Azië

Nepal - Tibet

1 oktober t/m 6 november 1994

NEPAL is een koninkrijk van totaal 147.000 km² en is daarmee twee keer zo groot als de Benelux.
Het is gemiddeld tweehonderd kilometer breed en achthonderd kilometer lang. Het beslaat zowel een deel van Ganges-vlakte als de hoge Himalaya. In hoogte varieert het gebied van 60 meter tot 8.848 meter.
TIBET is een compleet andere wereld. Een wereld van eindeloze vlakten met diepblauwe meren, van nomaden en jaks. Een wereld ook van boeddhisme, van kloosters en van heilige bergen.
Sinds 1949 maakt Tibet deel uit van China.

Tibetaanse vrouw

Zaterdag/Zondag 1/2 oktoberNaar Kathmandu (Nepal)

Om 6:30 uur staan we op, pakken de laatste dingetjes in en vertrekken met de auto naar Driehuis. Joost en Rolf brengen ons van hieruit naar Schiphol.
Maar liefst drie uur van tevoren moeten we hier aanwezig zijn. We zijn met een groepje van twaalf (zeven mannen - vijf vrouwen) plus een reisleidster van Sawadee, de organisatie waarbij we deze reis geboekt hebben. Na de paspoortcontrole gaan we op zoek naar Wilma en Jan, die drie kwartier voor ons naar India zullen vertrekken. Gelukkig hebben we goed afgesproken en vinden we elkaar zonder problemen. Grappig is dat, zo'n ontmoeting op Schiphol.
Ons vliegtuig van Thai Air vertrekt op tijd om 11:25 uur. In Kopenhagen maken we een tussenlanding en moet iedereen een goed uur het vliegtuig uit. Daarna gaan we door naar Thailand (zeven uur tijdsverschil). Het is een prettig ruim, nieuw vliegtuig (MD11). In Bangkok stappen we over en in plaats van vier uur moeten we vijf uur wachten in verband met een mankement aan het vliegtuig. Weer drie uur later zijn we in Nepal. De tijd is vier uur en drie kwartier later dan de Nederlandse wintertijd. Op het vliegveld staat Wilma, onze reisleidster, ons op te wachten.
Het is stralend weer met een temperatuur van 27º.
's Avonds met de hele groep Nepalees wezen eten. Martijn heeft crèmetomatensoep en gebraden kip. Lia krijgt bruine bonen, groenten in een potje en zwarte drab in een ander (dalbat). Alles smaakt prima (ook het bier). Kosten 150 rupees (ƒ 6) p.p. inclusief drank. Lekker goedkoop dus.

Maandag 3 oktoberKathmandu

Tempel op Durbar SquareWij zitten in hotel Potala Guesthouse midden in Thamel, een deel van de oude stad vol met winkeltjes en restaurants, op loopafstand van de belangrijkste bezienswaardigheden van Kathmandu.
De hele dag verkennen we Kathmandu. Het is net een groot dorp; geen echte hoogbouw. Eerst wandelen we naar Durbar Square. Onderweg hier naar toe zie je zoveel tempels, offerplaatsen, winkels en mensen, dat je ogen en oren te kort komt. Het grote, oude plein staat vol met tempels. De ene nog mooier dan de andere. Na een blik op de Shiva-tempel gaan we naar de Kumari-Bahal, een boeddhistisch klooster (1757) met heel mooi houtsnijwerk. Hier woont de levende godin, de Kumari, die in heel Nepal wordt vereerd. Het is een jong meisje, die ophoudt godin te zijn bij haar eerste menstruatie. We hebben mazzel, dat ze zich (vrij lang) liet zien. Het is strikt verboden foto's van haar te maken.
Een beetje achteraf op het plein staat de Kasthamandap, een uit één boom gemaakte tempel (1596). Er wordt overal veel geofferd en vooral de vrouwen zijn mooi om te zien.
Swayambunath's Middags lopen we naar de Swayambunath, de apentempel (een uurtje wandelen). Op een heuvel ligt het oudste boeddhistische tempelcomplex van de vallei. Hij wordt de apentempel genoemd, omdat er zoveel van die beesten bivakkeren. De ogen die je van vier kanten van de tempel aanstaren, zien er onheilspellend uit, maar ze zijn er om je tegen het kwade te beschermen. Je hebt een mooi uitzicht over Kathmandu. In een van de gebouwen maken monniken muziek en er branden veel kaarsjes.
's Avonds gaan we met z'n zessen bij Third Eye eten, een Indiaans restaurant, waar je op de grond zit. Erg lekker. Veel bier erbij. ƒ 10 p.p.

