1 oktober 2005 t/m 5 januari 2006
BRAZILIË is een federale republiek. De totale oppervlakte van het land bedraagt 8.511.965 km² en is daarmee 240 keer zo groot als Nederland. Qua grootte is Brazilië het vijfde land van de wereld en beslaat 47% van het Zuid-Amerikaanse continent. Het land bezit buiten het continentale gebied geen territoria, afgezien van enkele eilandjes in de Atlantische Oceaan en enkele kusteilanden. De langste afstand over de weg bedraagt ongeveer 5600 kilometer, tussen Natal in het noordoosten en Rio Branco in het westen.
PARAGUAY is een republiek met een oppervlakte van 406.752 km². Paraguay is daarmee ongeveer tien maal zo groot als Nederland en een van de kleinste Zuid-Amerikaanse staten. De ontbossing heeft, net als in bijna alle Zuid-Amerikaanse landen, hard toegeslagen. Tussen 1958 en 1985 werd ongeveer 2 miljoen hectares bos en oerwoud gekapt.
De republiek URUGUAY is een van de kleinste staten van Zuid-Amerika. Uruguay heeft een totale landoppervlakte van 176.215 km²en is daarmee toch nog groter als Engeland en Wales samen en ook ca. 4,5 keer zo groot als Nederland. In Uruguay heerst een mild gelijkmatig klimaat waar het zelfs in de winter bijna nooit vriest.
ARGENTINIË is een republiek in het zuiden van Zuid-Amerika. De totale oppervlakte van het land bedraagt 2.766.889 km², en daarmee is Argentinië na Brazilië het grootste land van Zuid-Amerika en grofweg 65 keer zo groot als Nederland. Het land is verder ruim 3500 kilometer lang en maximaal 1400 kilometer breed. Buiten het continentale gebied bezit Argentinië geen territoria, maar doet wel aanspraken gelden op de Falklandeilanden, Zuid-Georgië, de Zuid-Orkneyeilanden, alsmede op een sector van het Antarctisch continent, in totaal ca. 1,23 miljoen km². Bovendien meent het recht te hebben op het voor de oostkust liggende continentaal plat, Mar Argentino.
CHILI is een republiek, ingeklemd tussen het Andesgebergte in het oosten en de Stille Oceaan in het westen. De totale oppervlakte van Chili bedraagt 756.626 km², en het land is daarmee ca. 19 keer zo groot als Nederland. Chili is na Brazilië, Argentinië en Peru het vierde grootste land van Zuid-Amerika. Chili strekt zich hemelsbreed meer dan 4200 km lang uit langs de Grote Oceaan en is minimaal 64 km breed en maximaal 350 km. Twee grote eilanden in de Grote Oceaan behoren tot Chili: de Juan Fernández-eilanden ('Robinson Crusoe-eiland' 185 km²) op 670 km uit de kust, en Paaseiland of Rapa Nui (163 km²) op 3000 km van de Chileense kust. Tot Chili behoren verder nog de Desventurados-eilanden (3,3 km²), Sala y Gomez (0,12 km²), en de Diego Ramírez-eilanden. Vuurland is een eiland aan de zuidkust en behoort tot Chili en Argentinië. Het zuidelijk deel van Chili bestaat uit een archipel met de doorvaart Estrade de Magellanes en in het uiterste zuiden ligt het eilandje Kaap Hoorn. Chili claimt ook nog een gebied van ca. 1.250.000 km² van Antarctica. Sommige gedeeltes worden tevens geclaimd door Argentinië en Groot-Brittannië.
ANTARCTICA, het onmetelijk grote witte continent, ver van de bewoonde wereld, wordt vaak het laatste paradijs op aarde genoemd. Antarctica is zeker het meest geïsoleerde en ongerepte werelddeel. Het is het hoogste en droogste continent, temidden van de meest woeste oceanen op aarde, geteisterd door de zwaarste winden ter wereld. Het gebied is voor 98% permanent bedekt met sneeuw en ijs met een gemiddelde ijsdikte van 2.500 meter.
Ondanks de extreem barre omstandigheden spreekt Antarctica tot de verbeelding van velen. Dit heeft ongetwijfeld te maken met de bijzondere bewoners. Keizerpinguïns, adéliepinguïns, Antarctische stormvogels en zuidpooljagers zijn vogels die uitsluitend op dit werelddeel broeden. Ook treft men hier ondermeer dwergvinvissen, bultruggen en zelfs orca 's.
Zaterdag 1-10 Naar Rio de Janeiro (Brazilië)
Na een jaar voorbereiding is het eindelijk zover. We vertrekken voor drie maanden naar de zuidelijke helft van Zuid-Amerika en Antarctica. Samen met TerraMundo hebben we een reis uitgestippeld die ons vooraf ideaal lijkt. We zijn benieuwd of dat ook echt zo zal zijn.
We rijden om 4:00 uur naar Karen die ons weg zal brengen en onze auto zal bewaren in onze vakantietijd. Het inchecken gaat erg snel en we gaan op zoek naar Janny, die tien minuten vóór ons naar Milaan vliegt. We vinden elkaar snel en drinken gezellig een bakje koffie.
Het is 2,5 uur vliegen naar Lissabon met TAP, waar we over moeten stappen naar Rio de Janeiro. We hebben hiervoor slechts drie kwartier (we komen een kwartier te laat aan) en we krijgen een Vip-behandeling. Onderaan de vliegtuigtrap staat een man van de transferdienst mensen op te wachten die naar Brazilië gaan. Met een klein busje rijden we naar een apart kantoortje voor de pascontrole en we worden voor de trap van het vliegtuig naar Rio weer afgezet. Een uitstekende service. Op deze manier hebben we er alle vertrouwen in dat onze bagage er straks ook is (en dat is ook zo). Het is hier een uur vroeger dan bij ons.
Naar Rio de Janeiro vliegen we ook met TAP en die heeft gelukkig genoeg beenruimte voor Martijn. In het vliegtuig wordt veel gedronken hoewel het nog overdag is. Onze buurman (Portugees of Braziliaan) bestelt wat en krijgt een glas met een langwerpig zakje, een soort mayonaise/dressingzakje. Er blijkt whisky in te zitten.
De vlucht verloopt voorspoedig en 9,5 uur later landen we in Brazilië. We zetten de klok vier uur terug, zodat het vijf uur vroeger is dan in Nederland. De pascontrole duurt een half uur, de bagage is er dan al en we kunnen meteen geld pinnen. 100 Braziliaanse real = € 35.
We worden opgewacht en naar het hotel gebracht. We nemen niet de snelste route, maar de sightseeing tour, zodat we meteen wat van de stad zien. Het is ongeveer 25º en licht bewolkt. De mevrouw van de reisorganisatie zegt dat we boffen, want de vorige week heeft het de hele week geregend. Het Christusbeeld laat zich meteen zien en ook alle bergen in de omgeving. Het hotel ligt in een straat evenwijdig aan het beroemde Copacabanastrand. Het is hier vroeg donker, al om 18:00 uur, en we gaan wat wandelen. We zijn gewaarschuwd om goed uit te kijken en in het donker niet naar het strand te gaan. Het is overal erg rustig, want het is geen vakantieseizoen, niet voor de Brazilianen en niet voor de buitenlanders. Op de terrassen van de restaurants aan het strand is het vrij leeg. Het is nog wel vroeg, maar later wordt het amper drukker. We eten er vis en frijoada, tegenwoordig het zaterdagse maal en nationale maaltijd. Vroeger aten de slaven dit: alles wat overbleef werd gemengd met bonen en gekookt. Nu zitten er allerlei soorten vlees in, bonen met ui, knoflook en laurier met rijst, spekjes, maniokmeel en een soort spinazie. We lopen terug over de kunstenaars- en souvenirmarkt die 's avonds langs het strand staat opgesteld.
Zondag 2-10 Naar Búzios
Na een zeer uitgebreid ontbijt gaan we op het Copacabanastrand wandelen. Het is 22º en bewolkt. 's Zondags is de brede avenue met de copacabanagolfjes, die langs het strand loopt, afgesloten voor auto's en loopt iedereen er te flaneren. Voornamelijk Brazilianen. Als je ziet hoe druk het al om negen uur 's morgens is. Daar kunnen ze in Nederland jaloers op zijn. Er wordt veel gesport: joggen, volleyballen, voetballen. Veel tentjes op het strand verkopen kokosnoten en ander tropisch fruit. Veel verkopers met het gebruikelijke spul. Er zijn verschillende optochten/protestacties van o.a. oude mensen en doven. We wandelen door het rulle zand naar het begin van het strand dicht bij de Suikerberg. Ons hotel staat aan de andere kant niet ver van het Ipanemastrand.
Om 12:00 uur worden we opgehaald door een auto met chauffeur en de mevrouw van de reisorganisatie. We rijden naar Búzios, 180 kilometer naar het noordoosten. Dit is een karakteristieke badplaats met veel Portugese invloeden. Af en toe valt er een spatje regen. We zitten in poussada Lestada bij het Praia João Fernandes, een kilometer buiten het centrum. We hebben een kleine bungalow met een terrasje en we kijken uit op de palmbomen op het grasveld ervoor. We hebben een televisie en een kluisje. Leuk. Er staan veel bomen en bloemen. Er is een zwembad, een sauna en gratis internet. We installeren ons en wandelen daarna naar het centrum via het strand. Overal zien we terrasjes en restaurants. Het ziet er gezellig uit. We dwalen rustig door de straatjes. Het is er niet druk. Wat er is, is voornamelijk Braziliaans (of Portugees). We drinken een biertje in een soort pannenkoekenrestaurant waar je alleen buiten kunt zitten. Men spreekt er bijna uitsluitend Portugees. Weinig Engels. Een biertje kost 3 real (€ 1), anderhalve liter water 1,80 real en benzine 2,30 real. Bij de tankstations staan dames waar je gratis minidrankjes kunt krijgen. De koffie is mierzoet.
We eten 's avonds bij een tentje dicht in de buurt van onze poussada. Ze vragen of wij een caiprinha willen drinken en als wij zeggen dat wij dat niet kennen, krijgen we een gratis glaasje. Het is een cocktail met citroentjes, ijs en cachaça (rietsuikerlikeur). Het smaakt erg fris. We eten moqueca (garnalenprutje met rijst). Daarbij hoort vatapá (vispasta), waarbij we olie en een klein bakje peper met een rietje krijgen. Erg heet dus en alleen maar druppelen. Een fles bier (Antarctica pilsen) wordt in een rubberen koeler op tafel gezet.
Daarna wandelen we nog even naar het centrum waar het overal erg rustig is. Op ons terras voor de bungalow drinken we nog een biertje uit de koelkast.
Maandag 3-10 Búzios
Het is zonnig. Gelukkig. Veel blauwe lucht met hier en daar een wolkje.
Ze hebben meer dan goede ontbijten in Brazilië met veel vers tropisch fruit. Op het terras buiten waar we ontbijten hebben we mooi uitzicht over het zwembad, de huisjes, het plaatsje en daarachter de zee. Er zijn talloze strandjes hier in de buurt en we gaan vandaag naar Praia João Fernandes. Al die strandjes zijn bereikbaar in een kwartiertje lopen. We willen elke keer naar een ander strandje gaan.
Om 9:00 uur liggen we al aan het strand. Dan is het er nog rustig. Een breed strand omdat het eb is. Gaandeweg worden er steeds meer stoelen en parasols neergezet die gretig aftrek vinden. Er komen ook steeds meer verkopers van bikini's, nootjes, tatoeages, massages, strandlakens, petjes en hoeden, tassen, oorbellen, slippers, brillen. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het komt langs. Later komt er ook eten bij: broodjes, garnalen, oesters, maïskolven, karretjes die dingen barbecuen. En er wordt veel verkocht. Men is ook erg vriendelijk en niet opdringerig. Het water komst steeds hoger en het strand dus kleiner. Sommige mensen worden verrast door het water. Gelukkig was de maand september warm en zonnig in Nederland, zodat we al een bruin kleurtje hebben. We besluiten dan ook dat we het wel drie uur kunnen uithouden op het strand zonder te verbranden. Daarna gaan we op een terrasje zitten, pal aan het strand maar een paar meter hoger. Onder een parasol drinken we Antarctica pilsen uit een koeler. We hebben mooi zicht over de parasols en de mensen. Een licht briesje staat er, wat voor lekkere verkoeling zorgt. We houden het hier wel een paar dagen vol! In ieder geval een lekker ontspannen begin van de vakantie, zoals dat ook de bedoeling was.
Daarna houden we siësta en slapen we een uurtje. We wandelen weer naar het centrum en gaan op zoek naar een paar ansichtkaarten. Dat valt niet mee. Hele winkels vol met slippers, bikini's of T-shirts, maar geen kaarten. Eindelijk vinden we er een paar en het volgende 'probleem' is de postzegels. Ze leggen het ons wel uit, maar ons Portugees is niet om over naar huis te schrijven en hun Engels is nog minder. Dan maar een terrasje vóór het avondeten. Dat wordt een overheerlijke paella op de eerste verdieping van een restaurant. Dat is open en we zitten lekker aan de kant met uitzicht op de baai.
Dinsdag 4-10 Búzios
Stralend blauw. Wel meer wind.
