Afrika

Donderdag 14 februari Naar Mbarara – 148 km

We hebben een vrije ochtend bij het meer; om te zwemmen, te varen, te wandelen, maar het is bewolkt en frisjes. We douchen en spoelen de vuile kleren uit en hangen ze over een hek. We houden het weer in de gaten, want het ziet er niet goed uit. Na het ontbijt barst er een enorme bui los en iedereen rent om z'n was binnen te halen en de tenten goed te sluiten. Na een uurtje is het weer droog, maar alles is klam en vochtig. En de grond is overal een baggerzooi. Om 13:00 uur vertrekken we naar Mbarara, ook wel Mbrara of Mbra genoemd. Deze plaats ligt richting Victoriameer, waar we morgen naar toe gaan. Om dan de afstand wat korter te maken, rijden we vandaag al een stuk in die richting. Er is veel bebouwing onderweg en veel huizen hebben golfplaten. Veel huizen zijn felgekleurd en staan vol met reclame. De genoemde organisaties betalen de verf. We zien enorme bananenplantages en veel ananassen. Er wordt veel aan de weg gewerkt, zodat het allemaal niet zo snel gaat. Vrachtauto's zijn zo volgeladen met mensen, dat er echt niemand meer bij kan. Aan alle kanten hangen ze er aan. In Mbra is de camping bij een soort universiteit.

Vrijdag 15 februari Naar Bukoba (Tanzania) – 305 km

Strand BukobaWe rijden naar Bukoba aan het strand van het Victoriameer. De weg is vrij saai en eentonig. De grens naar Tanzania is binnen een uur gepiept. Oeganda uit gaat snel, Tanzania in wat langzamer. De eerste persoon moet nog vingerafdrukken maken en op de foto; de tweede alleen vingerafdrukken en van de rest geloven ze het wel. Het is bijna lunchtijd, misschien dat dat de reden is. In Bukoba gaat iedereen naar de geldautomaat. We hebben echter nog veel contante dollars en willen die wisselen. Er zijn drie balies in gebruik en er wachten nog vier mensen voor ons. Sommige proberen bij ons voor te dringen, maar het duurt allemaal zo lang, dat we dat niet toelaten. Het duurt en het duurt. Het gaat allemaal met een slakkengangetje. Uiteindelijk zal het drie kwartier duren voordat we shillingen hebben. BananenDe mensen bij de pinautomaten zijn dan ook net klaar. Dat ging ook niet snel, hoewel er twee apparaten waren. We rijden naar het strand waar we wachten tot de boot naar Mwanza zal vertrekken. Een aangenaam strand met eet- en dranktentjes. Een biertje (Kilimanjaro-bier) kost 2500/3000 shilling, € 1,25/€ 1,50. Een bord koude frietjes en een stuk vis kost € 2,50. Ook hier zullen we niet arm worden. Met twee busjes worden we naar de boot gebracht die gedurende de nacht het Victoriameer zal oversteken naar Mwanza. We krijgen eerste klasse tweepersoonshutten met een stapelbed en een wasbak. Het is gelukkig schoon. Naast onze groep is er nog een handjevol blanken. Wij slapen op het middendek; het benedendek is voor de plaatselijke bevolking, die de eerste klas niet kunnen betalen. Als we het bovendek bekijken, blijken we de bananenboot te zijn. Hij ligt helemaal vol met bananen. Aan de ene kant staan afwasteiltjes met grote gele bananen; allemaal gemerkt, en aan de andere kant liggen enorme kammen groene bananen. Ze vormen hele muren van bananen. In de (bananen)bar drinken we een biertje, totdat de boot een tussenstop maakt in Kemondo. We gaan buiten kijken en zien op de kade nog veel meer bananen. En die moeten allemaal onze boot op. De stop duurt een half uur en overal zie je mannen rennen en bananenkammen en bananenteiltjes aan boord brengen. We hebben Afrikanen nog nooit zo hard zien werken. De laatste tros bananen komt aan boord als de trossen al los zijn. Op het bovendek is geen plekje meer vrij. Overal zie je bananen.

Zaterdag 16 februari Naar Mwanza

Om 7:00 uur komt de boot volgens plan aan. We gaan ontbijten in een tentje tussen de lokalen. Het is er erg druk en de mensen schuiven bij elkaar aan de tafeltjes. Ook bij ons komt er regelmatig eentje zitten. Ze spreken goed Engels en kunnen een praatje met ze maken. Eentje komt er blijkbaar elke dag, want iemand komt meteen met slippers aangedragen en terwijl hij eet, worden z'n schoenen gepoetst. Om tien uur kunnen we in het hotel en daarna gaan we de stad in. Mwanza is de tweede stad van Tanzania achter Dar es Salaam. Het is echter geen grote stad en alles is makkelijk te belopen. We gaan eerst naar het toeristinformatiekantoor voor een plattegrond. Het meest markante punt van de plaats zijn twee rotsen in het water, de Bismarck Rock. Verder is er niet zo heel veel te zien. We dwalen een poos over de markt, die wel erg leuk en erg groot is. We drinken wat en eten een pizza in het ontbijtcafé van vanochtend. Na een middagdutje gaan we bij de Royal Pub, waar we 's middags ook al waren, eten. We bestellen een grote vis en frietjes. De maïspap die alle lokalen eten, willen we niet. Dat hebben we eerder geprobeerd en hoeven we nooit meer.