Dinsdag 4 oktoberKathmandu, Dakhshinkali

SaddhuMet z'n tienen willen we naar Dakhshinkali. We rijden erheen met drie taxi's om 6:00 uur 's morgens. Het is wel proppen achterin, want er is maar heel weinig been- en hoofdruimte. Eerst gaan we naar Budhanilkantha, ten noorden van Kathmandu. Hier ligt de slapende Vishnu op een opgerolde slang. De koning wordt beschouwd als een incarnatie van Vishnu. Er worden veel offertjes gebracht en er is veel bedrijvigheid. Erg mooi om te zien.
Daarna door naar Dakhshinkali, ten zuiden van Kathmandu. Deze tempel is gewijd aan de vrouwelijke godin Kali (de tegenhanger van Shiva). Er worden dieren, bloemen en rijst geofferd aan de god Shiva om voorspoed af te smeken. De dieren die geofferd worden, moeten een mannelijk jong zijn. Het bloed stroomt er rijkelijk.
Met de taxi's gaan we weer terug naar het hotel. Kosten daarvan: ƒ 10 p.p. voor tweeënhalf uur. Vervolgens slenteren we in de buurt van het hotel rond en bekijken veel winkeltjes.
Na een korte siësta lopen we naar het huidige paleis van de koning, maar hier is helemaal niets te beleven. Daarom gaan we door allerlei kleine, gezellige straatjes weer naar Durbar Square. We willen hier het oude koninklijke paleis (Hanuman Dhoka) bezichtigen. Helaas is dat op dinsdag dicht. We gaan dan nog maar even bij Kumari-Bahal zitten en jawel, de levende godin laat zich weer zien voor het raam. Op weg naar het hotel zien we een mooie tempel, Srigha Caitya Bahal, een boeddhatempel, waar veel schoolmeisjes aan het spelen zijn.
's Avonds eten we met z'n negenen bij KC's: een echte steak met lekkere saus.

Woensdag 5 oktoberKathmandu

Pashupatinath's Morgens wandelen we naar Pashupatinath. Dit is een groot hindoecomplex, waar niet-Hindoes niet mogen komen. Vanaf een heuvel er tegenover heb je echter een mooi uitzicht. We zitten eerst te kijken naar alle offers die gebracht worden. Een prachtig gezicht. Enorm veel Hindoes komen hier om zich in de rivier te wassen. De vrouwen allemaal in oranje en paars, de mannen veelal in wit met mooie tulbanden op. Allemaal uit de kleren en wassen maar. Ze gaan niet helemaal bloot. De mannen houden een soort grote witte luier om. Een vreemd gezicht.
Aan de andere kant van de brug (de arme kant) zien we dat een nieuwe baar wordt gemaakt. Een jonge vrouw wordt gecremeerd. Een heel indrukwekkend gezicht, erg emotioneel ook. We kijken alles bij elkaar zo'n drie uur onze ogen uit.
Langs een dorpsweggetje wandelen we daarna naar de Bodnath, die je al van verre ziet liggen. Deze boeddhistische stoepa is ongeveer vier à vijf eeuwen oud en ongeveer veertig meter in diameter en veertig meter hoog. Het is het belangrijkste boeddhistische heiligdom in de Kathmandu-vallei. Overal vlaggetjes, erg kleurrijk. Veel, vooral Tibetaanse, pelgrims lopen (altijd linksom) de stoepa rond, waarbij ze aan de gebedsmolens draaien en met gebedskralenkettingen en gebedsmolentjes lopen om te bidden.
We komen hier in de buurt in een achteraf klooster terecht. Dat is van binnen heel mooi, bekleed met talloze draperieën, kleden en sjaaltjes. Er staan drie grote boeddhabeelden. Erg indrukwekkend allemaal.
Met de tuktuk laten we ons terug naar het hotel brengen.
's Avonds eten we met de hele groep Tibetaans in restaurant Lhasa. Velen, ook Lia, drinken Chang, warm (Tibetaans) bier van rode gerst, dat je met een rietje moet drinken (lekker). We eten momo's, Chinese dumplings. Het geheel is erg goedkoop: ƒ 4 = 100 rupees p.p.