Vandaag wandelen we het hele schiereiland over. De afstanden zijn maar klein. Van gisteren hebben we een paar kleine aangebakken randjes overgehouden, dus vandaag maar minder zonnen. De weg gaat een beetje op en neer en op de hoogste punten hebben we mooie gezichten op de kustlijn en de strandjes. Ook mooi uitzicht op 'ons' strand van gisteren. Uiteindelijk komen we weer in het centrum terecht en we gaan vragen waar het postkantoor is. We vinden het snel, maar er staat zo'n rij, dat we meteen weer omdraaien. Terug bij het hotel gaan we internetten, zwemmen, zonnen, lezen, biertje drinken.Tegen vijven is de rij bij het postkantoor aanzienlijk geslonken en we kopen postzegels. We hebben 'The Netherlands' op de kaarten geschreven, maar ze weten niet eens dat dat 'Olanda' is. Zo goed is hun Engels. We krijgen een rekening die wel dertig centimeter lang is. We vragen ons af wat er allemaal op staat.
De wind wordt steeds sterker en voelt daardoor fris aan. We gaan weer bij Chez Mijon (het pannenkoekenrestaurant) wat drinken, omdat we daar uit de wind zitten. Er staat, zoals overal trouwens, meer personeel achter de bar dan dat er klanten zijn. We tellen zo zestien man. Wellicht dat het later op de avond drukker wordt? We kunnen het ons niet voorstellen. We eten bij hetzelfde restaurant als eergisteren. Nu niet aan het raam, omdat het daar teveel waait. Martijn eet weer vlees en Lia neemt pasta met zeevruchten. Heerlijk allebei. We krijgen nu een ander merk bier dat Indiaans klinkt: Itaipava. Smaakt ook goed.
Woensdag 5-10 Búzios
Weer rustig aan vandaag. Het waait minder, maar er is ook minder zon. Wel lijkt het warmer.
Na het ontbijt gaan we weer wandelen. Eerst naar het bekendste strand Praia dos Ossos, een klein strandje. Dan lopen we door naar een heel groot strand, Praia da Ferraduro. Het is zowat driekwart rond met een smalle opening naar zee. Het is er heel erg rustig. Hier is wat schaduw en die zoeken we dan ook op. We luieren lekker en binnen de kortste keren zitten we onder het zand. We lezen wat. Terug bij de poussada gaan we zwemmen.
's Avonds eten we bij een lokaal restaurantje mosselen en sardientjes. Hier wordt niet standaard 10% bij de prijs opgeteld, dus dat doen we zelf maar. We zijn samen 35 real kwijt incl. bier (€ 12,50).
Donderdag 6-10 Naar Foz do Iguaçu
Om 6:30 uur worden we opgehaald bij de poussada voor de rit naar het vliegveld van Rio de Janeiro. We vliegen via Sao Paulo naar Foz do Iguaçu. Op het vliegveld pinnen we nog wat geld en gaan we uitgebreid ontbijten. Het is bewolkt vandaag, maar wel warm.
De vlucht gaat voorspoedig en het vliegtuig zit niet helemaal vol. We krijgen een pastasalade te eten met warm kaasbrood.
In Foz wandelen we wat rond en we vinden er niets aan. Alle straten rechttoe rechtaan. De stad is indertijd gebouwd voor de arbeiders van de Itaipu-dam.
We eten 's avonds bij Búfalo Branco. Voor 40 real kun je je hier helemaal klem eten aan onbeperkte salades en vlees. Er zijn verschillende obers die constant met grote pennen vlees rondlopen en bij iedere tafel naar believen wat afsnijden. We hebben de stierentestikels gemist, hoewel we alles hebben gegeten en niets hebben afgeslagen. Wij zijn hier wel heel duidelijk toeristen en ze hebben ons dat vast expres onthouden. De salades en desserts staan in het midden opgesteld. Tot nu toe is dit het drukst bezochte restaurant. Er komt een klein, erg dik, Japans, Portugees sprekend, kind binnen. Gevolgd door zijn grotere broer, twee druppels water, en even later zien we dat ze sprekend op hun vader lijken. Alleen is die nog veel dikker. Ze zijn hier duidelijk meer geweest en het personeel weet wat ze lekker vinden en bedient hen in rap tempo. Wat daar naar binnen gaat...
Vrijdag 7-10 Foz do Iguaçu
Om 8:00 uur vertrekken we naar de Braziliaanse kant van de watervallen. We krijgen een privé-rondleiding met een eigen busje. Andere mensen gaan in grote bussen die vertrekken als ze vol zijn. Het is bewolkt en bij de watervallen blijkt laaghangende bewolking te zijn. Weinig te zien dus. We besluiten eerst de boottocht te gaan maken. Eerst een stukje met een treintje, daarna een stukje wandelen, dan de boot en terug met de jeep. We zien toekans en andere mooi gekleurde vogels, vlinders, van de grote blauwe, en coatí's, een soort beertje met een lange spitse neus. Het is de eerste wandeling deze morgen en we moeten op het wandelpad veel spinnenwebben wegmaaien. We zitten als enigen in de boot. We hebben thuis van die wegwerpregenjassen gekocht die we aantrekken onder de zwemvesten. En die hebben we nodig! Met de speedboot varen we langs de verschillende watervallen en eindigen bij Garganta del Diablo. Hier varen we tot twee keer toe zo dicht langs de watervallen dat een gewone douche er niets bij is. Het water is woest. Er is ook erg veel water vandaag. Het heeft veel geregend de laatste dagen, hoewel het geen regentijd is. Het is ook niet erg warm: 20º.
Dan gaan we weer terug naar het uitzichtpunt, maar er is nog steeds niet veel te zien. Af en toe duikt een waterval op uit de mist. Het zicht is het ene moment wat beter dan het andere. Nooit echt goed. We trekken de regenjassen weer aan voor de wandeling over de loopplanken. Ook nu soms mooie watervallen. Veel geraas. Op het eind gaan we met de lift naar de Salto Floriano, waar we een mooi overzicht van de watervallen zouden moeten hebben. Ondertussen giet het en onweert het. Weinig zicht. Omdat het weer zo slecht is, besluiten we de Argentijnse kant voor morgen te bewaren. Nu zijn er hele stukken afgesloten.
En ja hoor, als we om 14:00 uur terug zijn in het hotel, gaat de zon schijnen. Als we nu naar de Argentijnse kant waren gegaan, hadden we nog een uurtje zon gehad. Maar we vertrouwen erop, dat hij morgen ook nog schijnt. We gaan lekker zwemmen en zonnen en lezen bij het zwembad van het hotel. De zon maakt het gelijk een stuk warmer. Het is hier veel vochtiger dan aan de kust.
Ze hebben in de stad grappige verkeerslichten. Alleen voor de auto's, niet voor de voetgangers. Links zitten er vijf rode lampen boven elkaar, in het midden twee oranje en rechts vijf groene. Als een licht op groen/rood springt, gaan de bovenste en onderste groene/rode aan. Als er nog vier seconden te gaan zijn voor het oranje wordt, zakt de bovenste groene/rode een plaats naar beneden. Elke seconde verspringt hij zo. Dan weet je wanneer hij van kleur verandert. Als voetganger kun je zo zien hoeveel tijd je hebt om over te steken. We praten over hele rode of een beetje rode stoplichten.
's Avonds eten we bij Hollai, een Japanner. Het is hier vrij druk en wij zijn een van de weinige niet-Japanners. Ze hebben een grote, uitgebreide kaart in het Japans, het Portugees en het Spaans. We bestellen een 'bootje' met sushi's en rauwe vis. Erg lekker en Bangkokse prijzen! (75 real, € 25, voor twee personen inclusief bier.)
Zaterdag 8-10 Foz do Iguaçu
De grens over gaat snel, we worden niet afgestempeld. Dat kost waarschijnlijk te veel tijd met al die bussen. We zien kolibries, caracara's, bonte spechten. De 'duivelskeel' is nog steeds afgesloten vanwege het hoge en vele water. Onze gids heeft nog nooit zoveel water gezien en gisteren stond er zelfs een foto op de voorpagina van de plaatselijke krant. Er is heel veel water, dat bruin is gekleurd door de modder.
We lopen door het benedendeel en zien de watervallen van alle kanten. Hier ben je dichterbij het water dan aan de Braziliaanse kant. Op sommige plaatsen spat het zo erg op, dat we onze regenjassen maar weer aantrekken. Die hadden we eigenlijk meegenomen voor het opspattende water, maar tegen de regen helpt hij ook. Als het even later begint te regenen, zeker geen overbodige luxe. Maar bij de regen blijft het niet. Het wordt een complete tropische bui met onweer met harde knallen. Tijdens de hardste regen staan we met z'n drieën onder een paraplu. Er zijn geen plaatsen om te schuilen. De handel in plastic jassen doet goede zaken vandaag. Toch hebben we op de meeste plekken goed uitzicht op de watervallen. Als je een bootje er bij ziet, zie je pas goed hoe groot de vallen zijn.
's Middags blijft het regenen, soms hard, soms zacht. We maken er een rustige middag van en bereiden ons voor op Paraguay.
Tegen 15:30 uur krijgen we van Gerda en Carlo een sms of we de wedstrijd Tsjechië-Nederland willen volgen. Daar zeggen we geen nee op en ze sms-en ons de hoogte- en doelpunten. Zelf kijken we naar België-Spanje. Af en toe komen de andere standen in beeld van de andere Europese landen, maar soms weten we niet eens om welk land het gaat. Ook André sms-t. Nederland is geplaatst voor het WK volgend jaar in Duitsland. Het is heel wat jaren geleden, dat dat in zo'n vroeg stadium is gebeurd.
We gaan vroeg eten en deze keer wordt het pizza. De pizzeria is hier erg populair en er zijn talloze restaurants, inclusief de Pizzahut.
Hoewel dit toch echt een toeristenplaats is, spreekt men amper Engels. Portugees is de eerste taal, Spaans de tweede en verder wat dialecten.
Daarna proberen we een paar uur te slapen en we zijn erg blij dat we de hotelkamer hebben aangehouden.
Zondag 9-10 Naar Asunción (Paraguay)
Met een taxi laten we ons naar het internationale busstation brengen voor de rit naar Asunción, de hoofdstad van Paraguay. We hadden voor de luxe nachtbus gekozen, maar zo luxe hadden we hem toch niet verwacht. In plaats van de gewone zestig stoelen, staan er maar de helft. De stoelen kunnen bijna horizontaal achterover en samen met het voetenbankje heeft iedereen een bed. De chauffeur controleert de stempels in de paspoorten om problemen bij de grens te voorkomen.
We zitten er maar met z'n drieën in. De grens aan de Braziliaanse kant gaat erg snel. Ze kijken alleen maar of het stempel in het paspoort overeenkomt met het briefje. Omdat het 00:30 uur is, wordt er afgestempeld op 9 oktober. Even verderop is de Paraguaanse grens. Hier wordt erg druk overlegd, er komen steeds meer mensen bij en wij begrijpen niet wat er aan de hand is. Uiteindelijk wordt er aan de datumstempel gedraaid en wordt er gestempeld. Later realiseren we ons dat het op dat moment hier een uur vroeger is en dus op het moment van stempelen pas 8 oktober 23:30 uur.
Er volgen wat stops onderweg en er stapt een man of tien in. De winkels aan de Braziliaanse kant zijn allemaal dicht, er staan we twee kille geldautomaten.
Om 4:30 uur zijn we in Asunción, waar we naar hotel Parana worden gebracht. We kunnen meteen onze kamer in en gaan nog een paar uur slapen.
We pinnen geld: 700.000 guarani voor een kleine € 100. De meeste winkels en eettentjes zijn dicht. Het is zondag. Wel komen er steeds meer kraampjes met vooral voetbalartikelen en tijdschriften. Een heeft er zelfs een tapijtje met een voetbalveld, dat even later wordt verkocht. Indianen proberen sieraden aan de man te brengen. We vinden ergens een grote open supermarkt en kopen water en lemon. We krijgen muntjes terug van 50 en 100 guarani, respectievelijk € 0,0065 en € 0,013 waard. En daar kun je ook nog wat mee doen! In een van de parken gaan we op een bankje zitten om te drinken en om ons heen te kijken.
Daarna lopen we langs de Brittania pub, die nu open is ('s middags was hij dicht). Het is er heel groot, maar verdeeld in allerlei verschillende ruimtes, waardoor het heel klein lijkt. Bij het bier krijgen we een bonnetje, een soort loterijbriefje met een nummer. We hebben geen idee wat we er mee moeten doen. Ze draaien goede muziek. Sommige mensen zitten er alleen maar, zonder wat te drinken. Hun telefoons liggen uitgebreid op tafel. Die lijken belangrijker dan een drankje. Gezellig.
Is er de hele dag niets te doen in de stad, 's nachts worden ze wakker en gaat men uitgebreid en hard karaoke zingen. Dat gaat tot diep in de nacht door.
Een uur internetten kost 5000 guarani, € 0,65.
Maandag 10-10 Asunción
Vandaag is de stad veel levendiger. Veel auto's en volk op straat. We slenteren langs winkeltjes en stalletjes en kopen een paar kaarten en zoeken het postkantoor. We gaan op zoek naar T-shirts maar dat is moeilijk. Wel overal voetbalshirts, maar geen 'toeristenshirts'. Nou zijn wij zo te zien ook de enige toeristen, dus veel vraag zal er niet zijn. Uiteindelijk lopen we op de 'indianenmarkt' er tegenaan, waar ze er wel tien op voorraad hebben. Ze zijn vrij dun, maar kosten dan ook niets: € 3 per stuk.
We gaan nog maar internetten en kijken op onze rekening naar de koers van de guarani. Die hadden we gelukkig goed geschat. Het is toch wel verschrikkelijk handig dat je aan de andere kant van de wereld je bankzaken kunt regelen. Wat een verschil met een aantal jaren geleden, toen je met reischeques zat te rommelen.
Er wordt zowat geen Engels gesproken. Spaans in de eerste taal en een indianendialect als tweede. En daarna houdt het op.
Het is veel meer bewolkt dan gisteren, maar nog wel warm.
