Azië

Artikelindex

Dinsdag 16 februari Repkong
Op dit moment is het Tibetaanse Nieuwjaar wat in kloosters gevierd wordt met allerlei festiviteiten.
Chris, onze gids, weet precies wat waar plaats gaat vinden. Dat is wel heel erg handig.
Het weer is prima gezien het feit, dat we op 2.400 meter hoogte zitten.
Gomar-klooster in RepkongWe gaan als eerste naar het Gomar-klooster, tien kilometer ten noorden van de stad.
Van verre zien we al de stoepa met zijn vele vlaggetjes. Het is mooi weer, wel koud, maar droog en de zon schijnt een beetje.
De toegang is 100 yuan voor een hele dag. Er zal regelmatige gevraagd worden naar ons kaartje.
We lopen langzaam richting binnenplaats, waar het nog niet zo druk is. We kunnen rustig kijken naar de toestromende Tibetaanse menigte. Ze dragen allen een bontgevoerde dikke lange jas met bontkraag en brede bontmanchetten en hele lange mouwen die tot de kuiten reiken. De vrouwen hebben twee zwarte lange vlechten tot op de billen die onderaan zijn samengebonden. De kleine kinderen zijn het mooist aangekleed. Prachtige stoffen in traditionele stijl. Sommige met kettingen en zilverwerk op het hoofd. Sommige kinderen zijn duidelijk bang voor ons.
Veel vrouwen komen aanlopen met grote houten vaten op hun rug of karnen met emmers. Mannen hebben dennentakken en wit poeder bij zich, dat ze offeren in een grote vuurpot.
Allemaal lopen ze de khor, de rondgang om het klooster, uiteraard linksom. Aan het eind staan hele rijen gebedsmolens, die allemaal aangezwengeld worden.
Gomar-klooster in RepkongHet wordt steeds drukker, ook met toeristen, voornamelijk Chinese toeristen. De meeste toeristen zijn prima, houden rekening met elkaar en met de plaatselijke bevolking. De Han-Chinezen zijn echter vreselijk. Ze gaan voor iedereen staan, net als je een foto aan het maken bent en zijn dan kwaad als je ze wegduwt. Sommige gaan in discussie, maar ze begrijpen werkelijk niet waar het om gaat. Het zal wel komen door het feit, dat de Chinezen met zo velen zijn en dat iedereen, letterlijk, voor zijn plekje moet vechten. En dat doen ze dus hier ook. We hebben verschillende keren ruzie met ze.
De mensen gaan voor een gebouw op de grond zitten en na een poosje worden enorme zakken op het dak van het gebouw er voor gedragen. Er gaat een gejuich op. Het duurt nog even, maar dan worden die zakken over de bevolking leeg gestrooid en probeert iedereen zoveel mogelijk te grijpen. Er zitten zakjes snoep, noten, gedroogd fruit en kleine speeltjes in. Sommige kinderen hebben een hele zak vol.
Daarna komen vrouwen met de inmiddels gevulde emmers en tonnen met jakthee. Die wordt onder alle mensen uitgedeeld. Wij krijgen ook aangeboden, maar bedanken. Wij weten hoe het smaakt...
Dan gaan we de 35 meter hoge stoepa beklimmen. Er zijn verschillende plateaus die te bereiken zijn door smalle trappen. Altijd linksom moet je zo’n plateau aflopen. Er staan geen hekken om; dus goed uitkijken waar je loopt. De wanden zijn beschilderd en er staan hele rijen kleine stoepa’s. Bovenin is een tempel met beelden en boeken, waar de mensen eerbiedig hun gebeden opzeggen. We hebben mooi uitzicht op het klooster en de omliggende huizen.
Gomar-klooster in RepkongDaarna is het lunchpauze. De groep gaat ergens lunchen en wij blijven bij het klooster. We lopen even het oude dorpje in, maar daar is niet veel te beleven. Daarom lopen we terug naar het klooster, waarvan de hoge deuren openstaan. Voorzichtig gaan we naar binnen, we vragen ons af of dat mag. Er is een monnik die ons wenkt en we mogen rondkijken. En zelfs foto’s maken. Allemaal lage banken met kussens en attributen die nodig zijn om ceremonies uit te voeren. Aan de wanden hangen tekeningen en liggen boeken. Een altaar met de foto van de Dalai Lama ontbreekt ook niet. Prachtig.
