Azië

Artikelindex

Vrijdag 25 oktoberNaar Luang Prabang

Grotten van Pak OuMet de pick-upjes gaan we naar Luang Prabang. Eerst tweeënhalf uur en vervolgens wandelen we door een Mhong-dorpje. Veel mensen dragen zwarte jackjes met helblauwe kragen, revers en manchetten. De school is net uit, veel kinderen dus, maar de meeste durven niets te zeggen. Wel wordt er volop gegiecheld door de meisjes.
Op de pick-ups kun je achterop staan met z'n tweeën, maar dat is eigenlijk verboden. Er zijn regelmatig controles voor papieren en vergunningen van de chauffeurs en dan moeten ze snel naar binnen. Bij Ban Nam Nga stappen we over in vijf speedboten. De bagage gaat voorin en daarachter zijn twee bankjes. Een oorverdovende herrie en met zestig kilometer per uur vliegen we over de Mekong. Geweldig. De natuur is prachtig met bergen aan de zijkant. Gelukkig is het droog. We zijn nu een stuk lager en het is gelijk weer erg warm. De zon schijnt. We stoppen bij de grotten van Pak Ou: de laagste grot is Tam Ting en hoger ligt de Tam Phum. Er staat een groot aantal lukraak neergezette boeddhabeelden, de meeste erg eenvoudig. We hebben prachtig uitzicht over de Mekong. Met de boot varen we verder naar Luang Prabang in een kwartier tijd en dan moeten we nog een kwartier in een bus voordat we bij het hotel aankomen. We zijn weer in de beschaafde wereld: een plaats met stenen gebouwen, gevulde winkeltjes, brommers, hip geklede meisjes, geen klederdrachten.
We eten ergens in een tuin met houten banken. Erg gezellig en voor de verandering eten we westers: ieder voor zich met uiensoep, tonijnsalade, steak, vis met champignons en spaghetti. We blijven lang natafelen.

Zaterdag 26 oktoberLuang Prabang

We ontbijten echt westers bij een bakker met brood: een lekker vers stokbroodje met ham, salami en camembert. Een zegen die Franse invloed. Het is weer eens wat anders en het smaakt goed.
Daarna wandelen we het dorp door, want veel meer is het eigenlijk niet (16.000 inwoners). We zien eerst de Wat Sene (1718) aan de hoofdstraat liggen en wat verderop de Wat Si Moung Khoun. Daarna wandelen we door naar de mooiste van allemaal: de Wat Xieng Thong uit 1560. De Sim is het heiligdom en heeft op de achtergevel een groene wensboom op een rode achtergrond, die een vaste plek in de Aziatische mythologie heeft. Er staan veel boeddhabeelden. De oostelijke poort is opgericht in 1961 voor de begrafenis van Sisavang Vong, de voorlaatste koning van Laos. Hier staat de twaalf meter hoge lijkwagen in de vorm van een schip. Veel wats (tempels) hebben lange drakenboten waar wedstrijden mee op de rivier worden gehouden. Hierna gaan we naar het paleis dat tot 1975 koninklijk bezit was, en nu een museum is. Rechts staat de onvoltooide Wat Ho Phra Bang die was bedoeld voor de Phra Bangboeddha. Privé-vertrekken zijn eenvoudig en modern ingericht. Wat Ho Phra Bang Men bewaart o.a. de troon, officiële gewaden van de koning, wapens, zadels, boeddhabeelden, muziekinstrumenten, dansmaskers, buitenlandse geschenken. In een aparte zaal staat de Phra Bangboeddha, het beroemde drieëntachtig centimeter hoge gouden beeld. Dit zeer heilige beeld was al in de achtste eeuw in Sri Lanka bekend. Het dook in de elfde eeuw in Cambodja op, vermoedelijk als geschenk voor de koning en is in 1491 naar de Wat Manoron gebracht. De voormalige hoofdstad Muong Soua kreeg een nieuwe naam: Phra Bang. Dit was toen het wereldlijke en religieuze centrum van de Lao-koninkrijken. Nu is deze hele plaats door Unesco op de wereldmonumentenlijst geplaatst.
Er zijn hier in de plaats beduidend meer toeristen dan in Noord-Vietnam, Zuid-China en Laos tot nu toe. De meeste komen uit Vientiane en komen niet verder dan hier. Het is dan ook wat 'duurder' en voor het avondeten betalen we gemiddeld € 2/2,5, terwijl dat eerst zo'n beetje de helft was. Er zijn veel uithangborden voor pizza's en ander westers eten, maar er zijn niet echt veel toeristen op straat.
We eten op een terras aan de rivier waar veel mieren zitten. Maar je kunt er wel lekker eten!