Tegen half zes gaan we op zoek naar een bar of terras. Maar dat valt erg tegen. Er zijn hier maar weinig van die zaken of ze zijn dicht. Maar we geven niet op en vinden toch een terrasje, ook weer met koelers voor het bier. We eten bij La Prefirita, wat helemaal leeg is. Zoals alle restaurants trouwens en we vragen ons af hoe men hier van kan leven. Het restaurant ziet er uit alsof men in de jaren vijftig is blijven hangen. Dat soort inrichting. Wel ziet het er allemaal piekfijn uit en is het uitstekend verzorgd. We eten steak en cordonbleu.
Dinsdag 11-10 Naar Montevideo (Uruguay)
Om 4:15 uur worden we opgehaald en naar het vliegveld gebracht voor de vlucht naar Montevideo in Uruguay. We maken een tussenstop in Buenos Aires. Alles gaat vlotjes. Er hangt aangeplakt dat we US$ 25 of 153.500 guaranies tax p.p. moeten betalen. Maar dat wordt verhoogd naar 154.000 waar we bij staan. We vragen ons af of die mevrouw 1000 guaranies in haar eigen zak steekt. We hadden het vooraf zo'n beetje uitgerekend. Overal hoorde je $ 25, maar nooit het bedrag in guaranies. We hadden goed gerekend en houden slechts 3000 guaranies over (€ 0,40). Die zijn voor het plakboek. Op het vliegveld zijn al veel winkeltjes open. Van degene die dicht zijn, staan de spullen buiten, slechts afgedekt met wat kleden. Dan kan hier blijkbaar nog.
We zetten de klok twee uur vooruit, zodat er vier uur verschil is met Nederland.
Het is er gezellig druk. Het ziet er veel en veel welvarender uit als Asunción. Na vijf minuten hebben we al meer terrasjes gezien dan daar in twee dagen. Ook wat meer toeristen, maar niet veel. Slechts een paar. We pinnen geld (3000 pesos is € 100). Ook hier weer geen probleem. We slenteren rond en genieten. We zien een markt met veel fruit en kaas en wandelen even langs de zee. Het valt ons op dat de vrouwen geen rokken dragen. Alleen een paar oudere. Allemaal lange broeken. Het kan bijna niet anders dan dat we op een terrasje belanden met een pul bier. Een halve liter tapbier kost 26 pesos (€ 0,85). Het is ook wel lekker dat het hier later donker wordt, namelijk om 20:00 uur. Men gaat hier laat eten. Om 21:00 uur komen de eerste gasten de restaurants pas binnen. Dat is even wennen. Het is drukker dan in de plaatsen waar we tot nu toe geweest zijn.
In Brazilië en Paraguay werd standaard aan de rekening 10% service toegevoegd. Hier doen ze dat niet, maar geven we ze dat ook maar. Ze zetten hier wel 'cubierto' op de rekening: het gebruik van het bestek, broodjes, e.d. Maar zolang dat bedrag niet hoger is dan een of twee kwartjes, vinden wij het wel best.
Woensdag 12-10 Montevideo
Het is een nationale feestdag: de ontdekking van Amerika. De meeste winkels zijn gewoon open en de mensen gaan gewoon naar hun werk. We lopen uitgebreid door allerlei straten en pleinen en gaan regelmatig op bankjes zitten om om ons heen te kijken. Het is nog steeds zonnig en lekker warm. Er zijn veel gebouwen met torentjes. Er wordt van alles gerestaureerd. Er staan veel kraampjes met sieraden, frutsels en we zien de tango op straat dansen.
's Avonds eten we bij een parrillade en bestellen een traditionele schotel vol met vlees. Uruguanen eten vier maal zoveel vlees als wij. Niet alles is even lekker, maar er is zoveel dat dat niet uit maakt.
Uruguay wint met voetballen van Argentinië wat gepaard gaat met vuurwerk, gejuich en getoeter.
Donderdag 13-10 Naar Colonia
Met een taxi gaan we naar het busstation Tres Cruces. Er zijn dertig terminals met allemaal bussen alle richtingen op. Wij gaan naar Colonia. Het is vandaag meer bewolkt, maar niet koud genoeg voor een trui of jas. De bevolking hier denkt er anders over en heeft meestal wel wat aan. Ook de afgelopen dagen toen het warm was. En men drinkt hier dan ook warme 'mate'. Dat drinken ze veel, maar lang niet zo veel als in Asunción.
Hotel Bahia Playa ligt aan het strand en heeft een mooi zwembad. Het is een half uurtje lopen naar het centrum. Wel een aardig plaatsje. Oude, keien straatjes, verveloze huisjes en wat oude auto's. Veel restaurantjes en souvenirwinkels. Wat verdwaalde toeristen op straat. Onze boot naar Buenos Aires gaat pas morgenavond en dat zouden we eigenlijk wel willen vervroegen, maar er gaat er een om 5:30 uur en wij hebben de volgende. Weinig keus dus. We slaan wat bier en yoghurt in en gaan terug naar het hotel. Vanaf ons balkon kijken we uit op de zee. Het is jammer genoeg bewolkt. Wel nog steeds warm. De jeugd rijdt hier op brommers. Er zijn er veel, maar veel keus is er blijkbaar niet. In het centrum staan langs beide kanten van de weg platanen, die breed uitgroeien, waardoor je overal gefilterd licht hebt.
We eten 's avonds bij El Asador, een tent voor de plaatselijke mensen. Het is een huiskameridee. We gaan aan de wijn en breken meteen het 'laagste prijs in restaurant' record. Dat stond op € 2 voor een fles (in Portugal) en nu betalen we slechts € 1,80 voor een hele liter. En hij is nog te drinken ook.
Vrijdag 14-10 Naar Buenos Aires (Argentinië)
In het hotel hebben ze een soort aanbieding: of uitchecken om 10:30 uur, de spullen achterlaten en later oppikken, of de kamer blijven gebruiken tot 18:00 uur en verplicht lunchen in het hotel.
We willen toch eten, want vanavond om etenstijd zitten we op de boot, dus de keus is niet moeilijk.
We wandelen het centrum weer in en zien nog een paar andere oude auto's. Sommige zullen nooit meer rijden. Een aantal ziet er echt goed uit, maar de meeste zijn gammel. Het is een stralende dag, alleen maar blauwe lucht, maar wel een aardig windje. In de wind is het fris, een beetje wind is lekker, zonder wind eigenlijk weer te warm. We dwalen door de straatjes waarvan de stenen in een paar wel heel grof gelegd zijn. Het is alles bij elkaar wel een aardige plaats. Weinig toeristen nog. Men is duidelijk bezig om alles gereed te maken voor de komende zomer. Het is nu lente: de bomen lopen uit, de brem en de blauwe regen staan in bloei, veel pollen in de licht, waardoor we veel meer niezen dan gebruikelijk.
Na de lunch maken we het ons gemakkelijk bij het zwembad en gaan zonnen, zwemmen en lezen. We zijn ruim op tijd in de haven voor de boottocht naar Buenos Aires waar we 40 pesos tax moeten betalen. Waarom verrekenen ze dat nou niet gewoon in de prijs?
In Argentinië is het weer een uur vroeger en hebben we nu vijf uur tijdsverschil met Nederland.
Zowel de grens voor Uruguay als voor Argentinië is aan de Uruguaanse kant. We krijgen een paar onleesbare stempels en dat is het. Geen papiertjes, niks. Lekker makkelijk. We horen voor het eerst in twee weken twee mannen Nederlands praten.
Aan de Argentijnse kant (de boottocht duurt drie uur) pinnen we meteen geld. Voor het wisselkantoor staat een grote rij, zodat onze overgebleven Uruguaanse pesos even moeten wachten. De rest van de reis kunnen we ze echter niet meer inwisselen en dus blijven we er mee zitten. Maar het is slechts € 6, dus dat valt mee.
Zaterdag 15-10 Buenos Aires
Zoals altijd hebben we een ontbijtbuffet. En ook nu eten er mensen weer een hoop dingen die ze opgeschept hebben, niet op. Maar deze kwamen dan ook om 8:00 uur 's morgens met een zonnebril op binnen.
Het is wederom blauw en lekker warm. Niet té. We wandelen eerst door de grote winkelstraat, de Florida, maar die ligt nog in de schaduw en dat is wat fris. Daarom gaan we eerst naar de 9 de Julio, de breedste straat ter wereld (140 meter breed). De obelisk is 67 meter hoog en een kopie van die van de Place de la Concorde in Parijs. Aan de straat staat het beroemde Teatro Colón uit 1882 en daar achter ligt Plaza Lavalle. Hier proberen ze onze zakken te rollen, maar daar trappen we niet in. In het park ligt het paleis van Justitie.
's Middags is er sluierbewolking en op het eind van de middag wordt het weer blauw. Dan lopen we helemaal naar de wijk Recoleta. Hier wonen de welgestelden in de meest prestigieuze herenhuizen. Wij komen voor de Cementerio de la Recoleta, een groot en beroemd kerkhof. Hier staan graftombes en kapelletjes die soms de omvang hebben van een huisje. Het is te vergelijken met Père Lachaise in Parijs. Er liggen beroemdheden als Evita Perón en Mitre. Aan het begin is een plattegrond en zoeken we naar Evita. Buiten staan er in het weekend allerlei kraampjes en de mensen liggen in het gras.
's Middags zijn veel winkels dicht. In het centrum blijven ze wel open tot 21:00 uur. Maar ook alle cafeetjes zijn dicht. Dat merken we als we om een uur of vijf wat willen gaan drinken. Uiteindelijk zien we een pub, maar dat is meer een cocktailbar met harde muziek en duur bier. We gaan verder en zien een soort bruin café. Binnen zien we alleen maar dames en allemaal hebben ze een glaasje water voor zich. Het is er doodstil en het ziet er vreemd uit. We staan erg snel weer buiten en gaan aan de overkant bij La Barra zitten. Dat is meer een snackbar, fel verlicht, maar we zitten voor het raam, zodat we aan de overkant alles goed kunnen bekijken. Veel gebeurt er niet. Er komen drie winkelende mannen die naar binnen gaan en ook zij staan meteen weer buiten.
's Avonds eten we bij een Japanner vlak bij het hotel. We wilden eigenlijk eten bij Avilar Bar op de Avenue de Mayo, maar daar is alles gereserveerd.
Zondag16-10 Buenos Aires
Verder is het enige interessante één straatje: El Caminito. Een bekende Argentijnse schilder kreeg rond 1920 het idee om de huizen in de buurt op te knappen en op te vrolijken. Het grauwe straatje veranderde in één van de meest kleurrijke straten van Argentinië. Het is er wel erg commercieel met allemaal kraampjes. Onderweg zien we regelmatig oude, opgedirkte dametjes, de gegoede burgerij.
Na de siësta drinken we weer een biertje in La Barra en zien aan de overkant weer mensen uit de bruine kroeg vluchten.
We lunchen in een typisch lokaal tentje en gelukkig kennen we ondertussen genoeg Spaans om ons te redden. Er zijn verder geen toeristen en het is er erg goedkoop: voor een kipschotel met aardappels en heel veel knoflookboter, spaghetti met roquefortsaus en een liter bier betalen we slechts € 5. Het is er erg druk en gezellig.
We eten 's avonds aan de overkant van het hotel bij een parrillade. We bestellen een steak sirloin, lomo en spareribs. De biefstuk is de beste tot nu toe. De ribbetjes snijden ze hier anders dan bij ons, namelijk overdwars, zodat je tegen het merg aankijkt. Een andere gast krijgt me een partij vlees, waarvan Martijn zegt dat hij het niet op zou krijgen. Dat zegt genoeg. Volgens ons is het wel een kilo. Die man zelf moet er ook om lachen.
Maandag 17-10 Naar Puerto Madryn
Om 7:05 uur vertrekt ons vliegtuig naar Trelew. We zijn voor zessen op het vliegveld. En de vertrekhal is helemaal, maar dan ook helemaal afgeladen met mensen. Volgens de bordeninfo moeten wij rij 9 hebben, zowat de kortste. Maar het schiet voor geen meter op en tegen de tijd dat wij aan de beurt zijn, is de vlucht gesloten. Men zegt dat we ergens anders hadden moeten gaan staan, maar dat had ook niets uitgemaakt, want alle rijen zijn lang. 's Middags gaat er ook nog vluchten en hopelijk kunnen we dan mee: we komen op de wachtlijst. Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat we door de reisorganisatie gewoon te laat zijn afgezet bij het vliegveld. Overdag valt een uur te doen, maar 's morgens met het zakenverkeer kunnen ze het gewoon niet aan. We hadden weinig plannen voor vandaag, de vlucht, internetten en het stadje verkennen. We gaan internetten (we willen de late bus uit El Chalten om laten zetten naar een vroege) en gaan uitgebreid in de zon liggen. De vlucht van 16:10 uur zit vol en daar kunnen we niet mee mee. Dan snel naar de volgende (en laatste van vandaag) om 17:10 uur. Er is ook nog een Argentijn die mee wil en een hogere prioriteit heeft. Uiteindelijk, vlak voor tijd, als iedereen al is ingestapt, komt het verlossende woorden en blijken er twee plaatsen over, die wij krijgen toebedeeld. Uiteindelijk landen we om 19:30 uur en tot onze verbazing is de bagage er en ook staat er een bus op ons te wachten (die meer mensen meeneemt). Alles blijkt toch geregeld.
Het is een echte reisdag geworden en dat hadden we niet op deze manier ingepland. Gelukkig hebben we niet bij hoeven te betalen.
