Afrika

Artikelindex

Soedan

8 t/m 23 februari 2017

In juli 2011 is Soedan opgesplitst in twee landen: SOEDAN en Zuid-Soedan.
Beide landen worden doorsneden door de rivier de Nijl, de Blauwe en de Witte, die bij de Soedanese hoofdstad Khartoem samenkomen. In Soedan vestigden zich in de oudheid de Nubiërs langs de rivier, die hier een machtig koninkrijk opbouwden. Door hun donkere huidskleur werd het ook wel het 'land van de zwarte farao's' genoemd. Aan dat Nubische rijk herinneren de vele piramides, graftomben en tempels. De Nubiërs bouwden de vroegere hoofdstad Meroe waarvan de overblijfselen, de koninklijke stad en een twintigtal piramides met grafkelders, nog altijd tot de verbeelding spreken.
Er zijn weinig verharde wegen in de onmetelijke woestijn en tussen de kleine Nubische dorpjes. De islamitische inwoners zijn zonder uitzondering bijzonder vriendelijk, gastvrij en erg nieuwsgierig naar de 5.000 toeristen die per jaar hun land bezoeken.

Meroe, Soedan

RouteSoedan

 

Met vier Groningse vrienden gaan we naar Soedan. Bij de Duitse organisatie MTI-reisen hebben we een tour geboekt. De communicatie verloopt deels in het Duits en deels in het Engels. Waarom een Duitse organisatie? Gewoon, omdat die veruit het goedkoopste is. Het scheelt bijna € 700 p.p. met de goedkoopste Nederlandse, terwijl de programma's allemaal ongeveer hetzelfde zijn. We hebben nog wel nooit van MTI gehoord, maar we nemen de gok. En terecht, blijkt achteraf. Alles is prima geregeld; we zijn meer dan tevreden.
Omdat wij veruit het dichtst bij Den Haag wonen, zullen wij de visa regelen. We hebben alle paspoorten, visumformulieren, pasfoto’s, vliegtickets, hotelboekingen, brief van het reisbureau, maar het is niet genoeg. Volgens allerlei internetsites hebben we alles, maar nee, bij de ambassade in Den Haag wil men een officiële uitnodigingsbrief van het Soedanese ministerie. Volgens hen is dat in een dag te regelen. Wij mailen zowel de Duitse als Soedanese organisatie en volgens hen gaat dat niet lukken binnen vier weken en is dat heel duur. Het schijnt, dat alleen de Nederlandse ambassade zo’n uitnodiging wil; andere landen niet. Het antwoord van het reisbureau sturen we naar de Nederlandse ambassade, maar daar wordt helemaal niet op gereageerd. Dus vragen wij ons af: waar gaat dit over? Zijn dit de eerste tekenen van corruptie in een land, dat op de corruptielijst bijna onderaan staat? De reisorganisatie regelt permits, waarmee we aan de grens een visum zouden moeten kunnen krijgen. Dat kost dan US$ 100 p.p. tegenover € 60 in Den Haag. Wil men nu graag toeristen laten komen of liever niet? Moeten ze vooral zo doorgaan.

Woensdag 8 februariNaar Khartoem
Het is koud, 1°. We trekken verschillende laagjes over elkaar aan en gaan naar de trein. Het regent heel licht. Hoe dichter we bij Amsterdam komen, hoe witter het wordt en het sneeuwt zelfs een beetje.
De reis gaat voorspoedig. We ontmoeten Gerard, Karin, Caroline en Aaldrik op Schiphol. Bij allerlei controles is het erg rustig. Alleen in de rij bij Karin duurt alles lang. Veel tassen moeten gecontroleerd, die van Lia in dezelfde rij niet, maar van haar wel. Het duurt een hele poos voor ze aan de beurt is. Na de automatische paspoortcontrole zoeken we een kroegje op voor een biertje. We hebben geen idee of we dat in Soedan kunnen kopen. We gaan het zien.
We vliegen via Istanboel. In Turkije hebben we anderhalf uur om over te stappen voor de vlucht naar Khartoem, de hoofdstad van Soedan. Beide vliegtuigen zitten nog niet half vol en dus hebben we alle ruimte.

