Afrika

Artikelindex

Vrijdag 25 januariKalebo – Turkana-meer

Er is vannacht wel wat zand naar binnen gewaaid, maar verder hebben we heerlijk geslapen.
Wij doen vandaag lekker rustig aan en gaan niet mee met de groep die naar een eiland in het meer gaat. We doen eerst de was die we op een lijntje hangen. Met dit weer, zon en harde wind, zal die snel droog zijn.
Wij lopen het dorp in en zien bij het Oase Hotel een opstootje buiten het hek ontstaan. Binnen dat hek staan mensen van de partij die T-shirts uitdelen waar echt om gevochten wordt. Als het hek opengaat, moeten de partijmensen rennen. We lopen de 'winkelstraat' door waar mooie vrouwen de plaatselijke goederen verkopen.
VerkiezingVerkiezingEven verderop is het bingo: een grote verkiezingscampagne. Op het pleintje is een bobo-tent gebouwd en daarvoor staan verschillende groepen Turkana-mensen. Elke groep verschilt van elkaar door kleding en hoofdbedekking. De prachtigste mensen staan er. Zodra er een auto met 'belangrijke' mensen komt, gaan die op de schouders en worden rondgedragen. Daarna lopen ze de verschillende groepen langs die dan prompt beginnen te zingen en te dansen. Het is een geweldig spektakel. Het zijn vooral de vrouwen die er mooi uit zien; de mannen dragen veelal een gewone lange broek en een shirt. Een enkeling heeft een mooie hoofdtooi met een veer.
De mensen zijn erg vriendelijk en een man vertelt ons dat foto's maken vanaf een afstandje geen probleem is. Dichtbij wel. Dat maakt ons niet uit, want met een telelens kom je een heel eind. Veel mensen spreken wat woordjes Engels. Een van die parlementsleden die herkozen wil worden, komt ons een handje geven.
's Middags is het 40º in de schaduw en het is dan ook erg warm. We drinken de hele dag door water en cola. Als we later weggaan, dragen we een natte handdoek in onze nek en maken we ook Martijns hoedje nat. Door de wind die er nog steeds waait, koelt dat lekker af.
Kushi-vrouwenTegen vieren gaan we een Rendille-dorp bezoeken. Hier wonen Kushi-mensen die uit Somalië komen en ze dragen dierenhuiden en, wederom, vele kettingen. Aan de versierselen kun je zien of ze getrouwd of verloofd zijn en kinderen hebben.
De zonsondergang kijken we bij het Turkana-meer, waar een andere groep Turkana-mensen voor ons danst.

Zaterdag 26 januariNaar South Horr – 85 km, 1000 meter hoogte

Het waaide hard vannacht en het de wind door de palmbomen maakte veel lawaai. Toch goed geslapen.
We verlaten het Turkana-meer en gaan naar het zuiden, naar South Horr. Voor de zekerheid nemen we weer twee militairen mee aan boord. Al snel zijn er problemen met de remmen, maar dat is niet zo ernstig dat we niet verder kunnen, omdat er vandaag geen grote afdalingen zijn.
Het landschap verandert snel. Soms heel droog, veel zand en zo'n slechte weg, dat Parijs-Dakar er niets bij is. Daarna wordt het snel groener en waait het minder. Naast een paar kleine nederzettingen zien we niet zo veel: één struisvogel, twee auto's, een bosje parelhoenders en een neushoornvogel.
De camping is South Horr is even wennen: vrij groot, druk, en zelfs wat andere toeristen. We krijgen een overheerlijke lunch en terwijl Jan en Juan aan de truck sleutelen, maken wij ons verslag, douchen en drinken een biertje. Zowat alle medereizigers drinken bier (sommige bij gebrek aan wijn) waardoor het koude bier altijd snel op is.
We eten in het restaurant zodat we niet hoeven te koken. Het smaakt prima. Na het eten maken we bij de tenten een kampvuur. Gezellig.

