Azië

Oezbekistan - Kirgizstan - China - Pakistan

29 mei t/m 25 juni 1999

Wij volgen een deel van een oude Zijderoute door Centraal-Azië.
De Zijderoute had zijn bloeitijd van de tweede tot de vijfde eeuw na Chr. Deze ontstond toen een Chinese generaal westwaarts trok om paarden in Oezbekistan te kopen. Daar waren kooplieden die een hoge prijs voor Chinese zijde wilden betalen. Dit contact groeide uit tot de belangrijkste handelsroute uit de geschiedenis. De route bestond niet uit één weg maar uit een netwerk van wegen waarlangs alle handel tussen Europa en China plaatsvond. Vanuit China trokken kamelen beladen met zijde, specerijen, jade, wapens, spiegels en lakwerk naar Europa. Vanuit Rome gingen karavanen vol met glas, textiel, aardewerk, goud en zilver naar het oosten. Het duurde vaak jaren voordat de goederen op hun plaats van bestemming aankwamen. In de zesde eeuw begon de neergang van de Zijderoute, toen in Europa het geheim van de zijdeproductie bekend werd. Bovendien sloot het Ming-hof in China in 1426 de grenzen en ontstond in de zestiende eeuw de zeeroute naar Azië.
OEZBEKISTAN is een voormalig Sovjetrepubliek die in 1991 zelfstandig werd. Oezbekistan, waarin het voormalige Transoxanië ligt, vormt het hart van Centraal-Azië waarin de legendarische Zijderoutesteden Samarkand en Buchara liggen. Het landschap bestaat voornamelijk uit half-woestijn. Door irrigatiekanalen stroomt water de woestijn in waardoor het eens zo barre landschap veranderd is in vruchtbare katoenvelden. Het is elf keer zo groot als Nederland en er wonen bijna 20 miljoen mensen. De meerderheid van de bevolking stamt af van de vele volkeren die ooit Centraal-Azië bewoond hebben. Na de hoogtijdagen vielen de Hunnen en de Turken het gebied binnen, waarna de islam zijn intrede deed.
KIRGIZSTAN werd in 1991 zelfstandig na zeventig jaar Russische overheersing. Kirgizstan is een land van bergen, gletsjers en rivieren, groene weiden en blauwe luchten. De helft van de bergen is boven de 3.000 meter en er wonen tweeënhalf maal zoveel schapen als mensen. Hier leeft het grootste aantal sneeuwluipaarden en Marco Poloschapen ter wereld. Het is vijf keer zo groot als Nederland en er wonen ruim 4 miljoen mensen. In Oezbekistan en Kirgizstan mag de bevolking nu, na jaren van Sovjetpropaganda en tegenwerking, haar geloof vrij belijden.
Kashgar, gelegen in het uiterste westen van CHINA is een van de laatste handelsoases. Het ligt in de provincie Xinjiang die voornamelijk bestaat uit rotsachtige woestijn met hier en daar meren en oases. De Turkse Oeigoeren (74% van de bevolking) hebben in China, ondanks het communisme, vrijheid van godsdienst.
In het bergachtige Noord-PAKISTAN ligt langs de oevers van de Indus-vallei een zuidelijke tak van de Zijderoute. De recente geschiedenis is door de losmaking van India, de scheiding van Bangladesh en opeenvolgende democratische regimes uitermate roerig geweest. Het bouwen en onderhouden van de weg door een gebied met bergen hoger dan 7.000 meter, de Karakoram Highway, is een waar huzarenstukje. De bewoners van de Hunza-vallei in Noord-Pakistan zijn grotendeels isma'ilieten, een liberale tak van de islam. Dit in tegenstelling tot het overige deel van Pakistan, waar de bevolking streng islamitisch is.

Man in Kashgar

Zaterdag 29 meiNaar Tasjkent (Oezbekistan)

Na een half uurtje verjaardag vieren bij Herman en Gabriëlle vertrekken we naar Schiphol. Extra vroeg, want vanaf Amsterdam-WTC rijden de treinen niet meer en moeten we verder met bussen. Alles gaat echter voorspoedig en het duurt slechts een kwartier langer dan anders.
We maken kennis met de Baobab-groep (twintig personen) en vertrekken om 20:00 uur naar Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan. We vliegen rechtstreeks met Uzbekistan-air. Het is allemaal eenvoudig, maar wel goed.

