Amerika

Suriname

10 t/m 29 oktober 2010

De republiek Suriname is het dunst bevolkte tropisch land in de wereld. Ongeveer 95% van de ruim vierhonderdvijftigduizend inwoners leeft in de hoofdstad Paramaribo, in kleine dorpen aan de kust en langs de rivieroevers. Suriname is vijf keer zo groot als Nederland en wordt voor 80% bedekt met tropisch regenwoud. In 1593 bezetten de Spanjaarden Suriname, maar zij waren al heel snel weer vertrokken. Daarna probeerden de Nederlanders van Suriname een kolonie te maken, maar ook zij faalden. Na 1650 vestigde een groep Engelse kolonisten uit Barbados zich met succes aan de Surinamerivier. In 1667 telde hun kolonie 175 plantages en ruim 4000 kolonisten en slaven. De Zeeuwen, onder leiding van Crijnssen, lukte het om het land helemaal te veroveren. De kolonie werd overdragen aan de West-Indische Compagnie en een deel van Suriname kwam in handen van de stad Amsterdam. In 1975 werd Suriname volledig onafhankelijk verklaard. Er zijn 8 verschillende bevolkingsgroepen: Hindoestanen 35%, Creolen 32%, Javanen 15%, Marrons of Bosnegers 10,5%, Indianen 2,5%, Chinezen 2%, Europeanen 1,5%, anderen 1,5%.

Paramaribo - Centrale plein met ambtswoning president

Afdrukken

Zondag 10 oktoberNaar Paramaribo

We gaan naar Suriname en hebben op internet alles zelf bij de hotels en resorts geboekt. Dat ging niet altijd even makkelijk (het lag niet aan de taal, want Nederlands is de officiële taal), maar het duurde soms erg lang voor we antwoord kregen op onze mailtjes. Wilma en Jan gaan ook in dezelfde tijd en we hebben afgesproken een paar dagen samen te reizen. Om 4:30 uur staan we op. We hijsen onze rugzak op de rug en lopen naar het station, want zo vroeg rijden er nog geen bussen. De trein naar Schiphol gaat voorspoedig tot Amsterdam. Daar begeeft hij het en moeten we op een andere overstappen. Met dik een kwartier vertraging komen we daar aan. Binnen vijf minuten hebben we onze bagage afgegeven en gaan we een broodje eten en een kop koffie drinken. Volgens plan landen we in Paramaribo om 13:00 uur plaatselijke tijd (vijf uur tijdsverschil). Als we het vliegtuig uitlopen, lijkt het alsof er een warmtekanon op ons gericht is, maar het is gewoon de buitenlucht. Daar zullen we wel even aan moeten wennen. We worden opgehaald door een busje van het Eco Resort Inn. Lekker makkelijk. Net als we daarin zitten, begint het een beetje te regenen. We zien de druppels vallen, maar de grond wordt niet nat. Zo warm is die. Onderweg naar het hotel krijgen we een grotere bui, maar eenmaal in Paramaribo is het droog en redelijk zonnig. Op het vliegveld pinnen we meteen Surinaamse dollars. 100 SRD = € 25. Eigenlijk wat minder, maar dit rekent makkelijk. We lopen meteen naar 't Vat, een café met terras waar altijd veel Nederlanders zijn. We zitten heerlijk onder een parasol met een grote koude djogo (een literfles Parbo-bier). Op een been kun je niet lopen, dus nog maar een. Bierviltjes hebben ze niet en we krijgen een servetje onder de glazen en de fles. We horen o.a. Hazes en Manuela. Bier kost hier 16 SRD, € 4. Tegen zessen, als de zon erg laag staat, lopen we langs de waterkant. Een paar oude houten huizen zijn mooi opgeknapt, een paar zien er erg vervallen en verveloos uit en er zijn er ook wel wat verdwenen. Op een veld bij het paleis is een festival van de Marrons, afstammelingen van Afrikanen die door slavenhalers onder dwang naar Suriname zijn gebracht. Er staan allerlei kraampjes met eten en drinken die druk bezocht worden en er wordt muziek gemaakt. We willen nog wat eten en gaan naar een Hindoestaans/Chinees restaurant. Het ziet er goedkoop uit, maar is vrij duur. Als blijkt dat de prijzen exclusief allerlei taksen en belastingen zijn, houden we het bij een biertje. We hebben vandaag al vrij veel gegeten en we laten het er maar bij. Om 8:00 uur liggen we al in bed.

Maandag 11 oktoberParamaribo

We slapen als een blok en kunnen het tot 6:30 uur rekken. Het ontbijt is buiten onder een grote rieten kap en al snel hebben we door dat er altijd eentje bij het tafeltje moet blijven, want anders pikken de vogels je eten. De brutaalste zijn de tangara's, een donker vogeltje met een rode gloed. Lekker uitgebreid ontbijt en we proberen het zuurzakdrankje. We zitten snel te zweten en zijn bang, dat dat deze vakantie niet over zal gaan. HuizenWe dwalen een paar uur door het centrum van Paramaribo. Meest brede straten met veel auto's. Die staan overal geparkeerd. Ook op de stoep en onder bordjes met 'verboden te parkeren'. Het loopt lastig, slingerend langs de auto's; de stoepen zijn niet egaal, er zitten vaak grote gaten en diverse stukken zijn opgebroken. Huizen worden opgeknapt en vaak is dat hard nodig. De mensen zijn erg vriendelijk en zeggen je gedag. Bijna alle toeristen zijn Nederlanders. Alles staat ook in het Nederlands en de meeste straatnamen zijn dat ook. Het is warm, erg vochtig en soms een kleine regenbui. De winkels in de winkelstraat zijn voornamelijk kleding- en juwelierszaken. Op de overdekte markt zijn allerlei soorten groente, fruit, vis en kruiden te koop. Ons vallen de dikke konten op, vooral van vrouwen, en dat er weinig zonnebrillen gedragen worden. De moskee staat vredig naast de synagoge. Ook zijn er katholieke kerken, gereformeerde en zendingsgenootschappen. We kopen ergens een fles water die we later op de hotelkamer in een bakje met ijsklontjes zetten. Lekker zo'n klontjesapparaat. 's Middags valt er een forse bui, die vrij lang duurt. De hoeveelheid regen valt tot nu toe tegen. Tenslotte zitten we midden in het grote droge seizoen. We weten dat het dan ook kan regenen, maar het is al de vierde bui binnen een dag. Bij de receptie regelen we kamers voor als we terug in Paramaribo komen. We hebben een aanbieding gezien met 20$ korting en dat willen wij ook. In eerste instantie wordt er gezegd, dat die maar tot 15 oktober geldig is, maar er wordt nader overlegd en we krijgen te horen, dat het ook voor ons geldt. Hebben we toch even snel 80$ 'verdiend'. We wachten op Wilma en Jan die zijn wezen fietsen en drinken ondertussen een djogo. We hebben net een paar slokken gedronken als ze bezweet en verhit aan komen zetten. Bij hen gaat het bier er nog beter in. We kletsen en wisselen ervaringen en tips uit. Erg gezellig. Het wordt vrij druk op het terras en de Parbo is snel uitverkocht. Andere mensen gaan over op Heineken, maar wij besluiten om naar 't Vat te gaan. Wilma en Jan gaan eerst douchen en sluiten later aan. Wij nemen ons pc-tje mee, want op het terras zijn verschillende tafels met grote bossen snoeren met internetkabels waar je gratis in kunt pluggen. Lekker handig. Vooral veel jonge mensen maken er gretig gebruik van. We drinken en kletsen verder en eten o.a. pom. Dan zegt Jan: kijk eens wie er naast ons zit. Als echte Feyenoordfan heeft hij ex-Ajacied Aron Winter herkend, die gezellig met een vriend wat zit te drinken. Grappig. Later lezen we in de krant, dat hij hier enkele voetbalclinics verzorgt in het kader van het 90-jarig bestaan van de Surinaamse voetbalbond.

