Afrika

Artikelindex

Woensdag 3 aprilNaar Fès

Het giet. Het weer is nog slechter dan gisteren. Het is koud en er staat een gure wind. De hele dag wordt het niet beter; wel af en toe droog, soms regen, soms mist. Iedereen zit te kleumen.
We rijden vandaag niet de snelste route naar Fès: we gaan door het Rifgebergte door een streek waar ze duidelijk niet gewend zijn aan toeristen. We maken af en toe wat stops om te drinken en dan nemen we muntthee om warm te worden. We lunchen onderweg in een cafeetje, omdat het buiten te koud is. Het is eigenlijk geen café, er is geen alcohol te koop, maar een theehuis. Zoals overal zitten er mannen niets te doen en naar de tv te kijken die altijd hard aan staat. Alleen maar mannen. Vrouwen zie je er nooit.
In Fès zitten we tegenover de enige winkel die alcohol verkoopt. We kopen wat Amstel-bier, omdat ze daar blikjes van hebben. Het plaatselijke bier hebben ze hier alleen in flesjes. Met z'n zevenen gaan we naar een pizzeria waar ze goede pizza's en pasta's hebben. Twee kleine flesjes bier zijn even duur als een pizza. Het is er erg druk; er staan steeds mensen te wachten.

Donderdag 4 aprilFès

Poort van het Paleis, MarokkoMoskee in Fes, MarokkoHet is droog, wat warmer en een wat lichtere lucht dan de afgelopen dagen. Toch nemen we onze regenjacks mee. Na het ontbijt gaan we eerst met de bus naar wat bezienswaardigheden buiten de stad, omdat die te ver uit elkaar liggen om te lopen. We stoppen eerst bij het koninklijk paleis, een reusachtig complex met bronzen poorten. Daarna wandelen we de joodse wijk in, de mellah, waar tegenwoordig moslims wonen. Veel huizen hebben houten balkons en zijn geel geverfd. We maken een stop bij een pottenbakkersplaats, waar mannen en ook kleine jongens stenen tot steentjes zitten te hakken die gebruikt worden om mozaïeken van te maken. Ook worden er potten gedraaid en geverfd. Het bakken zelf geeft enorme zwarte wolken.
We stoppen bij Borj Sud, een vesting uit de zestiende eeuw, waar we een prachtig uitzicht over de oude stad hebben. Deze is ommuurd en enorm uitgestrekt. Even later gaan we de medina daadwerkelijk in. Fès el-Bali (de oude stad) is een wirwar van straatjes dat ons terugplaatst naar de middeleeuwen. Allerlei 'oude ambachten' zijn hier dagelijks werk: leerlooiers, wolververs, pottenbakkers, koperslagers, meubelmakers. Maar ook hier rukt de beschaving op: veel internetcafés met computers met andere dan de ons vertrouwde qwerty-toetsenborden. Iedereen is druk bezig. Er zijn niet veel toeristen; waarschijnlijk is het nog te vroeg in het seizoen. Het is er wel erg druk met mensen en met ezels en paarden, het enige mogelijke vervoer in de medina. We moeten af en toe uitkijken dat we niet platgedrukt worden. Het is een kakofonie van geluid, kleur, geur en plaatjes van moorse bouwwerken.
Onze groep splitst zich in tweeën en elke groep heeft een gids, want in de smalle steegjes verdwaal je binnen de kortste keren en zo komen we op plaatsen die we anders nooit gevonden zouden hebben. We bekijken de al-Andalousmoskee, een tapijtenwinkel, waar men talloze tapijten voor ons uitrolt, waar we helemaal niet in geïnteresseerd zijn, het museum Nejjarine, een oude karavanserai uit 1700 en de El Attarine Medresse uit 1324. We lunchen in een tapijtenzaak: eerst allerlei kleine hapjes zoals bonen in tomatensaus, tuinbonen, aardappels, bieten, sla, brood en natuurlijk olijven. En daarna een tajine en het geijkte toetje: sinaasappel met kaneel. Dan bezoeken we weefgetouwen, de Karaouïne moskee (twaalfde eeuw) en een kruidenwinkeltje. En tot slot de tannerieën. Telkens weer stappen we zomaar ergens een deur in, gaan talloze smalle trappen op, gangetjes door en staan dan ineens in een fabriekje. De huizen achter de smalle steegjes zijn vaak enorm groot. Vanaf sommige gebouwen hebben we mooi uitzicht over de daken met wapperende was en schotel- en tv-antennes. We laten ons meeslepen in het voor de bewoners 'leven van alledag' en genieten. We zien allerlei piepkleine winkeltjes en zaakjes waarvan we ons afvragen hoe men daar van kan leven.Tannerieën, MarokkoKoperslager, Marokko's Morgens hebben we nog een klein buitje regen, maar 's middags gaat zowaar de zon schijnen. En vooral bij de leerlooiers geeft dat een mooie blik. De tannerieën, verfbaden, liggen ingeklemd op een grote binnenplaats tussen de huizen en is vanuit de straatjes niet te zien maar wel te ruiken. Vanuit een omringend huis zien we de verfkuipen liggen. Er zijn allerlei bedrijfjes waar de huiden worden bewerkt. Eerst worden de huiden onthaard, gereinigd en vervolgens geverfd. Er staan tientallen kuipen waarin mannen staan die de huiden kleuren, terwijl hun eigen huid amper verkleurt. Er wordt wel net een kuip gevuld met nieuwe rode kleurstof en de man die daarin zit, krijgt wel rode armen en benen. Men werkt al eeuwenlang volgens deze methode.
We dwalen verder langs de vis-, vlees- en groenteafdeling Ook zijn er veel snoepwinkels die snoepjes per stuk verkopen en taartjeszaken. Met een taxi gaan we terug naar het hotel voor 11 drh. Daar lopen we nog wat door de 'nieuwe stad', die alweer zo'n kleine honderd jaar oud is, en zien weer overal de mannen thee drinken en niets doen.