Dinsdag 18-10 Puerto Madryn - Peninsula Valdés
Wij zitten in een Engelstalige bus met negentien mensen terwijl in de Spaanssprekende bus vierenveertig mensen zitten. Omdat het walvisseizoen is, kunnen we een boottocht in de baai maken om ze van dichtbij te bewonderen. Voor het geld hoef je het niet te laten: € 14 p.p. En dan doen we dus ook niet. We moeten even wachten, want er mogen maar vijf boten tegelijkertijd in het water zijn. De eerste walvissen zien we vanaf de kant in de verte al blazen. De boten worden op een trailer met een tractor in en uit het water geduwd/getrokken. We zijn nog maar net aan het varen of we zien een walvis hoog het water uitspringen. Het is wel een eind weg, maar het is een erg indrukwekkend gezicht. We zien veel walvissen. Sommige heel dichtbij, zodat je de pokken goed kunt onderscheiden. Veel spuiters, een paar hele mooie staarten.
Na de boottocht rijden we verder dwars over het schiereiland. De vegetatie is vrij saai, wat lage struikjes, wat helmgras. Veel schapen. Ook zien we verschillende guanaco's (lama-achtig), rhea's (nandu-achtig) en mara's (Patagonische pampahaas) en wat uiltjes. Het weer is zonnig, een strakblauwe lucht, maar er staat een frisse wind. Uit de wind en in de zon is het knap warm, maar in de wind heb je een jack nodig. Bij de lunch bestelt Lia mosselen. Men komt speciaal terug om te zeggen dat ze dan schelpen krijgt en of dat goed is. Ze krijgt zeven hele grote schelpen met een ander soort mossel als bij ons.
Aan de oostkant van het schiereiland zitten wat Magelhaenpinguïns. Sommige heel dichtbij. Zij hebben een lekker plekje uit de wind gezocht. Wat meer naar het zuiden zitten zeeolifanten. De mannetjes bestaan uit 4000 kilo blubbervet. En dan die neuzen! Wat een lelijkerds. Het is laag water en ze liggen op het strand te liggen. Soms is er een hoop herrie, gerommel, geboer, gegrom en het kletsen van het spek als ze gaan verliggen. Ze zijn er in alle maten, van heel groot tot heel klein.
Om 19:00 uur zijn we weer in het hotel. Snel douchen en dan zoeken we een kroegje op om een biertje te drinken. We eten bij La Estrele, een beetje rare tent. Ze sturen veel mensen weg, terwijl er volop vierpersoons tafels beschikbaar zijn (en die de hele avond niet worden gebruikt). Martijn bestelt een parrillade, maar krijgt hem niet. Deze is voor twee personen, wordt netjes verteld, en hij kan beter losse stukken vlees bestellen.
Woensdag 19-10 Puerto Madryn - Punta Tombo
Vandaag een excursie naar Punta Tombo, een pinguïnkolonie, 100 kilometer ten zuiden van Trelew. We gaan met z'n twaalven in een klein busje over grotendeels gravelwegen. Het weer is totaal anders dan gisteren. Helemaal bewolkt en een warme wind. We hebben geen jas nodig. Vreemd. Het lijkt ook of het steeds warmer wordt naarmate de dag vordert.
Daarna gaan we naar Gaiman, een stadje dat in de negentiende eeuw is gesticht door een groep Welshmen. Die hebben de 'high tea' in ere gehouden en wij gaan dat ook doen. Flinterdunne sandwiches, scones, jammen (marmelade en pruimen), brownies, appelpie en nog zeven andere cakes en pies. En natuurlijk onbeperkt thee. Martijn drinkt zelfs twee kopjes! En dat alles voor 20 pesos. We eten ons er helemaal klem aan.
Vervolgens gaan we naar Trelew voor het Palemologisch museum. Hier staan/hangen allerlei skeletten van dinosaurussen die men hier in de buurt heeft gevonden. We drinken een biertje in de wat aparte bar van het Touring Club Hotel. Laten ze nou net live AC Milan-PSV uitzenden. We zien de eerste twintig minuten van de tweede helft. Ons wordt gevraagd of we een andere voetbalwedstrijd willen zien, maar als we uitleggen dat we uit Nederland komen, begrijpen ze dat we PSV willen zien. Het is een groot café, dat bij een hotel hoort. Wel gezellig. Erg oude en nieuwe spullen naast elkaar.
We eten 's avonds paella bij Cantina El Nautica. Erg lekker.
Donderdag 20-10 Naar Mendoza
De transfer naar het vliegveld staat voor vanmiddag gepland, terwijl we een ochtendvlucht hebben. Het wordt allemaal geregeld. We vliegen via Buenos Aires naar Mendoza en krijgen gelijk alle instapkaarten. De reis verloopt volgens plan. In de buurt van Mendoza zien we de besneeuwde Andes prachtig liggen.
Het is hier bloedje heet: 35º. Een droge warmte, wel even wennen. Het is een lage stad; men heeft rekening gehouden met aardbevingen. Er zijn veel pleinen en bomen langs de straten waardoor het minder warm lijkt. De kamer in hotel Crillon voelt redelijk koel. We hebben een fan en airco. We wandelen wat door het centrum en overal zien we terrassen. Dat wordt straks een moeilijke keuze. 's Middags houdt men siësta en is de stad zowat uitgestorven. We halen de auto op de we gereserveerd hebben.
Later dwalen we door het centrum als de winkels open zijn . Het is erg vreemd om overal skiartikelen en verhuur van sneeuwkettingen te zien als het 30 graden is. Maar we zitten natuurlijk vlakbij de Andes waar altijd sneeuw ligt. De bomen staan in diepe goten, lager dan de straat, zodat ze makkelijk bevloeid kunnen worden.
Vrijdag 21-10 Mendoza
Zaterdag 22-10 Naar San Augustin
Vandaag rijden we naar het noordoosten naar San Augustin de Valle Fertil in de provincie San Juan. Het is bewolkt, maar al snel komt de zon weer door. De airco is toch wel lekker.
De bergen in de Andes laten zich zo langzamerhand ook weer zien. Het landschap is vrij kaal. Soms wijngaarden, soms vruchtenbomen. Vaak alleen maar lage struikjes en zand. Het is zo wit dat het wel zout lijkt, maar het is stof. Dorre, droge vlakten.
We zien kraampjes langs de kant van de weg waar wijn verkocht wordt: vijf liter voor vier pesos (€ 1,10). Doordat we aan de linkerkant van de weg tanken, missen we aan de rechterkant een bord met onze afslag. De benzine kost € 0,50 per liter. Wij denken dat de weg nog wat verder is en slaan even verderop een harde zandweg is. Volgens de kaart zou het een slechte weg zijn. Een paar kilometer verderop wordt het wel heel rul, smal en erg wit. We draaien weer om en vinden alsnog de goede weg. Langzaam verandert het landschap. De enorme wijngaarden verdwijnen, het wordt licht heuvelachtig met veel gele bloemen en struiken langs de kant van de weg. De weg staat niet overal aangegeven en wij zijn blij met de GPS. Het is een vrij saaie weg. Soms een dorpje. Hoewel, dorpje, een paar vervallen huisjes. Veel is het allemaal niet. San Augustin is een wat 'groter' plaatsje met een echte plaza. We logeren in hostería Valle Fertil, dat aan de rand van het dorp ligt, wat hoger, en dat uitkijkt over een stuwmeer. Het ligt mooi. Het weer is vandaag zonnig met sluierbewolking. Niet echt warm. We hebben vandaag vierhonderd kilometer gereden en we zitten nu op 875 meter hoogte.
Na de siësta wandelen we het dorp door. Alles is dicht van 13:00 uur tot 18:00 uur. Het informatiecentrum is echter wel open. We willen wat meer weten over de twee nationale parken hier in de buurt. De mevrouw spreekt alleen maar Spaans, maar wij begrijpen het wel. Aan het eind van het gesprek noteert ze wat gegevens van ons. Grappig.
In een pand waarin een winkel zit, een café, je kunt telefoneren en internetten gaan we internetten. In Mendoza kregen we geen verbinding met ons e-mailadres. Hier lukt dat wel, hoewel het erg, erg langzaam is. De vroege bus van El Chalten naar El Calafate is geregeld en we mailen alle gegevens over Puerto Madryn naar Wilma en Jan.
Later drinken we een biertje (1 liter voor 2,75 pesos = € 0,80). Eerst buiten, later binnen, want het wordt hier toch fris ´s avonds.
Zondag 23-10 San Augustin - Valle de la Luna N.P.
We vertrekken vroeg naar het N.P. Ischigualasto oftewel Valle de La Luna, de Maanvallei. Het ligt vijfenzeventig kilometer ten noorden van San Augustin. Je hebt een auto nodig, want openbaar vervoer is hier niet. Het is bewolkt, maar tijdens het rijden wordt het al snel weer blauw. We zijn zo vroeg vanwege het beste licht 's morgens en de warmte die tegen 11:00 uur te erg wordt. 's Middags gaat het altijd waaien. Het landschap is weer wat groener, planten met witte bloemen en veel gele struiken, die erg mooi kleuren tegen de donkere bergen.
Na een uurtje kunnen we vertrekken en iedereen rijdt in zijn eigen auto achter de gids aan. Het is een park waar we miljoenen jaren teruggaan in de tijd. Hier zijn fossielen gevonden van meer dan dertigmiljoen jaar oud. De oudste skeletten van dinosaurussen zijn in dit park opgegraven. In deze hele droge woestijn zien we bizarre rotsvormen, zandblokken. Af en toe groeit er een struik of een cactus, die metershoog is. Er heeft hier nooit iemand gewoond. We maken een vijfenveertig kilometer lange tocht. Er werd gewaarschuwd voor extreme hitte, maar het is eerder fris door de wind die er staat. Door de speciale vormen hebben de rotsblokken namen gekregen: de sfinx, de optocht van de ballen, de onderzeeër. Vooral de ballen zijn heel apart. Ze zijn niet van steen maar van organisch materiaal en ze hebben iets magnetisch in zich waardoor ze rond zijn geworden.
Zodra we een paar kilometer terug rijden, wordt het weer bewolkt. We gaan weer naar 'de winkel'. Hier hangt nu (zondagmiddag) aan een paar tafels de plaatselijke jeugd. Telkens haalt iemand een of twee grote flessen bier die gedeeld worden. De iets jongeren zitten massaal achter de internetpc's. Een van de jongens blijkt jarig en een paar meisjes halen een taart. Of wij ook een stukje willen. In ruil daarvoor geven wij ze een fles bier die dankbaar wordt aanvaard.
Het is bewolkt en het miezert een klein beetje, maar je wordt er niet echt nat van.
Maandag 24-10 San Augustin - Talampaya N.P.
Het weer is gelukkig opgeklaard. Vandaag rijden we naar het N.P. Talampaya, dat net in de provincie La Rioja ligt. Eerst gaan we naar De Verloren Stad (Cuidad Perdida), wat in het zuiden van het park ligt. De laatste gasten zijn drie dagen geleden geweest, zien we in het inschrijfboek. Met een vierwiel aangedreven auto laten we ons het park in rijden. Na zo'n drie kwartier gaan we wandelen door de 70 meter diepe kloof met verbazende rotsformaties in allerlei kleuren en doorgangen. Erg mooi. Het kost 100 pesos per auto. We wandelen 1,5 uur en zien veel mooie kleuren, vooral rode rotsen. In veel rotsen kun je iets voorstellen: de lamp van Aladin, een poot, een konijntje, een eend.
Daarna gaan we door naar de eigenlijke ingang. Hier kunnen we kiezen uit twee routes, een korte en een lange. Omdat we tijd genoeg hebben, kiezen we de lange van 3,5 uur (35 pesos p.p.) De lange is hetzelfde als de korte maar daar zit ook de Canyon Las Cajones in. De korte gaat alleen naar de Canyon De Talampaya. We rijden in een soort vrachtwagentje waar bovenop zes mensen kunnen zitten. Binnen kunnen er ook nog een paar. Het eerste stuk delen we de auto met wat Brazilianen. Het laatste stuk zijn we nog maar alleen. De gids spreekt geen Engels, de chauffeur wel. Onderweg zien we verschillende guanaco's, papegaaitjes en rhea's.
We rijden door de droge rivierbedding. Het is hier verrassend groen. Vele rotsformaties hebben ook hier een naam zoals de kathedraal, de schoorsteen. Veel wanden gaan steil omhoog, sommige honderdtachtig meter hoog. Ook hier veel rood. We zien ook petroglieven die tussen de 1600 en 1500 jaar oud zijn.
De tweede kloof is veel smaller en nog groener. We zien water stromen, waarin duizenden dikkopjes zwemmen. Het is erg warm vandaag.
Tijdens het eten kijken we, zoals elke avond, nog steeds verbaasd naar de Argentijnen die een hele lading zout over de salade strooien en water en ijs bij de rode wijn gieten.
Dinsdag 25-10 Naar San Fernando del Valle de Catamarca
We rijden naar San Fernando del Valle de Catamarca. Door de inwoners San Fernando genoemd, door de rest van de wereld Catamarca. De eerste honderd kilometer gaan over een gravelweg en we komen geen enkele auto tegen. Wel steken er allerlei beesten de weg over. Dor en droog is het landschap met lage struikjes. Af en toe een dorpje met een paar huisjes en vee, dat er erg goed uitziet.
Het beloofd een hele warme dag te worden. Het is wolkeloos en er is geen wind.
Op de laatste meter van de gravelweg krijgen we een lekke band. Het meeste moeite kost het ons om de krik weer in de doos te krijgen. Langzaam verandert het landschap. De bergen komen dichterbij, de bomen worden hoger en we zien veel olijvenplantages. Het wordt bewolkt. Veel meer gele bosjes. Een mooie tweebaansasfaltweg. Als je je aan de maximale snelheid houdt, schiet het niet op. Je mag maar 60 kilometer per uur. En bij elk dorpje (twee huizen is een dorp, bij drie huizen staat zelfs een bordje met 'centrum' aangegeven) en elke afslag gaat het terug naar veertig kilometer. Niemand houdt zich daar dan ook aan.