Zondag 30 meiNaar Samarkand

Na slechts zes uur vliegen zijn we er al. Het is er drie uur later, zodat we om 5:00 uur landen. De pascontrole valt ook wel mee. Waarschijnlijk omdat het vliegtuig maar half vol zit. Het is er 20º.
We worden opgewacht door Kees Legerstee, de reisleider, pardon reisbegeleider, en Natasja, de plaatselijke reisagente van wie iedereen een rode roos krijgt. Met een grote (plaats voor vijftig man), luxe bus rijden we naar een restaurant. Hier kunnen we ons wat verfrissen en krijgen we een uitgebreid ontbijt met yoghurt, worst, kaas, kip, omelet, kersen, abrikozen. Het is vreemd voor ons: 6:00 uur in de morgen en we zitten reeds aan onze tweede ontbijt.
We rijden meteen door naar Samarkand. Dat is tweehonderdvijfitg kilometer (vierenhalf uur) naar het zuidwesten en we rijden een stukje door Kazakstan. In het oude Rusland zijn wegen en treinrails aangelegd zonder rekening te houden met de (nu) verschillende landen. Daardoor kom je af en toe in een ander land terecht (zonder dat daar wat van te merken is). Onderweg is er niet zoveel te zien, zodat de meeste zitten te slapen. We zijn al gewaarschuwd voor de hotels in het oude Rusland. Of er is geen water, geen licht, geen werkend slot; aan onderhoud doen ze niet. Maar het valt mee: we hebben alleen gordijnen die niet dicht kunnen. Maar met wat knijpers komen we een heel eind.
Eerst gaan we nog even slapen en daarna geld wisselen. Dit gebeurt zwart: op de bank krijg je voor 1 US$ 170 sum, op de zwarte markt 450. Dat scheelt nogal wat. We wisselen een briefje van 100 US$ en krijgen 450 briefjes van 100 sum terug. Er zijn biljetten van 200, maar die zijn schaars.
Zowel Samarkand als Buchara zijn Tadzjiekse enclaves, waar dan ook veel Tjadzjieken wonen. De landen zijn sinds 1991 zelfstandig geworden en afgescheiden van Rusland (zeventig jaar communisme). Het Russische, cyrillische schrift is zo langzamerhand aan het verdwijnen en wordt vervangen door het Latijnse schrijft. Dat moet de landen dichter bij Europa brengen. Ook de eigen talen worden weer gebruikt. Het Tjadzjieks is een taal die verwant is aan het Iraans. De andere talen hebben veel weg van het Turks en behoort tot de Turkse talen, gebaseerd op het Djagatai-Turks.
We wandelen de stad in; we zitten niet zover van het centrum. Het is er zo'n 30º-35º en ze zeggen dat het alleen maar warmer zal worden. 't Is per slot van rekening pas lente. De steden in Oezbekistan zijn de laatste jaren in sneltreinvaart opgeknapt. In 1997 bestond het land vijfentwintighonderd jaar en kwam Hilary Clinton op bezoek en moest alles er mooi uitzien. Of dat onderhoud degelijk is geweest, is nog maar de vraag. Zo zitten er in de opnieuw betegelde gebouwen af en toe zwarte tegeltjes tussen, terwijl vroeger nooit zwart werd gebruikt. Het ziet er wel mooi uit. Ze zijn trouwens nog steeds bezig.
Eerst zien we het Gur Emir-mausoleum, dat we van alle kanten bekijken. Timur Lenk (de huidige held van Oezbekistan) en zijn zoons liggen hier begraven. Timur heeft zo'n zeshonderd jaar geleden allerlei prachtige gebouwen laten maken. Ze zijn ingelegd met azuurblauwe tegeltjes. Timur had de ambitie om een zo groot mogelijk rijk te stichten. Dat gebeurde op uiterst wrede wijze, waarbij ongeveer een miljoen doden vielen. Binnen dertig jaar had hij een nieuw wereldrijk gevestigd (Transoxanië, Kaukasus, Perzië, Zuid-Rusland, Noord-India). De veertiende eeuw was voor Samarkand de gouden eeuw. Toentertijd woonden er 150.000 mensen en het groeide uit tot het belangrijkste economische en culturele centrum van Centraal-Azië.
RegistanWe lopen verder naar het Registan, waar drie medressa's op het plein staan. Een medressa is een koranschool, een soort internaat, want de leerlingen sliepen er ook. Ze stammen uit de tijd van Timur Lenk en zijn ook prachtig ingelegd met tegeltjes. Prachtig.
We worden gewaarschuwd voor het eten. Er is hier veel schapenvlees en veel vet, erg veel vet. Je moet daarom eigenlijk weten waar je gaat eten. Daarom gaan we met de hele groep naar een bij Kees bekend restaurant (local house). We krijgen hier van alles. Veel vlees. Volgens de Oezbeken is een gerecht geen gerecht als er geen vlees bij zit. We eten vooraf tomaten, komkommer, wortel, een soort tzaziki met veel knoflook, heerlijk brood. Daarna soep met een grote bal gehakt. Vervolgens momo's (overheerlijk) en dan nog spiesen met gehakt en schapenvlees. Om ons kennis te laten maken met de lokale dranken, staan er flessen met (droge) witte en (zoete) rode wijn, wodka en Oezbeeks bier. Iedereen heeft bij zijn bord een klein aardewerk kommetje, dat dienst doet als theekopje, bierglas, wijnglas e.d. Ze worden nooit vol geschonken, want dat betekent dat iemand niet welkom is. Na de eerste slokken kunnen ze (de dranken) er mee door. Er staat een fonteintje in de zaal en iedereen legt er een flesje in, zodat de etiketten eraf geweekt worden. Grappig.
Daarna meteen naar bed, want we hebben nog wat slaap in te halen.

