Afrika

Artikelindex

Donderdag 16 novemberBoot naar Timboektoe, Diré

Het is onze beurt om voorin te zitten. Dat houdt in, dat je geheid nat wordt. En dat worden we ook.
Hoewel de Niger hier zo'n paar honderd meter breed is, is er niet veel scheepvaart. Een enkele keer een vissersbootje, maar daar blijft het bij.
We bezoeken een Songhai-dorpje. We zien het verschil niet zo tussen Peul, Songhai, Songrai, Bambara. Ook hier is alles grauw en grijs. Vuil ook. Ze gooien de afval op straat. De meeste mensen zeggen niet eens wat terug als je groet. Cadeau?
Het landschap wordt kaal en erg leeg. Er is vooral veel zand. Sommige stukken zijn begroeid en er zijn minder vogels dan gisteren. Na de lunch met een soort groentesoep zonder soep met brood, stoppen we in Isaifai, een Bozo-dorp. Het zijn andere mensen, ander uiterlijk en veel vriendelijker. Voor een foto vragen sommige mensen een cadeau, de meeste niet. Ik geef een meisje een lege colafles, die daar verschrikkelijk blij mee is. Hij gaat door verschillende handen en wordt uitgebreid gekeurd. Martijn laat zijn video-opnamen terugzien en we zien allerlei wijzende vingertjes: dat is die, dat is die. Ze vinden het prachtig.
Nog twee uur varen naar Diré, waar we om 17:00 uur aankomen in het kampement. Het ziet er hetzelfde uit als het vorige. We eten vis en friet dat op de boot is klaar gemaakt. De bar is tevens disco met erg harde muziek. Gelukkig maken ze het niet al te laat. We slapen weer onder ons muskietennet.

Vrijdag 17 novemberBoot naar Timboektoe

We zijn in  het legendarische Timboektoe, MaliVoor het ontbijt lopen we even Diré in. Het is een plaatsje met erg brede straten, zand, vuil, een mooie moskee en een blauwwit gebouw dat er erg uitspringt. Het is nog niet erg wakker. Net als het personeel van het hotel, dat het ontbijt moet verzorgen. Om 7:45 uur gaan we varen en we ontbijten aan boord. Hier in deze buurt hebben ze geen stokbrood, maar een soort pitabroodjes, maar dan iets dikker en altijd met zand erin. Wij vinden ze lekker.
Onderweg is het af en toe een gekwetter van vogels dat boven het geluid van de motor te horen is. Weer zien we hele vluchten kleine vogeltjes en veel ijsvogels. Langs het water staat veel riet en gele bloemen. Het is een verrassend groene strook.
We passeren een paar zeilbootjes en ook de Nigerstomer. In de verte duiken twee nijlpaarden op. Ze zijn wel ver weg, maar het is al meer dan waarop we gerekend hadden. De verrekijker komt deze dagen goed van pas. Ineens is er een veld met allemaal amaryllissen.
Om 14:00 uur komen we in Kabare aan, de haven van Timboektoe. De laatste tien kilometer leggen we per landrover af. En dan zijn we in de legendarische stad. Hij bestaat dus echt. Hij ligt aan de rand van de Sahara en heeft een Arabische sfeer. Tot aan de stad is er een asfaltweg; in de plaats zelf is alleen zand, rul zand. Vanaf hier vertrokken grote karavanen naar o.a. Zagora (tweeënvijftig dagen per kameel) met o.a. zout en goud. De stad is bekend vanaf de elfde eeuw en beleefde zijn glorietijd in vijftiende eeuw. De Marokkaanse invasie in 1591 maakte in een klap een einde aan de bloeitijd van Timboektoe.
Het is de stad van de 'blauwe mannen': de Toearegs. De kleding steekt prachtig af bij de bruinzwarte hoofden en de lemen huizen. Veel mannen (!) zijn gesluierd. Veel huizen hebben in Marokkaanse stijl versierde deuren. De plattegrond die we hebben gekregen, blijkt niet helemaal te kloppen en daarom kunnen we een aantal dingen niet meteen vinden. We dwalen door de straten en vinden eigenlijk veel winkeltjes gesloten. Het is natuurlijk vrijdag en dan moet er gebeden worden. We nemen op het terras van het hotel een pilsje in de schaduw. Het is ondertussen goed 17:00 uur en nog steeds 35º in de schaduw. Er zijn te weinig kamers in het hotel vrij, ondanks de reservering. Hierdoor moeten wat kamers gedeeld worden. Ad, de enige man alleen, krijgt gezelschap. Linette heeft 'eerlijk' geloot en wij zijn de gelukkigen. Wij krijgen met z'n drieën een kamer met een eigen badkamer en airco. De rest heeft een hokje met twee bedden en een gedeelde (vuile) badkamer.
Vrouw, MaliVrouw, MaliWe eten 's avonds in het hotel. Friet en couscous met schaap. De frieten zijn koud.
We krijgen onze paspoorten terug, die we tot nu toe bij elke grote plaats in moeten leveren en waar dan een stempel in gezet wordt. Totaal gaat Mali vier pagina's in het paspoort kosten. Voor Timboektoe moet men 5.000 cfa betalen, maar dan mag je wel gratis de moskee en het museum in.

