Ghana – Togo – Ghana – Ivoorkust – Guinee – Sierra Leone

5 februari t/m 15 maart 2020

We gaan naar West-Afrika. De bedoeling was twee weken Ghana en Togo met z’n tweeën en aansluitend met vier vrienden twee weken naar Burkina Faso. Dit alles hebben we geboekt bij PapillonReizen. Maar in Burkina Faso zijn eind december de omstandigheden zo veranderd, dat, voor het deel waar wij naar toe zouden gaan, het reisadvies is gewijzigd van geel naar oranje. Wij bedachten, dat als we nu zouden boeken, we niet zouden gaan. We hebben geen zin in problemen en bovendien ben je totaal onverzekerd. Dus hebben we het Burkina Faso-deel geannuleerd en gingen we op zoek naar een andere reis. Wij tweeën zijn uitgekomen bij Dragoman, die een vierweekse reis in een truck heeft van Ghana via Ivoorkust en Guinee naar Sierra Leone. De datum sluit goed aan bij de eerste weken en Monique van PapillonReizen heeft de eerste twee weken prima gewijzigd, zodat we op tijd in Accra, de hoofdstad van Ghana, zullen komen.
Jammer, dat we nu niet met onze vrienden samen reizen; die hebben andere, kortere, bestemmingen geboekt.

Onderweg in Guinee

West-Afrika

Woensdag 5 februariNaar Accra (Ghana)
Om 14:30 uur vertrekt de rechtstreekse vlucht van Amsterdam naar Accra, de hoofdstad van Ghana.
We hebben voor het Gana-Togo-deel Sanny als gids. Deze man hebben we eerder op onze Benin-reis gehad en we zijn daar erg blij mee, want we hebben nog nooit ergens een betere gids gehad.
De trein is druk en op ons traject is er geen vertraging. Inchecken gaat supersnel en dan gaan we naar de lounge voor koffie en bier.
Het is in West-Afrika er één uur vroeger dan in Nederland en 25° warmer.
In de aankomsthal in Ghana zit iemand gezellig op een keyboard te spelen. Wel zo hard, dat je de mevrouw van de douane bijna niet verstaat. Er wordt een warmtecheck gedaan in verband met het coronavirus, dat de wereld rondwaart. Het gaat snel en gelukkig hebben we al een visum.
We worden opgewacht door Sanny, die ons verwelkomt met een dikke knuffel.
In het hotel is het stil, maar we kunnen wel een biertje buiten drinken bij het zwembad. Ze hebben twee soorten plaatselijk bier, Club en Star. Ze smaken allebei hetzelfde. We hebben van Sanny 300 cedi gekregen, omdat we nog geen geld hebben gepind. Bijna € 50 als we ons niet vergissen. Goed half elf wordt er gevraagd of we nog wat willen hebben en gaat de tent dicht.

Donderdag 6 februariAccra
De rekening van het bier van gisteren krijgen we per email toegestuurd.
We gaan vandaag Accra, de hoofdstad van Ghana, verkennen. Het is hartstikke druk op de weg en iedereen probeert zich overal tussen te wurmen. Gelukkig blijft iedereen rustig en wordt er niet bij getoeterd.
Vuurtoren in AccraOnze Ghanese gids, O Gossie (zo spreken wij het tenminste uit), vertelt een heleboel. Alleen begint hij telkens in het Engels en gaat dan over op het Frans. Hij heeft dat zelf niet in de gaten. Grappig. Hij is wel moeilijk te verstaan.
We komen in James Town, het oudste deel van de stad. We wandelen er rond en zien overal van die typische kleine Afrikaanse handeltjes. Iedereen zegt je vriendelijk gedag. Naast de weg lopen van die diepe brede goten om het regenwater op te vangen; want als het regent, dan regent het hard. We zitten nu in de droge tijd. Boven zo’n goot zien we een kleine vierkante tent met open dak die als urinoir dient. De pis loopt zo de goot in.
Bij de vuurtoren ligt de haven die helemaal vol ligt met kleine bootjes. Het is er lekker druk.
Oud Accra was in het verleden verdeeld in Hollands en Brits Accra. We lopen langs het oude Engelse James Fort, dat de gevangenis was, en het Nederlandse Usscher Fort, dat in 1652 werd gebouwd.
Van onze gids moeten we van alles proeven: kokosnoten, vers gebakken cakejes, bananenchips. We hoeven straks niet meer te lunchen. Bij een kraampje zien we een stuk of tien paar, grotendeels verroeste, schaatsen hangen. Wat moeten ze daar hier in vredesnaam mee.
In dit deel van de stad staan kleine oude huizen. In de ‘nieuwere' wijken zijn meer hoge gebouwen, voornamelijk kantoren en ministeries. Het Black Star Square is volgens de gids het één na grootste paradeplein van de wereld nà het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. We kijken rond bij het mausoleum van de eerste president van Ghana, Kwama Nkrumah, wat tevens museum is. Met een paar anderen kijken we rond met een gids. Het is hartstikke warm en Sanny is zo attent om ons allebei halverwege een flesje koud water toe te stoppen.
Men is vrij gelovig. Overal zie je namen met ‘god’ of ‘Jezus' er in. Er zijn nogal wat verschillende godsdiensten: christenen, moslims, methodisten, mormonen en nog een stuk of wat anderen.
Als we verder rijden, is het verkeer nog steeds druk. Bij de verkeerslichten die lang op rood staan, lopen heel veel verkopers met schalen en teiltjes op hun hoofd en verkopen van alles. Niet alleen drankjes en eten, maar de meest vreemde dingen: voetballen, ventilatoren, waspoeder, ruitenwissers, eieren, boeken, hoog opgestapelde pannen, grote ronde klokken, bedkussens, schoenenkastjes. Je hebt eigenlijk geen winkels meer nodig.Kralen van glas
Bij een kralenfabriek wat meer naar het noorden krijgen we een rondleiding. Ze maken hier handmatig kralen van glas. Oude flessen worden hier gerecycled. Fascinerend om te zien. Vooral de meerkleurige doorzichtige kralen zijn prachtig.
Weer terug in Accra wandelen we in de buurt van het hotel naar een bar. We kiezen er eentje uit en drinken een bier. Iedereen hier drinkt bier, de vrouwen ook. Er zit een vervelende Deen die met iedereen ruzie heeft en die gelukkig snel verdwijnt. Er lopen veel schoolkinderen langs, allemaal in uniform. De grotere in groepjes, meisjes met meisjes en jongens met jongens, zoals dat overal in de wereld gaat. Kleintjes lopen vaak met een ouder, waarbij het ons opvalt, dat dit hier vaak een vader is.
Aan de overkant zit een eettentje op de stoep. Het is er vrij druk. Sommige eten daar en halen wat te drinken bij het café, anderen halen wat en eten dat in het café op.
De meeste jonge meisjes zijn erg slank; de moeders zijn allemaal dik met enorme heupen en billen.

Vrijdag 7 februariNaar Elmina
Als we om 7:30 uur vertrekken, is het al druk op de weg. We rijden naar het westen, naar Elmina. Weer overal verkopers en af en toe een ‘echte' markt op de stoepen en in de straten. Er is genoeg te zien. Soms staat er een agent het verkeer tegen te houden om iemand over te laten steken. Als buiten de stad een auto voor een zebrapad stopt, zijn de andere automobilisten kwaad, want dan moeten zij ook stoppen. Ze doen het wel.
Veel auto’s zouden bij ons de keuring niet door komen. Sommige worden gerestaureerd langs de kant van de weg en als je niet bij de onderkant kunt, leg je hem toch gewoon op de zijkant.
Regelmatig roept de gids ‘a goo’, het teken, dat hij wat gaat vertellen en dat we op moeten letten.
Het schiet niet erg op, zo druk is het. Anderhalf uur later wordt het eindelijk wat rustiger.
Langs de kant van de weg wordt volop fruit verkocht: verschillende soorten bananen, ananas, kokosnoten, mango’s, sinaasappels, appels, tomaten, yams, uien. Maar ook sprinkhanen kun je krijgen. ‘Bushmeat’ zoals dat hier genoemd wordt.
Het land is groen; we zien veel bananenbomen, kokospalmen en bomen met gele en rode bloemen.
We passeren Fort Amsterdam, dat momenteel gesloten is voor onderhoud.
Bij een controle vindt de politie, dat we niet snel genoeg stoppen, ze willen geld zien. Makkelijk verdiend, denken ze, maar dan kennen ze Sanny nog niet. De politie is hier erg corrupt en Sanny’s geschreeuw helpt niet zoveel. Hij moet 300 cedi betalen anders krijgt hij zijn papieren niet terug. Na een uurtje weet hij het bedrag omlaag te krijgen naar 100 cedi, € 10,65, en dat betaalt hij dan maar. Hij blijft er de hele dag pissig om. Het was wellicht beter geweest als Sanny niet zo geschreeuwd had, maar zo kennen we hem wel van Benin als hem onrecht wordt aangedaan.
Kakum N.P.In het Kakum N.P. lopen we over een lange canopywalk. Deze is erg stevig en zelfs als je zou willen, kun je er niet af vallen. Deze is gebouwd door twee Canadezen en is dertig meter hoog. Er is een grote groep schoolkinderen waarvan een paar meisjes erg bang zijn. Toch nemen ze niet de short cut, maar doen dapper mee. Wij geven de bangste een handje en laten ze achter ons lopen. Vooral als de brug wat schudt, horen we ze regelmatig jammeren. Vanwege de herrie die de kinderen produceren, zijn er geen vogels of wild te zien. Anders waarschijnlijk ook niet. Het is overdag altijd erg druk.
We rijden door naar Elmina, de vroegere koloniale hoofdstad en middelpunt van de slavenhandel. Het St. George’s Fort, dat er staat, is gebouwd door de Portugezen en is de oudste vesting in Zwart Afrika. Later werd het door de Nederlanders veroverd. ‘We' hebben daar 235 jaar geheerst, waarna het aan de Engelsen werd verkocht. Het werd gebruikt als veilingmarkt voor de miljoenen slaven die naar Amerika werden verscheept. Op de binnenplaats wordt een film opgenomen over de slavernij. Als die mensen even pauzeren, krijgen wij een rondleiding. Het zijn geen mooie verhalen om aan te horen. Bij de ingang staat een grote groep kinderen, die allemaal wild worden als de crew naar buiten gaat.
Als we in de auto stappen, vraagt een man aan ons vieren of wij hem even 10.000 dollar willen geven. Alsof wij die dagelijks zo in ons zak hebben zitten. Ik ben eigenlijk bang, dat veel Afrikanen dat inderdaad denken.
De weg naar het hotel is niet makkelijk te vinden en we komen uiteindelijk bij het Ka-Sa resort. Verkeerd dus, want we moeten het Ka-Sa Beachhouse hebben. Dat blijkt een groot huis met vier slaapkamers en vier badkamers. We zijn in de veronderstelling, dat Sanny en O Gossie hier ook zullen slapen, maar dat is niet zo. Van ons mogen ze. Het huis ligt aan het strand en daar lopen we overheen naar het resort. In het huis is wel een keuken, maar we hebben, gelukkig, geen eten en drinken en in vijf minuten zijn we bij het resort.
We zitten in een restaurant met dak zonder muren. Het bier wordt gebracht en de fan aan gezet. Wat een luxe.

Zaterdag 8 februariNaar Elmina/Kumasi
St. George's Fort in ElminaOm 6:30 uur vertrekken we naar het centrum van Elmina waar we eerst gaan ontbijten. Wij zitten buiten met zicht op de haven en het St. George Fort. Het is laag water en sommige boten hebben moeite om binnen te lopen. Eentje ligt er helemaal vast en er worden verschillende vergeefse pogingen gedaan om het vlot te trekken.
Francis is een prima gids die ons door de plaats heen loodst. Het spreekt goed verstaanbaar Engels, maar aan de Nederlandse uitspraak van een hoop namen, straten en gebouwen mankeert wel wat, maar wij weten wel wat hij bedoelt. Bijna niemand krijgt die namen goed uitgesproken. Onze (toen nog prins) Willem en Maxima zijn hier jaren geleden geweest en hebben toen geld geschonken, wat gebruikt is voor restauratie.
Vanaf het Nederlandse fort hebben we een panoramisch uitzicht over de stad. Er liggen, naar zeggen, zo'n duizend boten. Bij de afslag krioelt het van de mensen. Wij vinden het erg druk. De mensen hier vinden het rustig, want het visseizoen is eigenlijk voorbij.
We rijden naar het noorden, naar Kumasi. Het eerste stuk gaat langs de kust waar op verschillende plaatsen boten worden gemaakt van bomen. Ook wordt er gevist. Er is een groot net uitgeworpen en een stuk of vijftien mannen staan op het strand aan een touw te trekken om dat binnen te halen.
In elk dorp staat elke straat vol met kraampjes die van alles en nog wat verkopen. Buiten de dorpen verkoopt men fruit.
We bezoeken het slavenmuseum in Assin Manso. Hier liggen overblijfselen van twee voormalige slaven begraven. Het was de laatste halte voor slaven, op weg naar de kust, en hier moesten ze het ‘laatste bad‘ nemen in de ‘Slavenrivier’.
Kumasi is de historische hoofdstad van het oude Ashanti-rijk. Tot het eind van de 19de eeuw, toen de Britten het gebied innamen, was dit een van de machtigste rijken van Afrika.
We krijgen gebakken bakbananen doe met schil en al gebakken en gegeten worden.
Als we dichter bij Kumasi komen, zien we de huizen steviger en groter worden. Het ziet er welvarender uit. Het wordt ook weer drukker op de weg. Kumasi is de tweede grootste stad van het land.
Overal zijn regelmatig politiecontroles. Er zijn verschillende soorten, maar ze houden allemaal het verkeer erg op. De meeste controleurs staan er alleen maar voor aanvulling van hun salaris. Er wordt zelden echt wat gecontroleerd.
Het verkeer slingert over de weg. Links inhalen, rechts inhalen via de berm, voordringen, afsnijden, stukje aan de verkeerde kamt van de weg rijden. Het gebeurt allemaal en niemand wordt er kwaad om.
Ook nu is onze google.maps erg handig bij het vinden van het hotel.


