Azië

Woensdag 2 aprilDasada

Man met oorbellenOok bij het ontbijt is te merken dat hier meer toeristen zijn: echte kaas en yoghurt. Het is voor ons alweer bijna vijf weken geleden dat we dat gegeten hebben. Met de jeeps gaan we de Little Rann of Kutch in. Dit zijn de onvruchtbare uitgestrekte zoutvlaktes. Tijdens de moesson veranderen die in een zee. Sommige delen zijn nu, een half jaar na de regentijd, nog erg modderig en je kunt daar in weg zakken. De Little Rann of Kutch is het thuis van de laatste resterende khur (Aziatische wilde ezel) en we zien vijf van deze beesten. Ze hebben een hele mooie tekening. Ook zien we antilopen (blue bull) en honderden flamingo's, een groene bijeneter, libelles, een man met prachtige gouden oorbellen die als een soort dakje aan de bovenkant van zijn oren zitten.
Raniki Vav-bordesbron's Middags gaan we eerst naar Patan, de oude hindoehoofdstad tot 1024. We bezoeken de Raniki Vav, een trapput uit 1050 met prachtige gravures. Hij is dichtgeslibd geweest, waardoor hij zo goed bewaard is gebleven. We zien mensen met heilige boeken op hun hoofd en heilige mannen.
De patola-weeftechniek voor zijde is wereldberoemd. Zowel de schering- als inslagdraden worden eerst met de knoopverftechniek geverfd en dan in patronen geweven. Dat gebeurt met hele fijne Chinese zijde. Een sari weven van 5,5 meter duurt een maand. Hun pronkstuk is een sari waar ze 3,5 jaar aan gewerkt hebben. Er is geen enkel terugkerend patroon, waardoor het heel veel werk is.
ZonnetempelIn Modhera ligt de Zonnetempel die gebouwd is in de 11e eeuw en heeft ook een trapput. Deze is minder mooi dan de Raniki Vav.
We gaan 's avonds vroeg naar bed, want we moeten morgen om 4:30 uur op. Er is een extra festival op vier uur rijden afstand en dat duurt de hele nacht tot 's morgens 12:00 uur, zodat we laatste drie uur kunnen meemaken.
Als we een uur in bed liggen, wordt er geklopt en staat Bubu voor onze neus. De koning van Poshina, waar het festival in de buurt is, heeft gebeld, en vertelt dat het festival een dag is uitgesteld. We gaan morgen bij hem overnachten en hij weet blijkbaar van ons programma. Met auto's en grote luidsprekers is de bevolking daarvan op de hoogte gesteld. Zo heeft de koning dat ook gehoord en heeft ons vervolgens gebeld. Kunnen we mooi uitslapen.

Donderdag 3 aprilNaar Poshina

We rijden naar Poshina in het noordoosten van Gujarat, tegen de grens van Rajasthan. Begin van de middag worden we door de koning ontvangen. Zijn paleisje is geen echt hotel, maar gewoon zijn huis, waar hij soms gasten ontvangt. Wij zitten in het vrouwenverblijf. We lopen het dorpje in en zien de vrouwen hier met veel zilveren sieraden. We kopen een lap die eigenlijk bedoeld is als sari, maar daarvoor voor ons te smal is. We nemen negen meter, zodat we genoeg hebben om hem in het midden overdwars aan elkaar te stikken en groot genoeg is voor onze tafel.
Met twee jeeps rijden we door de omgeving. De ene start niet en wordt telkens door de ander aangeduwd.Stenen legerWe gaan naar twee stenen legers. Het kleinste heeft meer dan 8.000 stenen paardjes. Mensen die een wens hebben, brengen hier zo'n paardje in de hoop dat die wens uitkomt. De grote plaats heeft meer dan 30.000 paardjes. Een heel vreemd gezicht. Een team van stamhoofden houdt hier een vergadering.
We zien een tempel: een gewoon rechthoekig gebouwtje dat er als een huis uitziet. Binnen staan wat mooie gedenkplaten. We kijken ook nog bij een familie thuis. Men heeft hier werkelijk niets. Wel altijd een trom (voor de communicatie) en een pijl en boog (o.a. om geschillen te beslechten).
We eten een buffet bij de koning thuis. En de koning heeft bier. Weliswaar illegaal, maar het smaakt ons goed. Na het eten gaan we naar het Koteshwar-festival van de Garacha-stam. Het is een nachtfestival waar van heinde en verre heel vele mensen op af komen. De vrouwen zien er mooi uit met heel veel zilverwerk, soms tot en met de bovenkant van de handen. De mannen dragen vaak een soort witte rok, maar voor de rest is hun kleding moderner. Vooral zonnebrillen zijn populair. Sommige mannen en jongens dragen ook oorbellen en armbanden. Er zijn voornamelijk jongelui. De meisjes dansen in een kringetje met de armen om elkaar. De jongens dansen hier om heen ook in een kring. Alleen jammer, dat veel jongens erg dronken zijn en vervelend worden. Gujarat staat dan wel droog, maar vanavond niet. Je ziet niemand drinken, maar overal ruik je de alcohollucht. De meeste mensen zien er niet uit, dat ze hier erg genieten. Zo vrolijk kijken ze allemaal niet. Het festival zal de hele nacht doorgaan en tot morgenvroeg 12:00 uur duren.

