Azië

Artikelindex

Zaterdag 8 oktoberNaar Xigaze

Na het ontbijt (om 7:00 uur) vertrekken we om 7:30 uur richting Xigaze. Het zal een lange busrit worden over onverharde wegen. De zieken gaan allemaal voorin, wij helemaal achterin, waar het het meest hobbelt. De doorgaande weg gaat wel, maar onderweg zijn ze met de weg bezig en moeten we door de 'berm' naar de weg terug. Heel veel gaten en kuilen. We worden goed door elkaar gehusseld.
Voor Xigaze bereiken we eerst de Jia Tsuo La, de hoogste pas die we met de bus zullen passeren op 5.220 meter. Het uitzicht valt ons na gisteren een beetje tegen. Daarna wordt de weg echt slecht en voor de afslag naar Sakya kunnen we niet verder. Er is wel een spoor, meerdere zelfs, maar te diep voor de bus. Met z'n allen gaan we stenen rapen en gooien die in de kuil. Als de chauffeur het eindelijk waagt, lukt het gelijk. Wel prettig, want we moeten op tijd in Sakya zijn, omdat het klooster om 13:00 uur sluit. Gelukkig komen we hier goed 12:00 uur aan, zodat we alle tijd hebben om rond te kijken. Vooral de Grand Assembly Hall is prachtig om te zien; je mag er alleen niet fotograferen. Bij een monnik kopen we een 'beschermingspot' voor 20 yuan (ƒ 5). Dit is een verzegelde pot met allerlei dingen erin, die je beschermen tegen onheil. Je mag hem niet zo op de grond zetten; er moet altijd iets tussen zitten, anders is de ban verbroken.
Tijdens de lunch gaat Wilma naar de 'wc' en laat ze een belangrijk adressenboekje in het gat vallen. Verschillende mensen helpen met peuren in het riool en het boekje komt warempel uit de stront te voorschijn. Het blijkt later nog goed leesbaar te zijn.
Onderweg naar Xigaze rijden we door een schitterend berglandschap. Het is wel kaal, maar de bergen hebben prachtige kleuren. Op een hoogte van 4.150 meter groeien zelfs een paar bomen. Onderweg passeren we een pas: de Tsuo La op 4.500 meter. Er liggen veel strooibriefjes die mensen uit het raam van de auto gooien.
's Avonds in Xigaze eten we met z'n elven. Wilma weet een lekker restaurant, maar na lang zoeken, moet ze toegeven, dat ze het niet meer kan vinden. Bij navraag in een winkel worden we naar de buren gestuurd. Maitreya in Tashilhunpo-klooster , TibetWe lopen een gangetje door en komen in een klein kamertje. Er staat een ronde tafel en met z'n allen kunnen we er net omheen. Ze spreken geen woord Engels, alleen Chinees. In zo'n geval loop je gewoon naar de keuken en wijs je aan wat je in je eten wilt hebben. Zij maken er dan wel wat van. Wilma doet dit voor ons en we krijgen een vreselijk lekkere rijsttafel met veel thee. Heel knus en gezellig.

Zondag 9 oktoberNaar Shalu, Gyangze

Ontbijt in het hotel, compleet met lekkere yoghurt. Daarna vertrekken we naar het Tashilhunpo-klooster (1447). Dit wordt al eeuwenlang bewoond door Panchen Lama's.
De Maitreya Hall is gebouwd in 1914 en er huist een zesentwintig meter hoge boeddha. Hierin is tweehonderdnegenenzeventig kilo goud verwerkt. Het gebouw met het gouden dak is de graftombe van de vierde Panchen Lama, gebouwd in 1962. Het lichaam ligt in een zilveren stoepa. Het volgende gebouw is voor de zesde Panchen Lama en het laatste voor de negende (1993). Deze laatste tempel is gebouwd met allerlei spullen die Tibetanen tijdens de culturele revolutie mee naar huis hebben genomen, bewaard en teruggegeven bij de herbouw.
Op een veld binnen het complex worden Tibetaanse dansen opgevoerd. Veel monniken zitten eromheen. Het is prachtig om te zien. Veel pelgrims lopen de pelgrimsroute om de tempel heen. Alles wat er blinkt, is goud. In de zon doet het soms pijn aan je ogen.
Daarna rijden we door naar Shalu. Vroeger was dit hèt centrum voor paranormale studies en het staat bekend om verhalen over 'uittredende en vliegende' monniken. Er is een grondige verbouwing gaande. Het klooster heeft veel oude thangka's met mandala's. In de laatste tempel mogen we fotograferen. Hier zijn enorm veel nisjes met allemaal boeddhabeeldjes. De 'rode' is Amitabna, de boeddha van het eeuwige leven.
Vervolgens rijden we naar Gyangze.