Vandaag rijden we driehonderdvijftig kilometer.
In de hele stad zien we geen toeristen, zelfs 's avonds bij het eten niet. Er is dan ook niemand die Engels spreekt, zelfs in het hotel niet. En zeker de bandenplakker niet. We vinden een klein zaakje en de band blijkt op meerdere plaatsen lek. Met handen en voeten komen we er wel uit. De man beveelt ons een binnenband aan die hij niet op voorraad heeft. Hij kan er wel voor zorgen en een uur later kunnen we hem ophalen. Hij waarschuwt ons wel vooraf dat die band 20 pesos gaat kosten (€ 5,60) en we moeten ook nog 5 pesos arbeidsloon betalen
Op het Plaza 25 de Mayo drinken we een biertje. Men is hier blijkbaar dol op knetterende brommertjes. Wat een klerenherrie. Het valt ons op dat op de brommertjes voornamelijk dikke mensen zitten. Als we later dikke mensen zien lopen, zeggen we 'kijk daar gaan weer een brommertje'. Tot 17:00 uur is het siësta. Tot die tijd zijn de meeste winkels dicht en is de voetgangersstraat uitgestorven. Dan gaat alles weer open en stromen de mensen meteen toe. We zien veel winkels met lokale producten zoals koekjes, kazen, ingemaakte vruchten, wijnen, noten. 's Avonds bij het eten krijgen we heel veel vlees. Martijn krijgt een grote biefstuk met een saus met o.a. spekjes er in. Lia krijgt varkensvlees met knoflook. In Nederland zou één stuk gewoon zijn, hier krijgt ze maar liefst drie grote stukken. Ze hebben lekkere witte wijn uit deze streek (€ 5 per fles).
In elke plaats hier in Zuid-Amerika zijn alle straten rechttoe rechtaan. Allemaal bestaan ze uit even grote vierkante blokken. De nummers lopen per 100 per blok.
Woensdag 26-10 Naar Tafi del Valle
Het begint weer zonnig. Nog meer gele struiken langs de kant van de weg en grote cactussen met bloemknoppen. Zowel lid- als staafcactussen. Vandaag rijden we verder naar het noorden naar Tafi del Valle, een klein dorpje met 2000 inwoners. Net als gisteren is er zowat geen verkeer op de weg. We gaan een bergje over van 1130 meter en die zit in de wolken. Beneden in het dal schijnt de zon weer. Bij de provincieovergangen staan altijd politiecontroles. De agenten zwaaien vriendelijk en wij zwaaien terug. We hoeven nooit te stoppen. We geloven dat het meer voor de vrachtwagens is.
Het is hier veel groener, veel grote velden met graan en andere gewassen. Een heel landbouwgebied. De weg na de afslag naar Tafi del Valle is erg mooi. We rijden door een subtropisch bosgebied, waar lage wolken hangen. We komen langs beekjes, watervalletjes en een ondoordringbaar bos. Veel bloemen en vogels. Zelfs tijdens het autorijden horen we de vogels. We komen verschillende busjes tegen met vogelaars. De weg gaat hoger en hoger. En in één keer is het bos afgelopen en is het kaal. Wel groen, maar een enorme overgang (op 1800 meter). De lucht is ook in één keer weer helemaal blauw.
El Mollar is het dorpje van de menhirs. Toegang 2 pesos p.p. Wel aardig. Er staan 129 stenen variërend van een halve tot tweeënhalve meter. Op veel stenen zie je wat afbeeldingen. Het dateert van 1500 jaar geleden en waarschijnlijk hadden ze ooit een rituele functie.
Hotel Mirador del Tafi ligt mooi, een kilometer buiten het centrum. Mooi uitzicht op het dorpje en de bergen er omheen.
Het dorpje zelf is maar klein, eigenlijk een straat met winkels en restaurants. Het is er erg stil. Wel veel kinderen die met begeleiders op stap zijn. De mensen hier zijn duidelijk meer indiaans. Een heel ander uiterlijk. Verder is dit dé kaasstreek en dat gaan we zeker proeven. Het is fris geworden, allemaal laag hangende bewolking. Buiten bij een cafeetje kunnen we uit de wind zitten en is dat toch aangenaam genoeg. Zo hebben we het beste beeld wat er buiten allemaal gebeurt. Er rijden nogal wat oude wrakken waarvan wij ons verbazen dat ze nog rijden.
In het hotel eten we o.a. forel met roquefortsaus. Echte roquefortsaus; een vreemde combinatie maar wel verschrikkelijk lekker. We drinken de witte Etchart wijn van de torronté-druif uit Cafayate.
Donderdag 27-10 Naar Cafayate
We rijden naar Cafayate, dé witte wijnstreek van het land. Het is stralend blauw. We komen over de Abra del Infernillo, de Duivelsberg, een pas van 3040 meter. Het lijkt op een bergachtig maandlandschap. Erg droog en dor. Wat een enorm verschil met de andere kant van de berg. Hier groeien veel grote cactussen. Deze kunnen wel acht meter hoog en honderden jaren oud worden.
We bezoeken de ruines van Quilmes. We zien de fundamenten van een woongemeenschap. Vierhonderd jaar geleden woonden hier duizenden mensen. We lopen een stukje naar boven waar we mooi uitzicht hebben op de ruines en de omgeving. Het lijkt alsof het terrein in bezit is genomen door cactussen. Honderden hele grote cactussen, verschillende met bloemen en kleine vogeltjes hebben er nestjes in gemaakt. Langs de weg naar Cafayate liggen op zo´n 1700 meter wijngaarden.
Cafayate ligt op 1600 meter. Het centrale plein ziet er gezellig uit met veel terrasjes. Nog steeds erg weinig toeristen en al helemaal geen Europeanen. Het is duidelijk voorseizoen. Op een van die terrassen drinken we een fles Etchart Privado. Die kost slechts 15 pesos ( 4,20) en is erg lekker. Als we met de auto zouden zijn geweest, hadden we de hele auto hier mee vol geladen.
We eten ´s avonds bij El Rancho grote lappen vlees. Goedkoper dan tot nu toe en de ober spreekt zowaar een paar woorden Engels. We hebben net besteld als er zo'n 60 kinderen binnenkomen. Heel gedisciplineerd, geen geren en geschreeuw. En ze luisteren naar de juffen en de meesters. Ze hebben zelf grote flessen cola en fanta bij zich.
Vrijdag 28-10 Naar San Lorenzo
Eerst rijden we een stukje route 40 richting Cachi. Na San Carlos houdt het asfalt op en gaat de weg over in een grindweg. Sommige stukken zijn echter net een wasbord en dat rijdt niet echt prettig. We willen de Quebrada de las Flechas zien, een gebied dat door eeuwenlange erosie, hevige regenval en wind, zo gevormd is, dat het lijkt op een 'bos van zandpijlen', zoals de indianen deze streek hebben genoemd. Het is zonnig, heet en stoffig. In drie uur zien we vijf auto's. Op de terugweg nemen we een lifter mee.
Dan rijden we via RN68 naar het noorden naar San Lorenzo bij Salta. Tot Alemania is dit een gebied met vreemd gevormde canyons in de meest uitlopende kleuren. Ook hier hebben de rotsformaties namen gekregen: de kastelen, de ramen, de obelisk, het amfitheater, de duivelskeel. Prachtig.
San Lorenzo ligt een goede tien kilometer ten noordwesten van Salta. Het ligt wat hoger in de bergen en het is er erg groen. De eigenaar spreekt vloeiend Duits. Is weer even wennen. Het is allemaal erg ruim opgezet en ligt er mooi onderhouden bij. Wij krijgen een betere kamer dan de standaard die we gereserveerd hebben, omdat we drie nachten blijven. Het heeft (nog) geen restaurant en we gaan eten bij Andrès, zeven minuten lopen. De Etchart Privado kost hier maar 9,50 pesos. Het is ook 'normaal' om een (anderhalve) liter fles cola of fanta te bestellen in plaats van een glas. Heel veel zout over de salade en ijs en water bij de rode wijn. Kinderen gaan 's avonds gewoon mee tot in de kleine uurtjes. Het is heel gewoon om rond middernacht nog te gaan eten.
Zaterdag 29-10 San Lorenzo
Laag hangende bewolking. Volgens de eigenaar was het de afgelopen dagen 30º. Nu is het amper 20º en het druilt. Daar zitten we niet op te wachten. We gaan een stukje wandelen, maar echt leuk is dat niet in dit weer. Dus pakken we de auto en gaan een stuk toeren richting Chileense grens. Dat zou een hele mooie tocht moeten zijn langs de spoortrein. Eigenlijk hadden we voor vandaag de 'Tren a las Nubes' geboekt (die rijdt tot november elke zaterdag, werd er verteld), maar om de een of andere duistere reden vandaag niet. Wel zien we een goederentrein, dus aan het spoor kan het niet liggen. Het is een hele mooie tocht, een smalle weg langs de hele brede rivier waar maar weinig water in stroomt. Heel veel cactussen, prachtig gekleurde bergen. Na een uurtje komen we wat hoger en hier schijnt de zon. In het dal waar Salta ligt, zien we de bewolking hangen. We komen maar een paar auto's tegen. Twintig kilometer slechte weg, de rest is asfalt. Over een paar dagen komen we hier met de bus over heen, nu kunnen we foto's en video maken wanneer we willen. Als we de cactussen van dichtbij bekijken, stopt er nog een auto: jawel een Nederlander, een van de weinigen die we tot nu toe tegengekomen zijn. Hij komt zes weken naar Argentinië om cactussen te kijken en wij verwijzen hem naar het N.P. Los Cardones, een park met tienduizenden cactussen.
We rijden tot Tastil en keren dan om. We kijken nu anders tegen de bergen aan en het blijft mooi. De bewolking (en de motregen) heeft in San Lorenzo de hele dag geduurd. Volgens de Duitser hadden we mazzel met het mooie weer in de bergen.
's Avonds eten we weer bij Andrès. We proberen nu de rode Etchart Privado en die is ook erg lekker. Iets 'duurder': 13 pesos de fles (€ 3).
Zondag 30-10 San Lorenzo
Nog steeds laag hangende bewolking, maar het is droog. En daarom besluiten we te gaan wandelen. Eerst het gehucht door en dan verder de weg af. Veel grote landhuizen van 'het rijk' van Salta. Heerlijk wandelweer. We hebben geen gedetailleerde kaart van de omgeving en hebben dan ook geen idee waar we uit zullen komen. Na twee uur willen we omdraaien, maar zien dan een plaatsje recht voor ons niet zo ver weg. Hoewel het zondag is, zijn er verschillende winkels open. Vooral groenteboeren. En het is er nog druk ook. We kopen wat cola en wandelen verder richting Salta. Als we na 25 kilometer een bushalte zien naar San Lorenzo vinden we het wel genoeg. Als we bij de halte aankomen, stopt er een auto. Het blijkt de mevrouw van het hotel en die biedt ons een lift aan. Daar zeggen we geen nee tegen.
Daarna douchen, siësta, biertje.
Maandag 31-10 Naar Humahuaca en Tilcara
We rijden naar het noorden. Tilcara is ons doel. Het is nog steeds bewolkt. Een hele mooie weg. Eerst heel veel groen loofbos, een subtropische woud met allerlei vreemde bomen. Daarna naaldwouden en daarna weer droger en dorder. De weg is goed. Tot Jujuy vrij smal, daarna breed. Goed asfalt. We willen de Quebrada de Humahuaca zien, de mooiste weg in het noorden met de meest gekleurde bergen van Argentinië. Precies op de plaats waar aangegeven staat dat de route begint, gaat de zon schijnen. We rijden naar Purmamarca, drie kilometer van de weg af. Een vlek met honderdvijftig inwoners dat aan de rand van de Cerro de los Siete Colores ligt, een berg van 2100 meter hoogte met zeven verschillende kleurlagen. De kleuren geven de ouderdom aan. Groen is 570 miljoen jaar oud, goud en oker zijn niet ouder dan 67 miljoen jaar.
In het dorpje staat een oud kapelletje, La Santa Rosa de Lima uit 1648. Al het hout in de kerk komt van cactussen, wat je goed ziet aan de honderden gaatjes van de naalden in het hout. Bij Maimará zijn prachtige gekleurde bergen die men het 'schilderspallet' noemt. Tilcara is een klein plaatsje met 3000 inwoners met, zoals overal, een centraal plein. Hier staat dat vol met stalletjes waar indianen hun zelfgemaakte producten proberen te slijten.
Even buiten de plaats ligt El Pucará, een oud indianenfort, gebouwd voordat de Inca's hier kwamen. Het is grotendeels gereconstrueerd.
Aan het plein is een bar waar we een biertje drinken. Een liter kost 3,5 pesos (€ 1). We bestellen er geitenkaas, olijven en empanadas bij. We eten 's avonds bij El Antigal. Lia neemt locro, een typisch gerecht uit het noorden van Argentinië en het blijkt een dikke soep van maïs, vlees, salami, bonen en erwten. 1 liter wijn kost 6 pesos (€ 1,70), een nieuw laagterecord. De totale rekening is 32 pesos.
Dinsdag 1-11 Naar Salta
Onderweg zijn regelmatig politiecontroles. Tot nu toe mochten we altijd zo doorrijden, nu moeten we twee keer stoppen. Als we vertellen dat we van Tilcara naar Salta gaan, mogen we meteen doorrijden. Anderen moeten wat invullen en krijgen briefjes mee. Misschien heeft de plaatselijke bevolking toestemming nodig om hier te komen. Na Jujuy rijden we het bos weer in. Eerst het droge, dorre stuk. Alles is kaal, soms wat groene epifyten, soms een hele boom met allemaal gele bloemetjes en een enkele groene boom ertussen.
