Afrika

Artikelindex

Vrijdag 10 februariKhartoem
Op straat wordt geld gewisseld. Overal lopen mannen met stapels geld in de hand.
Het is vrijdag vandaag en dus rustig op straat. We gaan naar het Etnografisch Museum, maar dat is dicht vandaag. Het National Museum is wel open. Ze hebben veel schatten uit de oudheid, uit de tijd van de Egyptenaren. Het is de moeite waard.
Daarna gaan we eten in het bekendste visrestaurant van het land. Er is voor ons boven in de mooie en wat chiquere ruimte een tafel gedekt. Alle organisaties willenDerwisjendans, Soedan ons altijd in dat soort ruimtes zetten, terwijl wij vaak veel liever tussen de gewone mensen zitten. Het eten is prima.
Tijd voor siësta.
We drinken een cola beneden in het restaurant van het hotel en halen meteen de email binnen. Boven lukt dat niet. Beneden nu wel.
Tegen vijven gaan we naar de derwisjendans bij de Hamad el-Nil Tomb in Omdurman. Het is een stukje rijden, aan de andere kant van de Nijl.
We weten niet zo goed wat er zal gaan gebeuren, maar het overtreft alle verwachtingen. Wat een spektakel. Op de begraafplaats gaat een grote groep mannen gekleed in lange witte gewaden met witte mutsjes op die prachtig afsteken tegen hun erg donkere hoofden. Ze vormen een grote kring en dansen en zingen de hele tijd. De kring wordt steeds groter. De vrouwen, kinderen en opgeschoten jongelui staan daar achter en zijn alleen maar toeschouwers. Er komt een open vrachtwagen aangereden met daarin nog meer mannen en trommels. Een paar dansers dragen gekleurde gewaden en hoge kleurige hoeden. Een groepje van een man of tien danst weer binnen die grote groep mannen. Eentje loopt met een brandend wierookvat rond en wuift de rook naar alle mensen. Een paar van die gekleurde mannen, de draaiende derwisjen, draaien talloze rondjes achter elkaar. Een man raakt helemaal in trance. Veel toeschouwers zitten op het kerkhof thee te drinken tussen de lage graven. Dat zijn niet meer dan hoopjes zand en niet altijd evenDerwisjendans, Soedan herkenbaar.
Alle mensen zijn zeer vriendelijk tegen die paar toeristen die er rond lopen. Velen maken een praatje. Veel Engels kunnen ze niet en regelmatig is het amper te verstaan. Sommigen weten ‘veel’ van Nederland: Amsterdam, veel rivieren, melk, kaas, koud weer.
Het geheel is zeer indrukwekkend. Als de zon onder gaat, is het afgelopen en wordt er in een lange rij gebeden. Een mooi gezicht: al die mannen voor de tombe met de licht kleurende hemel daar achter. Eigenlijk mogen we dat niet zien en zeker geen foto's maken.
We eten bij dezelfde Syrisch tent als gisteren en nu ook weer lekker buiten. Weer veel te veel en erg lekker. Dit keer lam in plaats van kip. We nemen er verse vruchtensappen bij. Kosten € 8 de man.

Zaterdag 11 februariNaar Naga
Er rijden veel paarden en ezels met wagens in de stad. Deze ziet er verder wel goed uit voor Afrikaanse begrijpen. Verharde wegen, schonen straten, weinig hoogbouw, veel winkels en straatverkoop.
Auto, SoedanWe gaan vertrekken voor de rondreis door het land. We zullen twee nachten kamperen en de andere nachten in Nubische huizen slapen. We zijn benieuwd. Er staan twee pickups, een landcruiser, drie chauffeurs, een gids en een kok voor ons klaar. Een laadbak is al geladen met tenten, matrassen, dekens, kookgerei; de andere wordt volgestouwd met onze spullen. Plastic en spanbanden er over en we kunnen vertrekken. We zijn benieuwd!
Het is afgelopen met internet. Pas als we weer terug komen in Khartoem zal er verbinding zijn.