Maandag 10 oktoberGyangze

Op ons gemak wandelen we naar de stoepa. Gyangze is een leuk plaatsje waar nog veel paard en wagens zijn. De Kumbum (Pango-chorten) is gebouwd in 1440 in Nepalese stijl. Het is de grootste stoepa in Tibet. Ook het Palkor Choide-klooster bekijken we uitgebreid. Voor 30 yuan (  7,50) mag je fotograferen. Er is zoveel te zien, haast niet te beschrijven. Een grote ruimte met banken met monnikspijen, een echte geelkap, enorme beelden, veel draperieën. Prachtig allemaal.
Pango-chorten, TibetPalkor Choide-klooster, TibetOp weg naar de uitgang, nemen we een kijkje in een keuken waar jakthee in grote karnen wordt gemaakt. We krijgen thee aangeboden. Erg leuk.
Daarna doen we inkopen voor de lunch van vandaag: kaakjes, cakejes, blikjes fris, appels en wortels. De rest van de middag luieren en lezen we wat.
We zien een Tibetaan die zijn tong tegen ons uitsteekt. Dat is in Tibet de manier van groeten.

Dinsdag 11 oktoberNaar Lhasa

Weer een lange busrit: van Gyangze naar Lhasa, de hoofdstad van Tibet.
Onderweg passeren we eerst de Karo La pas (5.010 meter). Je hebt prachtig uitzicht op de gletsjers van een 7.223 meter hoge berg. Daarna rijden we lange tijd langs het Yamdrok Tso, een meer van 678 km² op 4.441 meter hoogte. De witte bergtoppen steken schitterend af tegen het saffierblauwe water van het meer. Tijdens de picknick aan de rand van het water komt er een schaapskudde voorbij.
Daarna rijden we weer hoog de bergen in naar de Kyoga La pas (4.800 meter). Aan de ene kant heb je een prachtig uitzicht over het Yamdrok Tso met op de achtergrond de bergen; aan de andere kant zie je de vallei waarin Lhasa ligt.
Het laatste stuk naar Lhasa rijden we zowaar op een asfaltweg. We zijn wel blij, dat het gehobbel eindelijk afgelopen is.

Woensdag 12 oktoberLhasa

Potala-paleis, TibetWe zitten in Lhasa in hotel Tibet, een groot Chinees hotel op een half uurtje lopen van het centrum.
Na het ontbijt lopen naar het Potala-paleis. Hier woonden alle Dalai Lama's, ook de veertiende voor zijn vlucht naar India. Hij woonde in het bruine gedeelte. In het witte woonden monniken. Het gebouw is van de zeventiende eeuw en men heeft er vijftig jaar over gedaan om het dertien verdiepingen hoog te bouwen. Er liggen negen gebalsemde Dalai Lama's.
Veel pelgrims bezoeken het paleis. Je mag een klein gedeelte bezichtigen. Via de grote trappen ga je omhoog. Binnen en op het dak is veel bladgoud, jade en edelstenen. Overal staan beelden die door de pelgrims aanbeden worden. Velen lopen met een grote kandelaar met jakvet, dat ze in de vele offervuurtjes laten lopen. Er is een enorme bibliotheek over allerlei zaken van eeuwen her.
Daarna wandelen we naar het culturele museum, een park met een vijver met mooi uitzicht op de Potala.
Vlakbij is de Barkhorbazaar. Dit is een pelgrimsroute om de Jokhangtempel (700 na Chr.) van achthonderd meter. Veel pelgrims lopen deze route (altijd linksom) compleet met gebedsmolen.
Wij gaan op een stoepje zitten met prachtig uitzicht op al die mensen. Heerlijk. Bij een van die kraampjes kopen we een paar Tibetaanse sloffen voor 145 yuan (ƒ 35). Heel mooie sieraden verkopen ze er ook.
Daarna bezoeken we de Jokhangtempel zelf. 's Middags is deze geopend voor toeristen. Je mag dan foto's maken, maar lang niet alles is geopend. Vanaf het dak heb je (alweer) een mooi uitzicht op de Potala. 's Avonds gaan we met z'n tweeën eten. Zij kennen alleen maar Chinees. Met handen en voeten bestellen we rijst met Chinese kool met (heel veel) knoflook en ei met tomaat. Pilsje erbij: ƒ 6 p.p. Het wordt trouwens enorm druk met plaatselijke bevolking, die allemaal momo's eten.