Donderdag 9 februariKhartoem
Het is in Soedan twee uur later dan in Nederland en 25 graden warmer als we om 2:00 uur landen. Maar het is niet zo warm als we verwacht hadden; dat was n.l. een muur waar we tegen op zouden lopen en dat is niet zo.
Geld wisselen, SoedanOp het vliegveld vullen we een formuliertje in, gaan naar de paspoortcontrole voor een stempel, gaan naar een andere balie voor het visum en moeten gaan zitten wachten. Er zitten meer mensen te wachten. Gelukkig zaten we in een klein vliegtuig met niet zoveel mensen, zodat alles redelijk snel gaat. De paspoorten worden vrij snel gebracht, gaan weer naar de paspoortcontrole, door de tassencontrole die helemaal niets voorstelt en dan zijn we Soedan binnen.
Alle bagage is er, we worden verwacht en naar een hotel gebracht. Anderhalf uur na landing kunnen we naar bed. Het is ondertussen 3:30 uur.
Een simpele, maar schone kamer. Het zal geen luxe reis worden, maar dat hadden we ook niet verwacht.
De meneer die ons opwachtte, speelt ook voor bank. In de lobby van het hotel haalt hij een pak geld tevoorschijn en vraagt hoeveel we willen wisselen. We hebben eigenlijk geen idee, het meeste eten is inclusief en we weten ook niet of er meer mogelijkheden komen om te wisselen. Het Engels van de man is minimaal. We besluiten tot € 100 de man waarvoor we 1.600 pond krijgen. 100 pond is dus ongeveer € 3. Later zal blijken, dat dit meer dan genoeg is. We geven bijna niets uit en het grootste deel wordt besteed aan fooien.
We leveren ons paspoort in bij de balie, krijgen allemaal een flesje koud water en we gaan naar bed. Het bed is vrij hard; even wennen. Maar toch slapen we goed.
Tijdens het ontbijtbuffet blijkt, dat er nog twee Duitsers in onze groep te zitten. Op zich prima, maar we hadden dat graag vooraf geweten. Prettig is wel, dat er nu een extra auto mee gaat, zodat we ruimer zullen zitten.
We hebben een extra dag in Khartoem geregeld om overmorgen uitgerust en uitgeslapen aan de reis te kunnen beginnen.
We krijgen de paspoorten terug en ook de foto-permits. Deze zien er officieel uit met pasfoto en stempels. Er staat op, dat je geen bedelaars mag fotograferen. We zullen ze tijdens de reis nooit hoeven laten zien. Videoën blijkt slechts op één plaats verboden. Dit in tegenstelling tot berichten in Nederland, dat het overal verboden is en erg duur.
Om 12:00 uur worden we opgehaald met een busje. De chauffeur spreekt geen Engels en we hebben geen idee waar we naar toe gaan. We zien wel. Het is niet zo heel warm weer; dat hebben we mooi vorige week mis gelopen. Toen was het boven de 40°. Het is zo wel lekker aangenaam.
Khartoem is een beetje rommelige plaats. Brede trottoirs waar veel mensen spullen verkopen of gewoon rondhangen. Op sommige plaatsen ligt wat troep; op de meeste is het opgeruimd. Overal rijden witte auto’s en busjes, terwijl je bij ons steeds meer donkergrijs ziet. En overal lopen mannen in lange witte gewaden met een typisch moslimpetje op. De vrouwen zijn zeer kleurrijk gekleed in lange gewaden. De meeste dragen een hoofddoek, sommige een najib. Wij, de toeristen, hoeven geen hoofddoek op; we dragen lange broeken en wijde, lange shirts en bloezen met korte mouwen. Lia draagt haar ‘Iraanse’ kleren.
Khartoem, SoedanWe komen bij de Blauwe Nijl waar Awad, onze plaatselijke reisleider, op ons staat te wachten, we stappen op een boot en maken een rondvaart. Het eerste stuk mag je niet fotograferen, omdat er politieposten langs de kant staan. Dit stukje moeten we ook de zwemvesten aan, hoewel het water zo laag staat, dat we met deze ondiepe boot een keer vast lopen. Overal staan pompen om water vanuit de rivier omhoog te pompen naar het land. Veel groene bosjes langs de kant; verder is er niet zoveel te zien: wat roofvogels, reigers, bijeneters, eenden en een grote watermonitor. Even verderop komt de Witte Nijl instromen en samen worden ze dan de Nijl genoemd die naar Egypte stroomt. De skyline laat een paar opvallende gebouwen zien. Langs de kant zien we verschillende tentjes waar overal stelletjes aan tafel zitten met ieder een flesje water voor hun neus.
Weer terug op de wal, drinken we thee. Dames zetten thee met munt en ook hier zitten veel stelletjes.
We worden bijgepraat over de komende dagen. We hebben er zin in.
Voor een korte siësta kopen we een paar flesjes cola en wat te eten, een broodje en een cakeje.
Daarna gaan we de omgeving beter bekijken. Het is best druk op straat en iedereen is erg vriendelijk. We worden vaak aangesproken, maar men spreekt heel weinig Engels. De Grote Moskee mogen we niet in; we mogen het terrein niet eens op. Zelfs over het fotograferen van de torens doen ze moeilijk, maar die kunnen we ook vanaf een afstand nemen. De meeste mensen willen wel op de foto; sommige niet.
Grote Moskee, SoedanWe gaan op zoek naar alcoholvrij bier, maar dat lukt niet. In ons hotel staat het wel op de kaart, maar hebben ze het niet. Dan drinken we maar een cola. Het personeel doet erg z’n best en even later arriveert een jongen met een aantal maltbierflesjes. Ze zijn koud, maar ze smaken voor geen meter. Jammer.
Internetten gaat moeizaam. Facebook lukt af en toe, de mail niet. Maar ook hier wordt aan gewerkt en even later komen er mailtjes binnen. Dan valt de verbinding weer uit.
We hebben even tijd om te relaxen, dan gaan we uit eten. We gaan naar een Syrisch restaurant en schuiven buiten op de stoep een paar tafels aan elkaar. Het is heerlijk weer om buiten te zitten. We besluiten om verschillende schotels te laten komen en die midden op de tafel te zetten, zodat iedereen overal van kan proeven en eten. Er komen schalen met rijst en kip, brood met kipshoarma, verschillende soorten vlees met groente, yoghurt, zuur, grote ronde broden. Als toetje krijgen we verschillende soorten zoet gebak en bananen. Het is veel eten, maar het is zo lekker, dat alles schoon opgaat.
Daarna gaan we nog ergens koffie en thee drinken. Wij verwachten, dat we naar een theehuis in de stad gaan, maar we rijden de stad uit. En dan zien we overal langs de kant van de weg groene stroken en grote grasvelden. Overal staan plastic tafels en stoelen met overal groepjes mensen daarop. Kilometers lang hetzelfde gezicht. Er brandt nergens een lampje, maar in het licht van de volle maan is genoeg te zien. Overal staan vrouwen thee te verkopen en lopen jongens rond met etenswaren en prullaria. Auto’s met gasten rijden af en aan. De straat is vol geparkeerd en er rijden er veel het gras op om de auto pal naast de tafel en stoelen te zetten. Wij drinken thee en blijven niet lang. Niet omdat het niet leuk is, maar we zijn doodop.


Vrijdag 10 februariKhartoem
Op straat wordt geld gewisseld. Overal lopen mannen met stapels geld in de hand.
Het is vrijdag vandaag en dus rustig op straat. We gaan naar het Etnografisch Museum, maar dat is dicht vandaag. Het National Museum is wel open. Ze hebben veel schatten uit de oudheid, uit de tijd van de Egyptenaren. Het is de moeite waard.
Daarna gaan we eten in het bekendste visrestaurant van het land. Er is voor ons boven in de mooie en wat chiquere ruimte een tafel gedekt. Alle organisaties willenDerwisjendans, Soedan ons altijd in dat soort ruimtes zetten, terwijl wij vaak veel liever tussen de gewone mensen zitten. Het eten is prima.
Tijd voor siësta.
We drinken een cola beneden in het restaurant van het hotel en halen meteen de email binnen. Boven lukt dat niet. Beneden nu wel.
Tegen vijven gaan we naar de derwisjendans bij de Hamad el-Nil Tomb in Omdurman. Het is een stukje rijden, aan de andere kant van de Nijl.
We weten niet zo goed wat er zal gaan gebeuren, maar het overtreft alle verwachtingen. Wat een spektakel. Op de begraafplaats gaat een grote groep mannen gekleed in lange witte gewaden met witte mutsjes op die prachtig afsteken tegen hun erg donkere hoofden. Ze vormen een grote kring en dansen en zingen de hele tijd. De kring wordt steeds groter. De vrouwen, kinderen en opgeschoten jongelui staan daar achter en zijn alleen maar toeschouwers. Er komt een open vrachtwagen aangereden met daarin nog meer mannen en trommels. Een paar dansers dragen gekleurde gewaden en hoge kleurige hoeden. Een groepje van een man of tien danst weer binnen die grote groep mannen. Eentje loopt met een brandend wierookvat rond en wuift de rook naar alle mensen. Een paar van die gekleurde mannen, de draaiende derwisjen, draaien talloze rondjes achter elkaar. Een man raakt helemaal in trance. Veel toeschouwers zitten op het kerkhof thee te drinken tussen de lage graven. Dat zijn niet meer dan hoopjes zand en niet altijd evenDerwisjendans, Soedan herkenbaar.
Alle mensen zijn zeer vriendelijk tegen die paar toeristen die er rond lopen. Velen maken een praatje. Veel Engels kunnen ze niet en regelmatig is het amper te verstaan. Sommigen weten ‘veel’ van Nederland: Amsterdam, veel rivieren, melk, kaas, koud weer.
Het geheel is zeer indrukwekkend. Als de zon onder gaat, is het afgelopen en wordt er in een lange rij gebeden. Een mooi gezicht: al die mannen voor de tombe met de licht kleurende hemel daar achter. Eigenlijk mogen we dat niet zien en zeker geen foto's maken.
We eten bij dezelfde Syrisch tent als gisteren en nu ook weer lekker buiten. Weer veel te veel en erg lekker. Dit keer lam in plaats van kip. We nemen er verse vruchtensappen bij. Kosten € 8 de man.

