Azië

Vrijdag 7 maartNaar Jaisalmer

De 300 kilometer naar Jaisalmer duurt acht uur. We maken een stop bij Khichan, waar we een paar kraanvogels te zien krijgen, als we mazzel hebben. Ze overwinteren hier tussen augustus en eind maart, maar vorige maand waren er geen, vertelt Heer. De plaatselijke bevolking strooit twee maal daags granen om ze te voederen die worden betaald door donateurs. Naast die ene ijsvogel hebben we mazzel en zien we een paar duizend (!) kraanvogels, die een hoop herrie maken. Prachtig. KraanvogelsIn Godi gaan we naar een jaintempel, de Shri Godi Parshnath-tempel, met veel stukjes glazen mozaïek in allerlei kleuren. Heer heeft binnen een minuut iemand gevonden die ons het een en andere uitlegt. Daarna laat die man ons zijn huis zien, een oude haveli, die al heel lang in zijn familie is. Met zijn vader heeft hij allerlei oude en antieke gebruiksvoorwerpen verzameld en uitgestald in het huis. Een erg indrukwekkende collectie.
Verder onderweg zien we verschillende keren herten in het droge landschap. Sommige dichtbij, een grote groep wat verder weg. Ook zien we allerlei schoenen in de berm liggen. Steeds meer. Pelgrims gooien die weg, zodat ze de laatste kilometers op blote voeten lopen naar een soort bedevaartstempel.
We zien enkele antilopen, een zandstormpje en nog meer herten.
De kleur van de stenen en dus ook de huizen veranderen van kleur. In Bikaner waren ze rood en langzaam verkleuren ze naar geel. Jaisalmer wordt daarom de 'gouden stad' genoemd. Het fort rijst op uit het zand van de Thar-woestijn en zie je al vanaf een afstand liggen. Het is enorm, terwijl Jaisalmer zelf helemaal niet zo groot is. Ons hotel is weer een oud kasteel, geel uiteraard. Groot en wat onpersoonlijk.
Het valt ons op, dat niemand ooit klein wisselgeld heeft. En wij willen onze kleine biljetten alleen uitgeven voor fooien. Dus moeten we af en toe wachten tot men ergens wat gewisseld heeft. De chauffeur heeft een doos met flessen water in de auto staan, die we zo mee kunnen nemen. Erg handig.Jaisalmer FortWe gaan naar een uitzichtpunt om het fort bij zonsondergang te zien, maar er zit teveel stof in de lucht en de zon verdwijnt mistig in het stof. Geen mooi gekleurd fort te zien.
We worden naar een restaurant in een zeer grote, ruim opgezette tuin gebracht. Het eten is er heerlijk. Ook wordt er, zoals bijna elke avond tot nu toe, muziek gemaakt en gedanst. Je hoeft gelukkig niet mee te doen, hoewel er wel toeristen zijn die dat doen. Naast ons zitten drie moderne Indiase vrouwen, een moeder met twee dochters. Ze zijn westers gekleed, roken en drinken bier en worden niet geholpen. Tot de moeder op hoge poten naar de baas stapt.

