Afrika

Artikelindex

Maandag 10 februariNaar Arba Minc

Goed 7:30 uur vertrekken we weer. In Arba Minch kunnen we inkopen doen. Eigenlijk is 'de hongersnood' reuze meegevallen. Er was altijd genoeg, soms wel vreemde combinaties, maar dat is niet erg.
In Sodo maken we een drankstop bij een hotel, dat achter een hek staat. Dat houdt in ieder geval de menigte op afstand, zodat er geen bewaking van de truck nodig is. Er komen wel wat jongetjes nootjes verkopen: een klein bakje voor een halve birr. Maar wij willen de hele zak. Die krijgen we uiteindelijk voor drie birr. Niet duur dus.
We maken een fotostop bij een 'landschapje', dat men de skyline van New Amsterdam noemt. Waarom weet niemand.
IJdele man, EthiopiëOm 17:30 uur vinden we een mooi plekje aan een rivier, nog een stuk voor Shashemene. Hoe dichter je daar bij komt, hoe drukker het met omstanders zou worden. Nu zijn we nog een stuk verwijderd en komen er slechts een stuk of vijftig mensen. We trekken zoals altijd een lijn op de grond, waar ze achter moeten blijven. Anders lopen ze het hele kamp door en ze hebben allemaal losse handjes. Je hebt dan totaal geen controle meer. Je moet ook altijd je tent zo opzetten, dat als je bij de truck zit, je jouw tentopening kunt zien. Ter controle.
In het riviertje wast Lia zich met bruin water. Ze krijgt er toch een schoon gevoel van. Want wat wil je: de hele dag in korte broek en sandalen en flink veel stof. Dat is er in ieder geval weer van af.
We zijn net klaar (we zijn met z'n vijven) als wat Ethiopische mannen komen kijken. Ze zijn te laat: we zijn net aangekleed. Voor hen is het natuurlijk ook niets ongewoons (we dachten eigenlijk dat alle omstanders met ons mee zouden lopen), want iedereen wast zich daar in de rivier.
Op een gegeven moment begint Peter over godsdienst te praten. O.a. over Boeddha. Het schijnt dat als iemand een 'boeddha' is en je hem te lang aankijkt, dat je dan ziek wordt. Het is een slecht iets. Alle toeschouwers zijn ineens heel snel verdwenen.

Dinsdag 11 februariNaar Bale Mountains

Aan de overkant van de rivier waar we ons gisteren hebben gewassen, loopt een hyena. Hij loopt een tijdje op en neer, zodat we hem goed kunnen zien.
We vertrekken naar Bale Mountains. In Shashemene maken we een stop om o.a. boodschappen te doen. Dat kost wel wat meer tijd dan verwacht, maar het lukt allemaal wel. Behalve het water. Dat is 'a problem'. Dus vertrekken we zonder en is het weer op de bon. We gokken erop dat het wel ergens te krijgen zou zijn. Anders hebben wìj 'a problem'. Ergens onderweg in een dorpje zien we een pomp en zoals altijd mogen we voor. De mannen gaan het water halen en we vragen ons af wat men daar van zal denken, want in Ethiopië is dat een vrouwentaak.
Het wordt steeds frisser in de truck. Zeg maar koud. Dat komt door de hoogte. We passeren een pas van 3.600 meter. Langzaam naderen we het Bale Mountains Park. De weg is erg slecht, zodat we later aankomen dan eigenlijk de bedoeling was. Eenmaal in het park zien we meteen veel dieren: wrattenzwijnen, nyala's, vogels. Een nyala staat heel dicht bij in de berm en loopt niet weg. Prachtig om te zien.
We komen net voor het donker bij het 'headquarters' aan en kunnen een mooi plekje in het bos zoeken. Snel zetten we de tenten op en nemen een koud biertje. Niet dat het nu zo warm is (we zitten op 3.170 meter); het waait gelukkig niet. Tijdens het koken gaan er verschillende pakjes tuc en chips rond. Iedereen krijgt honger.
Het temperatuurverschil is erg groot. 's Middags zitten we in de zon te bakken; 's avonds vriezen we bijna dood.