Zaterdag 18 novemberTimboektoe

We ontbijten met z'n tweeën in restaurant De Nord. Als je niet weet dat het een restaurant is, stap je er niet naar binnen. Het ziet er niet uit, maar we eten uitstekend met warme broodjes (met zand) met omelet en thee voor 2.250 cfa. Het is niet vreemd, dat er zand in de broodjes zit: de oventjes staan op straat; in het rulle zand dus. Het hoeft maar een heel klein beetje te waaien en het is al gebeurd.
We nemen Isa als gids, dan zijn we tenminste van het gezeur van alle anderen af. Je komt ook van ze af door te vragen of ze Engels spreken. Wanneer ze dat dan gretig beamen, vraag je in het Engels of ze weg willen gaan. Het helpt wel.
Door de smalle straatjes met zand dwalen we voort. De Sahara rukt op, wat te zien is aan de deuren van de huizen. Sommige staan twintig centimeter onder het zand. De nieuwe deuren worden hoger gelegd. De huizen zijn allemaal grauw en in het 'oude centrum' zijn veel huizen vervallen.
Eerst gaan we naar de Djenguerebermoskee, die de oudste uit West-Afrika (veertiende eeuw) is en de enige in Mali waar niet-moslims in mogen. Het is geen grote ruimte, want hij staat helemaal vol met vierkante pilaren en op de grond ligt zand. Een keer per jaar wordt de moskee opgeknapt en de hele stad werkt dan mee aan een nieuwe pleisterlaag.
Deur, MaliWe zien de verschillende oude huizen waar ontdekkingsreizigers hebben gewoond. Veel huizen hebben oude deuren met prachtig houtsnijwerk. Sommige hebben rode lapjes stof achter de versierselen: ze verdedigen hun bezit met hun eigen bloed.
Het museum stelt niet zoveel voor. Je mag alles aanraken en oppakken. 't Is wel grappig.
Op een pleintje staat de universiteitsmoskee. De universiteit is er niet meer en de moskee wordt niet meer gebruikt. Touareg, MaliEven verderop staat een nomadententenkamp, waar we uitgenodigd worden voor een kopje thee. Je moet er altijd drie drinken: een voor de dood, een voor het leven en een voor de liefde. Als je minder drinkt, is dat vreselijk onbeleefd. Op een klein kacheltje worden kooltjes gestookt en daarop komt een minuscuul theepotje. Veel thee en suiker en het moet lang pruttelen. Er worden over en weer verhalen verteld van het eigen land. Als ze zichzelf op de video terugzien, kunnen ze het bijna niet geloven. Ze gaan het de hele familie, die door de hele Sahara woont, rond vertellen. Zelf zijn ze hier voor een paar dagen om sieraden te verkopen.
De Toearegs: mannen gaan gesluierd, zijn nomaden, handelen in sieraden en zout, spreken vijf talen (Frans, Arabisch, Moors, Berbers en de Toearegtaal: Tamashek). Ze vragen 20.000 cfa (ƒ 60) voor een klein Toearegkruis. Een achterlijke prijs en dat kunnen wij ook en bieden maar 500 cfa en dan is het onderhandelen meteen afgelopen.
We gaan op zoek naar een T-shirt van Timboektoe en dat moet 10.000 cfa kosten. Met pingelen gaat er zowat niets vanaf en laten dat maar zitten.
We gaan lunchen bij Poule-d'or en bestellen frietjes en cola. Lia gaat in een winkeltje in de buurt een potje mayonaise kopen in navolging van Liane en Ed die hier ook zitten te eten. De frietjes zijn warm en knapperig en erg lekker. We bestellen meteen het eten voor 's avonds. Dat moet bijtijds omdat ze dan tijd hebben om alles in te slaan. We nemen samen met Liane en Ed rijst met prutje, frietjes, soep en 'pidza'. Smaakt goed, maar het is wat te veel. Speciaal voor ons wordt koud bier ergens vandaan gehaald, zonder dat wij er om vragen. De andere gasten krijgen lauw bier.
Als je alleen in de plaats loopt, word je constant gevraagd of je een gids wilt. Als we teruglopen naar het hotel, krijgen we al snel gezelschap van twee jochies. We zijn ze echter voor en bieden onszelf als gids aan: we zijn erg goedkoop en spreken uitstekend Engels. Ze vinden het wel grappig.