Azië

India: Rajasthan - Gujarat

2 maart t/m 9 april 2008

De eeuwenoude forten en paleizen van de deelstaat RAJASTHAN zijn de stille getuigen van de weelde en rijkdom waarin de maharadja's vroeger leefden. In de wirwar van straatjes daaromheen spelen zich nog altijd de kleurrijke taferelen af van het gewone volk.
Een van de minst bekende regio's van India is GUJARAT in West-India, tussen Mumbai en Rajasthan. Het is een van de meer welvarender delen van het land. Er wonen veel jainisten en logischerwijs staan er dus veel jaintempel. Gujarat staat ook bekend als verblijfplaats van de laatste Aziatische leeuwen.

Paleis der Winden in Jaipur

Zondag 2 maartNaar Delhi

De vlucht naar Delhi vertrekt om 11:05 uur. Gisteren hebben we via internet al ingecheckt en we hebben stoelen bij de nooduitgang. Alleen de bagage afgeven gaat razendsnel. Alles is geboekt bij Dimsum-reizen. Eerst 2,5 week met z'n tweeën naar Rajasthan, daarna met een klein groepje naar Gujarat. We hebben de eerste weken een auto met chauffeur gehuurd en alle hotels zijn geboekt.
We vertrekken een uur te laat, maar komen toch op tijd aan, doordat we wind mee hebben, een staartje van de storm, die Nederland afgelopen dagen trof. Aankomst om 23:45 uur. We wachten bijna een uur, voordat we door de douane zijn en onze koffers hebben. Bij de uitgang staan honderden mensen met bordjes te wachten. Het is even zoeken, maar voor ons staat er ook een. Lekkere temperatuur nog, zo midden in de nacht. We logeren in het Grand Park hotel in Karol Bagh. Er is momenteel 4,5 uur tijdsverschil.

Maandag 3 maartNaar Alsisar (Rajasthan)

Het ontbijt wordt op de kamer geserveerd. We lopen naar buiten op zoek naar een ATM en water. De tweede ATM levert ons geld. Om 10:00 uur staat Heer, onze chauffeur, al te wachten voor de rit naar Alsisar. In Delhi is het druk en het kost enige tijd om de stad uit te komen. We zitten in de maandagmorgenspits. Het is nog niet helemaal helder, wel zonnig, een graad of 25. Lekker.
Alles rijdt kris kras door elkaar. Er lijken geen regels te zijn. Volgens de chauffeur moet je drie dingen hebben: lef, een claxon en veel geluk. Alleen voor verkeerslichten stopt men, omdat die boetes erg hoog zijn (€ 10). Iedereen wringt zich overal tussendoor. Voor water betalen we hier in Delhi 13 roepies, ca € 0,20. Buiten Delhi wordt het verkeer rustiger en verdwijnen de autobanen. De wegen worden smaller en het verkeer wordt meer divers. Kamelenwagens in overvloed. We zien ook wagens die een soort ballon bovenop hebben. Het zijn zakken met gras en we moeten bij het passeren uitkijken dat we ze niet raken, want ze staan helemaal bol en steken uit. Het landschap is wisselend. Redelijk vlak met af en toe een heuveltje. Stukken met gewassen en kale vlakten wisselen elkaar af. Het wordt steeds droger. Bussen en het andere transport zitten afgeladen vol. Heer vertelt dat er 60 zitplaatsen in een bus zitten, maar dat het aantal mensen kan oplopen tot 150. Vooral op het dak kun je een heleboel mensen kwijt. Als we in de buurt van Alsisar komen, nemen we een afsteekroute, zodat we op een smalle weg terecht komen. De weg is net breed genoeg voor één voertuig. Als er een tegenligger komt, is het iedere keer een strijd wie van de weg af moet. Meestal gaat iedere auto met twee wielen van de weg af, maar soms is de strijd heel hard en komen we vlak voor elkaar tot stilstand. Alle vrouwen hebben kleurige gewaden aan en een hoofddoek om. Heer weet de weg in Alsisar niet, omdat hij hier voor het eerst is en moet een paar keer de weg vragen. Hotel AlsisarHet Indra Vilas hotel staat in een echt dorp en is een oud paleis. Veel oude haveli's (koopmanshuizen) en paleizen worden behouden door er een hotel van te maken. In de binnentuin van het hotel ligt het zwembad. Het ziet er allemaal geweldig uit, hoewel er nog aan de restauratie gewerkt wordt. De kamers binnen galmen helemaal door de mooie hoge gebogen plafonds. Onze kamer is enorm, met mooie houten meubels. We lopen wat rond in het hotel en kijken vanaf het dak op het dorp uit. We drinken buiten op het terras een biertje. Kingfisher hebben ze hier en het smaakt uitstekend. Heerlijk is het om gewoon lekker buiten te zitten en te genieten van het weer. We proberen ons voor te stellen hoe het hier was in de tijd van de Maharadja's en de rijke kooplieden. 's Avonds eten we ook buiten. Er is een groot buffet voor 500R pp. Er is een grote groep Fransen.

Dinsdag 4 maartAlsisar

De hele nacht hebben we de moskee gehoord. Hier geen geroep maar vrolijke muziek, inclusief trommels. Na het ontbijt gaan we de plaats bekijken. Onze chauffeur heeft een plaatselijke gids geregeld, waar we mee rondwandelen. Er staan heel wat van die oude haveli's in het dorp. De meeste zijn sterk verwaarloosd. Alle muren staan nog wel overeind, en in sommige zijn de schilderingen nog erg mooi. Er wordt nu wel gerestaureerd maar dat schiet nog niet op. Misschien over een paar jaar… Sommige haveli's staan te koop. Alsisar is verder een stoffig plaatsje met een open afwatering. Er rijden wat kamelen en ezelkarren en een enkel busje. Een paar kleine winkeltjes, wat werkplaatsjes, hangende mannen en vrouwen. Veel kinderen. Er is ook een gebouw waar koeien gehouden worden met verschillende open stallen. De stier staat apart en wordt goed verzorgd, want die is belangrijk. Er zitten, liggen en vliegen heel veel pauwen in het dorp. De pauw is het symbool van India.
Bij de geldautomaat in Delhi hebben we alleen maar briefjes van 500 gekregen. Dat is voor ons niet zo veel (ca € 8,00), maar voor hier heel wat. Het is nu de kunst gedurende de dag wat geld klein te maken, zodat we briefjes van 10R krijgen. Die kunnen we gebruiken voor de fooien, bijvoorbeeld voor het dragen van onze tassen naar de kamer. Deze fooien zijn in werkelijkheid een groot deel van hun salaris.
's Middags houden we het rustig, zodat we kunnen acclimatiseren, wennen aan het weer want het is toch wel erg warm. We liggen in de schaduw bij het grote zwembad. Zes pauwen dartelen om ons heen en eten de bloemen op.
Aan het eind van de middag drinken we weer een biertje op het terras en 's avonds eten we weer buiten. Omdat het menu voor 80% hetzelfde is als gisteren (de meeste gasten blijven hier maar één nacht) krijgen wij een extra schaaltje op tafel met een lamscurry. Het smaakt voortreffelijk.

Woensdag 5 maartNaar Bikaner

Wij kijken niet alleen onze ogen uit, ook de kamelen doen dat. Ze hebben duidelijk door dat wij toch wat anders zijn als al die Indiërs. Een kameel waar we langs lopen, kijkt ons eens aan en vervolgens zien we de kop langzaam omdraaien en ons helemaal volgen. Grappig.
Vandaag gaan we naar Bikaner, tweehonderd kilometer naar het westen.
NawalgarhEerst rijden we naar Nawalgarh om oude haveli's te bekijken. Een heel leuke kleine plaats met toegangspoorten en smalle stoffige straatjes. Een gids neemt ons mee naar de mooiste haveli's en bijzondere plaatsen. Zonder gids zouden wij niet zomaar zo'n haveli binnen lopen. Slechts een enkele is een beetje gerestaureerd en in een paar wonen huisbewaarders. Een groot deel staat leeg en daar kijkt niemand naar om. Ze vervallen steeds verder. Sommige zijn te koop. De aanschafprijs is erg laag, het opknappen en onderhouden ervan is duur. De haveli's hier zijn ongeveer 100 jaar oud, in Alsisar 400-500 jaar. Dat is te zien aan de tekeningen, die vaak nog mooier van kleur zijn en aan de afbeeldingen. Op de nieuwe tekeningen staan Engelse mensen, treinen, stoomboten, het eerste vliegtuig.
Een paar haveli's zijn erg mooi. We zien ook verschillende keren vier torens bij elkaar staan, die een bron aanduiden. In de droge tijd is water hier in de streek een probleem. Twee keer per dag gaat het water 'aan'; heeft men daarnaast meer nodig, dan kunnen ze dat bij de bron van de tempel halen. Ook staan er her en der potten met drinkwater voor passanten. De rijkere mensen zorgen hiervoor.
In Mandawa bekijken we weer haveli's. Ze zijn minder mooi als in Nawalgarh. Ook hier hebben we een gids, die niet alleen over de gebouwen vertelt, maar ook over de gebruiken in het dagelijks leven en hij hoort graag van ons over onze gewoontes. Uithuwelijken gebeurt hier nog steeds. In de grote steden kiest men wel zelf, maar in de dorpen verandert het langzamer. De gids heeft van één man gehoord, dat die zelf een vrouw gekozen had. Dat is alleen mogelijk als zowel de man als de vrouw werken. Terugvallen op de familie in moeilijke tijden is er voor hen niet meer bij.
In Fatehpur stappen we even uit. De haveli's zijn hier erg vervallen. We gaan naar de markt die erg kleurrijk is. Veel koeien op de weg. Ook kamelen- en ezelskarretjes. Alle vrouwen dragen sari's in allerlei felle kleuren. Veel getrouwde vrouwen zijn gesluierd, maar niet in het zwart (alleen de moslimvrouwen) en veel sluiers zijn half doorzichtig. Vaak worden ze opgetild, zodat de vrouwen (ons) beter zien. De mannen dragen tulbanden die gevouwen worden van een negen meter lange lap. Erg leuk, zo'n markt. De mensen zijn erg vriendelijk en lachen naar ons. Ook de vrouwen.
Bij de lunch bestellen we citroenlimonade. We krijgen een laagje verse citroen in een glas en een fles water erbij, zodat je zelf kunt mengen. Het is erg lekker met dit hete weer.
Het landschap wordt steeds droger en we zien veel meer zand, kleine dorpjes met lemen huizen en soms een paar rieten huisjes. Steeds meer kamelen ook. We komen langzamerhand in de Thar-woestijn. Af en toe zien we een antilope. Tuktuks en bussen zitten overvol. Het hotel ligt midden in de woestijn op tien kilometer van Bikaner. Het is gebouwd in de stijl van de vele paleizen die Rajasthan rijk is en heeft rode steden muren.
We hebben een kamer dicht bij het zwembad, waar we meteen een duik in nemen. Even opdrogen in de zon. Een half uurtje maar, want we willen niet verbranden.
Het hotel is verder leeg, geen andere gasten en de bar is dicht en verlaten. We vragen het meisje bij de receptie naar een drankje en ze brengt ons naar het restaurant. We bestellen twee biertjes en gaan buiten zitten. Het duurt echter wel even en dan komt een kelner. In het restaurant waren alleen drie koks. De kelner vertelt, dat hij aan het volleyballen was en zich snel heeft verkleed voor ons. De koks hebben hem gehaald, want het is niet hun werk om een drankje te brengen.

Donderdag 6 maartBikaner

We gaan naar het Junagarh-fort, waarvan de bouw in 1587 werd begonnen. Het is nooit overmeesterd en daarom is het ook zo mooi bewaard gebleven. Binnen de muren staan maar liefst 37 paleizen, tempels en paviljoenen, die in de loop der jaren zijn bijgebouwd door de verschillende maharadja's. Een groot deel is gebouwd van rood zandsteen. We zien maar een paar zalen. Om alle ruimtes vluchtig te zien, heb je twee dagen nodig. Er zijn nog veel versieringen, lakwerk, ivoren deuren, houten beschilderingen met spiegeltjes en goudverf. In een paar kamers liggen geweren, pijl en bogen, kanonnen en andere voorwerpen die met oorlog te maken hebben. Junagarh FortOok wat persoonlijke bezittingen. We mogen stiekem een afgezet gangetje met mooie ramen in. We hebben een eigen gids en we zijn drie uur binnen. Andere mensen krijgen een gids toegewezen en zijn binnen een uur weer weg. Die mensen bekijken in Bikaner alleen maar het fort, want verder in de stad zien we geen toeristen. Onze gids wil ons bij het hotel afzetten, zodat we drie uur siësta kunnen houden. Maar daar hebben we geen zin in en we laten ons afzetten bij de oude stad. Het is hier een drukte van jewelste. Veel tuktuks, brommers, kamelenkarren, mannen met tulbanden en kleurig geklede vrouwen. En dan ook nog die heilige koeien die overal tussendoor lopen en altijd voorrang hebben. Alles en iedereen maakt veel lawaai en alles rijdt door elkaar en wriemelt zich overal door. Veel getoeter en geschreeuw. Er is een kleine processie van een auto met een paar versierder mensen. Hun hoofden zijn zo bedekt, dat we niet weten of het mannen of vrouwen zijn. Daarachter dansen jonge mannen, dan twee paarden en dan de vrouwen. Zoals altijd strikt gescheiden van de mannen. Ze veroorzaken een grote file van tuktuks, brommers en kamelen. En maar toeteren en schreeuwen.
We dwalen een paar uur door de straten en over de markt en genieten. We worden van alle kanten aangestaard en veel kinderen zeggen gedag. Ook veel volwassenen trouwens.
Tegen drieën laten we ons terug brengen naar het hotel voor een korte rustpauze. Hierna bezoeken we een kamelenboerderij. De dieren worden hier gefokt en er is ook een medische studieafdeling. Er zijn verschillende soorten kamelen. De langharige Bikaner zijn voor de kracht, de lichtgekleurde Jaisalmer voor de snelheid en donkere Gujarat voor de melk. Door ze te kruisen, probeert men een ras te verkrijgen, dat alle goede eigenschappen heeft. De moeders met de kleintjes en de drachtige staan apart en zijn het leukst. De kleinste kameel is drie uur oud.
We zien het Lallgarh-paleis, maar we gaan er niet in. Het is omgebouwd tot hotel. Heer, onze chauffeur, weet een aardig restaurant in de stad. Boven op het dakterras zien we, onder het genot van een biertje, de zon ondergaan. We hebben mooi uitzicht over de stad. Het eten is er heerlijk en de helft goedkoper dan in het hotel.


