Afrika

Artikelindex

Zaterdag 10 oktoberNaar Chicamba - 393 km

De hele nacht gaat de disco door. We vallen wel snel in slaap, maar midden in de nacht wordt Lia wakker en kan niet meer slapen. En dan gaat die herrie, anders kan ik het niet noemen, irriteren. Gelukkig liggen de oordopjes dicht bij de hand.
We moeten vandaag verder naar het zuiden, langs de grens met Zimbabwe. We moeten eerst de Zambezi oversteken, waar van de brug gesloten is tussen 1:00 uur en 6:30 uur. Omdat dit de enige brug is en er aan gewerkt wordt, is er slechts eenrichtingsverkeer. Een paar auto’s voor onze truck stopt het verkeer aan deze kant en moeten we wachten tot de overkant is geweest. Het valt mee: ongeveer twintig minuten.
Na 90 kilometer wordt de weg erg slecht. Het asfalt zit vol gaten en later verdwijnt dat helemaal. Er wordt gewerkt aan een nieuwe weg en hele stukken zijn al af. We zitten een paar uur te hotsen en te botsen. Het landschap is saai; de hele dag hetzelfde. Kale dorre boompjes met af en toe een stoffig dorpje van een paar rieten hutjes. Meer naar het zuiden wordt het groener en dat ziet er gelijk een stuk vriendelijker uit. Ook hier hebben sommige baobabs al blaadjes.
Net als gisteren staat de overnachtingplaats al lang vast, omdat er gewoon niets anders is. We komen uit in Chicamba in de buurt van Chimoio. Om een uur of twee arriveren we in Casa Msika waar de camping aan een meer ligt. Deze is erg ruim opgezet en er zitten mieren. Niet zoveel en groter dan in Malawi en gelukkig komen ze de tent niet in. We nemen een warme douche en relaxen. Later gaan we naar de bar die even verderop aan het water staat. We gaan buiten onder een parasol zitten, want daar waait het lekker door. Het is hier een stuk minder warm, zeer aangenaam.

Zondag 11 oktoberNaar Vilankulo - 520 km

De hele nacht slapen we onder de slaapzak, hoewel het kwik niet onder de 20° komt. We zijn helemaal gewend aan de warmte. Een paar mensen zeggen, dat het vannacht heeft geregend. Waarschijnlijk zeer plaatselijk, want wij en de meeste andere hebben niets gemerkt en de tent is ook niet nat.
Vandaag hebben we een lange reisdag naar Vilankulo aan de kust. Een saaie dag, want er is weinig te zien. Het landschap is zo’n beetje de hele dag hetzelfde.
Om 16:30 uur komen we aan bij lodge Smugglers. Een lodge, omdat de camping hier niet veilig zou zijn. Er staat een hele rij simpele kamers aan elkaar met aan het begin en het einde een douche en wc. Het is schoon en dat is het belangrijkste. Jammer dat we zo laat aankomen, want het is al vroeg donker en zo kunnen we niets meer van het plaatsje zien. Niet dat dat nou zoveel voorstelt, blijkt later. Het zou een fantastische badplaats kunnen zijn, want het ligt ideaal: aan zee vlak voor de Benguerra Islands, waar je kunt duiken en snorkelen. En het hele jaar door mooi weer. Maar er is niet meer dan een paar lodges en wat stoffige straatjes. Men is echter de klap van overstromingen van twee jaar geleden en de grote tsunami in 2004 nog niet te boven.
Bij de lodge is een bar en een restaurant en we proberen nu het Laurentina bier. Dat smaakt nog beter dat de 2M. We eten garnalen en inktvis. Eindelijk eens een keer vis. Heerlijk.