Langzaam rijden we de stad uit. Het is redelijk druk op de weg in de stad, men rijdt rustig en houdt zich aardig aan de verkeersregels. Het grootste voertuig gaat vaak wel eerst. Men stopt voor verkeerslichten en voetgangers zijn niet vogelvrij. De meeste auto's zien er redelijk uit; overal worden ze gewassen en ook de banden krijgen een wasbeurt. Vreemd nietwaar? Er vaart helemaal niks op de Nijl waar het laag water is; de regentijd moet nog komen.
De weg is geasfalteerd en is prima te berijden. Er ligt veel troep langs de kant van de weg; vooral veel plastic zakken. We zien veel geiten en weinig groen. Lappententen doen dienst als theetenten en bieden bescherming voor de hoeders en vormen schaduw.
Voor water, ijs om het water koud te houden, en al het eten wordt gezorgd. Bij een gammel kraampje worden watermeloenen gekocht. Overal staan grote kruiken met water voor de dorstige reiziger. Op de markt doen we inkopen. Er hangen gevilde koeien en geiten en er liggen broden die we niet mogen fotograferen. We zien verder houtskool, groente, fruit, theetenten en levende geiten.
Het landschap wordt steeds droger. Vlakke kale geelgrijze vlakten met wat stekelboompjes, soms wat geiten of een man op een ezel met een paar overstekende koeien. Droog. Stof. Asfaltweg met vrachtwagens. Soms een kleine nederzetting met wat lemen hutjes, een stalletje met watermeloenen. In de verte een minaret.
Er zijn veel controles onderweg en telkens moet onze gids speciale papieren afgeven.
We rijden de geasfalteerde weg af en gaan stofhappen. Raampjes dicht, airco aan. Het landschap blijft hetzelfde. Soms lopen er wat kamelen.
We gaan Naga (of Naga'a of Naqa) bezoeken. Er is wat onenigheid tussen Awad, onze tourleider en de suppoosten van de site. Wij krijgen het idee, dat die in US$ betaald willen worden en dat dat niet gebeurt.
Dichtbij is een waterput waar mannen en jongens met ezels en kamelen water uit een put halen. Met een heel lang touw en een katrol halen ze het water op. Niet met een emmer, maar met een leren zak. Als je ziet hoe ver die beesten moeten lopen, zit het water heel diep. Van alle kanten komen mensen, vaak kinderen, met ezels en plastic flessen en karretjes met hele tanks water halen. Terwijl wij staan te kijken, bereiden de kok en wat chauffeurs onze lunch. De tafel wordt gedekt met een kleed, afgestoft, er staat voor iedereen water klaar. We krijgen Griekse salade, feta, tonijnsalade, heerlijk vers brood, watermeloen en een soort hondenbak met warme bruine bonen. Het smaakt heerlijk.
Naga, SoedanEr lopen een heleboel scarabeeën rond die gretig op een in het zand gegooide slok water en een stukje watermeloen afkomen.
Naga heeft verschillende tempels. Aan de ene kant van de weg liggen een Romeinse Kiosk en een Nubische tempel gewijd aan de god Apedemak. Deze werd meestal voorgesteld als een mens met een leeuwenkop. Soms ook van een god met het hoofd van een olifant. Ze zijn niet groot. Er zijn mooie bas-reliëfs te zien, zowel op de muren als op de pilaren.
Aan de andere kant ligt de Egyptische tempel gewijd aan de god Amon en is tussen 15 v.Chr. en 40 n.Chr. gebouwd. Er staan verschillende leeuwenbeelden voor de ingang en ook deze heeft mooie reliëfs.
We rijden een uurtje door naar een politiepost waar we gaan overnachten. Die staat in de middle of nowhere. Er is een omheind terrein wat geiten en schapen buiten houdt en vroeger ooit een echte camping is geweest. We kijken eerst bij de tempels van Musawwarat es-Sufra van de god Arensnuphis, die op loopafstand liggen. Ook hier mooie reliëfs. Bij de tweede heb je wat meer fantasie nodig.
