Azië

Artikelindex

Maleisië - Brunei

3 t/m 30 juni 2019

MALEISIE bestaat uit West-Maleisië en Borneo. Kuala Lumpur is de hoofdstad, die bekend staat om de indrukkende skyline met de Petronas-torens. Borneo is verdeeld in Sarawak en Sabah en heeft grote stukken ongerepte natuur. De laatste jaren vermindert dat snel door de enorme palmboomplantages die de jungle vervangen. De palmolie is een grote bron van inkomsten. Er zijn nog diverse Nationale Parken met wilde dieren en veel vogels.
BRUNEI ligt op Borneo bestaat uit twee delen die geheel omringd worden door Maleisië. Het is een staat, die iets groter is dan Gelderland. Er zit veel gas en olie in de grond en daar profiteren de inwoners goed van. Vooral de sultan. Met een geschat vermogen van meer dan twintig miljard is hij één van de rijkste personen op aarde. Niemand betaalt belasting, onderwijs en gezondheidszorg zijn gratis.

Orang-oetang

RouteMaleisieBrunei

Maandag 3 juniNaar Kuala Lumpur
We willen naar Maleis Borneo. Om daar te komen vliegen we op Kuala Lumpur, de hoofdstad van Maleisië. We hebben laatst eens ergens wat gelezen over afwijkende vluchten en vinden inderdaad een rare vlucht, die een stuk goedkoper is dan rechtstreeks vanaf Schiphol: we vliegen van Antwerpen via Schiphol. Antwerpen? Is daar een vliegveld dan? Nee dus; het stuk Antwerpen-Schiphol gaat per Thalys. Zoiets verzin je toch niet? Je krijgt als bewijs in Antwerpen je treinkaartje, dat je bij het inchecken op Schiphol moet kunnen tonen.
Het vliegtuig vertrekt pas 's avonds en we gaan op ons gemak naar België. We hebben ruim tijd op het mooie station, stoppen onze bagage in een kluis, eten een broodje en maken een ommetje door de winkelstraten. Daarna vertrekken we weer naar Nederland. Op Schiphol gaat alles supersnel en voor we het weten, zitten we een lekker biertje te drinken.
De vlucht vertrekt een half uur te laat, omdat er gewacht wordt op zo'n veertig reizigers die uit Frankfurt moeten komen.

Dinsdag 4 juniNaar Kuala Lumpur
De vlucht verloopt voorspoedig, net als de paspoortcontrole. We worden opgewacht en rijden in een uurtje naar het centrum van Kuala Lumpur waar ons hotel ligt. Het is lekker warm en vochtig hier. Onderweg begint het te regenen en overal zien we brommerrijders stoppen om regenkleding aan te trekken. Als de regen een heuse tropische bui wordt, schuilen ze met z’n allen onder viaducten.
We gaan eten en drinken op de Jalan Alor. Dit is een eetstraat waar allemaal kramen buiten op straat staan en er hangt felle verlichting. Grote parasols en plastic zeilen er boven wat nodig is voor de regen die hier vaak valt. Iedereen probeert je naar binnen te praten. Het is er gezellig druk met vooral lokale mensen. We zien maar een enkele toerist. Ondanks de regen en het onweer komen de mensen toch. We krijgen een enorme kaart waar maar liefst 998 gerechten op staan. Nee, we hebben ze niet geteld, maar ze zijn genummerd. En dan heb je bij elk gerecht de keuze uit klein, middel, groot en meerdere maten van pittigheid. Het eten is een mix van Indisch en Chinees. We kiezen voor sweet-en-sour-vis en rendang met een grote fles Tigerbier.
De taal die men hier spreekt is hetzelfde als het Bahassa Indonesisch, waarvan we nog wel wat woordjes kennen. We zien wel veel Chinees schrift.
Na afloop wandelen we naar een andere eetstraat, de Jalan Sahabat. Hier zitten meer cafés, donkerbruine kroegen waar overal sport op de televisies te zien is. Er zitten alleen toeristen.

Woensdag 5 juniKuala Lumpur
PetronasLia slaapt prima, Martijn ligt veel wakker. Hij moet duidelijk aan de zes uur tijdsverschil wennen.
We krijgen een echt Maleisisch ontbijt met rijst en kippenrendang. Lekker.
We gaan Kuala Lumpur lopend verkennen. We zitten erg centraal, dus dat moet kunnen. We doen het rustig aan, want het is warm en de luchtvochtigheid hoog. Het is droog en redelijk zonnig. Vermoeiend weer.
We gaan eerst naar de Petronas, het boegbeeld van KL. Het zijn twee identieke torens van vierhonderdtweeënvijftig meter hoogte en heeft achtentachtig verdiepingen. Op de eenenveertigste zijn ze met elkaar verbonden door een brug. Ze zijn indrukwekkend.
We zien heel veel mannen lopen in jurken en met petjes op. Heel opvallend, dat er alleen maar mannen lopen, geen vrouwen. Wel toeristen, maar niet de plaatselijke schonen. Misschien zijn al die mannen op weg naar de moskee om het Suikerfeest te vieren, dat vandaag begint.
We lopen naar de Jamek-moskee, de oudste moskee van Kuala Lumpur. Hier komen de twee rivieren van de stad samen en schijnt de plek te zijn waar ooit KL gestart is. Vanwege het Suikerfeest is deze nu niet te bezoeken. In deze wijk zijn alle winkeltjes gesloten. Daarom lopen we door naar Chinatown waar de mensen geen moslims zijn en alles gewoon open is. Het is een van de drukste plekken van de stad. In deze kleurrijke wijk heeft de Chinese bevolking zich door de jaren heen gevestigd, en dat is zeker terug te zien in de straten. Er zijn veel tempels en Chinese bouwwerken, zoals de enorme Chinese toegangspoort aan het begin van hoofdstraat Petaling Street. Op de Centrale Markt zien we typisch Maleisische producten. Zoals producten van hout, kleurrijke kleding en natuurlijk kitscherige souvenirs. De Petaling Street is een overdekte eetstraat waar het vooral 's avonds erg druk is.
We lopen binnen bij de Taoïstische Guandi-tempel waar veel wierook gebrand wordt.Sri Mahamariamman
Dichtbij ligt de Sri Mahamariamman, een hindoeïstische tempel met een kleurrijke entree die uit maar liefst tweehonderdachtentwintig gekleurde beeldjes bestaat. Het is de rijkst versierde tempel van het land. We moeten onze schoenen uit doen en die mogen niet mee naar binnen. Voor RM 2 per paar, € 0,40 kun je ze achter laten. Binnen valt niet zo veel te zien.
We zijn moe en warm en besluiten terug te gaan naar het hotel voor een siësta. We zijn op tijd binnen voor de regen die hier bijna elke middag valt.
Tegen zessen gaan we bier drinken in de toeristenstraat bij The Whisky Bar. We kiezen voor deze bar, omdat het de enige is waar ze de mensen niet naar binnen proberen te praten. Ze hebben een paar honderd soorten Schotse whisky. Het is happy hour en we nemen een jug bier: 43 RM incl. nootjes en een schaaltje frieten. Dat is anderhalve liter bier voor € 9. Bij elk café hangt een zonnen- cq regenscherm waar onder de gasten buiten op de stoep zitten. Af en toe valt er een druppel regen en dan gaan de schermen omlaag. Zodra het droog is, gaan ze weer omhoog. De mevrouw veegt telkens het randje af, zodat er geen water op ons drupt. We kijken het gefascineerd aan. We worden bijgeschonken, zodra een glas half leeg is. Er wordt naar veel sport gekeken: voetbal, rugby, tennis, badminton, hockey. Kies maar. Vooral de Engelse fans zijn luidruchtig.
We eten weer op de Jalan Alor, net als gisteren. We zijn wat later en het is er erg druk. We lopen net richting een tafeltje als iemand vanaf de andere kant schreeuwt, dat zij daar gaan zitten. Te laat. We schuiven snel aan. Het verloop is groot, zodat die anderen ook snel een tafeltje hebben. Er is net zo veel keus als gisteren.

Donderdag 6 juniKuala Lumpur
Thean Hou-tempelWe willen naar de Thean Hou-tempel. Die ligt ongeveer vijf kilometer vanaf het hotel. Het regent niet, maar het is erg vochtig vandaag. We vinden, dat we gisteren veel gelopen hebben en de tempel is niet goed met het openbaar vervoer te bereiken. Dus nemen we vandaag een taxi. De man van de receptie belt er eentje en binnen een minuut rijden we al. Kosten RM 9/€ 2. Voor die prijs hoef je dat niet te laten.
De tempel is een grote Boeddhistische tempel. Met groot, bedoelen we ook groot. Hij is typisch Chinees met vele lampionnen, krullende daken en kleurige draken. Er wordt volop wierook geofferd. Mooi om te zien.
We zweten vandaag enorm; het is heel vochtig en af en toe valt er ook wat regen. De paraplu’s komen goed van pas.
Het koninklijk paleis, Istana Negara, ligt in de buurt, maar is lopend niet makkelijk te bereiken. Via bospaadjes belanden we aan de achterkant en vinden het wel heel erg stil. Nergens een mens te bekennen. Bij de voorkant gekomen, blijkt het wel open. Het is een museum ingericht zoals de koning er vroeger woonde.
Jalan AlorOm weer in het centrum te komen, is lastig. Er loopt alleen een drukke autoweg langs, geen wandelpad. We houden daarom maar weer een taxi aan en laten ons bij Chinatown afzetten. Buiten het centrum is het goed te rijden met een auto, daar binnen sta je voornamelijk stil. We stappen ergens uit en dwalen nog even door de wijk voor we terug gaan naar het hotel.
We komen aan het begin van de avond weer uit bij The Whisky Bar. Ze herkennen ons. Ze waarschuwen ons een minuut voor happy hour afloopt. Sympathiek. Het is de hele tijd droog en het scherm is omhoog.
Op de Jalan Alor is het afgeladen druk. We lopen een terras op, op zoek naar een tafeltje. Dan worden we gewenkt door een Maleise familie met vier kinderen. Kom, kom, jullie kunnen makkelijk bij ons aan tafel. Leuk! We zijn halverwege ons eten als het begint te regenen. Blijkt, dat wij helemaal goed zitten. Een heleboel mensen niet. Die zitten niet of half onder een luifel of onder een druppelend afdakje. Het begint te storten. De vloer lijkt wel een kleine rivier. Heel veel mensen zoeken een droge plek binnen op. Iedereen staat op elkaar gepakt; sommige hebben het eten en drinken laten staan. Andere hebben het meegenomen. Het personeel gaat ongestoord door. Het is één grote bende en wij genieten. De parapluverkopers doen goede zaken.