Zondag 9 februariKumasi
O Gossie wil eigenlijk, dat we om 7:00 uur vertrekken, maar omdat het ontbijt pas om 7:30 uur begint, gaan we om 8:00 uur weg. We rijden naar het Manhyia paleis, een oud paleis van de koning van de Ashanti, nu een museum. O Gossie weet de weg niet en moet het vragen. Een automobilist is zo attent om voor ons uit te rijden. Grappig. Het museum gaat pas om 9:00 uur open en wij zijn nog iets te vroeg. Waarom we dus om 7:00 uur moesten vertrekken? We krijgen een rondleiding samen met een groep Nederlanders en Vlamingen.
Daarna lopen we naar Prempeh II Jubilee Museum, het nationale culturele centrum. Hier staat een mooie oude auto buiten en binnen krijgen we een rondleiding. De mevrouw praat supersnel en je hebt amper tijd om wat te bekijken. De Britten hebben in hun koloniale tijd de gouden stoel opgeëist, dé stoel van deze koning, die slechts één keer per vijf jaar wordt getoond. Ze dachten, dat ze de echte hadden gekregen, maar het was een kopie. Die wordt nu hier getoond.
We lopen terug naar de auto die bij het nieuwe paleis staat (naast het oude paleis) waar straks het Akwasidae festival plaats vindt. We nemen een tuktuk terug naar het paleis. Onze gidsen dachten de weg beter te kennen dan de chauffeur, maar net op het moment, dat hij wil omdraaien, zien ze, dat hij gelijk heeft. Rondom twaalven zijn we op het festivalterrein, waar om ongeveer één uur de activiteiten beginnen.
Akwasidae-festivalWe offeren Sanny en O Gossie een drankje.
Bij de Ashanti gaat de afstamming en overerving via de vrouwelijke lijn. De koningmoeder bepaalt wie de volgende koning wordt. Dit is wel altijd iemand binnen de familie van de vrouw.
Op het Akwasidae festival ontmoet koning Otumfuo Osei Tutu II eens in de zes weken zijn leiders op de binnenplaats van het paleis. De koning arriveert in een processie en er wordt gedanst en gezongen. De Ashanti-koning staat bekend om zijn vele gouden sieraden, die hij vandaag draagt. De belangrijkste mensen hebben een parasoldrager bij zich. De koning ook en die wordt ook nog voortdurend toe gewapperd en regelmatig wordt het zweet van zijn gezicht geveegd.
De toeristen zitten in een apart vak en worden op afstand gehouden. Goede zaak.
De koning zit op een troon en zijn voeten rusten op een voetenbankje gemaakt van een leeuwenkop. Zijn blote voeten mogen niet in contact met de grond komen, want, zo is de gedachte, dan gaat hij dood.
Een zeer bont gezelschap gaat op audiëntie en biedt cadeaus aan. Het hoofddeel van wat wij zien, zijn, afgezien van dat grote witte schaap, dozen sterke drank. We zien VSOP cognac, Schotse whisky en Henkes voorbij komen.
Wij hebben het om een uur of drie wel gezien en willen vertrekken. Sanny haalt ons over om nog een uurtje te blijven, omdat er volgens hem gedanst gaat worden. Gelukkig zijn kort daarna alle toespraken afgelopen en is het vertrek van de koning één groot feest. Onder begeleiding van muziek en dans loopt de koning een afscheidsrondje en neemt afscheid van de hoogwaardigheidsbekleders. Sanny sleept Lia mee voor de beste fotoposities. Op dit moment zijn er nog maar een paar toeristen over; de meeste zijn na een uurtje vertrokken.
Sanny eist Martijn’s telefoon op voor de route naar het hotel via google-maps. We zitten in het centrum van Kumasi en het is erg druk. Om ons heen ligt de kolossale Kejetia-markt, de grootste van West-Afrika. Ook vandaag krijgen Sanny en O Gossie een drankje in het hotel. Wij krijgen van hen overdag water en hapjes. Zij zijn er blij mee en ons kost het bijna niks.

Maandag 10 februariNaar Kpalimé (Togo)
Een rijdag vandaag. We gaan naar Kpalimé in Togo. We komen door veel kleine dorpjes. Het ene is stil, het andere druk. Overal handeltjes. Het ene dorp verkoopt potten en borden van klei, het volgende doodskistenkleedjes.
Onderweg probeert Lia nogmaals om foto’s draadloos van de camera naar het tablet te kopiëren. Pas als ze de VPN afzet, lukt het. Na twee dagen klooien.
Er zitten veel hobbels in de wegen; elke auto slingert van links naar rechts om de grootste gaten te ontwijken. Natuurlijk zij er ook politiecontroles en we mogen overal doorrijden. Stukjes weg zijn slecht, stukjes zijn onverhard.
We drinken en eten kokosnoten en gebakken yamknollen die we bij een kraampje langs de weg kopen.
We hobbelen heel wat af.
In de provincie Volta zijn in het begin de wegen stukken beter en is het minder druk. Dat schiet beter op. Maar het duurt niet lang voor we weer volop gaten zien.
Vandaag niet veel zon gezien. Het is wel net zo warm.
De grens van Ghana naar Togo ligt aan een smalle onverharde weg vol gaten. De grenspost ‘Ghana uit’ is nog een redelijk gebouwtje. ‘Togo in' is niet meer dan een houten keetje met twee mannen. Alles wordt met de hand genoteerd en ze willen vier pasfoto's. Ons was twee verteld, we hebben er drie en ze nemen genoegen met één. Het kost slechts € 17 p.p., een koopje. Binnen drie kwartier is alles geregeld.
Het is nog drie kwartier rijden naar Kpalimé.
We hebben nog geen vijf minuten gereden of we passeren al twee controleposten. De eerste wuift ons door; bij de tweede ligt iemand in burger te slapen en rijden we door. Even later moeten we stoppen van een motorrijder, die ons vertelt, dat we illegaal door zijn gereden. We moeten terug. Sanny begint te schelden, maar dat helpt niks. Wij terug en de slapende man is ondertussen wakker. Martijn maakt een praatje met hem en we mogen verder. Waar gaat dit toch allemaal over? Er wordt eigenlijk niks gecontroleerd. Is het machtsvertoon, geldklopperij of gewoon mensen pesten?
Dans in KpalimeEr is veel minder verkeer op de weg. Veel minder auto's, meer brommers en wandelaars.
We doen negen uur over 370 km.
In Kpalimé zitten we in Parc Residence, een mooi hotel met zwembad, lekker terras, ruime kamer en een Duitse gastvrouw die aangaf, dat ze net wat Frans had geleerd en nu Engels met ons moet praten, wat ze niet goed kan. Wij gaan over op het Duits.
Martijn moet leren handen geven. Lia krijgt een ‘gewone' hand, maar ‘mannen onder elkaar' geven anders een hand.
PapillonReizen biedt ons een dansoptreden aan. Een groep van zo’n vijftig muzikanten en dansers staat opgesteld en speelt een uur lang aan één stuk opzwepende muziek. De groep dansers doet ons wederom beseffen, dat wij, Noord-Europeanen, maar stijve mensen zijn. We hebben nog nooit mensen hun billen zó zien bewegen. Het doet Lia, met Godfried Bomans in gedachten, verzuchten: ‘had ik maar één zo'n bil'. Een dikke mevrouw met een hele dikke kont staat heel erg te swingen. Het lijkt of alles in beweging is, maar als je goed kijkt, zie je, dat ze helemaal stil staat en dat alleen haar billen bewegen. Fantastisch. Deze dans is specifiek voor deze regio.

Dinsdag 11 februariNaar Kloto, Dzogbegan
Martijn’s naam is Codjo in het Togolees, wat maandag betekent. Iedereen krijgt als tweede naam de dag van zijn geboorte.
Togo is meer Frans, terwijl Ghana meer Engels is. We merken het meteen aan het ontbijt met lekker stokbrood. Ook spreekt men hier amper Engels. Zo halen we ons Frans weer op.
Met een plaatselijke gids maken we een wandeling door de plantages in de omgeving. Smalle paadjes voeren over de velden en langs huisjes. Het is momenteel niet het seizoen voor fruit. Men is bezig palmnoten te bakken voor olie en koffie te verwerken. Om 9:30 uur zitten we al aan de sterke palmwijn, sodabie. Eerst drinkt de gever een glas om te laten zien, dat de wijn niet vergiftigd is. Dan drinkt de gast een glas en geeft het laatste beetje aan de voorouders door het op de grond te gooien. We zien mooie planten, vlinders, hagedissen, vogeltjes. Verschillende planten worden als medicijn gebruikt.
De gids breekt een blaadje van een plant. Met het witte sap, dat er uit komt, schrijven we op onze armen. Dat is al snel opgedroogd en niet meer te zien. Niet op de witte arm, ook niet op de bruine. Dan smeer je hier houtskool overheen en licht de tekst zwart op. De rest kun je weg wassen, de zwarte tekst blijft een week zitten. Van een orleaanboom maal je de zaadjes fijn en kun je de kleurstof, de anatto, gebruiken als rode lippenstift. De balletjes zien er aan de buitenkant uit als ramboetan, maar binnen zitten rode zaden. Van een boom snijden ze de bast en als je achterkant daar afschraapt, heb je gele verf.
Sanny pikt ons op met de auto en we rijden naar het dorp waar de gids vandaan komt. Binnen op het voetbalveld is een toernooi bezig met teams uit verschillende plaatsen. De vrouwen en meisjes staan constant te zingen langs de kant. Het hele dorp is uitgelopen en zit langs de kant. Iedereen is erg fanatiek.
We lopen naar een waterval waar veel vlinders en juffers zitten. We zitten een poosje langs de koele kant.
Het laatste stuk laat Lia’s schoen iets los aan de voorkant. Sanny zoekt een schoenmaker en de schoenen worden helemaal doorgestikt. Twee mannen zijn er een half uur mee bezig geweest. Kosten 500 cfa franc, € 0,75.
Ze verkopen hier benzine in flessen voor brommers die uit Nigeria via Benin wordt gesmokkeld. We hebben daar drie jaar geleden de schepen op het meer gezien. Als de politie het ziet, wordt de hele handel in beslag genomen.
We gaan verder naar Dzogbegan op het Danyi-plateau.
VleermuizenOnderweg stoppen we bij een dorp, lopen tien minuten door en komen bij bomen vol met vleermuizen. Vroeger verbleven ze in een nabije grot. Toen ooit, lang geleden, Ghanezen kwamen om mannen te roven, verstopten die zich in de grot. De vleermuizen lieten de Tongolezen door, de Ghanezen niet. In deze tijd zijn de beesten erg gewild om te eten en wordt er op ze gejaagd. De bewoners vinden het nu hún tijd om de vleermuizen te beschermen. Ze jagen er niet op en zorgen ook, dat anderen dat niet doen. De beesten voelen zich nu zo veilig, dat ze overdag buiten blijven. Ze hangen in bosjes in de hoge bomen. Gids Greg maakt herrie, wat er voor zorgt, dat honderdduizenden, zo niet miljoenen, vleermuizen de lucht in vliegen. Indrukwekkend.
We rijden naar het noordwesten en 700 meter omhoog. Het hotel ligt niet ver van de grens met Ghana. Een klein stukje ‘gele' weg op de kaart. Die weg is goed. De andere wegen staan er niet eens op. En dus slecht, vol gaten.
Hier zijn de ananassen rijp. Ze groeien volop in de velden en worden langs de weg verkocht.
Er is nergens een plaats waar je geld kunt wisselen, laat staan pinnen. We leven dus op de pof.
Onze telefoon is niet meer nodig. In Togo kent Sanny de weg.
We gaan eerst naar het hotel om onze kamer ‘veilig' te stellen. Op het moment zijn er bijeenkomsten voor verkiezingen en dan wil de regering nog wel eens kamers opeisen. Dat kunnen ze doen als je nog niet ingecheckt hebt (en wel geboekt en dan heb je pech), maar als we er eenmaal zitten, kan dat niet meer. Het hotel ligt in de middle of nowhere.
Abbeye de l'AscensionWe bezoeken het monnikenklooster Abbeye de l'Ascension. Er is een winkel die bekend staat om de door de monniken zelf gefabriceerde producten, zoals koffie, kruiden, koekjes, chips, esoterische oliën, jam, heiligenbeelden. Sanny en Greg nemen beide een enorme hoeveelheid koffie mee. We wandelen door de tuinen, zien sterfruit, peperplantages, koffie, jacksonvruchten. Ze hebben van die jacksonvruchten chips gemaakt. Een nieuw probeersel en wij krijgen een zakje met de vraag om deze te testen. Het smaakt goed. Ze noemen het jackiechips. In het Nederlands klinkt dat niet zo goed.
Weer terug bij het hotel staat er inderdaad een auto vol met militairen. Als we onze spullen op de kamer hebben gelegd en naar de bar gaan, zijn ze verdwenen. Dat vroeg inchecken was een goede zet van Sanny!
De drank wordt hier, net als in Benin, gebracht in een plastic flessenmandje. Erg handig.
Er is geen internet hier.
We bestellen het eten vroeg, want het schijnt twee uur te duren voor het klaar is. We bestellen het voor 19:30 uur en het komt netjes op tijd.