Dinsdag 12 oktoberNaar Nieuw Nickerie

Zowel wij als Wilma en Jan hebben een auto gehuurd, die allebei bij het hotel worden afgeleverd. Lekker makkelijk. We rijden vandaag naar Nieuw Nickerie in het noordwesten van het land. De weg in Paramaribo is druk. Men rijdt wel redelijk relaxed, geeft voetgangers voorrang. Het is voor ons even wennen om in een automaat te rijden en het links rijden is ons ook vreemd. Beide wennen echter snel, maar we zijn eigenlijk niet op de hoogte van de verkeersregels: wie heeft voorrang, hoe hard mag je. Er staat niet veel aangegeven; eigenlijk helemaal niets. TotnessMaar alles gaat goed. Buiten de stad wordt het een stuk rustiger, maar er rijden verschillende auto's zonder remlicht, waardoor we soms abrupt moeten remmen. We rijden door een mooi landschap, veel palm- en bananenbomen en heel veel groen. De weg is goed en er zijn maar weinig dorpjes waar we door heen komen. Veel water langs de kant waar soms mannen zitten te hengelen in een smalle sloot. Eentje heeft gezelschap van zijn vogeltje dat in een kooitje op het dak van de auto staat. De brug bij Groningen is enigszins verzakt, maar er is geen andere en dus moet iedereen er wel over. Bij Totness gaan we op zoek naar de rode ibis. We hebben in een reisgids gelezen dat hier een eldorado voor vogels is en dat je de rode ibis zeker zult aantreffen. Zodra we de auto uit zijn, worden we aangevallen door dazen. Heel snel zijn we terug de auto in en dan vallen ze de ramen aan. Een gier, een arend en een ani is welgeteld de opbrengst van een half uur rondkijken. Misschien komt dat door de eb of door de zeedijk die men aan het aanleggen is. Niets te zien dus. ‘s Middags regent het een poosje; in Nieuw Nickerie is het weer droog. De afstand is langer dan we gedacht hadden, n.l. 245 kilometer en we doen er ook langer over dan gedacht door de vele drempels in de weg die ons aardig ophouden. We rijden er vijf uur over. Nieuw Nickerie is de tweede stad van Suriname met ruim veertienduizend inwoners. Het is een groot dorp en erg rustig. Bij ons in het hotel zitten nog vier Nederlanders, verder zien we geen toeristen. We maken een excursie naar de Manglie-rijstfabriek. Een groot en modern bedrijf met Duitse apparatuur en Nederlandse vrachtwagens. Er ligt een enorme berg ongepelde rijst. Alles is zo geautomatiseerd, dat één man de verwerking (pellen, wassen, polijsten, sorteren) kan bedienen. Alleen bij het inpakken zijn meer mannen aan het werk, waarbij mannen zakken van 30 kilo op hun nek dragen. Het afval wordt als veevoeder gebruikt. We drinken bier bij het café van het hotel, Café de Tropen' en gaan eten bij Chinees Pak Hap, waar Wilma de boot voor morgen naar Bigi Pan definitief afspreekt. Omdat het nog zo vroeg is, drinken we nog een djogo op het terras. Echt laat maken we het niet, want we zijn toch nog niet helemaal aan het tijdsverschil gewend.


Woensdag 13 oktoberNaar Bigi Pan, naar Domburg

SpechtMet de vier andere Nederlanders in het hotel maken we een boottocht door Bigi Pan, een natuurreservaat met veel water, mangrovebossen en vogels. We varen in een open boot waardoor we goed zicht hebben. De bemanning is prettig en ziet veel vogels en weet ze te benoemen. Er is water, vruchtensap, chips en koekjes aan boord. We zien heel veel slakkenwouwen, witbuikzwaluw, roodkopgier, witkopgier, visarend, zwarte ani, zilverreiger, mangrovereiger, blauwe reiger, koereiger, jacana, twee soorten buizerd, geelsnavelstern, kwak, roodhelmspecht. De rode soldatenspreeuw laat zich met een hoge gil een tiental meters naar beneden vallen, helemaal ineengevouwen. Een mooi gezicht. Verder zien we veel vliegende vissen en een paar kaaimannen. De meeste schieten gelijk wijselijk het water in, maar eentje blijft zitten. Die wordt door de bootsman gevangen en aan ons getoond, waarna hij weer wordt vrijgelaten. Het roodbruine water staat vrij hoog, zo’n 80-85 cm. We zien veel bomenstaken uit het water steken en veel mangrovebos. Een paar maanden geleden was het hele gebied nog zo kurkdroog, dat je hier kon lopen. De extreme droogte danken ze waarschijnlijk aan het El Niño-jaar. Er bloeien hoge bomen met rode en witte bloemen, die ze mierbomen noemen en een aankondiging zijn van het droge seizoen. Het is warm, soms wel wat bewolking, wat mooie luchten oplevert. Een ontspannen tochtje. We hadden gehoopt op de rode ibis, maar die wordt hier niet zo vaak gezien. Nu ook niet. Iedereen zit ondertussen onder de jeukende bulten en we hopen maar dat we geen dengue hebben opgelopen. We smeren wel, maar doordat we zo zweten, verdwijnt dat weer snel. BigiPanNet als de zonnebrand. We nemen afscheid van Wilma en Jan en rijden naar Domburg, dat ten zuiden van Paramaribo ligt. Eigenlijk hadden we naar Overbridge gewild, maar daar hebben we zes mailtjes naar toe moeten sturen voordat er werd gereageerd. Het mailtje bevatte bovendien maar de helft van de antwoorden op onze vragen en toen hebben we besloten om naar Domburg te gaan. Achteraf gezien hebben we daar zeker geen spijt van. De weg naar Paramaribo is makkelijk, want er is eigenlijk maar één weg. Maar om daar de juiste weg naar Domburg te vinden wordt lastiger. Er staan geen verkeersborden, geen straatnaambordjes op de grote wegen ( wel op de kleine smalle dwarsweggetjes, maar wij hebben alleen de namen van de grote wegen). We hebben een GPS, maar de kaart van Suriname is wel heel minimaal. Er staan wat wegen op, maar bijna geen plaatsnamen. Verder hebben we een globale kaart van het gebied rond Paramaribo. Ondanks dat lukt het om op de door ons gekozen weg uit te komen. Als we langs de rivier rijden, passeren we enkele dorpjes, waar nergens staat aangegeven welke plaats het is. We raadplegen weer een vage kaart en komen zowaar in Domburg uit. Gelukkig hadden we een printje gemaakt van de ligging van ons resort, anders was het wel erg moeilijk geweest om daar zonder vragen te komen. Domburg is een klein dorp, een gat meer, met een klein centrum met een eetcafé en wat winkeltjes. HangmatOnze lodge Surinat ligt verder naar buiten en is te bereiken over een onverharde weg. Je hebt hier wel een auto nodig, anders kom je er niet en kun je ook nergens naar toe. Goed vijf uur komen we aan. We worden ontvangen door Frans en Aad op hun terrein, dat omheind is. We moeten aanbellen om binnen te komen, wat ze doen voor de veiligheid. Er lopen een heleboel honden, waaronder drie hele kleine schatjes en een geadopteerde eend, die vorige week half verhongerd aan is komen waaien en nu door hen gevoerd wordt. Die honden zijn erg lief, totdat je probeert het terrein op te komen door over het hek te klimmen. Er staan vier huisjes tussen de fruitbomen en wij krijgen een vierpersoonsbungalow. Mensen die in het tweepersoonshuisje zitten dat voor ons gereserveerd was, willen graag tot 's middags laat blijven en daarom krijgen wij een grotere. Erg luxe, schoon en erg goed verzorgd. Het ziet er pico bello uit. Op de buitenmuur staat onze naam bij het huisnummer, de vlag hangt uit, er hangen hangmatten buiten op ons terras, waar ook een tafel met stoelen staat onder een overkapping. We hebben een grote ruime zitkamer met keuken, ruime badkamer en een slaapkamer en er staan bloemen en sinaasappels.. Het is allemaal prima verzorgd met oog voor de details. De tweede slaapkamer is afgesloten. Het is er vrij warm, maar met de airco en de fan is het prima uit te houden. Buiten horen we alleen de vogels. Heerlijk die stilte. We mogen 's avonds niet te voet naar het dorp of het bos in, want er zitten poema's en slangen. We rijden naar het centrum en zien meteen Rita's eetcafé, waar een paar tafeltjes buiten staan. Een Nederlandse groep zit daar en wij gaan binnen zitten met een djogo. We bestuderen de eetkaart die aan de muur hangt en concluderen dat we hier niet arm zullen worden. Een djogo kost hier maar SRD 8 tegenover 16 in 't Vat in Paramaribo. We bestellen bami, nasi, loempia en kipsaté en zijn bij elkaar SRD 31,50 kwijt (€ 8) met z'n tweeën, inclusief het bier. Aan de overkant is een kleine supermarkt waar we spullen voor het ontbijt kopen en koud bier. Weer terug bij het huis drinken daar wat van. Wel binnen waar het aangenamer is door de airco. Buiten is het nog steeds erg warm en klam. Een piepklein vogeltje heeft in de raam van de wc een slaapplekje gevonden. Hij zit tussen de hor en het open raam in. Elke avond zien we hem daar zitten.

