Azië

Artikelindex

 

Donderdag 12 november Naar Mudumalai
Vandaag rijden we in drie uur honderdtien kilometer naar het zuiden, naar Mudumalai. De weg is goed, zonder al te veel gaten, breed en niet zo druk. Wel zoals altijd oppassen voor honden, koeien, verkeer dat zo de weg op komt, auto’s die midden op de weg stil staan of plotseling van baan verwisselen zonder dat aan te geven. We rijden naar en door het natuurreservaat Mudumalai, dat onderdeel is van het veel grotere Nilgiri Biosphere Reserve. Er is zowel open grasland als dichte bossen. Er zitten olifanten, panters, tijgers, lippenberen, wilde zwijnen, gaurs (Indiase bisons), chitals (gevlekte herten). MudumalaiVandaag zien we verschillende soorten apen, pauwen, verschillende vrij grote groepen chitals; sommige met grote geweien. Olifanten zullen we wel gaan zien, tamme dan, maar ander wild verwachten we niet te zien.
We logeren in Tiger Paws aan de rand van het park en hebben kamers op de tweede verdieping met balkon en mooi uitzicht op de tuin. Al snel zien we de eerste kolibries, mooie groenblauwe.
We gaan op het terras bij het restaurant zitten en zien veel grote vlinders, een paar mangoesten, koeien, geiten, verschillende mooie vogeltjes.
David heeft vanwege Diwali vuurwerk voor ons gekocht, een traditie hier ter plaatse. Het zijn een paar mooie pijlen en wat gillende keukenmeiden. Grappig.
We krijgen raita te eten met geroosterd brood.
We wandelen een stukje in de omgeving en zien nog meer vogels, vlinders en libelles. Een auto met jonge mannen stopt en wil met ons op de foto. Dat is al de zoveelste keer. We doen het maar; tenslotte doen wij het andersom ook.
Aan het eind van de middag bestellen we eten en bier voor ’s avonds. Het bier gaan ze elders halen, want dat hebben ze zelf niet. Als de zon ondergaat, zo rond vijf uur, mag niemand meer naar buiten. De kans op wild is dan te groot.
We zijn de enige gasten en hebben het ruime dakterras voor ons alleen. Al snel begint het heerlijk te ruiken. We eten verschillende curries met chapatti’s en rijst. Het smaakt overeenkomstig. We gaan vroeg naar bed. Er is niets meer te doen en we moeten morgen vroeg op.

Vrijdag 13 november Mudumalai
Om 5:30 uur gaat de wekker voor een safari. In een open jeep gaan we op zoek naar wild. Het weer is niet best. Gisteren hadden we een droge dag, nu begint het na een uurtje te regenen. We zien een heleboel pauwen, wat kieviten, een grote slak en een paar zwijnen. RoodoorbuulbuulEen paar kleintjes rennen de straat over. We besluiten om niet naar het voederen van de olifanten te gaan. Dat zijn n.l. tamme olifanten waarvoor je kaartjes voor de toegang en voor de camera’s moet betalen. Daar hebben we niet zo veel zin in.
We hebben deze tocht net zo goed met onze ‘eigen’ auto kunnen maken. Je mag n.l. niet de wegen af, ook niet met een jeep.
De Indiërs hebben lak aan alles en flikkeren alles, maar dan ook alles de auto’s uit. Er staan overal grote borden wat ze wel en niet zouden moeten doen, maar daar heeft iedereen lak aan. Het lijkt wel of alle regels niet voor hen gelden. Toch lijken de mensen hier beter opgeleid dan in het noorden van het land. Hier gaat zeker 90% van de kinderen naar school. De troep ligt vooral langs de weg, de plaatsen zijn redelijk schoon; die worden waarschijnlijk regelmatig geveegd.
Bij het resort gaan we eerst ontbijten. Het is weer droog en er zitten een hoop vogeltjes: grijskopspreeuwen, buulbuuls, kieviten, kolibries.
Er zit een groep jonge mannen in het hotel die veel herrie maakt. Luid geschreeuw, gebral; dat gaat de hele dag door. Gelukkig gaan ze regelmatig weg met de auto en later op de dag vertrekken ze helemaal uit het hotel. We denken, dat het personeel ons expres kamers zo ver mogelijk van hen vandaan heeft gegeven.
LuchtWe doen het vandaag rustig aan. We lezen wat, eten raita met verse chapatti’s, maken een wandeling door de omgeving, zien vooral andere resorts en kleine huisjes, een plaats waar vrouwen water halen. We lopen tot het eind van de weg en proberen dan via de graasweiden van de schapen door te steken. Sommige stukken zijn erg modderig door de vele regen die vorige week gevallen is, maar het gaat wel. We kijken nog even op het dakterras waar we mooi uitzicht hebben op de tuin en een paar grote bomen vol met felrode bloemen, Afrikaanse tulpen noemen ze die hier. Groenblauwe en geelwitte kolibries zien we regelmatig vliegen.
’s Avonds nemen we onze flessenopener mee naar het restaurant waar ze dit kleinood niet hebben. Gisteren maakten ze onze bierflessen open met een waterfles. We bestellen verschillende vegetarische schotels en eten weer overheerlijk. Net voor het donker wordt, zien we een wild zwijn richting dorp lopen.