Woensdag 12 februariNaar Kara
Vandaag gaan we naar Kara in het noorden. Eerst is er een stukje hobbelweg voor we op de ‘grote’ weg komen die van Lomé aan de kust dwars door het midden van het land naar het noorden loopt. Dit is een goede tweebaansasfaltweg.
Greg, de gids, is terug gegaan voor de verkiezingen. Hij staat ergens op een lijst en is verkiesbaar. In veel dorpjes die we passeren, zien we de verkiezingskoorts. Overal mensen met brommertjes, blauwe kleding, samenscholingen en propagandamateriaal. Al die brommerrijders krijgen cfa 2000 voor betaald om mee te doen.
Soms is er markt. Zodra de auto stopt, worden we omzwermd met mensen die van alles op hun hoofd te koop aanbieden: brood, gedroogde visjes, groente, fruit, koeken, sateetjes, blikjes drank, stokjes die als tandenborstels dienen, eieren, gefrituurde dingen waarvan Joost mag weten wat het is.
In een dorpje stoppen we op de weg bij een winkeltje. Sanny draait het raampje open, geeft een brul. De winkelier komt naar buiten en vraagt wat hij wil, gaat het halen en brengt het naar de auto. Je hoeft de auto niet uit.
De weg is vrij saai; de dorpjes zijn wel altijd leuk.
Vandaag krijgen we gefrituurde maïskoekjes met rijst. Twee zakjes met acht koeken kosten ongeveer € 0,60. Lekker.
We komen bij een weg waarvan één rijstrook door een smalle doorgang met hoge rotsen gaat, the moon of cobra.
We zien velden vol lage ronde heuveltjes. In elk rondje heeft men drie yamknollen gestopt waarvan de bovenkant afgesneden is. Daar groeien weer nieuwe yams uit.
VrachtwagenVeel busjes zijn erg vol geladen. Op sommige is zoveel op het dak geladen, dat ze twee keer zo hoog zijn als gewoonlijk. Veel vrachtwagens zijn veel te zwaar beladen. Zo rijden ze de weg en de auto kapot. We zien er regelmatig eentje aan de kant staan met pech of op z’n kant in de berm liggen. Regelmatig zitten of liggen er mannen boven op de lading.
In Kara zitten we in een hotel midden in de stad. Zoals gewoonlijk hier in Afrika is er maar één handdoek op de kamer. Vreemd toch? We vragen ons af wat de mensen thuis doen….
Aan het eind van de middag maken we een rondje met Sanny door Kara. We gaan naar het etnologisch museum waar we een privérondleiding krijgen. Daarna rijden we door de plaats en verwonderen ons over de bedrijvigheid op straat. Het is druk, overal handeltjes, terrasjes, markten. We stoppen om een biertje te drinken. Wij draaien de raampjes van de auto dicht, zoals gewoonlijk. Sanny laat ze open en laat de auto achter in handen van een paar jongens, die er mee weg rijden. Wij zakken neer op een terras en bestellen grote flessen lokale Pils, dat hier ter plaatse gebrouwen wordt. Natuurlijk wordt het gebracht in een plastic flessenmandje. We krijgen er een lekker schoteltje met vlees, uien en kruiden bij, dat we kennen uit Benin. Erg lekker en gezellig.
We lopen terug naar de auto en die blijkt in de tussentijd van buiten en binnen helemaal schoon gemaakt. Super.
Het is ’s avonds druk in het restaurant van het hotel.


Donderdag 13 februariNaar Tamberma country
We gaan nog een stukje noordelijker, naar Tamberma country.
Het is nu de droge periode en de tijd om huizen te bouwen. De rijken doen dat met stenen, de rest met adobe, brokken gedroogde klei.
De Tamberma, ook wel bekend als de Batammarib, zijn beroemd om hun kasteelachtige adobe-huizen van twee verdiepingen, ook wel tata’s genoemd. Ze stammen uit de tijd, dat de families beschermd moesten worden tegen vijanden en roofdieren. De toegangsdeuren zijn laag, waardoor indringers moesten bukken en zo een makkelijk doelwit waren.
Uit het dorpje Pya komt de president van Togo. In de nabije omgeving zijn de wegen erg goed. Wij bezoeken hier een smid die van autovelgen landbouwwerktuigen en muziekinstrumenten maakt. Ook worden er potten en schalen gekleid. In plaats van een draaischijf te gebruiken, lopen de pottenbakkers zelf om de pot heen.
In Niamtougou is een werkplaats voor gehandicapten. Jammer genoeg is die vandaag niet in bedrijf. In de winkel kopen we een lapje stof voor 3500 cfa.
De wind komt uit het noorden en er zit stof in de lucht waardoor het heiig is en we geen mooie vergezichten zien.
Op de markt in Defale kopen we ons avondeten: een levende parelhoen, rijst, uien, olie, pepers, kool, noten, avocado’s en kolanoten. Als je op die noten kauwt, blijf je lang wakker, zeggen ze. Wij merken er niets van. Ze smaken bitter. Het schijnt, dat je zo’n parelhoen heel makkelijk dagen in leven kunt houden. Maar zet je hem in een auto met airco, dan is hij binnen twee uur dood.
We rijden de Tamberma-regio in. Daar moet een kaartje voor worden gekocht. De mevrouw van onze homestay, mevrouw Etiëne, rijdt met ons mee. Als we naar onze overnachtingsplaats rijden, Bassamba, stuiten we op een groepje mensen, dat een dans aan het oefenen is. Bassamba ligt vlak bij de grens van Benin.
We overnachten bij een groepje van vier tata's, waar we kunnen kiezen of we in een ‘bungalow’ gaan slapen of boven op het dak, waar het koeler schijnt te zijn.
TataIn de schaduw van een boom eten we de avocado’s op. Je hoort wat mensen praten, geiten blaten, kippen en parelhoenders kakelen en het gestamp van een grote vijzel. Dat is het wel zo’n beetje. Geen radio, geen auto's. De jeugd hangt rond onder een grote boom. Meer is er voor ook niet te doen. Later komen de kleine kinderen samen om te voetballen. De jongens dan, de meisjes staan natuurlijk apart, zoals overal. Die dansen en springen.
Tegen vieren, als het iets koeler wordt, maken we met mevrouw Etiënne een wandeling. Er liggen nogal wat tata’s in de buurt, die allemaal net wat anders gebouwd zijn. Vóór elke tata staan fetisjstenen. Elke steen duidt een overleden persoon aan. Hoe belangrijker, hoe groter de steen. Elke steen heeft twee ‘ogen' die dichtgestopt zijn en in de richting van de tata staren. Als een persoon gereïncarneerd is, komt er een nieuwe steen tegen de muur van de tata, naast de deur. Die ‘ogen’ zijn open. De belangrijkste stenen zijn versierd met schelpjes. Bij de tata van de belangrijke medicijnfamilie zijn de beelden erg uitbundig en staan er houten beeldjes, kommetjes, speren, stokken, veren en lapjes bij.
We eindigen bij de plaatselijke kroeg. Er is hier helemaal niks in het dorp, geen winkels of werkplaatsjes, maar er is wel een bar. Het verbaast ons eigenlijk niks. De mannen moeten toch wat te doen hebben.
Het enige wat een man namelijk doet, is zijn vrouw(en) commanderen. De vrouwen doen al het werk. Stel je niet te veel van voor van dat café. Een kleine ruimte waar de drank staat en buiten op een lemen veld staat een bank onder een boom. De bank wordt voor ons vrij gemaakt. Wij zetten hem meer midden op het plein, de zon komt niet door, en we krijgen er een tafel en nog een bank bij. De andere gasten, niet alleen mannen, maar ook vrouwen en kinderen, moeten op de grond zitten. We bestellen bier, dat in een plastic mandje wordt gebracht. Het is redelijk koud. Lekker.
Bar in Tamberma countryDe mensen op de grond hebben een fles bij zich die half gevuld is met palmwijn. Sanny koopt er voor hen rode wijn bij. Dat zit in een kartonnen pakje van een deciliter. Ze vullen de fles palmwijn met twee pakjes aan. Er zijn twee kleine bekertjes die rond gaan en in een paar grote slokken wordt de wijn achterover gegooid. Een klein meisje doet gewoon mee. In een leeg pakje wijn wordt ook wat van die drank geschonken en aan een klein jongetje gegeven, die er lekker aan zit te lurken.
Mevrouw Etiënne heeft ondertussen het eten gekookt, dat we ons goed laten smaken.
Als we klaar zijn, komen er drie vrouwen en een man voor ons dansen. Het dorp loopt uit en mensen komen met de fiets de brommer of te voet om te kijken.
Daarna gaan we het dak op; men heeft voor ons een matje, kussens, een laken en een deken klaar gelegd. We liggen buiten in de openlucht en kijken naar de sterren. Later komt de maan op en ook de wind. Die wil de lakens en dekens weg blazen en we moeten ze goed instoppen. Het is niet koud gelukkig.

Vrijdag 14 februariNaar Lomé
Sanny heeft het ’s nachts maar tot drie uur op het dak uitgehouden. Toen was de wind op het ergst en is hij in de auto gaan slapen.
We gaan terug naar het zuiden, naar Lomé, de hoofdstad van Togo.
Bij Pya, het dorp van de president, ligt een internationaal vliegveld. Elke dag moeten er twee vliegtuigen klaar staan om meteen te kunnen vertrekken: een privéjet en eentje voor personeel. Blijkbaar landt hier vandaag de president en dan moeten alle wegen vrij gehouden worden, zodat hij door kan rijden. Wij mogen door, maar vrachtwagens moeten wachten en vormen lange rij. Wie weet hoe lang ze daar moeten staan. Dit is Afrika.
We ontbijten in Kara in het hotel waar we overnacht hebben. Sanny heeft de bestelling al doorgebeld. Lekker vers stokbrood en croissants.
Als we verder willen, zijn de wegen in Kara volgestroomd door allerlei afzettingen in verband met het bezoek van de president en de verkiezingscampagne. Het probleem is de brug waar iedereen overheen moet. Sanny weet de weg en een andere kleine brug. Zo zijn we toch snel de stad uit.
Het is duidelijk, dat de president hier niet vandaan komt: de weg is een stuk slechter.
Fetisj-markt in LoméIn Lomé gaan we eerst naar de fetisjmarkt, de grootste in West-Afrika. We zien een heleboel gedroogde in- en uitheemse dieren, zoals vleermuizen, slangen, luipaard, apen, krokodillen, vogeltjes, eenden. Elk beest heeft zijn eigen medicinale werking. We mogen alles fotograferen. Er zijn geen klanten en we vragen ons af hoe ze hun geld verdienen. Tot we een hoop geschreeuw horen en we alle verkopers op een brommertje zien afstormen, waarmee een klant wordt gebracht.
We zitten in het Onomo Hotel aan het strand. Het is een groot luxe hotel en alles ziet er duur uit. We zetten onze spullen op de kamer en proberen te pinnen bij de geldautomaat die in de hal van het hotel staat. Net als in Kara lukt het ons niet er geld uit te krijgen. We krijgen geen melding; hij doet het voor ons gewoon niet. Het personeel van bet hotel zegt, dat ze soms geen connectie kunnen krijgen, maar we hebben het te vaak geprobeerd omdat te geloven. Wat wel het probleem is, weten we niet. Gelukkig hebben we Sanny.
We lopen naar de overkant van de straat waar een enorm breed zandstrand ligt. We zakken neer op een terras met uitzicht op alle voetballende kinderen. Het zijn er enorm veel en overal zijn groepjes aan het spelen. De mevrouw die het bier brengt, is hoogst verbaasd als Lia betaalt. Ons passeert een oneindige stroom van verkopers met, je kunt het zo gek niet verzinnen of het komt langs: kolanoten, slippers, schoenen, broeken, bezems, telefoons, zonnebrillen, tassen, sigaretten, koekjes, nootjes, papieren zakdoekjes. Als je nee schudt, gaan ze meteen verder. Ze dringen gelukkig niet aan. Op een gegeven moment hebben ze wel door, dat we niets willen en komen er minder verkopers. We zijn de enige toeristen. Tot nu toe hebben we er bar weinig gezien. Op het festival in Kumasi en Accra ná, kunnen we ze op de vingers van één hand tellen.
Zowel het eten als de drank is ‘duur’ in het hotel. Op het strand kost een bier cfa 1000, hier cfa 3400.