Zondag 17 februari Naar grens Serengeti

Mousebird's Ochtends hebben we vrij. Er moeten boodschappen gedaan worden, de winkels gaan pas om 9:30 uur open, en wij maken van de gelegenheid gebruik om het verslag bij te werken en wat te lezen. Om 12:00 uur gaan we ergens buiten de stad lunchen en wij besluiten om 10:30 uur daar al met de taxi naar toe te gaan, want bij het hotel is verder niets te beleven. Dat blijkt geen slechte keuze. We zitten daar hartstikke mooi aan het water op het strand. De rest van de groep komt uiteindelijk pas om 13:15 uur. Wij zien ondertussen een heleboel roofvogels op het strand, sommige liggen helemaal uitgestrekt te zonnen, veel vissende ijsvogels, mousebirds en kolibries. In een boom stikt het van de gele wevers die in en uit hun nestjes vliegen. Een zwartkopfiskaal valt tussen hen met zijn rode veren erg op. Het is een graad of dertig. Heerlijk. Daarna rijden we naar het noorden naar de westelijke ingang van het Serengeti N.P.

Maandag 18 februari Serengeti

SecretarisvogelTegen tienen rijden we de Serengeti binnen. Het wordt een grote gamedrive naar de kampplaats. We zien veel gnoes, impala's, Grants gazelles, zebra's, veel met jongen, olifanten, apen, een secretarisvogel, giraffen, parelhoenders, aardvarkens, grondneushoornvogels, roofvogels, vier hyena's waarvan een vrouwtje terug loopt naar de weg waar blijkbaar een hol met jongen zit. Nijlpaarden, ooievaars, maraboes die met uitgeklapte vleugels staan te zonnen, neushoornvogels. Het landschap is erg groen en overal staan plasjes water. We maken een korte stop bij het informatiecentrum en kopen meteen een fles koud bier. Dat hadden hier we hier niet verwacht. In de buurt lopen een heleboel dassies. In dit deel van de Serengeti zitten heel veel tse tse vliegen. We smeren ons in, maar ze steken overal; ook door kleren heen. Iedereen zit met slippers, sandalen en kranten in de hand om ze dood te meppen. Je moet hard slaan, want ze zijn erg taai. Bij eentje blijft een heel bloedspoor op het raam zitten. Die heeft net z'n galgenmaal gehad. Het ergste is, dat je er grote bulten van krijgt, die een paar dagen enorm jeuken. Hopelijk loopt niemand de slaapziekte op.

Dinsdag 19 februari Serengeti – 140 km

Gamedrive: jakhalzen, een nijlpaard op de kant, veel hyena's, vier luchtballonnen, mooie opkomende zon, een vrij zeldzame genetkat, jakhalzen, een groep van 13-15 giraffen, bosvarkens, dassies, parelhoenders, een groep hyena’s met prooi in de bek, buffels, zebra's, dikdiks, mangoesten, een halve leeuwin (de rest zit verborgen onder een struik en is niet te zien), veel vogels, een hamerkop, kolibries, lilac brested roller, hele kleine fel gekleurde vogeltjes. Sommige mensen zijn zo geobsedeerd door de dieren die ze zien, dat er spontaan nieuwe soorten ontstaan. Zo weten ze zeker, dat er hygiena’s lopen en ook zijn er wifianen gesignaleerd. Het is een echt savannegebied met talloze kopjes. Het is erg mooi. We zitten vastTot we vast komen te zitten. Muurvast. Juan en Jan proberen van alles, maar het lukt niet om weg te komen. Een auto passeert en die heeft, blijkt later, de kampleiding ingeschakeld. Een jeep met vier rangers komt ons helpen. En nog lukt het niet. Pas als twee auto's ons er samen proberen uit te trekken, lukt het. Het heeft tweeënhalf uur geduurd en al die tijd zijn wij buiten de truck in het veld geweest. Terwijl je normaal nooit de auto uit mag. Maar dit is overmacht. Gelukkig zitten we wel in een gebied met weinig wild. 's Middags worden jeeps gehuurd met rangers die het terrein kennen. Hierdoor zien we meer wild. Drie leeuwen die een giraf hebben gedood; de jakhalzen zitten klaar en de gieren zweven er al boven. Topi's, een groep van 300 buffels, een secretarisvogel in een boomtop, struisvogels, bavianen, vervet (blauwbal) apen, gieren en een luipaard hangend in een boom. Het wordt erg donker, maar meer dan een paar spetters regent het niet. Op de camping is meer regen gevallen, zo te zien. Gelukkig hadden we onze tent goed afgesloten. Lia heeft met haar kookploeg vandaag een makkie. Als we terugkomen van de gamedrive, staat het eten al klaar.