Donderdag 13 oktoberLhasa

Jokhangtempel, Tibet

Om 6:00 uur staan we op om bij zonsopgang de Lingkhor te lopen. Dit is de grote pelgrimsroute van acht kilometer. We beginnen bij de wrijfmuur waar veel pelgrims lichaamsdelen of kledingstukken langs de muur wrijven om zo kracht op te doen. Daarna lopen we achter de Potala om achter de pelgrims aan. Die ligt er heel mooi bij, weerspiegelend in het water. Al snel blijkt dat we met een kortere route bezig zijn, die alleen om de Potala heen loopt. Wij lopen dan maar richting Jokhangtempel en gaan op een stoepje in de zon zitten om warm te worden.
We lopen ook nog even naar binnen, maar voor (blijkbaar) de mooiste ruimte staat een rij van ruim honderd meter. Dat laten we maar zitten. Weer een rondje Barkhor.Vuurpuja in het Drepungklooster, TibetLia koopt een zilveren hanger. Flink gepingeld. Van 250 yuan krijgen we hem uiteindelijk voor 100 (ƒ 25). Ook nog een paar zilveren kraaltjes (twaalf voor ƒ 2,50) om oorbellen van te maken. Later zitten we uitgebreid op het terras (met uitzicht op het plein), waar langzamerhand de hele groep zich verzamelt. Met de bus (1 yuan - ƒ 0,25 per rit ongeacht de afstand) laten we ons naar het Drepungklooster brengen, zes kilometer. ten noordwesten van Lhasa. Dit is gesticht in 1416 en is een van de tien kloosters die zijn overgebleven van de 2.700 die Tibet telde voor de Chinese invasie en de culturele revolutie. Vroeger woonden er 10.000 monniken.
We zien maar een klein deel van het Drepungklooster. Eerst komen we per ongeluk in de keuken terecht, waar men enorme kookpotten in gebruik heeft. We mogen er filmen en fotograferen.
Als we verder lopen, horen we geklap en gemurmel. We kijken over een rand naar beneden in een tuin en zien veel monniken debatteren. Ze doen dit met handgeklap en veel overdreven gebaren.
Verder dan het volgende gebouw komen we niet. Er is hier nl een vuurputja bezig. Op de buitenplaats in de schaduw zitten zes monniken. Voor hen een vuur met daar achter een oude monnik. Dat is waarschijnlijk Gesh-la la Rimpa, een heel bekende onder de Tibetanen en zelfs onder de Chinezen. Tijdens de culturele revolutie is hij gevangen genomen door de Chinezen. Hij kon zijn lichaam zo regelen, dat hij met een minimum aan eten en drinken in leven kon blijven. De Chinezen hadden zo'n respect voor hem, dat ze hem vrij hebben gelaten. Hij komt nog maar zelden naar buiten en geeft amper audiënties. Het is dan ook heel bijzonder. Wilma is erg jaloers, dat ze dat heeft gemist.
Gesh-la la Rimpa zit op een verhoging en heeft een schitterend hoofddeksel op. Hij gooit van alles in het vuur dat twee monniken hem aanreiken. Dat varieert van takken tot rijst en kruiden. Bij elke nieuwe schaal of bos beginnen de zes monniken telkens dezelfde woorden te murmelen. Het is zo'n fascinerend gezicht, dat we drie kwartier zitten te kijken. Soms zitten we er alleen, soms komen er wat Tibetanen, die even kijken en dan weer vertrekken. Het is adembenemend.