Vrijdag 4 aprilPoshina

Om 6:00 uur vertrekken we weer naar het festival. Het is nu licht en de mensen zijn nuchter, lijkt het. We zien veel meer oude en hele jonge mensen. Veel zijn al op weg naar huis, maar er zijn er nog heel veel over. Koteshwar-festival Als toeristen zien we alleen dat ene groepje Belgen en nog twee professionele Indische fotografen. De meeste mensen hebben geen probleem met foto's en willen soms zelf graag. Hoe ouder de vrouwen, hoe meer zilver ze om hebben. Grote brede banden om de nek met daaraan allerlei zilveren kettinkjes, hele grote oorbellen, zilveren banden in het haar, veel ringen, handversieringen en heel ritsen armbanden. Ze dragen mooie schootjes met spiegeltjes. Veel mannen dragen slingers om hun nek. Het is een groot kleurenfestival. Er wordt ter plekke getatoeëerd en sieraden verkocht. De vrouwen kopen armbanden die met heel veel pijn (letterlijk) en moeite om hun handen worden gewrongen. Eenmaal om, gaan ze nooit meer af. Balletjes gevuld met rinkelende dingetjes aan een elastiekje zijn erg gewild. We kopen er ook wat voor 1R per stuk en geven die aan kinderen die het zichzelf niet kunnen veroorloven. We zitten een hele tijd rustig op een stoepje en laten alles op ons inwerken. Het is geweldig!
's Middags is het Chitra Vichitra-festival, ook van de Garacha-stam. Het gaat echter stormen en we zien een erg donkere lucht aankomen. En tegen de tijd dat we willen vertrekken, breekt een zandstorm los. Er vliegt van alles door de lucht en het gaat regenen. Ondanks dat Gopal zegt, dat er nu niets te doen is bij het festival, willen een paar van onze groep er per se naar toe. Maar we komen daar aan en er is niets te doen. Behalve een hoop politie is er niemand. We gaan weer terug. De storm en de regen zijn grotendeels gaan liggen, maar door de harde wind is een elektriciteitskabel gebroken en zit het hele dorp zonder stroom. We gaan ergens zitten en bestellen bier en rum-cola en halen een paar zakken chips. Als het donker wordt, worden er overal kaarsen aangestoken en we dineren ook bij kaarslicht.
Door het weer is het buiten lekker afgekoeld en dat is wel prettig voor 's nachts, want de fan werkt natuurlijk ook niet. We hebben nogal wat ramen in onze kamer, die we allemaal wagenwijd open zetten. Zo is het koeler dan gisternacht.

