Amerika

Maandag 15 oktoberAtitlán-meer

Een vrije dag aan het Atitlán-meer. We maken een wandeling van San Pedro via San Juan naar San Pablo. Over de heenweg doen we er circa drie uur. Een stuk lopen we dwars door de velden over hele smalle paadjes. Overal zijn mensen aan het werk. Iedereen is bijzonder vriendelijk en zegt al zwaaiend dag. Veel bloemen langs de kant van de weg, veel padden, hagedissen, mooi gekleurde vlinders en kleine vogeltjes. 't Is knap warm. Hier heb je vooral 'berg op' last van. In San Juan drinken we in een klein winkeltje cola: ƒ 0,25 per flesje. In San Pablo zijn de mensen iets minder vriendelijk. Misschien omdat het meer toeristen trekt vanwege hun werk: touwslaan. Werkelijk het hele dorp is er mee bezig. Volgens ons moeten de kinderen al mee helpen als ze amper kunnen lopen.

Meer van Atitlán

We slenteren een poosje rond en willen met de boot samen met Wout en Ria en Machiel terug te gaan. Als we echter op het kruispunt staan om naar de aanlegsteiger te gaan, zien we de boot net vertrekken. We besluiten om toch maar terug te lopen. Intussen is het bewolkt en de weg loopt iets meer naar beneden. Daardoor zijn we in anderhalf uur al weer terug. Na een verkwikkende, koude douche lezen we de rest van de middag wat.
's Avonds eten we met z'n allen in het bij het hotel behorende restaurant. Lekker.

Dinsdag 16 oktoberNaar Antigua

Om 7:15 uur zitten we aan de omelet, pannenkoek met banaan, yoghurt met vruchten en sinaasappelsap.
De boot vaart, nagezwaaid door de familie van het restaurant, terug naar Panajachel. Santa Catalina-klooster met Agua-vulkaanHier staat de bus al gereed om ons naar Antigua te brengen. Dit is de vroegere hoofdstad van Guatemala en volgens iedereen is Antigua pittoresker en heeft het meer monumentale gebouwen dan Guatemala-stad, de huidige hoofdstad. We gaan bij een oud huis in koloniale stijl (van Popenoe) naar binnen. Die familie heeft het hele huis gerestaureerd en vervolgens allerlei meubelen verzameld. Dat is begin deze eeuw gebeurd.
We wandelen via de kathedraal naar de San Fransisco-kerk, het Santa Clara klooster, El Carmen en La Merced. Alle grote gebouwen zijn bij de laatste zware aardbeving van 1773 verwoest (op de kerk van La Merced na). Lange tijd is er een opbouwverbod geweest, vanwege de vele aardbevingen achter elkaar. Later is men toch begonnen met restaureren. Antigua staat nu helemaal onder 'monumentenzorg'.
's Avonds komen we met het eten, net als 's middags, Wout en Ria tegen. Da's nou al zo vaak gebeurd. Wel gezellig trouwens.

Woensdag 17 oktoberAntigua, Pacaya-vulkaan

Alweer vroeg op. Om 6:00 uur zitten we al in een chique tearoom verschillende broodjes met koffie te eten.
Daarna rijden we naar de vulkaan Pacaya via allerlei onverharde weggetjes. Deze vulkaan ligt ten zuiden van het Amatitlán-meer en is 2.550 meter hoog. Vanaf zo'n 1.700 meter gaan we lopen. Gelukkig zit het weer ons erg mee: droog en geen zon. De weg naar het eerste niveau, tot bijna boven, valt niet mee.  Pacaya-vulkaanHet gaat vrij steil naar boven, waar we twee uur over doen. Vier mensen van de groep zijn helemaal niet meegegaan. Bij het niveau vallen er nog eens acht af, zodat we slechts met z'n achten naar boven gaan. Twintig meter onder de top vallen Rein en Tiny uit. Zij durft niet verder, zodat Wil, Wim, Huib, Machiel, Wout, Ria en wij de top bereiken. Hartstikke steil omhoog door lavavelden en veel los gruis. Af en toe hoor en zie je de vulkaan rommelen en een krater spuwt stenen en rook. Eenmaal boven staan we slechts honderd meter van de krater vandaan. Hier kun je pas goed zien dat al die uitgebraakte stenen rood van de hitte zijn. Het is wel een beetje eng, je weet tenslotte niet, hoe groot de uitbarsting zal worden. Vooral als de mist ervoor trekt en je hoort de vulkaan rommelen, kijken we elkaar benauwd aan. Naar beneden gaat niet zo soepel. Door het losse gruis glijdt je telkens uit. Later gaat het beter, omdat we er nu tot onze enkels inzakken. Dan blijf je tenminste overeind.
De rest naar beneden naar de bus toe gaat uitstekend, hoewel we blij zijn, dat we die weer zien. We hebben ruim vierenhalf uur gelopen.
Met de bus rijden we naar een biotopo-park. Dat is een natuurreservaat, waar de quetzal beschermd wordt. De quetzal is het nationale symbool van Guatemala. Al bij de Maya's was dit zo, wat te zien is op allerlei oude tekeningen en inscripties. Om 18:30 uur komen we aan. We krijgen er een luxe bungalow voor vier personen toegewezen. Compleet met badkamer, twee grote slaapkamers, huiskamer met open haard!
Gezellig 's avonds na het heerlijke bord met spaghetti (Lia en Ria) nog even zitten kletsen. Om 21:30 uur gaan we slapen, want morgen wordt het vroeg weer dag (5:30 uur).

