Amerika

Suriname

10 t/m 29 oktober 2010

De republiek Suriname is het dunst bevolkte tropisch land in de wereld. Ongeveer 95% van de ruim vierhonderdvijftigduizend inwoners leeft in de hoofdstad Paramaribo, in kleine dorpen aan de kust en langs de rivieroevers. Suriname is vijf keer zo groot als Nederland en wordt voor 80% bedekt met tropisch regenwoud. In 1593 bezetten de Spanjaarden Suriname, maar zij waren al heel snel weer vertrokken. Daarna probeerden de Nederlanders van Suriname een kolonie te maken, maar ook zij faalden. Na 1650 vestigde een groep Engelse kolonisten uit Barbados zich met succes aan de Surinamerivier. In 1667 telde hun kolonie 175 plantages en ruim 4000 kolonisten en slaven. De Zeeuwen, onder leiding van Crijnssen, lukte het om het land helemaal te veroveren. De kolonie werd overdragen aan de West-Indische Compagnie en een deel van Suriname kwam in handen van de stad Amsterdam. In 1975 werd Suriname volledig onafhankelijk verklaard. Er zijn 8 verschillende bevolkingsgroepen: Hindoestanen 35%, Creolen 32%, Javanen 15%, Marrons of Bosnegers 10,5%, Indianen 2,5%, Chinezen 2%, Europeanen 1,5%, anderen 1,5%.

Paramaribo - Centrale plein met ambtswoning president

Afdrukken

Zondag 10 oktoberNaar Paramaribo

We gaan naar Suriname en hebben op internet alles zelf bij de hotels en resorts geboekt. Dat ging niet altijd even makkelijk (het lag niet aan de taal, want Nederlands is de officiële taal), maar het duurde soms erg lang voor we antwoord kregen op onze mailtjes. Wilma en Jan gaan ook in dezelfde tijd en we hebben afgesproken een paar dagen samen te reizen. Om 4:30 uur staan we op. We hijsen onze rugzak op de rug en lopen naar het station, want zo vroeg rijden er nog geen bussen. De trein naar Schiphol gaat voorspoedig tot Amsterdam. Daar begeeft hij het en moeten we op een andere overstappen. Met dik een kwartier vertraging komen we daar aan. Binnen vijf minuten hebben we onze bagage afgegeven en gaan we een broodje eten en een kop koffie drinken. Volgens plan landen we in Paramaribo om 13:00 uur plaatselijke tijd (vijf uur tijdsverschil). Als we het vliegtuig uitlopen, lijkt het alsof er een warmtekanon op ons gericht is, maar het is gewoon de buitenlucht. Daar zullen we wel even aan moeten wennen. We worden opgehaald door een busje van het Eco Resort Inn. Lekker makkelijk. Net als we daarin zitten, begint het een beetje te regenen. We zien de druppels vallen, maar de grond wordt niet nat. Zo warm is die. Onderweg naar het hotel krijgen we een grotere bui, maar eenmaal in Paramaribo is het droog en redelijk zonnig. Op het vliegveld pinnen we meteen Surinaamse dollars. 100 SRD = € 25. Eigenlijk wat minder, maar dit rekent makkelijk. We lopen meteen naar 't Vat, een café met terras waar altijd veel Nederlanders zijn. We zitten heerlijk onder een parasol met een grote koude djogo (een literfles Parbo-bier). Op een been kun je niet lopen, dus nog maar een. Bierviltjes hebben ze niet en we krijgen een servetje onder de glazen en de fles. We horen o.a. Hazes en Manuela. Bier kost hier 16 SRD, € 4. Tegen zessen, als de zon erg laag staat, lopen we langs de waterkant. Een paar oude houten huizen zijn mooi opgeknapt, een paar zien er erg vervallen en verveloos uit en er zijn er ook wel wat verdwenen. Op een veld bij het paleis is een festival van de Marrons, afstammelingen van Afrikanen die door slavenhalers onder dwang naar Suriname zijn gebracht. Er staan allerlei kraampjes met eten en drinken die druk bezocht worden en er wordt muziek gemaakt. We willen nog wat eten en gaan naar een Hindoestaans/Chinees restaurant. Het ziet er goedkoop uit, maar is vrij duur. Als blijkt dat de prijzen exclusief allerlei taksen en belastingen zijn, houden we het bij een biertje. We hebben vandaag al vrij veel gegeten en we laten het er maar bij. Om 8:00 uur liggen we al in bed.