Vrijdag 7 juniNaar Damai (Borneo-Sarawak)
Om 5:00 uur worden we al opgehaald voor de vlucht naar Kuching op Borneo. De latere vlucht was helaas uitverkocht. We zijn nog niet aan het tijdsverschil gewend, zeker als je er ’s morgens zo vroeg uit moet. Gelukkig is dat deze reis maar eenmalig.
De taxichauffeur is ruim op tijd en het is stil op de weg. We zijn snel ingecheckt en moeten nog even wachten. De airco staat hier wel erg koud en de meeste mensen schijnen dat te weten, want iedereen draagt een jas of een trui. Wij volgende keer ook.
Wij zijn de enige niet-Aziatische toeristen en vallen dus echt op. De meneer die ons af komt halen, heeft dan ook geen moeite om ons uit de menigte te plukken. Het is een uur rijden naar het strand van Damai.
Het is druk in het hotel. Hoewel we vroeg zijn, krijgen we meteen onze kamer, een grote met een ruim overkapt balkon.
Het is hier droog, niet zo vochtig en op het eind van de middag gaat de zon schijnen in plaats dat het gaat regenen.
We wandelen wat in de omgeving, vinden wat restaurantjes, eten een ijsje. Daarna zitten we lekker op ons balkon.
Iedereen gaat met kleren aan in het zwembad. Ook de kleine kinderen. Sommige zelfs met hoofddoek.
We drinken een jug buiten met uitzicht op de zwembaden, waar vooral veel kinderen zich goed vermaken, en we de zee erachter zien liggen met mooie wolken, palmbomen. Vakantie!
We zijn de enigen in de bar.
Het buffet is in het restaurant was het niet helemaal. Wat er is, smaakt prima, maar de helft van de schotels staat leeg en wordt niet (tijdig) aangevuld. Als we af willen rekenen bij de balie staan (en blijven) er twee bedienden met elkaar in discussie. Telefoontjes worden beantwoord, maar wij zijn lucht. Dus vertrekken we gewoon zonder te betalen. Ze zoeken het maar uit.
Tegen zevenen begint het zachtjes te regenen. We worden er amper nat van als we naar onze kamer lopen.

Zaterdag 8 juniDamai
Het heeft vannacht goed geregend en daar hebben we geen last van gehad.
Er is een uitgebreid ontbijtbuffet met voornamelijk westers eten.
Het is druk bij het zwembad. Dat blijft tot het middaguur en dan vertrekt iedereen. We hebben het zwembad even voor ons alleen. Later wordt het weer drukker.
Volgens ons programma moeten we acclimatiseren en dat doen we ook vandaag. We zitten bij het zwembad, lezen wat, zwemmen even en als er mensen zijn, bekijken we die.
Het is bewolkt en af en toe voelen we een spetter.
We drinken weer een jug. Ze kennen ons al, slecht teken. Er zitten nu veel mensen in de bar. Er is een feestje bezig met een heel erg rokende bbq.
CocktailsZonsondergangWe zien een prachtige zonsondergang.
We eten ditmaal van de kaart. Hier is het lang zo druk niet. Als ze ons wijzen op buffet, zeggen we dat we het gisteren niet goed vonden. We krijgen gratis een kommetje soep. Bij het afrekenen, willen we ook van gisteren afrekenen. 'Onze schuld' zegt iemand van het personeel. Hoeven we dan niet te betalen? Het blijkt later inderdaad niet op de rekening te staan.
Omdat we vandaag tien jaar getrouwd zijn, gaan we cocktails drinken in de bar. Er zitten hele groepen met veel kleine kinderen die hier laat opblijven. We kijken met verbazing hoe een groep hier bier drinkt. Whiskyglaasjes vullen ze voor de helft met een ijsblok waarop bier uit de jug wordt bijgeschonken. Één slokje en je glas is leeg. Zo kun je met z'n twintigen wel een feestje vieren.
Als Martijn‘s margarita bijna op is, krijgt hij gratis een nieuwe, omdat de barkeeper vindt dat die eerste niet helemaal goed gelukt is. Wij proeven het verschil niet.

Zondag 9 juniDamai
Bij het ontbijt weten ze ons kamernummer al uit het hoofd.
Het is vandaag een zonnige dag met een lekker windje. Door die zon is het wel erg warm vandaag. Bij het zwembad staat een aantal parasols opgezet voor de hoognodige schaduw. Bij gebrek aan ligstoelen uit de zon, gaan we op een bankje onder een palmboom zitten. We zitten er net als een Australisch gezin komt zeggen, dat zij weggaan en dat wij hun beschaduwde plekjes mogen hebben. Heel aardig.
Net als gisteren is het druk met zwemmers en verdwijnt tegen twaalven weer iedereen om uit te checken. Blijkbaar blijft iedereen maar één dag. De kinderen vermaken zich uitstekend met het glijbaantje en de zwembanden die ze hier ter beschikking stellen.
Er komen vandaag beduidend minder nieuwe gasten dan gisteren. Het blijft erg rustig.


Maandag 10 juniNaar Bako NP
We beginnen de dag met Laksa Sarawak, de plaatselijke noedelsoep. Heerlijk.
Om 9:00 uur worden we opgehaald voor het transport naar Bako NP. In de haven van Kampong Bako stappen we op een bootje voor een mooie tocht over de rivier. Het is de enige manier om het nationaal park te bereiken. In twintig minuten varen we over.
Wagler's lanspuntslangDe gids van de auto gaat met ons mee en zal ons hier rondleiden. We zijn veel te vroeg om ons in te checken in onze kamer en gaan meteen een wandeling maken. Lia trekt haar wandelschoenen aan en al na een paar meter laten beide zolen los. Thuis waren de schoenen nog grondig ingevet en niets wees op dit euvel. Gelukkig heeft ze nog gympen bij zich, die ook prima voldoen. De gids wil graag die wandelschoenen. Hij mag ze hebben. Zo krijgen ze ongetwijfeld een tweede leven.
Het is ongeveer vijfhonderd meter lopen van de boot naar het restaurant waar we onze bagage af kunnen geven. Onderweg zien we een giftig groen slangetje, een Wagler's lanspuntslang, grote zwijnen met enorme snorren en de eerste neusapen, de grootste Aziatische slankaap. Ze worden ‘Orang Belanda' genoemd naar de Nederlandse kolonisten met hun blonde haren, dikke buiken en grote neuzen. Alleen de mannetjes hebben zo'n grote neus die slap naar beneden hangt en indruk moet maken op de vrouwtjes.
Ook vandaag schijnt de zon, maar gelukkig is het grootste deel van de wandeling in de schaduw. Ook zo zijn we binnen de kortste keren doorweekt van het zweet.
We lopen over smalle paden, soms bestaande uit alleen maar wortels, soms een aangelegd wandelpad. We klimmen en klauteren op en neer. We zijn in een uitgebreide jungle met mangrovewouden en stranden. Je mag hier niet zwemmWild zwijnen, want er zitten te veel krokodillen.
We zien wat mutslangoeren (Silver Leaf Monkey), een moeder met een kleintje, een gekleurde hagedis, rode libellen, en in het mangrovebos waar het nu laag water is, zitten gekleurde wenkkrabben, waaronder felblauwe. Dicht bij het restaurant zitten meer neusapen. Ook langstaartmakaken, waar je voor op moet passen, want ze zijn zo brutaal, dat bij het restaurant ze eten en drinken van de tafels willen stelen. Stokken bij de hand houden!
Na de lunch kunnen we onze kamer betrekken. Het is simpel, maar wel de meest ‘luxe’ van het complex. De meeste kamers zijn slaapzaaltjes met gedeelde douches. Wij hebben in een huisje een eigen ruime kamer met eigen badkamer. Het is er kaal, oud en versleten, maar de bedden en de vloer zijn schoon en er is een fan. De ramen moeten we dichthouden voor de apen, maar dan komen er ook geen insecten binnen.
Om 16:00 uur maken we nog een wandeling. Het is nog steeds droog, zonnig, erg warm, erg erg zweterig. We zien bomen met witte naalden die men in de blaaspijpen gebruikt. Als er op een fruitboom geen insecten kruipen, is het fruit niet te eten. Als een neusaap iets eet, dan kan de mens dat ook eten. Echter, als een luiaard iets eet, is het giftig voor ons. We zien wat eekhoorns en dicht bij het restaurant meer neusapen, o.a. een moeder met jong en eentje die het pad oversteekt. Mooi.
Het is stil in hetNeusaap bos. Alleen wat vogels en insecten hoor je.
We halen een biertje in het restaurant en drinken dat op ons terras voor onze kamer op.
Een Italiaan komt vertellen, dat er meer neusapen zitten en wij gaan, uiteraard, weer kijken. Het blijven hele rare beesten.
Uitkijken voor de makaken die de brug terroriseren. Sommige gasten durven er niet over. De oplossing is een grote stok om mee te slaan.
’s Avonds is er een nachtwandeling waar een stuk of twintig mensen aan mee doen. Er zijn vier gidsen en wij verwachten dan, dat we opgesplitst worden. Maar nee, de hele groep loopt achter elkaar. Als ze vooraan iets zien, is dat bij de vijfde persoon al verdwenen. De achtersten zien dus weinig. We zien wel een vliegende kat, ook wel vliegende lemur of colugo genoemd, die niet echt kan vliegen, maar wel van boom naar boom kan zweven. Er zit ook een grote uil, zo’n zeventig centimeter, die snel weg vliegt, vuurvliegjes en witte paddenstoeltjes die je het best ziet in het pikkedonker. Voortijdig verlaten we de groep en wandelen terug naar ons huisje. Zonder zaklamp is het stikdonker.