Zaterdag 15 februariNaar Accra (Ghana)
Het ontbijtbuffet is inclusief en we doen ons te goed aan stokbrood met Franse kaas, yoghurt en fruit.
We gaan terug naar Accra in Ghana. De grens ligt aan de westkant van Lomé. Overal moeten we briefjes invullen, stempels halen en gele inentingsboekjes laten controleren. Hoewel er geen wachtende voor ons zijn, duurt het alles bij elkaar toch wel drie kwartier.
Sanny denkt, dat er problemen met de auto zijn. Hij wil het risico niet lopen, dat we ergens stil komen te staan en heeft vervangend vervoer geregeld. Bij de grens wacht die auto ons op. Het is een uur of drie rijden.
We zitten nu in een Ghanese auto en bij politiecontroles mogen die meteen doorrijden. Ze houden alleen de buitenlandse aan en proberen daar een slaatje uit te slaan. Sanny heeft van zijn ‘bekeuring' vorige week stiekem een foto gemaakt van die agent en zijn naam en gedrag doorgeven aan een of andere instantie.
Later worden we toch gestopt en moeten we de paspoorten laten zien. Sanny heeft een id-kaart wat volgens de beambte niet genoeg is en of hij maar even 1000 cedi wil betalen. Nou denken wij, dat Sanny heel goed weet welke documenten hij hier nodig heeft; hij komt hier zo vaak. Weer zo’n geval van intimidatie en afzetterij. Natuurlijk betaalt Sanny niet en jammer genoeg wordt hij weer kwaad, wat wij ons ook wel voor kunnen stellen. Het is eigenlijk te gek voor woorden. Ik geloof, dat de chauffeur iets betaald heeft.
Sanny heeft nu het plan opgepakt om een auto in Ghana te kopen met Ghanese kentekenplaten.
We rijden wederom via onze telefoon naar het hotel. Sanny weet nu wat hij moet doen om op zijn mobiel de kaarten zo te downloaden, dat hij ze zonder internetverbinding kan gebruiken.
AccraWe nemen afscheid van hem met een dikke knuffel en hopen, dat we hem ooit nog eens zullen zien.
In Accra zitten we in een hotel in de wijk Osu. We krijgen een ruim appartement. Lekker. We lopen de buurt door en zien veel winkels en restaurants. Het gezelligste lijkt ons de Purple Pub. Eerst drinken we een biertje op het dakterras van ons hotel waar we weids uitzicht over de stad hebben. Tegen zevenen gaan we naar de Purple Pub. Deze ligt in een kleine onverharde straat met veel kleine winkeltjes. Vanmiddag was de bar nog leeg; nu zitten er heel wat mensen o.a. voetbal te kijken. We pakken een stoel, maar een mevrouw wijst naar de poot die op afbreken staat. Tegen de achterwand staan nog hele stapels stoelen en we pakken er daar een paar en gaan bij een laag tafeltje zitten. We bestellen bier en kippenvleugeltjes. Het wordt steeds drukker en we zijn we de enige niet-donkere mensen. Iedereen bouwt z’n eigen plekje en haalt overal en nergens tafels en stoelen vandaan. Ze worden gewoon op de straat gezet. Het is erg gezellig en wij zitten voortdurend te grijnzen, zo leuk vinden we het hier. De kip wordt gebracht in zo’n meeneemdoosje. Geen idee waar ze het vandaan hebben gehaald. Er liggen wat rode uien bij. Ken je die? Die scherpe? Daar blussen wij de hete kip mee. Want die is heet, zeer heet. Maar wel lekker.
Van een ander tentje krijgen we een kalebas met een lokaal soort ijsbier om te proeven. Op zich lekker fris, maar het smaakt niet echt naar bier, maar naar ijswater.
Morgen komen we weer.


Zondag 16 februariAccra
Om 10:00 uur hebben we een kennismakingsbijeenkomst voor de rest van onze reis: met een truck van Dragoman naar Ivoorkust, Guinee en Sierra Leone. De crew, tevens chauffeur, bestaat uit twee vrouwen: Engelse Liz en Finse Tanja, en er zijn dertien reizigers, vijf mannen en acht vrouwen. Ze komen uit 3x Groot-Brittannië, 3x Verenigde Staten, 4x Australië en 1x Zwitserland.
We moeten hier meteen cfa’s voor Ivoorkust kopen, want dat schijnt daar niet altijd te lukken. Aan de grens kun je sowieso niet wisselen. Cfa’s komen hier niet uit de automaat, maar Liz heeft geregeld, dat er vanmiddag iemand komt om te wisselen. We geven het bedrag op, dat we willen en gaan cedi’s pinnen om ze te betalen. We slaan ruim in ondanks het feit, dat je ze in Guinee niet kunt omruilen voor Guinea franken. Hebben we over, dan krijgt de crew ze bij de fooi.
Wat is dat toch met die handdoeken hier in Afrika. We krijgen er telkens maar eentje. We hadden er gisteren eentje bij gevraagd; nu hebben ze net de kamer gedaan, twee handdoeken meegenomen en er eentje terug gehangen. Wie het begrijpt, mag het zeggen.
De rest van de dag doen we rustig aan.
Aan het eind van de middag drinken we nog wat op het dakterras. Het is er druk. Er zijn meerdere Afrikaanse vrouwen met nepwimpers, -lippen, -tieten, centimeters lange opgeplakte nagels en vreselijk overdreven opgemaakt. Ze lopen alleen maar selfies van zichzelf te maken. Zelf vinden ze ongetwijfeld, dat ze erom fantastisch uitzien. Wij vinden ze afschuwelijk lelijk.
We gaan met de groep uit eten. Gezellig en erg lekker. Daarna drinken we nog een fles bij de Purple Pub.

Maandag 17 februariNaar Kumasi
TruckDe truck heet Sura en de kluis daarin noemen we Pub.
Voor we om 9:00 uur vertrekken, krijgen we een uitleg over de truck.
Als wij tweeën naast elkaar op één bankje zitten, dan heeft de rest een bankje voor zich. We denken echter, dat één Engelsman maar een paar dagen mee gaat, zodat we nog meer ruimte krijgen.
De ramen staan wagenwijd open, zodat het lekker doorwaait. Geen airco in de truck. Het is warm buiten wat je goed voelt als je stil staat. Genoeg water blijven drinken.
We rijden vandaag naar Kumasi en we doen er een stuk langer over dan met Sanny. Zo’n grote truck gaat nu eenmaal niet zo snel.
Ook nu bij de verkeerslichten lopen veel verkopers. Als we de stad uit zijn, zien we wel veel troep in de berm. Accra wordt goed schoon gehouden.
Bij de meeste politiecontroles mogen we zo doorrijden, maar er is er natuurlijk altijd eentje, die op zijn strepen gaat staan. Gelukkig blijft onze crew rustig lachen en komen we weg zonder iets te betalen. Soms is het pure belangstelling en willen ze zo’n truck wel eens zien. Nu is het weer een poging tot omkoping: het stuur zit aan de rechterkant en dat is niet geregistreerd. Dat klopt, want dat hoeft helemaal niet.
We hebben veel bekijks onderweg. Veel mensen staan Sura met grote ogen te bekijken.
Een van onze medepassagiers heeft vandaag niets van de omgeving gezien. Of ze sliep of ze zat met haar neus in de telefoon; oordopjes in. Dat zal de rest van de reis zo blijven. Kun je volgens ons net zo goed thuis blijven.
In Kumasi zitten we in een lodge bij de Presbyterianen, een of ander geloof waarbij geen alcohol gedronken wordt. Het ligt een stuk dichter bij het centrum dan het vorige hotel. Een prima hotel met fan, airco en warm water als je tenminste de schakelaar omzet. Eén iemand wist dat niet en bovendien was die schakelaar verstopt achter de koelkast.
Aan het eind van de middag gaan we op zoek naar een restaurantje, dat Liz heeft genoemd. Het is eigenlijk een bar, want later blijkt, dat ze geen eten verkopen. Er is alleen een terras buiten en we gaan aan een tafeltje dicht bij de weg zitten, zodat we goed uitzicht hebben op alle mensen die langs komen. We drinken wat en zien even later Rod voorbij komen. Hij zit een poosje bij ons en gaat dan op zoek naar een tentje om wat te eten. Wij zien in de tussentijd een bbq opgebouwd worden pal naast het terras. Als Rod weer voorbij komt en niets heeft gevonden om te eten, wijzen wij hem de bbq en hij koopt wat. Hij wil vroeg eten en naar bed vanwege zijn jetlag. Een deel van de groep komt langs op weg naar een andere tent. Adèl haakt af en komt bij ons zitten. We nemen nog wat te drinken en halen ook wat te eten. Even later komt Tanja langs met een doosje pasta en schuift bij ons aan. Een gezellige avond volgt. Een grote fles bier kost hier 6 cedi en ons eten kost 12 cedi voor ons samen. 6 cedi is ongeveer € 1. Hier worden we niet arm van.

Dinsdag 18 februariKumasi
Het ontbijt is inbegrepen, was ons verteld, maar als wij in het restaurant zitten, probeert de serveerster ons wijs te maken, dat dat maar voor één ontbijt per kamer geldt. Overal altijd maar één handdoek samen en nu ook maar één ontbijt? Het moet niet gekker worden.
Met Gail gaan we naar Kejetia, de grootste markt in West-Afrika. Er is een heel groot gebouw met allemaal winkeltjes, maar de meeste zijn gesloten. Op straat is veel meer te zien. Overal liggen handeltjes: prachtig gekleurde lappen, zeep, schoenen, tassen, kleding, noem maar op. De mensen zijn erg vriendelijk, maar willen niet gefotografeerd worden.
Bij het nationale culturele centrum kopen we een grote fles water en gaan in de schaduw op een bank zitten. Gewoon niets doen, net als de Afrikanen.
We verbazen ons, dat er dicht bij het hotel bonnen uitschreven worden voor foutparkeerders.
‘s Middags koelen we eerst op de kamer af, houden siësta en lezen daarna buiten in de schaduw wat. Na 15:00 uur werkt ineens de internetverbinding en lezen we, dat onze familie gisteren is uitgebreid met neefje Julian.
Met Adèl en Michelle gaan we weer naar dezelfde tent als gisteren. Het restaurant bij het hotel sluit vandaag om 17:00 uur en dus eten we wat van de straatstalletjes.

Woensdag 19 februariNaar Kakum N.P.Kumasi
De truck wordt ingeladen, we ontbijten en vertrekken naar Elmina aan de kust.
Een lange tocht, over dezelfde weg als vorige week.
We lunchen onderweg. Op een stille plek worden uit de truck allerlei spullen geladen: tafels, stoelen, borden, bestek en eten. Er staan bakjes voor het wassen van de handen vooraf en het afwassen van gebruikte spullen achteraf. Er is brood, tomaat, kaas, ui, wortel, komkommer, paprika, tonijn, olijven, koekjes. Het smaakt prima.
’s Middags regent het zowaar even. De grond wordt er niet echt nat van.
In Cape Coast bezoeken we het fort. Het is wat groter dan Elmina, maar het verhaal is hetzelfde.
De lucht wordt erg donker en binnen een paar minuten wordt het stukken koeler. Het blijft droog.
We rijden naar het Kakum N.P. waar we vannacht blijven. We slapen hier in een boomhut op een slaapzaal (dit in tegenstelling van het programma waarin stond, dat we zouden kamperen). Martijn weigert de achterdeur open te maken waar alle koffers liggen (hij is van het in- en uitpakken van de bagage). We moesten allemaal een tasje pakken voor één nacht, zodat die deur niet open zou hoeven en nu wil het merendeel er toch nog wat uithalen. Martijn vindt, dat ze dat zelf maar moeten doen.
Het eten voor vanavond hebben we een paar dagen geleden al besteld en dat smaakt prima. Jammer, dat er geen lichtje boven de tafel hangt, om 20:00 uur maken we een nachtwandeling met een gids. Het enige wat we zien, is een muis. En grote stekende zwarte mieren, die we vooral voelen. De gids stopt precies op een plek waar het er van krioelt. Niet echt handig. We spuiten onze schoenen en sokken in met insectenspul, wat goed helpt. De gids laat nog wel wat planten zien, maar dat kun je beter overdag in het licht doen. Het is droog, maar wel heel vochtig. We zijn een beetje doorweekt en de stoom komt van ons af.