Vrijdag 7 maartNaar Jaisalmer

De 300 kilometer naar Jaisalmer duurt acht uur. We maken een stop bij Khichan, waar we een paar kraanvogels te zien krijgen, als we mazzel hebben. Ze overwinteren hier tussen augustus en eind maart, maar vorige maand waren er geen, vertelt Heer. De plaatselijke bevolking strooit twee maal daags granen om ze te voederen die worden betaald door donateurs. Naast die ene ijsvogel hebben we mazzel en zien we een paar duizend (!) kraanvogels, die een hoop herrie maken. Prachtig. KraanvogelsIn Godi gaan we naar een jaintempel, de Shri Godi Parshnath-tempel, met veel stukjes glazen mozaïek in allerlei kleuren. Heer heeft binnen een minuut iemand gevonden die ons het een en andere uitlegt. Daarna laat die man ons zijn huis zien, een oude haveli, die al heel lang in zijn familie is. Met zijn vader heeft hij allerlei oude en antieke gebruiksvoorwerpen verzameld en uitgestald in het huis. Een erg indrukwekkende collectie.
Verder onderweg zien we verschillende keren herten in het droge landschap. Sommige dichtbij, een grote groep wat verder weg. Ook zien we allerlei schoenen in de berm liggen. Steeds meer. Pelgrims gooien die weg, zodat ze de laatste kilometers op blote voeten lopen naar een soort bedevaartstempel.
We zien enkele antilopen, een zandstormpje en nog meer herten.
De kleur van de stenen en dus ook de huizen veranderen van kleur. In Bikaner waren ze rood en langzaam verkleuren ze naar geel. Jaisalmer wordt daarom de 'gouden stad' genoemd. Het fort rijst op uit het zand van de Thar-woestijn en zie je al vanaf een afstand liggen. Het is enorm, terwijl Jaisalmer zelf helemaal niet zo groot is. Ons hotel is weer een oud kasteel, geel uiteraard. Groot en wat onpersoonlijk.
Het valt ons op, dat niemand ooit klein wisselgeld heeft. En wij willen onze kleine biljetten alleen uitgeven voor fooien. Dus moeten we af en toe wachten tot men ergens wat gewisseld heeft. De chauffeur heeft een doos met flessen water in de auto staan, die we zo mee kunnen nemen. Erg handig.Jaisalmer FortWe gaan naar een uitzichtpunt om het fort bij zonsondergang te zien, maar er zit teveel stof in de lucht en de zon verdwijnt mistig in het stof. Geen mooi gekleurd fort te zien.
We worden naar een restaurant in een zeer grote, ruim opgezette tuin gebracht. Het eten is er heerlijk. Ook wordt er, zoals bijna elke avond tot nu toe, muziek gemaakt en gedanst. Je hoeft gelukkig niet mee te doen, hoewel er wel toeristen zijn die dat doen. Naast ons zitten drie moderne Indiase vrouwen, een moeder met twee dochters. Ze zijn westers gekleed, roken en drinken bier en worden niet geholpen. Tot de moeder op hoge poten naar de baas stapt.

Zaterdag 8 maartJaisalmer

We gaan naar het Gadisagar-meer, een regenwaterbassin uit 1367. Ooit was het de enige waterbron van de stad.
Het fort is uit de 12e eeuw en was vroeger een bloeiend handelscentrum aan de zijderoute. Het is enorm groot en is een stadje op zich. Overal wonen mensen en sommige delen zijn ingericht als hotel, restaurant of winkeltje. De jaintempels hebben zeer ingewikkelde beeldhouwwerken van zandsteen. In elke stad hebben we een gids en ook nu weer.
We dwalen door de smalle straatjes van Jaisalmer. In plaats van de verwachte kamelen, scheuren er brommers doorheen. Geen kameel te zien. Wat dat betreft, is Bikaner veel traditioneler. Het is druk in de straatjes met vooral veel Indiase toeristen uit andere delen van het land. We zien wederom verschillende haveli's waaronder de Nathmal-ki- en Patwa-ki-haveli. Ze zien er allemaal goed onderhouden uit, aan de buitenkant dan. Binnen zijn vaak winkeltjes waar iedereen ons van alles wil verkopen. De gidsen hebben daar ook een handje van. Na afloop tronen ze je mee naar een winkel, waar men allerlei kleden begint uit de rollen. Wij willen ze niet!VrouwVeel mooie vrouwen en sommige dragen grote brede armbanden om de bovenarmen ten teken dat ze getrouwd zijn. Alleen oude vrouwen dragen ze nog. En alleen de oude mannen dragen tulbanden. Ook hier verandert alles langzaam en de jongeren dragen ze niet meer.
Na de siësta gaan we samen het centrum in. Het is knap warm geworden ondertussen, zoals elke dag trouwens. 's Nachts koelt het wel af, zodat het 's morgens lekker fris is. In de loop van de dag wordt het dan erg warm. Het is elke dag hetzelfde weer.
Het is nu en stuk rustiger dan vanmorgen. Misschien door de warmte, misschien doordat de toeristen 's middags niet in de stad zijn.
Om 17:00 uur gaan we veertig kilometer naar het noorden richting de Pakistaanse grens. Er liggen hier wat lage zandduinen en men organiseert kamelenexcursies. Het is dat het reisbureau dit voor ons geregeld heeft, anders hadden we het niet gedaan. Gelukkig duurt het tochtje op de kameel maar een half uurtje. Het is er hartstikke vol met mensen op kamelen. Op elke duintop zit een groepje. Op verschillende plaatsen schalt muziek en proberen Indiase meisjes wat te verdienen met dansen. Ze zijn mooi opgemaakt en aangekleed. Ook lopen er jochies die drankjes en chips verkopen. Het is een grote poppenkast. Een tweedaagse tour is mogelijk, je overnacht dan in een tent in de woestijn. Overal waar we kijken, zien we tentenkampen met kant en klare bedden inclusief een complete badkamer met stromend water. Net als gisteren is de zon zo laat op de middag wazig en geeft hij geen kleur aan de bergen en amper schaduwen. Ach, voor zo'n uurtje is het wel leuk.
Heer brengt ons naar een restaurant met dakterras, waar we mooi uitzicht hebben op het verlichte fort. Het eten is er heerlijk, beter dan gisteren en ook wat heter. 'Medium spicy' is voor ons goed. Veel heter hoeft het niet te zijn. We krijgen een evaluatieformulier waar we, naast de gebruikelijke dingen, ook onze trouwdatum in moeten vullen. Wat willen ze daar nou mee?
Op het dakterras van ons hotel zit een groep te eten en wij drinken er nog een afzakkertje. Heerlijk, dat je tot laat in de avond buiten kunt zitten zonder trui of jas.

Zondag 9 maartJaisalmer

's Morgens gaan we nogmaals naar het fort en dwalen daarna door de smalle straatjes van het oude centrum. Op een muurtje gaan we zitten om uitgebreid de mensen te bekijken. Vooral naar de oude, grijze mannen met snor en tulband en de vrolijk gekleurde vrouwen met veel sieraden. Sommige hebben prachtige zilveren enkelbanden.
Tegen vieren rijdt de chauffeur ons buiten de stad naar een paar oude jaintempels: Amar Sagar- en Ludarwa-tempels en de Amar-Sagar-tuin. Bij de Ludarwa-tempel is de toezichthouder nogal chagrijnig. Hij vraagt ons onze kaartjes te tonen en bij het zien van het fotokaartje wordt hij al vriendelijker en bij het videokaartje klaart hij helemaal op en leidt ons persoonlijk rond. Deze plaatsen buiten de stad worden weinig bezocht en dan nog vooral door Indiërs. Mensen uit Gujarat komen speciaal voor deze tempels hier naar toe. Toeristen komen er zelden.
Overal moet je toegang betalen, meestal 20 roepie, 50 roepie voor een fotocamera, 100 roepie voor een videocamera en 30 roepie voor een telefooncamera. Dat laatste is nieuw en zie je op alle borden er tussen gekalkt. 100 roepie = € 1,65.
We eten in Rio wat een erg goede prijs/kwaliteitsverhouding heeft. Aan de hand van de prijs neemt Lia twee roti's (8R per stuk), maar het is erg veel. Rijst bestelt Martijn apart bij zijn gerecht, maar dat is niet nodig wordt gezegd, want dat is inbegrepen.

Maandag 10 maartNaar Jodhpur, Luni Village

Om 8:30 uur vertrekken we. Eerst naar Jodhpur en dan door naar Luni Village waar ons hotel staat. Totaal 325 kilometer. Vandaag is het wat bewolkt, maar nog steeds goed warm.
We zien een vrij eentonig landschap, droog en dor. Onderweg is het altijd uitkijken voor overstekende geiten en mensen. Die laatste hebben veelal geen benul en lopen zo de weg op. Koeien wandelen meestal midden op de weg. Soms zien we een antilope of hertje. Er staan wat meer traditionele hutten.
We stoppen bij een enorme markt langs de kant van de weg. De meeste spullen worden hier per kameel aangevoerd en daar stikt het dan ook van. Er is werkelijk van alles te koop. Sieraden, lapjes, schoenen, enorme kookpotten, bedden en deuren.
Mehrangarh FortOm een uur of één komen we in Jodhpur aan. De gids staat ons al bij het fort Mehrangarh op te wachten, dat hoog boven het blauwe dorp uittorent. Toegang 250R incl. fototoestel, dat Martijn niet heeft en hij moet nog 200R extra betalen voor de video. Van boven hebben we mooi uitzicht op de oude blauwe huizen. Alle huizen in de stad zijn blauw gekleurd ten teken dat hier brahmanen wonen. Eeuwen geleden ontdekte men dat de kleur blauw insecten afweerde en daarna werd de hele stad blauw geverfd. We hebben gelezen dat dit het mooiste fort in Rajasthan is en wij zijn het daar wel mee eens. Het is vooral van binnen erg mooi. Prachtige kamers, miniaturen, kleding, draagstoelen, olifantenzadels en wapens geven een levendig beeld van het Koninklijke Rajasthan. Voor de vrouwen moet het geen prettige tijd geweest zijn. Zij mochten zich niet in het openbaar vertonen, mochten niet aan ceremonies en festiviteiten deelnemen, alleen gluren door raampjes met smal traliewerk. In draagstoelen hing er altijd een gordijntje voor. Prachtig fort. We zouden graag een kijkje willen nemen in de tijd dat er grote olifantenprocessies en tijgerjachten werden gehouden.Ramen Mehrangarh fortDaarna bekijken we Jaswant Thada, het grafmonument van maharadja Jaswant Singh II (1878-1895). Zijn vernieuwend irrigatiesysteem bracht dit dorre land water en voorspoed. Men gelooft dat de maharadja nog altijd helende krachten bezit.
Daarna gaan we naar de Sardar Bazaar bij de klokkentoren in het hart van de oude stad. De bazaar is erg druk en ook hier is van alles te koop voor de lokale bevolking, want toeristen zijn er niet. Het lijkt wel op de markt in Jaisalmer, maar het is groter en een stuk drukker. Erg gezellig. We gaan niet met de gids naar binnen om kleden te zien.
We maken een foto van het Umaid Bhavan-paleis met 347 kamers, een eersteklas voorbeeld van de overdaad in het koninklijk India. Het is gebouwd om werk te scheppen voor de door honger getroffen onderdanen van de maharadja begin vorige eeuw. De kleinzoon van die maharadja woont nog in een deel van het paleis.
Onderweg zien we veel pauwen, de nationale vogel van India. We zullen er nog veel meer zien.
En dan komen we bij ons hotel: Fort Chanwa in Luni Village. Helaas maar voor één nacht. Een prachtig fort met een grote binnentuin met bar, overal zitjes, een zwembad, hele zwermen parkieten en twee grote groepen toeristen. We denken dat wij daarom een prachtige, grote kamer in een toren krijgen. Beneden in de toren is een kamer en de onze ligt helemaal bovenin. Er is een open bovenverdieping, waar een bankje met een laag tafeltje en een schaakspel staat. We hebben een groot terras dat we wel moeten delen met de bewoners uit een andere toren. De overige kamers liggen beneden aan een lange galerij.
We bekijken het complex en gaan dan lekker in de tuin zitten met een koud biertje. De groene parkieten maken een hoop herrie. En dan vallen er een paar regendruppels! Niet dat we er nat van worden, maar toch. De donkere Indiase personeelsleden zijn helemaal idolaat van een klein blond jochie.
Qua toeristen vinden wij het in Rajasthan niet zo druk. Er zijn wel veel Indiase toeristen, maar weinig anderen. We zien ze wel in de hotels en in de forten, maar amper in de stad en op de markten. Er zijn opvallend veel Fransen, wel in groepen. Vroeger kwam je die alleen maar tegen in landen waar men Frans sprak. Heel weinig Nederlanders, een paar Duitsers en Scandinaviërs. De mensen kunnen aan de Indiërs zien, waar ze vandaan komen. Aan de mannen op de manier waarop hun tulband is gedraaid en aan de vrouwen aan de sari's en de sieraden.
's Avonds eten we van het buffet, wat wel duurder is dan 'á la carte', maar zo kunnen we andere dingen proeven.