Dinsdag 11 juniBako NP, naar Kuching
MutslangoerWe hebben ’s nachts de fan op één staan; dat is genoeg. Het bed is wel erg hard, maar we slapen genoeg.
Bij het ontbijt gaan andere toeristen buiten eten. Ze gillen als er makaken op hun eten afkomen en dan snellen ze naar binnen. Lachen.
We maken nog een trek, wat pittiger, meer omhoog en omlaag. Boven is het nog warmer, omdat hier geen bomen zijn. Het is droog en zonnig. We raken doorweekt. We zien witte orchideeën, insectenetende planten, van die bekers. Er staan er heel veel, maar veel zijn er verdroogd. Wij vragen ons af hoe dat hier kan, in dit klimaat. Misschien staan ze overdag te veel in de felle zon. Op het laatste stuk zijn alleen maar trappen naar beneden, naar een strandje. Lia’s knie begint wat op te spelen en we besluiten om met een bootje terug te gaan. Die liggen daar altijd uit voorzorg klaar. Een kort tochtje langs mooi gekleurde rotsen. Ergens zit een watermonitor. Weer terug zien we tientallen slijkspringers en twee mutslangoeren. De neusapen laten zich vandaag niet zien. De zwijnen hebben vandaag hun kleintjes bij zich. Wat zijn het rare beesten; ze zijn mooi van lelijkheid.
We varen terug naar Bako Kampong en wachten even op de auto. Wij zijn er wat vroeger dan afgesproken. We rijden naar Kuching waar we in een hotel dichtbij Chinatown zitten. We douchen en spoelen meteen onze kleren uit. Na een dutje maken we een wandeling door het centrum. Niet zo heel veel te zien. Op de bovenverdieping van het hotel drinken we een gratis glaasje lemon en nemen ook meteen de happy hour aanbieding van zes Tigerbier voor 60 RM. We hebben mooi uitzicht over de rivier.
Voor het eten struinen we wat rond en komen bij het door velen aanbevolen Topspot-restaurant. Wij vinden het veel te massaal en gaan naar een Chinees. Voor 60 RM eten we vier schotels en drinken we vier blikjes bier. € 6 p.p.

Woensdag 12 juniNaar Semenggoh Nature Reserve, naar Batang Ai NP
Orang-oetangEen uitgebreid ontbijt is er, naar we eten niet zo veel. We zitten nog vol van gisteren.
Dan gaan we op weg naar het zuiden, naar een Iban-longhouse in het Batang Ai NP.
Onderweg bezoeken we eerst het Semenggoh Nature Reserve, waar het orang-oetangs opvangcentrum zit voor gewonde en wees geworden orang-oetangs. Ze leven hier in het wild, maar worden nog twee keer per dag bijgevoerd. Vijf maken daar vandaag gebruik van. Eerst een moeder met een jong. Later nog drie anderen. Er is duidelijk verschil in rang. De oudste heeft het recht om eerst en zoveel te eten als hij wil. De anderen moeten wachten. Eentje is er beduidend kleiner dan de andere twee en mag af en toe iets wegkapen. Ze houden op de voederplek allemaal de kabel waar langs ze komen en weer weg gaan, krampachtig met één arm vast. Een uur lang blijven we gefascineerd naar deze dieren kijken. Vooral in de zon hebben ze een mooie oranjebruine vacht. Prachtig.
We rijden naar de markt van Serian. Het ligt dicht bij de grens met Indonesisch Borneo. Er wordt veel groente verkocht en we zien enkele voor ons onbekende soorten. Op het visdeel gaan we op zoek naar slangenvlees, maar of het is er vandaag niet of het is uitverkocht. Martijn wordt aan alle kanten aangestaard. Zulke lange mensen zien ze hier niet vaak. En zo lang is hij nou ook weer niet: 1.94 meter.
We rijden verder en de weg wordt slechter. De snelweg is in aanbouw.
We lunchen onderweg in Lachau. Er zitten meer toeristen. Een groep krijgt een glas heet water waar ze de stokjes en bestek uit de bak die op tafel staat, inzetten. Om te ontsmetten. Het moet niet gekker worden.
We kopen grote zakken met veel kleine zakjes chips voor de kinderen in het longhouse. Het is gebruikelijk, dat als je een longhouse bezoekt, iets meeneemt. We kopen ook een sarong voor 15 RM. Zo goedkoop zijn ze in Indonesië al lang niet meer.
De meeste toeristen zijn op weg naar het resort, waar ze twee nachten zullen blijven. Overdag maken ze dan een uitstapje naar een longhouse. Wij overnachten één nacht in het resort en één nacht in een longhouse. Alleen Duitsers en Nederlanders doen dat. Italianen en Fransen vinden dat te primitief.
Mengiling LonghouseEr zijn twintig longhouses in de omgeving. Sommige zijn niet toegankelijk voor toeristen, andere hebben het er druk mee; bij de ‘onze’ komt alleen deze touroperator waar ook Sawadee contacten mee heeft. De touroperator heeft hier permanent twee kamers gehuurd.
Onderweg naar het Mengiling Longhouse krijgen we een bui, maar die duurt niet lang. Bij het stuwmeer stappen we in een longboot die ons naar het longhouse brengt. Er zitten kleine houten stoeltjes in.
Gelukkig is het droog. Het is een kleine drie kwartier varen.
Het longhouse ligt tegen een heuvel en heeft daardoor verschillende hoogtes. Het is gebouwd op palen en er wonen vele families samen in het grote, uitgestrekte huis in de jungle. Er is een ongeveer vijf meter brede gang met aan de zijkanten voor iedere familie een aparte grote ruimte om te wonen, te koken en te slapen.
Er is een special gastendeel met bedden met muskietennetten. We krijgen een rondleiding, ontmoeten de chief en andere bewoners. Het eigenlijke longhouse ligt aan de overkant, maar tig jaar geleden is er onenigheid geweest en zijn ze afgesplitst. Aan de andere kant van het water ligt een nieuw stenen longhouse op hun te wachten. Het lijkt ons af, maar ze vertellen, dat het misschien nog vijf jaar duurt voor ze daar in kunnen. Ze hebben nog niet genoeg geld. Het oude huis is van hout en oud. Telkens als er iemand trouwt, wordt er een deel aangebouwd. Voor de deur hebben ze een stukje in de rivier afgezet voor een zwembad. Wij zijn de enige gasten.
Er zijn twee wc’s annex douches speciaal voor de gasten. De bewoners hebben beneden boven de rivier een aantal kamertjes daarvoor. Er lopen honden, een poes en kippen rond. Andere kippen zitten in een kooitje. Dat blijken de vechtkippen te zijn. Er worden, hoewel verboden, wedstrijden mee gedaan.
Er zitten weinig dieren in de omgeving. De Iban schieten alles af. Vroeger gebeurde dat met een blaaspijp, nu met een geweer. Per maand krijgen ze tien kogels en ze moeten de gebruikte hulzen inleveren.
Ooit stonden de Iban bekend als geduchte koppensnellers. Dat is allang verboden. Maar in de jungle leven zij nog op traditionele wijze in hun longhouses. Ze halen alles uit de natuur: vlees, groente, vis. Ze hebben een paar kippen voor de eieren. En om op te eten natuurlijk. Pepers zijn een belangrijke bron van inkomsten. Die kunnen jaren bewaard worden. Ze verkopen het als de prijs hoog is.
We hebben eten en drinken meegebracht en onze gids kookt. Dat heeft hij meer gedaan. De mensen daar eten er van mee. Rundvlees, rijst, maniok, ei en een plaatselijke groente. Smaakt prima. We zitten buiten, droog onder een aluminium afdak. Fijne temperatuur.
Iban-dansAvondroodAls de zon ondergaat, kleurt de lucht rood. Knalrood. Een voorbode voor een enorme hoosbui. De generators gaan aan, zodat de lampen kunnen branden.
De oude mannen hebben tatoeages. Die worden gezet als ze vreemde, verre plaatsen hebben bezocht. Elke tatoeage heeft zijn eigen verhaal. Martijn maakt een foto en print er eentje uit voor die man. Dat vindt hij prachtig. Magic.
Ze hangen de meeste tijd maar wat rond. Ze roken, drinken en worden oud. Ze kennen geen stress. Behalve de chief, die alle problemen op moet lossen.
’s Avonds wordt er voor ons gedanst. Er wordt een fles tuak, rijstwijn, tevoorschijn gehaald, die we onder het dansen opdrinken. Twee mannen en een vrouw zijn prachtig uitgedost. De mannen dragen hoofddeksels met enorme veren, de vrouw heeft veel kraaltjes en munten op haar kleding. Mooi om te zien. Op het eind moeten we natuurlijk mee doen.
De door ons gekochte zakken worden verdeeld. Er worden tien stapeltjes gemaakt, voor iedere kamer één. Ook onze uit Nederland meegenomen stroopwafels worden er bij gelegd. Als ieder zijn deel krijgt, zijn alle stroopwafels binnen een kwartier op. Ze vinden het leuk om eens wat anders te krijgen.
We laten ons mapje met foto’s van Nederland zien, dat ze zeer geïnteresseerd bekijken. Via onze gids worden over en weer vragen gesteld en beantwoord.
Voor de nacht worden er twee kleine olielampjes aangestoken, wij gaan naar bed en de generator gaat uit.
Het regent de hele avond en nacht.

