Azië

Nepal: Mustang

3 t/m 30 oktober 1999

MUSTANG ligt verscholen achter het Dhaulagiri-massief in het noordwesten van Nepal. Het is een koninkrijk binnen een koninkrijk en heeft slechts 5.500 inwoners. Het gebied is tot 1992 gesloten geweest voor toerisme. Het ligt grotendeels boven de 3.500 meter. Er groeit weinig vanwege de geringe hoeveelheid neerslag. Al eeuwen wordt het graan hier verruild voor het belangrijke zout.
Er komen slechts duizend toeristen per jaar.

Gebedsvlaggen op de Jemdo-pas

Zondag 3 oktoberNaar Kathmandu

We maken dit keer een privé-reis met bekenden. Het idee om naar Mustang te gaan, is ontstaan op een van de vele 'reünies' van de Tibetreis van 1995. Iedereen kende Mustang, had vage plannen in die richting en al snel werd besloten om samen te gaan. Harry is erbij gekomen door Henk. Hij kent ook Dick, Marijke, Eelco en Janny van een vorige reis. Gabriëlle neemt Dirk en Xandra mee. Esther is de enige 'vreemdeling'. Ze is via Himalaya Trekking, die de reis voor ons geregeld heeft, bij ons gekomen.
We lopen deze keer naar het station waar om 7:45 uur de trein naar Schiphol vertrekt. Alles gaat voorspoedig en volgens plan, zodat we ruim op tijd aanwezig zijn. We begroeten iedereen, want het zijn oude bekenden. Esther zullen we in Kathmandu ontmoeten; Gabriëlle, Dirk en Xandra vliegen later naar Nepal en zullen zich pas in Jomsom bij ons voegen.
Op Schiphol staan nog een paar groepen van Himalaya Trekking die ook allemaal naar Kathmandu gaan. Wij hebben bij deze reis geen reisleider, maar een andere van een van de groepen regelt alles voor ons. Het eerste deel doet hij goed, want onze groep krijgt allemaal businessplaatsen naar Brussel (met Sabena). Jammer, dat dit maar zo'n klein stukje is. De rest van het vliegtuig moet het doen met een bekertje water. Wij krijgen een kerrieboterham met kip, drank naar keuze (de champagne staat klaar) en een paar Belgische bonbons.
We vliegen vanaf hier met Biman (Bangladesh) en hebben vooraf al veel verhalen gehoord over vertragingen die op kunnen lopen tot een week. We wachten maar af. In Brussel krijgen vier mensen van onze groep een instapkaart. De rest is nog niet geregeld. Martijn heeft er wel een; Lia niet. In de andere groepen van Himalaya Trekking zijn drie mensen met wel een instapkaart maar zonder stoelnummer. Het komt allemaal goed en met slechts veertig minuten vertraging vertrekken we naar Kathmandu. We maken een tussenlanding in Delhi waar we twee uur moeten wachten. We mogen het vliegtuig uit en bij terugkomst blijkt dat we geen bagagelabel op de handbagage hebben. Ze doen hier erg moeilijk over, maar wij blijven gewoon staan, waardoor alles stokt. Uiteindelijk pakt de beambte een gebruikt labeltje en doet dat er om. Het gaat helemaal nergens om!

