Amerika

Artikelindex

Dinsdag 24 juliNaar Roatán

Om 6:00 uur vertrekken we met de bus naar La Ceiba aan de Atlantische kust. De boot gaat maar eenmaal per dag om 15:00 uur en die moeten we halen. In Tugus zien we niets door de laaghangende wolken, maar eenmaal buiten de stad wordt het blauw. Het zal een warme dag worden.
Goed 8:00 uur stoppen we voor ontbijt en wij halen bij het cafeetje dat bij de supermarkt hoort, twee croissants met ham en kaas en wat yoghurt. Ook gaan we naar de bank. Er staat aangeplakt dat we geen pistolen en messen mee naar binnen mogen nemen.
Er volgt een lange tocht naar de kust. We rijden over goede wegen en het bergland is nog steeds groen. Tijdens een tussenstop eten we een magnum. In La Ceiba halen we wat boodschappen en rijden dan door naar de boot. De bus gaat niet mee, dus alle bagage moet gedragen worden en apart ingecheckt. HangmattenHet is hier erg warm met wel wat wind, wat het een beetje aangenamer maakt. Het is een grote luxe boot die ons in twee uur naar het eiland Roatán zal brengen. We zitten buiten op het dek en denken dat we aan de goede kant van de boot zitten: met de zon in de rug. In het begin gaat het goed, maar de spetters worden steeds groter en er komen er steeds meer. Als we op een gegeven moment goed nat worden, gaan we wat verder naar voren naar het midden van de boot. Dat helpt even, maar op een gegeven moment zijn we toch helemaal doorweekt. De zee is woelig (er worden kotszakjes uitgedeeld) en je kunt wel binnen zitten, maar dat willen we niet. De hele meute die achterop staat, zien we telkens wegduiken voor elke grote golf die er aan komt. De boot vertrekt op tijd en komt op tijd aan.
Aan de overkant halen we de bagage op en zien we negroïde mensen. Vooral de kinderen zijn erg leuk met hun rastakapsels en rare hoedjes.
Binnen een half uur zijn we in ons hotel in West-End, het West-Inn. Wij hebben een grote kamer op de tweede verdieping met twee tweepersoonsbedden, een fan, een airco en een grote koelkast, waarin we meteen het bier koud leggen.
's Avonds gaan we op zoek naar het restaurant het Lighthouse. Met heel veel moeite kunnen we het vinden: een smal, donker steegje door, een stuk langs een smal strandje en borden van een ander restaurant volgen. We komen er wel en zitten heerlijk aan het water. Even later komen Koos en Menke en die schuiven bij ons aan. We kiezen allemaal voor vis en we eten prima. Het is wel een stuk duurder dan op de vaste wal, maar daar waren we al voor gewaarschuwd. Op het terras van het hotel drinken we samen nog een biertje.

Woensdag 25 juliRoatán

Normaal is het in deze tijd van het jaar, het regenseizoen of winter zoals men het hier noemt, bewolkt en valt er regelmatig een bui. Vandaag is er 's morgens wat sluierbewolking; de rest van de dag is het strak blauw. Héét, héét, ongelofelijk. Ondanks het windje dat er staat.
In het dorp zijn alleen wegen met wit zand en zandvlooien. Daar heb je het minste last van als je op het natte deel van het strand gaat lopen/zitten.
Roatán's Morgens lopen we langs het strand naar West-Bay, waar je mooi kunt snorkelen. We lopen een drie kwartier en dat is goed te doen. Hier maken we het ons gemakkelijk, lezen wat, zwemmen en snorkelen. We houden dit tweeënhalf uur uit. Bij de aanlegsteiger komen steeds meer grote boten te liggen met snorkel- en duikgasten. We hebben er aan zitten denken om dat morgen ook te doen, maar als we dit zien, hoeven we al niet meer. We wandelen terug over de weg en dit hadden we niet moeten doen. Het is snikheet en de weg gaat soms omhoog. Gelukkig hebben we water bij ons. We hebben mooi uitzicht naar beide kanten van het eiland en zien allerlei baaien met prachtige blauwgroene kleuren. Ook het eind van het eiland is op een gegeven moment te zien.
De liter fresca die in de koelkast van onze hotelkamer staat, smaakt bijzonder lekker. We zetten zowel de fan als de airco aan om een beetje op temperatuur te komen. Als we dat zijn, wandelen we naar de supermarkt. Zowel de afstand als de hitte valt zwaar tegen. We kopen een drieliter fles citroenlimonade en een gallon water. Op de terugweg nemen we twee stukken pizza mee en op de hotelkamer nemen we een koude douche en drinken veel water en limonade. De rest van de middag relaxen we. We dachten dat we zo bruin waren, dat het niet meer bruiner kon, maar dat is niet zo. Sommige delen die al hartstikke bruin waren, zijn opnieuw verbrand en de rest is bruiner geworden.
Tegen zessen lopen we het strand op en gaan aan een zeer eenvoudig barretje zitten. Ze hebben koud bier en ze draaien heerlijke reggaemuziek. Langzaam zien we de zon in de zee zakken. De temperatuur is nu lekker: nog steeds warm, maar wel met een briesje.
's Avonds eten we vis bij de pizzeria waar ze ook tapbiertjes hebben. Martijn krijgt een hele rode snapper, gebakken in de knoflook op zijn bord. Het smaakt uitstekend. Niet goedkoop: 440 lempira = ƒ 80.