Vrijdag 5 aprilNaar Midelt

We verlaten Fès en rijden naar de Midden Atlas. Het is zonnig en lekker warm. We vertrouwen het weer nog niet en iedereen heeft z'n trui en regenjas bij zich.
De weg begint al snel te stijgen en het landschap verandert. Er zijn dichte ceder- en dennenbossen, afgewisseld met bergweiden met veel kuddes met schapen en een enkele nomadentent. In een bos langs de kant van de weg zitten wat makaken en we zien veel ooievaars, zowel vliegend als op nesten.
We drinken thee in Ifrane (1.600 meter) op een terras lekker in de zon. De plaats ziet er uit als een Zwitsers skioord zonder sneeuw met grote luxe huizen. Door de hoogte is het hier 's zomers aangenaam weer, waardoor er hier veel Fransen wonen. Ook rijke Marokkanen hebben hier een zomerhuis. Zo ook de koninklijke familie. Tevens is het een wintersportplaats, verzekerd van sneeuw van eind december tot begin maart, waar geskied en gelanglauft kan worden.
We rijden verder naar het zuiden en zien de eerste besneeuwde toppen van de Hoge Atlas. De velden zijn vrij kaal; er groeit niet veel. Bij het meer van Aquelmane Sidi Ali op 2.100 meter picknicken we en maken dan een wandeling. We gaan op zoek naar half-nomaden, die 's zomers rondtrekken en 's winters een eenvoudig huisje ergens hebben. Ze zijn er helaas niet en door de modder lopen we terug naar de bus. Daar maakt iedereen voorovergebogen zijn schoenen een beetje schoon, zodat de bus niet al te vuil wordt.
De Midden en Hoge Atlas wordt gescheiden door een soort lage vlakte (1.500 meter) waar Midelt ligt. Eerst lopen we wat door het plaatsje en kopen wat water, nootjes en chocoladerepen. Het hotel ligt net buiten het dorp en is nog nieuw. Het ziet er erg Marokkaans uit met drie eetzalen, allemaal in een andere kleur, met lage tafeltjes. We zitten tegen de Hoge Atlas aan, waarvan we soms wat besneeuwde toppen zien, maar meesttijds hangen er grote donkere wolken voor.