Maandag 12 oktoberVilankulo, Benguerra Islands

Vandaag blijven we hier en maken we een boottocht naar de Benguerra Islands.
Benguerra Islands: Sinds de Portugezen zich vele honderden jaren geleden in Mozambique vestigden, heeft het land roerige tijden gekend. Tijdens de oorlogsjaren bleef de kuststrook grotendeels gespaard. Dit geldt zeker voor de eilanden in de Bazaruto Archipel waar geen strijd werd gevoerd. Het stadje Vilankulo ligt ten noorden van Inhambane. Het is mogelijk om een bezoek te brengen aan de paradijselijke eilanden van de Bazaruto Archipel. Deze archipel bestaat uit de drie hoofdeilanden Magaruque, Benguerra en Bazaruto. De eilanden zijn allemaal tot nationaal park uitgeroepen en zijn werkelijk idyllisch. De eilandengroep is in zijn geheel een nationaal park vanwege het rijke vogelleven, maar vooral vanwege de koraalriffen en de vele kleurige zeedieren.Dow We varen met een traditionele dhow over de Indische Oceaan. Zo’n dhow is een houten boot met zeilen. Ondanks het hout brandt er in het midden een vuur met daarop een ketel water voor koffie en thee. ’s Middags maken ze ook de lunch daarop klaar.
‘s Morgens is het wat bewolkt, maar zodra we op zee zitten, breekt het open. We zoeken allemaal een duikbril met snorkel uit en een paar waterschoentjes. Prachtig blauwgroen water met witte stranden. We gooien het anker een paar meter uit de kant van het eiland uit en brengen onze spullen aan de kant. We pakken onze snorkels en lopen een heel eind langs het strand. Als we daar het water in gaan, hebben we stroom mee en hoeven alleen maar terug te drijven naar de boot. Vlak voor de kust liggen rotsen in het water waar de mooiste gekleurde vissen zwemmen. Hele grote, hele kleintjes, en alle maten daar tussen in. Alsof we in een groot aquarium zwemmen. Een school met allemaal dezelfde vissen komt ons nieuwsgierig bekijken en zwemt een stukje met ons mee. We zijn omringd door vis. We zien een gespikkeld doosje, wat ook een vis schijnt te zijn. Heel apart. Om terug naar de boot te komen, moeten we een stukje over der rotsen klauteren. Dan zijn die schoentjes erg fijn.
Als lunch krijgen we o.a. gegrilde barracuda met tomatensaus en krabben. Heerlijk. Alleen wij weten echter hoe we die moeten eten, de rest laat het grootste en lekkerste deel liggen. De beste lunch van deze reis.
We luieren nog wat en varen dan terug. Om de heenweg zijn we op de motor gevaren, nu zeilen we. De zeilen hebben een vreemde vorm, zijn oud en zitten vol gaten. Ze zijn vastgebonden met stukjes riet die er afspringen als de zeilen worden gehesen. Het is een heel simpel systeem, maar het werkt uitstekend. We zien heel kort een dolfijn.
Het is een hele mooie dag en we zijn een beetje aangebrand, hoewel we met het snorkelen onze T-shirts hebben aangehouden.
We gaan ’s avonds eten bij een ander hotel. Daar hebben ze geen sterke drank en de garnalen zijn uitverkocht. We eten pizza die prima smaakt. Carlo heeft wat teveel en vraagt om een doggybag. De bewaker van ons hotel accepteert dat met een grote grijns.

Dinsdag 13 oktoberNaar Inhambane, Tofo - 330 km

We kunnen uitslapen tot 8:00 uur, maar zijn goed 6:00 uur al op.
Vandaag rijden we naar Inhambane, dat ongeveer driehonderd kilometer naar het zuiden ligt, maar bereikbaar is via een goede weg. We moeten 75 kilometer hobbelen; de rest is een prima weg. Het landschap verandert langzaam. Het wordt steeds groener, de bosjes talrijker en hoger en we zien steeds meer dorpjes. Soms liggen er hele plantages met kokospalmen en fruitbomen. De dorpjes worden groter en er zijn grotere winkels. Sommige plaatsen zien er schoon uit. Andere minder.
In Inhambane bekijken we de 200 jaar oude kathedraal. Er zit nu een bibliotheek in en de mevrouw daar wil geld zien als we foto’s van de buitenkant maken. We zijn wel goed maar niet gek. Een plaatsgenoot van haar is het helemaal met ons eens, vindt het ook belachelijk en scheldt haar uit. We kijken op de markt, maar dat is niet zo veel en we rijden door naar Barry Lodge in Tofo, de badplaats aan het strand van de Indische oceaan. We hebben casitas, sommige simpele hutjes. Die van ons is een zespersoons die we delen met Barry, Berndt, Jeff en Charles. Wij hebben een zitkeuken met koelkast en fornuis en een grote veranda.
Tofo: In Praia do Tofo kun je in alle rust van paradijselijke witte stranden en duiken op ongerepte riffen genieten. Het plaatsje ligt op het schiereiland Ponta da Barra en bestaat uit 40 gebouwen, waaronder een hotel en enkele strandbarretjes.
We zetten onze spullen neer en kijken wat rond. De bar komt zowat uit op het strand. Een heel breed strand waar geen mensen op zitten. In het water zijn een paar kitesurfers. Dat is alles. Als de zon achter een paar wolken verdwijnt, komen er wat jochies voetballen. Er staan wat tentjes langs de baai; verder is het er stil. Het bier is duur: 75 metical voor een fles Laurentina van 540 ml. We hebben eerder daarvoor 40 betaald.
De zon verdwijnt vroeg achter de wolken en dan wordt het wat minder warm. We eten in het restaurant en met z’n vieren willen we de grote visschotel bestellen, maar daar hebben ze niet alles van op voorraad en ze raden ons kip en grote garnalen aan. De mannen gaan voor de spareribs, die heerlijk zijn en de vrouwen voor de garnalen. En of ze groot zijn. Mijn hemel, ze zijn tweemaal zo groot als de grootste die we ooit gezien hebben. Ze smaken verrukkelijk.