Dinsdag 11 maartNaar Udaipur

Bij het ontbijt krijgen we eindelijk eens wat anders dan toast met omelet, banaan en een sapje. Broodjes, kaas, gebakken tomaat en flensjes.
Om 9:30 uur vertrekken we voor de 240 kilometer naar Udaipur.
Om 12:00 uur stoppen we in Ranakpur bij een mooie jaintempel met 1444 pilaren die allemaal anders zijn. Buiten hebben we vanaf een heuveltje mooi uitzicht over het geheel. Ook hier weer veel parkietjes die we overal herkennen aan hun gekrijs. Ook zitten er apen.
Het is bewolkt vandaag en een lekkere temperatuur. Plots een donderklap en een heus buitje.
We stoppen bij een graanmolen aangedreven door een koe en bij een waterpomp met twee koeien. We geven ze beide 10R, maar die laatste wil 50R. Dat krijgt hij niet.
Tegen vieren komen we in Udaipur aan. Het is geen lange afstand, maar men is bezig met een nieuwe weg. Sommige stukken zijn klaar en soms moeten we weer op de oude weg gaan rijden.
We gaan de stad in. We moeten ons even oriënteren, want we hebben geen kaart waar het hotel precies op staat. We weten wel in welke buurt we zitten, maar 'onze straat' staat op geen enkel kaart die we hebben. Het is een gezellige plaats, wel meer toeristen dan we tot nu toe gezien hebben. Veel, heel veel winkeltjes en heel veel toeterende brommers, tuktuks en luidruchtige mensen. Ook hier lopen de koeien op straat en een enkele olifant, waarop toeristen een tochtje kunnen maken. Vanaf de overkant van het meer hebben we prachtig uitzicht op het City Palace, de grote huizen en de ghats ernaast. We dwalen heerlijk door de straatjes en iedereen wil ons naar binnen trekken om ons iets te verkopen. Maar dat doen we niet. Op een centraal plein vinden we Mayur Rooftop Café met een mooi dakterras. We hebben mooi zicht op het verkeer dat kriskras door elkaar rijdt. De straten zijn erg vies. Iedereen gooit alles gewoon neer en de koeien staan er de hele dag te schijten. Het open riool draagt niet bij aan een frisse lucht. Aan de overkant van het plein staat de Jagdish Mandir-tempel waar verschillende heilige mannen zitten, en waar een marktje is, dat de overgebleven groente aan de olifant voert. Een kakofonie van geluiden. Zeker als de tempel de klok gaat luiden en een afgrijselijk bandje met muziek op zet. Gelukkig duurt dat niet lang. We blijven er meteen maar eten, want we zitten wel erg lekker.

Woensdag 12 maartUdaipur

Vandaag bewolkt met af en toe een bui. Wel warm genoeg om geen trui aan te trekken. Het is zeer ongebruikelijk dat het hier in deze tijd van het jaar regent, maar daar kopen we niks voor.
UdaipurWe gaan naar de Jagdish Mandir, een 17e eeuwse tempel met een enorm zwart Vishnu-beeld. Dat behandelen ze als een gewoon mens. Dat wil zeggen: twee keer per dag wordt van kleding gewisseld, het wordt 's morgens gewassen, het krijgt ontbijt en lunch, doet een middagslaapje (de tempel is dan gesloten) en krijgt een diner.
Het City Palace is het grootste paleis van Rajasthan. Het is eigenlijk een complex van paleizen, tussen de 16e en 20e eeuw gebouwd of vergroot door 22 verschillende maharadja's. Veel ervan zijn nu een museum, gedeelten zijn luxe hotels en de laatste maharadja heeft er een appartement. Toegang 50R en 200R voor een camera. Met een bootje varen we het meer op. In het midden ligt Jag Niwas en was ooit een koninklijk zomerverblijf en nu één van de mooiste hotels ter wereld. Bij Jag Mandir, ook een voormalig paleis, stappen we even uit en we mogen hier alleen de tuinen bekijken.
's Middags dwalen we wat door de stad. Soms drupt het, soms schijnt de zon. We zitten een hele tijd bij de ghats waar nog wat toeristen zitten. Een koe wil het broodje dat een mevrouw aan het eten is. De apen zitten in de bomen langs de kant en er vliegen wel 25 ooievaars over. We drinken een biertje bij Sunrise waar we het straatleven goed kunnen bekijken. Ze hebben alleen vegetarisch eten en dat smaakt prima. Het is het dakterras van een familie en alles wordt ter plekke klaar gemaakt. Erg goedkoop.

Donderdag 13 maartNaar Pushkar

We rijden vandaag naar Pushkar. Eerst maken we een korte stop bij de Sas Bahu-tempels, een dubbele tempel uit de 9e eeuw. Erg mooi beeldhouwwerk.
Het weer wordt steeds slechter en we krijgen onderweg een bui van zo'n twee uur. Waar is de zon gebleven? Het verkeer is een ramp. Allemaal tweebaanswegen met veel langzame bussen en nog langzamere vrachtwagens. Dan nog wat brommers, tuktuks en koeien. De personenauto's willen altijd en overal alles inhalen, de bussen en de vrachtwagens willen de langzamere vrachtwagens inhalen en er zijn veel tegenliggers. Vaak begint men in te halen, ziet dan dat het niet kan en moet dan weer terug op de eigen weghelft. Vaak gaat het inhalen maar net goed. Regelmatig moet het tegemoetkomende verkeer inhouden omdat een inhaler niet op tijd terug is. En altijd toeteren natuurlijk. Ons hart staat regelmatig stil. Zodra er geen tegenligger is, gaat iedereen midden op de weg rijden. En als je er dan lang wilt, moet je eerst toeteren, ook al ben je gezien. Eerder gaan ze zeker niet aan de kant. Richting aangeven doen ze ook niet en dus weet je ook niet wat de auto voor je gaat doen. Het is een beetje heuvelachtig en vooral bergop gaat het erg, erg langzaam. Sommige vrachtwagens staan zowat stil. Het schiet niet erg op op deze manier.
Er zijn in deze buurt veel marmergroeven en veel vrachtauto's zijn zwaar beladen met grote stukken marmer.
Rond het middaguur gaat de zon weer schijnen. Een saai landschap met veel droge dorre boompjes, af en toe een dorpje, soms wat koeien, geiten en buffels, een enkele kameel. We doen zeven uur over 260 kilometer.
In het hotel hebben we eindelijk weer eens een warme douche. Daar ontbrak het de afgelopen dagen aan.
Als we Pushkar in gaan, is de lucht helemaal blauw en zo zal het verder blijven.PushkarPushkar is het 'witte' plaatsje en is een heilige stad. Alcohol, vlees en eieren zijn er verboden. Het heeft 17.000 inwoners en 500 tempels en is gebouwd om het heilige Pushkar-meer. Hier om heen zijn een heleboel ghats, trappen die naar het wateroppervlak leiden. Eerst bezoeken we de enige Brahma-tempel in India. Oranje gekleurd en op de muren en vloeren overal aandenkens aan overleden mensen. We bekijken uitgebreid de ghats die mooi in de late middagzon liggen. Vanochtend waren er 20.000 mensen ter ere van een Brahma-feest, nu zijn er slechts een paar mensen die aan het badderen zijn. Brahma-tempel Verscheidene nepheilige mannen proberen ons een bloem in het water te laten gooien, wat van respect zou getuigen. Er wordt daarna een 'vrijwillige' donatie verwacht, maar het bedrag dat dan genoemd word is altijd beduidend hoger dan waar je zelf aan denkt. En het schijnt moeilijk te zijn om daar onder uit te komen. We waren hier voor gewaarschuwd en weigeren met de woorden 'dat dit niet onze religie is'.
De markt is lekker rustig, omdat er officieel geen gemotoriseerd verkeer in de stad komt. Men spreekt ons hier ook amper aan om iets te verkopen.
We eten 's avonds in de tuin bij Moondance die erg ruim opgezet is. Heerlijk eten en goedkoop. Natuurlijk ook doordat er geen bier is en alles vegetarisch is. Voor het eten zijn we 100R p.p. kwijt (€ 1,75).
Terwijl we zitten te eten trekt er op straat een processie voorbij, waarbij vuurwerk wordt afgestoken. Een hele hoop herrie is het. Als we later wat rondwandelen, komen we de stoet weer tegen. En zien dat de meeste herrie komt van de muzikanten en een bandje met muziek dat net als de verlichte torens die ze met zich meedragen, worden gevoed door een groot stroomaggregaat, dat op een karretje met wieltjes wordt voortgetrokken.

Vrijdag 14 maartNaar Jaipur

Om 8:30 uur vertrekken we naar Jaipur. De regen lijkt voorbij en er is een strak blauwe lucht. Het grootste stuk is snelweg, dus dat schiet lekker op en om 11:00 uur zijn we al in Jaipur (140 kilometer). We hadden langer in Pushkar kunnen blijven, maar daar is niet zoveel te zien. Het is meer de naam die tot de verbeelding van wat hippies spreekt, die in het verleden zijn blijven hangen.
In Jaipur hadden we in het centrum wat smallere straten met markt verwacht. De meeste zijn echter breed, vol met toeterende auto's, tuktuks en vooral brommers. Geen koeien, geen kamelen, geen olifanten. Ook praktisch geen tulbands en gesluierde vrouwen. Heel veel marktkraampjes met mensen die je naar binnen willen praten. Armbanden, sjaals, sari's, riemen en sieraden hebben ze het meest. We slenteren door de oude stad en zien de Jami Masjid. Niet veel aan te zien. De Hawa Mahal, het Paleis der Winden uit 1799 is slechts één vertrek diep en is zo ontworpen dat de gesluierde haremvrouwen ongezien de straattaferelen konden bekijken. De achterkant is eigenlijk mooier, maar die staat in de steigers. Dat zien we vanaf de Ishwar Lat, een minaret, die we opklimmen. Mooi uitzicht over de drukke straten en de stad.
Verder gaan we nergens in, want dat staat voor morgen op het programma. Dicht bij het hotel kopen we een paar flessen bier. Na vijf uur slenteren door de warme stad gaan die er grif in.
Voor het avondeten hebben we een Italiaans restaurant uitgezocht, Mediterraneo. Volgens de reisgids dicht bij ons hotel. We gaan echter iets te voortvarend te werk en lopen al snel door een paar achterbuurten te sjokken. Dan maar weer terug naar de grote weg en spoedig zien we het daarvandaan zelfs aangegeven. Beneden in het gebouw staan een paar jongens van het restaurant en die brengen ons keurig naar de lift en het dakterras. Je moet namelijk eerst door een vrijwel verlaten verdieping van het gebouw lopen. Boven op het dakterras zit je heerlijk, ver weg van alle straathectiek. Je kunt er prima Italiaans eten voor een iets boven gemiddelde (Indiase) prijs. Het bijzondere is, dat ze geen vergunning hebben om een biertje te schenken en daarom deze in een theepotje met beker serveren. Het voordeel van deze manier van schenken is dat de prijs alleszins redelijk is. Na afloop kopen we een fles water. Dan doen we aan de ene kant omdat we dat uiteraard nodig hebben, maar ook omdat we tien-roepie-biljetten nodig hebben om als fooi te geven aan onze tassendragers in het hotel. De prijzen van het water wisselen nogal. In een hotel moet je het nooit kopen, dat is te duur. Op straat hebben we tot nu toe per liter een bedrag betaald dat varieert van 5 tot 15R.


Zaterdag 15 maartJaipur

Bij het oversteken is een voetganger altijd het laagste en heeft nooit voorrang. Dus oversteken is lastig. Alles wurmt langs elkaar. Men houdt niet één baan aan, zelfs de banen van het tegemoetkomende verkeer worden gebruikt als er heel even geen verkeer is. En je wordt gek van het getoeter. Wat een herrie.Met henna behandelde handenWe rijden eerst langs het Hawa Mahal, het Paleis der Winden, dat 's morgensvroeg mooi in de zon ligt. Dan gaan we door naar het Amberfort, elf kilometer buiten de stad. Er staat een enorme rij met toeristen die allemaal op de rug van een olifant naar boven willen en wij sluiten aan. De enige andere mogelijkheid is lopen. We moeten een klein uur wachten, maar het is wel leuk. Met z'n tweeën boven op de rug laten we ons naar boven schommelen. Er lopen heel wat olifanten. Dit fort is het enige waar olifanten op de binnenplaats mogen/mochten komen. Normaal komen ze tot aan de toegangspoort. De mooiste ruimte is de Jai Mandir, de spiegeltjeszaal. Ook de toegangspoorten en de zuilengalerij zijn mooi om te zien.
Op de terugweg stoppen we bij het Waterpaleis, dat vroeger in de zomer werd gebruikt om af te koelen.
In Jaipur gaan we naar de Jantar Mantar, een observatorium uit de 18e eeuw. Een paar van de instrumenten worden nog steeds gebruikt om de zomerhitte te voorspellen, de duur en de intensiteit van de moesson en de kans op overstromingen en hongersnood. Of dat allemaal echt werkt, weten we niet. De lokale tijd aflezen gaat tot op 20 seconden nauwkeurig. Erg leuk om te zien.
Het City Palace valt tegen. Het museum is wel aardig met textiel en wapens, maar verder is het niet zoveel. Voor 2500R mag je de privévertrekken van de maharadja bekijken, die hier nog altijd in een deel van het gebouw woont. Dat hebben we maar niet gedaan.
Daarna gaan we op zoek naar een internetcafé en een sapje. Langzamerhand verlangen we naar de stilte van onze hotelkamer en worden we gek van de auto's, brommers, uitlaatgassen en getoeter.
's Avonds gaan we weer een potje 'speciale thee' drinken en we eten pizza en pasta.

Zondag 16 maartNaar Ranthambore N.P.