Maandag 4 oktoberNaar Kathmandu

In Dacca moeten we maar liefst zeven uur wachten. We zijn wel gaar. Er wordt gezegd, dat ze ons naar een hotel willen brengen, maar er zijn geen bussen. Dus dat gaat niet door. We krijgen wel eten: toost met eieren, sapje, thee en koffie. Uiteindelijk wordt het achtenhalf uur wachten door uitgesteld vertrek. Waarom weten we niet. Er wordt niets verteld; ook niet hoelang het gaat duren. We komen uiteindelijk om 16:15 uur in Kathmandu aan met een vertraging van anderhalf uur. Voor Biman een heel behoorlijke tijd.
In Kathmandu is het drie uur en drie kwartier later dan in Nederland en gelukkig niet zo warm als in Bangladesh. Het zal er zo'n 20º zijn. Wel hangen er erg donkere wolken en het spat een beetje.
We zitten in Amar's Hotel, een kwartier lopen vanaf het centrum. We worden verwelkomd met koffie en thee en we kopen meteen onze eerste fles water. Omdat er voor het eerste stuk van de trek geen permits betaald hoeven te worden en wij dat al wel gedaan hebben, krijgen we 's avonds het diner en de drank in het hotel van HT. Een lekker buffet. Daarna lopen we naar het dakterras en zien een vuurwerk; waarvoor het is, weten we niet, maar Nepal heeft altijd iets te vieren en kent maar liefst honderdvijfenzestig feestdagen per jaar. We zitten nog even bij elkaar op het terrasje als Charles komt vertellen, dat het reisschema is gewijzigd. We zouden a.s. woensdag met de bus naar Beni gaan, maar de communisten houden die dag een landelijke staking en dan gaan er dus geen bussen. We vertrekken daarom een dag eerder en zullen tijdens het eerste stuk van de trek een dag in tweeën delen. We kunnen niet alles een dag opschuiven, anders missen we de andere drie die naar Jomsom zullen vliegen.

Dinsdag 5 oktoberKathmandu

BodnathWe ontbijten op ons gemak en gaan hierna de stad in. We zijn benieuwd of er veel veranderd is. 't Is even wennen aan het weer (het is warm, het omslagpunt van nat naar droog is een dezer dagen), het getoeter (we hoeven niet voor iedere toeter aan de kant), de herrie, de drukte, het vuilnis op straat, de stank van uitlaatgassen vaak vermengd met wierook dat overal wordt aangestoken. We lopen eerst de verkeerde kant uit, maar uiteindelijk komen we toch op Durbar Square terecht. Het is er drukker dan we gedacht hadden, vooral met auto's, riksja's en tuktuks. We gaan op een tempel zitten en laten alles rustig aan ons voorbij gaan. We gaan naar Thamel, waar we vorige keer gezeten hebben en vinden zonder moeite het hotel en enkele eethuisjes. Ook Lhasa, het Tibetaanse restaurant dat nergens in een boek staat en waar we weer willen gaan eten, zien we op de verwachte plaats. Bij Pompernickel gaan we lunchen. We herinneren ons de bruine bolletjes met tonijnsalade van vijf jaar geleden nog erg goed. Het bestaat nog en is enigszins opgeknapt. De tuin is er ook nog. De bruine bolletjes zijn vervangen door witte baguettes en samen met een grote pot hete citroen smaakt het prima (160 rupees = ƒ 4,80).
We dwalen verder door allerlei steegjes, vol met mensen, auto's, busjes, brommers, riksja's. Veel stof en uitlaatgassen. Overal zien we tempels, stoepa's en offerplaatsen. In bijna elk doorgangetje dat je inkijkt, zie je wel wat. Er wordt veel geofferd, meestal bloemen en wierook. We maken een wandeling door een gebied ten zuiden van Durbar Square. Er zijn hier geen grote tempels, maar wel allerlei kleine. Het is de buurt waar het gewone volk leeft, waar niet veel toeristen komen. We drinken een flesje cola van ƒ 0,30 en wandelen op ons gemak terug naar het hotel. Het weer is goed vandaag. Soms zon (dan is het meteen erg warm), soms bewolkt, maar wel altijd droog. En dat is het belangrijkste.
's Avonds regent het wel, maar niet zo hard. Met z'n zessen gaan we naar Gangri's Suimai waar we soep, steaks en 'sweet and sour' eten. Erg lekker (ƒ 9 met z'n tweeën).