Zaterdag 5 aprilNaar Bhuj

Heel vroeg gaan we terug naar het festival. Het weer is opgeknapt en de zon schijnt weer snel. Chitra Vichitra-festivalBij het kruispunt van drie rivieren wordt van de doden van het afgelopen jaar definitief afscheid genomen. Bij de crematie heeft men stukjes been en as bewaard en die worden nu met allerlei ceremonies in de rivier geofferd. Mensen in hun gewone kloffie zijn overal in groepjes bezig. De vrouwen jammeren en worden door andere vrouwen troostend over hun hoofd gestreeld. Zij wassen de voeten in het water. De mannen en soms kleine jongens verkleden zich en gaan, samen met een zakje of potje met de resten van de overledene, helemaal het koude water in. Het zakje of potje blijft daar achter. Weer terug op de kant, krijg een klein jongetje een nieuwe tulband opgezet en worden er allemaal dekens om hem heen geslagen. De mannen geven verschillende vrouwen nieuwe doeken en soms krijgen mannen nieuwe witte doeken. Een enkele man krijgt een tulband. Het gejammer is niet altijd even serieus en sommige vrouwen gluren van onder hun sluier en zitten te lachen. Het is vooral een ceremonie. Kleine kinderen die bij hen zijn, kunnen niet altijd tegen dat gejammer van hun moeders en beginnen mee te huilen. Sommige krijgen dan een opdonder. Bovenaan is een tempel waar ook nog het een en ander wordt geofferd en waar wordt gebeden.
Even verder op het terrein is het feest. Aan de ene kant is de dood, aan de ander kant het leven. Er is een soort kermis met allerlei eetkraampjes en wat attracties. Er staan een paar reuzenraden. Tussen houten palen hangen een paar gammele bakjes. Alles staat niet even recht en we houden ons hart vast. En het draaien gebeurt met de hand! Een paar jongens hangen aan de karretjes om het rad draaiende te krijgen en te houden. Hier zijn weer meer mensen met mooie kettingen. Van al die zilveren sieraden krijgen we geen genoeg. Vooral de jonge meisjes zien er mooi uit. Men draagt hier andere bovenarmbanden. Net op het randje van het mouwtje draagt men een strak bandje met belletjes en kettinkjes.
Na het ontbijt rijden we naar Bhuj [Butsj]. Het programma is enigszins gewijzigd en we slaan Balaram over, zodat we twee hele dagen in Bhuj hebben. Anders zouden we morgen heel vroeg moeten vertrekken om voor 12:00 uur aan te komen. We moeten daar n.l. een permit halen en 's zondagsmiddags is het kantoor dicht.Ludiya Een goede weg en mooi landschap. Af en toe een kudde schapen en geiten die de weg versperren en regelmatig een omgevallen boom, waarschijnlijk door de storm van gisteren.
Het wordt minder druk, het landschap wordt kaler en eentoniger. Bij een stop onderweg drinkt de plaatselijke bevolking masala-thee. Ze krijgen het in een kopje, maar ze gieten het op het schoteltje en slurpen het dan op.
De weg wordt slechter. Sommige stukken zijn opgebroken en andere zijn ze aan het aanleggen.
Bhuj is een nieuw stadje. Door de aardbeving van 2001 is de stad zo'n beetje met de grond gelijk gemaakt en is in de tussentijd opnieuw opgebouwd. In het hotel kunnen we een 'permit for drink' krijgen. Dat doen we natuurlijk. Al is het alleen maar als herinnering. Het duurt wel een kwartier per permit en alles moet nauwkeurig genoteerd worden. Martijn gaat met Pradeep bier kopen. 1 unit à 10 flessen voor 621R. Je mag er maximaal twee in je bezit hebben en maximaal zes units per maand kopen. Zijn permit wordt nauwkeurig gecontroleerd en de aankoop wordt er op genoteerd. We leggen het bier koud in het koelkastje op onze kamer. Je mag het alleen op je kamer drinken en niet in openbare gelegenheden.
Hier in Bhuj zijn weer geen toeristen. Zo stil (= zonder toeristen) hebben we het nog nooit ergens mee gemaakt.