Woensdag 12 februariBale Mountains

't Is niet zo koud als in Simien: 3,5° boven nul. We hebben het dan ook niet echt koud.
We hebben een vrije dag in Bale Mountains. Sommige mensen gaan wandelen; anderen paardrijden. Ze willen graag de nyala zien.
Wij gaan naar de hoogste top in de buurt (de een na hoogste berg in Ethiopië). Om 8:30 uur vertrekken we met de truck. We hebben een lunchpakket klaar gemaakt. Het landschap is werkelijk schitterend. We komen eerst door wat dorpjes, waar we nog meer bekijks hebben dan elders. In deze streek komen nooit toeristen: wij zijn een echte bezienswaardigheid. We drinken koffie en thee onder het toeziend oog van enkele schooljongens. Die hebben Engelse boekjes bij hen die wij bekijken. De eerste zin luidt: 'Give me the pen'!!!
Daarna gaat de weg flink omhoog, totdat we boven de boomgrens komen. Er groeien allerlei kleine planten met witte bloemen, zo ver als je kunt kijken. Op andere stukken staan grote acacia's. We hebben mazzel: we zien de Simienvos. Die is erg zeldzaam en is in Simienpark bijna niet meer aanwezig. Deze vos steekt op z'n gemak vlak voor de truck de weg over. Even later zien we er nog een lopen; wel wat verder weg, maar toch goed te zien.
Om een uur of twee zijn we op ons hoogtepunt van deze reis: 4.370 meter. Een prachtig punt: echt een top. Je kunt aan alle kanten om je heen kijken. Schitterend.
We maken water warm met meegebracht houtskool en een kacheltje. Op die hoogte duurt het wel even, maar we krijgen het voor elkaar. We maken er koffie, thee en soep van. Samen met het lunchpakket smaakt het prima.
Daarna rijden we weer terug. We zien een hele mooie lammergier die telkens voor ons uit vliegt. Prachtig beest.
In Gobe worden we letterlijk achtervolgd door wel vijf- of zeshonderd kinderen. En allemaal schreeuwen en gillen ze. Het ziet er erg merkwaardig uit. Omdat de weg erg slecht is, kunnen we niet hard rijden. Daarom kunnen al die kinderen mee rennen. Gelukkig loopt er ook een meester of zo bij, die ze op een beetje afstand van de truck houdt. Ze lopen wel zo'n twee kilometer mee. Omdat ze zo'n herrie maken, loopt de rest van het dorp ook uit. We blijven maar zwaaien, want dat vinden ze prachtig en daardoor vinden wij het ook leuk.
Om 19:00 uur zijn we terug bij het kamp. Het kampvuur brandt al lekker en het bier is bevroren. We worden weer lekker warm. Overdag is het weer zo wisselend. Soms erg warm; in de truck tijdens het rijden en uit de zon erg koud.
's Avonds hebben we een kampvuur en een hele voorraad drank. Iedereen is zuinig geweest: er komen nog een paar koude nachten en dan smaakt het extra goed. Er is cognac, rum, whisky en jenever. We krijgen het hout wel op (er wordt nog extra gehaald bij de sauna), maar de drank niet helemaal.
De nacht wordt wat minder koud dan de nacht er voor en wel een hele graad.