Zondag 27 januariNaar Maralal – 150 km, 2000 meter

Er stond vannacht geen wind en we stonden onder de bomen, zodat we geen sterren konden zien.
Na het ontbijt moet iedereen de drankrekening betalen en dat kost nogal wat moeite. De eenvoudigste bedragen worden met een rekenmachientje opgeteld. Er is weinig wisselgeld en dat alles moet genoteerd worden. Het duurt en duurt. Wij gaan ons er mee bemoeien en dat werkt wel enigszins.
Daarna gaan we op weg naar Maralal. Het eerste stuk van de weg, veertig kilometer staat op de kaart aangegeven als een redelijke weg; de rest, 120 kilometer, staat helemaal niet aangegeven. Dat belooft wat.
Samburu-manOnderweg zien we een prachtige Sumburu-man lopen, compleet met grote veren op zijn hoofd. Supersnel maken we een foto vanuit de truck, die wonderbaarlijk gelukt is.
Al snel hebben we een pauze want er zit weer eens een steen tussen de wielen. Binnen de kortste keren zijn we omringd door kinderen die wel gezellig zijn. Ze spreken redelijk Engels en bedelen niet. De meisjes dragen rode kralenkettingen om hun nek. Aan de hoeveelheid kun je een beetje de leeftijd aflezen en als ze getrouwd zijn, dragen ze speciale oorbellen.
We gaan weer op pad over de slechte weg en hobbelen langzaam verder. Het schiet niet zo op. Dat is niet erg, want er buiten genoeg te zien. Het landschap wisselt regelmatig en is erg groen. We zien wat bavianen, dikdiks, een struisvogel en een paar secretarisvogels. Het mooiste is echter een kleine valk die net een slang heeft gevangen en met zijn buit voor de truck langs vliegt. Spectaculair. Even verder landt hij in een boom dicht langs de kant van de weg en kunnen we hem goed bekijken.
De weg stijgt langzaam van 1000 naar 2500 meter om uiteindelijk in Maralal te eindigen op 2000 meter. De temperatuur scheelt een jas.
We rijden steeds verder, happen stof, zien een enkele andere auto en wat dorpjes waar iedereen uitloopt om naar ons te zwaaien.
Totaal rijden we 150 kilometer en doen daar tien uur over.
In Maralal worden we opgehaald door de Nederlandse man op wiens terrein we vannacht zullen slapen. We nemen de beste weg naar de heuveltop waar de camping is en die weg is erg slecht en soms (te) smal. Het kost de truck en Juan de nodige moeite om helemaal boven te komen. Een boompje moet het ontgelden. We zetten snel de tenten op en gaan daarna op het terras wachten op het eten onder het genot van een biertje. We eten, op verzoek, zelf gemaakte kroketten en frietjes met mayonaise. Voor de verandering erg lekker.
We gaan vroeg naar bed, want we zijn redelijk gesloopt door de lange rijdag.

Maandag 28 januariMaralal

Het was vannacht stil en fris. Het is niet kouder geweest dan 14º, maar door de warmte van de afgelopen dagen, voelde het kouder aan.
Nu pas zien we hoe mooi deze plaats ligt: boven op een heuveltop met aan alle kanten uitzicht. De hardloper Daniel Parisa woont hier en is geadopteerd. Hij is aan het trainen voor de Dam tot Damloop.
Na het uitgebreide ontbijt lopen we naar Maralal en bezoeken daar een school met gehandicapte kinderen. We kijken een poosje rond en geven een donatie.
Dan gaan we naar de bank, waar de ATM niet werkt. Iedereen heeft wel wat dollars die gewisseld moeten worden. Als je bedenkt, dat het per persoon een kwartier duurt, kun je uitrekenen hoe lang het duurt, voordat iedereen shillings heeft.
Lia laat een naadje van haar schoenen stikken voor 150 shilling en we kijken naar alle winkeltjes. Dat zijn er nogal wat en het is er goed druk. Maralal is de grootste stad in de omgeving. Op straat lopen verschillende Samburu-mensen in hun traditionele klederdracht.
Er worden boodschappen gedaan om de voorraden van de truck aan te vullen. Gelukkig is er een lokale gids bij die weet waar een en ander te krijgen is. Aan de winkeltjes kun je dat bijna niet zien. Alleen het brood is een probleem en hebben ze niet genoeg. Ze bestellen het restant voor morgenochtend acht uur. We laten ons en de boodschappen terug brengen in een open wagentje. Met z'n zevenen staan we achterin en zwaaien naar alle verbaasd kijkende mensen.
Op de heuveltop wordt een Samburu-dans voor ons opgevoerd. Die mensen staan beneden en willen dat wij naar hen toe komen. Dat doen we niet en dan komen ze naar ons toe. Er danst een groep van een man of acht. De belangrijkste man draagt lange haren en een verentooi. De jongsten hebben kort haar dat is ingesmeerd met roodbruine klei. OryxDe andere hebben doekjes op hun hoofd dat hun haren verbergt. Ze sparen voor lang haar, maar alleen de hoofdman mag dat openlijk dragen. Iedere nacht wordt met zorg het haar ingepakt en 's morgens opnieuw ingesmeerd. Iedereen moet respect tonen aan de hoofdman.

Dinsdag 29 januariNaar Samburu N.P. – 190 km

We staan vroeg op en pakken alles nat in. De tenten zijn nat van de dauw; het heeft niet geregend.
In Maralal stoppen we om het brood op te halen, maar men weet van niks… This is Africa!
We rijden naar Samburu N.P. over een zeer slechte weg en zullen er de hele dag over doen. Het landschap is zeer afwisselend en heel erg mooi. Omdat we zo langzaam rijden, zien we veel onderweg: zebra's, grote traps (of is het trappen), dikdiks, blauwe salamander met oranje kop, wat toeristen, grijze loerie, valk met slang in een boom, struisvogels, kuddes met geiten en koeien met herders in Samburu-kleding, vrouwen met dikke rijen kettingen.
Net voor het nationale park zien we zes olifanten, apen een gemsbok in de berm, een giraf.
We slapen in het Samburu N.P. en op weg naar de camping maken we meteen een gamedrive. We zien olifanten poedelen in het water, Grants gazellen, impala's, parelhoenders, bavianen, gemsbokken, dikdiks, een witbuiktoerako (in het Engels een go-away-bird genoemd), wrattenzwijnen en op het eind drie leeuwinnen. die wat rond lopen.
Op de camping eten we hutspot. Weer eens wat anders.