Donderdag 14 oktoberDomburg

's Nachts hadden we de airco op 23 staan, maar dat was te koud! Er ligt wel alleen een laken op het bed; we zijn snel gewend aan de warmte. We ontbijten binnen en drinken buiten op het terras koffie bij de krant die het personeel vanochtend bezorgd heeft. Ja, ja, we worden verwend. De krant begint als een plaatselijk sufferdje met foto's en verhalen van alle auto-ongelukken (met naam en toenaam) en inbraken. Daarna komt een blad met Nederlands nieuws en dan volgt de rest van de wereld en de sport. Martijn ligt lekker te lezen in de hangmat. Het terras van onze lodge ligt op dit moment aan de goede kant van de zon (in de schaduw dus), zodat het daar, door het lichte windje, goed toeven is. We houden het vandaag lekker rustig. Er zitten hier niet zoveel muggen, wordt verteld, doordat er veel kikkers en padden zitten, die de larven opeten. PontFrans vertelt dat het hier erg droog is. Zo droog, dat hij de waterauto heeft moeten laten komen. De afgelopen drie jaar hebben ze het kunnen redden met het regenwater, maar nu dus niet. Het resort heeft geen waterleiding en vangt het regenwater op in grote tonnen. We willen vandaag de Jodensavanne bezoeken. We rijden met de auto naar het zuiden en nemen bij mast 32 de afslag naar Carolina. Er staan elektriciteitsmasten langs de kant van de weg die allemaal genummerd zijn. Wel handig, want zo weet je waar je ongeveer bent. Bij de afslagen staat soms een bordje, maar soms ook niet. Na de afslag is de weg onverhard, vrij hobbelig, maar goed te berijden. Zonder toestemming van het verhuurbedrijf mogen we daar eigenlijk niet op rijden, maar dat doen we tocht. Door de rode lateriet wordt onze grijze auto ook helemaal rood. Bij de Suriname-Rivier wacht ons een pontje. Of liever gezegd, hij wacht aan de overkant. Daar staan een paar auto's te wachten en ook aan onze kant komen steeds meer auto's. Waar op gewacht wordt, is niet duidelijk. De mensen hier maken zich er niet druk om. Ze wachten rustig en iedereen draait harde muziek. No span. Vijf auto's passen op het pontje en wij kunnen mee. De overtocht duurt slechts vijf minuten en daarna is het nog vijf minuten rijden naar de Jodensavanne. Het is warm. Erg warm. Zoals trouwens elke dag. Sinds we wat naar het zuiden gereden zijn, regent het ook niet meer. Soms zijn er wel wat wolken, maar veel is dat niet. De Jodensavanne was een van de allereerste koloniale nederzettingen. Deze had zijn bloeiperiode rond 1700 met 40 plantages en 6000 slaven. Na een grote brand in 1832 werd deze geheel verlaten en nu resten er alleen wat ruines van de synagoge, de begraafplaatsen en de geneeskrachtige bron. De boot voor de terugweg missen we op tien seconden. Iemand schreeuwt nog naar de bestuurder van de pont, maar die stopt niet voor ons. Daardoor zijn we pas vijftig minuten later over. Er is geen vast tijdschema, dus je moet altijd maar afwachten, wanneer er gevaren wordt. Tussen de middag wordt er niet gevaren; dan is er lunchpauze... Doordat we de boot gemist hebben, zien we wel een watermonitor van bijna een meter de weg oversteken. Soms zit het mee, soms zit het tegen. LotusOp de weg terug naar Domburg zien we in een sloot langs de kant van de weg honderden bloeiende lotusbloemen. Prachtig gezicht al die roze bloemen tussen het groen. Terug bij het lodge liggen we lui in de hangmatten met een glas koud bier. De fan hebben we buiten op het terras gezet voor een beetje koeling. Rita's eethuisje blijkt 's avonds gesloten. Als Rita moe is of als er te weinig klandizie is, gaat ze gewoon dicht. We kopen wat bij de super en maken dat in onze lodge klaar. Ook lekker. Op de plaatselijke televisie wordt het RTL- en NOS journaal met enige vertraging uitgezonden.