Woensdag 6 oktoberNaar Beni

Vandaag staat de busrit van Kathmandu naar Beni, het beginpunt van de wandeling, op het programma.
Het regent. Het regent de hele dag gestaag door. Hopelijk blijft de bagage op het dak een beetje droog.
Het is zo'n tweehonderdtachtig kilometer en we zullen er zo'n tien - twaalf uur over gaan doen. Zeggen ze. We vertrekken om 7:45 uur. Tegen 11:00 uur belanden we in een file. We weten niet wat er aan de hand is, maar alles staat stil en er komt ook geen verkeer van de andere kant. En dit is de enige weg. Dus keren, van de weg af gaan en omrijden kan niet. Chauffeurs van andere (vracht)auto's en bussen zijn zo asociaal dat ze gewoon in gaan halen met als gevolg dat beide rijbanen vol komen te staan. Als het straks weer gaat rijden, krijg je daar problemen mee. Wij vinden het maar erg vreemd.
't Is nu vier uur verder en we zijn honderd meter opgeschoven. Ondertussen hebben we gehoord dat tweeënhalve kilometer voor ons een landverschuiving heeft plaatsgevonden om 4:00 uur vanochtend. Niemand kan er door. Wel is het af en toe droog en we lopen dan even buiten. Veel is er echter niet te beleven. Verderop is een stalletje waar je iets kunt eten, maar wij behelpen ons met meegebrachte koekjes. Ook komen er steeds jongetjes langs de bus waar je wat kunt kopen. Je ziet aan de buitenkant in welke bus Nepali zitten. Die flikkeren al hun troep zo het raam uit.
Ik denk niet dat we Beni vanavond halen. Hopelijk Pokara wel. Maar wat dan morgen als de landelijke staking is? Gelukkig hebben we een grote bus waarin ieder een bankje voor zichzelf heeft en zitten we niet opgepropt.
Als we na 4,5 uur door kunnen (met horten en stoten) en we eindelijk de landverschuiving passeren, zien we aan de enorme rij aan de andere kant pas goed hoeveel mensen er vast zitten. Hierna staan we ook nog regelmatig stil en pas tegen halfvijf rijden we weer gewoon door. Een oponthoud dus van vijfenhalf uur.
We gaan ergens lunchen, waarvan ze weten dat het snel gaat. En dat blijkt. Lia zit nog niet aan tafel of er staat al een blad met dalbat voor haar neus. Er lopen allerlei kinderen rond ieder met een pannetje met een gerecht. Daaruit wordt alles op je bord bijgevuld. Zogenaamd onbeperkt dalbat eten.
Om 19:45 uur zijn we in Pokara. We moeten doorrijden naar Beni, vanwege de staking morgen. Normaal vier uur rijden (achtentachtig kilometer). Jammer, dat het donker is, want we denken dat het uitzicht erg mooi is. Het laatste stuk van de weg is erg slecht, ook vanwege de regen die gevallen is. Hierdoor duurt het allemaal wat langer. We komen om 1:30 uur aan. We zijn goed gaar. De bus wordt afgeladen en die rijdt meteen terug. We staan zo'n beetje bij elkaar in het donker. Gelukkig is het droog. De bagage is wel wat nat geworden, maar het valt mee. Alleen het toilettasje en wat ondergoed. Dan krijgen we te horen, dat we niet voor 5:00 uur 's morgens het dorp in mogen. We kunnen dus niet naar de lodge. Er wordt wat heen en weer gepraat. Uiteindelijk wordt er ergens een hok vrijgemaakt waar wat planken bedden moeten voorstellen. We gaan hier met z'n vijven liggen. De rest besluiten te wachten tot 5:00 uur. Wij slapen niet best door de herrie, de stank en de beesten.