Zondag 27 oktoberLuang Prabang

Eerst ontbijten we lekker met vers, warm stokbrood. We zien veel bedelmonniken op straat. 's Morgens om 6:00 uur verlaten ze het klooster met een bedelnap onder de arm. Ze nemen iedere morgen dezelfde route waar de gelovigen hen op staan te wachten met volle schalen rijst die ze in de bedelnappen scheppen. Als de zon is opgegaan gaan de monniken naar het klooster terug. Ze mogen alleen eten wat ze hebben gekregen.
Daarna wagen we ons aan de klim van driehonderdachtentwintig treden naar de Wat Choum Si, waarvan de gouden that in 1804 is gebouwd. De zon komt half door en als we boven aankomen, zijn we doorweekt en gutst het zweet van ons af. We hebben mooi uitzicht over de Mekong en de Nam Khan en de stad tussen beide rivieren en het heuvelland rondom. Daarna zwerven we nog een poosje door de plaats. Wim koopt wat lampenkapjes van papier, we drinken een cola en gaan naar het hotel om siësta te houden. We hebben dat goed gezien, want om 14:00 uur begint het te regenen. Op het eind van de middag gaan we de stad weer in, het is weer droog, wisselen geld (alleen spiksplinternieuwe, niet gebruikte biljetten worden geaccepteerd), internetten (300 kippen per minuut) en we kopen twaalf onderzetters in twee maten voor 25.000 kippen. We eten in hetzelfde restaurant als gisteren. Toen was het er erg druk. Nu mottert het wat en kun je alleen maar binnen eten.
In Nederland is de wintertijd ingegaan, zodat we weer op zes uur tijdsverschil zitten.

Maandag 28 oktoberNaar Vang Vieng

Om 6:00 uur vertrekken we met een paar tuktuks naar het busstation waar we overstappen in een grote bus naar Vang Vieng. Op de markt kopen we nog snel wat broodjes en kaas voor het ontbijt. Om 7:00 uur vertrekt de bus en er zitten alleen maar toeristen in. Het uitzicht blijft groen. Overal waar je kijkt staan allerlei planten en bomen, soms wat bloemen, veel grote kleurige vlinders en libellen. We stoppen een paar keer om te eten en naar de wc te gaan. Tussen de middag eten we een grote bak noedels met groenten en kip. Het is slecht weer vandaag. Veel regen en af en toe een enorme bui, wel warm. De weg is goed, wel bochtig maar geasfalteerd en grotendeels zonder gaten. In een bocht is pas een landverschuiving geweest, waardoor er veel zand en grind op de weg ligt. We zien het nog van de berg af rollen. Hier staat een grote vrachtwagen met shovel helemaal vast en niemand kan er door. Er komen verscheidene andere vrachtwagens achteruit terug gereden om hem te helpen los te komen. Dat lukt aardig snel en dan kunnen we weer verder. Even voor drieën zijn we er onverwachts. De bus stopt en niemand heeft eigenlijk in de gaten dat we er zijn. Wel anderhalf uur te laat, maar dat komt omdat het een grote bus is, te groot voor deze bochtige weg en af en toe lijkt het wel of hij stil staat.
De bagage gaat in een tuktuk en wij lopen naar het bungalowpark Thavonsoul, dat pal aan de rivier ligt. De sleutels worden willekeurig uitgereikt en wij krijgen 'P zonder nummer'. De meisjes van het hotel beginnen te gniffelen als wij vragen waar onze kamer is en wijzen dat we helemaal achteraan moeten zijn. Maar we hebben we veruit het prachtigste huis, huisje kun je niet zeggen: een hele grote ruimte met twee grote tweepersoonsbedden, een koelkast en een grote badkamer met ligbad. Zowel vanuit het bed als vanuit het bad als vanaf het grote terras hebben we prachtig uitzicht op de rivier die op vijf meter afstand ligt met daarachter het karstgebergte. Hebben wij dat even getroffen; we vinden het wel een beetje decadent. We lopen wat over het terrein rond en genieten van het uitzicht. Het is net even droog en de zon schijnt. Warm en zweten! Op het sunset-terras drinken we een biertje en bekijken de brug over de rivier. Die bestaat uit twee delen die niet op elkaar aansluiten en je moeten een stuk tot je kuiten door het water. Op het eind moet je betalen!
Omdat het 's avonds weer regent, eten we in het restaurant van het hotel. Het is lekker, en de curry is zelfs voortreffelijk, maar het is erg duur. Niet duurder dan elders, maar de porties zijn maar half zo groot.