Daarna gaan we bij de stoepa op een muurtje zitten tussen de Tibetanen. Die sjouwen hele zakken met eten mee. De kinderen krijgen lekkere dingen en kleine speeltjes. Het is duidelijk een feestdag. Er verschijnen ook vrouwen met grote rugzakken volgeladen met zakken. Geen idee wat er in zit. Mannen dragen plateaus met jakboter en we zien kleine tractors met enorme zakken. Alles verdwijnt het klooster in.
Tegen enen vindt bij het klooster een ceremonie plaats. Monniken in rode gewaden met gele kappen komen naar buiten. Met deksels, schelpen, parasols, hoge totempalen, ronde totempalen. Ze gaan in een grote kring op de binnenplaats staan en maken muziek. Dat duurt een hele tijd en de Tibetaanse toeschouwers steken grote bossen wierrook aan. In optocht gaan de monniken naar buiten. Ze worden gevolgd door een lange stoet mannen die een grote, lange ingepakte thangka dragen. Die gaat buiten uitgerold worden. Gomar-klooster in RepkongDit gebeurt maar één keer per jaar en is dan slechts een half uurtje zichtbaar. Iedereen loopt achter de stoet aan door de niet zo heel brede straten. Er lopen nog wat mannen met een draagbaar waarop een pot met rijst staat. Veel mensen gooien daar rijst bij en ook geld wordt geofferd. Een man met een grote zak loopt er achteraan om als de baar vol is die leeg te schudden in de zak.
Op een heuvel die met stenen is belegd, wordt de thangka uitgerold. Eerst zit het dekkleed er nog over, maar dat wordt even later weggetrokken en ligt het kleed in volle glorie zichtbaar voor iedereen. Een grote menigte, voornamelijk Tibetanen, aanschouwt dit in extase. Veel handen zijn in gebed gevouwen. De monniken staan vooraan en gooien gebedssjaals zo ver mogelijk op het doek. Het doek is slechts een half uur zichtbaar en wordt dan door de mannen opgerold en weer in optocht teruggedragen naar het klooster. Totaal is men er anderhalf uur mee bezig. Een heel speciaal en indrukwekkend gezicht.
De festiviteiten bij dit klooster zijn afgelopen en wij rijden naar het Wutun-klooster, dat aan de andere kant van de rivier ligt. Die kant is de rijke kant; hier wonen mensen die de thangka’s kunnen tekenen en dat verdient blijkbaar erg goed. Het klooster is daardoor ook rijker wat te zien is aan de kleding van de monniken.
Wij gaan nu niet het echte klooster in, maar blijven op de parkeerplaats, waar vandaag geen auto’s mogen komen. Het grote festival is hier morgen pas, waardoor het nu niet druk is. We wachten op de terugkeer van de levende Boeddha. De gouden Boeddhabeelden blinken in de zon en de verschillende tempels steken mooi af tegen de blauwe lucht. Er staan talloze kraampjes waar men eten en kinderspeeltjes verkoopt. Ook hier zijn de mensen en met name de kinderen erg mooi aangekleed. Vooral de meisjes met kraaltjes, zilverwerk en balletjes in het haar zijn prachtig.
Wutun-klooster in RepkongHet duurt even, maar dan heb je ook wat. We zien eerst schitterend geklede monniken; het zijn verschillende groepjes: sommige hebben hele mooie blauwe gewaden, anderen hebben met kool getekende gezichten, de monniken dragen over hun rode gewaden gele doeken. Ze hebben grote zilveren schijven als sluiting. Ze dragen de traditionele Tibetaanse sloffen. De monniken poseren in groepjes voor de tempels.
Wutun-klooster in RepkongOp een gegeven moment komt de stoet van monniken op gang. Vooraf een met een stok verbrede monnik met een lange tak die daarmee de weg schoon veegt. Daarachter de trompetters, de parasols en de ‘gewone’ monniken. Even later volgt een draagstoel met de levende Boeddha, voortgetrokken aan een touw door een stuk of twintig mannen. Veel mensen langs de kant gooien geld in de draagstoel. Een levende Boeddha! Doet ons denken aan de Kumari, de levende godheid, in Kathmandu.