Donderdag 13 juniBatang Ai NP
Omdat het de hele nacht geregend heeft, is het niet veilig om achter het longhouse te gaan wandelen. De grond loopt omhoog en het is glibberig. De chief bepaalt of het wel of niet kan.
Na het ontbijt laten de mannen hun lange blaaspijp zien. Die hebben ze zelf gemaakt en gaan jaren mee. Ze hebben binnen een grote piepschuimen schietschijf opgehangen en wij mogen met de pijltjes schieten. Na een paar pogingen treft Martijn het middenpunt, de bull. Het lukt hem ook om twee pijltjes snel achter elkaar weg te blazen.
TotembeeldDaarna drinken we een glaasje whisky. Waarom nu, vragen we ons af. Het is nog geen tien uur in de ochtend.
We gaan naar het Mengkak Longhouse, eentje dat veel toeristischer is en deze kunnen we vergelijken met Mengiling Longhouse. Het is maar vijf minuten varen en het is net droog. Bij de ingang staan een totembeeld en een offerpaal. We wandelen hier een stukje omhoog en zien allerlei gewassen die ze hier hebben. Rubberbomen, sereh, ananas, zwarte peper, gekleurde pepertjes, bananen, maniok en andere ons vreemde groenten en planten. Het pad is soms wat steil en glibberig. De steekbeesten hier hebben het voorzien op onze gids en bootsman. Wij hebben ons twee uur geleden ingesmeerd en nu lusten ze ons niet. Zij zijn constant insecten aan het weg slaan.
We zijn net binnen als het weer begint te regenen.
Dit longhouse is helemaal gelijkvloers waardoor er een enorme lange gang te zien is. Het ziet er wat luxer uit. Voor veel deuren en ramen hangen geestenvangers. Er is permanente verlichting en een koelkast. Nadeel is dat, als je hier overnacht je in muskietententjes op de gang moet slapen. Er zijn nogal wat toeristen in een kamertje en die krijgen dezelfde dans te zien als de onze van gisteren. Wij zitten in de keuken met de plaatselijke bevolking en een fles tuak. Mengkak LonghouseOok nu is het nog geen twaalf uur. Er lopen hier meer getatoeëerde mannen rond. Er zijn hier meer lokale jongere mensen en die zitten ook ruim aan de tuak. We hebben ze niets anders zien doen dan lui rond hangen.
Als we terug gaan naar ons longhouse is het weer droog. We hebben mazzel gehad met de regen.
We krijgen nog een lunch waarvoor een aantal gerechten is klaar gemaakt in bamboestengels. Het smaakt wederom prima. We nemen afscheid van de bevolking en het longhouse en varen in een half uurtje in de zon naar het Aiman Batang Ai Resort.
Het meest primitieve deel van de vakantie zit er op. Het was erg leuk! We hebben er van genoten.
Het eten is een buffet met heel veel lekkere dingen en we eten dus veel te veel. Het bier is hier duur; meer dan twee keer zoveel als elders. Met het afrekenen gaat iets fout in ons voordeel en dan valt het weer mee.

Vrijdag 14 juniNaar Kuching
Het regent. Zachtjes dit keer, maar toch.
De overtocht is nu in een overdekte boot en duurt een half uur. We rijden terug naar Kuching. Onderweg zien we in de berm heel wat witte orchideeën. Verder is er niet veel te zien. In Lachau wandelen we nog een keertje over de markt.
Het is gestopt met regenen en de zon komt langzaam door.
Het is druk op de weg met vrachtverkeer.
Vlak voor Serian lunchen we in een andere tent dan op de heenweg met o.a. overheerlijke vis en kip. Echt lekker.
Naar Kuching is het nog vijf kwartier. Dichtbij de stad is het erg druk en zitten voor elke rotonde in een file. Er zijn heel wat rotondes. We zitten in het zelfde hotel als een paar dagen geleden. We lopen naar buiten om geld te pinnen. Dat blijkt dichtbij te zijn. Handig.
We drinken het citroendrankje op het dakterras en ook de happy-hour-Tiger-aanbieding. Er is vandaag een bbq en het wordt vrij druk. Er zijn veel chique aangeklede jonge lokale dames en die drinken allemaal bier.


Zaterdag 15 juniNaar Gunung Mulu NP
We houden ons in bij het ontbijt en maken ons klaar voor de vlucht naar Mulu. Het hotel heeft een airportservice en binnen de kortste keren zijn we op het vliegveld, hebben we de bagage afgegeven en zijn we ingecheckt. We vliegen anderhalf uur. Het vliegtuig zit nog niet half vol.
Eenmaal aangekomen is het een korte rit naar het rainforesthuisje waar we twee nachten zullen zitten. Een mooi, nieuw huisje, ruim, met fan, airco en terras. Het heet Langsat, hoe toepasselijk voor Martijn.
Witte lantaarnvliegWe krijgen een wit polsbandje. Mensen die op andere dagen zijn gekomen of met een ander programma dragen een andere kleur.
Om 14:00 uur beginnen we een wandeling met privé gids. Een privé gids, die voor het reisbureau werkt en niet voor het park, omdat hij geen andere klanten heeft. We vinden het sowieso niet zo druk. Er zijn hier vier grotten in de buurt, die we gaan bezoeken. Vandaag twee en morgen twee. We wandelen drie kwartier over vlonders dwars door de groene jungle. Onderweg vertelt de gids over planten, dieren, natuur en stammen hier in de omgeving. Zelf komt hij uit een familie van fanatieke koppensnellers. Maar dat is al weer een poosje verleden tijd. De Engelsen hebben er voor gezorgd, dat nu alle stammen vreedzaam met elkaar om gaan.
We zien o.a. een witte lantaarnvlieg, een raar wit insect met een rode neus.
Eerst gaan we naar de Langs-Cave. Wij vinden hem groot, maar later blijkt, dat het slechts een kleine grot is. Er zijn veel stalactieten en stalagmieten. Overal drupt water, soms in enorme stralen waar je onder zou kunnen douchen. Een mooie grot.
Daarna is de Deer-Cave aan de beurt. Deze grot is werkelijk enorm groot. Vroeger kwamen hier herten drinken van het mineraalrijke water. Door de plaatselijke bevolking werden ze met blaaspijpen afgeschoten. Op het plafond huizen miljoenen vleermuizen. Het stinkt er enorm. Er liggen grote bergen met uitwerpselen. Ook hier veel neervallend water. Soms lijkt het alsof het regent. Als je goed kijkt, kun je op bepaalde plaatsen ragfijne draadjes van zo’n dertig centimeter dicht naast elkaar zien hangen als een gordijntje. Ze blijken van een worm die op deze manier insecten probeert te vangen. Als je op een bepaalde plaats gaat staan, lijkt het alsof er bij de ingang in de rotswand een hoofd zit. Ze noemen die Abraham Lincoln. Overal liggen vlonders, zodat we veilig door de grot kunnen lopen.
VleeermuizenBeneden bij de uitgang staan lange rijen banken opgesteld voor de exodus: het uitvliegen van miljoenen vleermuizen, die dat elke dag tegen de avond doen. Als het droog weer is; anders blijven ze binnen of komen later in de nacht, maar dan kun je ze niet zien. Ze blijven de hele nacht buiten om te eten.
Er zit een man of vijfendertig te kijken. We moeten wel geduld hebben, maar goed zes uur verschijnen ze in grote wolken. Prachtig om te zien. Telkens weer verschijnt een nieuwe vlucht, die al wervelend en constant bewegend door de lucht vliegt.
We lopen in sneltreinvaart in een half uur terug om voor het donker weer terug te zijn. We horen een heleboel kwakende padden en zien er een paar op het pad zitten. We zijn bijna bij ons huisje als het wat begint te druilen. Veel is het niet en je wordt er niet echt nat van.
We frissen ons even op en gaan dan naar het café voor een welverdiend biertje. We drinken dit rustig op en zweten ondertussen nog steeds. Nog eentje om bij te komen voor we het eten bestellen. Je bestelt, betaalt en krijgt een nummer op een standaard mee. Het eten komt vrij snel en smaakt prima.
We kruipen weer vroeg onder de ‘wol’.

Zondag 16 juniGunung Mulu NP
We ontbijten in het café met gebakken eieren en pannenkoeken.
Daarna vertrekken we met een longboot door de groene jungle over de Melina-rivier naar Batu Bungan, waar men op een lokale markt toeristenspulletjes verkoopt. Niet echt leuk.
Wij zijn het eerste groepje, dat vanochtend vertrokken is; de rest zit een kwartier achter ons. Eenmaal op de markt begint het te regenen. Omdat het er niet naar uit ziet, dat het snel op zal houden, trekken we regenjassen aan en pakken alles wat niet nat mag worden, waterdicht in. Alles daar buiten wordt zeiknat.
Naar de Wind CaveClearwater CaveHet is tien minuten varen naar de Wind-Cave. Deze is zo genoemd, omdat er binnen een heerlijk briesje staat. Er zijn veel mooie stalactieten en stalagmieten. Ook hier zijn overal vlonders aangelegd om de wandeling eenvoudig te houden.
We drinken door de gids meegebrachte koffie en thee. Als het droog zou zijn, is dit een idyllisch plekje. Naar de Clearwater-Cave is van hier uit tweehonderd treden omhoog. Binnen bij de ingang zien we bizarre stalactieten. Het is een gigantische grot, waar nog steeds onderzoek wordt gedaan. De meeste delen zijn alleen toegankelijk voor professionals. Hier veel trappen binnen en beneden stroomt een ondergrondse brede rivier dwars door de grot. Bizarre vormen hebben de stalagmieten hier. Prachtig. Het voordeel, dat we vanochtend als eerste zijn vertrokken, is dat we overal alleen zijn. Telkens als wij vertrekken, komen er nieuwe groepjes. Eenmaal buiten gekomen, is het zowaar droog geworden. We lunchen lekker met het meegebrachte eten. Daarna varen we weer terug naar onze kamer. We douchen en hangen alle natte spullen buiten op. Daarna maken we nog een klein rondje over het terrein, zien mooie vlinders, rode libellen met dubbele vleugels, een groot zwartgeel insect, een kolibrie en een bessenetende vogel.
We hebben een rustige namiddag.
Tijdens de borrel schuiven twee Australiërs aan, die we de afgelopen dagen vaker zijn tegen gekomen. Zo gezellig met elkaar gebabbeld, dat we bij hen thuis zijn uitgenodigd. We hebben hun kaartje.