Zaterdag 11 februariNaar Naga
Er rijden veel paarden en ezels met wagens in de stad. Deze ziet er verder wel goed uit voor Afrikaanse begrijpen. Verharde wegen, schonen straten, weinig hoogbouw, veel winkels en straatverkoop.
Auto, SoedanWe gaan vertrekken voor de rondreis door het land. We zullen twee nachten kamperen en de andere nachten in Nubische huizen slapen. We zijn benieuwd. Er staan twee pickups, een landcruiser, drie chauffeurs, een gids en een kok voor ons klaar. Een laadbak is al geladen met tenten, matrassen, dekens, kookgerei; de andere wordt volgestouwd met onze spullen. Plastic en spanbanden er over en we kunnen vertrekken. We zijn benieuwd!
Het is afgelopen met internet. Pas als we weer terug komen in Khartoem zal er verbinding zijn.
Langzaam rijden we de stad uit. Het is redelijk druk op de weg in de stad, men rijdt rustig en houdt zich aardig aan de verkeersregels. Het grootste voertuig gaat vaak wel eerst. Men stopt voor verkeerslichten en voetgangers zijn niet vogelvrij. De meeste auto's zien er redelijk uit; overal worden ze gewassen en ook de banden krijgen een wasbeurt. Vreemd nietwaar? Er vaart helemaal niks op de Nijl waar het laag water is; de regentijd moet nog komen.
De weg is geasfalteerd en is prima te berijden. Er ligt veel troep langs de kant van de weg; vooral veel plastic zakken. We zien veel geiten en weinig groen. Lappententen doen dienst als theetenten en bieden bescherming voor de hoeders en vormen schaduw.
Voor water, ijs om het water koud te houden, en al het eten wordt gezorgd. Bij een gammel kraampje worden watermeloenen gekocht. Overal staan grote kruiken met water voor de dorstige reiziger. Op de markt doen we inkopen. Er hangen gevilde koeien en geiten en er liggen broden die we niet mogen fotograferen. We zien verder houtskool, groente, fruit, theetenten en levende geiten.
Het landschap wordt steeds droger. Vlakke kale geelgrijze vlakten met wat stekelboompjes, soms wat geiten of een man op een ezel met een paar overstekende koeien. Droog. Stof. Asfaltweg met vrachtwagens. Soms een kleine nederzetting met wat lemen hutjes, een stalletje met watermeloenen. In de verte een minaret.
Er zijn veel controles onderweg en telkens moet onze gids speciale papieren afgeven.
We rijden de geasfalteerde weg af en gaan stofhappen. Raampjes dicht, airco aan. Het landschap blijft hetzelfde. Soms lopen er wat kamelen.
We gaan Naga (of Naga'a of Naqa) bezoeken. Er is wat onenigheid tussen Awad, onze tourleider en de suppoosten van de site. Wij krijgen het idee, dat die in US$ betaald willen worden en dat dat niet gebeurt.
Dichtbij is een waterput waar mannen en jongens met ezels en kamelen water uit een put halen. Met een heel lang touw en een katrol halen ze het water op. Niet met een emmer, maar met een leren zak. Als je ziet hoe ver die beesten moeten lopen, zit het water heel diep. Van alle kanten komen mensen, vaak kinderen, met ezels en plastic flessen en karretjes met hele tanks water halen. Terwijl wij staan te kijken, bereiden de kok en wat chauffeurs onze lunch. De tafel wordt gedekt met een kleed, afgestoft, er staat voor iedereen water klaar. We krijgen Griekse salade, feta, tonijnsalade, heerlijk vers brood, watermeloen en een soort hondenbak met warme bruine bonen. Het smaakt heerlijk.
Naga, SoedanEr lopen een heleboel scarabeeën rond die gretig op een in het zand gegooide slok water en een stukje watermeloen afkomen.
Naga heeft verschillende tempels. Aan de ene kant van de weg liggen een Romeinse Kiosk en een Nubische tempel gewijd aan de god Apedemak. Deze werd meestal voorgesteld als een mens met een leeuwenkop. Soms ook van een god met het hoofd van een olifant. Ze zijn niet groot. Er zijn mooie bas-reliëfs te zien, zowel op de muren als op de pilaren.
Aan de andere kant ligt de Egyptische tempel gewijd aan de god Amon en is tussen 15 v.Chr. en 40 n.Chr. gebouwd. Er staan verschillende leeuwenbeelden voor de ingang en ook deze heeft mooie reliëfs.
We rijden een uurtje door naar een politiepost waar we gaan overnachten. Die staat in de middle of nowhere. Er is een omheind terrein wat geiten en schapen buiten houdt en vroeger ooit een echte camping is geweest. We kijken eerst bij de tempels van Musawwarat es-Sufra van de god Arensnuphis, die op loopafstand liggen. Ook hier mooie reliëfs. Bij de tweede heb je wat meer fantasie nodig.
Weer terug zetten we de tenten op; het zijn makkelijk op te zetten tenten. Er zijn matjes en dekens. Het voordeel, dat we bij de politiepost staan, is dat onze kok hun keuken kan gebruiken en wij de douches. Kunnen we mooi het stof afspoelen. Er zitten veel vliegen, maar die zullen verdwijnen zodra de schemer in valt. Dan komen waarschijnlijk de muskieten. We krijgen koffie en thee en relaxen. Veel meer is er ook niet te doen.
Omdat het blijft waaien, zitten er ‘s avonds geen beesten, wat erg fijn is. De temperatuur blijft goed.
Voor het diner dekt men onze meegebrachte tafels en er worden kuipstoelen bijgezet. Bij onze kampeerspullen zitten stapelbare krukjes. We eten rundvlees, rijst, salade en natuurlijk water en brood. Thee, koffie en koekjes toe, we blijven nog even kletsen en gaan om 21:30 uur naar bed. In het begin liggen we alleen in de lakenzak, maar halverwege de nacht gooien we toch de dekens over ons heen. We zitten nu nog laag, maar morgen slapen we in de bergen en zal het koud worden, zeggen ze.