Weer terug zetten we de tenten op; het zijn makkelijk op te zetten tenten. Er zijn matjes en dekens. Het voordeel, dat we bij de politiepost staan, is dat onze kok hun keuken kan gebruiken en wij de douches. Kunnen we mooi het stof afspoelen. Er zitten veel vliegen, maar die zullen verdwijnen zodra de schemer in valt. Dan komen waarschijnlijk de muskieten. We krijgen koffie en thee en relaxen. Veel meer is er ook niet te doen.
Omdat het blijft waaien, zitten er ‘s avonds geen beesten, wat erg fijn is. De temperatuur blijft goed.
Voor het diner dekt men onze meegebrachte tafels en er worden kuipstoelen bijgezet. Bij onze kampeerspullen zitten stapelbare krukjes. We eten rundvlees, rijst, salade en natuurlijk water en brood. Thee, koffie en koekjes toe, we blijven nog even kletsen en gaan om 21:30 uur naar bed. In het begin liggen we alleen in de lakenzak, maar halverwege de nacht gooien we toch de dekens over ons heen. We zitten nu nog laag, maar morgen slapen we in de bergen en zal het koud worden, zeggen ze.

Zondag 12 februariNaar Meroe
Ontbijt met smeerkaasjes, eieren en jam. Het brood is altijd lekker en iedereen krijgt elke dag een pakje koekjes. Die nemen we mee voor onderweg. Thee en oploskoffie is er ook altijd.
We breken de tent af en gaan op weg naar Meroe, dat ongeveer 200 kilometer ten noorden van Khartoem ligt. De auto’ s worden ingeladen. We kunnen onze tablet en telefoon opladen in auto met onze meegebrachte USB-autolader.
We keren terug naar de asfaltweg en komen in de stad Shendi waar we boodschappen doen. We mogen niet fotograferen, niet van de inwoners, maar van de politie. Er rijden veel ezelskarren in het centrum van de stad. Het is soms file rijden.
We krijgen een uur om de markt te bezoeken. Alle mannen lopen in het wit soms met donker jasje zonder mouwen. De vrouwen zijn veel kleuriger. Iedereen is vreselijk aardig. Welkom, hoor je overal. WIJ zijn hier de bezienswaardigheid. Straatverkopers wijzen ons waar de anderen thee zitten te drinken. Overal wordt je uitgenodigd om mee te eten. Een flesje koude cola kost € 0,30.
Het is een zeer kleurige markt met goed uitziende groente. Alles is netjes opgestapeld.
Meroe, SoedanAls we onderweg een agent zien, doen we snel de autogordels om. Ook hier staan heel veel kruiken met water en bekertjes voor de dorstige reiziger waar gretig gebruik van wordt gemaakt, maar niet door ons.
Bij een controle wordt onze auto aangehouden vanwege een barstje in voorruit. Alle chauffeurs gaan handjes schudden met politie en ze lullen zich er uit.
We gaan naar de piramides van Meroe. In dit gebied staan er zo’n 200 bij elkaar. In heel Soedan staan meer piramides dan in Egypte. Hier staan de piramides in groepjes bij elkaar. Een Italiaan heeft ooit alle toppen gesloopt in de hoop een schat te vinden en daarmee de piramides flink beschadigd. Eentje is er gerestaureerd, zodat we een idee krijgen hoe ze er vroeger uit gezien hebben. Ondanks dat is het een indrukwekkend gezicht. We bekijken verschillende sites.