Zaterdag 14 november Naar Ooty, Coonoor
Als ontbijt krijgen we 2 pittige curries, pannenkoeken, toast en jam.
Daarna vertrekken we naar Ooty. Dat is niet zo ver, maar we moeten omhoog en er zitten 36 haarspeldbochten in de weg. Bij elke bocht staat een bord hoeveel bochten er nog volgen.
De meeste Indiërs hebben geen idee hoe ze in de bergen moeten rijden. Er staan langs de kant borden, dat je in de twee omhoog moet en in de één omlaag. Maar iedereen is eigenwijs en weet het blijkbaar beter. Onze chauffeur gaat de hele weg in de tweede versnelling omhoog. Andere doen dat anders en we zien verschillende auto’s met rokende motor langs de kant van de weg staan. Iemand die in een dorpje, dat we passeren een garage zou beginnen, kan hier rijk worden.
HuizenDie dorpjes onderweg zijn zeer kleurrijk. Alle huisjes hebben verschillende felle kleuren. De mensen hebben het koud; ze dragen omslagdekens, mutsen en sjaals. Wij lopen gewoon in onze T-shirts. In de dorpjes verbouwt men aardappels, wortels en thee.
Ooty is een vrij grote plaats. We drinken thee in een winkel annex restaurantje. Makkelijk, dat we David hebben, want wij willen, in tegenstelling tot de plaatselijke bevolking, thee en koffie zonder melk. De meeste mensen spreken/verstaan niet genoeg Engels om ze dat duidelijk te maken. We gaan eerst naar een winkel waar o.a. chocolade verkocht wordt. Die wordt hier ter plekke gemaakt. Wij kiezen alle drie een zakje met onze voorkeur en nemen een doosje met gemengde brokken mee voor David.
We dwalen over de grote markt waar van alles te koop is: vers vlees, kip, vis, bloemen, fruit, hete pepers, huishoudelijke artikelen. Ook hier is alles kleurrijk en erg geurig.
In een restaurant drinken we alle drie een fles cola: 750 ml voor 35 roepie (€ 0,45).
Daarna rijden we naar het treinstation, waar we de stoomtrein naar Coonoor willen nemen. We hebben gereserveerde plaatsen in de eerste klas. Het is een coupé voor acht mensen die we delen met vier volwassenen en twee kinderen. Allemaal Indiërs. Er zitten wel een paar andere toeristen in de trein, maar veel zijn het er niet. In Ooty hebben we er, zoals bijna overal, geen gezien. Veel mensen vragen waar we vandaan komen, maar de meeste hebben geen idee waar Nederland ligt.
Weinig stoomtrein vandaag; er staat een diesel voor de trein. We rijden een kleine twintig kilometer in een uurtje. We dalen ongeveer 500 meter. We stoppen op een paar kleine stationnetjes waar een paar mensen in- en uitstappen. Soms hebben we mooi uitzicht op dalen met mooie dorpjes, soms staan er veel bomen voor. Veel daken hebben dakpannen, een overblijfsel van de Europese overheersers.
TreinDe trein stamt uit 1808 en staat op de werelderfgoederenlijst van Unesco.
Het weer is gelukkig helder. Dat verandert als we aankomen. We rijden naar een theefabriek wat hoger in de bergen en al snel komt de mist opzetten. Dat schijnt gebruikelijk te zijn in deze tijd van het jaar. Op de heenweg zien we veel theevelden liggen; op de terugweg niet meer. Dan zijn ze in de mist verdwenen. We krijgen een rondleiding door de fabriek van iemand die zeer slecht verstaanbaar Engels spreekt. Gelukkig kan David wat vertalen en aan de hand van de machines krijgen we toch een duidelijk beeld. De meeste werkkrachten zijn jongens uit Bangladesh die ongeveer € 100 per maand verdienen. Dat is nog altijd meer, dan ze thuis zouden krijgen. De Indiërs kunnen ook niet in de mist rijden. Ze rijden stapvoets en met knipperlichten, terwijl het zicht nog best is.
Ons hotel ligt buiten het dorp. We besluiten om niet meer naar buiten te gaan, het is te nat, en we bestellen bier.
Er is een grote groep die in de ruimte er naast Diwali viert. Mannen strak in het pak, vrouwen en schreeuwende kinderen. Ze hebben buiten een groot vuur en een bbq. We hebben er geen last van.
Het eten, o.a. aubergine-currie, smaakt prima.