Donderdag 6 oktoberNaar Zhangmu (Tibet)

Omdat we voor 6:00 uur Thamel uit moeten zijn, er mogen na deze tijd geen bussen rijden in de binnenstad, staan we om 5:00 uur op. We vertrekken op tijd en over een hobbelige weg rijden we richting Tibet. We dalen eerst van 1.300 meter naar 500 af (Dolalghat). In Kodari, de Nepalese grensplaats, eten we in een restaurantje dalbat. Lekker. Daarna wachten we een uurtje op een truck, die ons naar Tibet zal brengen. In het dorp zien we vooral veel schapen. De mensen zijn niet zo bijzonder, toch al anders dan de Nepali.
Eindelijk kunnen we in de open auto. Alle bagage, een aantal Tibetanen/Nepali en wij gaan in de laadbak. We zullen in zo'n twintig minuten ruim vijfhonderd meter stijgen. Eerst over de vriendschapsbrug en daarna over een verschrikkelijk hobbelig en steil zandpad met diepe afgronden. We schudden dan ook heel erg door elkaar. Maar gelachen hebben we wel.
Boven in Zhangmu, is de Tibetaanse grens. Er zijn geen problemen en alles gaat vrij snel. We krijgen alleen geen stempel in ons paspoort. Jammer.
Het hotel in Zhangmu (twintig meter van de grens) zal het smerigste zijn, dat we tegen zullen komen. We hebben de vreselijkste verhalen gehoord voor we op vakantie gingen, maar het valt ons erg mee. We eten in een restaurant naast het hotel. We kunnen kiezen tussen vegetarische momo's en noedels. De momo's zijn er het eerst; de noedels laten wat op zich wachten, omdat de pan met inhoud over de vloer gaat. Uiteindelijk betalen we (inclusief thee en bier) ƒ 3 p.p.
De tijd is in Tibet gelijk aan die in heel China, namelijk twee uur en vijfentwintig minuten later dan in Nepal oftewel zeven uur later dan de Nederlandse wintertijd.

Vrijdag 7 oktoberNaar New Tinggri

Tibetaanse manOm halfzeven krijgen we ons eerste Chinese ontbijt. Er staat een soort afhaalbuffet met allerlei gerechten: roerei, brood, pinda's, uiengerecht en een soort witte oliebollen zonder smaak. Vervolgens vertrekken we in het donker om halfacht om de vrachtwagens voor te blijven. Als het langzaam licht wordt, beginnen de besneeuwde toppen van de Himalaya-reuzen zichtbaar te worden.
Na veel plasstops en alleen onverharde wegen komen we uiteindelijk omstreeks halftwaalf aan bij de hoogste pas voor vandaag: de Lalung Leh van 5.050 meter hoog. Vanaf hier heb je een schitterend uitzicht over de hoogste bergtoppen zoals de Mount Everest. Het waait hierboven wel behoorlijk, zodat het nogal fris is.
Bij sommige mensen van de groep worden de eerste tekenen van hoogteziekte merkbaar. Gelukkig zullen wij geen last krijgen.
Daarna dalen we langzaam af naar een 'laagvlakte' op 4.300 meter. De lunch wordt in een klein restaurantje langs de weg in Old Tinggri gebruikt. Hier krijgen we rijst met aardappelen en proberen we onze eerste jakthee . De jakthee mag de naam thee eigenlijk niet hebben. Het is een kommetje gesmolten jakboter met warm water en zout. Lekker is anders, maar echt vies vinden we het ook weer niet.
Om halfvijf zijn we in New Tinggri op 4.300 meter waar we overnachten in het Qomolangma Hotel (Qomolangma is de Tibetaanse naam voor de Mount Everest.) We moeten voor het eten vooraf 68 yuan (ƒ 20) betalen en maar afwachten wat we krijgen. We eten met z'n negenen. De anderen zijn ziek. Van die negen zijn er nog eens drie niet lekker (hoogteziekte). Het eten is prima. We zitten aan een echte Chinese tafel met een groot rond plateau in het midden, dat je kunt draaien. Een grote schaal rijst en diverse schalen met verschillende gerechten en veel jasmijnthee. Soep na!