Donderdag 7 oktoberBeni

We zijn dan ook niet uitgeslapen. Om 9:00 uur staan we op, pakken alles in en lopen naar de lodge waar de anderen slapen. Dat blijkt een groot, comfortabel hotel te zijn met warme douche. Het is droog en soms schijnt de zon (erg warm) en we gaan in de tuin ontbijten. Dan krijgen we te horen dat niet alleen de auto's en bussen staken, maar ook de paarden. En bloc besluiten we om hier een dagje te blijven. Kunnen we lekker uitrusten, in de tuin zitten, op tijd naar bed, kopje hot lemon drinken. Mooi dat we die dag speling hebben. Meer doen we dan ook niet. We genieten van de tuin met bloemen en vlinders en een enkele roofvogel die overvliegt. 's Middags wordt het warm en breekt het wolkendek. Het wordt zelfs stralend blauw. We ontmoeten mensen die 'Around Annapurna' hebben gelopen en die ongeveer twintig dagen onderweg zijn. Zij zien vandaag voor de eerste keer de zon!
De eerst week (tot Mustang) slapen we in lodges en eten in de daarbij behorende restaurants. We kunnen zelf kiezen uit de menukaart. 't Is makkelijk voor de dragers en koks. De gemiddelde prijs voor een hoofdgerecht bedraagt 100 rupees (ƒ 3).

Vrijdag 8 oktoberWandeling naar Tatopani

De eerste wandeldag. Totaal zullen we ongeveer tweehonderd kilometer lopen. We volgen de Kali Gandaki-rivier door het diepste dal ter wereld tussen de Annapurna en de Dhaulagiri.
We voegen de eerste twee dagen samen, zodat we een nacht in Jomsom zullen overnachten, waar de andere drie dan ook zullen zijn.
Himalaya Trekking heeft voor ons drie gidsen, een kok met vier hulpjes en twee paardenmannen met veertien paarden geregeld. Daar gaat de grote bagage op, zodat we alleen met onze dagrugzakjes hoeven te lopen. De net voor de vakantie aangeschafte legerplunjebalen doen goede zaken. Als we zien hoe de paarden met de bagage langs de muren en prikplanten gaan.
Kali Gandaki met op de achtergrond de AnnapurnaOm 7:30 uur beginnen we te lopen op 825 meter hoogte. Het weer ziet er goed uit en we besluiten in korte broek te gaan lopen. Dat dat een goed idee is, blijkt later. Grotendeels van de dag is zonnig; soms wat wolken.
Als we ergens regen kunnen verwachten, dan is dat deze eerste week. We lopen vandaag naar Tatopani, z'n twintig kilometer. Best wel een grote afstand voor een eerste dag, want het gaat natuurlijk omhoog en omlaag. Het is erg druk op het pad: er lopen honderden ezels. Deze ene kom je tegen, de andere haal je in, want ze lopen net iets langzamer dan wij. Soms lopen ze in de weg en moet je ze wegduwen. Onderweg zien we veel grote prachtig gekleurde vlinders. Sommige lijken net verdorde bladeren en als ze gaan vliegen, hebben ze aan de binnenkant een heldere blauwe kleur. Schitterend.
Het pad is soms erg modderig en soms erg smal. En als je dan naar beneden glibbert, krijg je af en toe een duw van een ezel die achter je loopt. We horen de hele dag het gerinkel van de bellen die de ezels om hebben. Ook komen er vaak grote kuddes schapen tegen die per kudde gekleurd zijn: blauw, groen, roze. Dat passeren geeft soms problemen want de schapen zijn erg bang en durven er niet langs. We zien ook veel dragers die enorme pakken dragen. Soms komt er een enkele toerist ons tegemoet.
Onderweg pauzeren we regelmatig om wat te drinken en om 13:00 uur stoppen we in Tiplijang voor een lunch. De waterprijs loopt hier al op. In Beni betaalden we 25 rupees; hier is het al 45 rupees. We eten tomatensoep met (erg veel) knoflook. We drinken liters thee met suiker. Die zit er altijd al in. Je moet 'black tea no sugar' bestellen. Anders krijg je thee met melk en suiker; soms met zout.
Na anderhalf uur gaan we weer verder. Er zijn geen ezels meer. Zagen we 's morgens alleen wat witte toppen boven de wolken uitsteken, 's middags zien we de Nilgiri South (6.765 meter) helemaal helder liggen. Met de erg groene rijstvelden op de voorgrond is het een schitterend gezicht.
Om 17:45 uur komen we eindelijk in Tatopani aan. Het is een erg lange wandeling geweest. Het is gelijk ook de langste, geloof ik. We zitten op een hoogte van 1.190 meter.