Zondag 12 februariNaar Meroe
Ontbijt met smeerkaasjes, eieren en jam. Het brood is altijd lekker en iedereen krijgt elke dag een pakje koekjes. Die nemen we mee voor onderweg. Thee en oploskoffie is er ook altijd.
We breken de tent af en gaan op weg naar Meroe, dat ongeveer 200 kilometer ten noorden van Khartoem ligt. De auto’ s worden ingeladen. We kunnen onze tablet en telefoon opladen in auto met onze meegebrachte USB-autolader.
We keren terug naar de asfaltweg en komen in de stad Shendi waar we boodschappen doen. We mogen niet fotograferen, niet van de inwoners, maar van de politie. Er rijden veel ezelskarren in het centrum van de stad. Het is soms file rijden.
We krijgen een uur om de markt te bezoeken. Alle mannen lopen in het wit soms met donker jasje zonder mouwen. De vrouwen zijn veel kleuriger. Iedereen is vreselijk aardig. Welkom, hoor je overal. WIJ zijn hier de bezienswaardigheid. Straatverkopers wijzen ons waar de anderen thee zitten te drinken. Overal wordt je uitgenodigd om mee te eten. Een flesje koude cola kost € 0,30.
Het is een zeer kleurige markt met goed uitziende groente. Alles is netjes opgestapeld.
Meroe, SoedanAls we onderweg een agent zien, doen we snel de autogordels om. Ook hier staan heel veel kruiken met water en bekertjes voor de dorstige reiziger waar gretig gebruik van wordt gemaakt, maar niet door ons.
Bij een controle wordt onze auto aangehouden vanwege een barstje in voorruit. Alle chauffeurs gaan handjes schudden met politie en ze lullen zich er uit.
We gaan naar de piramides van Meroe. In dit gebied staan er zo’n 200 bij elkaar. In heel Soedan staan meer piramides dan in Egypte. Hier staan de piramides in groepjes bij elkaar. Een Italiaan heeft ooit alle toppen gesloopt in de hoop een schat te vinden en daarmee de piramides flink beschadigd. Eentje is er gerestaureerd, zodat we een idee krijgen hoe ze er vroeger uit gezien hebben. Ondanks dat is het een indrukwekkend gezicht. We bekijken verschillende sites.
Daarna rijden we naar de plaats die ons kamp zal worden voor vannacht. Een prachtig gebied met zandduinen en twee boompjes. Het is niet zo heel warm, maar de zon brandt toch. Het ergste is echter de wind. Die waait vrij hard waardoor er een constante lading zand en stof over ons heen geblazen wordt. De wind komt van alle kanten. Het waait zo hard, dat we moeite hebben om de tenten op te zetten. Je moet er zo snel mogelijk je bagage in zetten, anders waait hij gewoon weg. Dat gebeurt dus met de tent van Gerard die met flinke vaart onze kant op gewaaid komt. Martijn staat er met zijn rug naar toe en kan nog net bukken. Hij komt recht op Lia af en zij grijpt hem uit de lucht. Martijn houdt onze tent vast, terwijl Lia de rugzakken haalt en naar binnen schuift. Dan blijft de tent staan, maar waait wel alle kanten op. Op de punten leggen we grote zware stenen voor wat meer gewicht. Soms zijn we bang, dat alles samen de lucht in geblazen wordt. Zelf zitten we onder die ene boom die er staat in de schaduw en worden gezandstraald.
Dan gaan we lopend op pad. Tegen de wind in en dus krijgen we het zand in onze ogen. Of eigenlijk overal in, maar van de ogen hebben we het meeste last, ondanks de zonnebrillen die we dragen. Petjes moeten vast gehouden worden anders waaien ze weg. Wat soms toch nog gebeurt. Binnen de kortste keren staan er nomaden met kamelen bij ons. Of we een ritje willen maken. Alleen Birgit doet dat.
Tent, SoedanWe zitten vlak bij de grootste piramidesite. De meeste zijn ongeveer 30 meter hoog; de kleintjes niet meer dan een meter of zes, zeven. Hier werden vroeger o.a. koningen en koningin begraven, een traditie die 300 v.Chr. over gewaaid is uit Egypte. De leden van de koninklijke familie hebben niet de grootste piramide en man en vrouw liggen ver van elkaar verwijderd. Dat zegt genoeg over hun populariteit. Alle graven zijn geplunderd. Hier moeten kaartjes gekocht worden en er is warempel nog een andere toerist, een Italiaan.
De piramides liggen op de hoogste plekken in het landschap. Een enkele heeft nog mooie reliëfs. Bij de hoogst gelegen gaan we uit de wind zitten, een stuk van die Italiaan af, want die kan zijn mond niet houden en praat vrij hard. We kijken naar de zonsondergang, maar dat is niet veel. Er zit veel te veel stof in de lucht. Voor de eigenlijke ondergang is hij al niet meer te zien. Het is wel een heel mooi gezicht: die piramides met kamelen op de voorgrond.
De kamelen willen ons naar ons kamp brengen, maar het is niet ver en zo comfortabel is zo’n ritje nou ook weer niet.
De tenten staan er allemaal nog en de kok heeft ondertussen drie kippen klaar gemaakt. Soepje vooraf, thee en koffie toe. Omdat we wat hoger zitten, is het fris en hebben we allemaal onze fleecetruien aan. Het waait nog steeds behoorlijk en daar hebben de kok en chauffeur last van als zij hun tent gaan opzetten. Ze hebben er duidelijk weinig ervaring mee, maar willen geen hulp. Wij kijken met z‘n allen toe en geven commentaar. Het duurt even, maar uiteindelijk staat hij dan toch.
Overal in de tent ligt een laagje fijn zand, dat door de niet afsluitbare raampjes naar binnen is geblazen. We vegen het een beetje aan de kant, want je krijgt het toch niet weg. In de loop van de nacht gaat de wind liggen, trekken we dekens over ons heen, wakkert de wind weer aan. We voelen regelmatig een hoopje zand op ons gezicht terecht komen. Het zand zit werkelijk overal. We slapen redelijk.

Maandag 13 februariNaar Karima, Nuri
Het waait nog steeds, maar niet zo hard. Op gepaste afstand van de ontbijttafel zit al een groepje mannen, jongens en ezels met souvenirs. We kopen een krikri, een klein tasje, dat je om de hals draagt. Pas in de auto gaan de truien uit.
Vandaag rijden we naar Karima en daarvoor steken we dwars de woestijn over. Wel over een goede, verharde weg. Er zit heel veel stof in de lucht; het is soms een beetje heiig.
We passeren grote kuddes geiten met hoeders die soms op ezels zitten en soms op kamelen. Dat is toch altijd een mooi gezicht.Vrouw, SoedanMan, SoedanAls er getankt wordt, kopen we een paar flesjes koude cola. Verder geven we niks uit. In de auto staat een koelbox met ijs waar flesjes water in gekoeld worden. Die kunnen we altijd pakken. Ze zijn inclusief. Net als het eten.
Boodschappen doen we in Ad Damir op de markt. Men is duidelijk erg weinig toeristen gewend. We worden uitgebreid bekeken. Ook hier is iedereen erg vriendelijk en veel mensen willen graag op de foto. Veel fruit, vooral watermeloenen, theehuizen, kruiden. Bij de restaurantjes worden kippenlevertjes klaar gemaakt op hete stenen. Vaak worden we uitgenodigd om mee te eten. Veel proberen een paar woorden Engels. Soms met handen en voeten. Sigaretten kosten € 0,30 per pakje van 20 stuks. Ze zijn ook per stuk te koop.
We steken de Nijl over via een lange brug. We lunchen in de middle of nowhere waar een paar lemen gebouwen staan met gaten als deuren en ramen en een rieten dak. Buiten staan een paar vaten met water. We gaan binnen uit de zon eten. Op de markt is vers brood gekocht en warme bonen in saus die in de hondenbak warm blijft. Blikje tonijn er bij, komkommer, tomaat en ui en we hebben een lekkere maaltijd. Heerlijke watermeloen en bananen toe. Binnen het uur gaan we weer op pad. De weg blijft goed. Overal ligt woestijn om ons heen. Zand op de weg, Zand in de auto. Zand overal.
Het is niet zo warm vandaag, een graad of 25 slechts. En er staat nog steeds een straffe wind. Het is frisjes.
In Nuri gaan we weer op piramidebezoek. Er staan er hier 71 en vroeger zijn hier 51 koninginnen en prinsessen en 20 koningen begraven. Ook hier zijn de piramides beschadigd (door een Amerikaan). Mannen willen met Martijn op de foto. Zelf gaan ze op een steen op hun tenen staan, zodat hun lengte nog enigszins ergens op lijkt en dan zijn ze nog kleiner dan Martijn.
Als we terug willen, zit de auto op slot en zitten de sleutels in het contact. Iemand uit het dorp wordt erbij gehaald en die breekt de auto open zonder zichtbare schade. We kunnen weer verder.
Nuri, SoedanIn Karima slapen we in een Nubisch guesthouse. We zijn met z'n achten en hebben maar liefst zes kamers nodig. Met een beetje schikken en schuiven slapen de stellen in een eigen kamer en de alleen reizenden ook. Er zijn twee wc-douchecombinaties waar soms wat water uit de kraan komt. Soms ook niet. Er staat wel een emmer gevuld met water. Wij hebben geloof ik nog mazzel en kunnen ons redelijk douchen. Ach, we hebben het stof afgespoeld en we zijn opgefrist. Zo moet het maar.
Er ligt een grote stekkerdoos waar iedereen zijn spullen oplaadt. De mensen hier hebben ook mobieltjes. Als je die weg denkt, lijkt het soms alsof we een paar honderd jaar terug in de tijd zijn beland.
Op de binnenplaats worden onze tafels en krukjes neergezet. Sommige mensen vinden op hun kamer plastic stoelen met rugleuningen die ze buiten zetten. Zit toch wat comfortabeler. Het eten laat even op zich wachten. We krijgen weer soep, een andere dan gisteren, rundvlees, rijst en de dagelijkse salade, brood en fruit. Birgit heeft als verrassing een liter whisky! We krijgen allemaal een glaasje en genieten er van.
Het is vanavond echt frisjes. Iedereen draagt een trui of vestje, maar sommige hebben het dan nog echt koud.
Een deken is genoeg voor ons voor de nacht. We hebben de matrasjes uit de auto’s gehaald en als extra ondergrond op de bedden gelegd. We slapen prima.


