Azië

India: Rajasthan - Gujarat

2 maart t/m 9 april 2008

De eeuwenoude forten en paleizen van de deelstaat RAJASTHAN zijn de stille getuigen van de weelde en rijkdom waarin de maharadja's vroeger leefden. In de wirwar van straatjes daaromheen spelen zich nog altijd de kleurrijke taferelen af van het gewone volk.
Een van de minst bekende regio's van India is GUJARAT in West-India, tussen Mumbai en Rajasthan. Het is een van de meer welvarender delen van het land. Er wonen veel jainisten en logischerwijs staan er dus veel jaintempel. Gujarat staat ook bekend als verblijfplaats van de laatste Aziatische leeuwen.

Paleis der Winden in Jaipur

Zondag 2 maartNaar Delhi

De vlucht naar Delhi vertrekt om 11:05 uur. Gisteren hebben we via internet al ingecheckt en we hebben stoelen bij de nooduitgang. Alleen de bagage afgeven gaat razendsnel. Alles is geboekt bij Dimsum-reizen. Eerst 2,5 week met z'n tweeën naar Rajasthan, daarna met een klein groepje naar Gujarat. We hebben de eerste weken een auto met chauffeur gehuurd en alle hotels zijn geboekt.
We vertrekken een uur te laat, maar komen toch op tijd aan, doordat we wind mee hebben, een staartje van de storm, die Nederland afgelopen dagen trof. Aankomst om 23:45 uur. We wachten bijna een uur, voordat we door de douane zijn en onze koffers hebben. Bij de uitgang staan honderden mensen met bordjes te wachten. Het is even zoeken, maar voor ons staat er ook een. Lekkere temperatuur nog, zo midden in de nacht. We logeren in het Grand Park hotel in Karol Bagh. Er is momenteel 4,5 uur tijdsverschil.

Maandag 3 maartNaar Alsisar (Rajasthan)

Het ontbijt wordt op de kamer geserveerd. We lopen naar buiten op zoek naar een ATM en water. De tweede ATM levert ons geld. Om 10:00 uur staat Heer, onze chauffeur, al te wachten voor de rit naar Alsisar. In Delhi is het druk en het kost enige tijd om de stad uit te komen. We zitten in de maandagmorgenspits. Het is nog niet helemaal helder, wel zonnig, een graad of 25. Lekker.
Alles rijdt kris kras door elkaar. Er lijken geen regels te zijn. Volgens de chauffeur moet je drie dingen hebben: lef, een claxon en veel geluk. Alleen voor verkeerslichten stopt men, omdat die boetes erg hoog zijn (€ 10). Iedereen wringt zich overal tussendoor. Voor water betalen we hier in Delhi 13 roepies, ca € 0,20. Buiten Delhi wordt het verkeer rustiger en verdwijnen de autobanen. De wegen worden smaller en het verkeer wordt meer divers. Kamelenwagens in overvloed. We zien ook wagens die een soort ballon bovenop hebben. Het zijn zakken met gras en we moeten bij het passeren uitkijken dat we ze niet raken, want ze staan helemaal bol en steken uit. Het landschap is wisselend. Redelijk vlak met af en toe een heuveltje. Stukken met gewassen en kale vlakten wisselen elkaar af. Het wordt steeds droger. Bussen en het andere transport zitten afgeladen vol. Heer vertelt dat er 60 zitplaatsen in een bus zitten, maar dat het aantal mensen kan oplopen tot 150. Vooral op het dak kun je een heleboel mensen kwijt. Als we in de buurt van Alsisar komen, nemen we een afsteekroute, zodat we op een smalle weg terecht komen. De weg is net breed genoeg voor één voertuig. Als er een tegenligger komt, is het iedere keer een strijd wie van de weg af moet. Meestal gaat iedere auto met twee wielen van de weg af, maar soms is de strijd heel hard en komen we vlak voor elkaar tot stilstand. Alle vrouwen hebben kleurige gewaden aan en een hoofddoek om. Heer weet de weg in Alsisar niet, omdat hij hier voor het eerst is en moet een paar keer de weg vragen. Hotel AlsisarHet Indra Vilas hotel staat in een echt dorp en is een oud paleis. Veel oude haveli's (koopmanshuizen) en paleizen worden behouden door er een hotel van te maken. In de binnentuin van het hotel ligt het zwembad. Het ziet er allemaal geweldig uit, hoewel er nog aan de restauratie gewerkt wordt. De kamers binnen galmen helemaal door de mooie hoge gebogen plafonds. Onze kamer is enorm, met mooie houten meubels. We lopen wat rond in het hotel en kijken vanaf het dak op het dorp uit. We drinken buiten op het terras een biertje. Kingfisher hebben ze hier en het smaakt uitstekend. Heerlijk is het om gewoon lekker buiten te zitten en te genieten van het weer. We proberen ons voor te stellen hoe het hier was in de tijd van de Maharadja's en de rijke kooplieden. 's Avonds eten we ook buiten. Er is een groot buffet voor 500R pp. Er is een grote groep Fransen.