Vrijdag 15 oktoberDomburg

De airco stond eerst op 25°, 's nachts hebben we hem op 26° gezet en later helemaal uit. Het is een stille airco, dus aan het geluid ligt het niet. We tanken eerst in Domburg. We hebben Frans gevraagd waar dat kon en hij vertelde dat we het eerste station niet moesten nemen, omdat die nogal eens vervuilde benzine had. We betalen 100 SRD voor een volle tank. Nog geen € 0,80 per liter. Het links rijden gaat prima. Alleen willen we weleens, als we onverwacht ergens af willen slaan en de richtingaanwijzer aan willen zetten, per ongeluk de ruitenwisser aan zetten. Die zit, net als het licht, aan de 'verkeerde' kant. We rijden via Boxtel naar Zanderij en rijden de (enige) weg die helemaal naar het westen gaat. Een mooie weg, veel groen, soms wat vervallen en onbewoonde huisjes. We nemen een kijkje bij het Monument van de SLM-ramp, een eenvoudige gedenkplaats die wordt onderhouden door de Suri-profs. We gaan nog wat verder, maar de bomen worden struiken en minder mooi. Brokopondo-damWe keren om en rijden naar Brownsberg. De doorsteek via Berlijn naar Kraka is een onverharde weg, maar wel mooi. Midden daarop zit een gier een smakelijk hapje te verorberen. We zien een man met een gevangen papegaai. Zodra men hier een gekleurde vogel ziet, wordt die gevangen voor de verkoop. Geen wonder dat er hier niet veel meer zijn. Wel talrijke gekleurde kleintjes, maar blijkbaar minder vraag naar is. In Brownsberg rijden we een stukje van de weg naar boven, maar die is wel heel erg slecht. Ondanks het droge weer is dat met een gewone auto eigenlijk niet te doen. Er zitten wel heel veel, soms diepe, gaten in de weg. We houden het voor gezien en rijden naar Afobakka aan het Brokopondomeer waar een grote stuwdam staat. Het Brokopondostuwmeer (vroeger het Prof. dr. ir. W.J. van Blommesteinmeer) is een stuwmeer met een oppervlakte ongeveer zo groot als de provincie Utrecht. Het is ontstaan door de bouw van een stuwdam in de rivier de Suriname, waardoor ongeveer vijfduizend bosnegers moesten verhuizen. Om geld uit te sparen is het gebied dat onder water zou lopen niet kaalgekapt. Daardoor wordt scheepvaart op het meer nu nog steeds gehinderd door de kruinen van onder water staande bomen. Het dorp zelf is helemaal niks; het heeft een paar kleine gammele hutjes, wat overwoekerde machines en auto’s en mooie grote vlinders. We zijn snel terug in Domburg, want deze weg heeft prima asfalt en is erg rustig met maar enkele andere auto's. Wel moeten we steeds uitkijken voor drempels, want die hebben ze nogal wat. We lopen het terrein van de lodge verder op waar achter het zwembad nog een stuk bos is met vruchtenbomen en allerlei bloemen. We krijgen een paar hele zure grapefruits, die we persen en gecombineerd met de sinaasappels overheerlijk smaken. We wassen wat kleding, drinken nog een sapje, lezen een boek, schrijven het verslag en gaan zwemmen in het zwembad. Het water is vrij warm, niet verkoelend, maar wel erg lekker. Als we in natte badkleding er uit gaan, voelt het buiten koud aan. Het is ongeveer 35 graden... We gaan weer eten bij Rita's, waar het heel erg druk is. Buiten zit een grote groep Nederlanders te drinken en te eten. Binnen haalt de plaatselijke bevolking gerechten om mee te nemen. We bemachtigen binnen een van de twee tafeltjes en onder het genot van een djogo genieten van de nasi, bami en loempia's. Heerlijk. Terug in de lodge lezen we nog wat, terwijl de airco draait en de fan aanstaat. Dan wordt er op de deur geklopt. Het is een houten deur met verschillende ruiten erin. Wij zitten op twee meter afstand en zien niemand staan. Weer wordt er geklopt. We kijken nog eens goed en het blijkt een vogeltje te zien, dat aan de buitenkant op de deurklink zit en af en toe naar binnen probeert te vliegen. Grappig.


Zaterdag 16 oktoberNaar Paramaribo

Zoals elke dag worden we vroeg wakker en ontbijten op ons gemak. Het vogeltje klopt weer om binnengelaten te worden en ook een kolibrie komt nieuwsgierig voor het raam hangen om te kijken wat hier te beleven is. We maken nog een sapje van het boomverse fruit en lezen de krant. We rijden terug naar Paramaribo, maar moeten eerst de auto laten wassen, die schoon opgeleverd moet worden. En dat is hij niet meer. De regenbui naar Nieuw Nickerie en al dat rode steengruis heeft hem geen goed gedaan. We gaan naar een kleine wasplaats. De jongentjes die dat moeten doen, worden geroepen en komen na een tijdje tevoorschijn. Ze rijden een karretje met zich mee waar de hogedrukspuit op staat. De dop moet open gedraaid worden om benzine bij te vullen. Maar die krijgen ze niet open en ons lukt het ook niet. Ook de grote mannen die wij er bij halen, lukt het niet. Martijn gaat op zoek naar twee stokken en draait daarmee, tot ieders verbazing, de dop los. Van een oude matras trekken ze een stukje dat ze als spons gebruiken. De ramen worden gewassen met kranten. De jochies doen het verder prima en we geven ze 5 SRD fooi, naast het gewone bedrag van 10 SRD. BrugIn Paramaribo rijden we over de Jules Wijdenboschbrug om van het uitzicht op de stad te kunnen genieten. Aan de andere kant draaien we meteen om en rijden weer terug en verder naar de zoo. De toegang is 5 SRD per persoon. De hokken zijn allemaal erg klein en ze hebben voornamelijk inheemse dieren. Desondanks toch leuk om te zien. Als het begint te regenen (we zijn weer in Paramaribo), lijken de roofvogels daar van te genieten. Ze maken tenminste allemaal een hoop kabaal. Alle dieren zijn trouwens een stuk actiever dan bij ons in de dierentuin. Dat maakt het ook wel leuk. We laten onze bagage in het hotel achter, dat onze kamer nog niet klaar heeft (inchecktijd is 17:00 uur) en we gaan bij het 't Vat een biertje drinken (of twee). 's Avonds eten we bij de Koreaan, Lee's genaamd. Hoe kan het ook anders. Iedereen in Korea heet Lee. De bulgogi is oké, maar de bami met zeevruchten is met twee garnalen en een klein stukje inktvis, veel te duur. We leveren de auto in constateren, dat we ongeveer 1000 kilometer gereden hebben. De meeste mensen rijden slechts zo'n 100 tot 200 kilometer volgens het verhuurbedrijf.