Dinsdag 14 februariKarima
Ontbijt om 8:30 uur.
Over een onverharde, zanderige weg rijden we naar de ruïnes van het klooster Deir Ghazali. Het ligt ten zuidoosten van de stad. We zien opgravingen, potten, kinderen, vloeren, lage muurtjes, men is nog bezig met opgraven. Apart is de oude vloer van blauwe stenen.
Het is geen mooi weer vandaag: grotendeels bewolkt, niet warm en het waait. We krijgen weer volop zand over ons heen. De chauffeurs vinden het leuk om in het zand te rijden. De auto's rijden altijd in dezelfde volgorde en de laatste heeft er nogaKinderen, Soedanl eens een handje van om een afwijkende route te nemen en die auto zijn we dan ook regelmatig kwijt. Hij verdwaalt meestal.
De markt in Karima is niet veel. De mensen zijn ook hier vriendelijk, maar er is niet zoveel te zien. Geen bijzondere dingen. De gids en kok doen hier hun inkopen.
We lunchen in het guesthouse met o.a. een aubergine-prutje en overheerlijke grapefruits.
Siësta tot 16:30 uur.
We rijden naar een groepje piramides aan de rand van Karima bij de Jebel Barkal waar vroeger (derde eeuw v.Chr.) de Koesjitische koningen werden begraven. Het is een berg die als heilig wordt beschouwd; niet alleen in de oudheid, maar nu nog steeds. De grote zandstenen pilaar van de berg is vroeger in de vorm van een cobra gemaakt, het symbool van het koningschap. Het hele gebied staat op de Werelderfgoedlijst. In de berg is nog niet zo lang geleden een graf gevonden, dat nog aardig intact is. Er zitten prachtige reliëfs, sommige zijn mooi gekleurd. Je mag hier zo maar naar binnen en je kunt alles aanraken. Niet teveel tegelijk, want zo groot is het er niet. Er wordt nog volop gerestaureerd en die mensen lichten ons graag bij om een goed beeld te krijgen. Werkelijk prachtig.
Aan de voet van de berg ligt de uit de achtste eeuw v.Chr. stammende Amon-tempel. De toegang lag aan de rivier. Sommige vertrekken mochten alleen door de koning betreden worden. Bij ingang staat een groepje leeuwen. Het is een grote ruïne, er zijn nog nooit restauraties aan het paleis gedaan.
Jebel Barkal, SoedanWe klimmen in tien minuten via de rotsen de berg op, waarvan we mooi overzicht hebben over het hele terrein, Karima en de Nijl. De zonsondergang is weer niks. Via het zandduin wandelen we naar beneden. We zakken bij elke pas helemaal weg en komen zo heel gemakkelijk beneden. We hebben drie kilo zand in onze schoenen.
’s Avonds gaat de wind gelukkig liggen. Het is op dit moment erg fris voor de tijd van het jaar. De wind komt uit Europa. Voordeel is, dat deze goed is tegen de muskieten, want die zijn er niet.
’s Nachts waait het weer zo hard, dat Martijn de klappende wc-deuren vast gaat zetten.

Woensdag 15 februariNaar El-Kurru, Soleb
Zoals gebruikelijk om 7:30 uur ontbijt. We hebben altijd vers en lekker brood en fruit. De eieren zijn in tegenstelling tot gisteren goed. Toen waren ze zo blauw uitgeslagen, dat we ze niet gegeten hebben.
Het toerisme staat in Soedan nog echt in de kinderschoenen. Er zijn weinig hotels en degene die er zijn, zijn erg duur. Er zijn wel Nubische huizen en kampeerterreinen. Wij zouden elke nacht in een ander huis slapen, maar dat is telkens overal twee nachten geworden. Voor de laatste twee nachten heeft men nog niets gevonden, dus dat zou weer kamperen kunnen worden. We zien wel.
Ook het tanken van de auto’s geeft soms problemen. Benzine kost € 0,30 per liter.
We gaan op weg naar Soleb, naar het noorden.
Eerst bezoeken we de necropolis van El-Kurru, een stukje naar het zuiden. Ooit was dit een koninklijke begraafplaats. In de opgegraven tombes zijn prachtige gekleurde reliëfs te zien onder een mooi blauw plafond. Je mag er gratis in, maar niet flitsen en niet videoën. Men is bezig met een overdekte trap te maken die naar beneden gaat, richting piramide. Maar daar is verder niks; de piramide is ingestort en er is geen opening of zo. Vreemd. Er zitten nog veel meer graven in de grond en onze gids vindt, dat men bezig is met verkeerde dingen. Hier zie je hoe men hier letterlijk opgravingen doet.
Verderop is een stenen woud, waar geen toezicht is. Het is vrij groot, maar langzamerhand verdwijnt dit, doordat iedereen wat meeneemt. Hele stukken zijn in Egypte te zien.
De wegen naar de necropolis zijn bar slechte zandpaden. Naar Dongola rijden we over een goede asfaltweg.
Het landschap is zoals overal hier droog, zand, stoffig, kaal, uitzichtloos, lemen huisjes, ezelskarren, kinderen. Ook hier weer veel waterkruiken langs de kant van de weg. Op markten zie je die veel.
Er staat vandaag veel wind en er is weinig zon. Het is maar frisjes. Veel warmer wel dan thuis waar het sneeuwt.
In Karima kopen we op de markt de lunch voor onderweg. Het landschap wordt steeds kaler en leger. De weg blijft goed en er is amper verkeer. Om lunchtijd rijden we het zand in om te eten, maar we hadden net zo goed op de weg kunnen blijven staan. De hele tijd, dat wij gestopt zijn, is er geen auto gepasseerd. De lunch bestaat uit een broodje met warm bonenprutje, een banaan en een flesje koel water. Het smaakt goed en is genoeg.
Markt, SoedanIn Dongola stoppen we weer bij de markt. We lopen een half uurtje rond, drinken een koude cola en zien heel wat mensen bij de waterkruiken drinken. Door de plas water er onder, blijft dat lekker koel. Een man begint in zo’n slecht Engels tegen Martijn te praten, dat die sprakeloos is. De man denkt, dat Martijn geen Engels praat. We zien een Nubische vrouw met verticale lijnen in het gezicht onder de ogen, over de wangen dus, die getatoeëerd zijn. Heel apart.
Naar het noorden ligt de woestijn ineens bezaaid met stenen. Grote stenen. Het is maar een klein stukje. Ineens zijn ze ook weer verdwenen.
We rijden over een nieuwe asfaltweg, compleet met strepen. Volgens ons is dit dé weg naar Egypte. Maar waarom is er dan helemaal geen verkeer? Er rijdt helemaal niets.
Af en toe is er een controlepost, verder is er niemand te zien.
We steken de Nijl over en we verbazen ons weer, dat er helemaal geen boten varen. We hebben nog geen een gezien.
We slapen in Soleb in een Nubisch huis op een groot terrein. Er zijn acht kamers waaruit we kunnen kiezen. Ze zijn allemaal hetzelfde. Een kaal hok, een lemen grond, een raam, twee bedden met matras. Voor beddengoed en handdoeken moet je zelf zorgen.
Er is geen stromend water en elektriciteit van 19:00 tot 23:00 uur. Vier wc’s en twee douches met grote tot de rand toe gevulde tonnen met koud water staan klaar.
De oude, dove man heeft ook van die verticale lijnen in zijn gezicht.
De oude tempel, gewijd aan Amenhotep III, ligt op twee minuten lopen van het huis. We gaan er meteen naar toe, want de laagstaande zon schijnt er nu prachtig op. Er staan een aantal pilaren en een boog overeind. Er zijn duidelijke inscripties te zien. We dwalen er een tijdje rond en zien voor het eerst de zon ondergaan aan de horizon en dus niet achter de wolken verdwijnen. Aan die kant kleurt de lucht mooi oranje, de wolkjes boven de tempel kleuren helaas niet.
We eten vroeg. We zitten op een overdekte veranda waar het behoorlijk tocht. Het is frisjes. Om 20:30 uur gaan we al naar bed. Er is toch niets te doen en daar is het tenminste warm. Martijn krijgt onze beide dekens en Lia gebruikt onze meegenomen slaapzak. Zo krijgen we het zeker niet koud.
Doordat de maan nog niet verschenen is, zien we een geweldige sterrenhemel, compleet met melkweg. Prachtig zo veel sterren als er te zien zijn.