Dinsdag 29 oktoberVang Vieng

Karstgebergte en MekongGerda is jarig vandaag. Hoera.
We hebben gisterenavond het gordijn opgelaten en kijken nu zo op de rivier en de karstbergen. Soms trekt het helemaal dicht, en dan klaart het weer wat op. Voorlopig is het droog. Om 8:00 uur begint het te regenen en niet zo zachtjes ook. Tegen negenen is het even wat minder en gaan we naar het dorp om te ontbijten. We gaan naar een bakker waar ze o.a. broodjes met camembert verkopen. Ondertussen stort het weer enorm en kunnen we elkaar maar amper verstaan. We wachten tot het om 10:30 uur wat droger wordt en lopen dan over de markt en verder het dorp in. Wat winkeltjes en allemaal pizzeria's. Weinig variëteit. We kopen wat flessen bier voor de borrel van vanmiddag en zetten dat in onze koelkast (de enige op het hele park). Hopelijk wordt het vanmiddag wat droger.
's Middags is het dat inderdaad, maar we doen eigenlijk niets meer. We kunnen buiten zitten en dat is wel lekker. Prachtig uitzicht. Gerda neemt ons mee naar een restaurant waar ze tapbier hebben. Smaakt toch wel lekkerder. Het is een meer westers restaurant waar we 'ieder voor zich' eten. Koffie met whisky toe!

Woensdag 30 oktoberNaar Vientiane

De zon schijnt en vanuit ons bed hebben we prachtig uitzicht op de bergen die nu aan de goede kant van de zon staan. Flarden nevel hangen ertussen en geven het geheel een mysterieus gezicht.
Met een eigen busje vetrekken we om 8:00 uur naar Vientiane, de hoofdstad van Laos. Drieënhalf uur later zijn we daar (honderdvijftig kilometer). Dat valt eens een keer mee.
We gaan de stad in; hoewel stad, het heeft meer de allure van een dorp. Er is geen hoogbouw en het is er rustig en relaxed. Weinig verkeer in de stoffige straten, voornamelijk tuktuks. Het is bloedje heet: 35º in de schaduw. We zien o.a. de That Dam oftewel de Zwarte Stoepa. Volgens een legende slaapt hier een draak met zeven koppen die zal ontwaken als de stad in gevaar is. Vervolgens gaan we naar de Wat Si Saket uit 1824, de enige tempel die in 1828 niet is verwoest door de Siamezen en daardoor de oudste is van de stad. Er staan maar liefst 6.840 boeddhabeelden van steen, brons, hout (we hebben ze niet nageteld). Schuin er tegenover ligt de Wat Phra Keo, nu een museum. We zien het eerste stoplicht in Laos. De stad heeft brede lanen en huizen in Franskoloniale stijl. Aan de Mekong, hier twee kilometer breed, liggen terrasjes met uitzicht op Thailand. Tegen drieën gaan we terug naar de hotelkamer om af te koelen. Wat een hitte.
In de Khob Chai Deu Tuin gaan we tapbier drinken, dat ze o.a. per liter verkopen. We besluiten er ook maar te eten, de kaart ziet er goed uit. Martijn neemt een geroosterd varkensbeen. Erg lekker. Met z'n vijven gaan we barbecuen. De ronde plaat uit het midden van de tafel wordt verwijderd en daar komt een bak met kooltjes in. Erbovenop een bak waar voor een deel bouillon in komt voor de groente en eieren en voor een deel droog is waar we het vlees kunnen roosteren. We krijgen er o.a. een lekkere pittige pindasaus bij die gratis bij te vullen blijkt. Het is geweldig en we genieten! En we zweten ons te pletter. Het is dan al wel donker, maar nog steeds erg warm, en de bbq draagt er ook nog een steentje aan bij.
Carlo komt op het idee om te proberen een dag eerder met de trein naar Bangkok te gaan. Morgen dus in plaats van overmorgen. Zo veel is er in Vientiane nou ook weer niet te zien. Het valt wat tegen.