Zondag 15 november Naar Cochin
We gaan op weg naar Cochin. Eerst stoppen we om foto’s van rijstvelden te maken, omdat het gisteren te mistig daarvoor was. We mogen op privé terrein voor een beter zicht, omdat we toeristen zijn. Indiërs laat die man niet toe, omdat die te veel troep maken.
Vandaag gaan we naar de kust en moeten dus weer afdalen. Ook nu weer veel haarspeldbochten. Niet iedereen geeft stijgend verkeer voorrang. Er zitten veel apen op en langs de weg.
Het valt ons op, dat overal in de dorpen veel mensen, vooral mannen, lange tijd gewoon zitten te zitten en niets doen.
We komen door verschillende dorpjes, zien een bruiloft, palmbomen, bananen, pepers, gember, ui en tamarinde in de velden staan. Het is overal erg druk, het is zondag en dan gaan de mensen op pad. Brommers met vaak vier mensen er op. Kinderen voorop aan het stuur. Kinderen losjes achterop al dan niet omgekeerd. De vrouwen in amazone zit met een kind op de armen. Het ziet er erg gevaarlijk uit. Daarnaast heb je ook nog de echte zondagsrijders in auto’s, zoals je die bij ons veertig jaar geleden ook zag: zeer langzaam rijdende, volgepakt auto’s die geen benul hebben van verkeersregels.
Vandaag is de langste rijdag: 300 kilometer waar we zeven uur over doen. We drinken onderweg ergens thee in een donker zaakje.
Cochin is een grote stad met ongeveer anderhalf miljoen inwoners. Aan de rand van de plaats staan grote flats; wij zitten op het schiereiland Fort Cochin en hier lijkt het net een dorp.
We zitten nu in de provincie Kerala en daarvoor moet iedere auto van daarbuiten een soort vignet kopen. De meeste hotels en restaurants hebben geen vergunning om alcohol te schenken. Het is wel te koop in winkels, wat wij dan ook doen. Op onze kamer hebben we een koelkastje om ze koud te houden. Voor Petra kopen we een fles rum en cola.
Dans’s Avonds gaan we naar een kathakali–dansvoorstelling. Het is puur toeristisch en duurt een uurtje. Lang genoeg voor ons. De voorstellingen voor de Indiërs kunnen de hele nacht doorgaan. Zowel de mannelijk als de vrouwelijke personages worden door mannen gespeeld. Die zijn zeer kunstig opgemaakt en beschilderd en dragen prachtige gewaden. Er wordt een gebeurtenis uit het leven van de goden uitgebeeld, maar daar moet je veel fantasie voor hebben. Als je het verhaal niet kent, haal je dat er niet uit. Dat vinden wij niet erg. Belangrijk zijn de gezichtsuitdrukkingen en handgebaren. Voor een keertje is het mooi om te zien.