Om 8:00 uur vertrekken we naar Ranthambore National Park. In Jaipur is het nu nog rustig op straat, zodat we snel de stad uit zijn.
Hoe dichter we bij Ranthambore komen, hoe meer kamelenkarren we zien. Ook vrachtwagens met enorme zakken hooi, die aan alle kanten over de auto heen hangen.
In Ranthambore zitten we in Tigermoon Resort in een huisje in een lommerrijke tuin met zwembad. Het is er heerlijk rustig na de herrie van Jaipur. Het huisje binnen is verrassend koel. Buiten is het erg, erg warm.
Heer doet erg zijn best om een jeep voor een tijgersafari voor ons te regelen, maar dat lukt niet erg. Een wat grote (open) vrachtwagen vinden we ook wel goed. Als we maar een tijger zien…De tijger bestaat nogHet eten is hier inclusief en de lunch is erg uitgebreid. Alleen Indisch en 'medium spicy'. Rijst, brood, dahl, salade, drie prutjes, fruitsalade en koffie/thee toe. Erg lekker. Terwijl we zitten te eten zien we een ijsvogeltje en veel eekhoorns in de bomen. Na het eten blijkt er toch een jeep geregeld en daar zitten al wat Indiërs in, maar wij passen daar nog bij. Indiërs zien we sowieso veel in de andere auto's, maar het is dan ook zondag en dan gaan zij ook op stap. 's Avonds is het altijd minder druk dan 's morgensvroeg.
Als we het park ingaan, krijgen we een route toebedeeld, die ook voor de chauffeur een verrassing is. Het park is verdeeld in verschillende secties en ieder voertuig krijgt een bepaald deel toegewezen, waarin ze mogen rijden, zodat niet alles op een grote hoop rijdt. De Indiase vrouw in onze jeep juicht, omdat wij route 3 krijgen. Deze zou de meeste kans op tijgers geven. We wachten af. De gidsen horen aan het roepen van de vogels en de apen of er een tijger in de buurt is. We zien herten, heel veel herten, grote met grote geweien en hele kleintjes, verschillende krokodillen, wat varkens/zwijntjes, mooi gekleurde vogels, apen, elanden, heel veel pauwen, mooi eenden, en, jawel, een tijger! Binnen een half uur zien we hem voor het eerst zitten. Wel ver weg onder een boom aan het water. Hij staat even voor ons op, zodat we hem mooi kunnen zien. Alle auto's in 'onze' sectie hebben contact en komen bij de tijger bij elkaar. We kunnen niet dichterbij komen en daarom rijden we weer door. Als we anderhalf uur later terugkomen, zit er een canter, zo'n open vrachtwagen, voor ons die beduidt dat we achteruit moeten. Blijkt dat diezelfde tijger voor hen op de weg ligt. Zomaar midden op de weg! De grote canter gaat achteruit en wij mogen er voor, omdat we veel lager zitten en zo ook alles goed kunnen zien. Achter ons sluiten andere jeeps aan. De tijger ligt daar een poosje te liggen en wij kunnen hem erg goed zien. Dan komt er van de andere kant ook een auto en staat de tijger op en kuiert hij onze richting op. Onze auto moet achteruit, omdat hij anders te dichtbij komt. Dan verdwijnt de tijger brullend in de bosjes. We rijden een stukje terug, een paar keer op en neer, om hem dan aan de ene kant en dan aan de andere kant van de weg te zien. Hij gaat naar het water, loopt er prachtig langs en verdwijnt grommend in de bosjes. Geweldig, wat een beest. En wat een mooie tekening heeft hij. Prachtig.
We gaan morgenvroeg nog een keer, maar we zijn nu al dik tevreden. De gids vertelt, dat hij twee keer per dag gaat, zeven dagen per week en twee tot drie keer per week een tijger ziet. Dan mogen wij niet mopperen.
's Middags drinken we een biertje bij het zwembad en bij het eten nog eentje. Dit keer is er een buffet en het restaurant zit vol. Na het eten vraagt men of we koffie of thee willen. 'Coffee sir?', 'Please black coffee', 'With milk sir?'. Als je suiker wilt, moet je het aantal klontjes opgeven. Zij doen dat er voor je in en je krijgt de koffie geroerd op tafel.

Maandag 17 maartRanthambore N.P.

's Morgens om 7:00 uur vertrekken we voor nog een safari. Het is de enige keer in Rajasthan, dat we iets met lange mouwen voor de kou dragen. Dit keer zitten we in een canter. We hadden liever weer een jeep gehad, maar dat kon blijkbaar niet. In prijs maakt niet het veel uit: 900R/1500R (+ 200R voor de video). We krijgen nu sectie 1, een compleet ander gebied dan gisteren. Toen was er veel water en laag gras. Nu vooral bomen. En weinig dieren. Een paar herten, een paar pauwen, wat antilopen, mongoeses, papegaaien, een boom vol parkieten, bijeneters en een luipaard. Ver weg boven op de berg, zien we hem liggen. Geen tijger deze keer. In deze sectie ziet men die bijna nooit. Je moet altijd afwachten naar welke sectie je gaat. Dat hoor je pas ter plekke als de auto's de nummers krijgen toebedeeld.
We gaan na het ontbijt lekker buiten voor het huisje in de schaduw zitten.
's Avonds is er een bbq buiten. Het personeel had dat al aangekondigd: 's avonds buiten bbq, daarna binnen diner! We zijn benieuwd. Op een open plaats bij het zwembad worden alle stoelen in een kring gezet, de bar wordt buiten opgebouwd, inclusief allerlei soorten sterke drank en wijn, de bbq daarachter brandt lekker. In het midden van de kring brandt een vuur en aan de zijkant zit de muziek. Een man of veertig is aanwezig en iedereen zit heerlijk te pimpelen. Vooral de grote groep Scandinaviërs weet wel raad met de drank. De muziek speelt en de dansers en danseressen proberen het publiek mee te laten dansen. Dat lukt ze niet echt. De dames kunnen gratis een hennatatoeage laten zitten en Lia neemt er een op de enkel. Als je die vandaag niet wast, blijft deze een dag of tien zitten.
Er worden bordjes rondgebracht met vis, kaasballetjes, groente, gepofte aardappel en frieten. Heerlijk. Daarna kun je binnen nog meer eten. Er staat een buffet, niet zo uitgebreid als anders, en Martijn neemt alleen een kopje soep. Onze Duitse buren van het huisje schuiven aan en we zitten gezellig te kletsen.

Dinsdag 18 maartNaar Keoladeo Ghana N.P.

Het is 230 kilometer naar Keoladeo Ghana N.P., een vogelpark in de buurt van Bharatpur. Lekker rustig, zo'n paar parken na al die drukke steden. Er rijden veel auto's onderweg, helemaal beladen met één enorme zak hooi. Deze puilt aan alle kanten uit en is een bizar gezicht. De weg blijft een verrassing. Soms is een stuk erg goed, dan wordt het plotseling erg slecht. Nergens staat wat aangegeven en verkeersborden ontbreken. Het inhalen verandert ook niet en blijft levensgevaarlijk.
Langzamerhand komen we in het gebied van de rijst en de schapen. Enorme kuddes komen en verlaten een grote veemarkt. Bij een drinkstop zien we een prachtig masker, dat we na wat gepingel kopen.
Het is steeds warmer geworden de afgelopen dagen. 's Morgens tot 9:00 uur is het lekker, daarna word het warm en 's middags is het heet.
In het hotel hebben we anderhalf uur voordat de gids komt en Lia duikt het heerlijk verkoelende water van het zwembad in. Brahminy-zwaluwOnze chauffeur had al een riksjarijder voor ons geregeld die geen gids is van het Keoladeo N.P. en daarom niet op de onverharde paden mag komen. Maar hij ziet elk vogeltje en kent elke naam. Er zitten verrassend veel grote dieren, zoals antilopen, reeën, makaken met rode gezichten. Het is knap warm, en gelukkig hebben we een dakje boven ons hoofd. We zien allerlei vogels waar we de naam van vergeten, maar die we wel weten: parkiet, papegaai, maraboe, groene duif, ibis, ooievaar, ijsvogel, bijeneter, kolibrie, neushoornvogel, uil, jakhalzen (een stuk of acht), verschillende reigers, gouden eenden, (zowel water- als land-) schildpad, tijgervogel, zwaluw, kraanvogel, kievit. Als we het park willen verlaten, stopt de fietser en wijst ons op een boom. Hij ziet daar de grote eagle-uil van wel 65 cm zitten. We zien hem niet. Pas als iemand van het park met een enorme verrekijker komt, zien we hem ook. De uil zit helemaal verscholen in het gebladerte. Onbegrijpelijk dat die man hem met de blote ogen gezien heeft.
Op de terugweg naar het hotel laten we de gids stoppen bij een Engels wijnwinkeltje en kopen daar twee flessen koud bier. Na al dat stof en die hitte van vandaag, lusten we dat wel.


Woensdag 19 maartNaar Agra

Op slechts 20 kilometer afstand ligt Fatehpur Sikri, een ommuurde Mogolstad uit de 16e eeuw. Vrij snel werd de stad verlaten, waarschijnlijk uit watergebrek. Het koninklijk complex is niet geweldig, maar het aangrenzende heilige complex met de Jami Masjid is erg mooi. Deze open moskee torent hoog boven de stad uit. Er liggen graftombes, mannen en vrouwen gescheiden. Bij de tombe van Christi kun je een wens doen door een katoenen draadje aan het scherm rond de tombe te binden. Deze soefi-mysticus wordt nu nog net zo vereerd als toetertijd.
Agra is maar een uurtje rijden. Taj MahalWe willen een fles water kopen en gaan daarvoor naar buiten om dat bij een klein kraampje te doen. Daar zijn ze echter duurder dan in het hotel. We gaan om 14:30 uur eerst naar het fort. Mooie toegangspoorten. We kunnen maar 20% bezichtigen, omdat de rest door het leger in gebruik is. Mooi uitzicht op de Taj Mahal. Daarna door naar de Taj Mahal. Het laatste stukje moet je met de bus (wachten tot deze vol is, gratis) of met de tuktuk (50R). Wij willen met de tuktuk, maar de twee voorsten krijgen ruzie en we stappen weer uit. De lege bus wil voor ons wel voor 50R rijden. Daar maken we dankbaar gebruik van. Het is er 'rustig'. Geen rij voor de toegangskaarten. Je mag niets mee naar binnen nemen. Geen sigaretten, geen water, geen voedsel, geen statief. Alle tassen worden gecontroleerd. Video mag alleen in het begin (wel vanaf het mooiste punt) en de camera moet je daarna inleveren. Iedereen krijgt een halve liter water en slofjes voor over je schoenen, zodat het marmer niet beschadigt. Eenmaal binnen kun je meer water krijgen.
En daar ligt dan de Taj Mahal. Mooi. Heel mooi. Het is een gedenkplaats voor de meest geliefde vrouw van Mogol-heerser Shahjahan uit de 17e eeuw. Helemaal van wit marmer. We dwalen een tijd rond en bekijken de tombe van alle kanten. De zonsondergang is niet spectaculair.

Donderdag 20 maartNaar Delhi

Tweehonderd kilometer rijden naar Delhi en dan zijn we 'rond'. Een groot stuk over de snelweg, een mooie goede vierbaansasfaltweg. Daarmee houdt de vergelijking met 'onze' autowegen op. Hij gaat dwars door dorpjes. Er zijn koeien en mensen, fietsen en brommers. Alles kriskras door elkaar. Vooral voetgangers hebben er een handje van om over te steken zonder op of om te kijken. Soms is het maar kantje boord. Als ze horensdol getoeterd worden, kijken ze niet eens op of om en lopen geen pas harder. We hebben regelmatig een hartverzakking. Iemand voorrang verlenen is er echt niet bij. Iedereen wisselt van rijstrook zonder op of om te kijken en zonder richting aan te geven. Midden op de weg rijden is erg populair. En als het beter uitkomt, dan rijden ze gewoon tegen het verkeer in. Weer volop enorme zakken met graan. Sommige houden het niet en ontploffen en zorgen voor een grote bende op de weg.PlofwagenWe bestellen een flesje cola bij een wegrestaurant. Volgens de kaart kost dat 50R incl. tax. Ze brengen een blikje en we drinken dat op. De rekening komt op 80R + 10R tax. Bij navraag blijkt dat een flesje 50R kost, maar dat ze dat niet hebben en daarom hebben ze maar, ongevraagd, een blikje gebracht. En op de duurdere blikjes zit tax. We halen verhaal en betalen 50R. Tenslotte hebben we dat besteld.
In Delhi is het erg druk en het duurt even voor we bij het hotel zijn.
Heer heeft voor bubbeltjesplastic en een rol tape gezorgd en daarmee pakken we het masker in. We lopen even de buurt in, waar elke straat een bepaald thema heeft. Wij zitten in de automaterialen. Verderop zijn de sieraden-, de stoffen-, de schoenen- en de eetstraat. We dwalen door de drukke straten en vinden een bord met een verwijzing naar een barretje. We moeten een donkere trap op en we houden ons hart vast. Waar zouden we terecht komen? Maar het valt mee. Het is een donker Chinees restaurant annex bar. We gaan aan het raam zitten met een Kingfisher en besluiten meteen om hier straks te gaan eten. Een lekkere afwisseling op het Indiase eten. Vooral Chinees hebben ze, maar ook Thais en zelfs kimchi, het Koreaanse koolgerecht. Erg lekker.
Na het eten is er buiten een erg gezellige markt. Het is het begin van Holi, het kleurenfestival.