Dinsdag 4 maartAlsisar

De hele nacht hebben we de moskee gehoord. Hier geen geroep maar vrolijke muziek, inclusief trommels. Na het ontbijt gaan we de plaats bekijken. Onze chauffeur heeft een plaatselijke gids geregeld, waar we mee rondwandelen. Er staan heel wat van die oude haveli's in het dorp. De meeste zijn sterk verwaarloosd. Alle muren staan nog wel overeind, en in sommige zijn de schilderingen nog erg mooi. Er wordt nu wel gerestaureerd maar dat schiet nog niet op. Misschien over een paar jaar… Sommige haveli's staan te koop. Alsisar is verder een stoffig plaatsje met een open afwatering. Er rijden wat kamelen en ezelkarren en een enkel busje. Een paar kleine winkeltjes, wat werkplaatsjes, hangende mannen en vrouwen. Veel kinderen. Er is ook een gebouw waar koeien gehouden worden met verschillende open stallen. De stier staat apart en wordt goed verzorgd, want die is belangrijk. Er zitten, liggen en vliegen heel veel pauwen in het dorp. De pauw is het symbool van India.
Bij de geldautomaat in Delhi hebben we alleen maar briefjes van 500 gekregen. Dat is voor ons niet zo veel (ca € 8,00), maar voor hier heel wat. Het is nu de kunst gedurende de dag wat geld klein te maken, zodat we briefjes van 10R krijgen. Die kunnen we gebruiken voor de fooien, bijvoorbeeld voor het dragen van onze tassen naar de kamer. Deze fooien zijn in werkelijkheid een groot deel van hun salaris.
's Middags houden we het rustig, zodat we kunnen acclimatiseren, wennen aan het weer want het is toch wel erg warm. We liggen in de schaduw bij het grote zwembad. Zes pauwen dartelen om ons heen en eten de bloemen op.
Aan het eind van de middag drinken we weer een biertje op het terras en 's avonds eten we weer buiten. Omdat het menu voor 80% hetzelfde is als gisteren (de meeste gasten blijven hier maar één nacht) krijgen wij een extra schaaltje op tafel met een lamscurry. Het smaakt voortreffelijk.

Woensdag 5 maartNaar Bikaner

Wij kijken niet alleen onze ogen uit, ook de kamelen doen dat. Ze hebben duidelijk door dat wij toch wat anders zijn als al die Indiërs. Een kameel waar we langs lopen, kijkt ons eens aan en vervolgens zien we de kop langzaam omdraaien en ons helemaal volgen. Grappig.
Vandaag gaan we naar Bikaner, tweehonderd kilometer naar het westen.
NawalgarhEerst rijden we naar Nawalgarh om oude haveli's te bekijken. Een heel leuke kleine plaats met toegangspoorten en smalle stoffige straatjes. Een gids neemt ons mee naar de mooiste haveli's en bijzondere plaatsen. Zonder gids zouden wij niet zomaar zo'n haveli binnen lopen. Slechts een enkele is een beetje gerestaureerd en in een paar wonen huisbewaarders. Een groot deel staat leeg en daar kijkt niemand naar om. Ze vervallen steeds verder. Sommige zijn te koop. De aanschafprijs is erg laag, het opknappen en onderhouden ervan is duur. De haveli's hier zijn ongeveer 100 jaar oud, in Alsisar 400-500 jaar. Dat is te zien aan de tekeningen, die vaak nog mooier van kleur zijn en aan de afbeeldingen. Op de nieuwe tekeningen staan Engelse mensen, treinen, stoomboten, het eerste vliegtuig.
Een paar haveli's zijn erg mooi. We zien ook verschillende keren vier torens bij elkaar staan, die een bron aanduiden. In de droge tijd is water hier in de streek een probleem. Twee keer per dag gaat het water 'aan'; heeft men daarnaast meer nodig, dan kunnen ze dat bij de bron van de tempel halen. Ook staan er her en der potten met drinkwater voor passanten. De rijkere mensen zorgen hiervoor.
In Mandawa bekijken we weer haveli's. Ze zijn minder mooi als in Nawalgarh. Ook hier hebben we een gids, die niet alleen over de gebouwen vertelt, maar ook over de gebruiken in het dagelijks leven en hij hoort graag van ons over onze gewoontes. Uithuwelijken gebeurt hier nog steeds. In de grote steden kiest men wel zelf, maar in de dorpen verandert het langzamer. De gids heeft van één man gehoord, dat die zelf een vrouw gekozen had. Dat is alleen mogelijk als zowel de man als de vrouw werken. Terugvallen op de familie in moeilijke tijden is er voor hen niet meer bij.
In Fatehpur stappen we even uit. De haveli's zijn hier erg vervallen. We gaan naar de markt die erg kleurrijk is. Veel koeien op de weg. Ook kamelen- en ezelskarretjes. Alle vrouwen dragen sari's in allerlei felle kleuren. Veel getrouwde vrouwen zijn gesluierd, maar niet in het zwart (alleen de moslimvrouwen) en veel sluiers zijn half doorzichtig. Vaak worden ze opgetild, zodat de vrouwen (ons) beter zien. De mannen dragen tulbanden die gevouwen worden van een negen meter lange lap. Erg leuk, zo'n markt. De mensen zijn erg vriendelijk en lachen naar ons. Ook de vrouwen.
Bij de lunch bestellen we citroenlimonade. We krijgen een laagje verse citroen in een glas en een fles water erbij, zodat je zelf kunt mengen. Het is erg lekker met dit hete weer.
Het landschap wordt steeds droger en we zien veel meer zand, kleine dorpjes met lemen huizen en soms een paar rieten huisjes. Steeds meer kamelen ook. We komen langzamerhand in de Thar-woestijn. Af en toe zien we een antilope. Tuktuks en bussen zitten overvol. Het hotel ligt midden in de woestijn op tien kilometer van Bikaner. Het is gebouwd in de stijl van de vele paleizen die Rajasthan rijk is en heeft rode steden muren.
We hebben een kamer dicht bij het zwembad, waar we meteen een duik in nemen. Even opdrogen in de zon. Een half uurtje maar, want we willen niet verbranden.
Het hotel is verder leeg, geen andere gasten en de bar is dicht en verlaten. We vragen het meisje bij de receptie naar een drankje en ze brengt ons naar het restaurant. We bestellen twee biertjes en gaan buiten zitten. Het duurt echter wel even en dan komt een kelner. In het restaurant waren alleen drie koks. De kelner vertelt, dat hij aan het volleyballen was en zich snel heeft verkleed voor ons. De koks hebben hem gehaald, want het is niet hun werk om een drankje te brengen.