Donderdag 20 februariNaar Elmina
De rest van de groep vertrekt in het donker. Eerst voor een rondwandeling en gezien het weinige, dat we gisterenavond hebben gezien, verbaast het ons, dat er nog mensen mee gaan. Daarna maken ze de canopy-wandeling, die wij vorige week hebben gedaan. Wij kunnen dus wat uitslapen.
Vandaag gaan we naar Elmina aan de kust.
Eerst ontbijten we in het restaurant, wat anderhalf uur duurt. We hebben gezelschap van een heleboel hagedissen. Als we vertrekken, is het al hartstikke druk met dagjesmensen.
Cape CoastLunch in Cape Castle bij Baobab Restaurant. We nemen alleen lekkere verse sapjes en water.
Daarna kunnen we kiezen tussen batikken en een kookcursus. Wij kiezen samen met Rod en Adèl voor koken. We maken een typisch gerecht van de streek, red red met gebakken platain, bakbanaan, en yam met Palava-saus. Je moet het met de handen eten. Het smaakt meer dan prima en het is gezellig.
We hebben het verschrikkelijk warm vandaag. Morgen maar het Indiaanse haarbandje meenemen, dat opzwelt als je het in water legt en dan heerlijk verkoelend is. Ze zeggen, dat het alleen maar warmer gaat worden.
Dan rijden we door naar de campingplaats. We krijgen uitleg over het opzetten van de tent. De haringen zitten in een algemene zak en dat gaat nooit goed. Zeker als er niet genoeg zijn. Hoe moeilijk kan dit nou toch zijn? Je geeft iedereen een zakje met het tentnummer er op, stopt daar de haringen in en voor de rest van de vakantie zijn die voor jou. We gaan klagen, want met wat er nu nog is, krijgen we geen tent opgezet. We krijgen er een paar en we besluiten om ze bij ons te houden en niet in de algemene zak te doen.
We staan pal aan zee. Jammer, dat er geen mooie ondergaande zon te zien is.
Martijn heeft kookbeurt, hoewel hij net als de anderen van de kookcursus niet meer hoeft te eten. Ondertussen richt Lia de tent in en gaat douchen. Martijn maakt een overheerlijke sweet-and-sour-saus. Iedereen is enthousiast.

Vrijdag 21 februariElmina
SchilderenVandaag staat in het teken van vrijwilligerswerk. Met de hele groep gaan we naar een school om een klaslokaal te verven. We worden enthousiast ontvangen door zowel leerkrachten als leerlingen. Eerst een praatje, iedereen voorstellen, en een dansje door kinderen. Ze zijn dan heel verlegen, maar zodra ze door de deur verdwijnen, hoor je ze joelen.
Ondertussen zijn de schilderspullen klaar gezet en kunnen we beginnen. De kleuren blijven hetzelfde als het was: geel voor de muren en bruin voor de ramen en deuren. Lia heeft een hulpje, een leerling, die de emmer met verf voor haar ophoudt, zodat ze niet telkens de trap op en af hoeft. Eerst een jochie, later een meisje. Als we klaar zijn, wordt ze helemaal door haar gecontroleerd op verfspatters. De rest van de school wordt van de zomer gedaan door andere vrijwilligers.
We maken een foto van een groepje kinderen en drukken die af met een klein printertje. Dat vinden ze prachtig. We geven hem aan een leerkracht.
Lia is hartstikke verkouden. Het eten en zelfs het bier smaakt niet.
Er zitten een paar vrouwen in onze groep, die de godganse dag lopen te kakelen. Ze houden geen moment hun mond. We worden daar heel moe van. De anderen zijn gewoon gezellig.
Bij terugkomst drinken we eerst een grote fles bier. Later gaan we naar een nabij gelegen resort, dat een zwembad heeft en een groot terras.

Zaterdag 22 februariElmina
Rustdag. Laat ontbijt. Liquid lunch. Dutje. Boekje lezen. En dit alles bij de buren, het Lemon Beach Resort.


Zondag 23 februariNaar Grand-Bassam (Ivoorkust)
Martijn vindt naast de plek waar een tent heeft gestaan, zomaar vijf haringen in het gras. Waarom wel iedereen een eigen tent en niet eigen haringen?
Langs de zuidkust van Ghana rijden we naar Grand-Bassam in Ivoorkust. Om 7:30 uur rijden we al.
We zien een bonte ijsvogel, die zwart-wit is, en een toekan.
De weg is van goed asfalt, wel met veel hobbels om de snelheid er uit te halen. Bij dorpjes is het altijd druk en hebben we veel bekijks. Grote vrachtwagens zijn vaak moeilijk in te halen. Ze rijden langzaam en zijn lang. Veel zijn veel te zwaar beladen. Dat zien zelfs wij met ongeoefend oog. Eentje is er finaal door z’n hoeven gezakt. Langs de kant zien we veel wrakken. Oude auto’s die daar waarschijnlijk al jaren staan.
Het is duidelijk zondag; we zien mensen met mooie kleren lopen en naar de kerk gaan.
Af en toe valt er een klein beetje regen. Dan hebben we het de afgelopen dagen getroffen met het kamperen.
We lunchen langs de kant van de weg. We pakken tafels, stoelen, wasbakken, eetgerei en eten. Het eten is al gesneden en zo zijn we binnen een half uur klaar met uitpakken, eten, afwassen en weer inpakken.
Hoe dichter we bij de grens komen, hoe rustiger het wordt.
We komen bij de grens en we willen onze overgebleven Ghanese cedi’s omwisselen. Het is erg vreemd, dat hier de buurlanden elkaars geld niet wisselen. Bij de grens kan wel gewisseld worden. De wisselaars zwermen om de truck. Het is zwart geld en dus is de koers wat lager dan de officiële. Maar wij zijn er blij mee en ‘onze' wisselaar ook.
Er staat een auto van De Gulden Krakeling. Grappig.
Het duurt een half uur om Ghana uit te komen. En drie kwartier om Ivoorkust in te komen. Brommers moeten lopend de grens over.
We schakelen weer over naar het Frans. Dat moet ook wel, want niemand spreekt hier Engels.
Het is nog een paar uur rijden naar Grand-Bassam.
Meteen na de grens zien we uitgestrekte palmboomplantages. Voor de olie uiteraard. In Ghana en Togo hebben we die niet gezien. Daarna volgen bananen in blauwe zakken. Rubber hebben ze ook. En koffie, ananas, cassave, mango.
Als een stoet hoge omes langs komt, wordt het verkeer op beide weghelften stil gezet, zodat zij ongehinderd door kunnen. Natuurlijk proberen auto’s mee te liften en rijden achter de hoge omes aan. Iedereen probeert links en rechts in te halen. Chaos.
Martijn is een echte gentleman en Kylie wil hem wel hebben (zij loopt wat moeilijk en Martijn schiet regelmatig te hulp). Martijn vindt, dat ze maar met Lia moet onderhandelen en die vraagt hoeveel kamelen ze biedt. Jammer voor haar, maar niet genoeg.
In Grand-Bassam zitten we op het smal strookje aan het strand ten zuiden van Petit Paris. We zijn best moe en het terras aan zee ziet er uitnodigend uit. De prijzen van eten en drinken echter niet. Overal kost een grote fles bier 1.000 cfa en een maaltijd 5.000 cfa. Hier kost een kleine fles bier 2.000 cfa en het eten 10.000 cfa. Dat zijn natuurlijk toeristenprijzen, maar wij zijn niet gek. Het lijkt ons, dat als zij de prijs wat schappelijk maken, er veel meer toeristen hier blijven. Wij gaan naar een lokale pizzeria. We bestellen een pizza met vier kazen alleen blijkt de lekkerste, de roquefort, op. In het Frans maken we duidelijk, dat we dan wat meer van drie kazen willen. Ze hebben hier bockbier, een gewoon pilsje.

Maandag 24 februariGrand-Bassam
Klederdrachtmuseum in Grand-BassamNa het ontbijt, met croissant, gaan we Grand-Bassam in. Eerst naar het Nationaal Klederdrachtmuseum. Buiten staat, dat het ’s maandags gesloten is, maar er loopt een groep rond en wij mogen ook naar binnen. We zien mooie kostuums en maquettes van dorpjes. We bekijken de Cathedrale du Sacré-Coeur, zien het oude vervallen postkantoor en meer koloniale gebouwen. Het doet ons aan Paramaribo denken. We steken het water over en het wordt steeds drukker. Er zijn veel mensen op straat, veel handeltjes, markt, schoolkinderen, auto's. Altijd leuk om te zien. We gaan op een bankje zitten en kijken om ons heen.
Later koelen we af in onze airco-kamer.
Om 17:00 uur is er een bijeenkomst met de groep, want er zouden problemen op komst kunnen zijn. Wat blijkt: de verkiezingen die in Guinee plaatsvinden, zijn van 16 februari naar 1 maart verschoven. Precies de dag van onze binnenkomst in dat land. Omdat er dan altijd nogal wat strubbelingen zijn, is het mogelijk, dat de grens dicht gaat. Of dat zo is en wanneer dan, is totaal niet bekend. Het probleem is, dat we via Guinee naar Sierra Leone moeten. De enige andere mogelijkheid is via Liberia. Maar ook dat is een probleem, omdat het grensgebied van Ivoorkust en Liberia oranje gekleurd is. De crew besluit, dat we morgen in Abidjan een visum daarvoor gaan halen, voor het geval dát. Aan de grens is dat niet mogelijk. En als je geen visum hebt voor Liberia en de grens met Guinee is dicht, hebben we allemaal een probleem.
Met Adèl gaan we op zoek naar een lokaal barretje, maar we vinden niet echt wat. Dan maar naar het restaurant van gisteren. Dat blijkt gesloten, evenals alle restaurants er naast. We vinden toch een tentje waar we een lekkere bock nemen. Je kunt hier ook eten, maar alleen vis. Dat wil Adèl niet en we gaan naar een ander tentje, dat we eerder hebben gezien en gelukkig wel open is. Prima eten voor weinig geld.

Dinsdag 25 februariNaar Yamoussoukro
Voordat we vandaag naar Yamoussoukro vertrekken, moeten eerst de visa geregeld worden. We pinnen geld, 60.000 cfa p.p.(pinnen werkt gelukkig), leveren paspoortkopieën en pasfoto’s in en rijden naar Abidjan.
De ambassade ligt in een zakenwijk, waar wij ons bijna drie uur moeten zien te vermaken. We wandelen wat rond en besluiten in de lobby van een groot hotel te gaan zitten. Het is er heerlijk koel, de stoelen zitten prima en de cola is koud.
Uiteindelijk komt Liz om 13:30 uur pas terug met de paspoorten en de visa en zetten we koers naar Yamoussoukro, zo'n vier uur rijden. Ondertussen hebben we op de kaart gekeken naar wegen tussen Ivoorkust en Liberia, en we vinden welgeteld één weg. We zullen zien.
We rijden over een vierbaansasfaltweg die vrij saai is. Het landschap is eentonig en je komt zo ook niet door dorpjes.
In Yamoussoukro, de hoofdstad van Ivoorkust, zitten we buiten het centrum. Niet alleen aan de grens, maar ook bij hotel moeten we vaak van die briefjes invullen met soms rare vragen: kleur haar, kleur ogen, naam vader en moeder. We verzinnen maar wat. Martijn is vandaag bakker, zijn ouders zijn Pipo en Mamalou, Lia is strandjutter en heeft als ouders Jut en Jul. Het hotel heeft een bar/restaurant, maar honderd meter terug zagen we er ook één in een mooie tuin. Daar gaan we wat drinken. Er zijn allerlei zitjes en wij krijgen het hoekje met de fan. Daarnaast staan een televisie en een lamp. Het ziet er huiselijk uit en we zitten een hele poos gezellig om ons heen te kijken. We besluiten om bij het hotel te eten, wat niet zo’n goede keus is. Het eten is koud, zelfs nadat het opnieuw opgewarmd is. Het smaakt niet echt.

Woensdag 26 februariNaar Korhogo
Cathedrale du Sacré-CoeurEerst maken we een stop bij de krokodillenvijver; een grote plas met waterlelies en een hoop krokodillen. Sommige liggen, andere zwemmen of waggelen een stukje. Er staat een hek omheen.
We bezoeken Yamoussoukro’s Notre Dame de la Paix, ‘s werelds grootste basiliek. Hij is gebouwd tussen 1985 en 1989 en is gebouwd in de stijl van de Sint Pieter in Vaticaanstad; alleen heeft hier iedere stoel zijn eigen aircosysteem. Alle muren bestaan uit grote glas-in-loodramen. We krijgen een uitgebreide rondleiding.
Korhogo ligt driehonderd kilometer noordelijker.
De weg is nog steeds goed, soms vrij druk en het is lastig om de langzame vrachtwagens in te halen. Het landschap verandert ook niet veel. Vlak, bruin, groene stoffige boompjes, dorpjes. De lucht wordt steeds helderder; het is bloody hot. Ook hier regelmatig controles, die helemaal nergens over gaan.
In Korhogo zitten we in een mooi hotel. Wat duurder, maar iets anders is er niet in de omgeving. Wel één restaurantje, maar dat is dinsdags gesloten. Gaan we dus morgen naar toe.
Bij aankomst in het hotel staat een beveiliger voor de deur, die denkt, dat hij belangrijk is. Hij voelt bij iedereen aan de buitenkant van één tas. Eentje maar, met de anderen doet hij niets. Martijn gooit zijn rugzak naar hem toe, de beveiliger vangt hem en gooit hem zo terug. Weer zo’n controle die niks, maar dan ook niks voorstelt. Lekker belangrijk ben je dan.
Het reisadvies voor Ivoorkust is met ingang van vandaag gewijzigd. Het noorden, dat grenst aan Mali en Burkina Faso is oranje geworden. Korhogo ligt nog net in het gele deel.
Hoe het momenteel met de grens naar Guinee staat, is niemand bekend. Afwachten.