Vrijdag 21 maartNaar Ahmedabad (Gujarat)

Men had beloofd, dat ze ons zouden bellen om te vertellen hoe laat we vandaag zouden vertrekken. Dat hebben ze niet gedaan. We besluiten de wekker op 6:00 uur te zetten. 7:00 uur weg, uurtje rijden, zodat we een uur voor vertrek van het vliegtuig naar Ahmedabad in Gujarat op het vliegveld zullen zijn. De wekker is net afgelopen als de telefoon gaat: de bus staat beneden op ons te wachten. Gelukkig hebben we alles al zoveel mogelijk ingepakt, zodat we snel beneden zijn.
We maken kennis met de vijf andere groepsleden en rijden naar het vliegveld, waar we dus veel te vroeg zijn. Ons maakt het niet zoveel uit, maar de anderen hebben maar drie uur kunnen slapen, want die zijn vannacht uit Nederland gearriveerd. Het masker mogen we mee het vliegtuig innemen. Het is zo groot, dat het niet in onze rugzak past.
Een uur en twintig minuten vliegen is het en we krijgen een snoepje en een doosje met eten en water.
We worden verwacht en naar het hotel gebracht. Het valt iedereen op dat het er hier beter uit ziet dan in Delhi. Het is schoner, minder vervallen, minder getoeter van het wel vele verkeer.
Een uurtje later vertrekken we voor een sightseeing door Ahmedabad. Eerst naar Sabarmati Ashram, het hoofdkwartier van Ghandi tijdens de lange strijd voor Indiase onafhankelijkheid. De toegang is gratis.
Dan naar het Calico Museum, het textielmuseum. Per dag zijn er twee rondleidingen en per keer mogen daar vijftien mensen mee. Wie het eerst komt, het eerst maalt. Niet alleen de collectie textiel is fantastisch, maar ook de oude haveli waarin het gehuisvest is. Prachtig houtwerk en schitterende ingelegde marmeren vloeren. Buiten een mooi mozaïekterras. Veel textiel is 200 jaar oud, sommige nog ouder. Er staan ook wat oude sculpturen en het is verboden te fotograferen. En ook hier is de toegang gratis.Adalaj Wav-bordesbronDe Adalaj Vav is een hele mooie bordesbron ten noorden van de stad. Deze is in 1499 gebouwd en de put is vijf verdiepingen diep. Elke verdieping is verfraaid met prachtige steengravures. Het was een koele en afgezonderde verblijfplaats om water te bewaren en sociale contacten te creëren. Buiten is een markt met veel mooie mensen. Niemand heeft bezwaar tegen foto's en velen vragen er zelfs om. Kinderen durven heel voorzichtig onze naam te vragen en waar we vandaan komen. Ook wij moeten regelmatig op de foto en video. Grappig.
We bezoeken de Hatheesingh-tempel, een jaintempel, waar we binnen, in tegenstelling tot de jaintempels in Rajasthan, niet mogen fotograferen. Hij kleurt mooi in het avondlicht.
Het is vandaag Holi, dat elk jaar in deze periode met volle maan plaatsvindt en wordt ook wel het kleurenfestival genoemd. Overal zien we kraampjes met zakjes fel gekleurde verf. Maar dat schijnt pas voor morgen te zijn. Vandaag is het het feest van de kampvuren. Overal worden vuren opgebouwd, maar de meeste zijn nogal klein. Pradeep, onze gids, heeft vanochtend even buiten de stad een grote stapel zien opbouwen en daar gaan we heen. De weg is erg druk, omdat iedereen vrij is en op weg naar een of andere brandstapel. FeestvuurAls het donker wordt, worden die stapels aangestoken. Jongens slaan op trommels en de mensen lopen rondjes om het vuur. Ze hebben offers bij zich: water in koperen kannetjes dat ze voor zich op de vloer gooien. Op blote voeten lopen ze daar door heen. Ze hebben ook schaaltjes met rijst en granen die ze op de grond gooien. De kunst is om zo dicht mogelijk bij het vuur te lopen. We kijken een hele tijd toe en genieten. Op de terugweg naar het hotel zien we andere kleinere vuren.
We eten in het hotel met z'n vieren aan een tafel en maken er een buffetje van. Het is goedkoop: 175R p.p.
De provincie Gujarat ligt droog, er wordt dus geen alcohol geschonken en daarom drinken we deze reis heel veel water, ook omdat het erg warm is.

Zaterdag 22 maartNaar Jambughoda

We maken 's ochtends eerst een Heritage-wandeling door de oude stad. Van een hindoetempel via een jaintempel naar een moskee. Omdat het Holi is, zijn veel winkeltjes dicht. Misschien is dat maar goed ook, want zo zijn er nog meer dan genoeg mooie mensen op straat. We wandelen langs oude huizen en door hele smalle straatjes en zien veel mooie ramen en deuren.Gekleurde gezichten met Holi De straten zijn aardig schoon en de mensen erg aardig. We zien wat kraampjes waar ze verfstoffen verkopen voor Holi. Die lengen ze aan met water, stoppen dat in een ballonnetje en gooien dat naar elkaar. Een jong meisje durft er een naar Martijn te gooien. Het is wel raak, maar te zacht gegooid, zodat het ballonnetje op de grond valt en daar uit elkaar spat. Maar goed ook, want we denken dat het maar moeilijk uit de kleren gaat. Sommige mensen, vooral jonge mannen, hebben een heel gekleurd gezicht en kleren. Vrouwen dragen mooie oor- en neusringen. En dan al die prachtige kleuren. Sommige zitten te borduren, anderen doen de was.
In de jaintempel wordt het godsbeeld elke dag van nieuwe kleren voorzien. De minaretten van de moskee zijn ooit tijdens aardbevingen ingestort.
We vertrekken naar Jambughoda, 190 kilometer naar het zuidoosten. We zien een groepje jongens een heel flesje met verfstof over andere leeggooien. Ze rennen joelend naar de bus en de chauffeur doet snel alle deuren op slot. We rijden over een prachtige asfaltweg, die zo goed als leeg is. Het landschap is vlak en erg groen. Veel velden met gewassen en boompjes. Wat een verschil met Rajasthan. In de middenberm staan oleanders en bougainville in allerlei kleuren. Aan de linkerkant van de weg, in een droog deel, loopt een enorme kudde geiten met hoeders. Die mensen komen uit Rajasthan. De mannen dragen allen een rode tulband, de vrouwen heel veel kettingen, neus- en oorringen en de getrouwde vrouwen dragen armbanden van de elleboog tot aan de schouder. Alle vrouwen dragen oorbellen, ook de hele kleintjes. Niet alleen met een gaatje in het oor, maar ook nog met een hangertje over het hele oor. De mannen dragen grote gouden knoppen in het oor. Er is een kleine baby met kool opgemaakt oogjes tegen infectie. Een prachtig kleurrijk geheel. Als we er wat langer zijn, worden ze wat vrijer en tillen de vrouwen soms hun sluier op. Ze kijken nieuwsgierig naar de digitale foto's en nog nieuwsgieriger naar de video. Ze vinden het prachtig. Heel erg kleurig en heel erg mooi. We geven ze wat geld aan de, zo te zien, oudste man. Die geeft het af aan een vrouw.
Pradeep wordt gebeld en we gaan Champaner vandaag overslaan. Er blijkt n.l. vanavond het Chul-festival te zijn in Chhotal Udepur van de Rathwa-stam.
Onderweg zien we steeds mensen met grote kringen gekleurde verf op hun eens witte kleding en fel gekleurde gezichten. Roze is erg populair.
Op het festivalterrein is het nog rustig als we om half vier aankomen. Over een uurtje zal het beginnen. We lopen wat langs de kraampjes. Ze maken ijsjes van geschaafd ijs en dopen dat in een gekleurd sausje. De kinderen vinden het heerlijk. Men is een beetje bang van ons. Iedereen wijkt achteruit en kijkt ons met grote ogen aan. Naast ons zijn er nog twee toeristen. Veel zullen ze er hier in de buurt niet zien.
Chul-festival Bij de vrouwen rinkelt van alles als ze langs lopen. Jonge vrouwen hebben lang haar tot op hun middel en dragen daar een prachtige zilveren ketting in die vertikaal omlaag langs de staart loopt. VuurLopenSchitterend. Andere hebben een dikke zilveren band om hun hals. En allemaal dragen ze veel oorringen, spelden in het haar, kettingen om de hals en om het middel, om beide bovenarmen dikke zilverden banden. Ze zien er adembenemend uit. We mogen van iedereen foto's maken, niemand vraagt er geld voor, ze durven alleen niet zo goed en dus zijn we wat terughoudend daarmee.Langzamerhand wordt het drukker. Op een zandplein is een kuil gegraven waar een vuur in brandt. Er worden kippen geofferd en mensen dragen een grote witte doek als een dak boven hun hoofd en lopen met een groepje rondjes om het vuur. In hun midden loopt een geel geverfde man met zwaard. Na een aantal zingende rondjes loopt die gele man door het vuur onder het slaken van woeste kreten. Aan het eind van de kuil ligt een hoop natte stront die waarschijnlijk verkoelend werkt.
Het wordt steeds drukker, erg druk zelfs. Van heinde en verre komen mensen hier naar toe. Allemaal prachtige kleuren en allemaal gapen ze ons aan. We veroorzaken regelmatig opstootjes. Slechts een enkel kind durft wat tegen ons te zeggen. Het is een groot spektakel. Als er een grote groep dansende mannen aankomt, gaan wij weg. Hoewel Gujarat officieel droog staat, zijn ze dronken en worden ze wat agressief.
We zitten in een hotel in Jambughoda, een oud maharadjapaleis met een enorme tuin. Ver weg van alle drukte en we horen alleen de vogels zingen. We hebben twee huisjes met elke twee kamers en twee enorme badkamers. 's Avonds krijgen we een buffet met allerlei verschillende gerechten. Lekker.


Zondag 23 maartJambughoda

We gaan vandaag naar Champaner en bekijken drie moskeeën waarvan de Jama Masjid het indrukwekkendst is. Ze hebben nooit echt dienst gedaan als moskee en daarom hoeven we onze schoenen niet uit. De hele stad staat op de werelderfgoedlijst.
Jama Masjid-moskeeErgens onderweg zien we een plas water met witte ibissen en verschillende soorten ooievaars.
Bij Chelawada is een tempel op een bergtop en dit is een bedevaartplaats voor hindoes van de Rathwa-stam. Te voet moeten ze bij dit warme weer de vele trappen op. Dichtbij is een offerplaats waar veel mensen een kip of een geit offeren. Volgens strikte regels wordt een bepaald ritueel uitgevoerd met water, kokosnoten, granen en sterke drank. Er wordt een vuurtje gemaakt en speciale kannetjes worden daar op gezet. Vervolgens wordt het beest gekeeld. In geval van een geit wordt die ook gestroopt. Alles gaat in zakken mee naar huis.
In Ghoghamba is de hoofdstraat een grote markt. Hele volle auto's en tuktuks rijden af en aan. Mensen op het dak, hangend aan de zij- en achterkant. Het kan allemaal. Het is er druk en wij vallen erg op. De hele dag zien we geen toeristen. We worden van alle kanten aangestaard en pas als iemand iets tegen ons durft te zeggen, drommen anderen om ons heen.
Het is warm, erg warm, 35° in de schaduw. Er gaan elke dag dan ook heel wat flessen water door heen. Voor in de bus staat een hele grote koelbox die vol zit met flessen water waar we uit kunnen putten. Gopal, de chauffeur, zorgt voor de voorraad en gooit er af en toe wat ijs bij, zodat het water lekker koel blijft.
Na de siësta gaan we naar Gandara waar de muren binnen in de huizen prachtig beschilderd zijn. Een priester bepaalt wat er op de muren komt, waarna een kunstenaar dat aanbrengt. Alles wordt nauwgezet gecontroleerd en als het niet goed is, moet het over. Er zijn verschillende huizen met zulke tekeningen die een hele wand beslaan, die er allemaal hetzelfde uitzien. Blijkt dat overal dezelfde priester is geweest. Het zijn allemaal kleine dorpjes met maar een paar huizen. Het is overal opvallend groen, want er is nogal wat water. Het koren wordt gemalen met een handmolen en de pottenbakkersschijf wordt ook met de hand gedraaid.

Maandag 24 maartNaar Kavant, Vadodara

Vandaag is het Kavant-festival van de Rathwa-stam. En wat voor een festival. We hebben nog nooit zo iets indrukwekkends gezien.
Kavant-festivalWe gaan er vroeg heen, zodat we weg kunnen als het echt druk gaat worden. En dat wordt het, heel erg druk. Normaal wonen hier niet zoveel mensen, maar vandaag barst het dorp uit zijn voegen. Vrijwel iedereen komt lopend via één toegangsweg naar het dorp. Een stroom mensen die de hele dag zal aanhouden. Het is geweldig bij die toegangsweg te staan kijken. De vrouwen zien er fantastisch uit. Heel veel dragen een brede zilveren band om de hals met daaraan allerlei zilveren versieringen. Kettingen om het middel, oorbellen, brede armbanden om de bovenarm, een heleboel smalle om de onderarm. Om het middel kettingen en vooral de brede enkelbanden van de oudere vrouwen zijn prachtig. Ook hier dragen vrouwen kettingen over hun rug over de staartvlechten. Sommige kinderen dragen een glinsterend hoedje. De mannen zijn min of meer gewoon: lange broek met overhemd met lange mouwen. We zijn er nog maar kort, als Pradeep weet te vertellen dat er al een dansgroep is gearriveerd. Hij loodst ons door straatjes en aan de kant staan de mensen rijen dik te kijken. Alleen de toeschouwers zien er al prachtig uit. Velen dragen een zelfde kleur sari, zodat je ziet dat ze uit eenzelfde dorp komen. Een dorp is niet meer dan een paar huizen. Dan komt er een groepje rood, dan blauw, oranje of fel geel geklede vrouwen. Alle kleuren van de regenboog zijn aanwezig. Het is geweldig. Kavant-festivalEn dan komt de dansgroep. Mannen dansen de eigenlijke dans, terwijl vrouwen en mannen er omheen dansen. Het begint met een groep zwart gemaakte mannen met maskers op en slingers om. Ze hebben ratels bij zich. Dan volgt een enorme trommel en twee als paarden verklede mannen. Daarna volgt een hele rij prachtig beschilderde mannen. Hun gezicht is met veel kleine witte stipjes versierd, de rest van het lijf met grotere ronde witte cirkels. Op hun hoofd hebben ze een hoed met allerlei verschillende kleuren slierten of slingers.
Sommige zijn kaal, maar allemaal hebben ze enorme hoeden met groene pauwenveren op het hoofd. Om hun middel dragen ze een riem met grote koperen bellen. Ze maken danspasjes, vrij eenvoudig en steeds hetzelfde. Na een paar pasjes schudden ze heel licht met de heupen, allemaal tegelijk, zodat alle bellen rinkelen. Daarachter loopt een groep mannen met dezelfde tekening op het lijf, maar met een riem kalebassen en hoge gekleurde hoeden. En allemaal dansen ze in hetzelfde ritme van de rinkelende bellen en trommels. Daarnaast dansen vrouwen mee op de maat. Ze vormen lange rijen, met de linker arm langs het lichaam en de rechter hand op de rechter schouder van de voorganger. En ook zij hebben dat hupje. Soms lopen er ook groepen mannen met fluiten of stokken. Men loopt door alle straten van het dorp en op sommige pleinen of brede stukken maken ze een extra rondje. Het is zo fascinerend. Er komen nog steeds mensen aanlopen. Op sommige plekken zorgen politieagenten dat de mensen blijven doorlopen, je mag dan niet blijven stilstaan. Het wordt steeds drukker. Wij kijken eerst alleen toe totdat Pradeep met iemand van de dansgroep heeft geregeld dat we foto's mogen maken.
Kavant-festivalLater staan wij op een dakterras, onder een luifel, waar wat stoelen staan. We hebben hiervandaan een mooi uitzicht op de drukte beneden ons. Ook hier wordt het echter steeds drukker en we komen steeds dichter op elkaar te staan. Iedereen wil uiteraard in de schaduw staan. Het is ondertussen zo druk, dat de dansgroepen steeds moeilijker te zien zijn. Het is mooi dat we die hebben kunnen fotograferen toen het nog een beetje rustig was. Er zijn hier hooguit tien toeristen, verder nog wat Indiërs met grote camera's. Het dansen gaat op dezelfde manier verder en daarom besluiten we weg te gaan voordat er geen doorkomen meer aan is. We zijn erg onder de indruk.
We rijden vandaag nog door naar Vadodara. We blijven ons verbazen over de goede weg, het weinige verkeer, het weinige getoeter, de groene velden en weinig tot geen toeristen in vergelijk tot Rajasthan. Het is ook een stuk goedkoper.
We zien onderweg een groep trekkende nomaden die met hun kamelen, schapen en geiten op pad zijn. Het is een mooi gezicht. De bedden staan bovenop de kamelen en daarop zitten de jonge kinderen en kleine geitjes. Even verderop zijn wat nomadenvrouwen bezig om de kamelen te bepakken. De mannen zijn met de schapen en geiten al vooruit.
's Middags ontmoeten we Bubu, die deze reis voor Dimsum in Gujarat organiseert. Hij heeft een reisbureau in Orissa. Hij gaat de rest van deze reis ook mee begeleiden. Bubu neemt ons 's avonds mee uit eten naar een plaatselijk restaurant. Hij bestelt verschillende gerechten. Vooral heerlijke soep en zoetzure pittige kaas. Inclusief drankje 260R pp.
Een paar dagen later horen we dat een foto van Martijn in de krant heeft gestaan. Dat is dus het plaatselijke nieuws over het festival! Onze hele groep schijnt ook nog op de televisie geweest te zijn.