Donderdag 6 maartBikaner

We gaan naar het Junagarh-fort, waarvan de bouw in 1587 werd begonnen. Het is nooit overmeesterd en daarom is het ook zo mooi bewaard gebleven. Binnen de muren staan maar liefst 37 paleizen, tempels en paviljoenen, die in de loop der jaren zijn bijgebouwd door de verschillende maharadja's. Een groot deel is gebouwd van rood zandsteen. We zien maar een paar zalen. Om alle ruimtes vluchtig te zien, heb je twee dagen nodig. Er zijn nog veel versieringen, lakwerk, ivoren deuren, houten beschilderingen met spiegeltjes en goudverf. In een paar kamers liggen geweren, pijl en bogen, kanonnen en andere voorwerpen die met oorlog te maken hebben. Junagarh FortOok wat persoonlijke bezittingen. We mogen stiekem een afgezet gangetje met mooie ramen in. We hebben een eigen gids en we zijn drie uur binnen. Andere mensen krijgen een gids toegewezen en zijn binnen een uur weer weg. Die mensen bekijken in Bikaner alleen maar het fort, want verder in de stad zien we geen toeristen. Onze gids wil ons bij het hotel afzetten, zodat we drie uur siësta kunnen houden. Maar daar hebben we geen zin in en we laten ons afzetten bij de oude stad. Het is hier een drukte van jewelste. Veel tuktuks, brommers, kamelenkarren, mannen met tulbanden en kleurig geklede vrouwen. En dan ook nog die heilige koeien die overal tussendoor lopen en altijd voorrang hebben. Alles en iedereen maakt veel lawaai en alles rijdt door elkaar en wriemelt zich overal door. Veel getoeter en geschreeuw. Er is een kleine processie van een auto met een paar versierder mensen. Hun hoofden zijn zo bedekt, dat we niet weten of het mannen of vrouwen zijn. Daarachter dansen jonge mannen, dan twee paarden en dan de vrouwen. Zoals altijd strikt gescheiden van de mannen. Ze veroorzaken een grote file van tuktuks, brommers en kamelen. En maar toeteren en schreeuwen.
We dwalen een paar uur door de straten en over de markt en genieten. We worden van alle kanten aangestaard en veel kinderen zeggen gedag. Ook veel volwassenen trouwens.
Tegen drieën laten we ons terug brengen naar het hotel voor een korte rustpauze. Hierna bezoeken we een kamelenboerderij. De dieren worden hier gefokt en er is ook een medische studieafdeling. Er zijn verschillende soorten kamelen. De langharige Bikaner zijn voor de kracht, de lichtgekleurde Jaisalmer voor de snelheid en donkere Gujarat voor de melk. Door ze te kruisen, probeert men een ras te verkrijgen, dat alle goede eigenschappen heeft. De moeders met de kleintjes en de drachtige staan apart en zijn het leukst. De kleinste kameel is drie uur oud.
We zien het Lallgarh-paleis, maar we gaan er niet in. Het is omgebouwd tot hotel. Heer, onze chauffeur, weet een aardig restaurant in de stad. Boven op het dakterras zien we, onder het genot van een biertje, de zon ondergaan. We hebben mooi uitzicht over de stad. Het eten is er heerlijk en de helft goedkoper dan in het hotel.

JoomlaDagen Nederland - 31 maart t/m 2 april 2017, Zeist