Donderdag 27 februariKorhogo
Sjanlo, heilige plaatsDe hele ochtend gaan we allerlei locaties af waar handwerk wordt verricht. Eerst gaan we naar een plaats waar houten sculpturen worden gemaakt. Kleintjes, maar ook hele grote. Allemaal uit één stuk hout. Knap hoor. Stukje met de truck en dan wandelen we door een cashewnotenboomgaard. Die nootjes hangen in bomen aan een oranje of rode vrucht, die heerlijk zoet sap geeft als je die uitknijpt. Eén vrucht heeft maar één nootje. Geen wonder dus, dat ze zo duur zijn. We komen bij een heilige plaats, de sjanlo, waar een aantal grote rotsblokken bij elkaar staat. Twee heilige mensen voeren daar dagelijks rituelen uit voor degene die daar om vragen. Daar moet wel voor betaald worden; de prijs wordt vooraf overeengekomen. Aan één van die rotsen hangen een boel vogelveren bij elkaar geplakt als een fetisj. Beetje luguber. Dit is ook de plaats waar geheime rituelen plaatsvinden om mannen van jongens te maken. Vroeger was dat ook voor meisjes, maar dat doen ze niet meer, want ‘vrouwen kunnen geen geheim bewaren'. Als ze daardoor niet meer besneden worden, is dat een mooie bijkomstigheid.
Daarna naar een ‘kralenfabriek'. Met de hand worden kleiballetjes gedraaid; een satéprikker gaat er door voor het gat en dan worden ze met de hand geschilderd. Erg kunstig.
WevenOpvallend is, dat in een ander dorp alleen mannen zitten te weven. Meestal is dat vrouwenwerk. De spandraden zijn tientallen meters lang en worden op het eind vastgehouden door een grote steen. Bij de laatste plaats die we bezoeken, worden doeken beschilderd. Uit de losse pols worden prachtige tekeningen gemaakt en ingekleurd met zwart, rood en geel.
Eenmaal terug in het hotel maken we de rugzak leeg en gaan bij de buren, restaurant le Savanna een koud biertje drinken. Ooooh, die eerste slok…. Daarna zoeken we een supermarkt om wat blikjes in te slaan voor de komende dagen. Daar is die lege rugzak voor. Ze hebben echter te weinig wisselgeld in de winkel. Als we dan nog een paar blikjes nemen, lukt het nog niet en krijgen we een handvol snoepjes. Bij de truck merken we ze en zetten we ze meteen in de koeling.
Martijn gaat even zwemmen en Lia maakt het verslag.
Bij Le Savanna gaan we eten. Ze hebben overal lichtjes opgehangen en het ziet er gezellig uit. Het eten is prima. Als het donker wordt, halen de bewakers grote geweren te voorschijnen gaan buiten naast de poorten zitten. Je ziet ze overal.
Het was een warme dag vandaag met een maximum van 39°.

Vrijdag 28 februariIn de richting van Guinee
We rijden naar het zuidoosten richting Man. Vandaag gaan we de grens van Guinee in ieder geval nog niet over. Hopelijk morgen wel. Het is afwachten waar we vandaag uitkomen.
Het is gelukkig wat afgekoeld.
De chief op zijn paardje tijdens een dans in NdaraOnderweg passeren we dorpjes waar veel meer moslims wonen. In een grotere plaats vinden we een man, die weet waar we dansen kunnen zien. Hij stapt bij ons in de truck en brengt ons naar het dorpje Ndara. Terwijl de muzikanten en dansers aankomen en zich gereedmaken, lopen wij het dorp rond. Er staan nog een paar ouderwetse ronde hutten, zowel voor voorraad als voor huis. Er wordt water gepompt, kaf van koren gescheiden, karité-boter gemaakt, hout gehakt. Kortom, de gewone dagelijkse klusjes. Aan de rand van het dorp wordt katoen aangevoerd met kleine bakbrommers. Het wordt gewogen en naar grote containers overgebracht. Bovenop staan jongens de bol te verdelen. De containers worden later met vrachtwagens afgevoerd.We gaan op een paar bankjes in de schaduw zitten en snel komt de groep aan gelopen. Sommige spelen op een fluit, andere op een soort xylofoon. De chief wordt op een blauw met wit beschilderd houten paardje in de zon gezet. Iedereen draagt hoeden; de één met veren, de ander met stro, de chief natuurlijk de grootste en mooiste. Mooi gezicht. Er zijn dansende mannen en jonge meisjes met ontluikende blote borsten. De rest van het dorp komt ook kijken en alle kinderen dansen mee. Sommige zijn nog zo klein, dat ze amper kunnen lopen, maar dansen kunnen ze allemaal. Leuk! Hier vind je een stukje video over het dansen.
De weg verder naar het zuiden gaat over een splinternieuwe weg met lijnen en zonder hobbels bij de dorpen. Wel af en toe controles van politie en douane.
Goed 16:00 uur vinden we een plek om wild te gaan kamperen. De truck wordt uitgeladen, de tenten opgezet en binnen de kortste keren is iedereen vies van het zand, stof en verbrande akker. De kookploeg gaat aan het werk en wij kijken, met een biertje in de hand, toe. Lekker hoor, zo’n koelkast aan boord.
’s Nachts koelt het aardig af en gebruiken we zelfs de slaapzak.


Zaterdag 29 februariNaar Man
Ontbijt met gebakken aardappelen, gekookte eieren, brood, yoghurt.
We pakken de tenten in, stouwen de truck weer vol en vertrekken naar Man. In het begin is het lekker fris, naar de temperatuur loopt snel op.
In Man is een waterval. Op een foto die wordt getoond, zien we, dat het heel mooi kan zijn, maar vandaag is er niet veel water.
Omdat nog steeds niet duidelijk is óf, of wanneer, we de grens met Guinee over kunnen, is de route enigszins aangepast. In plaats van kamperen, overnachten we in een hotel (met zwembad) in Man. Ook hier maar weer één handdoek. Het verschil met vorige hotels is, dat we, zelfs na herhaald vragen, geen tweede krijgen.
Zojuist is het bericht gekomen, dat er morgen géén verkiezingen zijn; die zijn wederom uitgesteld. We blijven hier nog een dag en gaan dan naar Guinee. We hoeven geen kip meer te offeren.
OnderwegWe lopen de plaats in en zien heel veel stoffige kleine winkeltjes. Er is ook nog markt, maar die gaan we morgen bekijken. De harde muziek die we horen, komt natuurlijk uit een kerk. We vinden het goedkoopste bier in een bar van deze vakantie, cfa 500, € 0,80 voor 645 ml.
Bij het hotel staat buiten bij het zwembad een aantal tafels. Als er eentje vrijkomt, pikken wij die in. Het is hier beter toeven dan onder het open restaurant met dak waar de warmte blijft hangen.

Zondag 1 maartMan
We hebben een vrije dag in Man. We slapen uit en ontbijten op ons gemak buiten op het terras. We blijven ons verbazen wat mensen op hun tafel achter laten, wat ze zelf bij het buffet gehaald hebben.
Ondanks dat het zondag is, zijn de meeste winkeltjes en de markt gewoon open. Er wonen hier wel veel moslims, maar ook heel wat christenen. De markt heeft smalle paadjes waar net een kruiwagen door kan en erg hoog is het ook niet. Er is een allegaartje van spullen. Gedroogde vissenkoppen liggen naast onderbroeken naast pepertjes naast stukken vlees. Er zijn ook wel mooi gekleurde lapjes, maar we kunnen geen Vlisco ontdekken. Wel zien we pindabrokken liggen die we uit China kennen. We diepen onze muntjes op, laten ze zien en we krijgen voor dat geld een zakje mee. Lekker.
Bij de kathedraal is net een dienst bezig. De kerk is goed gevuld met mensen in hun zondagse kleding.
Bij de supermarkt kopen we nog wat bier voor in koeling van de truck. De komende dagen zal dat niet nodig zijn, maar we zitten nog ruim in de cfa's. De anderhalve literfles cola is binnen de kortste keren leeg. Het blijft hier onveranderd warm.
Later bij het zwembad willen twee jongens een selfie met Martijn maken. Ze durven het niet echt te vragen.

Maandag 2 maartNaar Nzerekoré (Guinee)
Deze rijdt nogVroeg op voor de trip naar Nzerekoré in Guinee. Alle winkels zijn al open als we om 7:00 uur vertrekken. Alle schoolkinderen gaan te voet naar school. Geen fietsen hier. Bij één school staat een hele grote groep kinderen te wachten op het hijsen van de vlag.
Buiten de stad is het rustig op de weg, die goed te berijden is. Wel uitkijken voor geiten die soms op de weg lopen. Soms zijn er controles. Bij eentje maken ze foto’s van de binnenkant van de truck.
De grens ligt bij Gbapleu. Het duurt drie kwartier om Ivoorkust uit te komen. Plus vijf minuten waarin de douanier groepfoto’s van ons neemt. Daarna moeten we de geiten onder de truck verjagen waar ze verkoeling in de schaduw hebben gezocht.
Er staan wat geldwisselaars. We hebben nog cfa 18.000 en daar krijgen 270.000 Guinese franken voor. Dit is wel makkelijk rekenen: 10.000 gnf = € 1.
'Guinee in' duurt een goed half uur. We hoeven geen briefjes in te vullen; we hoeven zelfs de hele truck niet uit. Uiteindelijk zijn we toch bijna twee uur verder met de hele grensovergang.
De bergen worden steeds hoger. Tot nu toe zagen we alleen lage heuveltjes.
Er loopt één redelijk goede weg die de dorpen verbindt. Bij de dorpjes houdt het asfalt op om de gang er uit te halen. Soms moeten we een stukje door een dorp, omdat de goede weg is afgezet. Dat gaat heel langzaam. De kinderen zwaaien overal. Ze zijn hier duidelijk geen toeristen gewend. In Nzerekoré willen we geld pinnen. Er zijn drie verschillende banken waarop het mastercardteken staat. Onze passen werken echter bij geen enkele automaat. Bij de bank staat een groot bord met 'change', maar geld wisselen doen ze niet. De bewaker zegt, dat we hiervoor op de markt moeten zijn. Hij is zo vriendelijk om met ons mee te lopen. We krijgen daar een goede koers en geven de bewaker een fooi. Wat een gedoe is dat hier met het geld.
Ons hotel ligt iets buiten het centrum. Wel zo rustig. Het is simpel. Geen stromend water, geen handdoeken, geen wc-papier, elektriciteit van 18:00 tot middernacht. En er zijn geen drankjes. Ze zeggen, dat die over een uur zullen komen, maar dat wachten we niet af. Maar goed ook, want ze zullen niet komen. Wij denken dan, dat dit een makkelijke manier is om iets bij te verdienen. We gaan op zoek naar een café en vragen het aan een paar kinderen. Het is hier ook Franstalig en het antwoord verstaan we niet helemaal. Het is wel erg handig om iets Frans te spreken, wat wij gelukkig wel doen, maar de meeste van de groep niet. Die komen niet verder dan ‘bonjour'. We lopen de aangewezen richting in en komen uit bij een huis waar mensen buiten zitten en die ons vragen wat we willen. Ze wijzen ons de weg naar Las Vegas, een bar. Er staat een grote koelkast en ze hebben drie, vier verschillende soorten bier. We gaan buiten in plastic stoeltjes zitten en genieten van de koude drank. Op de grond staan twee theepotten waar water in zit waarmee je je handen kunt wassen. Het ziet er gezellig uit. Na een half uurtje krijgen we gezelschap van wat groepsleden en langzaam druppelen er meer binnen.
In de tussentijd maken ze bij de truck ons avondeten.
Er is geen internet en dat zal zo blijven tot de laatste avond in Freetown in Sierra Leone.