Daarna rijden we naar de plaats die ons kamp zal worden voor vannacht. Een prachtig gebied met zandduinen en twee boompjes. Het is niet zo heel warm, maar de zon brandt toch. Het ergste is echter de wind. Die waait vrij hard waardoor er een constante lading zand en stof over ons heen geblazen wordt. De wind komt van alle kanten. Het waait zo hard, dat we moeite hebben om de tenten op te zetten. Je moet er zo snel mogelijk je bagage in zetten, anders waait hij gewoon weg. Dat gebeurt dus met de tent van Gerard die met flinke vaart onze kant op gewaaid komt. Martijn staat er met zijn rug naar toe en kan nog net bukken. Hij komt recht op Lia af en zij grijpt hem uit de lucht. Martijn houdt onze tent vast, terwijl Lia de rugzakken haalt en naar binnen schuift. Dan blijft de tent staan, maar waait wel alle kanten op. Op de punten leggen we grote zware stenen voor wat meer gewicht. Soms zijn we bang, dat alles samen de lucht in geblazen wordt. Zelf zitten we onder die ene boom die er staat in de schaduw en worden gezandstraald.
Dan gaan we lopend op pad. Tegen de wind in en dus krijgen we het zand in onze ogen. Of eigenlijk overal in, maar van de ogen hebben we het meeste last, ondanks de zonnebrillen die we dragen. Petjes moeten vast gehouden worden anders waaien ze weg. Wat soms toch nog gebeurt. Binnen de kortste keren staan er nomaden met kamelen bij ons. Of we een ritje willen maken. Alleen Birgit doet dat.
Tent, SoedanWe zitten vlak bij de grootste piramidesite. De meeste zijn ongeveer 30 meter hoog; de kleintjes niet meer dan een meter of zes, zeven. Hier werden vroeger o.a. koningen en koningin begraven, een traditie die 300 v.Chr. over gewaaid is uit Egypte. De leden van de koninklijke familie hebben niet de grootste piramide en man en vrouw liggen ver van elkaar verwijderd. Dat zegt genoeg over hun populariteit. Alle graven zijn geplunderd. Hier moeten kaartjes gekocht worden en er is warempel nog een andere toerist, een Italiaan.
De piramides liggen op de hoogste plekken in het landschap. Een enkele heeft nog mooie reliëfs. Bij de hoogst gelegen gaan we uit de wind zitten, een stuk van die Italiaan af, want die kan zijn mond niet houden en praat vrij hard. We kijken naar de zonsondergang, maar dat is niet veel. Er zit veel te veel stof in de lucht. Voor de eigenlijke ondergang is hij al niet meer te zien. Het is wel een heel mooi gezicht: die piramides met kamelen op de voorgrond.
De kamelen willen ons naar ons kamp brengen, maar het is niet ver en zo comfortabel is zo’n ritje nou ook weer niet.
De tenten staan er allemaal nog en de kok heeft ondertussen drie kippen klaar gemaakt. Soepje vooraf, thee en koffie toe. Omdat we wat hoger zitten, is het fris en hebben we allemaal onze fleecetruien aan. Het waait nog steeds behoorlijk en daar hebben de kok en chauffeur last van als zij hun tent gaan opzetten. Ze hebben er duidelijk weinig ervaring mee, maar willen geen hulp. Wij kijken met z‘n allen toe en geven commentaar. Het duurt even, maar uiteindelijk staat hij dan toch.
Overal in de tent ligt een laagje fijn zand, dat door de niet afsluitbare raampjes naar binnen is geblazen. We vegen het een beetje aan de kant, want je krijgt het toch niet weg. In de loop van de nacht gaat de wind liggen, trekken we dekens over ons heen, wakkert de wind weer aan. We voelen regelmatig een hoopje zand op ons gezicht terecht komen. Het zand zit werkelijk overal. We slapen redelijk.

Maandag 13 februariNaar Karima, Nuri
Het waait nog steeds, maar niet zo hard. Op gepaste afstand van de ontbijttafel zit al een groepje mannen, jongens en ezels met souvenirs. We kopen een krikri, een klein tasje, dat je om de hals draagt. Pas in de auto gaan de truien uit.
Vandaag rijden we naar Karima en daarvoor steken we dwars de woestijn over. Wel over een goede, verharde weg. Er zit heel veel stof in de lucht; het is soms een beetje heiig.