Dinsdag 25 maartNaar Bhavnagar

Onderweg naar Bhavnagar zien we witte ibissen, flamingo's, ooievaars, tabaksplanten, ongelukken, grote rivieren. En een karavaan met nomaden.Nomaden De mannen en de geiten zijn nog bij de vrouwen en de kamelen. Er wordt onderhandeld om foto's te maken, maar ze vragen 5000R. Men ziet er, alweer, prachtig uit. De vrouwen dragen hele brede armbanden om de onderarmen van kamelenbeen en de ouderen hebben grote oorbellen. De gaatjes zitten aan de bovenkant van de lellen en de bellen zijn zo zwaar, dat de bovenlel neerhangt. De mannen dragen witte tulbanden, witte gewaden en een wit geplooid jasje. En grote gouden oorknoppen. Geweldig. Ze durven niet zelf de beslissing te nemen over de foto's en er wordt gebeld. Ze leven dan nog wel op de traditionele manier, maar de mobiele telefoon is ook hier ingeburgerd. Men vindt de foto's niet goed. We kijken wat rond en zien honderden geiten, geitjes en een aantal kamelen. Sommige kinderen zijn erg bang. We krijgen masala-thee aangeboden op een schoteltje en wij geven ze bij afscheid wat sigaretten en 200R. Ze denken dat dat voor de foto's is, maar Bubu maakt ze duidelijk dat het voor de kinderen is. En dan, uiteindelijk, mogen we toch foto's maken. Ze vinden het geweldig om zichzelf op de video te zien. Hele kuddes geiten zijn al vertrokken met wat mannen. De vrouwen blijven achter om de kamelen te bepakken en de kleine geitjes en jonge kinderen mogen boven op de kamelen. Zij volgen later de mannen.
Onderweg zien we nog veel meer enorme kuddes geiten op de weg lopen. En nog een karavaan met kamelen.NomadenWe bezoeken Lothal, een archeologische plaats, een opmerkelijke stad uit de Indusbeschaving van 4500 jaar geleden. Het is de oudste stad ter wereld. Toegang 2R (€ 0,35).
In een dorpje hier dichtbij worden we uitgenodigd om rond te kijken. We worden in verschillende huizen binnengenodigd en men laat ons hun huizen vol trots zien. Vooral met televisie zijn ze erg blij. Het dorpshoofd heeft zelfs een koelkast. Ze laten ons allerlei dingen zien die ze verbouwen en we krijgen weer thee op een schoteltje. Martijn krijgen een oranje tulband aangemeten. Hij moet wel gaan zitten, anders kunnen ze er niet bij.
In Bhavnagar zitten we in het enige heritage-hotel van de stad. Een gezellige binnenplaats met stoeltjes en kamers er om heen. Een piepkleine badkamer waar we zowat in de wc staan te douchen.

Woensdag 26 maartBhavnagar, Palitana

Vroeg op vandaag voor een dagtocht naar Palitana. Met 863 tempels is de heuveltop van Shatrunjaya één van de heiligste bedevaartplaatsen van het Jainisme. Over een periode van 900 jaar werden de tempels gebouwd en de heuveltop is volledig gewijd aan de goden. Om daar te komen, moet je een trap op met zo'n 4.000 treden. Om de ergste hitte voor te zijn, gaan we zo vroeg weg, dat we om 7:30 uur aan het klimmen kunnen beginnen. Het is er vrij druk en er zijn heel wat nonnen. Helemaal in het wit gekleed en blootsvoets. De moeilijk ter been zijnde mensen (en de luie) kunnen zich in een draagstoel naar boven laten brengen. Onderweg zijn allerlei plaatsen waar je water kunt drinken, maar dat water is niet goed voor onze magen. Wij moeten het dus meenemen. Af en toe een lekker windje, af en toe een wolkje en anderhalf uur later staan we op de top. Daar moeten de schoenen uit en we mogen die ook niet mee naar binnen nemen. De dragers liggen er uitgeteld bij. Het zijn vooral dikke mensen die zich naar boven laten dragen. De meeste zitten in kleermakerszit op een soort zak die aan een bamboepaal hangt en door twee man gedragen wordt. Sommige zitten in een tuinstoel die tussen twee stokken is vastgebonden en door vier man wordt gedragen.
PalitanaIn de hoofdtempel wordt van alles geofferd. Er staan lage tafels waar men kleine hoopjes rijst op legt en daar dan figuurtjes van maakt. Ook kokosnoten en bloemen zijn populair. De Jains gaan in lange rijen langs het offerbeeld waarbij ze een doek voor hun mond houden om het beeld niet te besmetten met hun bacteriën. Er is een aparte ingang voor mannen en vrouwen, hoewel ze in de tempel bij elkaar komen. Ze zijn door een groot net gescheiden van de mensen die binnen zitten te bidden en te offeren. De mannen hebben hier geen lange broek met overhemd aan maar een lange lap die kunstig om hun bovenlijf, heupen en benen is gedrapeerd. Mooie lappen zijn het. Meestal zit de vouw er nog in. Soms wordt er gezongen. We zitten een hele tijd in de tempel onze ogen uit te kijken. Eén van onze groep zit met haar voeten vooruit en wordt daar op gewezen, want dat hoort niet. In de tempels in het andere deel komt bijna niemand. Er zitten drie mensen heel erg mooi te zingen. We luisteren een hele poos en beginnen dan aan de tocht naar beneden. Het is gek, maar het lijkt alsof er veel meer treden naar beneden zijn, dan dat we naar boven hebben gelopen. En toch is het dezelfde weg.
We gaan ergens 'all-you-can-eat-thali' eten. Op een grote ronde schaal staan allerlei schaaltjes. Verschillende mannen lopen rond met bakjes en daar scheppen ze naar believen wat van op je bord. Onbeperkt eten voor 90R (€ 1,50).
In het zwembad van het naast ons hotel gelegen luxe hotel mogen we zwemmen. Met Petra en José gaan we er naar toe. Er zwemt een man die een paar keer telefoon krijgt die een bediende naar de rand van het bad brengt. Er wordt gefloten en de man moet vertrekken. Volgens ons is het damesuurtje aangebroken. Verschillende vrouwen verdwijnen in de kleedkamer en we zijn benieuwd naar wat ze aan zullen hebben. Nou, ze zijn prachtig. Een broek tot net boven de knie, een soort T-shirt met mouwtjes en een rokje er aan in allerlei felle kleuren als hardgroen en hardroze. Een mooi gekleurde badmuts ontbreekt niet. We denken dat ze heel erg revolutionair zijn. Het is de gegoede burgerij en de vrouwen zijn allemaal even dik.
's Avonds is er een dansvoorstelling in het oude paleis naast ons hotel ter ere van het begin van de zomer. Kleine meisjes en jongens van een jaar of vijf, zes geven een wervelende voorstelling. Ze zijn gekleed als volwassenen, de meisjes met lange, wijde rokken, hoofddoek, rinkelende kettingen en de jongens in een witte jodhpur broek met van die geplooide jasjes, mutsjes met spiegeltjes en enkelbanden met belletjes. Als we goed kijken, zien we dat de meeste jongetjes meisjes zijn. Een uur lang springen en rennen ze rond. Dan met stokken, dan met ballen, allerlei dansjes in volmaakte harmonie. Niemand loopt uit de pas. Grote klasse.


Donderdag 27 maartNaar Diu

Het is vijf uur rijden naar Diu, een eiland voor de zuidkust van Gujarat. Dit was een Portugese kolonie tot het in 1961 door India werd ingenomen. Het wordt nu meer geregeerd vanuit Delhi als Union Territory dan als deel van Gujarat. Vanwege die status valt het niet onder het alcoholverbod.
Onderweg zien we een kudde vrouwelijke 'blue bulls' ook wel nilgal genoemd en een grote vlucht pelikanen.
Hotel in DiuOp Diu-eiland zitten we in Nagoa Beach in prachtige huisjes. Een groot zwembad met ligstoelen, straat oversteken we zitten op het strand. Het water van het zwembad is heerlijk. We zwemmen daar omdat we daar minder aangestaard worden. Er zwemmen wel veel mannen op dat moment, maar daar trekken we ons niets van aan. Wij vrouwen voelen wel voortdurend alle ogen op ons gericht, maar worden niet lastig gevallen. Een van de mannen maakt stiekem foto's van ons en wij zwaaien naar hem. Dan komt hij alsnog vragen of het mag en wij vinden het goed.
Om 18:00 uur gaan we met z'n vijven wat drinken: Martijn met z'n harem. We hebben een terras op de eerste verdieping op het strand gezien. Het 'dorp' is trouwens niet meer dan een paar hotels, wat winkeltjes en wat restaurants. Het 'echte' dorp is ook erg klein en staat wat verder van de weg. Het Kingfisher-bier kost hier maar 50R voor een fles van 650 ml, een glaasje gin kosten 10R en een Bacardi 30R. Er zit geen belasting op. Bij de 'buren' gaan we eten en we bestellen vis, chili vis zonder chili, garnalen, groente, rijst, brood, een fles witte wijn en wat bier. Kosten 250R (€ 4,10) p.p.

Vrijdag 28 maartDiu

We bezoeken een vissershaventje waar enorme vissen op kleine karren worden geladen. Er worden veel netten geboet. Kleinere vissen hangen overal te drogen. Er worden nieuwe boten gebouwd en er is ook een scheepskerkhof. Vissen worden op grootte gesorteerd en schoongemaakt.
Het personenkerkhof ligt op een heuveltje buiten de plaats en heeft mooi gekleurde familiehuisjes. Binnen staan oranjegekleurde steentjes en elke steen staat voor een overledene.
We gaan naar de vismarkt waar overal hoopjes garnalen, kleine visjes, kleine haaitjes, krabbetjes, e.d. liggen. We kopen vis en grote garnalen voor de lunch.
Het fort is niet zo interessant en de kerk heeft mooi houtsnijwerk. Dan gaan we naar een restaurant waar onze vis in de keuken wordt klaargemaakt. De garnalen zijn geweldig!
We willen een drankpermit voor Gujarat gaan halen, maar dan mogen we alleen twee liter sterke drank p.p. mee vervoeren. Geen bier. We laten het maar zitten.
's Middags relaxen wij bij het zwembad. De rest gaat naar nog een vissersdorpje en de zonsondergang. Wij geloven het wel en genieten van de rust en de zon en het zwemmen. Later drinken we een biertje op het terras aan zee en eten in dezelfde tent als gisteren.

Zaterdag 29 maartNaar Somnath, Sasan Gir

In Somnath is een plaats met een bordes naar de rivier waar men kleine familieceremonies kan houden. Het is er erg rustig.
De tempel van Somnath is een Shiva-tempel die vroeger vaak is ingenomen en vernietigd door moslims en telkens weer opnieuw opgebouwd is door hindoes. Het bevat één van de twaalf heilige Shiva-ikonen. Om 12:00 uur begint een ceremonie en mannen en vrouwen staan in aparte rijen voor het beeld. De muziek begint: een trom, fluit, bellen, klokjes en iedereen klapt in z'n handen. Het is een oorverdovend lawaai dat een kwartier aanhoudt. Daarna mag iedereen naar het beeld om een kort gebed uit te spreken. Ze worden gemaand door te lopen, anders staan ze er morgen nog.
In de vissershaven liggen een heleboel vissersboten, allemaal versierd met vlaggetjes.
Dichtbij Sasan Gir logeren we in simpele huisjes, wel met airco en fan gelukkig, want binnen zijn ze erg warm. In het hoofdgebouw is op de eerste verdieping de keuken en we kunnen op het overdekte terras buiten eten. Het is erg warm, maar daar staat een lekker windje.
Aziatische leeuwenAan het eind van de middag gaan we op safari. Eerst een stukje met onze bus en dan stappen we over in twee jeeps en rijden we het park in op zoek naar leeuwen. Dit is de laatste plek waar de Aziatische leeuw voorkomt. Hij is met uitsterven bedreigd en er leven er hier nog een stuk of 350. Het gebied is vrij gecultiveerd en we zien verschillende mensen lopen. Ook zijn er wat huizen en flinke landerijen. We vragen ons af of hier wel leeuwen zijn… We zien van alles en Pradeep weet van elke vogel en beest de naam bij de eerste aanblik: coucal, buizerd, ijsvogel, chital (spotted deer), groene duif, pruimekopparkiet, zwartkop-apen, ooievaar, zwarte ibis, pauwen, sambar-hert. En vooral veel 'common-birds'. Een grapje van ons: elke vogel die wij niet kennen (en dat zijn de meeste) noemen wij een common-bird. 'Look Pradeep, a common-bird'. We stoppen uiteindelijk bij een drinkplaats en met vier jeeps staan we daar en iedereen stapt uit. De portieren worden hard dicht geslagen en iedereen praat en lacht volop. En dan zouden er hier leeuwen moeten komen? De twee andere jeeps houden het al snel voor gezien, maar ze zijn nog niet vertrokken of er komen twee leeuwen aangeslopen. In plaats van dat iedereen de auto's inklimt, gaan ze naar de leeuwen toe. We gaan ook maar mee in de veronderstelling dat de gidsen weten wat ze doen. We kunnen ze tot op vijftien meter naderen. Het is een leeuwin met zoon. De andere twee auto's komen ook snel terug. De leeuwen gaan er lekker bij liggen en wij kijken een poosje toe. Dan moet we weg, want voor het donker moet je het park uit zijn. De toegang tot het park kost US$ 70 p.p., een jeep 1400R en een chauffeur krijgt 200R loon/fooi. Fotocamera's en video's zijn inbegrepen.