Dinsdag 3 maartNaar Guéckédou
We ontbijten in het hotel met heerlijk vers stokbrood. Er loopt een klein meisje rond, dat bang is van al die witte mensen.
We gaan vandaag naar het noordwesten, naar Guéckédou.
Pont de LianaOnderweg stoppen we bij de Pont de Liana, een beroemde ‘vine bridge'. Deze ligt net voorbij Koulé. We pikken een gids op en lopen in drie kwartier er naar toe. Het is redelijk vlak en redelijk beschut, maar erg, erg warm. We zweten peentjes. De oude brug is helemaal gemaakt van een soort lianen. Ze noemen het hier wel druivenranken, maar dat zijn het niet. De brug overspant een rivier en is een beetje gammel. We mogen er maar één voor één over. Het wiebelt erg, maar het is niet eng. De vrouwen in onze groep lopen eindeloos te kakelen. Het houdt maar niet op. We worden er niet goed van. We laten iedereen voor gaan en lopen een eind achter ze, zodat ze niet meer te horen zijn.
We rijden verder en regelmatig passeren we een dorpje. Kinderen, zo klein als zijn, lopen te sjouwen met teilen en emmers met water en zand.
Er ligt hier veel minder troep langs de weg en in de dorpen dan in Ivoorkust. En er zijn ook veel minder politiecontroles.
Bij het Massief van Ziana liggen wat hogere bergen en wordt de natuur een stuk mooier, veel groener.
Veel kinderen roepen ‘baboe' naar ons.
In de berm staan soms bomen en struiken in brand. Soms voelen we de hitte van het vuur als we dicht langs rijden.
Macenta is een grotere plaats en hier is het erg druk. Overal kraampjes langs de weg, kleurige parasols er boven, veel mensen.
De laatste dertig kilometer is onverharde weg. Het is een slechte weg waar we meer dan drie uur over doen. Hij schijnt beter te zijn dan de vorige keer, dat onze chauffeurs hier waren.
In Guéckédou komen we 18:15 uur aan. Omdat we meer naar het westen zitten, is het nog niet donker. We zitten in Fagou Rose, een paar jaar terug het centrum voor de ebola-hulpverleners. Het ziet er mooi uit, maar de airco en fan werken niet en het licht alleen ’s avonds. Er is wel stromend water, maar ook een mandi-bak vol met water. We zetten op de binnenplaats wat stoelen, want het is daar een stuk lekkerder dan binnen. Ze hebben een enorme vriezer met drankjes, die echter op z’n best lauw te noemen zijn. Maar: beter dan niks en ze smaken best. Het eten ’s avonds ook.
We hangen het muskietennet om het bed en zetten het raam open. Hier zit wel een hor in, maar ook wat gaten. ’s Nachts koelt het gelukkig wat af.

Woensdag 4 maartNaar FaranahVrouw
Vandaag rijden we naar het noorden, naar Faranah. De weg is slecht en het schiet niet op. Onderweg zien we weer starende mensen en zwaaiende kinderen. De mensen willen niet op de foto en we mogen ook geen foto’s vanuit de truck maken.
Na een uur wordt de weg weer beter en zitten we niet meer zo te hobbelen, Hoe noordelijker we komen, hoe meer ronde lemen hutjes met rieten daken we zien. Af en toe een zeer kleurrijke plaats waar vrouwen water aan het halen zijn. De vrouwen dragen felle kleuren; de mannen niet. Er hangen overal zonnepanelen, waarschijnlijk om hun mobieltjes op te laden. De mensen hier hebben niks, maar wel mobieltjes.
In Faranah kunnen we voor het laatst boodschappen doen. Nou is dit een groot moslimdorp waar geen bier verkocht wordt. Als ze dat vanochtend hadden gezegd, hadden we het daar in het hotel kunnen kopen.
Maar in het hotel waar we ’s avonds zitten, hebben ze wel bier. Ook hier komen ze uit de koelkast, maar zijn ze niet koud.
Voor de nacht krijgen we een leuke ronde hut met warm water en er is een zwembad.
Tegen de avond gaan we buiten bij het restaurant zitten, waar het aangenamer is dan binnen. Al snel krijgen we gezelschap. Later gaat de stroom aan en worden de drankjes steeds koeler. Het bier in de koelkast moeten regelmatig bij gevuld worden. Het eten is prima en we hebben een gezellige avond.
Op de kamer werkt ook de airco. Tot 1:00 uur tenminste. Daarna gaat hij regelmatig aan en uit. We zijn er al lang blij mee.


Donderdag 5 maartNaar Kabala (Sierra Leone)
We tellen onze Guinese franken en kopen nog een voorraadje bier voor in de koeling. We gaan vannacht wild kamperen en dan hebben we wat. Er zijn er meer die dat gedaan hebben, want de koeling zit goed vol. Als de jongen van het bier aan komt, is hij zeer verbaasd, dat de voorraad geminimaliseerd is. Hij moet er om lachen.
We rijden vandaag naar Sierra Leone, richting Kabala. De enige weg die hier in de buurt is, wordt smaller en snel slechter. We komen af en toe een dorpje tegen. We hebben het idee, dat hier nooit iemand langs komt. Iedereen stopt met waar hij mee bezig is, staart, lacht en zwaait. De kinderen beginnen helemaal te stralen als je terug zwaait.
We zien bomen met rode balletjes, die op rambutans lijken, maar het niet zijn, bomen met opgerolde matjes, voor de honing, denken we, mooie grote baobabbomen, vreemde dertig-veertig centimeter hoge termietenheuveltjes, die er uit zien als paddenstoelen, grote metershoge termietenkathedralen, koeien op de weg.
In de middlle of nowhere hangt een touwtje over de weg: de Guinese grens. In een kleine barak zit een man, die alle paspoorten afstempelt. Hij controleert niks, zelfs niet van wie het paspoort is. Dit gaat dus lekker snel. Honderd meter verderop is de grenscontrole voor de truck. Dan is het nog tien kilometer rijden naar de grens met Sierra Leone, een uur rijden. Dat is bij Koindukura, Gberia. Daar hangt ook zo'n touwtje over de weg. Alleen mogen we niet verder. De beambten hebben opdracht om iedereen die niet uit Sierra Leone tegen te houden in verband met het coronavirus. We besluiten om eerst maar net voor de grens te lunchen, dan kunnen zij naar een of ander bureau bellen. Die verbinding is natuurlijk niet goed. Maar we zijn amper begonnen of ze melden al, dat we door mogen. Onder ruime belangstelling van allerlei mensen aan de andere kant van de grens, eten we en wassen we af.
Dan rijden we door naar de echte controle waar een beambte van iedereen alle stempels in de paspoorten gaat zitten bekijken. Zucht. Het geheel, 'Guinee uit' en 'Sierra Leone in', duurt bijna drie uur. Maar we zijn er tenminste.
OnderwegSoms moeten we een stukje gaan lopen: bij een gammele, smalle brug en wanneer er al te grote hobbels in de weg zitten. Meestal rijden we op de gele wegen van de kaarten, maar na de grens is een heel stuk slechts een kleine witte weg. En dat is te merken. Soms gaat het niet harder dan stapvoets. Op die hobbelige weg breekt een stang van de truck. We kunnen wel verder, maar in het eerstvolgende dorp moet het wel gelast worden. Binnen de kortste keren zijn we omringd door kinderen. Het duurt even en lopen het dorp door. We vinden een winkeltje waar ze drankjes verkopen, maar wij hebben alleen Guinese franken. De koers is ongeveer hetzelfde en we krijgen leones terug. De mam die er zit heeft een dik pak biljetten en wil onze overige franken wel wisselen. Iedereen weer blij. We sturen de rest van de groep er ook naar toe en binnen de kortste keren is hij los. Het is al kwart over vijf als we weer verder kunnen.
We vinden een plek om te kamperen. Op het eerste gezicht een mooi groen grasveld. Het liggen heel wat stenen en koeienvlaaien. En het is wat drassiger dan het lijkt. Voor de tenten is dat geen probleem, maar voor de truck wel. Die zit al snel vast. Binnen de kortste keren zijn er een heleboel toeschouwers gekomen, die graag mee willen werken. Maar ook met vereende krachten lukt het niet om de truck vlot te trekken. Ondertussen wordt er gekookt, want het wordt snel donker. Sommige toeschouwers verdwijnen en steeds komen er nieuwe. De wielen van de truck zitten tot hun assen in de grond. Het praatje gaat snel rond. Dan komt het groffer geschut in de vorm van een grote vrachtwagen vol geladen met boomstammen. Omdat hier vaker auto’s vast zitten, heeft iedereen altijd allerlei hulpmiddelen aan boord. Lieren en kabels worden bevestigd, maar bij de eerste poging rijdt die vrachtwagen veel te snel weg en breekt er van alles. De tweede is echter succesvol en onder luid gejuich komt de truck los. We zijn ondertussen tweeënhalf uur verder. We kunnen aan het bier, dat verrassend koud is. Een stuk kouder dan afgelopen dagen in de hotels. We delen er een paar uit en drinken zelf de rest op.

Vrijdag 6 maartNaar Kabala
In het licht is het pas goed te zien hoe diep de groeven in het gras zijn. We mogen blij zijn, dat we eruit gekomen zijn.
We ontbijten, pakken alles in en vertrekken naar Kabala. We zijn amper onderweg of die stang, die gisteren gelast is, breekt weer af.
Het landschap verandert langzaam. De ronde lemen hutten met strodaken verdwijnen; er komen meer rechthoekige stenen huizen met golfplaten voor in de plaats. Er zijn velden met koeien en geiten, maar verder zien we geen gecultiveerde akkers. Kleine kinderen lopen met emmers water op hun hoofd.
Het is vandaag niet zo ver rijden en om 11:00 uur komen we al in Kabala aan. We overnachten in een simpel guesthouse. We zetten de ramen tegen elkaar open om het lekker door te laten waaien. Tijdens de lunch wordt de mandi-bak in de badkamer gevuld met water. Onze kamer kijkt uit op een sportveld waar vandaag vier scholen allerlei wedstrijdjes doen zoals hardlopen, lopen met een fles water op je hoofd of met een ei op een lepel. Grappig. De hele dag is er luide muziek te horen.
Het is voor het grootste deel van de groep een sport geworden om koud bier te vinden. De meeste mensen zijn hier islamitisch en drinken geen alcohol. Toch zou het hier ergens te koop moeten zijn, maar wij kunnen het niet vinden. Dan maar niet.
Om 16:00 uur krijgen we een rondleiding door de plaats. Eerst gaan we naar een pub waar bier verkocht wordt…. We nemen er een paar flesjes en laten blikjes koud zetten voor later. Dan gaan we naar een huis waar een chief woont. We gaan op de veranda zitten en iemand van het huis vult een bokaal met water met kolanoten. Liz, onze crew, moet ze er uit halen en rond delen. Nou zijn kolanoten niet echt lekker en de meeste raakt ze kwijt aan de lokale mensen. We moeten natuurlijk ook naar een andere chief en ook daar zitten we op de veranda. We zien veel kinderen en vrouwen met mooi gekleurde jurken en hoofddoeken.
Weer terug bij de bar halen we het bier op en zetten dat in de koelkast.
’s Avonds gaat het licht weer aan en doet de fan het gelukkig de hele nacht. Wat minder is, dat er tot drie uur ’s nachts buiten een soort disco gaande is. De muziek staat erg hard. Hoewel muziek; er klinkt een voortdurende basdreun; het lijkt steeds hetzelfde.

Zaterdag 7 maartNaar Kambama
KinderenWe rijden vandaag richting Tiwai Island. Het grote probleem is, dat het vandaag ‘clean up day’ is, zoals elke eerste zaterdag van de maand. Iedereen moet dan verplicht het land schoonmaken en het is tot 12:00 uur verboden te rijden. Maar wij zijn toeristen. Wat moeten wij in vredesnaam schoonmaken? We worden bij de eerste beste politiepost tegen gehouden door een enorme dikke bitch van een agente. De andere mannelijke agenten bij haar zijn wel voor rede vatbaar, maar de bitch staat op haar strepen. De crew belt iemand en ze geven de telefoon aan de bitch. In tussen komt nog een auto met agenten aan gereden die ook gaan bellen. Gelukkig is de bitch niet de hoogste in rang van alle agenten die hier staan en na wat gebakkelei mogen we toch door. De bitch is niet blij en kijkt zeer chagrijnig.
Het resultaat is, dat er weinig verkeer is op de weg. In de dorpen waar we door heen rijden, krijgen we niet de indruk, dat er opgeruimd wordt. Iedereen zit, zoals gewoonlijk, op een bankje te niksen.
De weg is voor de verandering eens een keer goed. Wel gaan de benzinepompen pas stipt om 12:00 uur open.
We rijden een heel andere weg dan wij verwacht hadden; die lijkt korter, maar is waarschijnlijk een stuk slechter. We rijden nu goed door. We komen dichter bij Freetown en zien de vegetatie veranderen. Er zijn veel meer plantages, bananen, palmbomen, yamwortels, bosjes voor hout waar men hier veel op kookt.
Het is ‘bloody hot’ vandaag; ‘brandwarm’ zoals ze in Zuid-Afrika zeggen.
Goed 17:00 uur komen we in Kambama. We zitten hier in een hotel met prima kamers. Het enige is, dat de muziek keihard staat. Zo hard, dat je niet met elkaar kunt praten. We zitten buiten op het boventerras waar een heerlijk windje staat. Men belooft, dat de muziek om 18:00 uur zal stoppen. Dat doet het ook, maar om 18:10 uur begint het weer. En weer zo hard. Het wordt beneden steeds drukker met lokale mensen die op de disco afkomen. Wij willen vroeg naar bed, omdat gisteravond ook al zo veel muziek was. De muziek is op onze kamer net zo hard te horen als buiten. We gaan klagen. Ze zeggen, dat het om 22:00 uur zal ophouden. Maar hij staat nu zo hard, dat we een andere kamer, aan de achterkant van het hotel, vragen en krijgen. Ze zetten de muziek wat zachter, maar na een minuut gaat de volumeknop al weer open. We gaan weer klagen, omdat het tien uur is geweest en het er niet naar uitziet, dat het feest op zal houden. Liz regelt het en houdt voet bij stuk. De plaatselijke bevolking wordt kwaad en wij gaan naar onze kamer om escalatie te voorkomen. We horen ze nog een half uur kwaad discussiëren, maar daarna wordt het gelukkig stil.
We slapen goed, we worden alleen een keer wakker van een regenbui.