Aan het eind van de middag zijn we lichtelijk uitgeput van alle indrukken van deze dag. We hebben geen zin om een ander restaurant te zoeken en gaan met z’n tweeën nogmaals hotpotten. Het is er vrij druk met voornamelijk Chinezen. Wat wij opmaken uit het feit, dat zij hele schalen met fruit mee naar hun plaats nemen in plaats van een portie op een bord te scheppen. De eigenaar is zo aardig om via zijn vertaalprogramma op zijn telefoon te vragen of we thee willen. Wij houden het echter bij bier.

Woensdag 17 februari Repkong
Wutun-klooster in RepkongHet ontbijt was al niet veel, maar vandaag is alles snel op. Wij komen net na achten (als het open gaat) en dan zit een groot deel van de kleine eetkamers al vol. Degene die laat komen, vissen achter het net met de eieren en moeten het doen met brood en jam.
Het personeel van het hotel wordt toegesproken door een manager. Ze staan stijf in strakke rijen opgesteld en horen de preek gelaten aan.
Vandaag zitten we de hele dag in het Wutun-klooster, waar maskerdansen door de monniken zullen worden opgevoerd. Ook hier is de toegang 100 yuan.
De gids regelt als eerste een huis waar de dames zouden kunnen gaan plassen. Daar is namelijk op het kloosterterrein geen gelegenheid voor. Wij mogen dat huis zo binnen gaan en van de wc gebruik maken.
We lopen het terrein rond, kijken binnen in het klooster en buiten bij het grote Boeddhabeeld. Daarna zoeken we op het grote plein een plekje om de dansen goed te kunnen zien. Op de grond is met krijt de dansruimte afgezet, die zowaar door de Chinese toeristen wordt gerespecteerd. Er zijn alleen maar toeristen te zien. Het blijft altijd de vraag hoe laat zo’n dans zal beginnen. Er worden verschillende tijden genoemd. Als de Tibetanen beginnen toe te stromen, zal het niet lang meer duren. Wutun-klooster in RepkongZij brengen allemaal kleine krukjes mee en willen daarmee voor de toeristen gaan zitten samen met de kinderen. Wij vinden dat best, want daar kunnen wij gemakkelijk over heen kijken. Sommige willen dat echter niet, maar wij zetten gewoon die krukjes voor hun neus. Hoe asociaal kun je zijn. Het is tenslotte hún feest. Een paar oude vrouwen zitten met gebedsmolens te draaien en rozenkransen te bidden.
Enorme hoors, een paar meter lang, worden naar buiten gedragen en twee blazers houden deze aan de gang.
De belangrijkste, breed gemaakte monnik komt naar buiten, gevolgd door monniken met toeters, allemaal met gele kappen. De kleine monniken in rode gewaden gaan op de grond zitten. Volwassen met pauken daarboven op dikke kussens. Dan verschijnen de eerste monniken in prachtige gewaden met dierenmaskers. Het dansen gaat langzaam, maar is spectaculair. Zij komen regelmatig terug, afgewisseld door andere dansgroepjes. Er zit een verhaal in de dansen en ook een symboliek in de aantallen: eerst dertien dansers, dan vier figuren, dan twee jokers. Wat het inhoudt, weten we niet; wel dat het belangrijk is.
Wutun-klooster in RepkongWe kijken een hele poos toe, het gaat onafgebroken door, en lopen dan naar de snackstraat. Hier zien we pas goed de prachtige kleding van met name de vrouwen. De jassen zijn van hele mooie stoffen gemaakt, ze dragen mooie oorbellen en spelden in het haar. Een enkele man heeft ook een mooie mantel aan, maar de meeste zijn saai gekleed.
Bij een thangka-schilder bekijken we zijn voorraad en later gaan we naar het huis waar we van de wc gebruik mogen maken. We krijgen thee en brood en bezichtigen het nieuwe aangebouwde deel. Wutun-klooster in RepkongVan thangka-schilderen wordt men rijk!