Zondag 6 aprilBhuj

We gaan eerst naar het politiebureau voor een permit dat nodig is om de dorpjes in de omgeving te bezoeken. Op het permit staat dat het verboden is om het landschap te fotograferen... Gisteren was om 18:15 uur de desbetreffende man al weg. Omdat we hier een extra dag hebben, bezoeken we vandaag wat dorpjes ten zuiden en oosten van Bhuj en gaan we morgen naar het noorden. We zien vandaag vooral veel textiel. In elke dorpje maken ze wat anders. Veel broderie met spiegeltjes, zijde, enkele geweven sari's.
Een plaatselijke gids gaat met ons mee die alle plaatsen, volkeren en gebruiken kent. We bezoeken eerst Bhujodi van de Weirers-tribe. Prachtige vrouwen in rode sari's met grote gouden knoppen in oren en neus en grote zilveren nek- en enkelbanden. Ajarakhpur (Khatri-tribe) is een nieuw dorp. Na de aardbeving in 2001 is het ijzergehalte in het water veranderd, zodat de traditionele kleur niet meer verkregen werd. Men heeft een andere plaats met het juiste water gevonden en daar heeft men een nieuw dorp gebouwd en is men daarnaar toe verhuisd. Hier bedrukt men sari's met printblokken. Bij de Ahir-tribe in Bhaneti kopen we een meisjesmutsje en een jurkje van broderie met spiegeltjes. Zo'n mutsje wordt eenmalig gedragen als een kind zes dagen oud is en op die dag krijgt de baby een naam. Voor een jongetje is de achterkant wat langer. In Ningal (Maheshwari- en Ahir-tribe) zitten de mannen onder een boom te niksen. Geen vrouw te zien. Een mooi paars gekleed meisje van de Rabari-tribe in Maringa is erg bang van ons. Er zijn hier nogal wat oude mensen met erg gerimpelde gezichten en traditionele kleding. Ook is er een mevrouw die gestudeerd heeft en toch weer teruggekomen is.
We slapen de laatste twee nachten in een resort, veertien kilometer ten noorden van Bhuj. Aan een meer liggen allemaal ronde huisjes. Erg leuk en lekker rustig. We eten in de tuin waar ze tafels voor ons op het gras hebben gezet. Bubu heeft voor dit hotel gekozen, omdat het zo mooi ligt en omdat je het meegebrachte bier tijdens het eten, en dus openbaar, op mag drinken. Dit hadden we vanochtend al koud gezet in de koelbox van de bus.

Maandag 7 aprilBhuj

Vandaag bezoeken we dorpjes in de Kutch. Oftewel Kachchh zoals ze hier schrijven. Als we naar het noorden rijden, passeren we de noorderkeerkring ook wel Kreeftskeerkring genoemd. In Ludiya staan ronde hutten van de Marwada-tribe. De hutten zijn versierd en zien er mooi uit. Ook van binnen. De koopwaar komt overal tevoorschijn. Een melkman op een brommer met allerlei kannen komt langs. Alle vrouwen dragen de traditionele dracht. Allemaal sari's van veelkleurige broderie en spiegeltjes. Veel, heel veel sieraden. Eén van de vrouwen draagt een geweldige ronde neusring van wel tien centimeter. Hij zit door een gat in de neusvleugel en wordt opgehouden door een kettinkje dat tussen het oor en oog met een schuifje in het haar vastzit. Hij hangt half voor haar mond en het lijkt ons erg lastig. Maar wat is het apart. Ook bij de Meghwal-tribe in Hodka wordt door één mevrouw zo'n grote neusring gedragen. Deze ring ziet er weer heel anders uit, maar het idee is hetzelfde. Alle vrouwen hebben hier zes oorbellen. De hele kleintjes hebben al wel gaatjes, maar daar zitten nog touwtjes in plaats van bellen doorheen. Sommige hele jonge meisjes dragen al armbanden om de bovenarm ten teken dat ze getrouwd zijn. Hoewel getrouwd: zo'n huwelijk is nog niet geconsumeerd. Men verkoopt in deze dorpjes zo'n beetje hetzelfde als gisteren en we kopen een kleine pop en nog een mooi oud moslimmutsje.Jat-tribeWe regelen een jeep om dieper de Kutch in te gaan, want we willen naar Bhagadiya waar een Jat-tribe woont. Het is een open jeep, eigenlijk meer een vrachtwagentje met laadbak waar we op de grond zitten. De gidsen zitten op het dak van de cabine. De Kutch is droog, dor met soms wat groene struikjes met stekels. En als het asfalt eenmaal ophoudt, wordt het erg, erg stoffig. En we worden erg, heel erg vies. Het is even zoeken naar het dorpje, want alles lijkt op elkaar. We zien een paar mannen touwen maken van plastic en kamelenhaar. Er staat een grote bak met water en honderden kamelen. Veel vrouwtjes met kleintjes. Eentje is vijftien dagen oud. Heel mooi. Zij wijzen ons de weg naar Bhagadiya, een moslimdorpje. Er is ons verteld, dat hier beslist geen foto's gemaakt mogen worden en zeker niet van de vrouwen. Maar o, wat zijn ze mooi! Bijna allemaal dragen ze een grote gouden neusring met kralen en stukjes zilver. Deze ringen zijn driekwart rond en zitten door een neusvleugel. Recht over de neus hangt een bosje draad dat in het haar is vastgespeld. Aan het uiteinde (onder de hoofddoek) zit een zilveren driehoekje. De neusring bungelt voor de mond en lijkt ons niet praktisch, maar je zult er wel aan wennen. En wie mooi wil zijn…. Ze dragen ook prachtige brede zilveren nekbanden. Als iemand van de groep zo'n band koopt (6000R), vindt de mevrouw het goed dat er wat foto's gemaakt worden. Geweldig! De kleine kinderen in het dorp zijn bang van ons. Hier komen zelden toeristen. De enige manier om er te komen, is met een jeep. En ze hebben alleen maar open wagens en de toeristen willen niet stofhappen. Het dorp ligt van alles en nog wat verlaten. Ook de buffels hebben kettingen om hun nek! Als we vertrekken, komen de kamelen in een lange rij terug naar het dorp gelopen.
Weer terug in Hodka heeft men eten voor ons gemaakt wat we buiten op matjes op de grond met onze handen op eten. Gelukkig staat er wel een kan met water om onze handen te wassen. We zijn erg vies. We betalen 200R voor de jeep en voor het eten willen ze niets. We geven ze een ruime tip.
Er lopen heel vele mensen op straat. Die hadden we afgelopen dagen ook al gezien, maar het worden er steeds meer. A.s. weekend is hier in de buurt een jaarfeest dat voor hindoes en moslims erg belangrijk is. Het wordt gezamenlijk gevierd. En de traditie wil, dat men daar lopend naar toe moet. Sommige lopen wel 500 kilometer en zijn dagen onderweg.
Het laatste diner eten we in het resort. Bubu heeft vis en garnalen geregeld die we opeten bij het laatste bier. Na het eten wordt er een kampvuur gemaakt.