Maandag 31 meiSamarkand

Met de groep maken we een sightseeingtour door Samarkand. Omdat de verschillende bezienswaardigheden nogal ver uit elkaar liggen, gaan we met de bus.
Eerst naar het Gur Emir-mausoleum, waar wij gisteren al geweest zijn. Er is een Oezbeekse Engelstalige gids bij ons die alles goed en verstaanbaar uitlegt. We gaan binnen kijken en hier is het net zo mooi als aan de buitenkant. Het graf van Timur Lenk zelf is bedekt met een jadesteen van tweeënhalf meter bij vierendertig centimeter. In 1740 brak de grafsteen doormidden toen de Perzische Nadit Sjah het probeerde mee te nemen.
Dan gaan we naar het Registan. In de veertiende eeuw werd met de aanleg van het plein begonnen, dat met een levendige bazaar en enkele karavanserais al snel het commerciële hart van Samarkand werd. Tevens vormde het plein het toneel voor openbare executies. Koepel van het RegistanDe scheve stand van de minaretten is veroorzaakt door de vele aardbevingen. De Ulughbek-medressa in het westen is de oudste en is afgebouwd in 1420. Hier woonden ongeveer honderd studenten. Er tegenover staat de Sher Dor (tijger)-medressa (1636) en in het midden de Tilla-Kari (met goud bedekt)-medressa (1660). Na de dood van Timur Lenk verviel het rijk in kleine koninkrijken en hertogdommen. Ulughbek was een kleinzoon van Timur en regeerde over Samarkand.
Binnen in het RegistanDaarna rijden we naar Bibi Khanum. Deze moskee moest groter worden dan alles wat Timur Lenk op zijn reizen had gezien. Hij bleek te pompeus en complex om de vele aardbevingen te weerstaan. Nu is men bezig om hem in oude glorie te herstellen. Naast de moskee is een markt waar we een tijdje ronddwalen en waar Martijn een dubiteka oftewel een doppa koopt voor 250 sum (ƒ 1,25). Dit is een zwarte vierzijdige cap met wit borduurwerk en wordt door (bijna) iedere man gedragen. Verder dragen ze donkere kleding met een felgekleurde sash, waarmee oudere mannen hun lange kiltjassen dichtknopen. De vrouwen zijn dol op vrolijk gekleurde kleding; meestal dragen ze een jurk tot op de knie met een broek van dezelfde stof eronder. Wenkbrauwen die doorgroeien over de neusbrug is hier erg aantrekkelijk en worden vaak met een potlood bijgewerkt. Veel vrouwen hebben een goudlaagje op hun tanden. Dit is ongetwijfeld een betere belegging dan de roebels op de bank.
We rijden door naar Sjah-i-Zinda, een dodenstad met prachtig mozaïekwerk en mausoleums.
's Middags wordt het bewolkt en daardoor wat 'frisser'. We lunchen uitgebreid in de buurt van het Observatorium (uit de vijftiende eeuw), dat we daarna bekijken. Het is destijds door religieuze fanaten vernietigd. In 1908 werd alleen het onderste deel van de drieënzestig meter lange sextant onder het puin teruggevonden.
We laten ons afzetten bij de bazaar, waar we nogmaals lekker uitgebreid rondzwerven en alles bekijken, terwijl ook wij bekeken worden. Zoveel toeristen komen hier nog niet.
Om 18:00 uur begint op de binnenplaats van de Sher Dor-medressa op het Registan een dansvoorstelling. Wij zijn tien minuten te laat, maar ze hebben netjes op ons gewacht. We zitten allemaal op een bed, zoals die in de chaikana's (theetentjes) staan. In het midden staat een tafeltje met schalen met nootjes en koekjes. Achteraf horen we dat ze er een stapel stenen onder gezet hebben om het bed te steunen, omdat ze bang waren dat we er door zouden zakken. De dansgroep is mooi gekleed en maakt er een prachtige voorstelling van.
Daarna gaan we met z'n allen uitgebreid tafelen in een 'local' house. We zitten er zo'n drie uur.
Een flesje cola van 250 ml kost 50 sum - ƒ 0,25. Het plaatselijke bier: 0,5 liter voor 200 sum - ƒ 1, Carlsberg, Bavaria of Oranjeboom 400 sum - ƒ 2 voor 330 ml. Water zonder bubbeltjes is moeilijk te krijgen. Wc-papier is soms net behangpapier, dan weer vetvrij, waar je niets mee kunt.