Donderdag 16 februariSoleb, naar Sai-eiland
Tempel in Soleb, SoedanIn de zon en uit de wind is het heerlijk. Daarbuiten is het koud en dus verplaatst iedereen stoelen en gaat in de zon zitten. Koude wind, geen wolken, blauwe lucht.
We maken vandaag een tripje naar het noorden. Eerst bekijken we de Soleb-tempel. Hoewel die maar op twee minuten afstand ligt, gaan we toch met de auto, want daarna gaan we meteen verder. Awad weet er het een en ander van te vertellen, zodat het meer gaat leven. Het is de best bewaarde tempel in Soedan. Er staan geen hekken omheen en iedereen kan overal lopen, op klimmen en alles aanraken. Er is geen toezicht.
Dwars door de woestijn rijden we door het zand. Af en toe komen we door een dorpjes. Veel mannen zitten buiten niks te doen. Ze hangen maar wat rond en wij vragen ons af waar ze van leven. De wegen zijn onverhard en niet al te best. Overal liggen plastic zakjes.
We stoppen dicht bij de Nijl, lopen een stukje en vinden een grot. Vroeger dacht men een keuken van rondtrekkende passanten gevonden te hebben geweest, maar het schijnt ooit een tempel geweest te zijn. In Sadinga staat van de tempel anderhalve pilaar overeind. Ooit is er iemand geweest om deze tempel te restaureren, de genummerde stenen zien we er nog naast liggen, maar die persoon is overleden. Sindsdien gebeurt er niets meer. Er is niet zo veel te zien.
Nog verder naar het noorden ligt een bootje in de Nijl, waarmee we naar Sai-eiland gaan. Maar eerst gaan we lunchen. Het waait hard en er stuift veel zand op. Achter een leeg huisje en onder een luifel is het net te doen. Lekkere salade met tonijn. Als we klaar zijn, ligt er op tafel (en ook op ons dus) toch al een dun laagje zand.
Met een bootje worden we naar Sai-eiland gebracht, een klein stukje varen. Het is een groot eiland met vier dorpjes. We klimmen in een aftandse jeep die op ons staat te wachten en we worden naar het oude fort gereden in Pharaonic Town. Dat is oud en vervallen. Net als de nabij gelegen Egyptische tempel. Op zich niet zo veel aan; er liggen opvallend veel potscherven. Wel hebben we mooi uitzicht op de Nijl en de daar achter gelegen heuveltjes. Langs het water is het groen, daarachter liggen wat zandduinen. Het is een leuk uitstapje.
Om 16:30 uur zijn we weer terug en relaxen.
We bestellen koffie en thee en Caroline heeft nog pakjes koekjes die we elke morgen bij het ontbijt krijgen. De wind is een stuk minder. Vandaag hadden we mazzel met de harde wind. Anders hadden er miljoenen vliegen gezeten en hadden we ons helemaal moeten inpakken.
Na het eten krijgen we weer een glaasje whisky van Birgit. Voor het slapen gaan, vergapen we ons weer aan de schitterende sterrenhemel.

Vrijdag 17 februariNaar Kerma/Dukki Gel
Woestijn, SoedanVandaag rijden we naar Kerma. Eerst een stukje over de ’snelweg’, erg langzaam, dan weer door het zand richting Nijl. Martijn zit voorin en heeft de routeplanner van de telefoon aan staan. De chauffeur is er helemaal weg van. Als die ook nog begin te praten, is hij sprakeloos en kijkt om zich heen waar die stem vandaan komt.
Het is een stoffige weg en vrij hobbelig. Bij Sese aan de Nijl staat op een heuvel een oud kasteel, dat ooit door de Turken is verwoest. We hebben prachtig uitzicht over de rivier, de smalle groenstrook met palmbomen en de woestijn er achter. Er is een klein dorp met een openlucht theater en een houten werktuig.
In deze streek zijn drie belangrijke tempels. Soleb en Sadinga hebben we al gezien; nu is de Ichnaton-tempel in Sese aan de beurt. Er staan alleen drie pilaren. Veel kinderen en vrouwen stromen toe om naar ons te kijken. Als we lemen huisjes passeren, zwaaien veel mensen.
Met een klein pontje steken we de Nijl over naar Delgo. We moeten even wachten, want hij is net vertrokken. Er staat een soort theehuis en we kopen een paar verschillende chocoladerepen. Kost 2 pond per stuk.
Er gaat een grote vrachtauto op, die is eerst, dan wij met twee auto’s. Onze laatste chauffeur is weer eens verdwaald en Pont, Soedankomt later aan; na een andere auto. Onze chauffeur dringt voor, want na hem is de boot vol. De andere auto heeft het nakijken.
Aan de andere kant is het net zo kaal en stoffig. Even verderop gaan we lunchen. Mannen zitten waterpijp te roken. Er is een winkeltje met snacks en koude drankjes en die kosten 5 pond per flesje. De prijs is overal hetzelfde.
Bij de derde cataract in de Nijl klauteren we omhoog voor een mooi uitzicht en we laten een groepsfoto van ons zessen maken door de Duitsers. Vroeger gingen hier de farao-karavanen door heen. Moeilijk voor te stellen. Hoe lang deden ze wel niet over zo'n cataract?
We zien prehistorische tekeningen op een rots bij Cebu. We moeten grote stappen nemen om boven te komen. De groene vogeltjes die er zitten, vallen bijna niet op tussen de groene bladeren.
Vandaag logeren we in een homestay in Kerma. Er zijn vijf kamers, waarvan één een grote zitkamer is en om in een kamer te komen, moet je door een andere. Wij hebben zes kamers nodig. Men gaat overleggen. Het duurt even, maar dan komen er nog twee kamers voor beide stellen. Een bed wordt in de zitkamer geplaatst, zodat iedereen toch een eigen kamer heeft zonder door iemand anders kamer te hoeven.
We hebben ons net zo’n beetje geïnstalleerd, als er een mevrouw komt die een beetje Engels praat. Ze heeft een mooiere kamer voor ons. Het is een enorme kamer met zes bankstellen en twee bedden die er een stuk beter uit zien dan in die andere kamer. Linoleum op de vloer in plaats van cement. Vier plafondventilatoren en een airco. Er komt stromend water uit de douches en er is 24 uur per etmaal elektriciteit.
We ‘borrelen‘ met thee en uit Nederland meegebrachte pinda’s.