Maandag 17 juniNaar Bandar Seri Begawan (Brunei)
Na het ontbijt worden we naar het vliegveld gebracht voor de korte vlucht naar Miri.
Het is een klein vliegveld en als wij aankomen, zijn we de enige passagiers. Het personeel is blij, dat ze wat kunnen doen. Binnen Maleisië mag je water meenemen in de handbagage.
Omar Ali Saifuddin-moskeeIn Miri worden we opgewacht en met een grote, oude auto rijden we naar Bandar Seri Begawan, de hoofdstad van Brunei. De grensovergang duurt een kwartiertje. We vullen een formuliertje in en dan mogen we zo door. Het is nog honderddertig kilometer rijden.
Brunei is zo’n beetje het rijkste land ter wereld. Met al dat geld, dat er is, zouden ze wel eens wat aan de weg kunnen doen. Voor de goede snelweg moet je tol betalen.
De planten en bosjes in de velden zien er overwegend droog uit. Verderop worden ze weer groen. Er is weinig te zien onderweg. Bomen, soms een riviertje, wat blokken huizen, die er nieuw uit zien.
Bandar Seri Begawan is geen grote stad; meer een groot dorp. Erg uitgestrekt, maar geen hoge flatgebouwen. Wel veel moskeeën met gouden koepels.
Het verkeer rijdt hier een stuk rustiger, voetgangers krijgen overal voorrang. Er rijden weinig dure auto’s rond. In zo’n rijk land hadden we die veel meer verwacht.
Na het inchecken in het hotel, dat in het centrum ligt, gaan we eerst geld pinnen, Brunei dollars, en lopen dan wat rond. Het is overal erg rustig. De ene vrouw loopt met een gekleurdKampung Ayer in de Brunei-riviere hoofddoek, de ander zonder. Hele gelaatsbedekking zie je niet.
We komen al snel bij de Omar Ali Saifuddin-moskee, waar de negenentwintigste sultan van Brunei, Hassanal Bolkiah, woont. De moskee is voor niet-moslims open op bepaalde tijden. Binnen is, behalve een aantal mooie ramen, weinig te zien. De Teng Yun-tempel, een mooie traditionele Chinese tempel, is van binnen veel mooier. Er wordt volop gebeden en geofferd. Bij de Brunei-rivier liggen bootjes om je naar de overkant te varen. Hier ligt het dorp Kampung Ayer, dat gebouwd is op palen waar dertigduizend mensen wonen.
’s Avonds eten we bij de Japanner. Dit gebouw ligt aan de rivier en heeft uitzicht op de verlichte brug die door de Koreanen is gebouwd. Het restaurant is vol, maar er is wel plaats bij de keuken, waar we de mensen aan het werk kunnen zien. Wel zo leuk eigenlijk. We drinken er frisdrank bij, want alcohol is in Brunei niet te koop. Men geeft hier in het land geen fooi, wat wij wel zo prettig vinden.

Dinsdag 18 juniUlu Temburong NP
Ulu Temburong NPWe maken een dagtocht naar Ulu Temburong NP, dat in de jungle van Batu Apoi ligt. Dat is het andere deel van Brunei. Tussen die delen ligt een stukje Maleisië. Met de openbare jetty, de waterbus, varen we naar Bangar in 45 minuten. Hij vaart soms 50 km/ uur. We hadden verwacht, dat we buiten om, over zee, zouden gaan, maar we steken Maleisië door. Daarom moeten we vóór vertrek onze namen op een lijst schrijven met onze paspoortnummers. We hoeven onze paspoorten niet mee te nemen en we weten de nummers niet uit ons hoofd. We maken er maar wat van.
Het is een mooie tocht dwars door de jungle. Slechts heel af en toe zien we een huis. En zowaar ook één neushoornvogel. Dat is hier uitzonderlijk, want de lokale bevolking heeft hier veel te veel jaren op veel te veel vogels gejaagd, zodat er bijna geen meer over zijn. Die zijn letterlijk naar andere delen gevlogen. Geef ze eens ongelijk.
We reizen deze dag samen met twee Maleiers en twee Zuid-Koreanen. Er is ook een groepje Chinezen, dat ongeveer dezelfde route doet en ons is verteld, dat wij uit de jetty moeten stappen als zij dat ook doen. Zo gezegd, zo gedaan.
Canopy-walkwayWe worden met een auto naar Freme gebracht, waar een restaurant langs de waterkant staat. We krijgen thee, gebakken banaan, gebakken zoete aardappel en rijstrolletjes. Daarna varen we met twee longboaten een half uur de rivier op. Het water is bruin en vrij woelig. Als we uitstappen, wachten trappen op ons. Trappen naar een canopy-walkway. Er komt geen eind aan die trappen. Telkens als we denken, hè, hè, we zijn er, verschijnen er om de bocht weer nieuwe. Het blijken er ongeveer achthonderd te zijn. We worden gevolgd door de Chinezen. Waarom praten die toch altijd zo veel en zo hard. Ze zijn altijd zo herkenbaar.
Dan moeten we alle trappen van die hoge metalen stellage op, zo'n tweehonderd. Het is vandaag zonnig en zoals gewoonlijk vrij vochtig. We kunnen onze kleding letterlijk uitwringen.
Eenmaal boven kijken we helemaal boven de bomen uit. Jammer, dat er hier geen vogels zitten. Maar als ze er wel zouden zijn geweest, dan hadden die luid kwetterende Chinezen ze wel verjaagd. Die gaan echter niet naar boven. Wel de gewone trappen op, maar niet die van de canopy-walkway.
Terug naar Freme stoppen we bij een kleine waterval met een vijver er voor. We trekken onze schoenen uit en waden door het water. Binnen de kortste keren zitten er tal van kleine, donkere visjes aan onze tenen te knabbelen. Het kriebelt. Het is waarschijnlijk wel goed voor Martijn's kalknagels.
Door de Koreanen gebouwde brugIn Freme krijgen we een lunch, daarna een uur pauze, en dan maken we ons klaar voor een zipvlucht over de rivier. We mochten kiezen; raften was ook een optie, maar daar is het water hier lang niet wild genoeg voor. We worden ingesnoerd, helmpje op en lopen over een hangbrug naar de andere van de rivier. We worden gezekerd en één voor één zweven we naar de overkant. Leuk. De Chinezen hebben zich ondertussen allemaal omgekleed in nette kleding, het lijkt wel of ze gedoucht hebben, en ze maken zich opnieuw op. Rare lui die Chinezen.
Snel rijden we terug naar Bangar om de boot terug naar Bandar Seri Begawan te halen. Dat lukt net.
In het hotel spoelen we al onze kleren uit. Ze staan stijf van het zweet. Alweer.
We eten bij een Chinees op de eerste verdieping, die er vanaf de straat gezellig uit ziet. We kunnen eerst de ingang niet vinden. We gaan met de roltrap naar boven, maar daar is hij niet. Wij weer naar beneden. Daar hangt een bord, dat het alleen met de lift te bereiken is. Het eten is lekker. We willen medium porties bestellen, maar dat mag niet van de bediening. Kleine porties zijn genoeg, wordt gezegd. Dat klopt ook.
We lopen langs wat verlichte gebouwen terug naar het hotel. Mooi.
Vroeg naar bed.

Woensdag 19 juniNaar Kinabalu NP (Maleisië-Borneo-Sabah)
Vroeg op voor de vlucht naar Kota Kinabalu in Sabah in Maleisië . We hebben drie ophaaltijden doorgekregen. We gaan uit van de middelste, om 6:45 uur, waarvoor we een voucher hebben. Dan hebben we nog de mogelijkheid om te ontbijten. Het restaurant opent om 6:30 uur en we zijn welkom als we vijf minuten te vroeg arriveren. We kunnen nog gebruik maken van het zeer uitgebreide buffet.
We worden opgehaald met een spiksplinternieuwe Toyota en in een kwartier naar het vliegveld gereden. Nu mag er geen water mee in de handbagage.
We maken de laatste Brunei dollars op in de winkeltjes en wachten op het vertrek.
Dit keer vliegen we met AirAsia, een prijsvechter. Dat is wel te merken aan de beenruimte. Martijn krijgt zich net in de stoel geperst. De andere vluchten maken we met Malaysia Airways, maar die vliegt hier niet. We hadden geen andere keus.
We vertrekken te vroeg en komen op de vertrektijd in Kota Kinabalu aan. Grappig.
Het is maar een kort vluchtje, maar toch krijgen we een warme hap en beker water met een te kort rietje. Het eten is zo warm, dat je drie happen kunt eten, voordat de daling wordt ingezet en men alles op komt halen. Volgens stikkers op elke stoel is er gratis wifi aan boord. Op de eerste plaats zijn ze niet te lezen. We maken een foto met de telefoon om de tekst uit te vergroten. Op de tweede plaats werkt het niet. Het vliegtuig is nog niet voor een kwart vol.
We zijn snel door de douane en in de aankomsthal komt de bagage al voordat we een karretje kunnen pakken.
In twee uur rijden we naar Kundasang, aan de voet van Mount Kinabalu. We rijden het binnenland in en komen op ongeveer 1.500 meter. Hier is het, ondanks de zon, een lekkere temperatuur. Het is ook niet zo vochtig. Op de markt vermaken we ons een half uur en kopen twee dezelfde sarongs om een tafellaken van te maken. Omgerekend kosten deze samen € 5; na het afdingen. We zijn wel benieuwd of ze van dezelfde kwaliteit zijn als die anderen die we dertig jaar geleden in Indonesië hebben gekocht. Bij het uitkijkpunt zien we Mount Kinabalu liggen. Het grootste deel ligt in de wolken, maar de top stijgt er fier bovenuit.
Hier is veel meer landbouw dan we tot nu toe gezien hebben. Veel groente wordt geëxporteerd.
SabelsprinkhaanWe zitten in het Line Resort. We zijn een uurtje te vroeg om in te checken en wandelen wat rond. We zitten nu op 1.200 meter en zien veel bloemen die het in Nederland ook goed doen. Een aparte grote groene sabelsprinkhaan maakt zijn opwachting. Het begint wat te miezeren, wat iets later overgaat in echte regen. Het duurt niet lang. We krijgen een kamer met groot balkon buiten. Het uitzicht is drie keer niks. We kijken op wat (half afgebouwde) rommelige huizen. Maar als de wolken optrekken, zouden we Mount Kinabalu kunnen zien liggen.
Om half zes zien we de lucht helemaal dicht trekken en we besluiten om naar de bar te lopen voor de bui los barst. Na twee dagen zonder bier in Brunei lusten we er wel weer eentje. De bar is gesloten, hoewel aangegeven staat, dat hij nu open zou moeten zijn. Al snel komt een jongeman hem openen. De bar heeft geen bier. Alleen wijn. Nou drinkt hier in Borneo bijna niemand wijn. Geen wonder, dat er dus niemand in de bar zit. De winkel die er bij hoort, verkoopt wel bier. Wat is nou simpeler voor die barkeeper om daar voor ons een biertje te halen. Het is dertig meter lopen. Hoe moeilijk kan het zijn. En waarom heeft hij niet gezorgd, dat er overdag in het dorp bier gehaald wordt? Dik minpunt. We kopen een sixpack in de winkel en drinken dat op ons balkon op. Gelukkig is dat overdekt, want het trekt aan alle kanten helemaal dicht en binnen de kortste keren regent het. Van de omgeving is niets meer te zien Orchideedoor de mist. We trekken er een trui bij aan. Zo warm is het niet meer. Het stopt met zachtjes regenen en het komt met bakken uit de hemel. Zolang het overdag maar droog is, mag het van ons ’s nachts zo veel regenen als het maar wilt.
Internet doet het ook al niet.
Tot nu toe zien we heel weinig westerse toeristen. Veel Chinezen, Zuid-Koreanen, Maleiers. Bijna iedereen spreekt verstaanbaar Engels. Hier in de Pine Resort zien we geen blanken. Ook niet in het restaurant. Alcohol is daar verboden. Waarom in vredesnaam? Er is alcohol in de bar en in de winkel. Waarom niet in het restaurant? We eten het menu van de dag. We krijgen zo verschillende schotels die we anders nooit zouden bestellen. Er zou rendang bij moeten zitten, maar die ene vleesschotel die er bij zit, is dat beslist niet. Het is allemaal wel lekker, maar toch. Niet wat het zou moeten zijn. Beetje vreemd. Kopje thee erbij.
In de winkel halen we een afzakkertje voor op ons terras. We kopen er ook poncho's, van die plastic wegwerpdingen. We zitten de komende dagen nogal eens in een boot en we zijn bang, dat we het niet droog zullen houden.
Het is ondertussen droog geworden.