Later gaan we weer terug naar het dansterrein, waar het nog niet afgelopen is. Er verschijnen nog andere dansers en ook wat jokers. Aan het eind gooien een hoop mensen geld op de dansvloer, dat door de monniken opgepakt wordt. Ze gaan ook rond en ze halen een grote plastic zak vol met bankbiljetten op.
We hebben genoeg gezien en gaan naar de bus. Als we daarin zitten te wachten, wordt overal vuurwerk afgestoken. Blij, dat we in de bus zitten, want dat vuurwerk, alleen maar knallen, schijnt overal en nergens heen gegooid te worden.
We gaan met z’n allen bij een Chinees eten. We zitten in een aparte kamer met een tafel met draaiplateau. In overleg worden allerlei schotels en bier besteld. Lekker, weer eens zo’n ouderwetse Chinese maaltijd met allerlei verschillende gerechten. Uiteindelijk blijft er alleen wat fruitsoep over, de rest gaat schoon op. We zijn 44 yuan p.p. kwijt, zijnde € 6,20. Een halve liter bier kost € 0,42. Het moet niet gekker worden.
Terug op de kamer helpen we Jeannette via slinkse wegen aan Facebook. Martijn heeft vooraf in Nederland wat gedownload. In China kan dat niet, maar wij hebben het bestand overgezet op onze computer en via een kabeltje bij Jeannette op haar tablet gezet. En zo hebben we het werkend gekregen.

Donderdag 18 februari Repkong
Alweer een zonnige, koude dag.
Longwu-klooster in RepkongEerst gaan we naar het Longwu-klooster, het grootste en belangrijkste klooster in de omgeving. Het ligt iets ten zuiden van Repkong. Het is enorm, een kleine stad op zich. We bezoeken verschillende tempels waar hele grote beelden staan. Zeer indrukwekkend. Binnen in al die tempels mag je niet fotograferen, er buiten wel. De ene tempel is zwart met wit, de volgende geel en weer een ander rood. Het is zeer kleurrijk.
Het is er erg druk met pelgrims uit allerlei verschillende Tibetaanse streken. Ook nu weer prachtige gewaden. In elke tempel woont minstens één levende Boeddha. In de grotere kloosters zijn er wel vijftien of twintig. Elke afbeelding, elk beeld, elk voorwerp heeft een betekenis.
In een hoger gelegen tempel woont de levende Boeddha. Dit gebouw heeft drie niveaus; de laagste is voor de auto’s, de middelste voor de bezoekers, de hoogste is privéterrein van de Boeddha waar hij studeert. Op een binnenplaats waar wij op uitkijken, staan mannen met sjaals. En een stoel met gele bekleding. Even later verschijnt de levende Boeddha. We zijn hier precies op het goed moment. De mannen gaan in een rij naar de Boeddha, geven hun sjaal af en worden door middel van een klapje met een plank op hun hoofd gezegend.
Er zijn veel gebedsmolens die door alle mensen gedraaid worden. Longwu-klooster in RepkongVooral met oude mensen ziet dat er erg mooi uit. De vrouw van een oud echtpaar heeft een bijzondere verpakking op haar rug. Het lijkt op een heel groot Tibetaans boek.
We gaan weer terug naar het Gomar-klooster, waar ook maskerdansen plaatsvinden. De gompa ligt er vandaag zeer zonnig bij onder een strak blauwe hemel. Het is er erg druk en er lopen veel monniken rond.
Op de binnenplaats is het erg druk, maar wij vinden toch nog wel een plaatsje. Er zijn maar weinig toeristen. Veel vrouwen met kinderen en krukjes dringen zich naar voren om vooraan te kunnen gaan zitten. We zien dezelfde dansen als in Wutun, maar ook andere. Ook nu zijn er twee zeer grote Tibetaanse hoorns. Aan de rechterkant van de monniken die muziek maken, zit een monnik met een hoge gele puntmuts, doodskopjes en een rij zwarte haren voor zijn gezicht. Hij doet niets, kijkt alleen toe. Naast hem staat wel een belletje... Onder hem zitten twee monniken met grote hoeden, ook met van die zwarte draden en grote doodskoppen boven op de hoed. Soms spelen ze op de fluit om een nieuwe dans aan te kondigen. De levende Boeddha verschijnt, die uiteraard in een aparte zetel plaatsneemt. Af en toe komt er iemand naast hem zitten, die hij dan zegent.