We passeren grote kuddes geiten met hoeders die soms op ezels zitten en soms op kamelen. Dat is toch altijd een mooi gezicht.Vrouw, SoedanMan, SoedanAls er getankt wordt, kopen we een paar flesjes koude cola. Verder geven we niks uit. In de auto staat een koelbox met ijs waar flesjes water in gekoeld worden. Die kunnen we altijd pakken. Ze zijn inclusief. Net als het eten.
Boodschappen doen we in Ad Damir op de markt. Men is duidelijk erg weinig toeristen gewend. We worden uitgebreid bekeken. Ook hier is iedereen erg vriendelijk en veel mensen willen graag op de foto. Veel fruit, vooral watermeloenen, theehuizen, kruiden. Bij de restaurantjes worden kippenlevertjes klaar gemaakt op hete stenen. Vaak worden we uitgenodigd om mee te eten. Veel proberen een paar woorden Engels. Soms met handen en voeten. Sigaretten kosten € 0,30 per pakje van 20 stuks. Ze zijn ook per stuk te koop.
We steken de Nijl over via een lange brug. We lunchen in de middle of nowhere waar een paar lemen gebouwen staan met gaten als deuren en ramen en een rieten dak. Buiten staan een paar vaten met water. We gaan binnen uit de zon eten. Op de markt is vers brood gekocht en warme bonen in saus die in de hondenbak warm blijft. Blikje tonijn er bij, komkommer, tomaat en ui en we hebben een lekkere maaltijd. Heerlijke watermeloen en bananen toe. Binnen het uur gaan we weer op pad. De weg blijft goed. Overal ligt woestijn om ons heen. Zand op de weg, Zand in de auto. Zand overal.
Het is niet zo warm vandaag, een graad of 25 slechts. En er staat nog steeds een straffe wind. Het is frisjes.
In Nuri gaan we weer op piramidebezoek. Er staan er hier 71 en vroeger zijn hier 51 koninginnen en prinsessen en 20 koningen begraven. Ook hier zijn de piramides beschadigd (door een Amerikaan). Mannen willen met Martijn op de foto. Zelf gaan ze op een steen op hun tenen staan, zodat hun lengte nog enigszins ergens op lijkt en dan zijn ze nog kleiner dan Martijn.
Als we terug willen, zit de auto op slot en zitten de sleutels in het contact. Iemand uit het dorp wordt erbij gehaald en die breekt de auto open zonder zichtbare schade. We kunnen weer verder.
Nuri, SoedanIn Karima slapen we in een Nubisch guesthouse. We zijn met z'n achten en hebben maar liefst zes kamers nodig. Met een beetje schikken en schuiven slapen de stellen in een eigen kamer en de alleen reizenden ook. Er zijn twee wc-douchecombinaties waar soms wat water uit de kraan komt. Soms ook niet. Er staat wel een emmer gevuld met water. Wij hebben geloof ik nog mazzel en kunnen ons redelijk douchen. Ach, we hebben het stof afgespoeld en we zijn opgefrist. Zo moet het maar.
Er ligt een grote stekkerdoos waar iedereen zijn spullen oplaadt. De mensen hier hebben ook mobieltjes. Als je die weg denkt, lijkt het soms alsof we een paar honderd jaar terug in de tijd zijn beland.
Op de binnenplaats worden onze tafels en krukjes neergezet. Sommige mensen vinden op hun kamer plastic stoelen met rugleuningen die ze buiten zetten. Zit toch wat comfortabeler. Het eten laat even op zich wachten. We krijgen weer soep, een andere dan gisteren, rundvlees, rijst en de dagelijkse salade, brood en fruit. Birgit heeft als verrassing een liter whisky! We krijgen allemaal een glaasje en genieten er van.
Het is vanavond echt frisjes. Iedereen draagt een trui of vestje, maar sommige hebben het dan nog echt koud.
Een deken is genoeg voor ons voor de nacht. We hebben de matrasjes uit de auto’s gehaald en als extra ondergrond op de bedden gelegd. We slapen prima.