Maandag 11 oktoberParamaribo

We slapen als een blok en kunnen het tot 6:30 uur rekken. Het ontbijt is buiten onder een grote rieten kap en al snel hebben we door dat er altijd eentje bij het tafeltje moet blijven, want anders pikken de vogels je eten. De brutaalste zijn de tangara's, een donker vogeltje met een rode gloed. Lekker uitgebreid ontbijt en we proberen het zuurzakdrankje. We zitten snel te zweten en zijn bang, dat dat deze vakantie niet over zal gaan. HuizenWe dwalen een paar uur door het centrum van Paramaribo. Meest brede straten met veel auto's. Die staan overal geparkeerd. Ook op de stoep en onder bordjes met 'verboden te parkeren'. Het loopt lastig, slingerend langs de auto's; de stoepen zijn niet egaal, er zitten vaak grote gaten en diverse stukken zijn opgebroken. Huizen worden opgeknapt en vaak is dat hard nodig. De mensen zijn erg vriendelijk en zeggen je gedag. Bijna alle toeristen zijn Nederlanders. Alles staat ook in het Nederlands en de meeste straatnamen zijn dat ook. Het is warm, erg vochtig en soms een kleine regenbui. De winkels in de winkelstraat zijn voornamelijk kleding- en juwelierszaken. Op de overdekte markt zijn allerlei soorten groente, fruit, vis en kruiden te koop. Ons vallen de dikke konten op, vooral van vrouwen, en dat er weinig zonnebrillen gedragen worden. De moskee staat vredig naast de synagoge. Ook zijn er katholieke kerken, gereformeerde en zendingsgenootschappen. We kopen ergens een fles water die we later op de hotelkamer in een bakje met ijsklontjes zetten. Lekker zo'n klontjesapparaat. 's Middags valt er een forse bui, die vrij lang duurt. De hoeveelheid regen valt tot nu toe tegen. Tenslotte zitten we midden in het grote droge seizoen. We weten dat het dan ook kan regenen, maar het is al de vierde bui binnen een dag. Bij de receptie regelen we kamers voor als we terug in Paramaribo komen. We hebben een aanbieding gezien met 20$ korting en dat willen wij ook. In eerste instantie wordt er gezegd, dat die maar tot 15 oktober geldig is, maar er wordt nader overlegd en we krijgen te horen, dat het ook voor ons geldt. Hebben we toch even snel 80$ 'verdiend'. We wachten op Wilma en Jan die zijn wezen fietsen en drinken ondertussen een djogo. We hebben net een paar slokken gedronken als ze bezweet en verhit aan komen zetten. Bij hen gaat het bier er nog beter in. We kletsen en wisselen ervaringen en tips uit. Erg gezellig. Het wordt vrij druk op het terras en de Parbo is snel uitverkocht. Andere mensen gaan over op Heineken, maar wij besluiten om naar 't Vat te gaan. Wilma en Jan gaan eerst douchen en sluiten later aan. Wij nemen ons pc-tje mee, want op het terras zijn verschillende tafels met grote bossen snoeren met internetkabels waar je gratis in kunt pluggen. Lekker handig. Vooral veel jonge mensen maken er gretig gebruik van. We drinken en kletsen verder en eten o.a. pom. Dan zegt Jan: kijk eens wie er naast ons zit. Als echte Feyenoordfan heeft hij ex-Ajacied Aron Winter herkend, die gezellig met een vriend wat zit te drinken. Grappig. Later lezen we in de krant, dat hij hier enkele voetbalclinics verzorgt in het kader van het 90-jarig bestaan van de Surinaamse voetbalbond.

Dinsdag 12 oktoberNaar Nieuw Nickerie

Zowel wij als Wilma en Jan hebben een auto gehuurd, die allebei bij het hotel worden afgeleverd. Lekker makkelijk. We rijden vandaag naar Nieuw Nickerie in het noordwesten van het land. De weg in Paramaribo is druk. Men rijdt wel redelijk relaxed, geeft voetgangers voorrang. Het is voor ons even wennen om in een automaat te rijden en het links rijden is ons ook vreemd. Beide wennen echter snel, maar we zijn eigenlijk niet op de hoogte van de verkeersregels: wie heeft voorrang, hoe hard mag je. Er staat niet veel aangegeven; eigenlijk helemaal niets. TotnessMaar alles gaat goed. Buiten de stad wordt het een stuk rustiger, maar er rijden verschillende auto's zonder remlicht, waardoor we soms abrupt moeten remmen. We rijden door een mooi landschap, veel palm- en bananenbomen en heel veel groen. De weg is goed en er zijn maar weinig dorpjes waar we door heen komen. Veel water langs de kant waar soms mannen zitten te hengelen in een smalle sloot. Eentje heeft gezelschap van zijn vogeltje dat in een kooitje op het dak van de auto staat. De brug bij Groningen is enigszins verzakt, maar er is geen andere en dus moet iedereen er wel over. Bij Totness gaan we op zoek naar de rode ibis. We hebben in een reisgids gelezen dat hier een eldorado voor vogels is en dat je de rode ibis zeker zult aantreffen. Zodra we de auto uit zijn, worden we aangevallen door dazen. Heel snel zijn we terug de auto in en dan vallen ze de ramen aan. Een gier, een arend en een ani is welgeteld de opbrengst van een half uur rondkijken. Misschien komt dat door de eb of door de zeedijk die men aan het aanleggen is. Niets te zien dus. ‘s Middags regent het een poosje; in Nieuw Nickerie is het weer droog. De afstand is langer dan we gedacht hadden, n.l. 245 kilometer en we doen er ook langer over dan gedacht door de vele drempels in de weg die ons aardig ophouden. We rijden er vijf uur over. Nieuw Nickerie is de tweede stad van Suriname met ruim veertienduizend inwoners. Het is een groot dorp en erg rustig. Bij ons in het hotel zitten nog vier Nederlanders, verder zien we geen toeristen. We maken een excursie naar de Manglie-rijstfabriek. Een groot en modern bedrijf met Duitse apparatuur en Nederlandse vrachtwagens. Er ligt een enorme berg ongepelde rijst. Alles is zo geautomatiseerd, dat één man de verwerking (pellen, wassen, polijsten, sorteren) kan bedienen. Alleen bij het inpakken zijn meer mannen aan het werk, waarbij mannen zakken van 30 kilo op hun nek dragen. Het afval wordt als veevoeder gebruikt. We drinken bier bij het café van het hotel, Café de Tropen' en gaan eten bij Chinees Pak Hap, waar Wilma de boot voor morgen naar Bigi Pan definitief afspreekt. Omdat het nog zo vroeg is, drinken we nog een djogo op het terras. Echt laat maken we het niet, want we zijn toch nog niet helemaal aan het tijdsverschil gewend.