Zondag 30 maartSasan Gir

's Morgens gaan we nogmaals het park in. Er zijn veel auto's met lawaaiige schoolkinderen. Misschien dat we daardoor geen leeuwen zien. Wel: krokodillen, mongoeses, jakhals, witoogbuizerd, honigbuizerd, kuifarend op enkele meters afstand, parkieten, apen, chitals en sambars.
Om 16:00 uur rijden we naar een aantal dorpjes in de omgeving. Bij een put worden de buffels gewassen en er naast staat een boom die vol met vliegende honden hangt.
Dhava is een dorpje dat rijk is geworden met de mango's. Het is aan de buitenkant van de huizen niet te zien, maar binnen zijn ze prachtig. In elk geval degene waar wij uitgenodigd worden. Een hele mooie keuken met een groot aantal voorraadpotten. Het hele dorp loopt voor ons uit en binnen de kortste keren staat het hele huis vol met mensen.
Lusala is een dorpje met landbouwers en duidelijk armer. Het is te zien aan de huizen en de kleren. Maar men is net zo aardig en we worden ook binnen genodigd waar we masala-thee op een schoteltje krijgen. De buffels komen de binnenplaats op, krijgen te eten en worden gemolken. De vrouwen dragen hier andere hesjes met een open rug met alleen bandjes op de nek en om het middel. Wel een lange hoofddoek.

Maandag 31 maartNaar Junagadh, Gondal

In Junagadh gaan we eerst naar het museum (50R). Prachtige zilveren stoelen met leeuwenkoppen en hele mooie draagstoelen in zilver en goud. We dwalen een tijdje door het centrum dat een mooi halfrond plein heeft. Melkmannen rijden op de fiets of motor en hebben grote bronzen en zilveren kannen achterop.
We gaan naar het begin van Ginar Hill, een bedevaartsplaats. 10.000 stappen leiden naar de top. We doen dat maar niet, want je moet er ook weer 10.000 terug. We zien de top liggen en dat is ver weg op een hoge pukkel.
We bekijken de crematieplaats, een begraafplaats met een paar oude tombes, het fort en de markt. Ook bezoeken we een fabriekje waar sari's bedrukt worden. Hier gaat het niet op de oude traditionele manier met knoopjes leggen maar met printblokken. Hele lange lappen liggen op een tafel. Twee mannen lopen aan beide kanten met een mal met verf tussen hen op de tafel. Ze strijken een laagje verf op het doek en schuiven dan een stukje op. De hele lap wordt zo verschillende keren met verschillende kleuren verf behandeld, zodat een patroon ontstaat. Hier worden goedkope sari's voor de lokale handel bedrukt.
We overnachten in het gastenverblijf van het maharadjapaleis in Gondal. Prachtig. We hebben een enorme kamer, een kleedkamer en een hele grote badkamer. Voor onze kamer op de eerste (en bovenste) verdieping ligt een gigantisch terras.
We gaan even de plaats in en bekijken het paleis en de markt. Op de markt zijn we snel uitgekeken en we nemen een tuktuk terug naar het hotel. Onze chauffeur is hier, zo te merken, nog nooit geweest en kijkt opgetogen en zeer nieuwsgierig om zich heen. Ze mogen alleen het terrein op als ze gasten moeten wegbrengen. Met een leeg karretje krijgen ze geen toegang.
Gopal, onze chauffeur, maakt elke dag de bus schoon en deze wordt ook van buiten gewassen. De velgen en de banden worden afgesopt.

Dinsdag 1 aprilNaar Dasada

We bezoeken eerst een medicijnfabriek. Heel primitief worden drankjes gemixt en pillen gedraaid. Met de hand wordt een grote klomp medicijn tot balletjes ter grootte van een gehaktbal gedraaid. Machinaal maakt iemand anders daar staafjes van en weer iemand anders maakt, ook machinaal, van die staafjes pilletjes.
De weverij is helaas gesloten. Gisteren was de laatste dag van het boekjaar, vandaag wordt de balans opgemaakt en heeft iedereen een vrije dag.
Bij een grote plas water zitten honderden kraanvogels, tientallen pelikanen, wat flamingo's, reigers en ibissen.
Onbeperkt thali eten Een dorpje even verder heeft een tempel die er erg modern uitziet. Iedereen kan daar gratis thali krijgen. Voor óns wordt een kleedje uitgespreid, de rest moet op de grond zitten. Bijna alleen maar mannen eten er. Verschillende mannen komen langs met grote potten en pannen en scheppen daarvan wat op je bord. Iedereen zit naar ons te kijken. Toeristen komen hier niet. Tot nu toe hebben we in Gujarat alleen die paar bij het festival gezien, verder niemand. We doneren wat roepies.
Hier is de laatste mogelijkheid tot Bhuj om geld te pinnen.
We kijken en slenteren wat door het dorp dat veel blauwe huisjes heeft, die niet zo goed in de verf zitten. Maar het is overal schoon, ook de straten. Achter een open poort denken we bankwerkers te zien, maar het zijn diamantslijpers. Men zit daar zomaar zonder bewaking. Nou zijn de diamantjes wel erg klein, maar toch, het blijven diamanten. We zien ook de wasplaats, maar daar is niet veel aan.
Het programma is iets gewijzigd en we gaan niet naar Ahmedabad maar rechtstreeks door naar Dasada vanwege een festival. In Dasada hebben we huisjes in een grote tuin met grote kikkers, pauwen, patrijzen en lotusbloemen. En een mooi open restaurant met loungebanken. En toeristen! Er zit een groepje Belgen. De toeristen die naar Gujarat komen, komen uit Rajasthan en gaan dan naar de Kutch. Dat ze hier meer toeristen gewend zijn, is te merken aan de dorpjes die we gaan bezoeken. Met twee jeeps rijden we daar naar toe. Zodra we aankomen, worden de bedden met sieraden vol gelegd. De vrouwen zien er hier weer kleurrijker uit en ze hebben mooie kettingen, oor- en neusringen. Ook sommige mannen, vooral ouderen, hebben prachtige gouden knoppen in hun oren. Om ze niet het idee te geven dat we alleen maar foto's willen maken, kopen we een ketting voor 100R. Iedereen van de groep koopt wel iets.


Woensdag 2 aprilDasada

Man met oorbellenOok bij het ontbijt is te merken dat hier meer toeristen zijn: echte kaas en yoghurt. Het is voor ons alweer bijna vijf weken geleden dat we dat gegeten hebben. Met de jeeps gaan we de Little Rann of Kutch in. Dit zijn de onvruchtbare uitgestrekte zoutvlaktes. Tijdens de moesson veranderen die in een zee. Sommige delen zijn nu, een half jaar na de regentijd, nog erg modderig en je kunt daar in weg zakken. De Little Rann of Kutch is het thuis van de laatste resterende khur (Aziatische wilde ezel) en we zien vijf van deze beesten. Ze hebben een hele mooie tekening. Ook zien we antilopen (blue bull) en honderden flamingo's, een groene bijeneter, libelles, een man met prachtige gouden oorbellen die als een soort dakje aan de bovenkant van zijn oren zitten.
Raniki Vav-bordesbron's Middags gaan we eerst naar Patan, de oude hindoehoofdstad tot 1024. We bezoeken de Raniki Vav, een trapput uit 1050 met prachtige gravures. Hij is dichtgeslibd geweest, waardoor hij zo goed bewaard is gebleven. We zien mensen met heilige boeken op hun hoofd en heilige mannen.
De patola-weeftechniek voor zijde is wereldberoemd. Zowel de schering- als inslagdraden worden eerst met de knoopverftechniek geverfd en dan in patronen geweven. Dat gebeurt met hele fijne Chinese zijde. Een sari weven van 5,5 meter duurt een maand. Hun pronkstuk is een sari waar ze 3,5 jaar aan gewerkt hebben. Er is geen enkel terugkerend patroon, waardoor het heel veel werk is.
ZonnetempelIn Modhera ligt de Zonnetempel die gebouwd is in de 11e eeuw en heeft ook een trapput. Deze is minder mooi dan de Raniki Vav.
We gaan 's avonds vroeg naar bed, want we moeten morgen om 4:30 uur op. Er is een extra festival op vier uur rijden afstand en dat duurt de hele nacht tot 's morgens 12:00 uur, zodat we laatste drie uur kunnen meemaken.
Als we een uur in bed liggen, wordt er geklopt en staat Bubu voor onze neus. De koning van Poshina, waar het festival in de buurt is, heeft gebeld, en vertelt dat het festival een dag is uitgesteld. We gaan morgen bij hem overnachten en hij weet blijkbaar van ons programma. Met auto's en grote luidsprekers is de bevolking daarvan op de hoogte gesteld. Zo heeft de koning dat ook gehoord en heeft ons vervolgens gebeld. Kunnen we mooi uitslapen.

Donderdag 3 aprilNaar Poshina

We rijden naar Poshina in het noordoosten van Gujarat, tegen de grens van Rajasthan. Begin van de middag worden we door de koning ontvangen. Zijn paleisje is geen echt hotel, maar gewoon zijn huis, waar hij soms gasten ontvangt. Wij zitten in het vrouwenverblijf. We lopen het dorpje in en zien de vrouwen hier met veel zilveren sieraden. We kopen een lap die eigenlijk bedoeld is als sari, maar daarvoor voor ons te smal is. We nemen negen meter, zodat we genoeg hebben om hem in het midden overdwars aan elkaar te stikken en groot genoeg is voor onze tafel.
Met twee jeeps rijden we door de omgeving. De ene start niet en wordt telkens door de ander aangeduwd.Stenen legerWe gaan naar twee stenen legers. Het kleinste heeft meer dan 8.000 stenen paardjes. Mensen die een wens hebben, brengen hier zo'n paardje in de hoop dat die wens uitkomt. De grote plaats heeft meer dan 30.000 paardjes. Een heel vreemd gezicht. Een team van stamhoofden houdt hier een vergadering.
We zien een tempel: een gewoon rechthoekig gebouwtje dat er als een huis uitziet. Binnen staan wat mooie gedenkplaten. We kijken ook nog bij een familie thuis. Men heeft hier werkelijk niets. Wel altijd een trom (voor de communicatie) en een pijl en boog (o.a. om geschillen te beslechten).
We eten een buffet bij de koning thuis. En de koning heeft bier. Weliswaar illegaal, maar het smaakt ons goed. Na het eten gaan we naar het Koteshwar-festival van de Garacha-stam. Het is een nachtfestival waar van heinde en verre heel vele mensen op af komen. De vrouwen zien er mooi uit met heel veel zilverwerk, soms tot en met de bovenkant van de handen. De mannen dragen vaak een soort witte rok, maar voor de rest is hun kleding moderner. Vooral zonnebrillen zijn populair. Sommige mannen en jongens dragen ook oorbellen en armbanden. Er zijn voornamelijk jongelui. De meisjes dansen in een kringetje met de armen om elkaar. De jongens dansen hier om heen ook in een kring. Alleen jammer, dat veel jongens erg dronken zijn en vervelend worden. Gujarat staat dan wel droog, maar vanavond niet. Je ziet niemand drinken, maar overal ruik je de alcohollucht. De meeste mensen zien er niet uit, dat ze hier erg genieten. Zo vrolijk kijken ze allemaal niet. Het festival zal de hele nacht doorgaan en tot morgenvroeg 12:00 uur duren.

Vrijdag 4 aprilPoshina

Om 6:00 uur vertrekken we weer naar het festival. Het is nu licht en de mensen zijn nuchter, lijkt het. We zien veel meer oude en hele jonge mensen. Veel zijn al op weg naar huis, maar er zijn er nog heel veel over. Koteshwar-festival Als toeristen zien we alleen dat ene groepje Belgen en nog twee professionele Indische fotografen. De meeste mensen hebben geen probleem met foto's en willen soms zelf graag. Hoe ouder de vrouwen, hoe meer zilver ze om hebben. Grote brede banden om de nek met daaraan allerlei zilveren kettinkjes, hele grote oorbellen, zilveren banden in het haar, veel ringen, handversieringen en heel ritsen armbanden. Ze dragen mooie schootjes met spiegeltjes. Veel mannen dragen slingers om hun nek. Het is een groot kleurenfestival. Er wordt ter plekke getatoeëerd en sieraden verkocht. De vrouwen kopen armbanden die met heel veel pijn (letterlijk) en moeite om hun handen worden gewrongen. Eenmaal om, gaan ze nooit meer af. Balletjes gevuld met rinkelende dingetjes aan een elastiekje zijn erg gewild. We kopen er ook wat voor 1R per stuk en geven die aan kinderen die het zichzelf niet kunnen veroorloven. We zitten een hele tijd rustig op een stoepje en laten alles op ons inwerken. Het is geweldig!
's Middags is het Chitra Vichitra-festival, ook van de Garacha-stam. Het gaat echter stormen en we zien een erg donkere lucht aankomen. En tegen de tijd dat we willen vertrekken, breekt een zandstorm los. Er vliegt van alles door de lucht en het gaat regenen. Ondanks dat Gopal zegt, dat er nu niets te doen is bij het festival, willen een paar van onze groep er per se naar toe. Maar we komen daar aan en er is niets te doen. Behalve een hoop politie is er niemand. We gaan weer terug. De storm en de regen zijn grotendeels gaan liggen, maar door de harde wind is een elektriciteitskabel gebroken en zit het hele dorp zonder stroom. We gaan ergens zitten en bestellen bier en rum-cola en halen een paar zakken chips. Als het donker wordt, worden er overal kaarsen aangestoken en we dineren ook bij kaarslicht.
Door het weer is het buiten lekker afgekoeld en dat is wel prettig voor 's nachts, want de fan werkt natuurlijk ook niet. We hebben nogal wat ramen in onze kamer, die we allemaal wagenwijd open zetten. Zo is het koeler dan gisternacht.