Dinsdag/woensdag 8/9 aprilNaar Ahmedabad, naar huis

Om 8:30 uur vertrekken we voor de 405 kilometer met de bus naar Ahmedabad, waar we vanavond het vliegtuig naar Delhi zullen nemen.
Om 14:00 uur zijn we in Ahmedabad. We gaan voor de laatste keer thali eten in een groot restaurant, dat helemaal vol zit met Indiërs. Het schijnt erg bekend te zijn. Het eten is dan ook prima. 120R.
We gaan nog even naar een boekhandel en checken elektronisch in voor de vlucht van vannacht van Delhi naar Amsterdam.
Dan gaan we naar het vliegveld, waar we te vroeg aankomen om in te checken. Maar ja, of we nou hier wachten of in de stad. Hier zijn we tenminste uit de hitte. We zagen net 37° in de schaduw.
Het vliegtuig naar Delhi heeft een uur vertraging en we vliegen om 20:45 uur. In Delhi is de bagage er gelukkig snel en men houdt de gratis shuttlebus even voor ons tegen, zodat we meteen kunnen vertrekken naar het internationale vliegveld. Want men vindt dat we laat zijn. De rit duurt tien minuten en zo komen we twee uur voor vertrek aan en wij vinden dat dus wel meevallen. Tot we op het vliegveld aankomen. Wat een gigantische puinhoop. Zowel letterlijk als figuurlijk. Men is aan het verbouwen (al jaren schijnt het), maar dat zou niet uit mogen maken. We weten ook niet of de problemen daar aan liggen. Feit is dat veel vluchten naar Europa allemaal rond dezelfde tijd vertrekken. En alle passagiers moeten eerst in één lange rij door de check van de grote bagage. Dat gaat super langzaam. Vervolgens moeten we die bagage inchecken. Ondanks de zeer gebrekkige apparatuur valt dat mee. Dan moeten we door de paspoortcontrole, waar een nog langere rij staat. Onze pogingen om voor te mogen, wat we vragen aan het personeel, lopen op niets uit. Bij niemand trouwens. Dan naar de handbagage-check. Water meenemen is geen enkel probleem. Ook onze rupies vinden ze niet. We hollen naar de gate om in te stappen en redden het op het nippertje. Stressen! Vooraf waren we van plan om een lekker biertje te drinken en de overgebleven roepies te wisselen, maar dat zit er niet in. We hebben er twee uur over gedaan en dan hebben we zoveel mogelijk voorgedrongen. We denken dat heel wat mensen op deze manier hun vlucht missen. Het moet ook voor het personeel geen pretje zijn om elke dag zo te werken.
Om 6:00 uur komen we op Schiphol aan en de bagage is er super snel. Nou liggen er ook maar een stuk of tien koffers op de band; de andere mensen hebben waarschijnlijk een overstapje.

Dit was een DimSum reis.