Zondag 17 oktoberNaar Frederiksdorp

We willen fietsen huren bij Gardy’s, schuin tegenover het hotel. Daar wordt net een groep van een man of twintig verwacht. Wij zoeken ondertussen fietsen uit en wachten onze beurt af. We krijgen een kaart, bandenlichters en een fietspomp mee. Hopelijk hebben we die niet nodig. We nemen eerst, op advies van het fietsverhuurbedrijf, de langere zuidelijke route. De grote brug is verboden voor voetgangers en fietsers en dus moeten we oversteken met een bootje. Omdat het zondag is, is er niet veel verkeer tussen de beide oevers en moeten we een eigen bootje huren voor 30 SRD. De fietsen worden ingeladen en we maken de korte oversteek naar Meerzorg in het Commewijne-district. PeperpotVroeger was dit het district van de plantagelandbouw. De meeste plantages zijn na de teruggang van de grootlandbouw opgedeeld in kleine stukjes landbouwgrond, waarop zelfstandige landbouwers hun beroep uitoefenen. Het is warm. Erg warm. Er zijn amper wolken en we fietsen van supermarkt naar supermarkt, die gelukkig ook op zondag allemaal open zijn. Daar kopen we koude drankjes en gaan dan weer verder. We zoeken ons een weg naar Plantage Peperpot. Prachtige namen hebben die plantages soms, zoals Brouwerslust, Nut en Schadelijk, Hecht en Sterk, Moed en Kommer, Nijd en Spijt, De Uitvlugt, Lust en Rust. Plantage Peperpot is in handen van de overhead; men verbouwt er nog steeds koffie en cacao. De enkele honderden Javaanse bewoners wonen achter de bedrijfsgebouwen van de plantage. De meeste gebouwen zijn vervallen. De Oost-Westverbinding is druk met auto's, maar de afslag naar het noorden richting Fort Nieuw Amsterdam, valt ons ook tegen. Vrij veel verkeer over de goede asfaltweg. Men rijdt verder wel fietsvriendelijk; bij tegenliggers blijft men achter ons en ze proberen niet ons van de weg te drukken. Het is heel erg warm.... Terwijl als je fietst, je nog een beetje wind voelt. We varen voor 20 SRD de Commewijnerivier over naar Frederiksdorp. Dit is een oude plantage, die overwoekerd is, maar waar van de gebouwen opgeknapt zijn. Zodra we aan de overkant zijn, zitten we op Frederiksdorp, nadat we een klein dijkje zijn overgestoken. Dat dijkje hebben ze anderhalve maand geleden aangelegd vanwege een springvloed. Van overheidswege moeten ze dat dijkje weer verwijderen, maar dat doen ze niet. Fietsen op de boot op de Suriname-rivierZe zijn niet van plan om bij een overstroming alles maar onder water te laten lopen en zelf voor de schade op te moeten draaien. Op andere plaatsen (ook bij het Eco Resort Inn in Paramaribo) zien we zandzakken liggen, die blijkbaar wel mogen??? We brengen onze (weinige) spullen naar een appartement op palen en gaan in het restaurantdeel een biertje drinken om ons vocht aan te vullen. Aan een ander tafeltje zit Patrick Lodiers (ons bekend van De Lama's) samen met een televisieploeg. De tweede BN'er die we tegenkomen. Door het koude biertje dat we in de schaduw drinken, koelen we heerlijk af. Er staat ook een klein beetje wind. Erg lekker. Tussen de middag lunchen er vrij veel mensen en we raken in gesprek met iemand die twee jaar is uitgezonden door het Zeister Zendingsgenootschap. We maken een wandelingetje over de plantage die overwoekerd is. Het is wel een mooi gebied met veel water, bloemen, vogels. Het is hier droog; de regen valt in Paramaribo en komt de rivier niet over. Zo nat als het anderhalve maand geleden was, zo droog is het nu. In de tuin bloeien allerlei orchideeën en andere bloemen. Er overnachten nog twee mensen, met wie we leuk contact hebben. 's Avonds eten we uitgebreid met bami, nasi, groente met garnalen, kip, komkommer. Djogo erbij. Stilte. Je hoort alleen de natuur. Heerlijk rustig. Er is geen airco, maar er staan wel fan's, die 's nachts voor de hoognodige verkoeling zorgen.

Maandag 18 oktoberFrederiksdorp

Voor het ontbijt zitten we, gewapend met verrekijker, foto- en videotoestel, op ons balkon voor het huisje. BloemWe zien twee helmspechten met een rode kop die de elektriciteitspaal bewerken, kolibries, grietjebies (very, very common) en vlinders. Lekker ontbijt met gebakken ei, kaas, pindakaas (dat hier in de supermarkt in ruime sortering voorradig is), duo penotti, sandwichspread, jam en natuurlijk koffie en thee. Wij worden naar een naburige plantage gevaren, Margarita's, waar we met een klein bootje een tocht door het zwampgebied maken, het gebied tussen de Commewijnerivier en de oceaan. We moeten de boot aan het begin over een dam duwen en dan varen we een weids gebied in, vol met kanaaltjes, grassen en rieten. Een schitterend gebied, vrij open met grote velden waterlelies. Afwisselende vegetatie. De vogels die er zitten, zijn wel erg schuw, waardoor je daar niet zo veel van ziet. We zien wel een enorme wolk zilverreigers, grote groepen jacana's, visarenden en gieren. Vanaf Margarita’s lopen we in vijf minuten terug naar Frederiksdorp en zien verschillende prachtig gekleurde hagedissen. Het is gelukkig wat bewolkter dan gisteren. Bij de lodge zitten een paar buizerds in de bomen en natuurlijk de grietjebies. In onze badkamer zitten 'plakkies', kleine kikkertjes die dol zijn op water. Als lunch eten we een overheerlijke saoto, een zoute soep. Ook nu is het weer druk bij de lunch, de rest van de dag is rustig. 's Avonds zijn we met z'n zessen. Hetzelfde stel als gisteren plus een stel dat gelijk met ons naar Kabalebo blijkt te gaan.

Dinsdag 19 oktoberNaar Paramaribo

We fietsen vandaag terug naar Paramaribo en het is weer wolkenloos. Hebben wij dat! 's Morgens genieten we weer van de kolibries, geelzwarte spreeuwen, een groene parkiet, plakkies in de douche, een blauvorki, vleermuizen. Als we gaan fietsen, komen er gelukkig wat wolken. Na de oversteek vanaf Margarita’s (15 SRD), want die oversteek is goedkoper dan vanaf Frederiksdorp. De plaatselijke bevolking betaalt niet mee; die gaat altijd gratis mee met toeristen waar ze gewoon op zitten te wachten. We fietsen eerst naar Mariënburg, vroeger een suikerrietplantage in bedrijf. Nu staan er alleen wat vervallen gebouwen. We fietsen verder van supermarkt naar supermarkt en vooral de 'lime' heeft onze voorkeur. Zolang je fietst, valt het wel mee met de temperatuur, maar zodra je stopt, gutst het zweet van je af. We bekijken het oude fort Nieuw Amsterdam en maken vervolgens de overtocht naar Leonsberg (25 SRD). We wachten niet tot de boot vol loopt, want we weten ondertussen wel dat, als er toeristen aan boord zijn, de plaatselijke bevolking toch niet mee betaalt. Het is nog een klein stukje naar Paramaribo waar we de fietsen inleveren. De fietsen waren prima, we hebben er geen problemen mee gehad. Gelukkig kunnen we meteen onze kamer van het Eco Resort Inn. We krijgen de oude kamer van Wilma en Jan. Dat weten we, omdat er een enquêteformulier op hun naam ligt, dat ze niet ingevuld hebben. We gaan even op het bed liggen met de airco aan om af te koelen en bij te komen van het fietsen. Bij 't Vat, ons 'oude vertrouwde' terras, nemen we een heerlijke ijskoude Parbo en we bestellen een bittergarnituur. De frikadellen, garnalen en kipnuggets zijn prima; de bitterballen zijn een droge hap meel zonder vleesragout. In de tussentijds zitten we live naar Real Madrid-Inter Milan te kijken. Op onze pc houden we de stand van Ajax-Auxerre bij (2-1). We eten bij Chinees Chi Min, dicht bij het hotel. Erg goed en niet duur.