Gomar-klooster in RepkongWe zien niemand van de groep meer en besluiten om naar de bus terug te gaan. Iedereen is er inderdaad al. De lucht is al een tijdje betrokken en nu begint het hard te waaien. Chris vertelt, dat er verderop een zandstorm woedt. Dat verbaast ons niets; het is helemaal heiig geworden en dat wordt alleen maar erger. Terug op de hotelkamer zien we de bergen in de verte niet meer en de lucht heeft een vreemd gele kleur.
Om 19:00 uur gaan we samen met Gerard dumplings eten bij een klein Tibetaans restaurant. We weten ongeveer waar het is en lopen onder de overkapping het straatje in. Daar zien we een heel groot nieuw restaurant. We hebben meteen door, dat het niet het gewenste restaurant is, maar een ander. Eerst lijkt het alsof er geen plaats is, maar iemand wenkt en brengt ons naar de derde verdieping. Voordat we überhaupt zitten, moet Lia al met de bediening op de foto. Later volgt Martijn ook. We hebben prachtig uitzicht op de verlichte brug en stad. We zien vier verschillende vuurwerken. Allemaal vanwege het Nieuwjaar. We bestellen uit een plaatjesboek eten en een biertje. Er verschijnt een pot thee op tafel zonder glazen. De bierflesjes zijn niet geopend. We wachten even of er ook een opener komt, maar dat is niet zo. Gomar-klooster in RepkongWe gaan met de flesjes naar de bediening en die zeggen, dat de opener komt. Dan komt er een man en neemt de flesjes mee en brengt ze even later geopend terug. Na een uur zeggen we met behulp van ons Mandarijn-woordenboekje, dat het lang duurt en dat we er al een uur zitten. Als om 20:30 uur nog geen eten gearriveerd is, vertrekken we zonder het bier te betalen.
Om de hoek zit het bedoelde momo-restaurant, maar de momo’s zijn op. Even verderop in de straat zien we nog een restaurant. Een typisch Tibetaans geval. Er zijn twee aparte kamers die vol zitten en in de gewone ruimte zitten zeven monniken aan tafel. Er is nog één bank vrij, waar wij met z’n drieën op passen. De man begroet ons in het Engels, maar dat is ook al het Engels dat hij kent. Of we thee willen. Nee, wij willen eten. Of we jak-thee willen. Nee, we willen eten. Hij kan het Chinees uit ons woordenboekje niet lezen, maar heeft wel een in het Tibetaans geschreven schriftje met gerechten. Wij wijzen in ons point-it-boekje schotels met eten aan en dat begrijpt hij. Hij gaat naar de keuken en komt terug met een stoommandje momo’s. We bestellen op zijn voorstel twintig. Die blijken later precies in een schaal te passen. We krijgen onbeperkt thee en doden de tijd met naar de monniken en de tv te kijken. Een van de kamers komt vrij, daar zaten ook allemaal monniken en daar moeten wij plaatsnemen. Een gordijn is de deur. Goed 21:30 uur zitten we dan eindelijk te eten. Momo'sDe momo’s zijn uitstekend. Rijkelijk gevuld met gehakt en groente. Aan het eind komt de politie binnen en jagen Gerard op stang, door te zeggen, dat het nieuws, dat wij het bier niet betaald hebben, snel is rondgegaan. De politie komt alleen maar eten en drinken.
De eigenaar van het restaurant vindt ons heel bijzonder en maakt verschillende foto’s van ons: tijdens het eten, later voor zijn mooie kast en voor de gordijnen. Wij vinden het best.
Bij terugkomst blijken de pasjes van de kamers weer eens niet te werken. De moeten zowat dagelijks opnieuw geactiveerd worden. Probleem nu, is dat er niemand achter de balie zit. Lia gaat op zoek en vindt iemand die de wc’s aan het schoonmaken is. Die heeft gelukkig een pasje waar ze alle kamers mee open kan maken. Wat een eigenaardig systeem houden ze hier voor die pasjes er op na. Ze werken bijna nooit.