Na de ´top´ wordt het ineens groen en staan er hele andere bomen. Ook veel meer vogels en het wordt weer bewolkt. We zien vlak langs de kant van de weg een caracara die op de rug van een koe zit om daar wat ongedierte uit te eten.
In Salta is het half bewolkt en gelukkig een stuk warmer dan een paar dagen geleden. Het is er ook een stuk levendiger. We hebben een soort tuinhuisje bij het hotel Antiguo Convento. Pal aan het zwembad met aan twee kanten grote glazen ramen en deuren. Heel idyllisch. Toch hebben we volgens ons een standaard kamer geboekt en binnen in het hotel zien we eigenlijk kamers die meer aan die beschrijving voldoen. Maar wij klagen niet. Dan gaan we de auto inleveren op het vliegveld en komen met een taxi weer terug bij het hotel, dat midden in het centrum staat.
We gaan eerst wat empanadas eten bij El Corredor de las Empanadas. Ze zijn iets duurder dan gisteren (nu € 0,25 per stuk), maar wel een stuk lekkerder. We wandelen Salta door en zien dat de fietsers aan de linkerkant van de weg rijden.
We eten bij een restaurant waar voornamelijk plaatselijke mensen zitten. Nog goedkoper dan gisteren. Soms moeten we 'cubierto' betalen, maar zolang dat niet meer is dan € 0,45 vinden we het wel best.
Woensdag 2-11 Salta
Een stralende zonnige en warme dag. Wat een verschil met een paar dagen gelden. We verbazen ons telkens aan het ontbijt over het brood. ´s Avonds hebben ze in elk restaurant erg lekker brood en bij de ontbijten croissantjes en sneetjes geroosterd brood. Wij willen dan ook dat lekkere brood. Vaak alleen maar boter en jam en zoete, bruine pasta. Soms kaas en ham en fruit. We lopen eerst naar de kabelbaan die naar de Bernardberg gaat.
We gaan naar het postkantoor voor een paar postzegels, maar daar staat zo´n rij, dat we weer omdraaien. Daarna dwalen we door de stad en gaan naar de grote overdekte markt. Als je erg goedkoop wilt eten, moet je dat hier doen. De doeken die de indianen maken, zijn echt handgemaakt. Geen twee zijn hetzelfde al lijken ze erg veel op elkaar. ´s Middags is het zoals overal siësta. Veel winkels gaan dicht, maar het is niet uitgestorven. Tegen vijven komt iedereen weer tevoorschijn en tot 21:00 uur, als de winkels dichtgaan, is het erg druk op straat. Het valt ons op dat baby's altijd in de armen gedragen worden in plaats van in een wandel/ of kinderwagen. De schoolkinderen dragen een soort jasschort. De hele kleine donkerblauwe, de grote witte. Meisjes dragen een Schots rokje. De vrouwen dragen geen rokken, maar allemaal broeken.
Donderdag 3-11 Naar San Pedro de Atacama (Chili)
Om 7:00 uur vertrekt de bus naar San Pedro de Atacama in Chili. Hij rijdt niet de weg die wij laatst een stuk hebben gereden, maar hij gaat via de snelweg over Jujuy (tolweg) en Purmamarca. Het is een nieuwe weg die niet op onze kaart staat, El Paso Jama, die helemaal geasfalteerd is. In de bus krijgen we ontbijt met een kopje thee. Later draait een film. We zien een bord met ´volgend tankstation over 275 kilometer´. Het is maar dat je het weet. Het is een goede asfaltweg die prachtig omhoog loopt en het berglandschap is erg mooi. Veel bochten. Op 4070 meter is de top en daarna dalen we weet wat af. We komen door een grote zoutvlakte. Af en toe zien we lama´s en guanaco´s.
Tegen half een krijgen we een lunch: een groot stuk brood met ham en kaas, zakje mayonaise, twee snoepjes, een chocoladekoekje en een glaasje cola.
De Argentijnse grens ligt op 4100 meter. Het gaat niet allemaal even efficiënt en we zijn blij dat de bus nog niet half vol is. Dat scheelt minstens een uur. Iedereen moet op volgorde van een lijst naar binnen en daar mag niet van afgeweken worden, want dan raken ze het spoor bijster. We hadden ons een beetje zorgen gemaakt, omdat we geen Argentijns briefje hebben gekregen bij binnenkomst van het land. Van iedereen hebben we gehoord, dat dat beslist nodig is. Hier niet dus. Ze kijken nergens naar. Het waait er stevig, maar het is niet koud. Nog steeds wolkeloos.
We steken nog een zoutvlakte over en zien een paar flamingo´s en later lama´s. We gaan steeds verder omhoog en de hoogste pas is op 4825 meter. Boven staan langs de kant van de weg prachtige ijssculpturen en overal zien we besneeuwde bergen.
De weg is heel erg stil. Een enkele vrachtauto met brugonderdelen. Dat is het. De Chileense grens is pas onderaan de berg bij het dorp en ligt op 2400 meter. Alle tassen moeten open en we moeten door een schoenenbadje. Je mag geen vlees en planten invoeren. De totale afstand vandaag is 600 kilometer waar we acht uur over hebben gereden. Anderhalf uur hebben we stil gestaan en gewacht bij de grenzen.
In San Pedro zitten we net buiten het centrum. Leuk hotel: Casa Don Tomás. We gaan eerst op zoek naar een geldautomaat voor contante pesos (1000 pesos = € 1,50). Wordt weer even wennen. Daarna gaan we een biertje drinken. Het is een kleine plaats met allemaal onverharde wegen. Veel toeristen. Het is droog, stoffig, erg, erg warm. We hebben mooi zicht op de vulkaan Licancabur, die heilig is voor de indianen.
Veel mensen lopen met een jas. De restaurants hebben vaak een open binnenplaats en overal branden vuren. Er ligt ook een hele stapel dekens op ons bed, dus het zou wel eens koud kunnen worden. Vanavond valt het mee. We eten een parrillade. Men eet hier aanzienlijk vroeger dan we tot nu toe gewend waren. De toeristen moeten wel vaak vroeg op voor excursies, misschien komt het daardoor.
In Argentinië dronken we altijd water gewoon uit de kraan. Dat kan niet in San Pedro omdat er hier teveel mineralen in het water zitten. In het hotel krijgen we gratis flesjes water. In de rest van Chili kunnen we wel weer uit de kraan drinken.
Vrijdag 4-11 San Pedro de Atacama - Valle de la Luna
Eindelijk weer eens een goed en uitgebreid ontbijt met dikke plakken ham en kaas, eieren, yoghurt en heerlijk frambozensap.
Op de markt kopen we een petje zoals die in het hele Andesgebied gedragen worden, met van die zijflapjes. Voor aan de muur.
Om 16:00 uur worden we opgehaald voor een excursie naar de maanvallei, de Valle de la Luna. Het is de droogste woestijn ter wereld en men kan zich niet herinneren wanneer het hier voor het laatst geregend heeft. Vroeger, tijdens de vorming van het Andesgebergte, is een hele bergrug van zoutgesteente gevormd. Het zout is keihard en lijkt in de zon wel op ijs. Tegen zonsondergang beklimmen we een hoge zandheuvel waar we mooi uitzicht hebben op de ondergaande zon en de roodgekleurde bergen in de buurt.
Zaterdag 5-11 San Pedro de Atacama - Tatio-geisers
Om 5:15 uur worden we opgehaald voor een lange dagtocht. In het hotel konden we een ontbijtpakket bestellen en dat hebben we gedaan.Eerst rijden we naar het noorden, omhoog naar 4300 meter waar de Tatio-geisers liggen. De meeste geisers zijn vrij klein en slecht één spuit water omhoog. Echter niet meer dan een meter. Wij vinden het niet zo koud, maar we zijn de enigen die daar zo over denken. De meeste zijn Spanjaarden en zijn deze temperatuur niet gewend. We krijgen ontbijt met brood, kaas, chocolade, koffie, thee en fruit. Onverwachts. Daarna rijden we naar het westen. Onderweg zien we flamingo's, veel vicu?a's, een viscacha (soort konijn met een lange staart) en lama's. En ook nog wat guanaco's.
Vlak voor Caspana komen twee kinderen met een groepje lama's en geiten de weg op. Een mooi plaatje. Caspana is deels nog gebouwd in de incatijd met huizen met A-daken, die je hier verder niet ziet. Smalle straatjes, daken van paja (hoog en stug gras van de hoogvlakte). De plaats heeft een ommuurde 17-eeuwse kerk met klokkentoren. De bewoners zijn eigen rechter, politie hebben (en erkennen) ze niet.
Dan door naar Chiu Chiu waar een mooie kerk uit 1675 staat. Massief 120 centimeter dikke muren en een plafond van cactushout. Het is binnen dan ook lekker koel.
In Lasana krijgen we een lunch, ook onverwacht. Soep, kip met rijst en een drankje. Op de heuvel liggen de ruïnes van een gefortificeerd dorp, waarvan de bouw begon in de vierde eeuw . Later is het verwoest door de Spanjaarden. Om 17:30 uur zijn we weer terug in het hotel.
Na een lange, stoffige dag gaat een biertje makkelijk naar binnen. Vooral de eerste slok is erg lekker. Het is hier wat duurder dan in Argentinië, maar nog steeds goedkoop.
Zondag 6-11 San Pedro de Atacama - Zoutmeren
We gaan naar het zoutmeer Salar de Atacama. De hele vlakte is bedekt met een dikke zoutkorst. De oppervlakte is bruin van het woestijnstof. Bij Laguna Chaxos maken we een wandeling over aangelegde paden. We zien wat flamingo's, sommige heel dichtbij. Er zijn twee soorten, roze met een zwarte bek en meer zwarte veren met een geelzwarte bek. Bij een lagune een stukje verderop zitten ze heel dichtbij. Ook zitten er wat salamanders met een oranje tekening. Daarna rijden we naar het oosten en via Socaire gaat de weg omhoog naar twee meren, Miscanti en Mi?iques, die op ruim 4000 meter liggen. De vulkanen zijn prachtig helder met mooie groene vlakten ervoor. Bij de ingang is een touw over de weg gespannen.
Daarna maken we een wandeling door Toconao. Ook hier weer allerlei irrigatiekanaaltjes waarvan de waterloop bepaald wordt door schuifjes die naar believen open of dicht gezet kunnen worden. Het is een klein dorp met een kerk met een aparte toren. Het is een natuurlijke oase door het water dat uit de bergen naar beneden stroomt. Er wordt veel groenten en fruit verbouwd. De gids die we vandaag hebben spreekt Nederlands; hij heeft drie jaar in Nederland gewoond.
Maandag 7-11 Naar Santiago
We vliegen van Calama naar Santiago. We worden hiervoor opgehaald met een privébus met gids en chauffeur. De Andes ligt er prachtig bij met zijn besneeuwde bergen.
In Santiago zitten we binnen een kwartier in het centrum van de stad, door een nieuwe tunnel die pas twee maanden af is. We slapen in een 5* hotel in de wijk Providencia. Een slaapzaal met twee enorme bedden. Erg luxe allemaal. Ook een badkamer waar je je kont kunt keren. Lekker. Het hotel staat ook een beetje in een luxe wijk wat te zien is aan de winkels in de buurt. We dwalen er heerlijk rond. Het is vrij warm en we belanden, uiteraard, op een terrasje. Die hebben ze hier genoeg. Ze hebben ook 'Schopdog', bierwinkels met terrasjes buiten. We bestellen een schop-bier (tapbier). In Argentinië noemen ze het chop. Grappig. Het is allemaal Spaans, maar er zijn wel meer verschillen in woorden.
Voor de verandering gaan we Chinezen. Tot nu toe hadden we keus uit parrillades waar je naast grote lappen vlees ook pizza en pasta kunt eten of uit pizzeria's waar je naast pizza en pasta ook grote lappen vlees kunt eten. Dus we gaan naar de Chinees. We nemen een menu en weten alleen dat we een soort loempia's vooraf krijgen en daarna 'iets' met kip en 'iets' met varkensvlees. Nu is het er niet druk, maar tussen de middag zat het helemaal vol met Chilenen. Wij zijn de enige die (ongevraagd) stokjes bij de kommetjes rijst krijgen. De anderen doen de rijst op de bordjes en eten met een lepel.
Dinsdag 8-11 Santiago
Bij een luxe hotel verwachten we ook een luxe ontbijt . En we worden niet teleurgesteld. Het is heel uitgebreid. Met stip het beste tot nu toe, ondanks de wel heel botte messen (we zullen eens niets te klagen hebben). Het is bewolkt weer en lekker om door een stad te dwalen. We gaan het centrum verkennen, dat vrij klein is. Je kunt mee met een georganiseerde rondrit, maar daar hebben we geen zin in, zeker niet als we de prijs horen (€ 30 p.p. in een bus of € 45 p.p. in een taxi). We nemen de metro naar het centrum (340 pesos, € 0,50). Er rijden heel veel treinen, wel elke minuut gaat er eentje. In het centrum beginnen we op het Plaza de Armas, het hart van de stad, waar de kathedraal staat. We lopen door de winkelstraat/voetgangersgebied en 's morgens om 10:00 uur is het hier al hartstikke druk. Om de vijf meter staat een kraampje dat bladen, chips, koeken, snoepjes, e.d. verkoopt. En bij al die kraampjes is een hoop toeloop. Ze verkopen heel wat. De vele schoenenpoetsers hebben veel werk. De fietsers fietsen hier op de stoep; op de straat is waarschijnlijk te gevaarlijk.