Donderdag 20 juniKinabalu NP
Mount KinabaluLia staat om 6:00 uur op om de Mount Kilabalu in zijn geheel te kunnen zien. Er is een man of twintig op het uitkijkplatform. De berg is helemaal helder en de lucht kleurt een beetje. Mooi gezicht. Dat duurt niet lang. Zodra de zon opkomt, een kwartiertje later, verschijnen de eerste wolken weer.
Vandaag gaan we de omgeving van het nationaal park verkennen. Eerst rijden we naar het park zelf waar we de botanische tuin bekijken. Er groeien hier veel orchideeën, waaronder de kleinste ter wereld. Deze is slechts enkele millimeters groot. In een apart deel groeien heel bijzondere orchideeën en grote insectenetende bekerplanten, die wel anderhalve liter water kunnen bevatten. Ook bamboe-orchideeën staan in bloei. We zien een paar kleine vogels. De een is een buulbuul, de ander weet ik niet meer. Er groeien achtentwintig soorten gember.
We komen warempel de Australiërs uit Mulu tegen. Grappig. Ook een Koreaanse familie herkent ons en zegt gedag.
Tijdens een vroege lunch in een lodge zien we een paar mooie spinnen. Daarna rijden we naar Poring Hot Spring. Poring is het Maleisische woord voor bamboe. Een warme zwavelbron van zo'n 60° borrelt hier omhoog. Men heeft hier baden gemaakt waarin gebadderd kan worden; in minder heet water natuurlijk. We doen dat niet, maar lopen naar boven voor de canopy-tour. Deze is totaal anders dan die in Brunei. Geen hoge stalen stellage, maar houten wiebelige planken. Uiteraard met stevige netten aan de zijkanten. Hij is ook niet zo hoog, maar hoog genoeg. Mooie tocht.
We zien een meter lange leguaan over de weg lopen.
Insectenetende bekerplantRaflesiaDaarna kiezen wij er voor om naar een bloeiende raflesia te gaan kijken. Die zijn zeldzaam en de grootste bloem op aarde, zo'n zeventig tot negentig centimeter in doorsnee. Een knop doet er negen maanden over om open te gaan. Eenmaal open, bloeit hij slechts vijf dagen. We zien drie grote knoppen en één bloem die voor de vijfde dag open staat. Hij begint al te verwelken. Prachtig.
Ook hier worden we herkend door Koreanen. Leuk.
We zijn bijna bij de auto als het begint te regenen. Eenmaal erin wordt het een enorme hoosbui. Het programma voor vandaag is klaar en dus is dat niet erg. Bij een Chinees restaurant kopen we wat blikjes bier die hier de helft kosten dan in de winkel van het resort.
Op ons terras zien we het opklaren en de bergtoppen laten zich ook even zien. Mooi met die flarden mist er onder. Het trekt even later weer dicht en is er alleen mist te zien.
Het tablet is gesneuveld. Helaas. Gelukkig staat het hele verslag al thuis in dropbox.
Om 18:00uur is de berg helemaal zichtbaar. Het wisselt zo snel. Er hangt in de hele buurt een hele zoete geur van bloemen. Een minuut lang horen we vreemd tsjilpend geluid uit een boom komen. Het zijn geen cicaden; wat het wel is, weten we niet.
We eten ’s avonds weer in het restaurant. Een mevrouw van de bediening maakt zich zorgen om ons, we zijn wederom de enige westerlingen, en vraagt of het wel goed gaat. We kunnen haar geruststellen. Bij de winkel zoekt een man een fles wijn uit. Als hij onze biertjes ziet, wil hij die ook.
We zitten nu op 1.250 meter hoogte en veel mensen vinden het hier ‘s nachts zo koud, dat ze onder drie dekens kruipen. Wij vinden het juist lekker.

Vrijdag 21 juniNaar Sepilok
Om 7:00 uur gaan we ontbijten en dan is het al hartstikke druk. We zijn net op tijd vóór twee grote groepen. Een Chinees probeert voor te dringen, typisch Chinees, maar dan kent hij ons nog niet. Hij komt er niet langs. De chauffeur en gids komen net na die groepen binnen en we vertrekken een half uur te laat.
De berg is de hele ochtend helemaal zichtbaar; zonder wolkjes.
In het dorp willen we geld pinnen, maar dat lukt niet. Er zijn drie banken. Overal staan enorme rijen mensen. De meeste hebben van meerdere personen pasjes bij zich. Het duurt en het duurt. De eerste bank wil een code van onze bank. Nooit van gehoord. De tweede gaat helemaal down, terwijl wij nog niet aan de beurt zijn. Bij de derde blijven beide apparaten hangen vóór er geld wordt uitgespuugd.
We rijden naar Sepilok dwars door de bergen over een hobbelige en bochtige tweebaansweg. Grote vrachtwagens kruipen soms letterlijk omhoog en zijn bijna niet in te halen door de smalle drukke weg. Het is erg groen. In het begin is er voornamelijk jungle, later zien we alleen palmbomen die voor de palmolie geplant zijn.
We stoppen in Telupid, het enige plaatsje onderweg. Hier is één bank met hetzelfde verhaal: lange rijen, meerdere pasjes. Het verschil is, dat we hier wel geld er uit krijgen. Men is hier duidelijk geen toeristen gewend. Degene die er komen, maken gebruik van de openbare wc en gaan dan weer door. Wij wandelen het dorpje door en zien overal verbaasde en lachende gezichten. Iedereen zegt ons gedag. Leuk.
Nature Reserve in SepilokWe rijden verder naar Sepilok, dalen af en het wordt weer warmer. We doen er iets meer dan vier uur over; dat is sneller dan met het vliegtuig. We zitten in het Nature Reserve, een luxe resort en ons huisje ligt het verst van de receptie vandaan. Ruim, mooi, overdekt terras met hangmat, daarvoor water met waterplanten, waterjuffers, padden en overal bloeiende orchideeën. Prachtig. We maken een wandeling over het terrein en zien het restaurant annex bar mooi aan het water liggen. Er hangt een bordje met de tekst (ook in het Chinees), dat je stil moet zijn. Chinezen en rolkoffertjes, ze zouden verboden moeten worden.
Daarna zitten en liggen we op ons terras. Goed dat het overdekt is, want ook deze middag valt er een bui. Hij duurt niet lang en al snel is de lucht weer blauw.
We zien kleine kolibries in de bloemen zitten. Leuk.
Als we naar de bar lopen, zwemt er een watermonitor door het water. De bovenkant van zijn kop is blauw en zijn gespleten tong ook. De bar ligt aan het water, dat omgeven is door groen. Er staan ligstoelen en grote loungebanken opgesteld. De laatste vrije bank is voor ons. Overal hangen fans en hoewel er aardig wat mensen zijn, is het heerlijk rustig. Geen Chinees te bekennen. Er zijn trouwens alleen maar westerlingen. Veel mensen eten al om 18:00 uur, maar dat vinden wij te vroeg. Eerst drinken we een paar biertjes.
Vroeg naar bed.

Zaterdag 22 juniSepilok
Om 7:00 uur zitten we op ons bankje voor de lodge. De zon is al warm. Het enige geluid, dat te horen is, is het gezang van vogels en het gekwaak van kikkers. Wat een rust.
KolibrieBij het ontbijt zit in de planten naast onze tafel een kolibrie te eten. Prachtig zo dichtbij.
We hebben besloten om naar het orang-oetang-opvangcentrum te gaan. Ondanks het feit, dat we morgen ook al gaan. Maar hoe vaak krijg je de kans? Het centrum ligt op nog geen vijf minuten lopen. Er mogen geen tassen en water mee naar binnen. Dat is voor de makaken, die alles stelen wat los zit. Er zijn kluisjes waar we alles achter slot weg kunt zetten. We lopen over vlonders richting voederplatform. Eerst moeten we echter gaan kijken bij een soort speelplaats achter glas voor de kleinsten. Er is niets te zien en we draaien meteen om. In een boom in de buurt ligt een orang-oetang lui op zijn nest. Een bewaker vertelt, dat er vier orang-oetangs bij het platform zitten. Ondanks dat het nog niet open is, wordt voor ons de poort geopend. De andere mensen moeten doorlopen. We lopen op een houten pad van een meter breed met aan weerszijden een houten leuning We hebben nog geen twintig meter gelopen of er komt een jonge orang-oetang op de rechter leuning onze kant uit gelopen. Wat te doen? We blijven stil staan en drukken ons tegen de linker. De aap passeert ons op een meter afstand. Bij de poort staat een bewaker die de andere mensen op afstand houdt. Als de aap verdwijnt, mogen zij ook naar binnen. Tien meter verderop verschijnt de volgende orang-oetang die midden op het pad gaat zitten. Ook deze klimt op de leuning en passeert ons op korte afstand. Bij het voederplatform staan we vooraan. We laten kleine kinderen voor ons staan. Orang-oetangOp en bij het platform zitten zeven orang-oetangs, waaronder twee baby's. Wat zijn ze leuk! Ze lopen en kruipen over de kabels heen en weer. De kleintjes zijn erg onbeholpen. Als het fruit wordt gebracht, worden ze nog actiever. Het valt ons op, dat ze zich altijd of aan een kabel of aan elkaar vasthouden. Langstaartmakaken komen ook kijken en willen mee-eten. De rangorde is duidelijk. Eerst de orang-oetangs, dan de grote mannetjesmakaken en daarna pas de kleintjes.
Het is er best druk, maar je hebt geen last van die mensen. Het maakt eigenlijk niet uit hoeveel er staan te kijken. De meeste blijven een kwartiertje en houden het dan voor gezien. We kijken een uur lang onze ogen uit. Tien orang-oetangs, een mooi aantal.
De hangmat ligt weer lekker en van uit hier zien we allerlei vogels voorbij komen. Zoals een kleine paradijsvogel met een lange witte staart, een donkerblauwe ijsvogel en verschillende kolibries. Ook de watermonitor komt nogmaals langs zwemmen. De regen horen we minuten van te voren aankomen. De bui duurt wat langer dan gisteren, maar tegen zessen wordt het droog.
Het weer blijft zo vochtig, dat Lia’s gewassen haar niet wil drogen.
In de bar ontmoeten we mensen die we in Kuching hebben gezien. Die zitten in een ander resort en komen hier eten. Gezellig zitten babbelen. Afhankelijk met hoeveel personen je een grote fles bier, 650 ml, bestelt, krijg je andere glazen. Wij kringen beide een klein Tigerglas. Gisteren hadden we kleine pulletjes, terwijl iemand alleen een grote pul krijgt.