Donderdag 18 oktoberNaar Puerto Barrios

We zijn tot onze verwondering niet stijf van de beklimming van de vulkaan. Dat valt ons mee. Daarom kan een ochtendwandeling er wel van af. In het nevelwoud gaan we op zoek naar de quetzal. We zijn van te voren gewaarschuwd, dat Wil er in vijf reizen pas een keer een gezien heeft. Wij zelf krijgen maar liefst twee quetzals te zien. We zijn amper op pad of we zien er een in een boom zitten en even later vliegt er een voor ons het pad over, waarbij je z'n lange staart goed kan zien. Wat een mazzel.
Na de wandeling een douche en een ontbijt en vervolgens op weg naar Puerto Barrios aan de Caribische kust. Onderweg hier naar toe slaan we af om de ruïnes van Quiriguá te bezichtigen. We komen door bananenplantages waar bananen fabrieksmatig van de boom (in het plastic) in de doos komen. De bananen worden in grote kammen gehakt en in baden gedesinfecteerd, kleine kammen gaan in een aparte wagen (waarschijnlijk voor de lokale markt). Etiketten worden erop geplakt en vervolgens wordt alles in dozen verpakt.
In Quiriguá zijn vooral de stenen, bewerkte kolommen, het aanzien waard. Dit is overigens onze eerste Maya-tempel. Het bezoek gaat gepaard met een tropische regenbui.
De weg naar Puerto Barrios is vreselijk slecht, vol met gaten, zodat sommige stukken heel lang duren. Het hotel is een schitterend oud houten gebouw, waarin geen trap of deur recht is. Het ligt pal aan de Caribische Zee.

Vrijdag 19 oktoberNaar Livingstone

Bijna de hele dag varen we met de boot. 'Trek luchtige kleding aan en neem zonnebrand mee' zei Wil. En regenen dat het doet. Niet te geloven. Na het eerste uur is iedereen doorweekt. Nadat iedereen zich in Livingstone een paraplu heeft aangeschaft, blijft het droog (afkopen noemen ze dat). Op het water, vooral de Caribische Zee, zijn heel veel witte reigers en pelikanen die laag over het water scheren en er vervolgens in duiken om vissen te vangen.
In Livingstone, dat alleen te bereiken is via het water, woont een negroïde bevolking. Deze mensen zijn de nazaten van vroegere gevluchte negerslaven. Ze hebben meer feeling met Belize dan met Guatemala. Daar woont veel familie en naast het plaatselijk dialect spreken ze heel behoorlijk Engels (in Belize de tweede taal), beter dan in de rest van het land.
Als het eindelijk droog wordt, wandelen we heel prettig door het plaatsje. Een leuk stadje. Weer heel anders dan we tot nu toe gezien hebben.
Na heerlijk vis gegeten te hebben, stappen we op de boot (het blijft droog) en zakken we de Rio Dulce af. Vreselijk vochtig weer, maar tijdens het varen is dat niet te merken.
Onderweg leggen we aan bij het zeekoeien-biotopo. Die zeekoeien zijn dus helemaal niet te zien, maar we maken een mooie wandeling in de jungle. Hierna bekijken we even het Castillo de Filippo en lopen verder naar het luxe hotel.
We krijgen een grote kamer samen met Wout en Ria. Een heerlijk zwembad. Het water is warmer dan de douche. Later zitten we lekker aan de (openlucht)bar en drinken verrukkelijke piña colada's. Het personeel van de bar bedient ons swingend op het ritme van reggae-muziek!

Zaterdag 20 oktoberNaar Flores

Met de bus naar TikalOm 8:00 uur staat iedereen klaar voor de busrit naar Flores. De bus niet. Die komt pas drie kwartier later. De bus is die nacht vanuit Flores komen rijden en heeft wat obstakels gehad, zoals vastzittende vrachtwagens. De totale rit is tweehonderdvijfentwintig kilometer, waarvan ongeveer honderdzeventig over onverharde, slechte weg. Dat is de hoofd-, tevens enige weg.
Vertrek om 9:00 uur 's ochtends, aankomst om circa 19:00 uur 's avonds. Onderweg stoppen we ongeveer anderhalf uur om te eten e.d. Veel kapotte vrachtwagens langs de kant van de weg en diverse vrachtwagens in de afgrond. Een auto met benzine stinkt zo, dat het nooit lang geleden kan zijn geweest, dat hij is gestrand. Martijn rijdt ongeveer een half uur op het dak van de bus mee. Het schudt echter zo, dat je je goed moet vasthouden, anders val je eraf. Hij is blij, dat hij er af kan.

Zondag 21 oktoberTikal

Met twee kleine minibusjes rijden we naar Tikal, zo'n zeventig kilometer verderop. Dit stuk is de enige goede asfaltweg in de omgeving. Toch moet je wel uitkijken, want alles loopt los: paarden, koeien, varkens, kippen, kinderen.
Tikal is de grootste tot nu toe opgegraven Maya-plaats. Veel grote tempels. Toch is lang niet alles uitgegraven. Men wijst de plaatsen aan: hier is nog wat en daar ook.

Tikal

Het is erg indrukwekkend als je bovenop zo'n grote trap van een stempel staat en over het oerwoud uitkijkt: zover als je kunt kijken alleen maar oerwoud. Dan besef je pas wat de Maya's vroeger voor prestaties geleverd hebben! Hoe ze het trouwens voor elkaar gekregen hebben, is nog steeds een raadsel.
Veel dieren gezien: vossen, vlinders, kalkoenen, gekleurde vogels in allerlei maten en zelfs een toekan. Helaas geen grote papegaaien.
Alles bij elkaar een bijzondere dag.