Zaterdag 18 februariNaar Tumbus
Het was koud vannacht en de bedden zijn goed. We krijgen omelet bij het ontbijt.
Waterkruiken, SoedanWe rijden naar Tumbus aan de Nijl. We komen door dorpjes met lage lemen huizen. Overal hangen mannen in lange witte gewaden rond. Het is druk op straat. Veel karren met ezels. Veel kruiken met water. Zeer hobbelige wegen. Iedereen staart ons aan. Veel mensen zwaaien. De toegangspoorten tot huizen zijn in allerlei kleuren geschilderd. Ze steken mooi af tegen de lemen muren en zandwegen.
Bij Tumbus is een granietgroeve. Er ligt een metershoog koningsbeeld, omgevallen en niet afgemaakt. Het beeld is van koning Taharqa en ligt er al 3.000 jaar.
Dichtbij ligt een klein dorpje met een aparte moskee. Mensen zitten voor het huis te eten en, zoals vaak gebeurt, worden we uitgenodigd mee te eten. De huisjes in de dorpen stellen niet veel voor. De moskeeën echter zitten altijd goed in de verf. Je ziet wel waar het geld naar toe gaat. In de buurt liggen een paar rotsen waar inscripties op staan van o.a. Thoetmoses, een Egyptische koning uit de 15de eeuw v.Chr. Prachtig uitzicht op de Nijl met de smalle rand palmbomen. Er bloeit rode hibiscus en ook hier zitten in de groene bomen kleine groene vogeltjes. Vandaag is het half bewolkt en er staat niet zo veel wind.
De markt in Kerma is niet zo groot. Wederom zijn wij de belangrijkste bezienswaardigheid. Veel mensen willen op de foto. Vooral de witte mannen. Vrouwen zijn veel kleurrijker en hier lopen, in verhouding tot de rest van het land, best veel vrouwen gesluierd. De meeste dragen alleen een hoofddoek. Iedereen is uiterst vriendelijk. Vrouwen rijden auto, eten samen met mannen in restaurants, geven mannen hand. Het is hier niet zo streng islamitisch.
Lunch bij het guesthouse met o.a. heerlijke grapefruit.
Bij Dukki Gel (Kerma) zijn in 2003 beelden van oude Egyptische heersers uit de zesde eeuw v.Chr. gevonden. Deze staan nu in het museum. Van de oude Deffufa-tempel staan nog delen overeind; van de nabij gelegen ommuurde stad zijn alleen de contouren van de bebouwing te zien. De stad is minstens 9.500 jaar oud.
Man, SoedanVrouw, SoedanOp de markt moet er o.a. brood gekocht worden, maar dat lukt niet. Het meel moet blijkbaar uit Turkije komen en dat heeft ergens vertraging opgelopen. Er staat een hele drom mannen te wachten. Als het uiteindelijk gebracht wordt met een vrachtwagentje, is het brood snel gemaakt. Het bakken duurt slechts drie minuten. Het is in ieder geval lekker vers zo.
We moeten dus even wachten tot het zover is en gaan op een randje zitten. Aan de overkant zitten lokalen op een paar stoelen. Ze komen naar ons toe, pakken andere stoelen, stoffen ze af en bieden ze ons aan. Erg aardig.

Zondag 19 februariNaar Old Dongola
Karin klaagde gisterenochtend over de kou ’s nachts; 's morgens ziet ze, dat er extra dekens naast haar bed liggen.
Na het ontbijt lopen we eerst een stukje door het hoge gras. Aan een zijtak van de rivier staat een huis, dat ooit een immens herenhuis geweest moet zijn geweest. Arga noemt de gids het.
Er zitten veel irritante vliegjes, want het waait niet. We mogen blij zijn, dat het van de week op het eiland hard waaide.
We gaan op weg naar Dongola. Eerst even tanken in het dorp, dan over de asfaltweg er heen.
Om bij Kawa te komen, rijden we weer een stuk door het zand. Geen weg, maar een grote zandvlakte. De chauffeurs vinden dat wel leuk. Kawa is niet veel. Er schijnen tal van tempels gestaan te hebben en men hoopt, dat er nog wat onder het zand zit. Weinig dieren, een grote libel en een klein spinnetje.
Ineens zien we Aaldrik de woestijn in spurten. Een paar chauffeurs er achter aan. Blijken er briefjes geld van Awad weg te dwarrelen. Ze mogen blij zijn, dat het niet heel hard waait. Met enige moeite kunnen ze het weer grijpen.
De markt in Dongola is vrij druk. Overal horen we ‘hallo’ en 'welkom'. Men is zeer nieuwsgierig naar ons. Er lopen hier vrij veel gesluierde dames, maar toch meer met alleen een hoofddoek. Ook hier weer vrouwen met verticale strepen in het gezicht.
We eten in een klein restaurantje. Het is er druk. Wij krijgen onze eigen borden en bestek en onze kok zorgt voor ons eten. Salade en verschillende prutjes komen op tafel. Brood er bij. Andere gasten eten erg snel. Binnen vijf minuten zijn ze klaar en weer vertrokken. Vrouwen mogen ook in de restaurants eten; zelfs zonder man. Er zit er één met een paar kleine meisjes, en een man met een gesluierde vrouw die het eten achter haar hoofddoek weg moet stoppen. Men eet met de handen. Leuk en lekker ook.
Het is een stuk verder rijden dan we gedacht hadden naar Old Dongalq. We zijn nu in Dongola, blijkbaar New Dongola, en wij verwachten dat Old Dongola er naast zal liggen. Niet dus. Het ligt 125 kilometer naar het zuiden.
Midden in de woestijn is een pleisterplaats. Een paar theetentjes, wat winkeltjes. Verder niets. We drinken er thee en koffie. Dan gaan we weer verder.
Kamelen, SoedanLangs beide kanten van de weg staan grote groepen kamelen met kamelenhoeders. Een grote groep steekt de weg over. Machtig gezicht.
Het pontje over de Nijl, dat ons over moet zetten, vaart niet. Het zou fijn geweest zijn als dat bij de afslag van de weg gemeld zou worden. We moeten een stukje door het rulle zand en komen met twee auto's vast te zitten. Zodra je stil staat, zakt de auto weg in het zand. Het duurt even, we graven ze uit , duwen ze aan en dan gaan naar de asfaltweg.
We moeten een kilometer of vijftig om rijden om in Al Dabbah de brug te pakken om de Nijl over te steken en daarna dat stuk ook weer terug. Pas goed 19:00 uur komen we aan. De vliegjes zitten er nog steeds, maar zodra het donker wordt verdwijnen ze. Ze zijn verschrikkelijk irritant, maar ze steken gelukkig niet.
Het huis in Old Dongola is niet veel. Wij krijgen, net als Aaldrik en Caroline, een aparte kamer. Er ligt zand op de vloer, maar er is wel elektriciteit. Er is alleen stromend water als je een schakelaar omdraait en dan komt er water uit een tuinslang. De anderen moeten in de salon slapen. De Duitsers hebben daar grote problemen mee, want zij ‘hebben betaald voor een eenpersoonskamer’ en die moeten ze krijgen ook. Kamperen willen ze ook niet. Karin en Gerard hebben net zo goed een eenpersoonstoeslag betaald, maar zeuren niet. Het komt allemaal goed. Even verderop is nog een huis waar de Duitsers gaan slapen.