Woensdag 20 oktoberNaar Kabalebo

Na het ontbijt pakken we onze spullen in voor een weekje Kabalebo, een resort midden in het bos, zoals de Surinamers het oerwoud noemen. LandingWe mogen tien kilo p.p. meenemen en de rest kunnen we weer opslaan bij het hotel. We worden door iemand van Kabalebo gebeld die ons vraagt of het we niet vergeten zijn en dat we om 10:00 uur op vliegveld Zorg en Hoop moeten staan. Zou iemand dat dan vergeten? We laten de receptie een taxi bellen, die even later voorrijdt en ons voor 17,50 SRD naar het vliegveld brengt. Een klein vliegveldje voor binnenlandse vluchten van verschillende maatschappijen. Gelukkig vliegen we met Gum Air en niet met Blue Wing, want die staat op de zwarte lijst. Er wordt hier echter verteld, dat dat alleen geldt voor de vrachtvliegtuigjes. Het personenvervoer vindt plaats in dezelfde vliegtuigjes als bij Gum Air. Het is er vrij druk, iedereen loopt kriskras door elkaar en balies zijn er niet. Meteen komt een mevrouw op ons af die ons naar een aircowachtruimte brengt. Geb en Coby (ontmoet in Frederiksdorp) zijn er al en er komen nog vier (Nederlandse) medereizigers. Alleen wij achten zitten in die wachtruimte, verder niemand. We moeten met onze bagage naar een grote weegschaal, waar alles wordt gewogen: de grote rugzak, de dagrugzak en wij. Zowel de bagage als wijzelf zijn erg zwaar waardoor we de indruk krijgen dat alles vijf kilo zwaarder weegt dan het in werkelijkheid is. Daarna krijgen we een stukje cake en een fles drinken. Je kunt zo naar buiten lopen naar de taxibaan. Dicht bij de deur van de wachtruimte staan de vliegtuigjes klaar en de mensen staan daar om iedereen uit te zwaaien. We stappen in en er wordt niets, maar dan ook helemaal niets gecontroleerd. Er wordt geen paspoort gevraagd en er wordt geen enkele bagage gecontroleerd. We vliegen een uur en landen 280 kilometer verderop naar het zuidwesten. Een mooie vlucht met uitzicht over veel bomen, soms een rivier en een enkele weg. Kabalebo is een natuurresort midden in de jungle; het dichtstbijzijnde dorp is 100 kilometer verderop. Alles is inclusief, behalve de alcoholische drankjes. Water, sapjes, frisdranken, koffie, thee, nootjes, chips. Je mag alles pakken wat je wilt. Er staat een grote koelkast en er ligt een lijst waar je de drankjes op naam turft. Wij zijn de enige die in Inspiration Point zitten; alle andere logeren in het hoofdgebouw. Daar zijn nog zes andere gasten aanwezig. Onze kamer ligt op een paar minuten lopen, is groter en heeft twee buitendeuren, zodat het lekker door kan waaien. Geen airco, maar wel een fan. En dat blijkt genoeg. We zitten daar ook een stuk rustiger, want in het hoofdgebouw wordt op de veranda gegeten en nagetafeld. Wij kunnen kiezen uit een zitje of hangmat voor (uitzicht op de landingsbaan) of achter (uitzicht op het bos). Niemand krijgt een kamersleutel; alles blijft open. Wel is er op elke kamer een kastje dat afgesloten kan worden. Als het vliegtuig weer vertrokken is, is het stil. Je hoort alleen de natuur. Vijf keer in de week, komt er een vliegtuig met gasten en alle spullen die het resort nodig heeft. VliegtuigAlles moet door de lucht aangevoerd worden, want dat is de enige manier om hier te komen. Na een kommetje soep gaan we wandelen onder begeleiding van twee gidsen met grote kapmessen. We zijn net begonnen of we stuiten op een oud vliegtuig, dat vijftig jaar geleden een noodlanding heeft gemaakt, vlak voordat de landingsstrip klaar was. De twee inzittenden hebben dat trouwens overleefd. Het is deels overwoekerd en er groeien bomen uit. We zien veel enorme bomen, de kankantree, de bospapaya, kikkers, ara's, een gifslang, die je bijna niet ziet, maar waar je wel minstens een meter vandaan moet blijven, omdat die op warmte reageert, twee powisies (zwarte boskippen met een grote kam en gele snavel), spinnen, en allerlei vogels. Het is een korte wandeling over vlak terrein en we worden drijf- en drijfnat. Je kunt ons uitwringen. We maken een tocht over de Kabaleborivier in een korjaal, een uitgehakte boomstam. Er worden tuinstoelen in de boot gezet, zodat we niet op smalle harde bankjes hoeven te zitten. We worden vrij snel droog door het windje dat je met het varen vangt. Heerlijk aangenaam. We varen tien kilometer en komen bij een kreek waar we kunnen zwemmen. We zien onderweg reigers, een buizerd, een bosje vlinder en we horen brulapen. Er is voor alles gezorgd: handdoeken, water, sinaasappels, chips, nootjes. 's Middags hebben we onze schoenmaat op moeten geven en 's avonds krijgt iedereen een paar slippers. Als het donker wordt, zien we de vleermuizen uitvliegen. Met z'n achten eten we aan een aparte tafel, de andere zes aan de andere kant van de veranda.

Donderdag 21 oktoberKabalebo

Om 6:30 uur zijn we al buiten en lopen over de landingsbaan naar de pier. Daar staat een grote boom waar wel dertig ara's, dwergara's en papegaaien inzitten. We zien ook een Fransmadam, oftewel een kraagpapegaai. KabaleboEn een herrie dat ze maken. Ze krijsen de hele buurt bij elkaar. Prachtig! Bij de rivier zitten twee groene ibissen en een kolibrie. In de verte horen we brulapen. In een ander boom zit een rode ara, de huisara, die niet meer kan vliegen en die door het personeel gevoerd wordt. Na het ontbijt vertrekken we met z'n zevenen (Peter gaat niet mee) naar Misty Mountain, een bult van een kleine 500 meter die we gaan beklimmen. Met een bootje varen we naar de overkant en beginnen dan te lopen. De zon schijnt niet, maar dat maakt niet zoveel uit. We lopen toch grotendeels in de schaduw van de bomen en warm en vochtig is het toch. We dragen allemaal vier flesjes (halve liters) water per persoon en de lunch. De gidsen hebben nog een flesje extra voor ieder, voor het geval dat. Het eerste stuk is wat drassig, maar dat komen we door met droge voeten. We hebben mazzel met Mark in onze groep, een liefhebber van gifkikkers en tropische vogels. Samen met de gids vindt hij de nodige gifkikkertjes. Ongelofelijk dat ze die zien tussen al die bladeren en planten. De beestjes zijn niet groter dan een centimeter en gaan helemaal op in de achtergrond. Maar als je heel goed kijkt, zijn ze erg gekleurd en heel erg mooi. Het begin van het pad is vrij vlak en op een splitsing kun je kiezen om terug te gaan of door te lopen naar de top. Dat doen we allemaal. Vervolgens gaat het steiler omhoog. Maar wij vinden dat alles veel meevallen; we wandelen ook maar erg langzaam. Telkens is er onderweg wel wat te zien. Op de steilste stukken hangen touwen waar je je aan vast kunt houden, maar eigenlijk is dat nergens echt nodig. We zien twee rode ara's al krijsend over vliegen, wat een schitterende beesten. We drinken veel en zijn doorweekt van het zweet. Bij het eerste plateau heeft men speciaal een kijkgaatje heeft gemaakt en hebben we uitzicht op de lodge. De rest van het oerwoud is te dicht om er door heen te kijken. Verder zien we wat kapucijnerapen en veel verschillende soorten paddenstoelen. KikkerKleinOp de top lunchen we met een doosje noedels waarvoor de gidsen thermoskannen met warm water bij zich hebben. Een ander doosje bevat rijst met een rundvleesprutje en boontjes. De gidsen hebben ook nog sinaasappels, nootjes en chips bij zich. We eten alles snel op en pakken nog sneller in, want het wordt wel erg donker. We zijn nog niet begonnen aan de terugweg of we voelen de eerste druppels vallen. Al snel zijn we verzeild in een heuse stortbui en binnen vijf minuten zijn we door- en doornat. Gelukkig hebben we het regenhoesje voor de rugzak bij ons waar we de camera's in stoppen. Dichtbij zitten brulapen die hun naam alle eer aan doen. Ze houden blijkbaar niet van regen, want daar krijgen ze het koud van. Ze zitten pal boven ons, maar ze zijn erg moeilijk te zien door de regendruppels die in onze ogen vallen. Later zien we een paar slingerapen en horen we de bospolitie (groenhartvogel), die zo genoemd wordt naar zijn gefluit; hij klinkt als een politieagent die je naar de kant fluit: fuut fuut fuuuuut. We lopen naar een waterval en daar stopt het met regenen. De bui heeft zowat een uur geduurd. Het pad naar beneden valt mee en is lang niet zo glibberig als je zou denken met al dat water. Als we weer bij het drassige beginstukje komen, blijkt dat te zijn veranderd in een riviertje. In het begin proberen we droge voeten te houden door op de kanten te lopen, maar al snel blijkt dat onbegonnen werk en stappen we zo het water in dat tot onze kuiten komt. Het vuil krijgen we niet meer uit onze sokken gespoeld. Om 17:00 uur zijn we terug bij de lodge, waar we een douchen nemen en onze kleding mee wassen. We zetten de bagagerekjes onder de fan en hangen alles te drogen. Buiten is het zo vochtig, daar is geen beginnen aan. Als we voor onze kamer een biertje zitten te drinken, komt een mevrouw van het resort met een wagentje een schaaltje met snacks brengen. ´s Avonds zakken we door met onze zes reisgenoten voor deze paar dagen: Geb en Coby, Mark en Ingrid, Peter en Annie. Het koude bier en witte wijn zijn in de koelkast hier snel op en we hebben niet zo´n zin in lauw bier. Daarom gaan we die halen bij de koelkast in ons gebouw. Die wordt niet zoveel gebruikt en heeft ijskoude dranken in overvloed.

