten en lopen door het Baihuatan Park. Het is mooi weer, warmer dan in Xichang en gelukkig droog. We nemen een Lhasa-biertje vooraf en krijgen er dit keer geen thee bij. We bestellen een grote Tibetaanse pot met jakvlees, aardappelen en Tibetaans brood. Daarnaast bestellen we een soort sushi’s met groente en een schotel met gesneden groente. En nog meer bier natuurlijk. Bij het hotel nemen we een laatste afzakkertje buiten op het terras.
Op de hotelkamer proberen we samen het grote bad uit. De bubbels doen het niet, maar verder is het wel grappig.

Zaterdag 24 aprilNaar huis

We vertrekken om 7:30 uur naar het vliegveld en geven de bagage af. Gisteren hadden we al via internet ingecheckt. Er is verder niemand en we lopen wat rond omdat de beveiligingsbalie nog niet open is. Als we tien minuten later terugkomen, staat er een grote rij om in te checken. We gaan door allerlei controles en maken ons laatste geld op aan een fles whiskey en twee kleine pandabeertjes.
We vertrekken om 10:30 uur volgens plan en komen elf uur later in Amsterdam aan. Zes uur tijdsverschil. Het zicht is erg helder en we kunnen de bollenvelden mooi zien liggen. De trein naar huis gaat voorspoedig en de OV-chipkaart in de bus werkt weer eens niet en dus komen we goedkoop thuis.

Dit was een DimSum reis.