Via verschillende voetgangersstraten komen we weer bij de metro die ons terug naar het hotel brengt.
We gaan nu in de buurt achter ons hotel wat drinken. We bestellen een pitcher, een grote kan met anderhalve liter bier. Het is een heel stuk rustiger dan gisteren en net zo gezellig. Santiago vinden we sowieso een gezellige stad. Aan siësta doen ze in de binnenstad niet en dus is het er een stuk levendiger dan in de kleine plaatsen. 's Avonds eten we bij de Japanner heerlijke sushi's en rauwe vis. We bestellen een 'bootje' en omdat het zo lekker is, later nog één. De witte wijn die ze hier hebben, komt hier uit de streek. We hebben een andere dan gisteren, maar ze smaken beide uitstekend. Kosten € 22,50 met z'n tweeën.
Woensdag 9-11 Naar Paaseiland
Na weer zo'n ontbijt leveren we de koffers in. Tot 14:30 uur hebben we tijd om de stad te verkennen. Met de metro gaan we weer naar het centrum naar de wijk Barra Bellavista. Hier zijn we overduidelijk veel te vroeg (10:00 uur) en er is nog helemaal niets open. We gaan naar de dichtbij gelegen dierentuin, waar ze veel verschillende dieren hebben. De staat van de kooien/verblijven valt ons mee. Weer naar Bellavista waar het nu iets drukker is met vooral meer eettentjes. Het is nog steeds bewolkt en de Andes is amper te zien. Met de kabeltrein gaan we omhoog naar de Cerro San Cristobal waar we mooi uitzicht hebben over de stad. De smog is goed te zien, hoewel het pas voorjaar is. Dat het voorjaar is, is ook goed te merken: alle bomen lopen uit, veel bloemen, pollen in de lucht (we moeten veel niezen), volop aardbeien. Daarna gaan we met de kabelbaan naar beneden en lopen we het laatste stukje terug naar het hotel.
Om 14:30 uur worden we opgehaald en naar het vliegveld gebracht. De vlucht staat bij de internationale vluchten en gaat na Paaseiland door naar Tahiti. Paaseiland wordt door de plaatselijke bewoners ook wel Te Pito o te Henua of Rapa Nui genoemd.
Het inchecken gaat bij sommige mensen heel langzaam en bij sommige heel snel. Na een half uur zijn wij aan de beurt. Om in het vliegtuig te komen, moeten we wel naar de nationale kant. Zal wel met de controles te maken hebben. Op het vliegveld drinken we een biertje en werken het dagboek bij. In het vliegtuig hangt een schermpje waarop je het verloop van de vlucht kunt zien. Nou, volgens dat schermpje hebben we het eiland mooi gemist. Op zich niet zo heel gek, want het is maar erg klein. Slecht 117 km². Het is een van de Polynesische eilanden samen met o.a. Hawaï, Samoa, Cook Eilanden, Tonga, New Zeeland en Tahiti. Het vaste land van Chili is het dichtstbijzijnde land op ruim 3600 kilometer. Het is het meest geïsoleerd gelegen eiland ter wereld en ligt midden in de Pacifische Oceaan. We logeren in hotel O'tai, midden in Hanga Roa City, de enige plaats op het eiland. Het is hier twee uur later dan op het vaste land van Chili. Bij aankomst krijgt iedereen een bloemenkrans omgehangen. We regelen snel wat excursies, lopen een rondje door het vrij donkere dorp en gaan vroeg slapen.
Donderdag 10-11 Paaseiland
Met een klein groepje worden we rondgereden en een gids weet een heleboel te vertellen. Dat heeft toch wel veel voordeel ten opzichte van een auto huren. Nu komen we op de mooiste plaatsen op de beste tijd en er wordt ook nog van alles verteld.
Het is zonnig, soms wat wolken, maar erg warm. Zo warm, dat we besluiten tot een korte broek. We kleuren veel bij vandaag. Het ontbijt is eens een keer geen buffet, maar wel goed. Broodjes, kaas, jam, ei, jus, koffie, thee en fruit.
We gaan naar de vulkaan Rano Kau, waar we prachtig zicht hebben op de krater, en naar Orongo, een ceremonieel dorpje. Veel huisjes zijn gemaakt van op elkaar gestapelde stenen. Men woonde hier niet echt, maar verbleef lang genoeg om ceremonies uit te voeren. Hier staan mooie petroglieven en hebben we prachtig uitzicht op drie kleine eilandjes voor de kust in een heel erg blauwe zee: Mout Kao Kao, Motu Iti en Motu Nui. In Arakai Tangata zien we prachtige rotstekeningen (in een rots waar zwangere vrouwen niet mogen komen) en een wilde zee in een inham. De zee zelf is erg rustig.
Tussen de middag liggen we bij het zwembad van het hotel. De kleur vliegt er op.
's Middags gaan we naar Puna Pau, de heuvel waar de ´haardossen´ gemaakt werden. Ze zijn van een ander gesteente dan de lijven en enorm groot. De beelden en dus ook de haardossen werden steeds groter en de haardossen zijn wel drie meter hoog. Het gesteente ligt in een vallei en men heeft ze daar vroeger op de een of andere manier uitgekregen. Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk hoe ze dat gedaan hebben. Men had eertijds wel een schrift, maar dat is nog steeds niet ontcijferd. Er is niet veel meer van overgebleven. Het meeste is destijds door de missionarissen verwoest. In het dalletje ligt een aantal onafgemaakt haardrachten.
Daarna gaan we door naar Ahu Akivi (Ahu Atio), dat gerestaureerd is in 1960. Er staan zeven moai, metershoge beelden, uitgehouwen in de vulkaanwand door de Orejas Largas (langoren). De beelden zijn getransporteerd naar beneden en langs de kust neergezet. De Orejas Larges zijn op een gegeven moment in gevecht geraakt met de Orejas Cortas (kortoren). Alleen deze beelden kijken naar de zee, sommige wetenschappers zeggen dat ze naar een ceremonieel gebied kijken en dat de oceaan daar toevallig ligt. Men heeft berekend dat dertig man acht uur per dag een jaar lang heeft gewerkt aan een moai en ´topknot´ en dat negentig man nodig waren om het beeld te transporteren in twee maanden en op te zetten in drie maanden. Maar dan nog vraagt men zich of hoe die ´topknot´, ook wel pukao genoemd, op de hoofden zijn gezet.
Vervolgens gaan we naar Cavenas te Pahu, enorme grotten die gebruikt zijn om te schuilen tijdens de burgeroorlog. Op het eiland lopen veel paarden en ook wat koeien. Allemaal veulentjes, kalfjes, kuikentjes. Alles loopt los. Alleen op plaatsen waar ze niet mogen komen, zoals groentetuinen, zijn stukken afgezet.
´s Avonds eten we bij Du Pecheur, de duurste tent tot nu toe. Op zich niet erg, ware het niet dat het één van de minste maaltijden is op deze reis. Geen Nederlanders hier trouwens. Die hebben we alleen in San Pedro de Atacama gezien. En ook hier weer niet.
Vrijdag 11-11 Paaseiland
De hele dag gaan we langs de zuidkust de verschillende plaatsen bekijken. In het busje zitten een paar dezelfde mensen als gisteren. Leuk.
Eerst naar Hanga Vaihu waar acht grote moai met het gezicht naar beneden liggen. Hun haarknotten liggen dichtbij.
Akahanga is een grote ahu (platform) waar ook moai's liggen. Alle moai's zijn neergehaald. Degene die nu staan, zijn allemaal gerestaureerd. Dat gaat nog steeds door. Er zijn ook resten van een dorpje, funderingen, oventjes (van altijd vijf stenen).
Dan rijden we naar Rano Raraku, ook wel de 'fabriek' genoemd. Het is een vulkaan waar de lijven van de moai uit de harde steen werden gehouwen. Hier staan de meeste, in diverse mate van afwerking, rechtop. Wel zijn ze tot hun schouders of nekken in de aarde begraven, zodat alleen de gezichten zichtbaar zijn. Sommige zijn slechts half afgemaakt. De grootste moai is eenentwintig meter. In de krater staan ook nog zo'n twintig beelden en aan de voet ligt een aantal gevallen beelden. Toen hier het werk stopte, waren er driehonderdtwintig moai compleet, maar niet opgericht of werd er nog aan gewerkt.
Van hieruit hebben we zicht op Ahu Tongariki. Eind vorige eeuw hebben Japanners vijftien moai opnieuw opgericht. Het is het grootste platform en is in 1960 door een tsunami helemaal verwoest. De meeste haarknotten liggen ver landinwaarts. Slechts één is er teruggeplaatst. Het grootste beeld is negen meter hoog. Erg indrukwekkend.
Daarna gaan we naar Ahu te Pito Kuro, de grootste moai ooit getransporteerd en rechtop gezet. Deze is de volgende die gerestaureerd gaat worden. Er ligt een grote gladde ronde steen die de 'navel van de wereld' wordt genoemd. Op het Playa Anakena aan de noordkust is Ahu Nau Nau waar zeven moai, vier met haarknot, rechtop staan. Op de achtergrond fonkelt de saffierblauwe zee.
Het valt ons op dat men hier op het eiland een andere begroetingswijze heeft, n.l. een (slap) handje in plaats van een kus zoals in de rest van Chili.
Zaterdag 12-11 Naar Santiago
's Morgens gaan we internetten, want thuis wil iedereen een mailtje vanaf Paaseiland. We versturen een paar kaarten, maar ze hebben geen postzegels, alleen stempelmachines.
Bij het inchecken krijgen we, ongevraagd, ook de instapkaart voor de vlucht van morgen naar Temuco. Deze vlucht duurt 4,5 uur, een uur korter dan de heenvlucht, in verband met de altijd aanwezige westenwind.
Onze koffers zijn er zo snel, dat we vijftig minuten na landing al in ons hotel in het centrum van de stad zitten. Wij vinden het er frisjes. Het is onbewolkt en dan koelt het hier aan de voet van de Andes snel af.
We pinnen wat geld en gaan weer naar de Japanner. Dat is ons vorige keer goed bevallen. We drinken weer een andere witte wijn (€ 5,50). Alle wijnen smaken hier erg lekker.
Zondag 13-11 Naar Pucón
Om 7:10 uur worden we opgehaald voor de vlucht naar Temuco, dat ruim 600 kilometer naar het zuiden ligt. We kunnen nog net ontbijten in het hotel. Omdat we gisteren al de instapkaart hebben gekregen, hoeven we alleen de bagage in te checken. Daar zijn aparte balies voor die een stuk sneller gaan dan de gewone incheckbalie. Gisteren kregen we geen zitplaatsen naast elkaar, omdat het zo druk zou zijn. Het toestel is meer dan half leeg Het gaat wel verder en misschien komt het dan voller.
Het is bewolkt in Santiago, maar het vliegtuig zit hier snel boven en we vliegen langs de Andes naar het zuiden. We zitten aan de goede kant van het vliegtuig en zitten een uur lang met onze neuzen tegen de raampjes gedrukt om de besneeuwde bergen te bekijken.
In Temuco halen we de auto op en rijden naar Pucón, zo'n honderd kilometer naar het oosten. Het is hier veel groener dan in het noorden. De brem staat in bloeit, boterbloemen en koeien in de weilanden, bloeiende rododendrons. Het is bewolkt, maar niet koud. Grote rivieren vol met water en vissers. Velden vol met knalgeel koolzaad.
Het 4* Gran Hotel Pucón is een groot, pompeus hotel. We krijgen een kamer op de tweede verdieping aan de voorkant met een enorme badkamer. Even later worden we gebeld en moeten we naar een andere kamer. Er gaan onderzoeken plaatsvinden en daarom moeten wij naar een andere verdieping. Omdat zij de last veroorzaken, krijgen we een betere kamer op de vierde verdieping. De kamer is groter, de badkamer een stuk kleiner, maar nog steeds erg ruim en we hebben meerzicht. We kijken prachtig uit over de tuinen, het zwembad en daarachter het meer. Nou moet het nog zonnig worden...
In Chili spreekt men veel beter Engels dan in Argentinië en we drinken weer water uit de kraan. Hier hebben ze meer visrestaurants en we eten 's avonds paella. Heerlijk. Zoals het een goede paella betaamt, duurt het wat langer, maar het is de moeite waard. Samen met een fles witte Missionares-wijn, smaakt het uitstekend.
Maandag 14-11 Pucón
We worden laat wakker (9:00 uur) wat waarschijnlijk door het tijdsverschil met Paaseiland komt. Een ontbijt hmmm. Van alles en nog wat. Je kunt eieren of pannenkoekjes laten bakken, verse broodjes, rijkelijk beleg, vers fruit.
Aan de plassen op de weg te zien, heeft het vannacht behoorlijk geregend. En tijdens het ontbijt doet het dat weer. We besluiten dan ook om niet te gaan wandelen, maar een stukje te gaan toeren richting Argentijnse grens. De asfaltweg is prachtig met aan beide kanten de bloeiende metershoge gele brem met af en toe een rode struik ertussen. Zo mooi.
Bij Curarrehue slaan we linksaf de onverharde weg naar Reigolil naar het noorden in langs de Argentijnse grens. Het begint echter steeds harder te regenen en we besluiten maar om om te draaien. We zien (en voelen) een wiebelende hangbrug naar de overkant van de rivier, een paar mooi gekleurde ibissen en veel roofvogels.
's Middags struinen we door het centrum van Pucón. Het is dan droog geworden en nog steeds niet koud. Men houdt hier geen siësta en het is druk op straat. Met het oog op Antarctica besluiten we om een sweater te kopen. We kopen een mooie zwarte met een afbeelding van Torres del Paine waar we later deze reis nog zullen komen.