Vrijdag 22 oktoberKabalebo

Lia ´verslaapt´ zich tot 7:00 uur, zodat we geen tijd hebben om voor het ontbijt nog wat rond te kijken. De hele was blijkt zo´n beetje droog, behalve de schoenen die nog steeds zeiknat zijn. Na het ontbijt nemen we afscheid van Mark, Ingrid, Peter en Annie, die alweer terug naar Paramaribo gaan. Samen met Geb en Coby (en twee gidsen) varen wij naar Kilo-3, stroomafwaarts. We varen eerst een poosje op de motor en zien een reuzenijsvogel en een roofvogel die aan het eten is. Daarna gaat de motor uit en drijven we in alle rust de rivier af. In het zonnetje ligt een kaaiman die dezelfde kleur heeft als zijn achtergrond. Een stukje verder gaan we een smalle kreek in die vrij ondiep is. PowisiOmdat het water sinds gisteren zo´n 30 tot 40 centimeter is gestegen, kunnen we een eind die kreek in. Daarbij varen we wel af en toe over boomstammen. We zien verschillende ijsvogels: reuzen, Amazone en groene. We gaan wandelen en krijgen uitleg over de functies van de verschillende planten. Sommige kun je eten, sommige bladeren ruiken naar knoflook of uien, anderen zijn goed bij schaafwonden, sommige planten worden gebruikt na het baren van een kind om de baarmoeder schoon te maken en klaar te maken voor het tweede kind, en andere planten hebben dezelfde werking als viagra. ToekanHet is ook niet alleen groen wat je ziet, soms bloeien er bloemen, zoals de roze liane-bloem. We zien een nestje met een kolibrie-eitje, kleine vlinders met uilenogen, veel grote blauwe vlinders die niet stil blijven zitten, blauwe libellen, een mooie spin in een web en een kleine tarantula die erg ´wollig´ is. ´s Morgens is het bewolkt, maar in de loop van de dag wordt het steeds helderder en gaat de zon schijnen. We zien een vliegende toekan en slingerapen, horen brulapen en op de weg terug heel veel kleine gele vlinders. We zijn tegen vieren terug, zodat we eindelijk wat 'vrije tijd' hebben. Die gebruiken we om te zwemmen in het zwembad en zien het onweer en de regenwolken steeds dichterbij komen. Dat waait echter allemaal over. We drinken verschillende sapjes achter elkaar op. Ongemerkt verlies je heel wat vocht. Martijn z'n beide benen zitten helemaal onder de jeukende bultjes. We gaan een biertje drinken op de veranda en zien op de landingsbaan een gevlekte havik lopen. We kijken even bij de huisara die nog steeds hoog in de boom zit en zien de zuurzakbomen op het terrein staan die een paar grote vruchten dragen. De ondergaande zon kleurt aardig en aan de andere kant komt de volle maan op. Mooi gezicht. Er zitten hier geen muggen, dus ook geen malaria, en daarom kunnen we 's avonds met korte broek en T-shirt lopen. We doen wel sokken aan, want als wij terug lopen van de mainlodge naar Inspiration Point moeten we door het dan natte gras en daar zitten allerlei beestje die prikken. Onze benen zitten dan ook helemaal vol met vooral mierenbeten die we opgelopen hebben bij Kilo-3, waar we tijdens de lunch aan het water hebben gezeten. Op de rest van ons lichaam zitten we ook onder de steken, maar we weten niet waar die van zijn. We weten alleen dat ze jeuken. We hebben vandaag twee vliegtuigjes gehoord, één met vier nieuwe gasten en het andere met een EHBO-team, dat hier examens af komt leggen en waar het voltallige personeel aan deelneemt.


Zaterdag 23 oktoberKabalebo

Na het ontbijt laten we ons met een korjaal een eind de rivier opbrengen. Op die korjaal is een kajak vastgebonden waar we in over stappen en laten ons heerlijk terug drijven naar de lodge. Het is warm en zonnig. Het kleine beetje vaart dat we hebben, brengt toch wat verkoeling, terwijl hele grote hommels om ons heen zoemen. We hoeven helemaal niet te peddelen en drijven vanzelf met de stroom mee. Zo kunnen we heerlijk ontspannen om ons heen kijken. We zien een toekan in de verte in een boom, die snel weg vliegt. Al snel zien we vier otters dicht langs de oever. Vier kleine kopjes steken boven het water uit, duiken onder en komen meters verderop weer boven. We peddelen een stuk om ze bij te kunnen houden. Ze willen de rivier oversteken, maar daar liggen wij en ze zijn daar niet blij mee. Hun koppen komen boven het water uit, ze laten hun tanden zien en grommen naar ons. We laten ze verder maar met rust en drijven verder. PadWe zien verschillende ijsvogels en andere kleine vogels. Een enkele roofvogel in de lucht en twee overvliegende toekans en vlinders. Bij aankomst bij de pier dwarrelen er een paar honderd gele en oranje rond en sommige zitten op een kluitje aan de rand van het water. Er landen twee vliegtuigjes op het gras, een heel kleintje met vier nieuwe gasten en voorraad en een grotere (die waar wij mee gekomen zijn) die vijf grote tonnen met brandstof aan boord heeft. We nemen afscheid van Geb en Coby en gaan op onze veranda in de hangmatten liggen. Martijn ligt 'voor' en Lia 'achter', zodat we beide kanten in de gaten kunnen houden. Voor zit alleen een mooie vlinder, achter zien we een jonge zwarte havik, die nog bruin gevlekt is, en een agoeti. Een vreemd soort beest. Ziet er een beetje uit als een konijn, maar loopt gewoon; hij huppelt niet. Tegen vijven wandelen we door het kleine stukje bos naar de hutjes bij de waterkant. Het is een heel droog stuk bos en de bladeren knisperen onder onze voeten. We zien niet zoveel: een agoeti en een dertig centimeter grote schildpad. Bij het water bij de hutjes zit een groen kolibrie en grote blauwe vlinders. Na het diner zitten we nog een poosje met een biertje op de veranda te genieten.