Zaterdag 8 maartJaisalmer

We gaan naar het Gadisagar-meer, een regenwaterbassin uit 1367. Ooit was het de enige waterbron van de stad.
Het fort is uit de 12e eeuw en was vroeger een bloeiend handelscentrum aan de zijderoute. Het is enorm groot en is een stadje op zich. Overal wonen mensen en sommige delen zijn ingericht als hotel, restaurant of winkeltje. De jaintempels hebben zeer ingewikkelde beeldhouwwerken van zandsteen. In elke stad hebben we een gids en ook nu weer.
We dwalen door de smalle straatjes van Jaisalmer. In plaats van de verwachte kamelen, scheuren er brommers doorheen. Geen kameel te zien. Wat dat betreft, is Bikaner veel traditioneler. Het is druk in de straatjes met vooral veel Indiase toeristen uit andere delen van het land. We zien wederom verschillende haveli's waaronder de Nathmal-ki- en Patwa-ki-haveli. Ze zien er allemaal goed onderhouden uit, aan de buitenkant dan. Binnen zijn vaak winkeltjes waar iedereen ons van alles wil verkopen. De gidsen hebben daar ook een handje van. Na afloop tronen ze je mee naar een winkel, waar men allerlei kleden begint uit de rollen. Wij willen ze niet!VrouwVeel mooie vrouwen en sommige dragen grote brede armbanden om de bovenarmen ten teken dat ze getrouwd zijn. Alleen oude vrouwen dragen ze nog. En alleen de oude mannen dragen tulbanden. Ook hier verandert alles langzaam en de jongeren dragen ze niet meer.
Na de siësta gaan we samen het centrum in. Het is knap warm geworden ondertussen, zoals elke dag trouwens. 's Nachts koelt het wel af, zodat het 's morgens lekker fris is. In de loop van de dag wordt het dan erg warm. Het is elke dag hetzelfde weer.
Het is nu en stuk rustiger dan vanmorgen. Misschien door de warmte, misschien doordat de toeristen 's middags niet in de stad zijn.
Om 17:00 uur gaan we veertig kilometer naar het noorden richting de Pakistaanse grens. Er liggen hier wat lage zandduinen en men organiseert kamelenexcursies. Het is dat het reisbureau dit voor ons geregeld heeft, anders hadden we het niet gedaan. Gelukkig duurt het tochtje op de kameel maar een half uurtje. Het is er hartstikke vol met mensen op kamelen. Op elke duintop zit een groepje. Op verschillende plaatsen schalt muziek en proberen Indiase meisjes wat te verdienen met dansen. Ze zijn mooi opgemaakt en aangekleed. Ook lopen er jochies die drankjes en chips verkopen. Het is een grote poppenkast. Een tweedaagse tour is mogelijk, je overnacht dan in een tent in de woestijn. Overal waar we kijken, zien we tentenkampen met kant en klare bedden inclusief een complete badkamer met stromend water. Net als gisteren is de zon zo laat op de middag wazig en geeft hij geen kleur aan de bergen en amper schaduwen. Ach, voor zo'n uurtje is het wel leuk.
Heer brengt ons naar een restaurant met dakterras, waar we mooi uitzicht hebben op het verlichte fort. Het eten is er heerlijk, beter dan gisteren en ook wat heter. 'Medium spicy' is voor ons goed. Veel heter hoeft het niet te zijn. We krijgen een evaluatieformulier waar we, naast de gebruikelijke dingen, ook onze trouwdatum in moeten vullen. Wat willen ze daar nou mee?
Op het dakterras van ons hotel zit een groep te eten en wij drinken er nog een afzakkertje. Heerlijk, dat je tot laat in de avond buiten kunt zitten zonder trui of jas.

Zondag 9 maartJaisalmer

's Morgens gaan we nogmaals naar het fort en dwalen daarna door de smalle straatjes van het oude centrum. Op een muurtje gaan we zitten om uitgebreid de mensen te bekijken. Vooral naar de oude, grijze mannen met snor en tulband en de vrolijk gekleurde vrouwen met veel sieraden. Sommige hebben prachtige zilveren enkelbanden.
Tegen vieren rijdt de chauffeur ons buiten de stad naar een paar oude jaintempels: Amar Sagar- en Ludarwa-tempels en de Amar-Sagar-tuin. Bij de Ludarwa-tempel is de toezichthouder nogal chagrijnig. Hij vraagt ons onze kaartjes te tonen en bij het zien van het fotokaartje wordt hij al vriendelijker en bij het videokaartje klaart hij helemaal op en leidt ons persoonlijk rond. Deze plaatsen buiten de stad worden weinig bezocht en dan nog vooral door Indiërs. Mensen uit Gujarat komen speciaal voor deze tempels hier naar toe. Toeristen komen er zelden.
Overal moet je toegang betalen, meestal 20 roepie, 50 roepie voor een fotocamera, 100 roepie voor een videocamera en 30 roepie voor een telefooncamera. Dat laatste is nieuw en zie je op alle borden er tussen gekalkt. 100 roepie = € 1,65.
We eten in Rio wat een erg goede prijs/kwaliteitsverhouding heeft. Aan de hand van de prijs neemt Lia twee roti's (8R per stuk), maar het is erg veel. Rijst bestelt Martijn apart bij zijn gerecht, maar dat is niet nodig wordt gezegd, want dat is inbegrepen.