Zaterdag 6 aprilMidelt, Cirque de Jaffar

Met busjes rijden we naar Cirque de Jaffar, waar de Midden Atlas overgaat in de Hoge Atlas. Omdat er regen dreigt, lopen we eerst door een lange, smalle kloof. Als het regent, komt hier al het water van de bergen samen en wordt het gevaarlijk. Het is een hoge kloof met steile, mooi gekleurde wanden, hier en daar een boom en een klein stroompje water. Zodra we de kloof uitkomen, zitten we in de mist. We zien helemaal niets meer van de mooie uitzichten en de besneeuwde toppen. Het laagste punt van vandaag ligt in de kloof op 1.900 meter en het hoogste punt op 2.330 meter.
Bij een berberfamilie worden we uitgenodigd om thee te gaan drinken. Vanwege de kou wonen ze nog in het huis en niet in de tenten. Er zijn een vader, moeder, dochter, nicht en diverse kinderen. In het woonvertrek is het aangenaam warm door de houtkachel die brandt en lekker geurt. Voor we op de kleden stappen, trekken we onze schoenen uit. We krijgen thee en brood met olijfolie. Vanwege de gebrekkige communicatie laten we ons mapje met foto's zien, wat ze erg leuk vinden. Vooral de koeien maken veel indruk. We lopen verder en het blijft mistig en nat: 7º slechts. Zolang je loopt is dat niet erg en blijft je wel warm. Pas echt koud krijgen we het als we in de busjes terugrijden, omdat het raam open moet blijven omdat het anders beslaat. Gelukkig is de douche bloedheet en het straalkacheltje werkt ook prima.

Zondag 7 aprilNaar Erfoud

Vandaag trekken we over de Hoge Atlas naar de woestijn in het zuiden. Zodra we de pas over zijn, wordt het zonnig en krijgen we een strak blauwe lucht. Het is algauw een graad of 20 warmer dan gisteren. We rijden door de Ziz-vallei waar we regelmatig groene oases zien liggen die erg afsteken tegen de kale, grijze bergen. Veel dorpjes zijn helemaal van leem gemaakt en veel huizen hebben torens waardoor ze eruit zien als forten.
We lunchen langs de kant van de weg en krijgen vandaag brood, worst, vis, komkommer, kaas, banaan en yoghurt. De broden zijn hier wat bruiner dan tot nu toe en smaken lekker. We stoppen nog even bij een ksar, een zeer streng, traditioneel dorp waar bijna geen toerist naar binnen mag. Twee mannen bij de ingang hebben er nog ruzie over. We lopen door de smalle overdekte steegjes en er is eigenlijk niets te zien. Geen winkeltjes, geen mensen. We drinken thee bij de man thuis en die vertelt dat alle huizen hetzelfde zijn: beneden een kale ruimte met een kleed, boven een soort studeer-/slaapkamer, een terras en een keuken.
In Erfoud lopen we even het dorp in dat drie keer niks is. De zon is niet meer te zien door grote stofwolken die ervoor hangen, waardoor de lucht een vreemde kleur heeft.
In de bar drinken we een biertje onder het 'genot' van krakende Marokkaanse muziek. Zoals overal hangen ook hier in het hotel alle schilderijen scheef. Met z'n tweeën gaan we bij de Japanner eten. We gaan de trap op en zijn de enige eters. We nemen een kalia, de plaatselijke specialiteit van schaap in muntsaus, en een Japans gerecht, waarvan we nu al de naam niet meer weten. De kalia is heerlijk met eindelijk eens groenten die niet kapot gekookt zijn, maar lekker knapperig. Het Japanse gerecht is een soort nasi, die echt lekker is en een welkome afwisseling op de tajines.
In het hotel hebben we een iets mindere kamer dan de anderen (zonder tv), maar achteraf blijkt dat de beste te zijn: iedereen behalve wij heeft 's nachts last van een feest dot tot diep in de nacht doorgaat.