Donderdag 26 juliRoatán

Het is net zo warm als gisteren. Als we om 9:00 uur naar de supermarkt gaan, is het al bloedheet. We kopen nu al het eten voor de hele dag, zodat we er tussen de middag niet op uit hoeven. Bij de 'boulangerie' halen we een vers stokbrood en twee croissants met ananas voor het ontbijt. VissenWe vinden een kleinere supermarkt dichterbij en halen hier tonijn en mayonaise. Als we de croissants op het terras op zitten te eten, worden we allebei gestoken. We smeren ons maar weer eens in en dat helpt goed. Martijn blijft hier zitten lezen en Lia gaat op het strand dichtbij het hotel onder een grote palmboom in de schaduw liggen lezen. Om 12:30 uur gaan we lunchen en daarna houden we siësta. Wat een hitte! Iris had al twee dagen regen in gedachten gehad met allerlei chagrijnige mensen. Het is tenslotte regentijd. We zijn wel blij met ons weer. Liever wat te warm dan te nat. Het is nu 16:45 uur en 33,5º in de schaduw.
Het is wel prettig, dat we een koelkast op de kamer hebben voor een koud biertje op de balustrade.
Afgezien van de eerste week valt het reuze mee met de muggenbeten. Hier hebben we wel wat zandvlooien, maar verder is er, gelukkig, niets. Alle oude bulten en etterende wonden zijn verdwenen.
We kijken nog even op het strand om te zien hoe de zon de in de zee zakt. Het kleurt verder niet veel, een beetje maar.
We gaan eten bij de Thai, erg lekker en weer eens wat anders. We krijgen stir frie met vis en cashewnoten en pindasaus en stir frie met kip en zoetzure saus. In alle landen van Midden-Amerika, zo valt ons op, drinkt men uit de fles, zowel bier als frisdrank. Je krijgt er nooit een glas bij.
Als we teruglopen, zien we een prachtige sterrenhemel met de melkweg.

Vrijdag 27 juliNaar Copán

CopánOm 6:00 uur vertrekken we om de boot van 7:00 uur te halen. De enige boot per dag. We zijn ruim op tijd en gaan weer bovenop zitten. Wel verder naar voren in de hoop dat we niet nat worden. Het is wederom een stralende dag met een stevig windje op zee. De overtocht verloopt prima en niemand wordt nat.
Er volgt een lange busrit naar Copán. Veel zon, veel groen. Langzamerhand zien we wat meer heuvels. Veel gele bussen en vrachtauto's. Het is rustig op de weg. In de dorpjes ziet het er allemaal netjes uit: geen troep op straat en alles aangeveegd.
Copán, of Copán Ruinas zoals het eigenlijk heet, is een klein plaatsje. Het is wel grappig. De straten zijn voorzien van keien, wat niet zo lekker loopt. Bovendien gaan de straten vrij steil omhoog/omlaag. Ons hotel staat hoog en als je naar het centrum gaat, heb je mooi uitzicht over het dorp en de bergen daarachter. Het is er erg toeristisch; veruit de meest toeristische plaats tot nu toe. We dwalen wat door het dorp en komen op het terras van Viavia terecht, dat later een Belg blijkt te zijn. We drinken hier een biertje terwijl we een goed zicht op straat hebben. We zitten leuk. Bovendien zitten we te dubben of we bij de buren of aan de overkant gaan eten. De keus valt uiteindelijk op de buren, Tunkul. Er hangt een groot bord bij de ingang, dat je geen wapens mee naar binnen mag nemen. Het is er hartstikke gezellig met overdekte lage en hoge tafels en in de tuin staan nog meer tafels met kaarsjes en parasols. We gaan aan een hoge tafel overdekt zitten, omdat we buiten wel erg donkere wolken hebben gezien. Goed gekozen, blijkt later als er een (kleine) bui valt. Vooral Lia eet erg lekker (vegetarisch) met verschillende hoopjes: rijst, ei, banaan, bonenprutje, zure room en kaas.
We hebben een driepersoonskamer die voor drie personen wel erg krap is. Het hotel had een fout gemaakt met de reservering. Er was wel gereserveerd voor ons, maar ze dachten dat we niet zouden komen....  Zo zijn er drie kamers in een ander hotel gehuurd. Zoals overal zijn de bedden erg kort. Gelukkig hebben ze geen van allen een achterkant, zodat Martijn zijn benen uit kan steken. Als je je omdraait, schudden we vaak zo, dat we denken dat het hele bed instort.