Maandag 10 maartNaar Jodhpur, Luni Village

Om 8:30 uur vertrekken we. Eerst naar Jodhpur en dan door naar Luni Village waar ons hotel staat. Totaal 325 kilometer. Vandaag is het wat bewolkt, maar nog steeds goed warm.
We zien een vrij eentonig landschap, droog en dor. Onderweg is het altijd uitkijken voor overstekende geiten en mensen. Die laatste hebben veelal geen benul en lopen zo de weg op. Koeien wandelen meestal midden op de weg. Soms zien we een antilope of hertje. Er staan wat meer traditionele hutten.
We stoppen bij een enorme markt langs de kant van de weg. De meeste spullen worden hier per kameel aangevoerd en daar stikt het dan ook van. Er is werkelijk van alles te koop. Sieraden, lapjes, schoenen, enorme kookpotten, bedden en deuren.
Mehrangarh FortOm een uur of één komen we in Jodhpur aan. De gids staat ons al bij het fort Mehrangarh op te wachten, dat hoog boven het blauwe dorp uittorent. Toegang 250R incl. fototoestel, dat Martijn niet heeft en hij moet nog 200R extra betalen voor de video. Van boven hebben we mooi uitzicht op de oude blauwe huizen. Alle huizen in de stad zijn blauw gekleurd ten teken dat hier brahmanen wonen. Eeuwen geleden ontdekte men dat de kleur blauw insecten afweerde en daarna werd de hele stad blauw geverfd. We hebben gelezen dat dit het mooiste fort in Rajasthan is en wij zijn het daar wel mee eens. Het is vooral van binnen erg mooi. Prachtige kamers, miniaturen, kleding, draagstoelen, olifantenzadels en wapens geven een levendig beeld van het Koninklijke Rajasthan. Voor de vrouwen moet het geen prettige tijd geweest zijn. Zij mochten zich niet in het openbaar vertonen, mochten niet aan ceremonies en festiviteiten deelnemen, alleen gluren door raampjes met smal traliewerk. In draagstoelen hing er altijd een gordijntje voor. Prachtig fort. We zouden graag een kijkje willen nemen in de tijd dat er grote olifantenprocessies en tijgerjachten werden gehouden.Ramen Mehrangarh fortDaarna bekijken we Jaswant Thada, het grafmonument van maharadja Jaswant Singh II (1878-1895). Zijn vernieuwend irrigatiesysteem bracht dit dorre land water en voorspoed. Men gelooft dat de maharadja nog altijd helende krachten bezit.
Daarna gaan we naar de Sardar Bazaar bij de klokkentoren in het hart van de oude stad. De bazaar is erg druk en ook hier is van alles te koop voor de lokale bevolking, want toeristen zijn er niet. Het lijkt wel op de markt in Jaisalmer, maar het is groter en een stuk drukker. Erg gezellig. We gaan niet met de gids naar binnen om kleden te zien.
We maken een foto van het Umaid Bhavan-paleis met 347 kamers, een eersteklas voorbeeld van de overdaad in het koninklijk India. Het is gebouwd om werk te scheppen voor de door honger getroffen onderdanen van de maharadja begin vorige eeuw. De kleinzoon van die maharadja woont nog in een deel van het paleis.
Onderweg zien we veel pauwen, de nationale vogel van India. We zullen er nog veel meer zien.
En dan komen we bij ons hotel: Fort Chanwa in Luni Village. Helaas maar voor één nacht. Een prachtig fort met een grote binnentuin met bar, overal zitjes, een zwembad, hele zwermen parkieten en twee grote groepen toeristen. We denken dat wij daarom een prachtige, grote kamer in een toren krijgen. Beneden in de toren is een kamer en de onze ligt helemaal bovenin. Er is een open bovenverdieping, waar een bankje met een laag tafeltje en een schaakspel staat. We hebben een groot terras dat we wel moeten delen met de bewoners uit een andere toren. De overige kamers liggen beneden aan een lange galerij.
We bekijken het complex en gaan dan lekker in de tuin zitten met een koud biertje. De groene parkieten maken een hoop herrie. En dan vallen er een paar regendruppels! Niet dat we er nat van worden, maar toch. De donkere Indiase personeelsleden zijn helemaal idolaat van een klein blond jochie.
Qua toeristen vinden wij het in Rajasthan niet zo druk. Er zijn wel veel Indiase toeristen, maar weinig anderen. We zien ze wel in de hotels en in de forten, maar amper in de stad en op de markten. Er zijn opvallend veel Fransen, wel in groepen. Vroeger kwam je die alleen maar tegen in landen waar men Frans sprak. Heel weinig Nederlanders, een paar Duitsers en Scandinaviërs. De mensen kunnen aan de Indiërs zien, waar ze vandaan komen. Aan de mannen op de manier waarop hun tulband is gedraaid en aan de vrouwen aan de sari's en de sieraden.
's Avonds eten we van het buffet, wat wel duurder is dan 'á la carte', maar zo kunnen we andere dingen proeven.

JoomlaDagen Nederland - 31 maart t/m 2 april 2017, Zeist