Zondag 23 juniNaar BilitMaleise honingbeer
We worden opgepikt en met onze gids gaan we eerst naar het orang-oetang-opvangcentrum. Eerst naar de babyspeelplaats waar we gisteren niets zagen. Nu zitten er vijf kleintjes te spelen. Ook deze zijn vrij om te gaan en staan waar ze willen. Meestal blijven ze hier in de buurt. Ze worden gevoederd, maar ze hebben niet veel belangstelling voor het eten. Op weg naar het voederplatform van de grotere dieren zien we een neushoornvogel vliegen, de grootste die er in Borneo zit. Net als gisteren loopt er een kleine orang-oetang op het hek naast het pad. Mooi. Op het platform komt er maar eentje op het eten af en zij gaat met de rug naar ons toe zitten. Dat is het voor vandaag. Ook geen makaken te zien. We zijn heel blij, dat we gisteren zijn geweest en er zo veel gezien hebben. Ook zijn we blij, dat we gisteren niet naar de berenopvang zijn geweest. Dit grenst aan de apenopvang en daar gaan we nu naar toe. Een verrassing voor ons, want het staat niet in het programma. Hier zitten sunbears, Maleise honingberen, een van de kleinste berensoorten.
We zien er zeven, een paar kleine, een paar middelmaten en een grote. Mooi.
Dan rijdeMutslangoer met jongn we naar Bilit. Onderweg zien we alleen palmbomen. Bilit is een klein dorp en we steken hier de brede bruine rivier over naar het Rainforest Resort. We krijgen een koud drankje en de lunch staat al klaar in de vorm van een buffet.
We hebben een huisje tussen bomen. Beetje jammer, dat ze er geen bloemen hebben geplant. Daar komen immers vogels op af. We installeren ons en gaan op het ruime overdekte balkon liggen in de twee hangmatten die hier hangen. We smeren ons in met anti-mug, want we voelen de eerste prikken al. Snel komt de bui van vandaag over. Even later volgt een tweede. Van 16:00 tot 18:00 uur maken we een boottocht over de Kinabatangan-rivier. Wij zitten met vijf gasten en twee gidsen in één boot. Die gidsen zien alles en aan geluiden kunnen ze vertellen welke vogels het zijn. We zien veel: vele groepen neusapen, vaak met kleintjes. Ze zitten regelmatig dicht bij de kant in een boom. Een orang-oetang met een kleintje. Die blijft in de buurt van een doerianboom waarvan de vruchten nu rijp zijnZwartrode hapvogel. Kort- en langstaartmakaken met heel veel kleintjes. Mutslangoeren, ook eentje met een kleine die vreemd genoeg fel oranje gekleurd is, terwijl de ouderen zilvergrijs zijn. Die is makkelijk terug te vinden, denken we dan. Al die apen springen van tak naar tak, van boom naar boom. Ze zijn zeer actief. Ze slapen hoog in de bomen, bang als ze zijn voor pythons. Ook zien we drie verschillende soorten neushoornvogels, een havikarend, een Brahmaanse wouw. Een mooie tocht en gelukkig is het droog gebleven.
Het restaurant heeft geen muren en is dus vrij toegankelijk voor dieren. Een vleermuis vliegt in en uit en ’s nachts houden makaken zich hier op. Het restaurant is speciaal voorzien van zware etensborden, opdat de apen die niet mee kunnen nemen. We mogen ’s nachts niets buiten op de veranda laten staan.

Maandag 24 juniBilit
Voor het ontbijt maken we weer een boottocht. ’s Morgens zitten er meer vogels dan apen, maar dan moet het wel zonnig zijn en dat is het niet. Er zitten ook nu hele groepen neusapen en makaken. Toch ook nog wat vogels: zeearenden, ijsvogels, een mooi neushoornpaartje in een boom, overvliegende neushoornvogels en twee zwartrode hapvogels (Black-and-red Broadbill). Ook zien we een krokodil. Op het eind spettert het een paar druppels, de zon komt niet door.
We varen een smalle kreek in, alleen bevaarbaar tijdens hoog water, en komen op het Ox-bow-meer. Dit groeit langzaam dicht door waterhyacinten.
Terug bij de lodge gaan we ontbijten. We hebben het idee, dat we er al een halve dag op hebben zitten, maar het is pas 9:00 uur.
Geribbelde neushoornvogelOm 10:30 uur gaNeusapenan we naar de Gomantong-grotten. Eerst het kleine stukje varen naar het dorp en dan nog twintig minuten met de auto. In deze grotten wonen miljoenen vleermuizen en salanganen, een soort gierzwaluwen. Die maken hier nestjes die zeer gewild zijn in China om hun medische werking. Er zijn zwarte en witte nestjes. De zwarte worden gemaakt van speeksel en veren. De witte zijn van puur speeksel. Het speeksel droogt op en de nestjes worden hard. Er worden slechts acht vergunningen uitgegeven om die weg te halen. Dan mag niet als er gebroed wordt. Omdat het klimaat binnen de grot niet gezond is, werken die mannen maar een paar weken per jaar. Het stinkt er verschrikkelijk. Alle guano/shit van duizenden jaren ligt in bergen in die grot. Miljoenen kakkerlakken, torren, krabbetjes, duizendpoten en wie weer wat voor meer kruipende beesten scharrelen door de shit. De hele berg zie je bewegen van het gewriemel. Opvallend is de oranje kleur van de kakkerlakken. We dragen helmen om te voorkomen, dat de uitwerpselen op ons vallen. Om ons heen vliegen heel wat beesten. Het looppad en de reling zitten onder de zooi. Het pad is helemaal glibberig en je kunt je ook niet vasthouden. Wat een lucht hangt hier. Gelukkig zijn er buiten kraantjes om onze schoenen af te spoelen. De shit laat gelukkig makkelijk los.
We zijn bijna terug als we een groepje rode langoeren (Red Leaf Monkey) in de bomen zien stoeien. Die hebben we nog niet eerder gezien.
Tegen de avond maken we wederom een boottocht. Alle boten gaan de ene kant, wij de andere. We zijn heerlijk alleen. Nu zien we ooievaars, bijeneters, ooievaarsbekijsvogels, neushoornvogels en allerlei apen die van boom naar boom springen. Een groep makaken met kleintjes laat ons heel dichtbij komen. Met alle kleintjes, vrouwtjes en mannetjes met de grote neuzen zien we meer dan honderd neusapen. Het mannetje is mooi van lelijkheid.
Het is vandaag zowaar droog gebleven, afgezien van een klein beetje miezer, en de zon hebben we niet gezien.
In het restaurant moet iedereen blootsvoets lopen. Voor de wc’s ligt een rijtje slippers.