Zondag 24 oktoberKabalebo

We hebben besloten om vandaag op het terrein te blijven. Alle andere gasten gaan een dagtocht maken en zo hebben wij het rijk voor ons alleen. Al voor het ontbijt gaan we bij de pier naar de ara's kijken. Er staan daar een paar bomen waar het 's ochtends stikt van de ara´s, dwergara´s en papegaaien in allerlei kleuren. Ze eten de bloemen uit de bomen en vliegen soms krijsend over en weer. Dan pas kun je goed hun kleuren zien. In de bomen hebben ze hun veren opgevouwen en zitten ze grotendeels onder de bladeren verstopt. De rode huis-ara zit hoog in zijn boom en steekt mooi af tegen de blauwe lucht en de groene bladeren. KajakHij kijkt ons nieuwsgierig aan. We nemen een voetenbankje en gaan in de tuin achter onze veranda in de schaduw zitten met zicht op een papayaboom. Daar hangt een half aangevreten vrucht, waar allerlei vogels van komen eten. We willen vandaag de toekans zien en hoeven daar niet lang op te wachten. Die zitten eerst uitgebreid in een andere boom om zich heen te kijken en als ze de kust veilig vinden, komen ze eten. Prachtig. We zien roodsnavel- en groefsnaveltoekans. We lopen naar de hutjes, ditmaal over de landingsbaan en gaan bij een (niet verhuurd) hutje op het terras zitten. We zien een ijsvogel, wat strandlopers, een kleine helblauwwitte zwaluw, kleine zwartjes, grijsjes en bruintjes. Weer een boel vlinders en wat bloemen. Bij de lunch lezen we de krant en daarna hangen we met een verrekijker in de hangmatten en reageren op elk geluidje wat we horen. Het meeste geluid maken de zwart met gele spreeuwen, maar we zien toch nog een toekan en een grote, mooigekleurde jagende hagedis. Uit de koelkast op het eind van de veranda halen we regelmatig koude waterflesjes en frisdranken om af te koelen. Kabalebo-rivierVandaag is het weer overwegend blauw, warm en vochtig is het altijd, maar net als gisteren vallen er een paar druppels regen. Niet zoveel dat je er nat van wordt. Aan het eind van de middag wandelen we over de strip naar de hutjes. Het is erg warm en er is geen wind. Misschien dat de dieren daarom geen zin hebben om iets te doen, want we zien niets.

Maandag 25 oktoberKabalebo

Na het ontbijt lopen we door het bos naar de hutjes. Opnieuw is het warm en staat er geen wind. We zien alleen een paar mooie vlinders. Zo'n grote met een oog en een geelzwarte. Ook nog een zwarte havik. Bij de pier gaan we een poosje zitten en horen en zien een jonge roodkeelcaracara, grijsblauwe tangara, ook wel blawki genoemd, en roodbruine fluweeltangara. Daarna is het tijd voor ontspanning en liggen we in de hangmat en in het zwembad. HavikHet wordt bewolkt en we zien grote onweerswolken op ons afkomen. We horen gedonder in de verte en als het gaat waaien, hopen we dat het gaat regenen, zodat het wat afkoelt, maar mooi niet. Later op de middag gebeurt het alsnog. Geen tropische hoosbui, maar gewoon regen. 's Avonds zien we veel bliksemschichten. Onze bulten op onze benen (Martijn heeft er zeventig op elke been), het zijn mierenbeten, jeuken nog steeds en we zien er niet meer uit.

Dinsdag 26 oktoberKabalebo, naar Paramaribo

Na het ontbijt varen we met de korjaal wederom de rivier op om over te stappen in een kajak. We zijn vandaag met z'n tienen en de vier jongeren maken er een wedstrijd van wie het eerste terug is. De 'ouderen' doen daar uiteraard niet aan mee en genieten van het bos. We zien allerlei ijsvogels. Het is gelukkig maar half zonnig en dus niet zo warm. Terug bij de lodge zit er weer een toekan, een roodsnavel. Net na twaalven landen er twee vliegtuigjes met zestien nieuwe gasten. VliegtuigLandingMet Robin en Rein en de vier jonge gasten vliegen we terug in het 'grote' vliegtuig. In het kleintje worden legen brandstofvaten vervoerd. De vlucht gaat voorspoedig, hoewel er meer wolken zijn dan op de heenweg. De piloot vliegt daar meestal behendig om heen, zodat we niet zoveel last hebben van turbulentie. Onderweg genieten we weer van het landschap onder ons: alleen maar bos met af en toe een rivier en een enkele weg. Robin en Rein hebben een transfer geregeld en wij kunnen gratis met hun auto meerijden naar het Eco Resort, waar zij ook verblijven. Is dat even handig! De hotelkamer voelt erg koud aan na een kleine week met alleen maar een ventilator. Zo’n fan is eigenlijk erg prima; zo wen je sneller aan de warmte en het verschil in temperatuur wordt nooit zo groot. We lopen meteen naar 't Vat voor een koude djogo en internetaansluiting. We lezen de mailtjes en het Nederlandse nieuws. Het schijnt daar koud te zijn; verder gebeurt er niet zo veel. We eten weer bij Chi Min, want dat is vorige keer erg goed bevallen. Het is er vandaag een stuk drukker dan toen en het is nog steeds goed.

Woensdag 27 oktoberParamaribo

Na het ontbijt wandelen we naar Fort Zeelandia en kijken daar een poosje rond. Daarna bezoeken we de markt en kopen een gehaakte hangmuts in de kleuren rood, groen en geel. We drentelen nog wat door de stad, kopen een koud drankje, want het is weer heel warm, zweten er behoorlijk op los en gaan terug naar het hotel om af te koelen in de aircokamer. FortWe checken via internet zovast in voor morgenmiddag, lezen wat en houden siësta. Tegen drieën gaan we weer naar 't Vat voor een koude Parbo en daarna naar de Chinees.

Donderdag 28 oktoberParamaribo, naar huis

Al voor twaalven worden we opgehaald bij het hotel voor de vlucht vanaf Zanderij naar Amsterdam, terwijl het vliegtuig pas om 17:20 uur vertrekt. Er was bij aankomst al verteld, dat we uiterlijk om 15:30 uur aanwezig moesten zijn, omdat we anders zeker niet mee zouden kunnen met het vliegtuig. Maar als we aankomen bij het vliegveld, realiseren we ons, dat we zo vroeg moeten zijn, omdat onze wegbrengers de nieuwe gasten op moeten vangen, die rond enen aankomen. En of we nu op de hotelkamer wachten of hier, het maakt niet zoveel uit. Martijn koopt een T-shirt, dat 35 SRD moet kosten, maar wij hebben nog maar 33 SRD. We leggen het verschil in eurocenten bij. In de vertrekhal loopt een hasjhond rond. We vertrekken op tijd en de vlucht gaat voorspoedig.

Vrijdag 29 oktoberNaar huis

Om 7:15 uur landen we volgens plan. Meteen bij het verlaten van het vliegtuig is al een uitgebreide controle met (alweer) een hasjhond en paspoortcontrole. De grote bagage komt op een afgelegen band die hermetisch is afgesloten van de andere. Nogal wat mensen (zowel blank als bruin) moeten hun bagage uitpakken (wij gelukkig niet) en dan gaan we met de trein naar huis.

We hebben deze reis volledig zelf via internet geregeld.