Dinsdag 1 juniNaar Buchara

Om 9:00 uur rijden we met de bus naar Buchara, zo'n driehonderd kilometer verderop. We doen er vijf uur over. We maken een stop bij Rabat-E-Malek, een van de weinige overblijfselen van het rijk der Karakhanieden. De pishtaq is het enige wat nog overeind staat van een karavanserai uit 1079. Vroeger had je langs de hele Zijderoute om de dertig kilometer een karavanserai, de afstand die een kameel in een dag aflegt. De chauffeurs maken van de gelegenheid gebruik om een band te wisselen.
We zitten in het Buchara-hotel op de elfde verdieping net onder de disco (die tot 23:00 uur duurt). De stad is schoon; je vindt er geen troep op straat. Het is er wat warmer dan in Samarkand. Door de wind valt het wel mee en is het goed uit te houden (35º). We zitten tweehonderd meter lager dan in Samarkand (700 meter). We kopen kaarten en postzegels. Vooral die laatste zijn erg goedkoop (ƒ 0,15). Dat de post voor dat geld naar Nederland gebracht kan worden. We kunnen ze in het hotel kopen. De volgende mogelijkheid schijnt Kashgar (China) te zijn en dat duurt nog even.
We leggen onze spullen op onze kamer en gaan meteen de stad in. We zitten op zo'n tien minuten lopen van het oude centrum. We zwerven wat rond door de smalle straatjes. Al snel komen we op het Lyab-i-hauz (1620). Een hauz is een plein rond een waterreservoir. Waren er vroeger tientallen in de stad, nu zijn er nog slechts enkele over. Het deed vroeger, toen er nog geen sanitaire voorzieningen waren, dienst als openbare wasgelegenheid. Een aantal zijn ze aan het restaureren net als de medressa's. We wandelen verder en overal zien we felblauw gekleurde koepels. Lyab-i-HauzVoor de Kalyanmoskee kopen we een prachtig dik fotoboek over Buchara voor 2.500 sum (ƒ 12,50). We worden aangesproken door een meisje dat ons uitnodigt om bij haar huis thee te gaan drinken. We nemen de uitnodiging aan en worden het huis binnengeleid en voorgesteld aan haar moeder. Die schijnt het heel gewoon te vinden en maakt een potje thee. We gaan in de huiskamer op de vloer zitten en krijgen kleine appeltjes en snoepjes. Ze zien zichzelf terug op de video en vinden dat prachtig. Leuk.
Daarna gaan we aan het water bij Lyab-i-hauz op een bed met tafeltje zitten samen met enkele andere groepsleden en drinken lokaal bier. Op andere bedden liggen/zitten (oude) mannetjes. Ze drinken thee en spelen tric-trac. De bedden zijn bedekt met kleden en kussens en in het midden staat een tafeltje waarop groene thee wordt geserveerd. Kinderen springen vanuit een boom zo het water in. We lopen terug naar het hotel en zien op het plein hiervoor veel activiteiten. Veel fleurig geklede kinderen met grote strikken in het haar die dansjes oefenen. Het schijnt kinderdag te zijn, wat gevierd wordt door kinderen die 's avonds dans- en zangvoorstellingen geven. Vanaf ons balkon hebben we er mooi zicht op. Het publiek is vreselijk enthousiast en zwaait de hele avond met vlaggetjes. En er is veel applaus en gegil.