Zaterdag 5 aprilNaar Bhuj

Heel vroeg gaan we terug naar het festival. Het weer is opgeknapt en de zon schijnt weer snel. Chitra Vichitra-festivalBij het kruispunt van drie rivieren wordt van de doden van het afgelopen jaar definitief afscheid genomen. Bij de crematie heeft men stukjes been en as bewaard en die worden nu met allerlei ceremonies in de rivier geofferd. Mensen in hun gewone kloffie zijn overal in groepjes bezig. De vrouwen jammeren en worden door andere vrouwen troostend over hun hoofd gestreeld. Zij wassen de voeten in het water. De mannen en soms kleine jongens verkleden zich en gaan, samen met een zakje of potje met de resten van de overledene, helemaal het koude water in. Het zakje of potje blijft daar achter. Weer terug op de kant, krijg een klein jongetje een nieuwe tulband opgezet en worden er allemaal dekens om hem heen geslagen. De mannen geven verschillende vrouwen nieuwe doeken en soms krijgen mannen nieuwe witte doeken. Een enkele man krijgt een tulband. Het gejammer is niet altijd even serieus en sommige vrouwen gluren van onder hun sluier en zitten te lachen. Het is vooral een ceremonie. Kleine kinderen die bij hen zijn, kunnen niet altijd tegen dat gejammer van hun moeders en beginnen mee te huilen. Sommige krijgen dan een opdonder. Bovenaan is een tempel waar ook nog het een en ander wordt geofferd en waar wordt gebeden.
Even verder op het terrein is het feest. Aan de ene kant is de dood, aan de ander kant het leven. Er is een soort kermis met allerlei eetkraampjes en wat attracties. Er staan een paar reuzenraden. Tussen houten palen hangen een paar gammele bakjes. Alles staat niet even recht en we houden ons hart vast. En het draaien gebeurt met de hand! Een paar jongens hangen aan de karretjes om het rad draaiende te krijgen en te houden. Hier zijn weer meer mensen met mooie kettingen. Van al die zilveren sieraden krijgen we geen genoeg. Vooral de jonge meisjes zien er mooi uit. Men draagt hier andere bovenarmbanden. Net op het randje van het mouwtje draagt men een strak bandje met belletjes en kettinkjes.
Na het ontbijt rijden we naar Bhuj [Butsj]. Het programma is enigszins gewijzigd en we slaan Balaram over, zodat we twee hele dagen in Bhuj hebben. Anders zouden we morgen heel vroeg moeten vertrekken om voor 12:00 uur aan te komen. We moeten daar n.l. een permit halen en 's zondagsmiddags is het kantoor dicht.Ludiya Een goede weg en mooi landschap. Af en toe een kudde schapen en geiten die de weg versperren en regelmatig een omgevallen boom, waarschijnlijk door de storm van gisteren.
Het wordt minder druk, het landschap wordt kaler en eentoniger. Bij een stop onderweg drinkt de plaatselijke bevolking masala-thee. Ze krijgen het in een kopje, maar ze gieten het op het schoteltje en slurpen het dan op.
De weg wordt slechter. Sommige stukken zijn opgebroken en andere zijn ze aan het aanleggen.
Bhuj is een nieuw stadje. Door de aardbeving van 2001 is de stad zo'n beetje met de grond gelijk gemaakt en is in de tussentijd opnieuw opgebouwd. In het hotel kunnen we een 'permit for drink' krijgen. Dat doen we natuurlijk. Al is het alleen maar als herinnering. Het duurt wel een kwartier per permit en alles moet nauwkeurig genoteerd worden. Martijn gaat met Pradeep bier kopen. 1 unit à 10 flessen voor 621R. Je mag er maximaal twee in je bezit hebben en maximaal zes units per maand kopen. Zijn permit wordt nauwkeurig gecontroleerd en de aankoop wordt er op genoteerd. We leggen het bier koud in het koelkastje op onze kamer. Je mag het alleen op je kamer drinken en niet in openbare gelegenheden.
Hier in Bhuj zijn weer geen toeristen. Zo stil (= zonder toeristen) hebben we het nog nooit ergens mee gemaakt.

Zondag 6 aprilBhuj

We gaan eerst naar het politiebureau voor een permit dat nodig is om de dorpjes in de omgeving te bezoeken. Op het permit staat dat het verboden is om het landschap te fotograferen... Gisteren was om 18:15 uur de desbetreffende man al weg. Omdat we hier een extra dag hebben, bezoeken we vandaag wat dorpjes ten zuiden en oosten van Bhuj en gaan we morgen naar het noorden. We zien vandaag vooral veel textiel. In elke dorpje maken ze wat anders. Veel broderie met spiegeltjes, zijde, enkele geweven sari's.
Een plaatselijke gids gaat met ons mee die alle plaatsen, volkeren en gebruiken kent. We bezoeken eerst Bhujodi van de Weirers-tribe. Prachtige vrouwen in rode sari's met grote gouden knoppen in oren en neus en grote zilveren nek- en enkelbanden. Ajarakhpur (Khatri-tribe) is een nieuw dorp. Na de aardbeving in 2001 is het ijzergehalte in het water veranderd, zodat de traditionele kleur niet meer verkregen werd. Men heeft een andere plaats met het juiste water gevonden en daar heeft men een nieuw dorp gebouwd en is men daarnaar toe verhuisd. Hier bedrukt men sari's met printblokken. Bij de Ahir-tribe in Bhaneti kopen we een meisjesmutsje en een jurkje van broderie met spiegeltjes. Zo'n mutsje wordt eenmalig gedragen als een kind zes dagen oud is en op die dag krijgt de baby een naam. Voor een jongetje is de achterkant wat langer. In Ningal (Maheshwari- en Ahir-tribe) zitten de mannen onder een boom te niksen. Geen vrouw te zien. Een mooi paars gekleed meisje van de Rabari-tribe in Maringa is erg bang van ons. Er zijn hier nogal wat oude mensen met erg gerimpelde gezichten en traditionele kleding. Ook is er een mevrouw die gestudeerd heeft en toch weer teruggekomen is.
We slapen de laatste twee nachten in een resort, veertien kilometer ten noorden van Bhuj. Aan een meer liggen allemaal ronde huisjes. Erg leuk en lekker rustig. We eten in de tuin waar ze tafels voor ons op het gras hebben gezet. Bubu heeft voor dit hotel gekozen, omdat het zo mooi ligt en omdat je het meegebrachte bier tijdens het eten, en dus openbaar, op mag drinken. Dit hadden we vanochtend al koud gezet in de koelbox van de bus.

Maandag 7 aprilBhuj

Vandaag bezoeken we dorpjes in de Kutch. Oftewel Kachchh zoals ze hier schrijven. Als we naar het noorden rijden, passeren we de noorderkeerkring ook wel Kreeftskeerkring genoemd. In Ludiya staan ronde hutten van de Marwada-tribe. De hutten zijn versierd en zien er mooi uit. Ook van binnen. De koopwaar komt overal tevoorschijn. Een melkman op een brommer met allerlei kannen komt langs. Alle vrouwen dragen de traditionele dracht. Allemaal sari's van veelkleurige broderie en spiegeltjes. Veel, heel veel sieraden. Eén van de vrouwen draagt een geweldige ronde neusring van wel tien centimeter. Hij zit door een gat in de neusvleugel en wordt opgehouden door een kettinkje dat tussen het oor en oog met een schuifje in het haar vastzit. Hij hangt half voor haar mond en het lijkt ons erg lastig. Maar wat is het apart. Ook bij de Meghwal-tribe in Hodka wordt door één mevrouw zo'n grote neusring gedragen. Deze ring ziet er weer heel anders uit, maar het idee is hetzelfde. Alle vrouwen hebben hier zes oorbellen. De hele kleintjes hebben al wel gaatjes, maar daar zitten nog touwtjes in plaats van bellen doorheen. Sommige hele jonge meisjes dragen al armbanden om de bovenarm ten teken dat ze getrouwd zijn. Hoewel getrouwd: zo'n huwelijk is nog niet geconsumeerd. Men verkoopt in deze dorpjes zo'n beetje hetzelfde als gisteren en we kopen een kleine pop en nog een mooi oud moslimmutsje.Jat-tribeWe regelen een jeep om dieper de Kutch in te gaan, want we willen naar Bhagadiya waar een Jat-tribe woont. Het is een open jeep, eigenlijk meer een vrachtwagentje met laadbak waar we op de grond zitten. De gidsen zitten op het dak van de cabine. De Kutch is droog, dor met soms wat groene struikjes met stekels. En als het asfalt eenmaal ophoudt, wordt het erg, erg stoffig. En we worden erg, heel erg vies. Het is even zoeken naar het dorpje, want alles lijkt op elkaar. We zien een paar mannen touwen maken van plastic en kamelenhaar. Er staat een grote bak met water en honderden kamelen. Veel vrouwtjes met kleintjes. Eentje is vijftien dagen oud. Heel mooi. Zij wijzen ons de weg naar Bhagadiya, een moslimdorpje. Er is ons verteld, dat hier beslist geen foto's gemaakt mogen worden en zeker niet van de vrouwen. Maar o, wat zijn ze mooi! Bijna allemaal dragen ze een grote gouden neusring met kralen en stukjes zilver. Deze ringen zijn driekwart rond en zitten door een neusvleugel. Recht over de neus hangt een bosje draad dat in het haar is vastgespeld. Aan het uiteinde (onder de hoofddoek) zit een zilveren driehoekje. De neusring bungelt voor de mond en lijkt ons niet praktisch, maar je zult er wel aan wennen. En wie mooi wil zijn…. Ze dragen ook prachtige brede zilveren nekbanden. Als iemand van de groep zo'n band koopt (6000R), vindt de mevrouw het goed dat er wat foto's gemaakt worden. Geweldig! De kleine kinderen in het dorp zijn bang van ons. Hier komen zelden toeristen. De enige manier om er te komen, is met een jeep. En ze hebben alleen maar open wagens en de toeristen willen niet stofhappen. Het dorp ligt van alles en nog wat verlaten. Ook de buffels hebben kettingen om hun nek! Als we vertrekken, komen de kamelen in een lange rij terug naar het dorp gelopen.
Weer terug in Hodka heeft men eten voor ons gemaakt wat we buiten op matjes op de grond met onze handen op eten. Gelukkig staat er wel een kan met water om onze handen te wassen. We zijn erg vies. We betalen 200R voor de jeep en voor het eten willen ze niets. We geven ze een ruime tip.
Er lopen heel vele mensen op straat. Die hadden we afgelopen dagen ook al gezien, maar het worden er steeds meer. A.s. weekend is hier in de buurt een jaarfeest dat voor hindoes en moslims erg belangrijk is. Het wordt gezamenlijk gevierd. En de traditie wil, dat men daar lopend naar toe moet. Sommige lopen wel 500 kilometer en zijn dagen onderweg.
Het laatste diner eten we in het resort. Bubu heeft vis en garnalen geregeld die we opeten bij het laatste bier. Na het eten wordt er een kampvuur gemaakt.

Dinsdag/woensdag 8/9 aprilNaar Ahmedabad, naar huis

Om 8:30 uur vertrekken we voor de 405 kilometer met de bus naar Ahmedabad, waar we vanavond het vliegtuig naar Delhi zullen nemen.
Om 14:00 uur zijn we in Ahmedabad. We gaan voor de laatste keer thali eten in een groot restaurant, dat helemaal vol zit met Indiërs. Het schijnt erg bekend te zijn. Het eten is dan ook prima. 120R.
We gaan nog even naar een boekhandel en checken elektronisch in voor de vlucht van vannacht van Delhi naar Amsterdam.
Dan gaan we naar het vliegveld, waar we te vroeg aankomen om in te checken. Maar ja, of we nou hier wachten of in de stad. Hier zijn we tenminste uit de hitte. We zagen net 37° in de schaduw.
Het vliegtuig naar Delhi heeft een uur vertraging en we vliegen om 20:45 uur. In Delhi is de bagage er gelukkig snel en men houdt de gratis shuttlebus even voor ons tegen, zodat we meteen kunnen vertrekken naar het internationale vliegveld. Want men vindt dat we laat zijn. De rit duurt tien minuten en zo komen we twee uur voor vertrek aan en wij vinden dat dus wel meevallen. Tot we op het vliegveld aankomen. Wat een gigantische puinhoop. Zowel letterlijk als figuurlijk. Men is aan het verbouwen (al jaren schijnt het), maar dat zou niet uit mogen maken. We weten ook niet of de problemen daar aan liggen. Feit is dat veel vluchten naar Europa allemaal rond dezelfde tijd vertrekken. En alle passagiers moeten eerst in één lange rij door de check van de grote bagage. Dat gaat super langzaam. Vervolgens moeten we die bagage inchecken. Ondanks de zeer gebrekkige apparatuur valt dat mee. Dan moeten we door de paspoortcontrole, waar een nog langere rij staat. Onze pogingen om voor te mogen, wat we vragen aan het personeel, lopen op niets uit. Bij niemand trouwens. Dan naar de handbagage-check. Water meenemen is geen enkel probleem. Ook onze rupies vinden ze niet. We hollen naar de gate om in te stappen en redden het op het nippertje. Stressen! Vooraf waren we van plan om een lekker biertje te drinken en de overgebleven roepies te wisselen, maar dat zit er niet in. We hebben er twee uur over gedaan en dan hebben we zoveel mogelijk voorgedrongen. We denken dat heel wat mensen op deze manier hun vlucht missen. Het moet ook voor het personeel geen pretje zijn om elke dag zo te werken.
Om 6:00 uur komen we op Schiphol aan en de bagage is er super snel. Nou liggen er ook maar een stuk of tien koffers op de band; de andere mensen hebben waarschijnlijk een overstapje.

Dit was een DimSum reis.