Op een terras drinken we bier. Al snel wordt de parasol opengeklapt tegen de regen die zo nu en dan valt. De temperatuur is hoog genoeg om buiten te blijven zitten. Het weer wisselt erg snel. Af en toe trekt het helemaal open en denken we dat de rest van de dag prachtig wordt, maar vijf minuten later is het weer bewolkt. Ook hier treffen we geen Nederlanders. We blijven ons daarover verbazen.
's Avonds wordt het om 21:00 uur donker en rond die tijd gaan we eten. Er is heel raar licht en de zon komt net onder de wolken vandaan en staat heel laag. Een hele vreemde kleur die niet lang duurt. Martijn neemt biefstuk en 500 gram is een normale portie. De rode Missionares-wijn smaakt ook goed.
Dinsdag 15-11 Pucón - N.P. Huerquehue
Het is zowaar een stuk lichter buiten dan gisteren en er zijn veel meer bergen te zien. Het is niet helder, maar het lijkt ons uitstekend wandelweer. Daarom rijden we na het ontbijt naar N.P. Huerquehue, zo'n 35 kilometer verderop. Onderweg zien we nog veel meer knalgele brem. We ruiken hem zelfs in de auto met de ramen dicht. Het nationale park heeft zeventien lagunes en kleine meren. De ingang (2200 pesos p.p.) is bij het Tinquilco-meer op 750 meter. Om bij de meren Chico, Verde en Toro te komen, zullen we ruim zeven kilometer moeten lopen (en ook weer terug) en ruim vijfhonderdvijfitg meter moeten klimmen.
Het pad is goed en alles staat prima aangegeven. We zien een enkele andere wandelaar. Eerst gaan we vierhonderd meter het pad af voor de waterval Nido de Águila waar water genoeg is voor een mooi gezicht. Het pad gaat gestaag omhoog en omdat het gisteren zo geregend heeft, zijn sommige stukken enorme modderpoelen. Het is erg groen. Veel kleine vogeltjes die veel geluid maken.
Eerst komen we bij Chico, dan gaan we door naar Verde en Toro is het laatste meer. Bij Chico mogen we niet de lange kant nemen, omdat daar teveel sneeuw ligt. Er ligt ook sneeuw op het pad tussen de meren Verde en Toro. Het weer wordt beter en soms zien we zelfs de zon. Bij de uitzichtpunten zien we op de terugweg zowaar de Villarica-vulkaan goed liggen. Er ligt wel een band bewolking om z'n middel maar de top is goed te zien. Er komt rook uit.
Op de terugweg bekijken we waterval Trufulco. Nog meer water. Onderaan gekomen, blijken er ineens honderden campinggasten aangekomen te zijn met talloze tentjes. Bijna allemaal schoolkinderen. Totaal hebben we vijf uur gelopen.
In Pucón is de Villarica-vulkaan niet te zien door de wolken. Het is wel zonnig en meteen warm. Maar als we eenmaal op een terras zitten, trekt het snel weer dicht. We eten schelpdieren en zeepaling.
Alles bij elkaar een prachtige dag.
Woensdag 16-11 Naar Puerto Varas
Het regent weer. Hadden wij gisteren even mazzel. Vandaag rijden we verder naar het zuiden, naar Puerto Varas, zo'n 320 kilometer. Het weer wordt beter.
Weer hebben we een 4* hotel en een kamer met meerzicht. Het is droog, maar de bergen aan het meer zien we niet door de wolken.
We kuieren het dorpje door, maar niet zo lang. We hebben morgen nog een hele dag. In het hotel drinken we een pisco sour die we aangeboden krijgen. We zitten mooi te kijk in de serre aan de straatkant waarbij we prachtig zicht hebben op het meer. Even later wordt onze huurauto opgepikt door iemand die moeilijk te verstaan Spaans spreekt. Het zal allemaal wel goed komen.
's Avonds eten we bij restaurant El Mercado. Het eten (vis) is prima, maar het is erg commercieel. Als je niet uitkijkt, sta je binnen twintig minuten weer buiten. Ze raden allerlei duurdere gerechten en drankjes aan dan wij gekozen hebben en die wij niet nemen. Bij het afrekenen zegt de mevrouw dat de service niet inclusief is en dat die 10% is. Bij meenemen van het geld, zegt ze het nogmaals en als ze het wisselgeld geeft nog een keer. We vinden de service niet meer goed en stoppen de tip (10% is normaal) die al klaar ligt, weer in onze portemonnee. We vragen ons af of ze dat tegen iedereen zegt of alleen tegen ons, de enige buitenlanders hier.
Donderdag 17-11 Puerto Varas
Een rustige dag in Puerto Varas. Het weer is zo zo. Soms wat regen, soms wat zon, soms wind. Zo weet je echt niet wat je aan moet trekken. We wandelen uitgebreid het langgerekte dorp door en winkelen wat. Verder pakken we de koffers opnieuw in, doen een wasje, maken de schoenen schoon, internetten en laden batterijen op. Een klusjesdag.
's Avonds drinken bij pub Pim's bier tijdens happy hour. Maar dat geldt blijkbaar niet vandaag. Maakt niet uit. Het is er wel gezellig en we zien verschillenden mensen Mexicaans eten. Dat ziet er zo goed uit, dat wij dat ook doen. Heerlijk. Jammer, dat we hier gisteren ook al niet waren. Na 21:00 uur loopt het aardig vol met 'plaatselijken'.
Vrijdag 18-11 Naar San Carlos de Bariloche (Argentinië)
Vandaag gaan we met een tour naar Bariloche in Argentinië. We worden in het hotel opgehaald en gaan eerst een stuk met de bus naar Petrohué. In het begin zien we de Osorno-vulkaan redelijk liggen. We zien de onderste sneeuwlaag, maar daarna wordt het grijs. Het is allemaal wel commercieel. Je moet 1500 pesos betalen om een stukje in het park te mogen lopen. We geloven het wel en doen dat niet. Ondertussen wordt de bagage naar de boot gebracht en varen we in bijna twee uur naar Peulla. Onderweg zien we een waterval. Niet veel meer, want er hangt laaghangende bewolking. Soms spettert het even. In Peulla moeten we ruim twee uur wachten. Je kunt er lunchen, maar dat willen we helemaal niet. Het regent en we nestelen ons in twee leunstoelen met een boek. Daarna rijden we met de bus naar de grens. Eerst wachten bij de Chileense kant en dan bij de Argentijnse. Het blijft regenen. Een klein stukje varen we weer met een boot en dan weer een stukje met de bus. Dan weer wachten (drie kwartier) op de laatste boot. Het laatste half uur in de bus is het al donker. Wel worden wij gelukkig als eersten bij het hotel afgezet (om 21:45 uur). Het regent nog steeds en het waait hard. In een halve dag is het herfst geworden. Al bij al viel het tegen. We hebben tussendoor lang moeten wachten en we zagen erg weinig door de regen. Het schijnt hier tweehonderdveertig dagen per jaar te regenen en is een dag als vandaag 'normaal'.
's Avonds eten we bij Jauja, een Beiers/Zwitsers uitziend restaurant, zoals die er hier veel zijn. De gerechten komen ook uit die landen en wij genieten er van. Het is weer eens wat anders.
Zaterdag 19-11 San Carlos de Bariloche
Het is zowaar helder en zonnig, zodat we alle sneeuwbergen aan de andere kant van het meer kunnen zien. Wel waait het erg hard. Veel witte schuimkoppen op het meer.
Hotel Tres Reyes ligt aan het meer en vanuit de ontbijtruimte kijken we mooi uit over het Nahuel Huapi-meer en de besneeuwde toppen. Het is 12º.
We wandelen uitgebreid de plaats door die vrij groot is. Er zijn veel, heel veel chocoladewinkels (en veel chocoladefondues in de restaurants), veel zoetigheden, veel huizen in chaletvorm, sint-bernardshonden op het plein. De zoete walmen van de chocolade komen uit de winkels en voor een foto van een sint-bernardshond moet je betalen. Ook hier zien we weer koffiebars waar je koffie drinkt al staande aan de bar.
We krijgen een gratis drankje in de hotelbar. Het barmeisje spreekt zo weinig Engels, dat ze ons kamer nummer 'one one one' vertaalt met 'dos dos dos'.
Zondag 20-11 San Carlos de Bariloche
Vandaag gaan we 'Circuito Chico' doen. Zestig kilometer langs het Nahuel Huapi-meer met een vrij volle bus met oude mensen. Eerst rijden we naar Cerro Camparario, waar we met een stoeltjeslift naar 1050 meter gaan in acht minuten. Het regent een beetje, maar we kunnen nog genoeg zien. Boven kijken we uit over de meren Nahuel Huapi en Perito Moreno. Het uitzicht is prachtig, veel water, sneeuwbergen en het voordeel van de regen is, dat er een zeer heldere, hele regenboog staat. Heel erg mooi. We zijn net op tijd, want met de minuut trekt het verder dicht. We zijn tevreden: we hebben genoeg gezien en het had veel slechter gekund (maar ook beter uiteraard). We stoppen bij een mooi uitzichtpunt (regen) en bij een kerk waar we uitzicht hebben over het beroemdste hotel van deze streek, Llao Llao. Met de besneeuwde bergen op de achtergrond en de bloeiende gele brem en gouden regen overal in het landschap, en het mooie hotel, is dit een mooi plaatje.
Goed 12:00 uur zijn we weer terug bij het hotel.
Volgens het weerbericht zou het vandaag regenen, dus het valt nog mee. Echt nat zijn we niet geworden.
's Middags regent het wel hard en aan een stuk door. Op deze manier kan het in het voorjaar (mei) weken achter elkaar regenen.
Bij El Pilgrim drinken we een biertje. Een gezellige Ierse pub met verschillende soorten tapbier. We krijgen er een schaaltje pinda's bij en we bestellen een portie nachos met kaas. Erg lekker.
's Avonds eten we bij Familie Weiss, een Zwitsers restaurant. Het eten komt al als we net het eerste slokje van de wijn drinken. Maar dat is het enige minpuntje. We eten overheerlijk met plaatselijke streekgerechten als goulash met pasta en wildzwijn met paddestoelensaus. Erg lekker.
Maandag 21-11 Bariloche
Een lange tocht naar het noorden met een klein busje. Een tocht die 450 kilometer zal worden en elf uur gaat duren.
Het weer is redelijk, droog. Zodra we twintig kilometer buiten Bariloche zitten, schijnt opeens de zon en is het landschap en, dus ook het klimmaat, totaal verschillend. Een hele andere vegetatie en veel en veel droger dan in Bariloche. Erg vreemd. Je kunt bijna een lijn trekken bij die overgang. Eerst rijden we naar Villa La Angostura aan het Lago Nahuel Hapi, een klein dorpje met overwegend houten huizen en winkels. Het heeft een Alpenuitstraling. Maar het regent ondertussen en dan hebben we het snel gezien. Vervolgens nemen we de 'weg langs de zeven meren' naar San Martin de los Andes. Een hele mooie weg met prachtige meren. Het regent nog steeds, maar dat bederft het uitzicht niet echt. Nog steeds veel brem, en zo nu en dan ook oranje calafate, een kleine bessenstruik die later blauwe bessen gaat dragen. We rijden door regenwoud met hoge bomen. Na San Martin rijden we verder naar het noorden naar N.P. Lanin. Ook hier weer hele andere vegetatie en weer droog weer. Vrij kaal, lage bosjes en struikjes. Hier zit meer wild en we zien wat herten, guanaco's, flamingo's, caracara's, haviken en een condor (slechts een klein stipje, maar toch). Twee rivieren komen bij Confluencia samen die totaal verschillende van kleur zijn. Een blauwe en een grijze. Een heel stuk loopt dat mooi langs elkaar voordat ze mengen. Aan de overkant van het meer zien we Bariloche zwaar in de wolken liggen.
's Avonds eten we biefstuk met Hongaarse kip in poestasaus met rösti en zuurkool (waar volgens Martijn teveel kummel in zit en Lia alles mag opeten). Mmmm. Vanavond is het een stuk drukker op straat dan gisteren, omdat het nu droog is.
Dinsdag 22-11 Naar El Calafate
Na het ontbijt wachten we in de lounge van het hotel op het busje dat ons naar het vliegveld zal brengen voor de vlucht naar El Calafate, 1000 kilometer zuidelijker.
We kijken mooi op het meer uit (regen) en werken het dagboek bij en internetten nog even (gratis in het hotel voor de gasten). Op het vliegveld moeten we lang wachten: 2,5 uur vertraging. Het valt ons op dat alle vluchten van Lan op tijd gaan en dat alle vluchten van Austral forse vertraging hebben. Wij hebben mazzel met 2,5 uur.
In El Calafate is het gelukkig droog en schijnt de zon. Het is wel fris, maar dat is niet erg. We zijn ondertussen gewend om pas na 21:00 uur te gaan eten en zijn dan ook erg verbaasd als goed 20:00 uur alle restaurants al vol zitten. Het kost ons moeite een plekje te vinden . Bij de eerste worden we niet geholpen en gaan we na vijftien minuten weg. We eten bij een kleine Italiaan. De biefstuk is niet goed, het lam wel. Zelfde prijzen als in Bariloche. Het is 's avonds tot 22:00 uur licht.
Woensdag 23-11 Naar El Chaltén
Bij de papieren van de reisorganisatie die we gisteren hebben gekregen, zaten geen bustickets naar El Chaltén. Maar alles is wel geregeld. We hebben een wat ruimere plaats omdat we (toevallig) bij een noodraam zitten. De bus zit vol en vertrekt om 7:30 uur. Het is mooi weer, lichtelijk bewolkt