Maandag 20 februariOld Dongola
Old Dongola, SoedanWe lopen naar de overblijfselen van Old Dongola: een fort, een ruïne van een fort en een begraafplaats. Op die begraafplaats liggen hoopjes zand met daarop kleine steentjes, zodat het zand niet weg waait. Er staat een aantal grote tombes, allemaal rond en van klei. Niet versierd. Hier werden vroeger imams begraven. De meeste zijn stuk. In de degene die nog heel zijn, huizen in de nok vleermuizen. De woestijn is prachtig gekleurd.
We gaan naar de markt in Akaddar, maar helaas, vandaag geen markt. Morgen weer, maar dan zijn we er niet meer.
Aan het eind van de middag rijden we naar zandduinen, iets ten zuiden van Old Dongola. Ze kleuren prachtig in het zonlicht. Een messcherpe vouw breekt het beeld door midden. Een chauffeur rijdt een heel stuk met de auto omhoog, totdat hij weg zakt in het rulle zand. Hij komt er heel gemakkelijk uit. We klimmen een heuvel op voor het beste uitzicht en zien de zon zakken achter de horizon. Prachtig.
Het rijden door het rulle zand redden we net met onze auto. De vierwieldrive doet het niet al te best.

Dinsdag 21 februariNaar Khartoem
Duin, SoedanVandaag rijden we terug naar Khartoem. Het eerste stukje nog door het rulle zand, want in Old Dongola zijn geen verharde wegen, en daarna over de goede asfaltweg. Het landschap aan beide kanten van de weg blijft wel steeds zand. Zand zover als je kunt kijken. Af en toe wat lemen huisjes en soms, in de middle of nowhere, een kruik met water langs de kant. In de verte zien we af en toe palmbomen. Dan weten we, dat daar de Nijl ligt. Soms lopen er ineens wat kamelen rond. Een enkele buizerd in de lucht. Verder niets dan zand. In de woestijn liggen veel kadavers van dieren. Die laat men gewoon liggen. Na een maand zijn ze helemaal uitgedroogd.
Het is een paar honderd kilometer rijden. Het eerste stuk gaat langs de Nijl, daarna dwars door de woestijn.
Als de mannen in het wild plassen, knielen ze in het zand. Wel zo handig met die altijd aanwezige wind.
We lunchen onderweg in een kaal tentje. Een klein gebouwtje met wat tafels en stoelen en een keuken. Je mag in de keuken je zelf meegebrachte waren klaar maken. We gebruiken ook onze ‘eigen’ borden en bestek. Thee en koffie kopen we van het tentje. Natuurlijk staan er ook kruiken met water en is er een gebedshoekje. Want er moet natuurlijk regelmatig gebeden worden. Heerlijke watermeloen als toetje.
Er komen steeds meer bosjes in de woestijn. En ook meer kamelen.
Dichter bij Khartoem wordt het drukker. Op de weg rijden meer auto’s. Het eerste deel waren er bijna geen andere. Er verschijnen meer fabrieken, hekken, centrales en mensen. En vuilnis. Er zijn meer politiecontroles en dicht bij Khartoem doen we bij die controles de veiligheidsriemen van de auto om. Dat is lang geleden.
We komen lekker op tijd aan bij het hotel in Khartoem. Zodra we binnen komen, beginnen allerlei telefoons en tablets te rinkelen. Elf dagen geen internet levert een hoop berichten op.
We nemen afscheid van de chauffeurs en kok, geven fooien en onze chauffeur krijgt onze USB-autolader.
We springen meteen onder de douche waar we het zand uit onze haren wassen. Er ligt een heel laagje in de douchebak.
We eten bij het ons inmiddels vertrouwde Syrische restaurant. Lekker buiten met o.a. een lekker vers sapje. Het is even wennen aan het harde bed, maar we slapen goed.

Woensdag 22 februariKhartoem
Om 9:00 uur verzamelen we voor het laatste dagje van de vakantie in Soedan.
We gaan naar het Etnografisch Museum, dat vandaag wel open is. Het is mooi, klein en gratis. Er zijn nog veel meer spullen dan er getoond worden en ze hebben ruimte, maar geen zin om die in te richten, want dan zou er gewerkt moeten worden. Dit is Afrika!
Daarna gaan we naar het Kalief-huis, dat is opgesteld. Er is niet veel te zien. Aan de overkant ligt het mausoleum met de tombe van Muhammad Ahmad.
We lopen even over de markt en willen een petje kopen. Veel handel ligt uitgestald op straat op kartonnen dozen. Als er ergens wat wordt geroepen, zijn binnen tien seconden alle handelaren met hun waren verdwenen en staan de dozen er verlaten bij. Die worden door anderen snel opgeruimd, zodat ze morgen weer beschikbaar zijn. Illegale handel dus.
Bij Dodi lunchen we. Een soort Arabische McDonald’s. Er zitten opvallend veel vrouwen binnen. We bestellen Arabische broodjes met kip en vlees. Sausjes er bij, salade en gebakken falafels, vers geperste citroenen erbij als sapje. Verschillende zoetigheden als toetje verdelen we met een mes, zodat iedereen alles kan proeven. Erg lekker.
Bij het hotel nemen we afscheid van Awad en houden we daarna siësta.
We eten voor de laatste keer bij de Syriër en gaan naar bed tot middernacht.

Donderdag 23 februariNaar huis
We worden opgehaald en naar het vliegveld gebracht. Het vliegtuig vertrekt om 3:00 uur en via Istanboel vliegen we naar Amsterdam. Dit keer in volle vliegtuigen. We komen 's morgens om 11:00 uur aan; net voor de storm die 's middags los barst en waardoor veel vluchten worden geannuleerd.

Dit was een MTI-reis.