Zondag 8 maartNaar Tiwai Island
SprinkhaanWe pakken één tas in met spullen die we de komende twee dagen nodig hebben. Op Tiwai Island staan tenten met matrassen en kussens, maar dat zijn er niet genoeg. Een paar mensen moeten zelf alles meenemen. Wij ook. Geen probleem. Dan weten we tenminste wat we krijgen.
We hebben een vroege lunch en Lia gaat op zoek naar insecten in de struiken. Ze vindt een vreemd insect en een prachtig gekleurde sprinkhaan. Zo zie je ze maar zelden.
Tegen enen komen we bij een dorpje bij de rivier waar we een stukje moeten lopen naar de boten. Of we hulp kunnen gebruiken met het sjouwen, vraagt een man. Lia geeft graag de tent af en neemt de ananassen over die de man draagt. Blijkbaar is de fooi van 5.000 leones, € 0,50, genoeg om de tent later ook te dragen.
Alle bagage wordt op een bootje geladen en in twee groepen varen we naar een eiland waar we de komende twee nachten zullen verblijven. Het is Tiwai Island Sanctuary. Hier zitten veel vogels en apen waar we naar op zoek zullen gaan. Op het eiland is het een klein stukje lopen naar een kamp waar verschillende overkapte open gebouwtjes staan. Wij gaan in eentje zitten. Er zijn meer mensen in andere overkapte gebouwtjes. Wij hadden een vooruitziende blik en hebben uit de koeling van de truck vier koude biertjes meegenomen, die nu hemels smaken. Ze hebben hier ook bier, dat gekoeld wordt in de rivier, maar die van ons zijn een stuk kouder. Lekker.
Tiwai IslandWe houden de stand van de zon in de gaten en daarmee de plekken waar we onze tent het beste op kunnen zetten. We vinden een plekje onder de bomen, dat de hele dag in de schaduw staat. We maken ons kamp en installeren ons. De rest slaapt in tenten onder een afdak.
Hopelijk blijft het vannacht droog en gaat het straks waaien. Als er wind is, kunnen we de biertjes koelen in natte sokken. Nu is het nog windstil. We gaan buiten zo’n gebouwtje zitten, waar het iets koeler is en vooral verder weg van het gekakel van al die vrouwen.
We schrijven ons in voor verschillende wandel- en kanotochten.
We zien hier, voor het eerst sinds lange tijd, toeristen.
’s Middags wandelen we wat in de buurt rond en zien wat libellen en een aap in de verte. Na het eten staat de nachtwandeling op het programma. Er stond bij, dat er maximaal drie mensen en één gids in een groepje zitten. Als achteraf blijkt, dat we met zevenen en één gids zijn, haken we af. Die groep ziet niet veel, dus daar hebben we geen spijt van.


Maandag 9 maartTiwai Island
’s Nachts om 3:00 uur worden we wakker van de regen. We gaan ongekleed naar buiten. We waren voorbereid en hadden de buitentent al half op de tent gezet. Nu hoeven we deze alleen maar een stukje door te trekken. De andere die niet onder een afdak staan, hebben dat niet gedaan en moeten nu wat meer doen om het droog te houden.
Voor het ontbijt maken we een twee uur durende wandeling in kleine groepjes met een gids. We vertrekken een half uur te laat. We zien een stuk of vijftien apen, franjeapen en dianameerkatten, een geelhelmneushoornvogel, een mooi gekleurde spin en een roodbuikhoningzuiger.
NeushoornvogelNa het ontbijt van pannenkoekjes gaat de ochtendgroep kanoën. De bedoeling was een vertrek om 10:00 uur, maar het wordt 10:30 uur, 11:00 uur en om 11:45 uur vertrekken ze uiteindelijk.
We doen het lekker rustig aan, zetten een paar stoelen buiten het afdak in de schaduw. We lezen wat, kijken om ons heen.
Om 16:00 uur is het onze beurt voor de kanotocht. We zijn met vijf gasten, twee boten en twee bootsmannen die de kano’s voort duwen. Het is een prachtig gebied met veel groen en rotsen in het water. We zien een geelhelmneushoornvogel, een aap, witborstaalscholvers, vliegende neushoornvogels, een kaalkopkiekendief, wat kleine rotsvorkstaartplevieren. Het is heerlijk ontspannen. Wel moeten we ergens uitstappen en een stukje over rotsen lopen. De kano’s worden door de bootsmannen op het hoofd overgebracht. Lekker.
Het regent vannacht al om 22:00 uur en de bui is een stuk heviger dan gisteren. Gelukkig blijft alles in de tent droog.

Dinsdag 10 maartNaar Freetown Peninsula
In het donker breken we de tent af en na het ontbijt, dan is het weer licht, sjouwen we alle spullen naar de waterkant waar de boot natuurlijk een half uur op zich laat wachten. Hij wordt leeg gehoosd, droog geveegd en dan varen we het kleine stukje schuin naar de overkant.
Om 8:00 uur vertrekken we voor de lange rit naar Freetown Peninsula.
Het eerste stuk weg is smal en onverhard. Soms komen er grote vrachtwagens van de andere kant en moet een plaatsje om te passeren gezocht worden. Over de eerste twintig kilometer doen we anderhalf uur.
Daarna is de asfaltweg goed. We stoppen een paar keer: op de markt, bij een benzinestation en voor de laatste trucklunch.
BierWe zitten niet in Freetown zelf, maar aan River No. 2 Strand. Een mooi zandstrand met veel gekleurde leunstoelen. Het ziet er gezellig uit. De mensen zetten hun tenten op op het strand, maar wij (en Kylie) nemen een upgrade en krijgen een huisje. Een eigen badkamer, goede bedden, lekker veel ruimte en een fan. Het uitzicht vanuit de voordeur is fenomenaal: stukje strand met gekleurde stoelen, zee, hagelwit schiereiland met enkele hutjes. Mooie plaats voor afsluiting van de vakantie.
We halen het bier uit de koeling van de truck en vallen neer in de stoelen op het strand. Tanja krijgt onze laatste. We eten op het strand en later zit bijna iedereen met een koud biertje te genieten. Het wordt vloed en af en toe komen de golven tot onder onze tafels en stoelen. De barman zegt, dat het niet verder zal komen. En vanavond gebeurt dat ook niet.

Woensdag 11 maartFreetown Peninsula
Ook het ontbijt is op het strand en weer krijgen we natte voeten. We verplaatsen maar een stukje. De mensen van de tenten maken kleine walletjes van zand. Ze zijn een beetje bang voor een al te hoge golf.
Wij gaan voor ons huisje zitten. We lezen, kijken naar het pontje, dat tussen het strand en het schiereiland op en neer vaart, en dat soms moeite heeft om aan te leggen. Er zitten verschillend gekleurde grote hagedissen en op het schiereiland een grote groep sternen.
Als het eb wordt, stroomt het water hard de baai uit en naar zee. De stuurman van het bootje schat niet altijd de stroming goed in en een enkele keer gaat het helemaal mis en dreigen ze het zeegat uit te drijven. Een paar jongens die aan de kant zitten, schreeuwen aanwijzingen en eentje gaat er zelfs het water in om de boot de goede richting in te duwen. Het lijkt ons, dat zo’n schipper toch enige ervaring met het tij zou moeten hebben. Op de terugweg blijkt het water zo laag, dat er een paar mannen het water in gaan en de boot naar de andere kant trekken.
Voor ons huisje is het strand het enige stuk met schaduw van bomen. Het wordt er ’s middags dan ook drukker.
We zitten al negen dagen zonder internet.
Een Afrikaans stel gaat zwemmen in de geul tussen waar wij zitten en het schiereiland. Tegen ons hebben ze gezegd, dat niet te doen vanwege de stroming, we zien plotseling wat mannen snel van een tafel opstaan en het water in plenzen. Blijkt, dat die mevrouw in nood is. Ze brengen haar naar de kant waar ze een poosje blijft liggen. Hoeveel theater er bij zit, weten we niet, maar even later stapt ze gewoon lopend de boot in die haar terug brengt. En het gebeurt nog twee keer vandaag, dat ze mensen uit het water halen.
We halen een biertje en drinken dat op ‘ons' terras op. Nog steeds de beste plek van het strand.

Donderdag 12 maartFreetown Peninsula
Freetown PeninsulaWe ontbijten op het strand. De stoelen worden steeds harder. Daarom gaan we weer bij ons huisje zitten en gebruiken de kussens om op te zitten. Om te slapen gebruiken we onze eigen kussens.
Om 12:00 uur arriveert een grote groep van voornamelijk kinderen. Ze sjouwen koelbox en drankjes mee. Het blijken ouderloze en misbruikte kinderen te zijn, die een dagje uit zijn. Zij zitten bij een Don Bosco-organisatie. Wij schuiven van ons plekje op het strand naar onze veranda, zodat zij meer ruimte hebben. De kinderen vermaken zich met het zand en een stok. Ze krijgen te eten en drinken en doen daarna spelletjes. Ze ruimen alles keurig op.
Verder doen we niet veel. We genieten van het uitzicht en het bootje, dat mensen overzet. We lezen wat.

Vrijdag 13 maartNaar Freetown
Inpakken, ontbijten, afrekenen van de upgrade, € 90 voor drie nachten voor twee personen, eten, € 40 voor zes diners.
Daarna vertrekken we voor het laatste stukje met de truck naar Freetown. Zeven mensen van de groep gaan nog de etappe naar Dakar mee. Er schijnen echter problemen te zijn met de grensovergang met Guinee-Bissau en ook in Guinee schijnt het niet goed te gaan. Er gaan ook berichten rond over het sluiten van grenzen van Europa en de Verenigde Staten in verband met het coronavirus. We zullen het morgen wel zien.
Wat ons hier in Sierra Leone erg verbaasd, is dat het grootste bankbiljet, dat we hebben gezien, 10.000 leones is; omgerekend € 1,00. Iedereen loopt met stapels biljetten op zak.
We krijgen ieder € 50 terug uit de pot. Wij vragen het terug in leones, want Leguaandan hoeven we niks meer te wisselen. Pinnen lukt ook hier niet met onze mastercard. Er staat op die apparaten, dat ze geschikt zouden zijn, maar de onze doen het niet. Alleen in Ghana lukte het, verder nergens. Gelukkig hebben we genoeg contante euro’s bij ons.
We kopen kaartjes voor de ferry die ons morgen naar het vliegveld zal brengen.
’s Avonds eten we het afscheidsdiner. Wat ons dan weer erg verbaast, dat er vier mensen niet mee-eten. Van twee weten we, dat ze alles te duur vinden. Maar toch.

Zaterdag 14 maartNaar huis
Het zit er weer op. We vliegen vandaag via Monrovia naar Accra en vandaar naar Amsterdam.
We nemen afscheid van de hele groep en lopen samen met Rod naar de vertrekplaats van de ferry, die maar een paar minuten verderop ligt. Rod moet naar Australië en zal ongeveer vierentwintig uur onderweg zijn.
We geven onze bagage af die we op het vliegveld weer terug zullen krijgen. De ferry vaart zo'n veertig kilometer per uur en doet er een half uur over om de andere kant van de baai te bereiken. Daar stappen we in een busje, dat ons naar het vliegveld brengt. We nemen afscheid van Rod en wachten tot we onze bagage kunnen afgeven. We zijn iets te vroeg, maar of we nu hier wachten of in het guesthouse, maakt ook niet uit.
Daarna gaan we op zoek naar de viplounge waar gelukkig stoelen met zachte kussens staan. We hebben een houten kont gekregen van al die harde stoelen. Ze hebben airco, drankjes en zakjes chips.
In Accra moeten we gezondsheidskaarten invullen. Hoe komen we daar aan? Op de plaats die ze ons wijzen, liggen ze niet. Ze vragen naar een adres en telefoonnummer in Ghana. Dat hebben we niet, want we komen nu helemaal niet in Ghana. We zijn transitpassagiers. Dan moet er transit op komen te staan. Wat gaan ze in vredesnaam doen met al die kaarten?

Zondag 15 maartNaar huis
Om 6:00 uur landen we op Schiphol. De eerste trein voor ons gaat pas om 7:20 uur. Hier zitten nog wel wat mensen in, maar als we in Utrecht overstappen naar de trein naar Vaartsche Rijn, stappen er nog twee anderen in. Alle vier stappen we bij Vaartsche Rijn uit en gaat de trein leeg verder. Vanwege het coronavirus is het overal erg rustig. De adviezen en maatregelen zullen de komende dagen erg snel veranderen. Goede kans, dat deze week het hele vliegverkeer plat komt te liggen. We zijn net op tijd terug in Nederland.
Achteraf blijkt, dat de Dragomangroep die naar Dakar zou gaan, dit door alle problemen met het virus, niet heeft gedaan. De reis is gecanceld en iedereen is terug naar huis.

Deze reis is georganiseerd door Papillon reizen en Dragoman.