Maandag 16 november Cochin
Voor de verandering een zonnige, warme, vochtige dag.
Ook voor de verandering, maar dan minder prettig, zijn de vele toeristen hier. Er zitten opvallend veel Fransen. Die gingen toch alleen maar naar Franstalige landen op vakantie?
Ook hier is weer een gids geregeld en we maken een rondje langs de bezienswaardigheden. Blijkbaar doet iedereen dat, want overal is het erg druk. Zowel met mensen als met toeristenstalletjes en – winkels. Iedereen probeert ons iets te verkopen.
We bezoeken de St. Francis-kerk waar ooit Vasco da Gama is begraven. Nu ligt hij zelf in Portugal; zijn steen ligt hier nog. Overal in de stad staan oude gebouwen die door de Portugezen zijn gebouwd, door de Nederlanders en later de Engelsen verbouwd en opgeknapt. Het paleis bijvoorbeeld. De Nederlanders hebben in de 17de eeuw het dak gemaakt en daarom wordt het nu het Dutch Palace genoemd.
Op de telefoondraden zit een enorme groep bijeneters. Allemaal hebben ze dezelfde kleur.
VisnetDe Chinese visnetten zijn een oude uitvinding die nog steeds gebruikt worden. Hele grote ingenieuze houten constructies die met zes mannen bediend moeten worden.
De markt verkoopt voornamelijk vis. Dat is niet vreemd met de zee en een grote rivier langs de kade. We zien o.a. heel erg grote garnalen en kleine kreeften met blauwe scharen.
Er is ook een grote wasplaats waar o.a. alle hotels de kleren van de gasten laten wassen. We gaan op zoek naar Petra’s kleren en zien ze inderdaad aan de lijn wapperen. Handig zoals men de was ophangt zonder knijpers, maar tussen twee gedraaide touwen hangt.
De Joodse synagoge vereren we ook met een bezoek. Zowel hier als in het Dutch Palace zien we heel veel schoolkinderen in allemaal hetzelfde uniform die in een lange, nette rij overal snel voorbij schuifelen en op die manier niets zien. We hebben ook niet het idee, dat ze geïnteresseerd zijn.
Na de lunch in het Bell Roof Top Restaurant wandelen we naar de Nederlandse begraafplaats, maar die is gesloten.
Via Dimsum hebben we een diner bij mensen thuis geregeld. Is weer eens wat anders en lijkt ons erg leuk. Om 17:30 uur worden we met een taxi opgehaald. Wij zijn nog niet helemaal klaar, want wij hadden op 18:00 uur gerekend. Het is zo’n grote stad, dat we er een uur over rijden. De chauffeur heeft een tomtom, maar zet die halverwege uit, zodat wij denken, dat hij vanaf dat punt de weg weet. Maar dat is niet zo. Hij vraagt verschillende keren de weg naar een bepaalde straat en gelukkig ziet Lia op een gegeven moment een straatbordje. De chauffeur rijdt er echter voorbij en wij krijgen hem niet duidelijk gemaakt, dat wij weten waar het is. Natuurlijk komen we er, maar wel drie kwartier te laat. Het ‘gastgezin’ bestaat uit ouders met twee puberkinderen. Vooral zij is erg charmant en aardig. We hebben het vooral over de verschillen tussen India en Nederland. Erg leuk om te doen. Het diner is fantastisch. Heerlijke vis, rijst met ghee, vers gebakken broodjes, kikkererwten- en paneersalade (die ze cottage cheese noemt). Ze laat ons alle kruiden zien, die ze daarvoor gebruikt heeft en belooft ons het recept op te sturen. Als toetje heeft ze voor ons drieën zes verschillende bananen gekocht: kleine, grote, gele, groene en rode. Van elk laten we er eentje klein snijden, zodat wij ze kunnen proeven. De rest krijgen we mee naar huis. Ze heeft ook klein gesneden papadums in kokosolie gefrituurd en die zijn er zo grappig uit, dat we dat thuis zeker zullen gaan proberen. Als wij op de terugweg door hen worden thuis gebracht, koopt ze bij een stalletje een klein pakje voor ons, zodat zij weten, hoe ze er uit zien, zodat we ze thuis ook kunnen kopen.
Een geslaagde avond.