Donderdag 13 februariNaar Addis Abeba

We vertrekken voor de laatste etappe: terug naar Addis Abeba. Als alles goed zal gaan, zal dat anderhalve dag kosten. Vandaag gaat in ieder geval goed. Geen panne, geen onderdelen verloren.
Bij de koffiestop is een markt. We lopen daar even rond en dat kunnen we rustig. Geen kinderen die rond je hangen en iedereen staart je alleen maar aan. Dus kunnen we lekker kijken.
Het weer wordt wat slechter. Later op de dag en tijdens de lunch is het regelmatig bewolkt. We zien ook een paar spettertjes regen.
Om 18:00 uur vinden we een mooi plekje vlak bij een rivier, niet helemaal vlak. De tent staat net, als het wat meer begint te druppen. Niet hard en we hopen dat het daar bij zal blijven. Het is tenslotte onze laatste nacht kamperen. Bij de regen blijft het wel; de rest gaat niet helemaal volgens programma. We zijn net naar bed gegaan (21:30 uur), we hebben net onze tanden gepoetst en zijn terug in de tent, als er een paar keer hard tegenaan geklapt wordt. Wij worden eerst kwaad, want we denken dat het de bewakers zijn die vervelend worden. Dus doen we de tent open en daar staat een agent met geweer. Het blijkt dat er meerdere zijn. We moeten allemaal onze tenten uit en gaan bij het kampvuur zitten kleumen, dat gelukkig nog niet helemaal uit is. Het blijkt, dat er vorig jaar door toeristen iets uit de plaatselijke kerk gestolen is; de bevolking ziet weer blanken en waarschuwen meteen de politie. Op zich een goede zaak, dat er gecontroleerd wordt, maar het had wel wat minder agressief gekund. De politie is het onderling niet eens wat er moet gebeuren. Na een hele hoop heen en weer gepraat met Jonas als tolk, kunnen we anderhalf uur later weer naar bed. De politie blijft achter om het kamp te bewaken.

Vrijdag 14 februariAddis Abeba

We moeten eerst naar het politiebureau om een papiertje terug te krijgen. Het geheel blijkt van een aantal misverstanden aan elkaar te hangen. Ze hebben de afgelopen tijd veel problemen gehad. De politiemannen hebben hun excuses aangeboden voor hun manier van optreden. En dat is het. Het loopt dus met een sisser af, terwijl het de avond ervoor behoorlijk precair was. We horen nl, dat we al voor het eten gisterenavond omsingeld waren door zo'n vijftig agenten. Ze zagen ons voor terroristen aan. Achterlijk natuurlijk: we stonden midden in een open veld. Het avontuur is gelukkig goed afgelopen.
Na een goed half uur kunnen we vertrekken en gaan we echt naar Addis Abeba. Zonder verdere incidenten (een markt/lunchstop in Nazareth) komen we aan in het Shoa-hotel. We hebben hetzelfde hotel als we de eerste nacht hadden. Voor de laatste keer halen we de truck leeg en brengen we alles naar binnen. We krijgen een kamer en brengen onze spullen daar naar toe. Daarna gaan we naar de bar, waar Paul en Peter afscheid van ons zullen nemen. We drinken gezamenlijk nog wat Bedele's en na een toespraak, een enveloppe en een paar zoenen verdwijnen ze. Zij zullen de truck via Kenia naar Harare (Zimbabwe) rijden alwaar hij een grote beurt zal krijgen. Hij zal enigszins verbouwd worden.
Het is een heldere dag; alle wolken van gisteren zijn verdwenen.
Om 17:30 uur verzamelen de groep + Erik + Jonas zich in de hal voor het gezamenlijke afscheidsdiner in het hotel Crown. Jonas in kostuum: dat is wel even een heel ander gezicht. We gaan dan ook naar het hotel waar hij eerst gewerkt heeft en waar Baobab hem min of meer heeft weggekocht.
Het is een heel leuk restaurant met lage stoeltjes en tafels. We kunnen kiezen tussen Ethiopisch en Europees eten. We nemen uiteraard enjerra. We krijgen die (voor twaalf personen) geserveerd op drie emaillen borden met enjerra erop. Daarop worden allerlei vleesgerechtjes opgeschept en wat kaas. Samen met Erik, Peter en Ilse zitten we verschrikkelijk te schransen. Binnen vijf minuten is onze schaal leeg. Het is ook zo verschrikkelijk lekker. Je eet het met je handen en voor het eten komen ze met een bakje, een kannetje en zeep langs, zodat je je handen kunt wassen (ook na afloop komen ze weer). Je zit dan lekker met z'n allen in een grote schaal te graaien. Heerlijk. De anderen zijn erg verbaasd, dat wij zo snel eten. Maar wij krijgen telkens bijgeschept, zodat we kunnen blijven eten. Op het laatst ruilen we zelfs nog een schaal met anderen, die er snel genoeg van hebben.
Degenen die Europees eten, moeten in een ander gedeelte gaan eten en de volgende dag horen we, dat de meeste daarvan ziek zijn geworden. Er worden verschillende dansen uitgevoerd. Erg mooi om te zien. Op een gegeven moment gaan de dansers met mensen uit publiek dansen en dat is meteen een stuk minder. We zijn dan ook blij, dat het eerste busje (er waren er twee) vertrekt, zodat we weg kunnen.