Dinsdag 25 juniNaar Danum-vallei
Met de boot varen we het kleine stuk naar Bilit-dorp waar de auto op ons staat te wachten om ons in twee uur naar Lahad Datu te brengen. Daar stappen we over in een andere auto die naar de Danum-vallei gaat. In Lahad Datu willen we nog wat geld pinnen. Banken genoeg, maar het probleem is, dat men hier in Maleisië een zescijferige pincode kent en die van ons is maar vier. We hebben nog wel even tijd, maar Martijn wordt eerst naar het kantoor gebracht om, onder het genot van een bakje goede koffie, alvast in te checken, terwijl Lia geld probeert te pinnen. De gids en chauffeur zijn goed op de hoogte en vinden de enige bank die geschikt is voor onze pasjes. We stellen de tip voor beide mannen naar omhoog bij.
Het is nog tweeënhalf uur rijden naar Danum-vallei. Het eerste half uurtje gaat over een asfaltweg, daarna wordt het, best goed berijdbaar, gravel. Ook hier nog steeds veel palmbomen langs de weg. Pas als we in het park komen, verandert de vegetatie. Hier is nog primaire jungle.
LangstaartmakaakEen grote leguaan steekt op zijn gemak de weg over.
Na twee uur komen we bij de luxe lodge. We worden verwelkomd met een nat lapje, een drankje en een bord fruit. In het drankje zit een rietje, maar blijkt een roerstokje van citroengras te zijn. Iedereen zit er aan te lurken. We maken kennis met onze gids voor de komende dagen. Iedere gids neemt maximaal zes gasten mee. Wij zijn tot morgenmiddag de enige in ons groepje; daarna komen er nog een paar bij.
Het complex ligt midden in de natuur. Er zijn geen andere lodges in de buurt. Heerlijk rustig. Het ligt aan een rivier die te smal is om te bevaren. Hier zullen we gaan wandelen.
We gaan eerst lunchen. Jemig, wat is dat uitgebreid. Als we niet uitkijken, zullen we hier een paar kilo aan gaan komen.
Om 15:30 uur gaan we wandelen. Overal zien we gidsen met kleine groepjes gasten. Allemaal nemen ze een andere route, zodat én je elkaar niet in de weg loopt én er zoveel mogelijk wild gespot wordt. De gidsen staan met elkaar in verbinding en ze roepen elkaar op als er wat bijzonders te zien is. Dat gebeurt al snel, want er is een groep rode langoeren gezien. Ze zitten er nog als wij aankomen. Het is een best grote groep die via de bomen de weg oversteekt. We lopen verder over modderige paadjes en onze gids vraagt wat wij daar van vinden. Voor hem is het natuurlijk afwachten wat voor vlees hij in de kuip krijgt. Wij vinden het wel prima; in ieder geval beter dan over de weg.
We zien een hele dikke duizendpoot van vijf bij drie cm en vreemde paddenstoelen. Bij het restaurant kunnen we onze schoenen afspoelen onder kraantjes. Dat is hard nodig. Binnen in het restaurant moeten we ook hier blootsvoets.
Maleise visuilTegen zessen maken we een avondwandeling. We stoppen onze broekspijpen in onze sokken tegen de bloedzuigers, die we vandaag in ieder geval niet zien. Het park is er beroemd om. Het is al donker, maar in elke kamer liggen twee zaklampen waarmee we door de bomen schijnen. Nu lopen we voornamelijk over vlonders. We gaan o.a. op zoek naar roofdieren, zoals de civetkat en de tijgerkat. We zien alleen een paar ogen oplichten en de gids weet niet zeker welke van de twee het is. We zien grote dunne spinnen van vijftien cm, mieren van drie cm, een wandelende tak, fungi van vijfentwintig cm, een waterspin van tien cm, een grote roze waterlelie van dertig cm, een kleine kikker (Harlequin Tree Frog) van vijf cm en een grote berg kikkerdril op een plant boven het water, drie slangen (Triangle Keelback), die gezellig samen op een kikker liggen te wachten, een Maleise visuil van vijfenveertig cm en een dwerghert van vijftig cm, het kleinste soort hert van de drie die hier zitten.
Hierna maken we de kleine keuze uit alle schotels van het diner. Biertje er bij en vroeg naar bed.

Woensdag 26 juniDanum-vallei
Om 6:30 uur staan we klaar voor de ochtendwandeling. Dit keer vooral over modderige paadjes. Het pad gaat wat omhoog en omlaag waardoor het lekker glibberig wordt. We worden beloond: we zien drie orang-oetangs. Twee hoger in de bomen, moeders op de grond die ook snel de boom in klimt als ze ons ziet. Mooi. Verder zien we wat langstaartmakaken, een grijswit vogeltje. En een rode bijzondere (volgens de gids) die snel weg vliegt. Na het ontbijt zijn we ‘vrij’ tot 15:30 uur en we hangen wat bij het restaurant rond. Er zit een grote groene sprinkhaan van tien cm, een rupsje van een halve cm en grote tor van vijf cm. Er zijn, afgezien van zwaluwen en mussen, geen vogels te zien.
Dan komt er een groep rode langoeren in de bomen voor het restaurant zitten. Ze eten uitgebreid van de bladen en bloemknoppen. Vooral moeder met kind is erg vertederend. Ze kringen al snel gezelschap van makaken. Ze laten zich allemaal gewillig fotograferen en videoën.
Daarna gaan we lekker een poosje op ons terras zitten met een cola, die we gratis uit de minibar mogen halen.
’s Middags krijgen we uitleg over het park. Gisteren hebben we dat gemist. Ze laten alle dieren zien en vertellen, dat er veel vogels zitten, maar dat je die bijna niet te zien krijgt. Een olifant hebben ze al in geen twee maanden gezien.
Canopy-walkwayTriangle keelback-slangDe middagwandeling gaat naar de Canopy-walkway. Deze is vorig jaar half ingestort door noodweer. Het deel, dat over is, is goed te belopen. Het is een makkelijke wandeling er naar toe, over de ‘grote’ weg. We hebben op twintig meter hoogte mooi uitzicht. Er zijn geen dieren te zien. Dan hoort de gids, dat er een orang-oetang is gesignaleerd. De mensen die bij ons zijn, hebben er nog geen gezien. We lopen dwars door het bos over de glibberige bodem. De aap is goed te zien, maar zit wel een beetje hoog in de boom. Het begint te regenen. Eerst zachtjes, maar al snel hard. Komen de poncho’s goed van pas. Voor onze kleding is het niet belangrijk, wij zijn toch al nat van het zweet, maar voor de camera’s is het goed. Eenmaal bij de weg terug, staat er zowaar een wagentje van de lodge op ons te wachten en bij aankomst staat er een mevrouw met een stapel handdoeken. Wat een service. We spoelen onze schoenen af, nemen een snelle douche voor onszelf en onze kleren. We hangen alles te drogen onder de fan en gaan naar de bar voor een biertje.
Iedereen, behalve wij, draagt van die speciale zakkousen tegen bloedzuigers. Al die sokken zien er nieuw uit. Het resort doet goede zaken. Bloedzuigers zitten hier veel, maar wij hebben ze niet gezien. Gelukkig maar. Wij dragen naast gewone sokken nylonkniekousen. We hebben ooit ergens gelezen, dat dat afdoende zou moeten zijn.
Om 18:45 uur hebben we een nightdrive, een rit in een elektrisch karretje met zes gasten en twee gidsen met enorme schijnwerpers. Gelukkig is het droog, we zien de sterren aan de hemel staan, want het karretje is helemaal open. In het begin zien we niet veel, alleen een paardhert (sambar deer) en slapend vogeltje, een geelbuikprinia, maar dan duikt er plotseling een Bengaalse tijgerkat op in de berm. Prachtig beest. Hij laat zich goed zien. Mooi. Op de terugweg zien we er zowaar nog eentje en ook nog een Maleise civetkat.
Over het eten willen we het niet meer hebben. Elke maaltijd is er de keus uit teveel lekkere gerechten.

Donderdag 27 juniDanum-vallei
Bengaalse tijgerkatWe kRode langoerunnen uitslapen, omdat onze wandeling vandaag pas om 7:30 uur vertrekt. Maar we zijn elke ochtend om 5:00 uur wakker.
Vandaag gaan we naar het uitzichtpunt. We zijn net onderweg als er een melding van een orang-oetang komt. Daar moeten we toch even naar gaan kijken. Het pad gaat omhoog en we lopen soms door de blubber. We kijken bij een oude traditionele begraafplaats van de Kadazandusun, de grootste etnische groep in Sabah. Er ligt een enorme rots waar een paar hele oude lijkkisten liggen. Er zitten grote gaten in de rots, maar die zijn nooit onderzocht uit respect voor die mensen. Het uitzichtpunt ligt nog wat hoger en hier hebben we prachtig zicht op het oerwoud, de rivier en de lodge. Er vliegt een arend, we zien een paar gibbons, wat rode langoeren en een piepkleine witte worm die een voor hem grote vracht lijkt te dragen.
Op weg naar de waterval zien we of een orang-oetang die uitgebreid bekeken wordt. Bij de waterval is een vijvertje en ook hier zitten knabbelgrage visjes. Ze kriebelen als de pest als ze huidschilfers van onze voeten eten. Een mooie tocht van vier uur.
Rond lunchtijd komen er veel nieuwe gasten die allemaal een groene slinger omgehangen krijgen.
De middagwandeling valt wat tegen. We baggeren door de modder en zien weinig. ‘Hoogtepunt’ is een koppeltje neushoornvogels, dat we uit een boom weg zien vliegen. De wandeling duurt vijf minuten te lang: regen. En weer wassen we ons zelf en onze kleren.
De nightdrive levert niet veel op. Weer een paardhert en twee slapende geelbuikprinia's en een de weg overstekende zwarte civetkat. Op het eind nog wel twee mooie boomkikkertjes met enorme poten.

Vrijdag 28 juniNaar Kuala Lumpur
Een rustige ochtend. We slapen zowaar tot 7:30 uur, ontbijten en kijken naar de apen in de bomen. We zien een orang-oetang en rode langoeren.
Dan zit Borneo er op. We hebben genoten van de natuur en alle dieren en vogels die we gezien hebben.
Na de lunch vertrekken we om 13:30 uur naar Lahad Datu voor de vlucht naar Kota Kinabalu. We zien een anderhalve meter lange slang midden op de weg.
In Kota Kinabalu moeten we even wachten op de vlucht naar Kuala Lumpur. Een half uur vertraging. Weinig verkeer op de weg. Om 1:30 uur naar bed.

Zaterdag 29 juniKuala Lumpur, naar huis
Jamek-moskeeOmdat in het begin van onze vakantie het Suikerfeest gevierd werd, waren toen een aantal plaatsen niet te bezoeken. Zoals de Jamek-moskee, de oudste moskee van de stad.
We gaan naar het Textiel Museum waar zowel de tentoonstelling als het gebouw mooi zijn. We dwalen door China Town en de Centrale Markt. Altijd leuk.
We halen bij een super één flesje cola van 35 ml. Bij de kassa vertelt de man, dat de anderhalve liter in de aanbieding is en daardoor goedkoper is dan zo’n klein flesje.
Erg lekker, dat we tot 20:00 uur op onze kamer mogen blijven. Aan het eind van de middag gaan we terug naar de restaurantstraat om bij The Whisky Bar een afsluitende jug bier te drinken. Ook nu rijden veel auto’s de eenrichtingsweg de verkeerde kant op. Iedereen blijft hier heel rustig om en geeft ze alle ruimte. Dat zie ik in Nederland nog niet gebeuren.
Omdat het weekend is, wordt de hele straat om 18:00 uur afgezet. Mensen knijpen citroen uit in hun bier. Barbaren.
We worden opgehaald en naar het vliegveld gebracht, waar net voor middernacht het vliegtuig naar Amsterdam vertrekt.

Zondag 30 juniNaar huis
Om 6:00 uur landen we op Schiphol. Eigenlijk moeten we nog met de trein naar Antwerpen vanwege ons ticket, maar omdat niemand kan controleren of we dat ook echt doen, nemen we de trein naar Utrecht.

Dit reis is georganiseerd door DimSum.Hier vind je een video over de natuur in Borneo en hoe een Orang-Oetang ons dichtbij passeert.