Zaterdag 15 februariAddis Abeba

Met Anja, Peter en Ilse willen we naar de Merkato-markt. We zijn gewaarschuwd om daar beslist niet alleen naar toe te gaan en bovendien niet langer dan een half uur rond te lopen. Ook moet je geen sieraden en geen tassen dragen. Het is de grootste markt van Afrika en niet veilig voor buitenlanders. Erik bevalt een taxi met een hem bekende chauffeur aan. Wij huren die met z'n allen voor 30 birr (ƒ 3,75) per uur. Je mag eigenlijk niet met z'n vijven in een taxi, maar als er agenten zouden zijn, zal er iemand bukken.
Als we op de markt aankomen, gaat de chauffeur met ons mee en ook een vriend van hem die hij daar ontmoet. Een loopt er voor ons en een er achter. Zij kennen alle mensen daar; ook de criminelen. Op een gegeven moment wordt zo'n groepje dat op vijftien meter afstand loopt, weggestuurd. We voelen ons niet echt veilig, maar we vinden het wel leuk om het even gezien te hebben.
Daarna laten we ons bij de VVV afzetten, waar we een landkaart van Ethiopië willen kopen. Het kantoor is echter de gehele dag gesloten.
We wandelen met z'n vijven naar het Hilton, waar we gaan lunchen. Anja gaat met anderen eten en wij wachten op Peter en Paul, die daar ook zullen komen. Samen met Pieter, die later komt, zitten we verschrikkelijk te schransen. We hebben voor het lopend buffet (86 birr p.p.) gekozen en drinken daar een aantal biertjes bij. Samen is de rekening 120 birr p.p. (ƒ 30 p.p.). De duurste maaltijd in Ethiopië en dat voor een lunch. Maar we hebben niet ontbeten en 's avonds hoeven we ook niets meer. Zoveel hebben we daar gegeten. Ze hebben van alles. Soep met croutons en room, verschillende soorten salades, warme kerriekip, lamsvlees, rijst, aardappelen, heerlijke hete rundvlees, kazen, fruitsalade (belachelijk dat we die namen, vonden Peter en Paul), slagroom, ijs, taarten, spaghetti, verschillende vleeswaren (hammen). We eten wel vijf borden leeg. Het is heerlijk ontspannend. We hebben gezellig zitten kletsen. Daarna drinken we in de tuin van het Hilton koffie. Goede koffie zelfs. Uiteindelijk zitten we van 12:00 uur tot 16:30 uur in het hotel. Het is er hartstikke gezellig.
Met de taxi rijden we terug naar het Shoa Hotel. Daar maakten we de laatste birrs op aan bier. Op het laatst krijgen we van Peter en Ilse die hun geld niet helemaal op krijgen.
Om 20:45 uur vertrekken we naar het vliegveld. Daar gaan we zo'n drie kwartier te laat weg (23:40 uur). Omdat de landingsbaan nogal hobbelig is en vanwege de hoogte, kunnen ze het vliegtuig niet helemaal vol tanken. Daarom moeten we een tussenlanding in Jeddah (Saoedi-Arabië) maken. Dat gaat allemaal voorspoedig en

Zondag 16 februariNaar huis

om 5:45 uur (twee uur tijdsverschil) landen we in Frankfurt. Daar hebben we moeite om de incheckbalie te vinden. Alles is gesloten. Om 8:35 uur vliegen we naar Amsterdam waar we om 9:40 uur (de oorspronkelijke tijd) aankomen.

Dit was een reis met